Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 7 april 2026, nr. UTSP-1594945003-5186, tot vaststelling van de Beleidsregels vergunningverlening open bodemenergiesystemen Het Ambacht in Veenendaal 2026

Geldend van 14-04-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 7 april 2026, nr. UTSP-1594945003-5186, tot vaststelling van de Beleidsregels vergunningverlening open bodemenergiesystemen Het Ambacht in Veenendaal 2026

Gedeputeerde staten van Utrecht;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5.1, tweede lid onder d van de Omgevingswet, en artikel 2.5 Besluit activiteiten leefomgeving;

Overwegende dat het wenselijk is om de Beleidsregels vergunningverlening open bodemenergiesystemen Het Ambacht in Veenendaal 2026 vast te stellen, omdat:

  • -

    in de Omgevingsvisie provincie Utrecht de ambitie opgenomen is dat de provincie Utrecht zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal is;

  • -

    in deze visie de ambitie is opgenomen om het bodem- en watersysteem in te zetten voor het duurzaam opwekken en opslaan van energie, op een veilige en verantwoorde manier,

  • -

    in het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 is opgenomen dat gedeputeerde staten, wanneer een gemeentelijk bodemenergieplan met de provincie is afgestemd en in lijn is met het provinciale beleid, de daaruit voortvloeiende beleidsregels vaststellen als aanvullend toetsingskader voor vergunningverlening;

  • -

    het wenselijk is nadere regels te stellen voor open bodemenergiesystemen om het potentieel van de ondergrond in het gebied Het Ambacht in de gemeente Veenendaal optimaal te gebruiken;

  • -

    burgemeester en wethouders van Veenendaal hiertoe het Bodemenergieplan Het Ambacht Gemeente Veenendaal hebben vastgesteld en gedeputeerde staten hebben verzocht dit te hanteren als toetsingskader voor vergunningverlening voor open bodemenergiesystemen.

Besluiten de volgende beleidsregels vast te stellen:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Open bodemenergiesysteem: Installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van bijbehorende bronpompen en warmtewisselaar en, voor zover aanwezig, warmtepomp en regeneratievoorziening;

  • b.

    Doubletsysteem: Type open bodemenergiesysteem met (minstens) een warme en een koude bron, waarbij de stromingsrichting tijdens verwarmingsbedrijf tegengesteld is aan de stromingsrichting tijdens koelingsbedrijf.

  • c.

    Monobron: Type open bodemenergiesysteem waarbij een onttrekkingsfilter en een infiltratiefilter boven elkaar in een bron worden geplaatst, waardoor slechts één boorgat nodig is.

  • d.

    Recirculatiesysteem: Type open bodemenergiesysteem dat jaarrond met dezelfde onttrekkingsbron grondwater onttrekt en dat jaarrond met dezelfde infiltratiebron in de bodem terugbrengt.

  • e.

    Vergunning: Omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.1, 2e lid onder b van de Omgevingswet juncto artikel 3.19, 1e lid van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • f.

    Watervoerend pakket: Een bodemlaag die water doorvoert en die aan boven- en onderzijde begrensd wordt door een slecht doorlatende laag of door een vrije waterspiegel. De indeling van de watervoerende pakketten is gebaseerd op het hydrogeologisch model REGIS II.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op beslissingen door gedeputeerde staten op aanvragen om een vergunning op grond van de Omgevingswet, of wijzigingen daarvan, voor een open bodemenergiesysteem in het plangebied ‘Het Ambacht’ te Veenendaal, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1.

  • 2. Binnen het plangebied is een gebied aangewezen als projectgebied (zie kaart bijlage 1). Binnen de grenzen van het projectgebied zijn locatiespecifieke beleidsregels van toepassing.

  • 3. Binnen het plangebied en rond het projectgebied Het Ambacht is een gebied aangewezen als Bufferzone (zie kaart bijlage 1).Binnen de grenzen van de bufferzone is een locatiespecifieke beleidsregel van toepassing.

HOOFDSTUK 2 BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 3. Toegestane type open bodemenergiesysteem

  • 1. Er wordt alleen een vergunning verleend voor een open bodemenergiesysteem van het type doublet- of monobronsysteem in het projectgebied Het Ambacht.

  • 2. Een vergunning voor het type monobron wordt uitsluitend verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a)

      Het monobronsysteem wordt buiten de clusters 1, 2, 4 en 6 geplaatst;

    • b)

      Het is aangetoond dat het plaatsen van een monobronsysteem significante voordelen heeft ten opzichte van een (collectief) opslagdoublet en

    • c)

      Het bovenste filter van het monobronsysteem is het warme filter.

Artikel 4. Niet toegestane typen open bodemenergiesysteem

Een vergunning wordt niet verleend voor een open bodemenergiesysteem van het type recirculatiesysteem in het projectgebied Het Ambacht in watervoerend pakket 1b en watervoerend pakket 2.

Artikel 5. Toegestane watervoerend pakket

In het projectgebied Het Ambacht wordt uitsluitend vergunning verleend voor het aanleggen en het gebruiken van een open bodemenergiesysteem in watervoerend pakket 1b (29,5-76,5 m-NAP) of watervoerend pakket 2 (84,5-173,5 m-NAP).

Artikel 6. Locatie en diepte bronnen type doublet

  • 1. Een warme bron mag in het projectgebied Het Ambacht uitsluitend aangelegd worden binnen het gebied aangeduid als ‘warme kernzone’ op de kaart in bijlage 1. De filters moeten zo ondiep mogelijk binnen watervoerend pakket 1b of watervoerend pakket 2 worden gesteld.

  • 2. Een koude bron mag in het projectgebied Het Ambacht uitsluitend aangelegd worden binnen het gebied aangeduid als ‘koude kernzone’ op de kaart in bijlage 1. De filters moeten zo diep mogelijk binnen watervoerend pakket 1b of watervoerend pakket 2 worden gesteld.

Artikel 7. Locatie en diepte bronnen type monobron

  • 1. Indien een monobronsysteem geplaatst is binnen de warme ‘kernzone’ moet het warme bronfilter zo ondiep mogelijk worden gesteld.

  • 2. Indien een monobronsysteem geplaatst is binnen de koude ‘kernzone’ moet het koude bronfilter zo diep mogelijk worden gesteld.

Artikel 8. Pompcapaciteit clusters 1, 2, 4 en 6

  • 1. Doubletsystemen binnen de clusters 1, 2, 4 en 6 moeten een minimale broncapaciteit hebben van 90 m3/h.

  • 2. Indien een doubletsysteem overcapaciteit heeft dan moet deze ter beschikking worden gesteld aan clusters waar onvoldoende broncapaciteit beschikbaar is.

Artikel 9. Energiebalans

Een open bodemenergiesysteem in het projectgebied moet uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikneming een moment bereiken waarop de hoeveelheid koude, die, uitgedrukt in MWh, vanaf de datum van ingebruikneming door het systeem aan de bodem is toegevoegd, ten minste 100% en ten hoogste 120% bedraagt ten opzichte van de hoeveelheid warmte, die, uitgedrukt in MWh, vanaf die datum door het systeem aan de bodem is toegevoegd. Het systeem moet dit telkens herhalen uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt.

Artikel 10. Open bodemenergiesystemen in bufferzone

Nieuwe open bodemenergiesystemen buiten het projectgebied Het Ambacht, maar binnen de bufferzone rond het Ambacht, mogen een maximaal temperatuureffect van 1 °C ten opzichte van de achtergrondtemperatuur hebben op de grens van het projectgebied van Het Ambacht.

Artikel 11. Optimale inpassing open bodemenergiesystemen

  • 1. Om een optimale inpassing van doubletsystemen te waarborgen dienen bronposities van doubletten binnen de vastgestelde warme en koude zones en posities van monobronsystemen voorafgaand afgestemd te worden met de Gemeente (Omgevingsdienst Utrecht) door middel van een adviesaanvraag. Een positief beoordeelde adviesaanvraag wordt als aanvraagvereiste opgenomen bij de vergunningaanvraag.

  • 2. De bronnen in het projectgebied moeten in beginsel gerealiseerd worden op eigen terrein of gedeeld terrein.

  • 3. Indien op eigen of gedeeld terrein niet mogelijk is, is realisatie geheel of gedeeltelijk op terrein van derden mogelijk onder voorwaarde dat de betreffende grondeigenaar hiervoor schriftelijk toestemming heeft verleend. Deze dient bij de vergunningaanvraag gevoegd te worden.

Artikel 12. Overgangsrecht

  • 1. Artikelen 3 tot en met 11 zijn niet van toepassing op de aanleg en het gebruik van een open bodemenergiesysteem in het projectgebied ‘het Ambacht’ conform een vergunning die is verleend voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze Beleidsregels open bodemenergie Het Ambacht Veenendaal 2026.

  • 2. Wijziging van een vergunning voor een open bodemenergiesysteem binnen het projectgebied als bedoeld in het 1e lid, mag niet inhouden het toestaan van een grotere energetische onbalans dan eerder vergund of dan toegestaan conform artikel 9.

Artikel 13. Afwijking beleidsregels

Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan hiervan worden afgeweken. Een onderbouwing van de afwijking moet, samen met een schriftelijke goedkeuring van de gemeente, bij de vergunningaanvraag Omgevingswet gevoegd worden.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 15. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels open bodemenergie Het Ambacht Veenendaal 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 7 april 2026

Gedeputeerde staten van Utrecht,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Bijlage 1 Kaart gebied Het Ambacht in Veenendaal

In deze bijlage is een kaart opgenomen, waarop het plan- en projectgebied is te zien. Het projectgebied Het Ambacht is onderverdeeld in verschillende bouwvelden, zogenaamde clusters. De clusters zijn met stippellijnen aangeduid en voorzien van een nummer. In totaal zijn er zeven clusters.

In het projectgebied zijn over de clusters heen blauwe en rode zones geprojecteerd. Een blauwe of rode zone stelt een koude respectievelijk een warme zone voor. Deze zones zijn de zoekgebieden voor koude en warme bronnen ten behoeve van open bodemenergiesystemen.

Rond het projectgebied is een gebied in grijs weergegeven. Dat is de bufferzone. Het projectgebied samen met de bufferzone vormt het plangebied.

afbeelding binnen de regeling

Toelichting

Algemeen

In Veenendaal ligt projectgebied Het Ambacht dat ontwikkeld gaat worden tot een wijk met een duurzaam karakter en biedt ruimte aan verschillende typen woningen. Het gebied is omringd door bestaande bebouwing en een bedrijventerrein. Over een periode van 10 jaar worden in dit gebied 2.200-2.400 woningen gerealiseerd, verdeeld over zeven clusters. De clusters bestaan uit bouwvelden met elk een eigen invulling qua bebouwing en energievraag. In totaal zijn er 16 bouwvelden. De gemeente heeft voor deze ontwikkeling een energievisie opgesteld. De woningen moet van duurzame warmte en koeling worden voorzien, waarbij ook rekening wordt gehouden met het tegengaan van netcongestie. Dit sluit aan bij de provinciale ambities op het gebied van energietransitie en netcongestie. Bodemenergie is één van de belangrijkste toepassingen voor enerzijds duurzaam koelen en verwarmen en anderzijds voor het tegengaan van netcongestie gezien het lagere elektriciteitsverbruik in vergelijking met andere toepassingen zoals luchtwarmtepompen.

De ondergrond is geschikt voor toepassing van bodemenergie. Er is echter een hoge bouwdichtheid op een relatief klein oppervlak waardoor per cluster mogelijk onvoldoende capaciteit aanwezig is om aan de energievraag te kunnen voldoen. Dit blijkt uit een inventarisatie naar de warmte- en koudevraag en de eigenschappen van de ondergrond uitgevoerd door KWA Bedrijfsadviseurs in opdracht van de gemeente Veenendaal. Via een bodemenergieplan wil de gemeente sturing geven aan optimaal en duurzaam gebruik van de ondergrond, zodat negatieve interferentie tussen de verschillende bodemenergiesystemen of nadelige beïnvloeding van andere ondergrondse functies en bestaande bodemenergiesystemen wordt voorkomen. Een bodemenergieplan voor het gebied Het Ambacht is, in afstemming met de provincie en de Omgevingsdienst Utrecht, opgesteld. Het Bodemenergieplan Het Ambacht in Veenendaal (KWA Bedrijfsadviseurs B.V., kenmerk 4303233DR08, d.d. 21 november 2025), is op 25 november 2025 vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van Veenendaal.

De gemeente heeft de provincie verzocht het bodemenergieplan te hanteren als toetsingskader voor de vergunningverlening voor open bodemenergiesystemen, waarvoor gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn, in het betreffende gebied. Deze Beleidsregels open bodemenergie Het Ambacht Veenendaal 2026 voorzien hierin. Ze zijn gebaseerd op en in overeenstemming met het bodemenergieplan. Het doel is om bij te dragen aan het optimaal benutten van de beschikbare capaciteit van de ondergrond voor bodemenergie, teneinde zo veel mogelijk te kunnen voorzien in de vraag naar duurzame warmte en koude.

Naast deze beleidsregels specifiek voor dit gebied, gelden uiteraard de landelijke en provinciale wet- en regelgeving.

Artikelsgewijs

Artikel 3. Toegestane type open bodemenergiesysteem

De open bodemenergiesystemen die mogen worden toegepast zijn van het type doublet en het type monobron. Gezien de beoogde omvang van de ontwikkelingen en de daarbij behorende warmte-/koudevraag geeft het bodemenergieplan aan dat voornamelijk het type doublet (met een warme en een koude bron, waarbij de stromingsrichting tijdens verwarmingsbedrijf tegengesteld is aan de stromingsrichting tijdens koelingsbedrijf) wordt ingezet. Indien blijkt dat als gevolg van de fasering in bepaalde bouwvelden deelontwikkelingen te klein zijn voor een doubletsysteem en de beschikbare ruimte voor het plaatsen van een doublet en benodigd leidingwerk beperkt is, kan een monobronsysteem onder voorwaarden worden ingezet.

Artikel 4. Niet toegestane typen open bodemenergiesysteem

Recirculatiesystemen, met een vaste onttrekkingsbron en een infiltratiebron, maken geen gebruik van de opslagcapaciteit van de bodem en dat is onwenselijk voor plangebied Het Ambacht. Daarbij is het risico op bronverstoppingen bij deze systemen hoger dan bij systemen van het type doublet of monobron, omdat recirculatiesystemen onbedoeld de redoxgrens kunnen beïnvloeden (grens tussen zuurstofrijk en zuurstofarm grondwater). Ook is het rendement lager dan dat van een opslagsysteem (open bodemenergiesysteem van het type doublet of monobron), zodat daarmee het beschikbare bodempotentieel niet optimaal zou worden benut. Daarom wordt dit type open bodemenergiesysteem niet toegestaan.

Artikel 5. Toegestane watervoerend pakket

In verband met de bodemtechnische geschiktheid wordt voor het toepassen van open bodemenergiesystemen gekozen voor het watervoerende pakket 1b (29,5-76,5 m-NAP) of het watervoerende pakket 2 (84,5-173,5 m-NAP). Het watervoerende pakket 1a is door de ondiepe ligging, de beperkte dikte en de overgang van zuurstofrijk naar zuurstofarm grondwater (redoxgrens) niet geschikt.

Artikel 6. Locatie en diepte bronnen type doublet

In het Bodemenergieplan Het Ambacht Veenendaal zijn binnen het projectgebied zones aangewezen voor het plaatsen van koude en warme bronnen van open bodemenergiesystemen (type doublet): de koude en warme zones (zie kaart bijlage 1). Hierin vindt de ruimtelijke ordening van open bodemenergiesystemen type doublet plaats. Dit betekent dat bronnen van open bodemenergiesystemen van het type doublet in deze zones moeten worden gepositioneerd.

Zonering van de bronnen biedt zowel sturing alsmede een stuk flexibiliteit wat betreft inpassing. Het is sturend in de ruimtelijke ondergrondse ordening door het regisseren van het specifiek opslaan van warmte of koude in een bepaalde zone. Hierdoor gaat de opslag van warmte en koude niet interfereren en wordt het behalen van het totale potentieel niet verhinderd. Het biedt vrijheid in de praktische ruimtelijke inpassing in het terrein. Door het definiëren van een zone en niet te kiezen voor vaste bronposities blijft het mogelijk de ruimtelijke inpassing af te wegen met andere ordeningsbehoeftes voor gebouwen, inrichting openbare ruimte en aanwezige en toekomstige infrastructuur.

De bronfilters van de warme bronnen in warme kernzones dienen zo ondiep mogelijk te worden aangebracht en de bronfilters van de koude bronnen in koude kernzones zo diep mogelijk. Uit berekeningen blijkt dat de waterbezwaren van de beoogde doubletten hoog zijn. Om deze te beperken is volgens de ontwerpregels een grote afstand nodig tussen de warme en koude bron(-nen). Deze bronafstand is echter groter dan de beschikbare ruimte per cluster. Door de bronfilters van koude en warme bronnen niet op dezelfde diepte te plaatsen wordt toch voldoende afstand tussen de bronnen gecreëerd en wordt daarmee thermische kortsluiting voorkomen.

Artikel 7. Locatie en diepte bronnen type monobron

Voor open bodemenergiesystemen uitgevoerd als een monobron wordt de monobron gepositioneerd in de koude of warme zone. Het warme bronfilter dient zo ondiep mogelijk te worden geplaatst, het koude bronfilter zo diep mogelijk.

Artikel 8. Pompcapaciteit cluster 1, 2, 4 en 6

Binnen clusters 1, 2, 4 en 6 is collectiviteit een vereiste, waarvoor bronnen met voldoende capaciteit moeten worden gerealiseerd. Dat betekent dat de doubletten binnen deze clusters op een minimale broncapaciteit van 90 m3/uur moeten worden ontworpen. Een grotere broncapaciteit is mogelijk wanneer dit gunstig blijkt te zijn om netcongestie tegen te gaan. Wanneer er in één van deze clusters overcapaciteit is dan dient deze ter beschikking te worden gesteld aan clusters waar onvoldoende broncapaciteit beschikbaar is.

Artikel 9. Energiebalans open bodemenergiesysteem

Wanneer een bodemenergiesysteem functioneert met een bodemzijdige energiebalans, resulteert dat in het kleinste ondergrondse ruimtebeslag in verhouding tot de geleverde warmte en koude. Het beschikbare schaarse potentieel kan dus optimaal worden benut als een bodemenergiesysteem met een energiebalans functioneert. Voor dit gebied wordt jaarlijks meer koude opgeslagen in de bodem dan wordt geleverd aan de gebouwen. Een te groot koudeoverschot zorgt echter voor een minder efficiënt functioneren van de collectieve systemen. Om deze reden is met modellen bepaald wat de jaarlijkse onbalans mag zijn waarbij de systemen nog goed en efficiënt functioneren. Dat blijkt te zijn bij toepassing van zeven doubletten van 90 m3/uur met een koudeoverschot van 120%. Om deze reden wordt gesteld dat de energetische onbalans maximaal 120 % mag zijn (jaarlijks geladen koude/jaarlijks ontladen koude).

Om daarnaast enige ruimte te bieden aan onbalans over een korte periode als gevolg van het inregelen van het systeem, variatie in het gebruik van een gebouw of fluctuaties in het weer, zoals een winter die aanzienlijk kouder is dan gemiddeld, wordt geen energiebalans op jaarbasis verplicht. Er wordt aangesloten bij de gebruikelijke termijn van 5 jaar voor situaties waarin een energiebalans wordt voorgeschreven in de vergunning vanwege het belang van doelmatig gebruik van de ondergrond.

Artikel 10. Open bodemenergie in bufferzone

Binnen het plangebied en rond het projectgebied Het Ambacht is een bufferzone. In deze zone kunnen open bodemenergiesystemen worden aangelegd. Het is van belang dat deze systemen niet de collectieve bodemenergiesystemen in de clusters van Het Ambacht thermisch negatief beïnvloeden. Wanneer dit optreedt wordt het effectief en maximaal inzetten van bodemenergie bemoeilijkt. Om die reden wordt aangehouden dat bodemenergiesystemen in de bufferzone een maximaal temperatuureffect van 1 °C ten opzichte van de achtergrondtemperatuur mogen hebben op de grens van het projectgebied Het Ambacht.

Artikel 11. Optimale inpassing open bodemenergiesystemen

Gezien de beperkte beschikbare ruimte en met het oog op efficiënte inzet van open bodemenergie dienen bronposities van doubletsystemen binnen de warme en koude zones en posities van monobronnen optimaal te worden ingepast. De inpassing dient voorafgaand aan de vergunningaanvraag afgestemd te worden met de Gemeente (gedelegeerd naar de Omgevingsdienst Utrecht: ODU) via een adviesaanvraag. Een positief beoordeelde adviesaanvraag wordt als aanvraagvereiste opgenomen bij de omgevingsvergunningaanvraag.

Artikel 12. Overgangsrecht

Gedeputeerde staten passen deze beleidsregels toe bij het verlenen van vergunningen op grond van de Omgevingswet voor nieuwe bodemenergiesystemen. De beleidsregels zijn niet van toepassing op een aanvraag voor een vergunning voor een open bodemenergiesysteem, die is ingediend voorafgaan aan het moment van kracht worden van deze beleidsregels. Bij wijziging, daarbij inbegrepen uitbreiding, van een dergelijke bestaande vergunning mag de afwijking van hetgeen wordt vergund (bestaande vergunning plus wijziging) ten opzichte van hetgeen toelaatbaar is op grond van deze beleidsregels, niet groter worden.

Artikel 13. Afwijking beleidsregels

Gedeputeerde staten kunnen afwijken op grond van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4.84, van deze beleidsregels, indien dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het met de beleidsregels te dienen doel van optimaal benutten van de capaciteit van de ondergrond voor bodemenergie. In dat geval moet de initiatiefnemer in eerste instantie in overleg met de gemeente Veenendaal bepalen of de afwijking toelaatbaar is. Indien de gemeente schriftelijk akkoord gaat, moet de initiatiefnemer deze toestemming met een onderbouwing van de afwijking aan de vergunningaanvraag Omgevingswet toevoegen.