Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760413
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760413/1
Beleidsregels leerlingenvervoer Weststellingwerf 2026
Geldend van 15-04-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels leerlingenvervoer Weststellingwerf 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf;
gelet op de Verordening leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf, zoals vastgesteld door de raad bij besluit van 2 maart 2026;
overwegende dat het college bij de uitvoering van de Verordening leerlingenvervoer de volgende uitgangspunten hanteert:
- -
de verantwoordelijkheid voor het naar school brengen en halen van de kinderen is de primaire verantwoordelijkheid van de ouders. Het leerlingenvervoer is niet bedoeld om ouders te ontlasten van hun verantwoordelijkheid voor een goede schoolgang van hun kinderen;
- -
het leerlingenvervoer is een bekostiging dan wel een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer tussen de structurele verblijfsplaats en school;
- -
de vorm van bekostiging van leerlingenvervoer sluit zoveel mogelijk aan op de individuele mogelijkheden en eventuele handicap van de leerling;
overwegende dat het college de zelfredzaamheid in het reizen van leerlingen wil vergroten en hij daarbij het volgende beleid hanteert:
- -
de gemeente Weststellingwerf wil stimuleren dat leerlingen dichtbij huis naar school gaan. Om dit te stimuleren wordt bij de beoordeling van een aanvraag leerlingenvervoer slechts een vergoeding toegekend naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Dit kan ook een school zijn die bij een ander samenwerkingsverband hoort, omdat de school in het samenwerkingsverband niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is;
- -
de gemeente onderzoekt met ouders en scholen wat de leerling nodig heeft om zelfstandig te kunnen reizen. Met als doel om helder te krijgen wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van de leerling zijn op het gebied van zelfstandig reizen, kan door de gemeente contact worden opgenomen met de school die de leerling bezoekt om informatie op te vragen. Ook kunnen ouders en de leerling in dit kader worden uitgenodigd voor een vervoersgesprek. Ouders worden gestimuleerd en gemotiveerd om met hun kind te oefenen, en om hun kind te (laten) begeleiden bij het zelfstandig reizen. Daarnaast faciliteert en ondersteunt de gemeente zo nodig en zo mogelijk bij dit leerproces;
overwegende dat de gemeente Weststellingwerf wil investeren in andere wijzen van vervoer. De gemeente ziet het verstrekken van een vergoeding voor aangepast vervoer niet als vanzelfsprekend. Door middel van gesprekken worden ouders gemotiveerd om hun kind op een meer zelfstandige wijze te laten reizen. De verordening biedt bovendien ruimte om een passende voorziening aan te bieden die goedkoper is dan de bekostiging van het openbaar vervoer. Dit kan bijvoorbeeld een vergoeding zijn voor een driewielfiets, handbike, aankoppelfiets, tandem, elektrische rolstoel of een andere voorziening;
overwegende dat de gemeente Weststellingwerf zoekt naar een maatwerkoplossing. Dit kan betekenen dat wanneer een leerling strikt formeel geen recht heeft op een vergoeding van het aangepaste vervoer, maar er omwille van gezinsomstandigheden, onzekerheden bij de leerling of nog onvoldoende vertrouwen, bij ouders of leerling, om zelfstandig te reizen, conform artikel 6 lid 9 van de verordening, onder voorwaarden tijdelijk toch een vergoeding voor aangepast vervoer wordt verstrekt;
overwegende dat de gemeente het eigen initiatief van ouders wil stimuleren door van ouders te vragen om ook zelf bij te dragen in het vervoer van hun kind. Dit doen we in alle redelijkheid. We stimuleren o.a. het contact tussen ouders onderling;
besluit vast te stellen: Beleidsregels leerlingenvervoer Weststellingwerf 2026.
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1 Begripsbepalingen
-
1. Voor de toepassing van deze beleidsregels verstaan we onder verordening: de Verordening leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf 2026.
-
2. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf 2026.
Artikel 2 Handicap
-
1. In sommige gevallen bepaalt de mate van de handicap en de aanwezige reisbeperkingen of er recht bestaat op een vervoersvoorziening leerlingenvervoer en zo ja in welke vorm de vergoeding wordt verstrekt. Er is onderscheid te maken in een structurele en een tijdelijke handicap. Het college vergoedt alleen de vervoerskosten van structureel gehandicapte kinderen. Desgewenst kan het college een daartoe aangewezen instantie om advies vragen.
-
2. Wanneer in de verordening gesproken wordt over een handicap, wordt daarmee altijd een structurele handicap bedoeld. Dit kan ook een tijdelijke handicap zijn, maar minstens een periode van 3 maanden. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen voor de duur van het herstel of de revalidatie.
-
3. Het college kent geen vervoersvoorziening toe om tijdelijke medische redenen korter dan drie maanden. Ouders zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Zij kunnen hiervoor wellicht een beroep doen op de zorgverzekeraar.
Artikel 3 Afstand van huisadres naar school
-
1. Voor de beoordeling van aanvragen voor leerlingenvervoer wordt de afstand bepaald van de woning van de leerling naar de school. De afstand tussen de woning en de school wordt bepaald met behulp van de ANWB routeplanner, met als instelling ‘auto’ en via de ‘kortste route’.
-
2. Voor de beoordeling van de hoogte van de vergoeding in het geval van een fietsvergoeding wordt gewerkt met de ANWB routeplanner, met als instelling ‘fiets’ en via de ‘kortste route’.
Artikel 4. Berekening enkele reistijd
-
1. De reistijd per openbaar vervoer stellen we vast op basis van https://9292.nl. De reistijd per aangepast vervoer bepalen we op basis van de routeplanner ANWB, volgens de optie kortste autoroute.
-
2. Voor de berekening van de enkele reistijd wordt uitgegaan van de reistijd voor het kind. Hierbij wordt niet gekeken naar de extra tijdsinvestering voor een eventuele begeleider.
Artikel 5. Halte openbaar vervoer ontbreekt
In een plattelandsgemeente zoals Weststellingwerf kan het gebeuren dat openbaar vervoer op bepaalde plekken geheel ontbreekt of zo weinig frequent rijdt dat leerlingen daar geen gebruik van kunnen maken. Ook kan het voorkomen dat de afstand tussen huis en de bushalte meer dan twee kilometer bedraagt. In deze gevallen kunnen ouders van een leerling, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden, in aanmerking komen voor een kilometervergoeding voor eigen vervoer of aangepast leerlingenvervoer, tenzij de leerling in staat wordt geacht met de fiets naar school te gaan.
Hoofdstuk 2 Beoordeling recht op leerlingenvervoer
Artikel 6 Ernstige benadeling van het gezin
-
1. Wanneer het recht op een vergoeding leerlingenvervoer is vastgesteld (beoordelingsfase van de verordening) wordt onderzocht op welke vergoeding er recht is (onderzoeksfase van de verordening).
-
2. Wanneer in de onderzoeksfase duidelijk wordt, dat een leerling in staat is om onder begeleiding te reizen is in de verordening aangegeven dat er situaties kunnen zijn waarin begeleiding van de leerling bij het zelfstandig reizen niet kan worden gevraagd. In die gevallen kan er taxivervoer worden toegekend. Dat is onder meer aan de orde, als begeleiding of eigen vervoer leidt tot ernstige benadeling van het gezin en een andere oplossing niet mogelijk is.
-
3. Werk of andere bezigheden van beide ouders, of de alleenstaande ouder, zijn geen reden voor het toekennen van een voorziening voor leerlingenvervoer.
-
4. Onder ernstige benadeling van het gezin verstaat het college in ieder geval een situatie waarbij:
- a.
ouders of de alleenstaande ouder kunnen aantonen dat, vanwege structurele medische redenen die langer dan drie maanden duren, ouder(s) niet in staat zijn hun kind te begeleiden naar school. Desgewenst kan door het college naar een verklaring van een medisch deskundige, niet zijnde de huisarts, worden gevraagd;
- b.
de ouder alleenstaand is met meerdere kinderen die nog niet zelfstandig naar school kunnen reizen en begeleiding door anderen niet mogelijk is;
- c.
de noodzakelijke begeleiding voor de begeleider dagelijks langer duurt dan zes uur (maximaal tweemaal per dag heen en terug van woning naar school);
- d.
de gezinssituatie met zich meebrengt dat de ouder(s) de leerling niet kan begeleiden terwijl dat wel noodzakelijk is. Het is aan de ouder(s) om aan te tonen dat sprake is van een situatie die tot ‘ernstige benadeling’ leidt.
- a.
-
5. Van ouders wordt altijd gevraagd (door middel van een verklaring) aannemelijk te maken wat de ouders hebben ondernomen om de begeleiding van hun kind anders te organiseren en waarom dit niet lukt, inclusief het kunnen regelen van voor- en/of naschoolse opvang van de leerling. Hierover volgt een gesprek, waarbij ook wordt gekeken naar begeleidingsmogelijkheden van mensen uit het sociale netwerk van de ouders en van andere ouder(s) van de school van hun kind(eren).
Artikel 7 Dichtstbijzijnde toegankelijke school
Op basis van artikel 8 van de verordening Leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf kan het samenwerkingsverband PO Friesland en/of samenwerkingsverband VO Zuidoost-Friesland een verklaring afgeven over de dichtstbijzijnde school in relatie tot de betreffende leerling. Er is een provinciale routing opgesteld voor het afgeven van deze verklaring.
Artikel 8 Leerlingenvervoer voor nieuwkomers
-
1. Onder nieuwkomers wordt verstaan; leerlingen die recentelijk naar Nederland zijn gekomen en nog geen of weinig Nederlands spreken, en die hiervoor een speciaal onderwijstraject (zoals een schakelklas) volgen.
-
2. Voor nieuwkomers die in het basisonderwijs de internationale schakelklas volgen, kan het vervoer naar- en van deze school door de gemeente Weststellingwerf worden vergoed. Een centrale taalklas, schakelklas of Internationale Schakelklas (ISK) kan beschouwd worden als de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’. Voor de bepaling of zij recht hebben op een vergoeding geldt net als voor andere basisschoolleerlingen de afstandsgrens van artikel 9 van de verordening. Welke vergoeding verstrekt wordt, wordt aan de hand van de onderzoeksfase beoordeeld.
Artikel 9 Vervoersadvies
-
1. Indien dit voor de beoordeling van een aanvraag wenselijk is, kunnen de vervoersmogelijkheden van de leerling op initiatief van de gemeente Weststellingwerf worden onderzocht door een daartoe aangewezen instantie.
-
2. Dit vervoersadvies wordt meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag leerlingenvervoer.
Artikel 10 Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid
Bij een aanvraag voor leerlingenvervoer wordt gekeken naar de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. Het college oordeelt wat voor het stimuleren van de zelfredzaamheid de best passende en voor de gemeente goedkoopste vervoersvoorziening is, mits de ouders in staat zijn eigen vervoer te organiseren en de leerling in staat is daarvan gebruik te maken.
Wanneer de leerling negen jaar wordt, onderzoekt het college de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en kan het college een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. In dit plan wordt vastgelegd waar de leerling qua mobiliteit naartoe kan groeien en hoe dit begeleid moet worden. Het doel hiervan is om te beschrijven welke mogelijkheden er zijn om de leerling zelfstandiger te laten reizen, wat hiervoor nodig is, welke periode hiervoor gepland wordt, wat ouders hierin kunnen betekenen en waar de gemeente ondersteunt.
Het onderwijs heeft ook tot doel om leerlingen zelfstandig te leren functioneren in de maatschappij. Onder meer voor dit doel wordt door de school een ontwikkelingsperspectief opgesteld voor de leerling. Dit plan wordt betrokken bij het vervoersontwikkelingsplan.
Het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan wordt samen met de ouders en de leerling opgesteld, dit plan kijkt twee tot drie jaar vooruit, maar kan jaarlijks naar aanleiding van de nieuwe aanvraag geëvalueerd worden. De ontwikkeling van kinderen staat immers niet stil en maakt dat een kind zich sneller of langzamer kan ontwikkelen dan gedacht.
Het college kan overwegen om een onafhankelijk medisch advies in te winnen, waarmee de vervoersmogelijkheden van de leerling duidelijk worden.
Artikel 11 Inhoud persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
-
1. Per schooljaar wordt gekeken of er onder de tot het leerlingenvervoer toegelaten leerlingen, leerlingen zijn die in aanmerking komen voor een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan. Om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een leerling, kunnen ouders uitgenodigd worden voor een vervoersgesprek. In dit vervoersgesprek kan er een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan worden opgesteld.
-
2. Het vervoersontwikkelingsplan bevat minimaal de volgende onderwerpen om de zelfstandigheid van de leerling te vergroten:
- a.
De huidige manier van reizen naar school;
- b.
Mogelijkheden van de leerlingen om gebruik te gaan maken van fiets en/of het openbaar vervoer;
- c.
Wat er nodig is om zelfstandig(er) te gaan reizen;
- d.
Welke rol ouders hierin hebben;
- e.
Welke ondersteuning wordt ingezet;
- f.
Afspraken over de opbouw, de periode en vergoeding.
- a.
-
3. Op een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- a.
deelname aan het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan gaat in overleg met ouders;
- b.
in overleg met ouders wordt een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opgesteld waarin ten minste staat omschreven: welke vorm(en) van vervoer de leerling gaat gebruiken, en voor welke traject(en);
- c.
als na verloop van tijd blijkt dat het niet mogelijk is om het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan te continueren, mag de leerling weer gebruik gaan maken van de oorspronkelijk toegekende vervoersvoorziening.
- a.
Artikel 12 Aanvullende voorwaarden bij vervoersvoorziening
Het college kan ervoor kiezen om aanvullende voorwaarden in te zetten bij verstrekking van de vervoersvoorziening, zoals een vervoersvoorziening die verschilt per seizoen.
Hoofdstuk 3 Bijzondere situaties
Artikel 13 Stagevervoer
-
1. Een stage kan deel uitmaken van het onderwijsprogramma van scholen voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Wanneer de stage is opgenomen in de schoolgids is het stageadres aan te merken als ‘school’. Komt de leerling in aanmerking voor een vervoersvoorziening naar de school waar hij staat ingeschreven, dan bestaat er in beginsel ook aanspraak op leerlingenvervoer naar het stageadres.
-
2. Bij het zoeken van een stageplaats moet het streven zijn, dat deze goed met het openbaar vervoer bereikbaar is voor de leerling en zo dicht mogelijk bij huis gevonden wordt.
Artikel 14 Tweede ophaal- of brengadres
-
1. Leerlingenvervoer is slechts van woning naar school en vice versa op de reguliere schooltijden zoals in de schoolgids is vermeld.
-
2. Het college verstrekt alleen vergoeding van vervoer van en naar een tweede ophaal- en brengadres als:
- a.
een leerling recht heeft op bekostiging van het vervoer van de woning naar school en terug;
- b.
het tweede adres voldoet aan het afstandscriterium voor een woning uit de verordening;
- c.
het ophaal- of brengadres structureel is. Er sprake moet zijn van een terugkerend patroon voor tenminste drie maanden;
- d.
het tweede adres zich binnen de gemeente bevindt;
- e.
er geen voorliggende voorziening is die het vervoer van het tweede adres naar en van school voor haar rekening neemt.
- f.
Het vervoer van of naar het tweede ophaal- of brengadres mag niet tot extra kosten leiden.
- a.
-
3. Het vervoer naar de buitenschoolse opvang (bso) valt in principe niet onder leerlingenvervoer. De vervoersvoorziening van school naar de buitenschoolse opvang wordt alleen verstrekt als de kosten voor de gemeente lager of vergelijkbaar zijn met de kosten voor het vervoer van school naar de woning.
-
4. Bij co-ouderschap, waarbij het kind zowel bij de ene als bij de andere ouder verblijft, is sprake van twee hoofdverblijven. Waar de leerling staat ingeschreven doet niet ter zake, doorslaggevend is de feitelijke verblijfplaats van de leerling.
-
5. Om aanspraak te maken op leerlingenvervoer moet, in het geval van co-ouderschap, iedere ouder afzonderlijk, een aanvraag indienen bij de gemeente waar de ouder woonachtig is.
-
6. De gemeente toetst de aanvraag aan de eigen verordening leerlingenvervoer, waarbij onder meer wordt bekeken of sprake is van een woning in de zin van de verordening, of de school de dichtstbijzijnde toegankelijke is en of voldaan is aan de afstandsgrens. Het komt voor dat slechts in één van beide gemeenten aanspraak op leerlingenvervoer bestaat.
Artikel 15 Wangedrag
-
1. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling, tijdens het gebruik van een door de gemeente bekostigde vervoersvoorziening, berust bij de ouders.
-
2. Wanneer zo’n situatie zich voordoet kan onderzocht worden of hieraan een medische oorzaak ten grondslag ligt. Afhankelijk van het medische advies kan de vervoersvoorziening zo nodig worden aangepast.
-
3. Wanneer blijkt dat een leerling door zijn wangedrag niet zelfstandig gebruik kan maken van een vervoersvoorziening, kan het college besluiten de vervoerskosten van een begeleider te bekostigen. Ouders zijn in dat geval in beginsel verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding voor de leerling.
-
4. Wanneer de begeleiding niet geleverd wordt of het gedrag van de leerling niet verbetert, kan het college besluiten de vervoersvoorziening voor deze leerling te beëindigen, op te schorten of in te trekken.
Artikel 16 Crisisplaatsing
-
1. Kinderen kunnen om verschillende redenen uit huis worden geplaatst. Onder crisisplaatsing verstaan we een plotselinge uithuisplaatsing van een kind in een pleeggezin of gezinsvervangend tehuis. Deze plaatsing is van tijdelijke aard en heeft tot doel om de leerling zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen 6 weken) terug te plaatsen in het ouderlijk huis dan wel in een andere definitieve huisvesting onder te brengen.
-
2. Als een leerling die gebruik maakt van het leerlingenvervoer via een crisisplaatsing tijdelijk naar een andere gemeente verhuist en hij blijft zijn oude school bezoeken, dan kan het college besluiten, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, het leerlingenvervoer door de nieuwe gemeente te laten uitvoeren, maar betaalt de gemeente Weststellingwerf nog maximaal 6 weken dit vervoer.
-
3. Op moment dat de crisisopvang na deze 6 weken wordt verlengd, zal een aanvraag bij de gemeente van de feitelijke verblijfplaats kunnen worden ingediend. Door deze gemeente zal een toetsing plaatsvinden volgens de verordening Leerlingenvervoer.
-
4. Indien er voorafgaande aan de crisisplaatsing nog geen recht op vergoeding van het leerlingenvervoer bestond, dient de hoofdregel te worden toegepast, namelijk dat in de gemeente waarin de leerling feitelijk verblijft het leerlingenvervoer wordt aangevraagd. Toetsing vindt dan plaats volgens de verordening Leerlingenvervoer in de betreffende gemeente.
Hoofdstuk 4. Bijdrage in de kosten
Artikel 17 Drempelbedrag
-
1. Het drempelbedrag wordt berekend op basis van kosten voor het openbaar vervoer. Hierbij zijn de kosten van het openbaar vervoer, het tarief dat geldt voor personen (inclusief evt. kortingen) voor het reizen per ov-chipkaart twee keer per dag per bus gedurende 200 schooldagen over de drempelafstand van 6 kilometer. Het kilometertarief is het tarief voor de ov-chipkaart van het streekvervoer in Friesland.
-
2. In het geval van aangepast vervoer wordt per gezin maximaal voor 2 kinderen het in lid 1 genoemde drempelbedrag berekend.
-
3. In het geval van eigen vervoer wordt per gezin maximaal voor 1 kind het in lid 1 genoemde drempelbedrag berekend.
Artikel 18 Berekening vergoedingen en bijdrage
-
1. Voor de afstand van de woning naar school gaat het college uit van de afstandsberekening zoals deze is bepaald in artikel 3 van de beleidsregels.
-
2. De bedragen voor de inkomensgrens, de draagkrachtafhankelijke bijdrage en de kilometervergoeding voor de fiets of eigen vervoer worden op basis van de jaarlijkse basisnormbedragen van de VNG jaarlijks vastgesteld.
-
3. De kosten van het openbaar vervoer worden vergoed op basis van de kosten van een abonnement van de desbetreffende streekvervoerder, tenzij een andere vergoeding goedkoper en adequaat is.
-
4. De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets wordt gebaseerd op de basisnormbedragen voor leerlingenvervoer zoals jaarlijks gepubliceerd door de VNG. De vergoeding voor het gebruik van een eigen fiets bedraagt € 0,11 per kilometer (peildatum schooljaar 2025/2026). Dit is gebaseerd op 50% van de belastingvrije kilometervergoeding voor autogebruik, naar beneden afgerond. De bedragen worden uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.
-
5. De vergoedingen genoemd in lid 2 worden per schooljaar berekend en per kwartaal uitbetaald aan de ouders. Of een andere, op verzoek van ouders, af te spreken regeling.
-
6. De vergoedingen voor aangepast vervoer zoals genoemd in lid 4 worden maandelijks achteraf betaald op basis van de daadwerkelijk gereden beladen kilometers.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 19 Hardheidsclausule
Artikel 26 van de verordening Leerlingenvervoer geeft het college de bevoegdheid om van de verordening af te wijken in zeer bijzondere gevallen waarvoor geen passende voorziening volgens de regelgeving mogelijk is. De hardheidsclausule kan dus door het college worden ingezet bij uitzonderingsgevallen.
Artikel 20 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels leerlingenvervoer Weststellingwerf 2026”.
-
2. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van publicatie ervan.
-
3. De bepalingen van deze beleidsregels zijn voor de eerste maal van toepassing in het schooljaar 2026 - 2027
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 7 april 2026.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl