Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760484
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760484/1
Regeling vervalt per 01-01-2028
Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026 - 2027
Geldend van 15-04-2026 t/m 31-12-2027
Intitulé
Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026 - 2027Gedeputeerde Staten van Limburg
maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 7 april 2026 hebben vastgesteld:
NADERE SUBSIDIEREGELS Sprintsubsidie MKB 2026 - 2027
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
-
1. MKB: Een zelfstandige onderneming (of voor een deel zelfstandig) waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en de jaaromzet €50 miljoen of lager is, of de jaarbalans €43 miljoen of lager is. In deze Nadere subsidieregels worden niet onder MKB verstaan:
- a.
agrarische ondernemingen (SBI-code A);
- b.
zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).
- a.
-
2. Bestaande oplossing: Een technologie, werkwijze of oplossing die bij andere ondernemingen met succes wordt toegepast in vergelijkbare bedrijfsprocessen, en die nog niet operationeel is toegepast binnen de eigen onderneming. Van een succesvolle toepassing is sprake indien aannemelijk is dat deze bij andere ondernemingen heeft geleid tot een meetbare en positieve verbetering van het bedrijfsproces of het behaalde resultaat.
-
3. Nieuw voor de onderneming: Een technologie, werkwijze of oplossing die niet eerder operationeel is toegepast of geïmplementeerd binnen de eigen bedrijfsprocessen, systemen of werkmethoden van de aanvrager, en waarvan de toepassing leidt tot een aantoonbare en meetbare verbetering van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ten aanzien van productiviteit, efficiëntie, kwaliteit, kostenbesparing of het verbruik van energie of grondstoffen.
-
4. Implementatie van een bestaande oplossing: De daadwerkelijke toepassing of ingebruikname van een bestaande oplossing (zoals hierboven onder 2 bedoeld) in de bedrijfsprocessen, systemen of werkmethoden van de aanvrager.
-
5. Arbeidsproductiviteit: De verhouding tussen de hoeveelheid output van een onderneming (o.a. het aantal geproduceerde goederen, verleende diensten, afgehandelde klantorders of gerealiseerde omzet in een bepaalde periode) en de ingezette arbeid (mensuren of fte’s). Arbeidsproductiviteit stijgt door een efficiëntere werkwijze of procesinrichting, het verhogen van de kwaliteit van het geleverde product of dienst, of door het realiseren van een grotere output per arbeidsuur.
-
6. Reguliere bedrijfsvoering: De gebruikelijke, terugkerende activiteiten binnen de onderneming die gericht zijn op het in stand houden van bestaande processen, waaronder onderhoud, periodieke vervangingen zonder innovatief karakter, verplichte scholing of certificering.
-
7. Project: een samenhangend geheel van activiteiten binnen de onderneming gericht op het zelfstandig implementeren van een bestaande oplossing, met als doel het structureel verbeteren van processen, producten of diensten in de eigen bedrijfsvoering.
-
8. Aantoonbaar en meetbaar bijdragen: houdt in dat de aanvrager in de subsidieaanvraag gemotiveerd en met relevante, meetbare indicatoren (zoals productiviteit, energieverbruik, CO2-uitstoot, afvalvolume, kostenbesparing, foutpercentage of kwaliteitsniveau) onderbouwt hoe het project het gekozen thema daadwerkelijk en structureel verbetert.
-
9. Samenwerkingsverband: een samenwerking tussen minimaal twee MKB-ondernemingen, gericht op de gezamenlijke uitvoering van één project, waarbij:
- a.
de deelnemende partijen gezamenlijk dan wel ieder voor zich activiteiten uitvoeren die bijdragen aan het project, zoals vastgesteld in de aanvraag;
- b.
geen van de deelnemende partijen meer dan 50% van de subsidiabele kosten van het project voor haar rekening neemt;
- c.
de deelnemende partijen niet als verbonden organisaties kunnen worden aangemerkt.
- a.
-
10. Verbonden organisatie: van een verbonden organisatie is in ieder geval sprake indien tussen de partijen, direct of indirect:
- a.
sprake is van een fiscale eenheid of doorslaggevende zeggenschap;
- b.
overlap bestaat in bestuur, directie of toezichthoudende organen;
- c.
een financieel belang of feitelijke invloed kan worden uitgeoefend op elkaars besluitvorming.
- a.
-
11. Machine learning: software of algoritmen die op basis van data patronen herkennen en processen automatisch kunnen optimaliseren, zonder dat elke stap vooraf handmatig is geprogrammeerd.
-
12. Upcycling: het verwerken van restmaterialen of afgedankte producten tot nieuwe toepassingen met een hogere functionele of economische waarde dan het oorspronkelijke materiaal.
-
13. Refurbishing: het opnieuw geschikt maken van gebruikte producten, onderdelen of materialen door inspectie, herstel of aanpassing, zodat deze opnieuw binnen het productie- of bedrijfsproces kunnen worden ingezet.
Artikel 2 Doelstelling/doel van de regeling
Deze Nadere subsidieregels beogen het MKB te ondersteunen bij het versneld toekomstbestendig maken van hun bedrijfsvoering door de implementatie van bestaande oplossingen.
De regeling draagt bij aan de uitvoering van het provinciale beleidskader ‘Werken aan een toekomstbestendige economie 2024-2027’ en richt zich op projecten die passen binnen één of meer van de volgende thema's: digitalisering, verduurzaming, circulariteit en arbeidsproductiviteit zoals nader uitgewerkt in artikel 4 van deze nadere subsidieregels.
Deze Nadere subsidieregels hebben daarbij de volgende overkoepelende doelstellingen:
- 1.
het stimuleren van de toepassing van bestaande oplossingen binnen het MKB;
- 2.
het vergroten van de weerbaarheid, efficiëntie en duurzaamheid van het MKB;
- 3.
het verlagen van financiële en organisatorische drempels voor het MKB bij de implementatie van bestaande oplossingen die nieuw zijn voor de onderneming.
Deze doelstellingen geven richting aan de inzet van het subsidie-instrument en de beleidsmatige afwegingen. De inhoudelijke beoordeling van subsidieaanvragen vindt plaats aan de hand van de criteria zoals opgenomen in artikel 4 van deze Nadere subsidieregels.
Artikel 3 Doelgroep/aanvrager
Voor subsidie kunnen in aanmerking komen:
- 1.
- a.
MKB zoals bedoeld in artikel 1 aanhef en onder 1 van deze Nadere subsidieregels.
- b.
Samenwerkingsverbanden bestaande uit minimaal twee genoemde MKB, waarbij één partij als penvoerder optreedt.
- a.
Hoofdstuk 2 Criteria
Artikel 4 Algemene subsidiecriteria
Om voor een subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria:
- 1.
Het project betreft de implementatie van een bestaande oplossing als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder 2 van deze Nadere subsidieregels, die daarnaast nieuw is voor de onderneming als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder 3 van deze Nadere subsidieregels;
- 2.
De implementatie genoemd onder lid 1 van dit artikel leidt tot een aantoonbare en meetbare verbetering van de bedrijfsvoering (zie artikel 1 aanhef onder 8 van deze Nadere subsidieregels) binnen één of meer van de thema’s hieronder genoemd.
- a.
Digitalisering: toepassing van digitale technologieën en datagedreven werkwijzen binnen de bedrijfsvoering, gericht op het verbeteren van processen, efficiëntie of kwaliteit. Hieronder wordt onder meer verstaan:
- i.
automatisering van productie- of dienstverleningsprocessen;
- ii.
digitalisering van interne of klantgerichte processen (zoals orderverwerking, planning of kwaliteitscontrole);
- iii.
procesmonitoring met behulp van sensoren of software;
- iv.
inzet van zelflerende software of algoritmen (machine learning; artikel 1 aanhef en onder 11) om processen slimmer aan te sturen (bijvoorbeeld voor foutreductie of capaciteitsplanning).
- i.
- b.
Verduurzaming: vermindering van energie- of grondstoffengebruik, CO₂-uitstoot of milieu-impact door procesgerichte en innovatieve maatregelen. Hieronder wordt onder meer verstaan:
- i.
gebruik van software of meetsystemen om energieverbruik inzichtelijk te maken en te optimaliseren;
- ii.
slimme planning of routing van logistieke processen om transportbewegingen en uitstoot te beperken;
- iii.
procesaanpassingen die structureel leiden tot efficiënter gebruik van materialen of energie.
- i.
- c.
Circulariteit: het structureel verminderen van afval en het efficiënter benutten van grondstoffen door aanpassing van processen of samenwerking in de keten. Hieronder wordt onder meer verstaan:
- i.
hergebruik van materialen binnen het eigen productieproces;
- ii.
verwerking van reststromen tot nieuwe toepassingen met hogere waarde (upcycling; artikel 1 aanhef en onder 12);
- iii.
samenwerking met leveranciers of afnemers om materiaalstromen te sluiten;
- iv.
retourlogistiek of het geschikt maken van gebruikte producten of onderdelen voor hergebruik (refurbishing; artikel 1 aanhef en onder 13).
- i.
- d.
Arbeidsproductiviteit: zoals beschreven in artikel 1 aanhef en onder 5 van deze Nadere subsidieregels. Hieronder wordt onder meer verstaan:
- i.
automatisering van handmatige of repetitieve werkzaamheden;
- ii.
inzet van digitale hulpmiddelen voor werkplanning of taakverdeling;
- iii.
digitalisering van werkroosters, capaciteitsplanning of interne logistiek.
- i.
- a.
- 3.
De aanvrager toont met een onderbouwd plan en (project)begroting aan, dat het project financieel, organisatorisch en technisch haalbaar is binnen de onderneming. Dit wordt beoordeeld op basis van de volledigheid, duidelijkheid en realiteitszin van het ingediende plan;
- 4.
Het project wordt geografisch uitgevoerd binnen de provincie Limburg.
Artikel 5 Verplichtingen subsidieontvanger
De subsidieontvanger dient, naast het genoemde in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 4 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v., te voldoen aan de volgende verplichtingen:
- 1.
Het project dient binnen 24 maanden na verzenddatum van de subsidiebeschikking afgerond te zijn.
- 2.
Onder toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg e.v., dient de subsidieontvanger, uiterlijk binnen twee maanden na afronding van het project, middels een schriftelijk verslag vergezeld van fotomateriaal aan te tonen dat het project, waarvoor subsidie wordt verstrekt, is gerealiseerd conform de in de subsidieverleningsbeschikking opgelegde voorwaarden en verplichtingen.
Artikel 6 Afwijzingsgronden
In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien:
- a.
het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;
- b.
het project niet is gericht op de doelgroep zoals gesteld in artikel 3;
- c.
niet wordt voldaan aan (één van) de criteria in artikel 4;
- d.
de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert;
- e.
de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming/instelling en niet op procesverbeteringen;
- f.
de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 11;
- g.
het project primair of in overwegende mate is gericht op onderzoek, ontwikkeling, experimenten of productinnovatie, en niet op de implementatie van een bestaande oplossing binnen de eigen onderneming;
- h.
de aanvrager gedurende de looptijd van deze regeling al subsidie heeft ontvangen op grond van deze Nadere subsidieregels.
Hoofdstuk 3 Financiële aspecten
Artikel 7 Subsidieplafond
-
1. Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond van deze nadere subsidieregels per tranche vast.
-
2. De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds.
Artikel 8 Subsidiebedrag
-
1. Het subsidiebedrag bedraagt niet meer dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten;
-
2. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal €24.500,-;
-
3. Subsidies kleiner dan €5.000,- worden niet verstrekt;
-
4. In het geval van een samenwerkingsverband, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid aanhef en onder 9 van deze Nadere subsidieregels, geldt dat het totale subsidiebedrag maximaal €100.000,- bedraagt met dien verstande dat het subsidiebedrag per deelnemende onderneming maximaal €24.500,- is;
-
5. De aanvrager draagt minimaal 25% van de totale subsidiabele projectkosten zelf bij. Deze eigen bijdrage mag niet afkomstig zijn uit andere provinciale, nationale of Europese subsidies.
Artikel 9 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten zijn subsidiabel:
- a.
loonkosten van medewerkers, voor zover deze betrekking hebben op aantoonbaar en specifiek aan het project toe te rekenen uren voor de voorbereiding, uitvoering of interne implementatie van de bestaande oplossing binnen de onderneming ;
- b.
kosten voor de aanschaf van apparatuur, software, machines of systemen die de bestaande oplossing vormen of die noodzakelijk zijn voor de implementatie daarvan;
- c.
kosten voor begeleiding, configuratie, training of technische ondersteuning die rechtstreeks en aantoonbaar verband houden met de implementatie van de bestaande oplossing, en niet behoren tot reguliere scholing of algemene opleiding van personeel;
- d.
kosten voor tijdelijke of eenmalige aanpassingen aan productieprocessen, werkplekken of software, en materiaalkosten die noodzakelijk zijn voor het operationeel maken, testen, afstellen of inregelen van de bestaande oplossing en die geen onderdeel vormen van reguliere productie of handelsvoorraad.
- a.
-
2. Aanvullend op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
kosten die behoren tot de reguliere bedrijfsvoering, zoals onderhoud, reparatie, vervanging zonder innovatief karakter, periodieke certificeringen, reguliere scholing, management, overhead, administratie- of accountantskosten;
- b.
kosten voor de (door)ontwikkeling van producten, diensten of technologieën, advieswerkzaamheden gericht op strategie, marktanalyse of onderzoek;
- c.
kosten voor lease, huur of afschrijving van onroerend goed, voertuigen of apparatuur behorend tot de reguliere bedrijfsvoering;
- d.
kosten voor het opstellen of indienen van de subsidieaanvraag, alsmede kosten voor externe subsidieadviesbureaus, bemiddelaars of intermediairs;
- e.
financiële en juridische kosten, waaronder rente, boetes, gerechtskosten, belastingen en niet-aftrekbare btw;
- f.
kosten die reeds via andere Europese, nationale of provinciale subsidieregelingen worden gesubsidieerd, of waarvoor op grond van een andere subsidieregeling aanspraak kan worden gemaakt, dan wel kosten die verplicht voortvloeien uit wet- en regelgeving;
- g.
aanschafkosten voor standaardvoorzieningen, middelen of machines zonder duidelijke koppeling aan procesverbetering.
- a.
Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure
Artikel 10 Indienen aanvraag
-
1. Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies > actuele subsidieregelingen.
-
2. Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het formulier en dient bij voorkeur digitaal, middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) of DigiD (aanvragen van particulieren), te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk en zal niet in behandeling worden genomen.
Artikel 11 Termijn voor indienen aanvraag
-
1. Subsidieaanvragen kunnen tweemaal per jaar worden ingediend, te weten;
- a.
in 2026 voor de eerste tranche vanaf 11 mei 2026 tot uiterlijk 11 juni 2026 en voor de tweede tranche vanaf 21 september 2026 tot uiterlijk 21 oktober 2026;
- b.
in 2027 voor de eerste tranche vanaf 4 januari 2027 tot uiterlijk 4 februari 2027 en voor de tweede tranche vanaf 3 mei 2027 tot uiterlijk 3 juni 2027.
- a.
-
2. Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 12 Hardheidsclausule
-
1. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten.
-
2. Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.
Artikel 13 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel
-
1. Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
-
2. Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.
-
3. Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026 - 2027”.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 7 april 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd
de voorzitter,
de heer E.G.M. Roemer
secretaris
de heer D.F. Timmer
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl