Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760513
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760513/1
Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026
Geldend van 16-04-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026Zaaknummer: 3029894
Gelezen het voorstel van Zorg & Samenleving
Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn besluit:
- •
gelet op de artikelen 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026 vast te stellen.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- •
aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;
- •
begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding (begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind) en zo nodig begeleiding door flankerende hulp;
- •
BKR: Bureau Kredietregistratie;
- •
CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;
- •
crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering (Wgs artikel 4 lid 2). Voor ondernemers/ zzp’ers geldt ook beslag op (on)roerende zaken dat het voortbestaan van de onderneming bedreigt en opzegging van het bankkrediet. Faillissementsaanvraag, aangekondigde boedelverkoop of verkoop van de eigen woning en loon- of bankbeslag.
- •
fraude: Het opzettelijk handelen of nalaten door een inwoner waardoor een bestuursorgaan financieel is benadeeld, en waarvoor de inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waaraan een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd.
- •
intake: gestructureerde werkwijze voor het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;
- •
jongeren: inwoners in de leeftijd van 18 tot en met 27 jaar.
- •
leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;
- •
meetinstrument: middel dat een objectieve inschatting van de huidige situatie, kennis, vaardigheden en competenties van een inwoner geeft op de leefgebieden;
- •
niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van de gemeente nodig is;
- •
ondernemers: iemand die zelfstandig economische activiteiten verricht met een commercieel doel, zoals het leveren van producten of diensten, waarbij hij of zij risico's neemt en daarvoor een vergoeding ontvangt. In het geval van schuldhulpverlening, natuurlijke personen die persoonlijk aansprakelijk zijn voor (zowel zakelijke als privé-) schulden van hun onderneming.
- •
plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 9 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat;
- •
problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een inwoner schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Het gaat dan om een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden.
- •
schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoelt in artikel 1 van de wet
- •
terugval: het ontstaan van nieuwe betaalachterstanden of andere omstandigheden waardoor de financiële stabiliteit in gevaar komt.
- •
wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG
Artikel 2. Doelgroep
- 1.
Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.
- 2.
Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening geeft aan een persoon die geen inwoner is, zijn:
- a.
verhuizing;
- b.
detentie of
- c.
andere bijzondere omstandigheden
- 3.
De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner.
Artikel 3. Aanvraag
Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk als mondeling worden ingediend.
Artikel 4. Intake
- 1.
Na de aanvraag volgt een intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces.’
- 2.
De intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.
- 3.
Tijdens de intake informeert het college de inwoner in elk geval over:
- a.
de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt;
- b.
de persoonsgegevens die het college verwerkt om:
- I.
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;
- II.
het plan van aanpak op te stellen en
- III.
de beschikking eventueel in het CKI van het BKR te registreren
- c.
de te verwachten doorlooptijd tussen:
- I.
het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening;
- II.
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening en het bereiken van het resultaat
- d.
het proces over:
- I.
het verder aanvullen van het Plan van aanpak
- II.
de periode van nazorg.
- 4.
Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner doorverwezen naar de afdeling binnen de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.
- 5.
Het college maakt bij de intake gebruik van een meetinstrument.
HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artikel 5. Beschikking
Het college geeft, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026 na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening binnen een termijn van:
- a.
vier weken voor jongeren;
- b.
vier weken voor een één- of meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen of
- c.
acht weken in alle overige gevallen.
Artikel 6. Toegang
Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:
- a.
de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;
- b.
de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden of
- c.
de inwoner financiële zorgen heeft en een voorziening nodig is die niet vrij toegankelijk is.
Artikel 7. Weigering
Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner:
- a.
al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking
- b.
fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en waarvoor die inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waarvoor aan die inwoner een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de veroordeling of de sanctieoplegging;
- c.
zich heeft misdragen tegenover personen die de schuldhulpverlening hebben geven en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de misdraging.
- d.
een schuldregeling door eigen toedoen heeft beëindigd en niet te goeder trouw heeft gehandeld; in dat geval kan een uitsluiting van maximaal drie jaar worden toegepast.
Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen en gedurende dat schuldsaneringstraject.
HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK
Artikel 9. Inhoud plan van aanpak
- 1.
Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toelatingsbeschikking.
- 2.
Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
- a.
het doel van de schuldhulpverlening;
- b.
het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;
- c.
de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;
- d.
een overzicht van de momenten die voor de schuldhulpverlening van belang zijn;
- e.
de nazorg die geboden wordt;
- f.
de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en
- g.
de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.
- 3.
Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.
Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening
- 1.
Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en één of meer begeleidingsproducten.
- 2.
Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college rekening met:
- a.
of sprake is van een crisissituatie;
- b.
de aard, zwaarte en omvang van de schulden en de mate waarin deze regelbaar zijn;
- c.
de actuele situatie op de relevante leefgebieden;
- d.
de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner, waaronder de mate van zelfredzaamheid en beschikbaarheid van steun vanuit het sociaal netwerk;
- e.
de houding en het gedrag van de inwoner ten aanzien van het oplossen van de schulden;
- f.
of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort;
- g.
eerder gebruik van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen;
- h.
de doelmatigheid van de in te zetten ondersteuning.
- 3.
Het college kiest op basis van bovenstaande afweging de ondersteuningsvorm die het meest passend en doelmatig is om te komen tot een duurzame oplossing van de schulden.
Artikel 11. Verplichtingen
- 1.
De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.
- 2.
Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdigheid van aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.
- 3.
Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:
- a.
het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;
- b.
het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;
- c.
het bewust meewerken aan de begeleiding;
- d.
het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen en
- e.
het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden.
- 4.
Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.
HOOFDSTUK 5. NAZORG
Artikel 12. Periode van nazorg
Als uit de evaluatie blijkt dat alle doelen behaald zijn, gaat de periode waarin de inwoner ondersteund wordt over in een periode van nazorg. Nazorg is in principe een periode van 12 maanden.
Artikel 13. Nazorg
Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm en duur van nazorg in overleg met de inwoner vast.
HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING
Artikel 14. Beëindiging schuldhulpverlening
Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af.
Artikel 15. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
- 1.
Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als:
- a.
de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:
- a.
- I.
dit aan de inwoner te verwijten is;
- II.
er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen en
- III.
daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen;
- b.
de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven of
- c.
de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt.
- 2.
De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.
HOOFDSTUK 7. BKR-REGISTRATIE
Artikel 16. BKR-registratie problematische schulden
- 1.
Het college doet een melding (SH) bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd.
- 2.
Het college verwijdert de BKR-registratie zodra de schuldhulpverlening is beëindigd.
HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN
Artikel 17. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden de dag na bekendmaking in werking.
Artikel 18. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026.
Te bepalen dat bovenstaand wordt bekendgemaakt:
- door opname in het Gemeenteblad.
Aldus vastgesteld, 31 maart 2026
College van burgemeester en wethouders
de secretaris, de burgemeester,
Toelichting
2.1. Inleiding
Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Op grond van de Wgs moet de gemeenteraad een plan opstellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. In dit plan, Beleidsplan Samen sterker in rondkomen 2026-2030, staat op welke manier de gemeente schuldhulpverlening geeft aan inwoners en hoe de gemeente inwoners helpt om schulden te voorkomen. Het college heeft de taak om dit plan uit te voeren en schuldhulpverlening toegankelijk te maken voor haar inwoners, waarbij maatwerk en een integrale aanpak bij de schuldhulpverlening centraal staan.
Uit het integrale karakter van schuldhulpverlening volgt dat de schuldhulpverlening niet alleen gericht moet zijn op de financiële problemen van een inwoner, maar ook op de omstandigheden die hier mee samenhangen. Gedacht kan worden aan psychosociale factoren, relatieproblemen, gezondheidsproblemen, verslaving of de woon- of gezinssituatie. De schuldhulpverlening is hiermee ook gericht op de verschillende oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan het ontstaan van schulden. Gemeenten vervullen zodoende een regierol in het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden bij inwoners. Het doel is ook dat een inwoner na de schuldhulpverlening financieel fit is en de kennis, vaardigheden en competenties heeft om financieel in balans te blijven.
2.2. Inhoud en basis beleidsregels
Het college geeft schuldhulpverlening op een laagdrempelige en integrale manier aan inwoners die deze hulp vragen of daar via vroegsignalering voor in aanmerking komen. In deze beleidsregels wordt nader ingegaan op welke manier het aanbod voor de schuldhulpverlening tot stand komt en hoe het college inwoners helpt om schulden te voorkomen. Verder is geregeld hoe een inwoner een aanvraag voor schuldhulpverlening kan indienen en hoe het proces er dan uit ziet. Ook wordt aangegeven uit welke onderdelen schuldhulpverlening kan bestaan en hoe de schuldhulpverlening wordt beëindigd.
Schuldhulpverlening is laagdrempelig en breed toegankelijk zodat zoveel mogelijk inwoners daarvan gebruik maken. De beleidsregels zijn gebaseerd op:
- •
de wetgeving, in het bijzonder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
- •
de elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening;
- •
de VNG-handreiking ‘Begeleiding’;
- •
het inwonersperspectief, uit het basisproces van de routekaart Financiële Zorgen.
2.3. Over de elementen basisdienstverlening schuldhulpverlening
De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening komen voort uit de bestuurlijke afspraken basisdienstverlening schuldhulpverlening die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Divosa, de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 21 maart 2024 zijn ondertekend om de schuldhulpverlening verder te versterken en de verschillen in dienstverlening tussen gemeenten te verkleinen. Op 5 juni 2025 is het plan opnieuw bekrachtigd door de bestuurders van de vier partijen.
De basisdienstverlening omvat twintig elementen die samen de basis vormen van de schuldhulpverlening waar de inwoner in elke gemeente een beroep op moet kunnen doen. Op deze wijze wordt er gewerkt aan het gelijktrekken en het vergroten van het bereik van schuldhulpverlening in Nederland.
2.4. Over het begeleiden van inwoners
De VNG-handreiking Begeleiding is gemaakt in samenwerking met de NVVK, een aantal gemeenten en de Stadsbank Oost-Nederland. De handreiking biedt ondersteuning aan gemeenten bij de implementatie van tien van de twintig elementen van de basisdienstverlening. In de handreiking ligt daarbij de nadruk op de manier waarop gemeenten alle aspecten van begeleiding kunnen vormgeven en implementeren, waaronder de intake en het financieel begeleiden van inwoners. De overige elementen hebben per element een factsheet met een nadere uitleg die te vinden is op de website van de VNG.
2.5. Over de routekaart
De routekaart Financiële Zorgen beschrijft het ideale schuldhulpverleningsproces voor verschillende inwoners. De routekaart stelt het perspectief van inwoners voorop, met als doel om de ondersteuning van de inwoner te verbeteren en de schuldhulpverlening effectiever te maken. In de routekaart wordt aan de hand van mijlpalen per fase uit het schuldhulpverleningsproces, uitgewerkt hoe vanuit verschillende rollen binnen een gemeente de ideale reis voor de inwoner mogelijk kan worden gemaakt.
2.6 Toelichting per artikel
Artikel 1. Definities
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. In de definities is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de VNG-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’.
Begeleidingsproducten en financiële begeleiding
Bij schuldhulpverlening gaat het niet alleen om het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel zelfredzaam wordt en met vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Omdat inwoners met (problematische) schulden vaak ook te maken hebben met achterliggende problemen op verschillende leefgebieden, richt het aanbod voor de schuldhulpverlening zich ook op die problemen.
Begeleiding binnen de schuldhulpverlening kan bestaan uit financiële begeleiding zoals budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind. Tegelijkertijd kan als onderdeel van de begeleiding flankerende hulp worden ingezet. Flankerende hulp is anders dan financiële begeleiding en wordt geboden als dit nodig is om de situatie van de inwoner te verbeteren en het bijdraagt aan duurzame uitstroom. Flankerende hulp bestaat uit alle vormen van hulp- en dienstverlening die de inwoners ondersteunen, zoals maatschappelijk werk, verslavingszorg en ambulante begeleiding. Om dit deel van de schuldhulpverlening te kunnen omschrijven is in de beleidsregels het begrip ‘begeleidingsproducten’ opgenomen. Deze begeleidingsproducten worden ingezet om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te verbeteren. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet.
Artikel 2. Doelgroep
Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Als deze situatie zich voordoet, overlegt het college zo nodig met het college in de nieuwe woonplaats over de mogelijkheden van schuldhulpverlening.
Artikel 3. Aanvraag
Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden - ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een aanvraag vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken, via de website, email of de telefoon, dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet (via vroegsignalering van schulden) accepteert, dan wordt dat ook gezien als een aanvraag. Het aanmeldproces dat hierop volgt, is ook zoveel mogelijk laagdrempelig en gericht op het voorkomen van stress. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in het contact en het opbouwen van vertrouwen, inwoners worden niet direct om papieren gevraagd en zij worden zo veel mogelijk ontzorgd. Dit voorkomt dat inwoners schuldhulpverlening niet willen of kunnen aanvragen of gaandeweg de aanvraag uitvallen.
Artikel 4. Intake
Na het aanmeldproces volgt een intake, waar het eerste gesprek een onderdeel van is. Die intake kan ook bestaan uit meerdere gesprekken. In het artikel is geregeld dat het eerste gesprek binnen vier weken plaatsvindt. In crisissituaties is geregeld dat dit binnen drie dagen is om verergering van de situatie te voorkomen.
In de beleidsregels wordt gesproken van een intake, omdat er voor het voeren van de gesprekken een gestructureerde werkwijze is. Deze werkwijze levert een grote bijdrage aan de effectiviteit van de intake en zorgt er tegelijkertijd voor dat maatwerk mogelijk blijft en de schuldhulpverlening echt kan worden afgestemd op de inwoner. Het startpunt van deze gestructureerde werkwijze is een intake waarin gestructureerd wordt bepaald wat de inwoner nodig heeft door steeds dezelfde thema’s aan bod te laten komen.
Het doel is om middels de intake een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner, de thema’s die spelen en de thema’s waaraan de inwoner wil werken. Verder wordt ook geïnventariseerd welke competenties een inwoner al heeft, welke nog moeten worden ontwikkeld, wat de inwoner zelf kan doen en waarbij hulp nodig is en van wie. Dit leidt tot het formuleren van de hulpvraag, om zo duidelijk te krijgen welke vorm van (financiële) ondersteuning de inwoner nodig heeft.
In de bepaling is ook vastgelegd dat het college de inwoner tijdens het eerste gesprek informeert over het verloop van het proces. Dit betreft de inspanningen die het college doet om relevante informatie te verzamelen en te ordenen zodat het de inwoner kan ontzorgen en ondersteunen bij het krijgen van inzicht in de financiële situatie. Daarnaast informeert het college de inwoner over de persoonsgegevens die in verband met de schuldhulpverlening verwerkt worden en hoe de schuldhulpverlening er ongeveer uit zal zien. Het gaat dan onder andere om de doelen, de mogelijkheden en de duur van de schuldhulpverlening inclusief nazorg.
Artikel 5. Beschikking
Nadat tijdens de intake één of meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden wordt een beschikking afgegeven. De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toelatingsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. De inwoner krijgt in elk geval een toelatingsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toelatingsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.
Artikel 6. Toegang
Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.
Artikel 7. Weigering
Inwoners zonder verblijfsstatus hebben geen toegang tot schuldhulpverlening. Dit is een absolute weigeringsgrond op grond van artikel 3, vierde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Het college is in dat geval verplicht de toegang te weigeren.
Daarnaast kent de Wgs in artikel 3, tweede en derde lid, facultatieve weigeringsgronden. Deze gronden geven het college beleidsruimte om schuldhulpverlening te weigeren wanneer er sprake is van terugval of fraude, mits de gemeenteraad deze gronden heeft opgenomen in het plan bedoeld in artikel 2 van de Wgs. Onderdeel a betreft eerdere toegang tot schuldhulpverlening binnen zes maanden na een beëindigingsbeschikking. Onderdeel b betreft fraude die heeft geleid tot financiële benadeling van een bestuursorgaan en waarvoor een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling of bestuurlijke sanctie is opgelegd. In beide gevallen geldt dat de weigeringsgrond alleen kan worden toegepast binnen zes maanden na de beëindigingsbeschikking, respectievelijk na de veroordeling of sanctie. Na het verlopen van deze termijn kan het college deze gronden niet meer toepassen.
Onderdeel c betreft een gemeentelijke weigeringsgrond: het weigeren van schuldhulpverlening gedurende een bepaalde periode wanneer de inwoner zich ernstig heeft misdragen tegenover personen die namens de gemeente schuldhulpverlening verlenen. Deze weigeringsgrond is opgenomen in het Beleidsplan Samen sterker in Rondkomen en sluit aan bij de bevoegdheid van gemeenten om de veiligheid en integriteit van medewerkers te beschermen.
Onderdeel d ziet op situaties waarin een schuldregeling door eigen toedoen van de inwoner is beëindigd en de inwoner niet te goeder trouw heeft gehandeld. In dergelijke gevallen kan het college een uitsluiting toepassen van maximaal drie jaar. Deze bepaling is bedoeld om misbruik en strategisch gedrag te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer een inwoner bewust middelen achterhoudt, afspraken structureel niet nakomt of een schuldregeling vroegtijdig beëindigt om eigen voordeel te behalen. De maximale termijn van drie jaar sluit aan bij landelijk gehanteerde kaders in de Wsnp en bij de NVVK en biedt ruimte voor maatwerk afhankelijk van de ernst van het gedrag en de omstandigheden van het geval.
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen deze weigeringsgrond en een terugval tijdens de periode van nazorg. De weigeringsgrond “eerder gebruik van schuldhulpverlening” (onderdeel a) ziet uitsluitend op een nieuwe aanvraag die wordt ingediend binnen zes maanden na een beëindigingsbeschikking. Deze staat volledig los van terugval tijdens de nazorg zoals bedoeld in de artikelen 13. Een terugval in die fasen leidt dus niet automatisch tot weigering van verdere schuldhulpverlening.
Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot schuldhulpverlening krijgen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is ook geregeld dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag en het doorlopen van het wettelijke schuldsaneringstraject om zo uitval te voorkomen. De begeleiding bestaat onder andere uit hulp bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de zitting en meegaan naar een toelatingszitting. Daarnaast wordt tijdens het traject financiële begeleiding geboden, vergelijkbaar met de begeleiding bij de schuldhulpverlening. Het college biedt ook begeleiding aan inwoners die niet bij de gemeente bekend zijn als hulpvrager.
Artikel 9. Inhoud plan van aanpak
Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld.
Het plan van aanpak is een onderdeel van een toelatingsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening die het college gaat geven. Daarom is in het tweede lid opgesomd wat er in elk geval in het plan van aanpak moet staan. Daarbij worden onder andere de momenten genoemd die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld over de momenten waarop de begeleidingsproducten worden ingezet en de momenten waarop er contact en evaluatie plaatsvindt. Verder moet de beslagvrije voet in acht genomen worden. Bij het vaststellen van die afloscapaciteit wordt uitgegaan van het Vtlb volgens de Recofa-Methode2. Wanneer deze gegevens op het moment van opstellen nog niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld omdat noodzakelijke bewijsstukken nog niet zijn aangeleverd, worden deze toegevoegd zodra de stukken beschikbaar zijn. Dit voorkomt vertraging in de start van de schuldhulpverlening en draagt bij aan laagdrempeligheid. Het college streeft ernaar het plan van aanpak zo volledig mogelijk op te stellen, maar vult ontbrekende gegevens later aan en verwerkt dit in een gewijzigde beschikking indien nodig.
In het derde lid is vastgelegd dat het plan van aanpak wordt geëvalueerd om de voortgang van de schuldhulpverlening te meten. Bij de evaluatie wordt een meetinstrument gebruikt. De intensiteit en de frequentie waarmee wordt geëvalueerd is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.
Overigens kan het plan van aanpak ook eerst op hoofdlijnen worden opgesteld en later worden aangevuld. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet.
Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening
Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid worden een aantal varianten daarvoor genoemd. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit.
Met een betalingsregeling wordt met schuldeisers afgesproken dat de gehele schuld in termijnen wordt afgelost. Bij een herfinanciering betaalt een kredietverstrekker in één keer alle schulden van de inwoner af, waarna de inwoner het totale bedrag in termijnen terugbetaalt aan de kredietverstrekker. Bij een saneringskrediet doet een kredietverstrekker een betalingsaanbod aan schuldeisers, waarmee de schulden in één keer voor een deel worden afgelost en het overige deel wordt kwijtgescholden (tenzij wettelijk anders geregeld). Daartoe sluit de inwoner een saneringskrediet af bij de kredietverstrekker, de inwoners lost het betaalde bedrag vervolgens binnen 18 maanden af bij deze kredietverstrekker. Bij schuldbemiddeling wordt maandelijks voor de aflossing van schulden gespaard. Periodiek wordt een zo groot mogelijk deel van de schulden afgelost. Na de overeengekomen periode (van 18 maanden) volgt kwijtschelding van de schuldeisers, als aan de voorwaarden is voldaan. Een schuldenregeling zonder afloscapaciteit kan worden aangeboden als het inkomen van de inwoner lager is dan het berekende vrij te laten bedrag.
Schuldhulpverlening gaat echter verder dan het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en er sprake is van financieel gezond gedrag. Daarom is in het eerste lid ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten bestaat. Het gaat dan in de eerste plaats om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomen verhogende voorzieningen. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag (budgetcoaching) en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten, het bieden van een vorm van budgetbeheer of het bieden beschermingsbewind kan ook onderdeel zijn van die financiële begeleiding.
Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp. Uit de intake kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat de inwoner ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Denk aan maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding.
In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden. Bij niet wettelijke crisissituaties kan het aanbieden van schuldhulpverlening versneld ingezet worden.
Artikel 11. Verplichtingen
Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.
Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht, voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van op grond van artikel 12 tot en met 16 Bgs kan opvragen. Onder ‘tijdige aanlevering’ wordt verstaan dat de inwoner de gevraagde bewijsstukken binnen de door het college gestelde termijn verstrekt. Wanneer stukken te laat worden aangeleverd, beoordeelt het college of de vertraging verwijtbaar was en of deze de uitvoering van de schuldhulpverlening heeft belemmerd. Te late aanlevering betekent niet automatisch dat de inlichtingenplicht niet is nagekomen.
Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen. Voor het vergroten van de afloscapaciteit geldt dat de inwoner er onder andere voor moet zorgen dat de inwoner werkt voor zover dat kan of voor zover mogelijk probeert om werk te krijgen, dat de inwoner beschikbaar vermogen inzet om schulden af te lossen en uitgaven zoveel mogelijk probeert te beperken.
Artikel 12. Periode van nazorg
Dit artikel maakt duidelijk dat ondersteuning van de inwoner wordt voortgezet door een periode van nazorg. Nazorg is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs.
Artikel. 13 Nazorg
Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Dit is maatwerk en afhankelijk van de situatie van de inwoner.
Nazorg is een wettelijke verplichting op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en vormt de laatste fase van de begeleiding. Het doel van nazorg is om duurzaam financieel gezond gedrag te behouden en terugval te voorkomen.
Het college onderzoekt samen met de inwoner welke vorm van nazorg passend en wenselijk is. De gekozen vorm en duur van de nazorg worden na overleg met de inwoner vastgelegd. In principe duurt nazorg twaalf maanden. In deze periode kan het college één of meerdere contactmomenten plannen om te bespreken hoe het gaat, of er knelpunten zijn en of aanvullende ondersteuning nodig is. De schuldhulpverlening, inclusief nazorg, eindigt daarnaast wanneer de inwoner zelf verzoekt om beëindiging.
Nazorg wordt al tijdens het opstellen van het plan van aanpak in beeld gebracht, zodat inwoner en college tijdig weten welke ondersteuning na afronding van de intensieve fase wordt voortgezet. Ook in de nazorg staat het voorkomen van terugval centraal. Wanneer zich in deze fase een terugval voordoet, onderzoekt het college samen met de inwoner welke ondersteuning nodig is om financieel gezond gedrag te herstellen en hoe hulpverlening kan worden ingezet om een nieuwe terugval te voorkomen.
Na afronding van de nazorg verstuurt de gemeente een beëindigingsbeschikking schuldhulpverlening, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten nog doorlopen. In dat geval verstuurt de gemeente een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak waarin alleen de producten zijn opgenomen die nog voortduren.
Artikel 14. Beëindiging schuldhulpverlening
Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan.
Artikel 15. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien.
Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren.
De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
Artikel 16. BKR-registratie
In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, het college een melding (SH) doet bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden. De registratie wordt verwijderd zodra schuldhulpverlening is beëindigd.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl