Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760517
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760517/1
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam 2026
Geldend van 15-04-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam 2026De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;
gelet op de artikelen 16 en 82 van de Gemeentewet
gelezen het voorstel;
besluit vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam 2026.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen
Hoofdstuk 3 Stemmingen
Hoofdstuk 4 Raadsinstrumenten
Hoofdstuk 5 Informatieavonden
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. De plaatsvervangend (raads)voorzitter
- 1.
De raad benoemt uit zijn midden een eerste, tweede en derde plaatsvervangend voorzitter;
- 2.
De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid en indien een agendapunt behandeld wordt dat tot de portefeuille van de voorzitter behoort;
- 3.
Raadsleden kunnen zich in geval van een vacature kandidaat stellen, middels aanmelding minimaal 24 uur voorafgaand aan de raadsvergadering waarin stemming zal plaatsvinden bij de griffier, voor de rol van eerste, tweede en derde plaatsvervangend voorzitter;
- 4.
Voorafgaand aan de vacaturestelling zal een functieprofiel worden opgesteld;
- 5.
De stemming is geheim en vindt plaats (indien aan de orde) in volgorde van eerste, tweede en derde plaatsvervangend voorzitter conform artikel 31 (schriftelijke stemmingen over personen) van dit reglement;
- 6.
Een benoeming tot plaatsvervangend (raads)voorzitter kan door de gemeenteraad ingetrokken worden.
Artikel 2. De griffier
- 1.
De griffier is in elke raadsvergadering aanwezig;
- 2.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.
Artikel 3. Burgerleden
- 1.
Elke fractie zoals omschreven in dit reglement, heeft recht op de inzet van twee burgerleden;
- 2.
Een burgerlid fungeert als ondersteuning voor een fractie / fractieleden;
- 3.
Een burgerlid wordt, op voordracht van zijn fractie, benoemd. De voorgedragen persoon dient te voldoen aan de in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet gestelde eisen voor het bekleden van het raadslidmaatschap;
- 4.
Daarnaast leggen burgerleden de eed of een verklaring en belofte af zoals bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet;
- 5.
Een benoeming tot burgerlid kan door de gemeenteraad ingetrokken worden;
- 6.
Burgerleden maken geen onderdeel uit van de gemeenteraad;
- 7.
Burgerleden zijn bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen tijdens een raadsvergadering en ontvangen alle formele raadsinformatie daartoe;
- 8.
Een burgerlid is niet bevoegd om gebruik te maken van officiële raadsinstrumenten zoals het vragenrecht, moties en amendementen;
- 9.
Burgerleden kunnen uitgenodigd worden om deel te nemen aan informatieavonden van de gemeenteraad en overige raadsbijeenkomsten.
Artikel 4. Presidium / Agendacommissie
- 1.
Het presidium en de agendacommissie vormen tezamen één gremium;
- 2.
Het gremium bestaat uit de raadsvoorzitter als voorzitter en de fractievoorzitters;
- 3.
Bij stemmingen gelden de volgende regels:
- -
Iedere fractievoorzitter of diens plaatsvervanger heeft 1 stem;
- -
Indien de stemmen bij de eerste stemming staken vindt in de eerst volgende vergadering opnieuw een stemming plaats;
- -
Indien bij de tweede stemming (in de volgende vergadering) de stemmen opnieuw staken dan krijgt de voorzitter een (doorslaggevende) stem;
- -
Indien de plaatsvervangend voorzitter de voorzitter vervangt en deze plaatsvervangend voorzitter is tevens fractievoorzitter dan heeft de plaatsvervangend voorzitter bij de tweede stemming 2 stemmen.
- -
- 4.
Bij afwezigheid wordt de raadsvoorzitter vervangen door de plaatsvervangend raadsvoorzitter;
- 5.
Elke fractievoorzitter van een fractie wijst, voor zo ver mogelijk, een lid uit de fractie aan voor vervanging bij afwezigheid;
- 6.
De taken zijn:
- -
Aanbevelingen doen aan de raad inzake de organisatie, planning en het functioneren van de raad;
- -
Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en overige raadsbijeenkomsten;
- -
- 7.
In geval kan door het presidium / agendacommissie een onderwerp terugverwezen worden naar het college indien dit niet rijp voor agendering wordt geacht;
- 8.
Er wordt vergaderd achter gesloten deuren;
- 9.
Het verslag van de vergaderingen is openbaar;
- 10.
De griffier is secretaris.
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven: beëdiging raadslid
- 1.
De raad stelt zo spoedig mogelijk na aanvang van een zittingsperiode een commissie in voor het onderzoek van de geloofsbrieven. De raad benoemt uit zijn midden drie leden van de commissie en twee plaatsvervangend leden.
- 2.
De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden.
- 3.
De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
- 4.
Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen.
- 5.
Na een raadsverkiezing roept de (raads)voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
- 6.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de (raads)voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
- 7.
De griffier is secretaris van de commissie geloofsbrieven.
Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven: benoeming wethouder
- 1.
De commissie geloofsbrieven vormt tevens de commissie voor de benoeming van een wethouder.
- 2.
De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, Gemeentewet.
- 3.
De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het resultaat daarvan verslag uit aan de commissie geloofsbrieven. De commissie ontvangt de conclusies, eventuele aandachtspunten en inzicht in hoe om gegaan wordt met de aandachtspunten. De eindconclusies van de risicoanalyse zijn openbaar.
Artikel 7. Fracties en fractieoverleg
- 1.
De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
- 2.
Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.
- 3.
De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de raadsvoorzitter.
- 4.
Indien:
- a.
één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
- b.
twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
- c.
één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;
-
wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de raadsvoorzitter.
- a.
- 5.
Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering.
- 6.
Een burgerlid maakt formeel geen onderdeel uit van een fractie.
- 7.
Fractieoverleggen zijn geen formele processtap in het besluitvormingsproces en zijn niet bepalend voor de wijze van agendering. De fractieoverleggen betreffen een verantwoordelijkheid en keuze van de fracties zelf. Communicatie over de fractieoverleggen betreft tevens een eigen verantwoordelijkheid van de fracties. Door de gemeente wordt wel de huisvesting gefaciliteerd voor de fractieoverleggen.
Artikel 8. Ingekomen stukken
- 1.
Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden via het raadsinformatiesysteem ter beschikking worden gesteld.
- 2.
De raad stelt in de raadsvergadering op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
- 3.
Anonieme brieven worden niet in behandeling genomen en ook niet gedeeld met de gemeenteraad.
- 4.
Ingekomen stukken worden geanonimiseerd openbaar beschikbaar gesteld. De (burger)raadsleden ontvangen tevens de niet geanonimiseerde versie.
Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen
Artikel 9. Vergaderfrequentie
- 1.
De raadsvergaderingen vinden plaats volgens een door het presidium/agendacommissie vastgestelde planning.
- 2.
De raad vergadert in overeenstemming met artikel 17 van de Gemeentewet eveneens als hierom, met opgave van redenen, schriftelijk door ten minste vier leden wordt gevraagd.
Artikel 10. Oproep, agenda en vergaderstukken
- 1.
De (raads)voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - ten minste twee weken voor een vergadering de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, een elektronische oproep onder vermelding van dag, aanvangsuur en plaats van de vergadering. De oproep wordt tevens digitaal (en zo mogelijk fysiek in een huis aan huiskrant) openbaar gepubliceerd.
- 2.
De voorlopige agenda van de raadsvergadering met de daarbij behorende stukken worden ten minste twee weken voor een raadsvergadering aan de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, digitaal via het openbare deel van het raadsinformatiesysteem en de vergaderapp aangeboden.
- 3.
Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waar geheimhouding op van toepassing is wordt via het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem en de vergaderapp aangeboden.
- 4.
Indien een aanvullende voorlopige agenda wordt vastgesteld worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, elektronisch via het raadsinformatiesysteem en de vergaderapp aangeboden.
- 5.
Bij aanvang van de raadsvergadering, stelt de gemeenteraad de agenda vast. Op voorstel van een raadslid of de (raads)voorzitter kan de gemeenteraad bij de vaststelling van de agenda, de agenda wijzigen.
- 6.
Tijdens een vergadering wordt om circa 23.00 uur (als de vergadering nog bezig is) bepaald of en in hoeverre er verder vergaderd wordt of dat de vergadering geschorst wordt. De vergadering wordt vervolgens binnen een week voortgezet. De gemeenteraad besluit terstond op welk moment dat zal zijn.
Artikel 11. Opening vergadering; quorum
Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal raadsleden aanwezig is, bepaalt de raadsvoorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige raadsleden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 12. Vergaderorde en debatstructuur
- 1.
Onderwerpen kunnen informerend, opiniërend en of besluitvormend worden geagendeerd.
- 2.
Informerende onderwerpen: Onderwerpen worden informerend tijdens een raadsvergadering geagendeerd als er op een later moment een concreet besluit gevraagd wordt van de gemeenteraad of als het een politiek / bestuurlijk zwaarwegend onderwerp betreft. (Burger) raadsleden kunnen vragen stellen en desgewenst (naar behoefte van (burger)raadslid) een eerste richtinggevende reactie geven op een onderwerp. Ambtelijk adviseurs kunnen namens het college het woord voeren bij een informerend onderwerp.
- 3.
Opiniërende onderwerpen. Opiniërende bespreking vindt alleen (uitzondering is het bespreken op verzoek van de gemeenteraad van een raadsinformatienota) plaats aan de hand van een raadsvoorstel of opinienota. Een opiniërend debat vindt in basis plaats in twee termijnen, waarbij het college na de eerste termijn de mogelijkheid heeft om reactie te geven. Uitkomsten van opiniërende bespreking kunnen zijn:
- -
Op basis van de opiniërende bespreking gaat het college verder met de uitwerking / opstellen van een concreet stuk en komt op een later moment terug met een voorstel tot vaststelling van een product;
- -
Een onderwerp is nog niet besluitrijp en wordt terugverwezen naar het college;
- -
Een onderwerp is besluitrijp, hierbij volgt direct besluitvorming tijdens dezelfde vergadering;
- -
Een onderwerp is in basis besluitrijp maar verder gesprek is nodig en of er volgen mogelijk moties en of amendementen. In dat geval gaat het onderwerp door voor besluitvorming naar de eerstvolgende raadsvergadering.
- -
- 4.
Besluitvormende onderwerpen - er zijn twee varianten:
- -
Na het opiniërende debat vindt direct besluitvorming plaats, dit alleen als een onderwerp direct besluitrijp is;
- -
Na het opiniërende debat wordt het onderwerp in de volgende raadsvergadering besluitvormend besproken. Een besluitvormende bespreking vindt in basis plaats in twee termijnen.
- -
Eerste termijn waarbij tevens moties / amendementen kunnen worden ingediend.
- -
Vervolgens reactie van het college en daarna afsluitend onderling debat gemeenteraad.
- -
Reacties op moties / amendementen door andere fracties vindt plaats in de tweede termijn. Tussen de opiniërende en besluitvormende bespreking vindt geen aanpassing van raadsvoorstellen plaats. Eventuele wijzigingen dienen vorm gegeven te worden via een amendement.
- -
Artikel 13. Voorstellen van orde
- 1.
De (raads)voorzitter en ieder (burger)raadslid, respectievelijk burgerlid, kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
- 2.
Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de raadsvergadering.
- 3.
Over een voorstel van orde beslist de vergadering terstond.
Artikel 14. Intrekken raadsvoorstel
Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de gemeenteraad kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de gemeenteraad.
Artikel 15. Beraadslagingen en schorsing
Op verzoek van een (burger)raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de vergadering besluiten de beraadslagingen voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden van de gemeenteraad de gelegenheid te geven tot onderling, nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Artikel 16. Presentielijst
- 1.
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen (burger)raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
- 2.
Een raadslid, dat voor de sluiting de vergadering verlaat, meldt dit aan de raadsvoorzitter. In de besluitenlijst wordt hiervan melding gemaakt, evenals van het feit dat een raadslid na de opening van de vergadering komt.
- 3.
Indien een raadslid verhinderd is meldt hij dit via de griffier bij de raadsvoorzitter vóór aanvang van de vergadering.
Artikel 17. Deelname aan de beraadslagingen
- 1.
Leden van het college hebben toegang tot de vergaderingen van de raad en kunnen op verzoek van de gemeenteraad aan de beraadslagingen deelnemen.
- 2.
Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 18. Woordvoering
- 1.
In de vergadering heeft een fractie één woordvoerder per onderwerp.
- 2.
In afwijking van lid 1 van dit artikel kan een fractie er voor kiezen om meerdere woordvoerders te hebben in geval:
- -
Van bespreking van bespreking van een product uit de planning & control cyclus;
- -
Er sprake is van verschillende standpunten binnen een fractie.
- -
Artikel 19. Volgorde sprekers
- 1.
De voorzitter bepaalt de volgorde van sprekers.
- 2.
De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een raadslid het woord vraagt over de orde van de vergadering.
Artikel 20. Spreekregels
- 1.
De bijdrage in de eerste termijn van een debat wordt uitgesproken vanaf het centrale spreekgestoelte. De overige bijdragen van raadsleden vinden plaats vanaf de zitplaats.
- 2.
Collegeleden en eventuele overige deelnemers spreken vanaf het centrale spreekgestoelte.
- 3.
Sprekers richten zich tot de voorzitter.
Artikel 21. Zitplaatsen
- 1.
De voorzitter en de griffier hebben een vaste zitplaats.
- 2.
De raadsleden hebben zitting in de raadskring, de zitplaatsverdeling wordt bepaald door het presidium/agendacommissie.
- 3.
De burgerleden hebben een zitplaats met tafel buiten de raadskring. Indien een burgerlid woordvoerder is heeft deze tijdelijk een zitplaats binnen de raadskring op de plek van een lid van de vertegenwoordigende fractie. Het raadslid neemt dan tijdelijk zitting op de plaats van het burgerlid.
- 4.
De collegeleden hebben een zitplaats met tafel buiten de raadskring.
- 5.
Voor vertegenwoordigers van de pers zijn er twee zitplaatsen met tafel beschikbaar in de raadszaal.
- 6.
Publiek en toehoorders nemen zitting op de publieke tribune.
Artikel 22. Beeld- en geluidregistraties
- 1.
Beeld- en geluidsopnamen worden gemaakt van de raadsvergaderingen. De openbare delen worden zo mogelijk rechtstreeks uitgezonden.
- 2.
Degenen die van de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, dienen hiervan voorafgaand aan de vergadering mededeling te doen aan de voorzitter en dienen zich te gedragen naar de aanwijzingen van de voorzitter.
- 3.
Publiek en toehoorders die niet in beeld willen komen, kunnen zich melden bij de griffie, dan wordt bekeken of er een zitplaats is waar betrokkene(n) niet in beeld komt(komen).
Artikel 23. Handhaving orde en schorsing
- 1.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
- a.
de (raads)voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
- b.
een (burger)raadslid hem interrumpeert. De (raads)voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
- a.
- 2.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de (raads)voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de (raads)voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
- 3.
De (raads)voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.
Artikel 24. Maatregelen van orde
Indien de voorzitter dit nodig acht, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune.
Artikel 25. Spreekrecht voor het publiek
- 1.
Inwoners, bedrijven en instellingen kunnen tijdens een raadsvergadering het woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen.
- 2.
Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten spreektijd. Het spreekrecht bedraagt in totaal 15 minuten. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie insprekers zijn. In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de maximale lengte van een spreektijd.
- 3.
Per organisatie/adres/groepering mag slechts 1 persoon inspreken, een en ander ter beoordeling aan de griffier.
- 4.
Het verzoek om in te spreken kan gemotiveerd worden afgewezen.
- 5.
Het woord kan in ieder geval niet gevoerd worden:
- a.
over een onderwerp waarover reeds eerder door dezelfde persoon/organisatie/adres is ingesproken tijdens een raadsvergadering (tenzij er evidente nieuwe ontwikkelingen en of omstandigheden zijn)
- b.
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of open heeft gestaan.
- c.
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen
- d.
indien een klacht ex. artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
- a.
- 6.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit minstens 4 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Diegene meldt daarbij naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover wordt ingesproken.
- 7.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
- 8.
De spreker voert het woord vanaf het centrale spreekgestoelte nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Na het inspreken stelt de voorzitter de raadsleden in de gelegenheid nadere vragen aan de inspreker te stellen. Desgewenst kan de voorzitter een lid van het college het woord geven voor een nadere toelichting in reactie op een inspreker en/of een raadslid.
Artikel 26. Verslaglegging/Toezeggingenlijst
- 1.
De griffier draagt zorg voor audio-/videoverslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen.
- 2.
De besluitenlijst bevat in ieder geval:
- -
de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden, en overige deelnemers aan de vergadering;
- -
een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;
- -
de genomen besluiten inclusief de uitkomst van de stemmingen;
- -
de toezeggingen van het college, zoals door de voorzitter gemarkeerd.
- -
Artikel 27. Ambtsgebeden
- 1.
Direct na de opening van de raadsvergadering spreekt de voorzitter het volgende openingsgebed uit:
- 2.
“Almachtige God, U hebt ons samengebracht om de belangen van deze gemeente te behartigen. Wij bidden U om Uw zegen over de werkzaamheden. Geef in ons een diep besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Bewaar ons voor de zonde. Uit genade, om Jezus wil. Amen.”
- 3.
Alvorens de raadsvergadering te sluiten spreekt de raadsvoorzitter het volgende slotgebed uit:
“Almachtige God, wij danken U voor Uw hulp en bijstand, die aan ons is verleend bij onze arbeid. Zegen onze besluiten indien die waren naar Uw wil, zodat ze mogen strekken tot bevordering van de ware belangen van deze gemeente en haar inwoners. Vergeef ons onze zonden. Uit genade, om Jezus wil. Amen.”
- 4.
Indien de (raads)voorzitter het uitspreken van het gebed niet met zijn of haar innerlijke overtuiging in overeenstemming kan brengen, spreekt een raadslid dat zich daarvoor beschikbaar stelt de gebeden uit.
Hoofdstuk 3 Stemmingen
Artikel 28. Stemmen
- 1.
Stemming vindt plaats bij handopsteking of indien de mogelijkheden er daartoe zijn digitaal. In eerste aanleg wordt gevraagd wie "voor" het voorstel is en vervolgens wie "tegen" het voorstel is.
- 2.
In de vergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden ten aanzien van een door hen omschreven deel van het voorstel, dan wel het gehele voorstel te hebben tegengestemd.
- 3.
Indien door een of meer raadsleden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling.
- 4.
De raadsvoorzitter (of de griffier) roept de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor in overeenstemming met artikel 31 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
- 5.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig raadslid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen.
- 6.
De raadsleden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
- 7.
Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. Deze aantekening heeft geen invloed op de uitslag van de stemming.
- 8.
De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal ‘voor’ en ‘tegen’ uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 29. Stemming over amendementen en moties
- 1.
Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel.
- 2.
Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
- 3.
Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de raadsvoorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
- 4.
Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
Artikel 30. Primus bij hoofdelijke stemming
Indien de vergadering hoofdelijke stemming verlangt, bepaalt de raadsvoorzitter via loting bij welk raadslid de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe trekt de raadsvoorzitter een briefje uit een koker, waarin nummers zijn opgeborgen die corresponderen met de volgorde van de presentielijst.
Artikel 31. Schriftelijke stemming over personen
- 1.
Wanneer een stemming moet plaatshebben over personen, voor een benoeming of het opstellen van een voordracht of een aanbeveling, benoemt de raadsvoorzitter drie raadsleden tot stembureau. De raad stelt tevens vast wie de voorzitter van het stembureau is.
- 2.
Ieder ter vergadering aanwezig raadslid, dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
- 3.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
- 4.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
- 5.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden de raadsleden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd, geacht geen stem te hebben uitgebracht. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
- a.
een blanco ingevuld stembriefje;
- b.
een ondertekend stembriefje;
- c.
een stembriefje, waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
- d.
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
- e.
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
- a.
- 6.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de raadsvoorzitter.
- 7.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 32. Herstemming over personen
- 1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
- 2.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
- 3.
Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 33. Beslissing door het lot
- 1.
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de raadsvoorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
- 2.
Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
- 3.
Vervolgens neemt de raadsvoorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Artikel 34. Beslissing door het lot
Voordat de gemeenteraad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Interrupties zijn hierbij niet toegestaan.
Hoofdstuk 4 Raadsinstrumenten
Artikel 35. Amendementen en subamendementen
- 1.
Raadsleden dienen schriftelijk amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Mondelinge amendementen zijn alleen bij uitzondering door de voorzitter toe te staan.
- 2.
Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot aanvang van de stemming.
- 3.
Stemming over een amendement vindt tegelijkertijd plaats met het betreffende voorstel.
- 4.
Concept amendementen en subamendementen zullen na akkoord van de indiener voorafgaand aan de vergadering gedeeld worden met de (burger)raadsleden, het college en openbaar beschikbaar worden gesteld. Tevens zal een nummer aan de concept amendementen en subamendementen worden toegekend.
Artikel 36. Moties
- 1.
Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.
- 2.
De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
- 3.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist. Moties vreemd aan de orde dienen bij vaststelling van de agenda aangekondigd te worden.
- 4.
Aanhouding en intrekking door de indiener van een motie is mogelijk tot de aanvang van de stemming.
- 5.
Concept moties zullen na akkoord van de indiener voorafgaand aan de vergadering gedeeld worden met de (burger)raadsleden, het college en openbaar beschikbaar worden gesteld. Tevens zal een nummer aan de concept moties worden toegekend.
Artikel 37. Initiatiefvoorstel
- 1.
Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter, door tussenkomst van de griffier. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
- 2.
Het college bericht de initiatiefnemers binnen twee weken na ontvangst van het initiatiefvoorstel wanneer het college schriftelijk zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengt. De termijn voor het schriftelijk indienen van wensen en bedenkingen is in beginsel 8 weken.
- 3.
Een voorstel wordt nadat het college schriftelijke wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hier niet toe te zullen overgaan dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst.
Artikel 38. Vragen aan het college
- 1.
Elk raadslid kan, individueel of samen met een of meerdere raadsleden, vragen stellen aan het college;
- 2.
De volgende categorieën vragen zijn er met bijbehorend proces:
- a.
Politieke vragen over geagendeerde stukken.
- -
Het betreft vragen waarbij gevraagd wordt naar een opinie of uitleg (verantwoording) van het college.
- -
De vragen worden mondeling gesteld en beantwoord bij de behandeling van de stukken.
- -
- b.
Technische vragen over geagendeerde stukken.
- -
Het betreft vragen naar feiten, harde gegevens en of verduidelijking.
- -
De vragen dienen schriftelijk gesteld te worden uiterlijk maandag 8.00 uur in de week van de vergadering.
- -
De vragen worden via de griffie gesteld en door de griffie uitgezet bij de behandelend ambtenaar, het college en de bestuursadviseur. De vragen worden daarbij gedeeld met de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd.
- -
De vragen worden beantwoord uiterlijk op de dag voor de vergadering om 16.00 uur en worden via de griffie beschikbaar gesteld aan de steller en de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd.
- -
- c.
Schriftelijke vragen over niet-geagendeerde stukken.
- -
Het betreffen politieke en of technische vragen over niet-geagendeerde onderwerpen.
- -
De vragen worden via de griffie gesteld en door de griffie uitgezet bij de behandelend ambtenaar, het college en de bestuursadviseur. De vragen worden daarbij gedeeld met de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd.
- -
De beantwoordingstermijn is 20 kalenderdagen.
- -
De beantwoording wordt via de griffie beschikbaar gesteld aan de steller en de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd.
- -
- d.
Mondelinge vragen
- -
Het betreffen mondelinge politiek urgente en/of actuele vragen in het vragenkwartier tijdens een raadsvergadering
- -
De vragen worden direct mondeling beantwoord.
- -
- a.
Artikel 39. Het vragenkwartier
- 1.
Tijdens een raadsvergadering is er een vragenkwartier waarin raadsleden vragen kunnen stellen over politieke actuele en of urgente zaken.
- 2.
Bij voorkeur worden de onderwerpen van de vragen voorafgaand aan de vergadering bij de griffier kenbaar gemaakt.
- 3.
Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
- 4.
Vervolgens kan de voorzitter aan de andere fractiewoordvoerders het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
- 5.
Tijdens het vragenkwartiertje worden geen moties ingediend en zijn interrupties niet toegestaan.
Artikel 40. Inlichtingen
- 1.
Indien een raadslid, over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk via de griffier ingediend bij het college. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk wordt gedeeld met de overige raadsleden en het college.
- 2.
Een afschrift van dit verzoek wordt door de griffier aan de raad gezonden.
- 3.
De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering van de gemeenteraad gegeven.
- 4.
De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering van de gemeenteraad, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.
Artikel 41. Interpellatie
- 1.
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in, naar het oordeel van de raadsvoorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk, via de griffier, bij de raadsvoorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede van de te stellen vragen.
- 2.
De raadsvoorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige (burger)raadsleden en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
- 3.
De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en de collegeleden niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Hoofdstuk 5 Informatieavonden
Artikel 42. Inrichting en structuur
- 1.
Informatieavonden vinden plaats volgens een door het presidium/agendacommissie vastgestelde planning.
- 2.
Vanuit raad en college kunnen er onderwerpen aangedragen worden om over te spreken in informerende zin. Een gesprek met het maatschappelijk middenveld behoord hier nadrukkelijk tot de mogelijkheden.
- 3.
Het betreft onderwerpen die niet direct tot besluitvorming leiden maar meer betrekking hebben op voortgang, verdieping en brede beeldvorming.
- 4.
De vorm (en tijd) van bespreking is maatwerk per onderwerp en kan op locatie plaatsvinden.
- 5.
Afhankelijk van de vraag / het aanbod wordt de agenda / inrichting (onder andere de invulling van het voorzitterschap) van de avond bepaald door het presidium/agendacommissie. Parallelsessies zijn waar nodig een mogelijkheid.
- 6.
In basis zijn de informatieavonden openbaar tenzij er gegronde reden is om hier van af te wijken. De informatieavonden worden niet digitaal uitgezonden.
- 7.
Publiek wordt in de gelegenheid gesteld om bij de bespreking van een onderwerp vragen te stellen en of input te geven.
- 8.
Er wordt geen verslag gemaakt van de informatieavonden.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 43. Uitleg regelement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter.
Artikel 44. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Op de besloten raadsvergaderingen zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 45. In werking treden
- 1.
Dit reglement treedt de dag na de bekendmaking in werking.
- 2.
Op dat tijdstip wordt het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad’ vastgesteld bij raadsbesluit van 25 januari 2024 ingetrokken.
Ondertekening
Aldus besloten in de raadsvergadering van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam op 1 april 2026.
De griffier, De voorzitter,
Marien Jongkind, Dirk Heijkoop
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl