Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760393
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760393/1
Regeling van het college van de gemeente Gilze en Rijen van 25 november 2025 houdende het vaststellen van een kader voor de beoordeling of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in behandeling kan worden genomen in verband met de voor die aanvraag verplicht te bieden voldoende participatiemogelijkheden (Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026)
Geldend van 14-04-2026 t/m heden
Intitulé
Regeling van het college van de gemeente Gilze en Rijen van 25 november 2025 houdende het vaststellen van een kader voor de beoordeling of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in behandeling kan worden genomen in verband met de voor die aanvraag verplicht te bieden voldoende participatiemogelijkheden (Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026)HET COLLEGE VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;
gelet op het bepaalde in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het bepaalde in artikel 16.55, tweede, zesde en zevende lid van de Omgevingswet;
gezien het Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Gilze en Rijen 2026;
gelet op het bepaalde in artikel 4:2, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het bepaalde in artikel 7.4, tweede lid van de Omgevingsregeling;
gezien de Nota van Toelichting van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, 400, § 9.6) en de Toelichting van de Omgevingsregeling (Stcrt. 2019, 56288, § 10.3.1).
overwegende dat het wenselijk is dat er gelijke uitgangspunten worden gehanteerd om te bepalen of door een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zodanige gegevens zijn verstrekt dat kan worden bezien of door een aanvrager geboden participatiemogelijkheden voldoende zijn geweest;
besluit vast te stellen de volgende regeling:
Artikel 1 Toepassingsbereik
-
1. Deze regeling is van toepassing op de beoordeling of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in behandeling kan worden genomen.
-
2. In aanvulling op het eerste lid geldt dat het uitsluitend betreft een aanvraag die betrekking heeft op één of meerdere gevallen van activiteiten als vermeld in het Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Gilze en Rijen 2026, of de opvolger daarvan.
Artikel 2 Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- -
derde betrokkenen
- -
direct derde betrokkenen
bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties die in hetzelfde geografische gebied zijn gevestigd als de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft, binnen welk gebied (in)direct zicht is op de aangevraagde activiteit en/of waarbinnen gevolgen van die activiteit kunnen worden ervaren als verlies van privacy, verandering van uitzicht, schaduwwerking, verkeer- en parkeerhinder, milieuhinder (geluid, geur, risico, etc.) of inperking van gebruiksmogelijkheden;
- -
indirect derde betrokkenen bij het geografische gebied
bedrijven en maatschappelijke organisaties die niet zijn gevestigd in het onder a. bedoelde geografische gebied, maar die hier naar verwachting wel veelvuldig gebruik van maken, bijvoorbeeld omdat het verkeer in belangrijke mate wordt afgewikkeld via dit gebied (route schoolgaande kinderen, bevoorradingsroute) of omdat het gebied deel uitmaakt van eenzelfde zone van parkeerregulering;
- -
indirect derde betrokkenen met een deelbelang
een lokale vereniging, stichting of groep, die feitelijke werkzaamheden verricht en die een specifiek belang behartigt dat naar verwachting is betrokken bij de aangevraagde activiteit, zoals een natuur-, milieu- of landschapsvereniging, een heemkundekring of een bewonersvereniging;
- -
- -
kleinschalig zonnepark
zonnepark met een maximale omvang van 1,5 ha;
- -
participatietraject
een of meerdere ontmoetingen in persoon tussen direct en indirect derde betrokkenen en (de representant van) een aanvrager om omgevingsvergunning, gericht op het verwerven of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de activiteit(en) die deel uitmaken van de aanvraag om een omgevingsvergunning, georganiseerd in de omgeving van de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de derde betrokkenen vooraf worden genodigd, (visuele) informatie krijgen over de aard, omvang, situering en ruimtelijke uitstraling van het beoogde initiatief (de aan te vragen activiteit) en de gelegenheid krijgen hierop binnen een redelijke termijn te reageren. Niet vereist is dat iedere genodigde derde betrokkene daadwerkelijk verschijnt.
Artikel 3 Criteria beoordeling aanvraag met betrekking tot het aspect participatie
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1 zijn gegevens die voor een beslissing op de behandeling van een aanvraag nodig zijn als bedoeld in artikel 7.4, tweede lid van de Omgevingsregeling, in ieder geval:
- a.
een overzicht van de adressen van derde betrokkenen die zijn benaderd voor deelname aan een participatietraject;
- b.
een overzicht van de namen en adressen van de benaderde derde betrokkenen die daadwerkelijk hebben deelgenomen aan het participatietraject;
- c.
een zakelijke omschrijving van de inhoud van de aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die onderwerp is geweest van het participatietraject;
- d.
een beschrijving van het moment / de momenten waarop derde betrokkenen in het participatietraject de gelegenheid hebben gehad om informatie, kennis, belangen en standpunten naar voren te brengen;
- e.
een beschrijving van de wijze waarop het participatietraject is uitgevoerd;
- f.
een zakelijke omschrijving van de informatie, kennis, belangen en standpunten die door derde betrokkenen naar voren zijn gebracht bij de aanvrager, zodanig dat herleidbaar is wie welke inbreng heeft gehad;
- g.
een beschrijving of (en zo ja, hoe) de inbreng van derde betrokkenen heeft geleid tot aanpassing van de oorspronkelijk beoogd aan te vragen activiteit en waarom (niet); en
- h.
een beschrijving van de wijze waarop deelnemers aan het participatietraject zijn geïnformeerd over het vervolgproces (van formele besluitvorming).
Artikel 4 Kleinschalig zonnepark
In aanvulling op het bepaalde in artikel 3, onder a geldt dat indien de aanvraag betrekking heeft op:
- a.
een kleinschalig zonnepark, het overzicht in ieder geval de adressen bevat die zijn gelegen binnen een straal van 500 meter rondom de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van 25 november 2025
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN
P.A.M. (Monique) van Bavel
Secretaris
D.A. (Derk) Alssema
burgemeester
Toelichting behorende bij Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026
I. Algemeen
Wettelijk kader
Op grond van artikel 16.55, zesde lid van de Omgevingswet en artikel 7.4 van de Omgevingsregeling geldt dat een aanvrager om een omgevingsvergunning bij de aanvraag aan het bevoegd gezag inzicht moet verschaffen in de geboden participatie rondom een initiatief. Bij de aanvraag moet worden aangegeven óf participatie voorafgaand aan de aanvraag heeft plaatsgevonden. Als dit geval is moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
Het aanvraagvereiste participatie ziet op het verstrekken van gegevens bij een vergunningaanvraag. Uit de Toelichting op de Omgevingsregeling (Stcrt. 2019, 56288, § 10.3.1) volgt dat de aanvraagvereisten uitputtend zijn geregeld in artikel 7.4. Er mogen door een college van burgemeester en wethouders dus geen aanvullende eisen worden gesteld aan de participatie, al dan niet via een aanvraagvereiste. Dit geldt dus ook voor eventuele vormvereisten. Hiermee wordt de vormvrijheid van het participatieproces volgens de wetgever verzekerd.
Op grond van artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet kan de gemeenteraad gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend. De gemeenteraad van Gilze en Rijen heeft dit gedaan in het Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Gilze en Rijen 2026. Uitsluitend voor deze gevallen geldt dat, in uitzondering op het voorgaande, een aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld indien niet aan participatie is gedaan. Wel geldt nog steeds dat – ook voor deze gevallen – géén aanvullende aanvraagvereisten mogen worden gesteld.
Het instrument van beleidsregel
Uit de Nota van Toelichting van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, 400, § 9.6, p. 1218) volgt dat het ‘in de rede ligt’ dat voor de beoordeling of een aanvraag in behandeling kan worden genomen in verband met verplichte participatie, door het college van burgemeester en wethouders beleidsregels worden vastgesteld. Door het vaststellen van een beleidsregel is het voor een aanvrager inzichtelijk op basis van welke criteria een aanvraag wordt beoordeeld gezien het bepaalde in artikel 2:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7.4, tweede lid van de Omgevingsregeling.
II.Artikelsgewijs
Artikel 1 Toepassingsbereik
Het toepassingsbereik van de Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026 is beperkt tot (de beoordeling van) aanvragen om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is en die zijn vermeld in het Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Gilze en Rijen 2026. Vroegtijdige publieksparticipatie bij een omgevingsvisie, programma en omgevingsplan is niet geregeld in deze beleidsregel.
Artikel 2 Begripsbepalingen
In dit artikel zijn enkele begripsbepalingen opgenomen die nodig zijn voor de uitleg van andere artikelen uit deze beleidsregel.
Artikel 3 Criteria beoordeling aanvraag met betrekking tot het aspect participatie
Uit artikel 7.4, tweede lid van de Omgevingsregeling volgt dat een aanvrager bij zijn aanvraag gegevens dient te verstrekken over hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Er staat nadrukkelijk alleen ‘gegevens’, niet ‘gegevens en bescheiden’. Gelet hierop mag het college van burgemeester en wethouders niet vragen naar ‘bescheiden’, zoals een gespreksverslag of anderszins. Er mag alleen worden gevraagd naar de benodigde gegevens voor de te maken afweging. Het is aan de aanvrager om te bepalen op welke wijze deze gegevens worden gepresenteerd.
Voor de te maken afweging is het onder meer van belang hoe representatief de resultaten van de participatie zijn. Dit vergt inzicht in wie door een aanvrager is benaderd om deel te nemen aan een participatietraject en wie vervolgens daadwerkelijk heeft deelgenomen. Om die reden is een aanvrager verplicht deze gegevens te verstrekken. Het is ook van belang om vast te kunnen stellen over welk initiatief participanten zich hebben kunnen uitspreken. Het moet gaan over hetzelfde initiatief als waar de aanvraag op ziet. Als in het voorbereidingsproces – nadat een participatietraject is doorlopen – de aanvraag naar aard en inhoud anders is dan datgene waarover derden zich hebben uitgesproken, moet het participatietraject opnieuw worden doorlopen. Tevens geldt dat de resultaten van de participatie nog voldoende actueel moeten zijn op het moment van indienen van de aanvraag.
Het is niet mogelijk om aan een aanvrager om omgevingsvergunning een bepaalde participatievorm (bv. informatieavond, workshop, enquête, etc.) voor te schrijven. Wel is het belang om een bepaalde ‘minimale inspanning’ te definiëren, om nog te kunnen spreken van ‘betrokkenheid van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen.’ Als uit de gegevens niet blijkt dat deze ‘minimale inspanning’ is verricht, kan er geen sprake zijn dat voldoende gegevens zijn aangeleverd. In dit artikel wordt in dit verband verwezen naar de term ‘participatietraject’. Deze term is in artikel 2 gedefinieerd. Uit de begripsbepaling volgt waaraan een participatietraject in ieder geval moet voldoen. De hierin gestelde eisen zijn ontleend uit de (lagere) rechtspraak over de Verordening ruimte 2014 (oud recht), waarin de eis tot een ‘zorgvuldige dialoog’ was opgenomen. Bij gebreke aan een definitie hiervan, heeft de bestuursrechter zelf ingevuld wat hieronder moet worden verstaan (ECLI:NL:RBOBR:2016:1903, r.o. 9.5). We sluiten hierbij aan.
De gemeente Gilze en Rijen wil ook graag grip houden op wie wordt benaderd door een aanvrager. Het kan niet zo zijn dat slechts één of enkele personen uit de omgeving worden benaderd voor het participatietraject en anderen niet. Het is de bedoeling om alle derde betrokkenen bij de aangevraagde activiteit in staat te stellen deel te nemen aan het participatietraject. Gelet hierop is deze term in artikel 2 gedefinieerd. Uit de begripsbepaling volgt de beoogde reikwijdte van het participatietraject. De reikwijdte is per aanvraag anders, afhankelijk van de aard en omvang van de aangevraagde activiteit.
Uit artikel 3 volgt ook nadrukkelijk het criterium dat gegevens moeten worden opgenomen waaruit volgt welke informatie, kennis, belangen en standpunten door derde betrokkenen naar voren zijn gebracht bij de aanvrager. Hiermee is onder meer beoogd vast te leggen dat met het uitsluitend ‘informeren’ van de omgeving, in plaats van op zijn minst ‘raadplegen’, niet kan worden volstaan.
Artikel 4 Kleinschalig zonnepark
Uit artikel 4 volgt een specifieke bepaling voor de reikwijdte van een participatietraject als een aanvraag betrekking heeft op een kleinschalig zonnepark.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl