Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760392
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760392/1
Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025
Geldend van 15-04-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg
gelet op artikel 156, derde lid Gemeentewet;
gelet op artikel 2 van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025;
overwegende dat het de bevoegdheid heeft om nadere regels te stellen over de onderwerpen in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025
overwegende dat:
- –
Het college ervoor zorgdraagt dat het leerlingenvervoer op zorgvuldige wijze wordt uitgevoerd waarbij de leerling met haar/zijn specifieke onderwijskundige behoefte en de context waarin het kind zich bevindt, centraal staat;
- –
Het college regionale afstemming en samenwerking binnen de regio Amersfoort wenselijk acht wat betreft het leerlingenvervoer zodat er richting ouders, leerlingen, vervoerders en scholen een eenduidige en uniforme werkwijze en communicatie gehanteerd kan worden;
- –
Het college zelfstandig reizen wil stimuleren en zo de zelfredzaamheid van leerlingen wil vergroten;
- –
Het college ter verduidelijking van de uitvoering van het leerlingenvervoer nadere regels van belang acht.
Besluit vast te stellen de volgende Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025.
Artikel 1 Afwijkende schooltijden
- a.
Het leerlingenvervoer betreft slechts het vervoer naar en van een school op de schooltijden die zijn aangegeven in de betreffende schoolgids. Wanneer kinderen vanwege hun lichamelijke, geestelijke en/of emotionele gesteldheid de schooldag later beginnen en/of eerder eindigen dan zijn deze schooltijden leidend voor het leerlingenvervoer.
- b.
Ouders worden verantwoordelijk gesteld voor het later brengen dan wel eerder ophalen van hun kind. Bekostiging hiervoor komt niet ten laste van het college maar ten laste van de ouders.
- c.
Een uitzondering wordt gemaakt wanneer wordt aangetoond dat er een ontheffing is van de leerplicht op de aanvang- en/of eindtijd van de reguliere schooltijden. Wanneer er ontheffing van de leerplicht is verleend en er aanspraak gemaakt kan worden op aangepast vervoer, vergoedt het college het vervoer buiten de reguliere schooltijden op basis van een kilometervergoeding. Ouders ontvangen deze vergoeding voor het door hen georganiseerde vervoer. Ouders kunnen niet worden verplicht tot eigen vervoer als dit (aantoonbaar) niet mogelijk is, dan is het college toch verplicht aangepast vervoer te regelen.
- d.
Een uitzondering wordt gemaakt wanneer wordt aangetoond dat op basis van een schriftelijke verklaring van een deskundige met BIG registratie, vervoer op afwijkende aanvang- en/of eindtijd van de reguliere schooltijden noodzakelijk is. Wanneer er een schriftelijke verklaring van een deskundige aanwezig is en er aanspraak gemaakt kan worden op aangepast vervoer vergoedt het college slechts het vervoer buiten de reguliere schooltijden op basis van kilometervergoeding. Ouders ontvangen deze vergoeding voor het door hen georganiseerde vervoer. Ouders kunnen niet worden verplicht tot eigen vervoer als dit (aantoonbaar) niet mogelijk is. Het college is dan verplicht om aangepast vervoer in te zetten.
Artikel 2 Hoogbegaafdenonderwijs
- a.
Aanvragen tot bekostiging van het vervoer naar scholen die zich richten op hoogbegaafde kinderen komen niet voor een vervoersvoorziening in aanmerking. Iedere basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen; in het schoolprofiel of schoolplan geven de scholen aan welke ondersteuning en begeleiding zij bieden.
Hoogbegaafde leerlingen kunnen met de juiste begeleiding en het juiste lesmateriaal op een reguliere, dichterbij gelegen scholen het voor hen passend onderwijs ontvangen.
- b.
Een uitzondering wordt gemaakt wanneer - in een uitzonderlijke situatie - blijkt dat het aanbod op dichterbij gelegen scholen onvoldoende is en tot onoplosbare en onoverkomelijke problemen leidt voor de leerling. Ouders tonen door een schriftelijke verklaring van een deskundige met BIG registratie (bijv. een orthopedagoog) aan dat hun kind op de dichterbij gelegen scholen geen passend onderwijs kan volgen.
Artikel 3 Onaanvaardbaar gedrag van de leerling binnen het vervoer
- a.
De leerling die gebruik maakt van aangepast vervoer op grond van een toegekende vervoersvoorziening, kan bij herhaald gedrag dat de orde of veiligheid in het voertuig verstoort, zoals agressief gedrag, een tijdelijke ontzegging of een ontzegging van de toegang tot het vervoer voor de rest van het schooljaar opgelegd krijgen. Uitgangspunt is dat het vervoer altijd veilig wordt uitgevoerd. De veiligheid van medeleerlingen, chauffeur en de verkeersveiligheid mogen niet in het geding zijn. Een schorsing van de leerling in het vervoer ontslaat ouders en of de leerling niet van de verplichting tot het bezoeken van de school. Ouders dragen zorg en verantwoordelijkheid voor het gedrag van hun kind binnen het vervoer.
- b.
Hierbij worden de volgende stappen gevolgd:
- –
Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost volgens de klachtenprocedure
- –
De vervoerder brengt de ouders op de hoogte van het gedrag van de leerling: mondeling en bevestigd via mail of brief;
- –
Wanneer een klacht niet met de vervoerder wordt opgelost, neemt het college kennis van de informatie van het agressieve en/of ongewenste gedrag van de leerling en bespreekt dit met de ouders;
- –
Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking van de leerling dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel de school een passende oplossing gezocht (bijv. begeleiding in het aangepast vervoer of eigen vervoer).
- –
Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval niet is terug te voeren op de beperking van de leerling dan neemt het college de beslissing over het al dan niet sanctioneren van de leerling en over de hoogte van de sanctie.
- –
Als bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken, hebben deze gemeenten, voordat een sanctie wordt opgelegd, eerst onderling overleg en afstemming.
- –
Voordat een beschikking wordt verstuurd vindt een gesprek plaats met de ouders. Afhankelijk van de ernst en herhaling van het incident ontvangen de ouders van het college een beschikking met:
-
een schriftelijke waarschuwing of
een tijdelijke uitsluiting of
een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing.
-
- –
- c.
In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat:
- –
de leerling gedurende het onderzoek niet wordt vervoerd met het aangepast vervoer;
- –
de leerling, bij herhaling van ongewenst gedrag, voor een termijn van maximaal vier weken wordt uitgesloten van aangepast vervoer;
- –
- d.
Bij een tijdelijke uitsluiting geldt dat er sprake moet zijn van herhaald agressief en/of ongewenst gedrag dat plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief.
Er vindt opnieuw onderzoek plaats als onder artikel 3 sub b beschreven.
Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de eerste waarschuwingsbrief een tweede brief waarin in elk geval wordt meegedeeld, dat:
- –
vanwege de herhaling van het agressieve en/of ongewenste gedrag de leerling voor een termijn van één dag tot vier weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer;
- –
wanneer de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling dan wordt uitgesloten van het aangepaste vervoer met een maximum van twee maanden excl. vakanties.
- –
- e.
In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat:
- –
bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken uitgesloten wordt van aangepast vervoer.
- –
wanneer de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling dan wordt uitgesloten van aangepast vervoer met een maximum van twee maanden excl. vakanties.
- –
wanneer de leerling zich vervolgens na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling dan wordt uitgesloten voor de rest van het schooljaar.
- –
Artikel 4 Onaanvaardbaar gedrag van ouders
- a.
Onaanvaardbaar gedag van ouders richting de vervoerder en diens personeel wordt niet geaccepteerd. Onder onaanvaardbaar gedrag valt agressief gedrag of ander ongewenst gedrag rondom het taxivervoer van de leerling die de orde in de taxi verstoort of de veiligheid van de taxi en inzittenden in gevaar brengt. Uitgangspunt is dat het vervoer altijd veilig wordt uitgevoerd. De veiligheid van medeleerlingen, chauffeur en verkeersveiligheid mogen niet in het geding zijn.
- b.
Onaanvaardbaar gedrag kan betekenen dat de leerling, al dan niet tijdelijk, niet meer wordt vervoerd.
Artikel 5 Individueel vervoer
- a.
Het uitgangspunt voor het aangepast vervoer is dat leerlingen gezamenlijk in een taxibusje worden vervoerd. Verzoeken om individueel vervoer worden met de grootst mogelijke terughoudendheid toegekend.
- b.
Individueel vervoer vindt plaats wanneer is aangetoond door een deskundige met BIG registratie dat een leerling met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd.
- c.
Individueel vervoer wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal drie maanden tenzij is aangetoond dat individueel vervoer voor een langere periode ingezet moet worden. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt.
Artikel 6 Meerjarige beschikking vervoersvoorziening
- a.
Het college kan een meerjarige beschikking voor het leerlingenvervoer afgeven als het in de lijn der verwachting ligt dat de leerling voor een bepaalde periode aangewezen is op leerlingenvervoer.
Artikel 7 Woning van de leerling bij co-ouderschap
- a.
Wanneer er sprake is van co-ouderschap dan kan een leerling twee woningen hebben in de zin van de verordening. Om aanspraak te maken op leerlingenvervoer moet iedere ouder afzonderlijk, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. De betreffende gemeente toetst de aanvraag aan de eigen verordening leerlingenvervoer, waarbij onder meer wordt bekeken of er sprake is van een woning in de zin van de verordening, of de school de dichtstbijzijnde toegankelijke is en of voldaan is aan de afstandsgrens.
- b.
Wanneer bij co-ouderschap slechts vanuit één van beide adressen aanspraak op leerlingenvervoer bestaat, wordt overleg gepleegd met de andere gemeente teneinde tot een voor de leerling mogelijk passende oplossing te komen.
Artikel 8 Dichtstbijzijnde toegankelijke school
Soms komt het voor dat de dichtstbijzijnde school vol zit en geen leerlingen kan toelaten waardoor de leerling naar een verder weg gelegen school moet worden vervoerd.
Indien de dichterbij gelegen school weer ruimte heeft om leerlingen te plaatsen wordt de mogelijkheid tot overplaatsing, voorafgaand aan het nieuwe schooljaar, onderzocht. Van overplaatsing kan afgeweken worden indien het wisselen van school aantoonbaar ernstige benadeling voor de leerling als gevolg heeft. Indien de leerling in het nieuwe schooljaar in het laatste jaar van de school zit blijft het recht op vervoer naar de verder weg gelegen school bestaan.
Artikel 9 Bevorderen zelfstandig reizen
- a.
Het college wil zelfstandig(er) reizen stimuleren. Bij de beoordeling van een aanvraag leerlingenvervoer is het belangrijk te kijken naar de individuele mogelijkheden van een leerling zoals persoonskenmerken, leeftijd, de route, de behoeften van de leerling en de stimulerende/begeleidende rol van de ouders.
- b.
Maatwerk kan worden geboden aan de hand van een gesprek met de ouders en van de bij de aanvraag aangeleverde informatie en de informatie van de school.
- c.
Eventueel kan een deskundige met BIG registratie betrokken worden bij het vinden van passend maatwerk.
Artikel 10 Begeleiding van het vervoer en ernstige benadeling van het gezin
- a.
Begeleiding is primair een taak van de ouders. Dit geldt ook als beide ouders werken.
- b.
Een uitzondering wordt gemaakt wanneer er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders kan worden gevergd. Er is sprake van een ernstige benadeling van het gezin, als één van de volgende situaties aanwezig is:
- –
een éénouder gezin of een alleenstaande ouder en er meer kinderen in de basisschoolleeftijd aanwezig zijn. Deze kinderen hebben aantoonbaar begeleiding nodig naar school, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;
- –
een éénouder gezin of een alleenstaande ouder heeft een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is;
- –
een éénouder gezin of een alleenstaande ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet.
- –
er is sprake van een gezamenlijke huishouding en beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment omdat bij hen beiden sprake is van:
- o
een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking;
- o
een aantoonbaar scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet.
- o
- –
Het reizen kost de begeleider meer dan vier uur reistijd per dag.
- –
Artikel 11 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders of de meerderjarige leerling gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze nadere regels, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.
Artikel 12 Intrekking oude regeling
- a.
De Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025 treden de dag na bekendmaking in werking, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2021. De beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2021 blijven van toepassing voor aanvragen die voor 1 april 2025 zijn toegekend voor het schooljaar 2024-2025.
Artikel 13 Inwerkingtreding
- a.
De nadere regels treden de dag na bekendmaking in werking.
- b.
De nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Woudenberg 2025.
Ondertekening
Woudenberg,
Burgemeester en wethouders van Woudenberg,
Z.D.M. van den Boogaard
Secretaris
M. Jansen-van Harten
Burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl