Nadere regels gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2026

Geldend van 15-04-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, overwegende nadere regels te stellen voor het gebruik en beheer van de gemeentelijke Gedenkparken van de gemeente Schagen;

gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, vierde lid, 7, tweede lid, 11, 14, 15, tweede lid, 16, 17, eerste, tweede en vierder lid, 18, tweede, derde en vierde lid, 19, eerste en tweede lid, 22, tweede lid, 24, vierde lid, 25, eerste lid, 30, zesde lid van de Beheersverordening gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2025;

besluit vast te stellen de volgende:

Nadere regels gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2026

Artikel 1. Begripsbepalingen

Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de Beheersverordening gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2025.

Artikel 2. Openstelling Gedenkparken

  • 1. De Gedenkparken zijn dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

  • 2. Werkzaamheden aan graven en gedenktekens vinden uitsluitend plaats na toestemming van de beheerder en overeenkomstig diens aanwijzingen.

Artikel 3. Ordemaatregelen

  • 1. Het is verboden om met motorrijtuigen op het Gedenkpark te rijden, behalve na toestemming van de beheerder. Motorvoertuigen waarvoor toestemming is verleend mogen niet harder dan 10 km per uur.

  • 2. Het is niet toegestaan om op het Gedenkpark te fietsen, tenzij anders bepaald.

  • 3. De beheerder is bevoegd om bezoekers met een beperking toestemming te verlenen voor het bezoeken van het Gedenkpark met een aangepast voertuig.

  • 4. Bezoekers met honden kunnen uitsluitend met een aangelijnde hond het Gedenkpark bezoeken en dienen uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen.

  • 5. Asverstrooiing op het Gedenkpark is alleen mogelijk in overleg met, na toestemming van en in het bijzijn van de beheerder. De beheerder bepaalt waar as verstrooien mogelijk is.

  • 6. Bovengrondse asverstrooiing op grafbedekkingen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen is niet toegestaan.

  • 7. Het verontreinigen van het Gedenkpark, waaronder het achterlaten van afval buiten de daarvoor bestemde bakken, is niet toegestaan.

  • 8. Het is niet toegestaan om vazen, potten, gieters, gereedschap en bankjes buiten de grafafmetingen te plaatsen.

  • 9. Lopen op graven is niet toegestaan, tenzij de bereikbaarheid voor uitvoering van werkzaamheden belemmerd wordt.

  • 10. Het is aan steenhouwers, hoveniers, vrijwilligers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op het Gedenkpark te verrichten.

Artikel 4. Opgraven, samenvoegen en ruimen

  • 1. Het samenvoegen van de stoffelijke resten op de onderste laag van een graf, om daarmee ruimte te maken voor een nieuwe overledene, is mogelijk indien de wettelijke grafrusttermijn van tenminste tien jaar wordt gerespecteerd, de resterende graftermijn nog minimaal tien jaar bedraagt, begraven op meer dan één laag mogelijk is en het samenvoegen technisch uitvoerbaar is.

  • 2. Per graf kan slechts één keer een samenvoeging plaatsvinden.

Artikel 5. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1. De tijd van begraven en het bezorgen van as op maandag t/m vrijdag is van 9.00 tot 15.00 uur.

  • 2. De tijd van het begraven en het bezorgen van as buiten de genoemde uren van lid 1 is tegen betaling van een toeslag mogelijk op maandag t/m vrijdag vanaf 15.00 uur tot een uur voor zonsondergang, met als uiterste tijd 19.00 uur en op zaterdag van 10.00 tot 14.00 uur.

  • 3. De burgemeester kan in bijzondere gevallen van de genoemde tijden in het eerste en tweede lid van dit artikel afwijken. In die gevallen wordt een extra toeslag in rekening gebracht.

Artikel 6. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen

  • 1. Per particulier graf, natuurgraven uitgezonderd, mogen maximaal twee overledenen worden begraven en maximaal vier asbussen worden bijgezet, tenzij anders bepaald (vide Artikel 4.1). De rechthebbende bepaalt wie wordt begraven en bijgezet.

  • 2. Per particulier natuurgraf mag maximaal één overledene worden begraven. Het bijzetten van asbussen is niet toegestaan.

  • 3. Per algemeen graf mogen maximaal twee overledenen worden begraven. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan. De beheerder van het Gedenkpark bepaalt wie in het graf worden begraven.

  • 4. Per particulier (kelder)urnengraf, natuururnengraven uitgezonderd, urnennis en urnenplaats mogen maximaal vier asbussen worden bijgezet, voor zover de ruimte het toelaat. De rechthebbende bepaalt wiens asbus wordt bijgezet.

  • 5. Per particulier natuururnengraf voor één persoon mag maximaal één asbus worden bijgezet. De rechthebbende bepaalt wiens asbus wordt bijgezet.

  • 6. Per particuliere gedenkplaats mogen meerdere overledenen herdacht worden.

  • 7. Per dubbelgraf worden twee graven naast elkaar uitgegeven, elk voor maximaal twee overledenen en vier asbussen. De rechthebbende bepaalt wie wordt begraven en bijgezet.

Artikel 7. Afmetingen van de graven, urenplaatsen en gedenkplaatsen

De maximale afmetingen voor een graf en urnenplaats zijn:

  • a.

    de standaard afmeting van een particulier graf op nieuwe begraafvakken en natuurgraven bedraagt 250 x 120 cm (l x b);

  • b.

    de afmeting van een particulier graf op oude gedeelten van een Gedenkpark is afhankelijk van de beschikbare ruimte, maximaal 200 x 80 cm (l x b);

  • c.

    de afmeting van een particulier kindergraf voor kinderen van 8 tot 12 jaar is afhankelijk van de beschikbare ruimte, maximaal 250 x 120 cm (l x b);

  • d.

    de afmeting van een particulier kindergraf voor kinderen van 1 tot 8 jaar bedraagt maximaal 150 x 80 cm (l x b);

  • e.

    de afmeting van een particulier kindergraf voor kinderen jonger dan 1 jaar bedraagt 70 x 70 cm (l x b);

  • f.

    de afmeting van een particulier (kelder-)urnengraf bedraagt 70 x 70 (l x b);

  • g.

    de afmeting van een particuliere urnenplaats en particuliere gedenkplaats bedraagt 70 x 70 cm (l x b);

  • h.

    de afmeting van een algemeen graf bedraagt maximaal 250 x 120 cm (l x b);

  • i.

    de afmeting van een urnennis in een urnenmuur of columbarium varieert en is afhankelijk van het type voorziening.

  • j.

    de afmetingen van een particulier natuurgraf bedraagt 100 x 250 cm (l x b);

  • k.

    de afmetingen van een particulier natuururnen graf bedraagt 70 x 70 cm (l x b);

Artikel 8. Volgorde van uitgifte

Natuurgraven en natuururnengraven worden uitgegeven op basis van vrije keuze.

Artikel 9. Reserveren van graven

  • 1. Het reserveren van een particulier graf, een urnengraf uitgezonderd, kan voor een periode van tien, twintig, dertig, veertig, vijftig en vijfenzeventig jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat.

  • 2. Het reserveren van een natuurgraf en natuururnengraf kan voor de periode van onbepaalde tijd, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat.

  • 3. Het reserveren van een particulier urnengraf, urnenplaats en particuliere gedenkplaats kan voor een periode van tien, vijftien, twintig, dertig, veertig en vijftig jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat.

  • 4. Het reserveren van een particulier graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats kan voor een aangepast reserveringstarief voor een periode van 10 jaar. Het grafrecht gaat pas in op het moment van begraven of bijzetten.

  • 5. Het reserveren van graven in vakken waar op rij begraven wordt is niet mogelijk.

  • 6. De beheerder beoordeelt en bepaalt welke graven voor reservering in aanmerking komen.

Artikel 10. Categorieën

  • 1. Natuurgraven en natuururnengraven worden alleen uitgegeven op het Gedenkpark van Sint Maartensbrug. De beheerder bepaalt welke delen in aanmerking komen. Het toepassen van grafbedekking is niet toegestaan, met uitzondering een boomschijf als bedoeld in artikel 15 lid 16. Het natuurgedeelte wordt extensief beheerd.

  • 2. In historische grafvelden is begraven niet meer mogelijk en er mag ter behoud van het cultuurhistorisch karakter in principe niet geruimd worden en dan nog slechts na consultatie van de Commissie Gedenkparken. De historische velden zijn de volgende:

    • Callantsoog, grafveld met de grafnummers 47 – 166

    • Dirkshorn, grafvelden met de grafnummers 97 – 144, 145 – 192 en 265 – 280

    • Petten, grafveld met grafnummers 1 – 95

    • Schagen, grafvelden A, B, C en D

    • Sint Maarten, grafveld met de grafnummers 1 – 90

    • Sint Maartensbrug, grafvelden Oude Kerkhof 1 – 77 (zuidzijde), Kerkhof 1 – 288 (noordzijde), Kerkhof nieuw gedeelte 1 – 68 en Nieuwe Kerkhof 301-516.

    • Waarland, grafveld met de grafnummers 2A - 34A, A1 – A 52, B1 – B53, C1 – C53 en P1

  • 3. Strooivelden voor as zijn aanwezig op de Gedenkparken van Petten, Sint Maarten, Sint Maartensbrug, Schagen, Tuitjenhorn, Waarland en Warmenhuizen. De beheerder bepaalt welke gedeelten van de Gedenkparken in aanmerking komen.

  • 4. Kindergraven zijn op speciale gedeelten van de Gedenkparken beschikbaar in 3 leeftijdscategorieën: in het Gedenkpark in Schagen zijn twee gedeelten beschikbaar en in het Gedenkpark in Tuitjenhorn één rij. De beheerder bepaalt welke gedeelten daarvoor in aanmerking komen.

Artikel 11: Termijnen particuliere graven, urnenvoorzieningen en gedenkplaatsen

  • 1. Particuliere graven, natuurgraven uitgezonderd, worden uitgegeven voor een termijn van tien, twintig, dertig, vijftig en vijfenzeventig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het Gedenkpark dat toelaat, met uitzondering van urnengraven en natuurgraven. Particuliere urnengraven, urnennissen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van tien, twintig, dertig, vijftig en vijfenzeventig jaar voor zover de daartoe bestemde ruimte van het Gedenkpark dat toelaat, met uitzondering van natuurgraven en natuururnengraven.

  • 2. Particuliere urnengraven, natuururnengraven uitgezonderd, urnennissen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van tien, twintig, dertig, vijftig en vijfenzeventig jaar voor zover de daarvoor bestemde ruimte van het Gedenkpark dat toelaat.

  • 3. Particuliere natuurgraven en natuururnengraven worden uitgegeven voor een termijn van onbepaalde tijd, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het Gedenkpark dat toelaat.

  • 4. Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van vijf, tien, vijftien, twintig, dertig, veertig of vijftig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 5. Tussentijdse verlenging van grafrechten per jaar is mogelijk indien bij een bijzetting de resterende termijn korter is dan de vereiste grafrusttermijn van 10 jaar. Het tarief bedraagt een tiende deel per te verlengen jaar, uitgaande van het vastgestelde tarief van een verlenging met 10 jaar.

  • 6. Tussentijdse verlenging van grafrechten met meer dan 10 jaar is mogelijk met een veelvoud van 10 jaar, waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het verlengingstarief voor 10 jaar.

  • 7. Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het Gedenkpark dat toelaat.

Artikel 12. Keldergraven

  • 1. Keldergraven worden alleen in uitzonderlijke situaties toegestaan en kunnen alleen geplaatst worden op verzoek van en op kosten van de aanvrager.

  • 2. De voorwaarden waaraan nieuwe keldergraven moeten voldoen zijn, dat:

    • a.

      de gebruikte materialen duurzaam zijn;

    • b.

      de fundering en constructie stabiel en veilig zijn;

    • c.

      het keldergraf beheer-technisch en esthetisch aanvaardbaar is;

    • d.

      de binnen afmetingen van een keldergraf minimaal 240 x 120 cm (l x b) zijn;

    • e.

      de vergunningaanvraag voldoet aan het bestemmingsplan en overige wetten.

  • 3. De voorwaarden waaraan begraven in bestaande particuliere keldergraven moet voldoen zijn, dat:

    • a.

      het samenvoegen c.q. ruimen van het graf beheer-technisch mogelijk is;

    • b.

      de afmetingen binnen maats voldoende ruimte bieden voor de kistafmetingen;

    • c.

      het keldergraf waterdicht is en voorzien is van adequate ventilatie;

    • d.

      de werkzaamheden veilig uit te voeren zijn.

  • 4. Een vergunning voor een reeds bestaand keldergraf kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:

    • a.

      de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende is;

    • b.

      de fundering en constructie onvoldoende stabiel en veilig zijn;

    • c.

      ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • d.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;

    • e.

      van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen de daarin gestelde termijn;

    • f.

      de houder van de vergunning dit verzoekt;

    • g.

      het college om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht.

  • 5. Aan de afhandeling van de aanvraag van een vergunning voor een keldergraf zijn kosten verbonden.

Artikel 13. Overschrijving van verleende rechten

  • 1. Wanneer nabestaanden ontbreken, kan de rechthebbende bij laatste wil of bij notariële akte bepalen dat de rechten worden overgeschreven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, een stichting of instelling voor grafzorg of een kerkgenootschap.

  • 2. Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het voorgaande lid afwijken.

  • 3. Grafrechten op de natuurbegraafplaats kunnen in principe niet worden overgeschreven.

Artikel 14. Melding en vergunning grafbedekking en gedenkteken

  • 1. De melding tot het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van een gedenkteken of vaste beplanting op een (urnen-)graf, urnenplaats en gedenkplaats moet schriftelijk worden gedaan bij het college, uiterlijk een maand voor plaatsing. Het verzoek dient te bevatten:

    • a.

      NAW-gegevens van de rechthebbende van het graf, de urnenplaats of de gedenkplaats; de naam en het adres van de aanvrager en indien deze een ander is dan de rechthebbende tevens de toestemming van de betreffende rechthebbende om eigenaar van de grafbedekking te zijn;

    • b.

      de naam van het Gedenkpark, de ligging (grafveld) en nummer van het graf of de plaats; naam en adres van degene die de te verrichten werkzaamheden op het Gedenkpark uitvoert;

    • c.

      een werktekening (in tweevoud), schaal 1:10, waarin aangegeven:

      • een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

      • de soort en kleur van het materiaal van het gedenkteken en de bewerking ervan;

      • de vermelding of de letters en/of tekens, ingehakt, opgehakt of van een ander materiaal zijn;

      • de woordindeling van het opschrift en de plaats van de figuratie(s); de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;

      • de soort vaste planten indien het een levende grafbedekking betreft.

  • 2. Voor gewenste grafbedekkingen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, lid 1 t/m 12 van de nadere regels, ornamenten voor op het (urnen-)graf, een bovengrondse urnenplaats of een gedenkplaats inbegrepen, is een vergunning vereist.

  • 3. De beslissing op de vergunningaanvraag wordt door het college schriftelijk meegedeeld.

Artikel 15. Voorwaarden grafbedekking

  • 1. Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas.

  • 2. De lengte en de breedte van de grafbedekking, het daarop geplaatste gedenkteken, ornamenten inbegrepen, mogen de afmetingen van het (urnen-)graf, bovengrondse urnenplaats en gedenkplaats niet overschrijden.

  • 3. Gedenktekens moeten geplaatst worden op een fundament of afdekplaat die verzakking van het gedenkteken uitsluit.

  • 4. Voor het plaatsen van een gedenkteken op een graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 190 x 85 x 100 cm (l x b x h).

  • 5. Voor het plaatsen van een gedenkteken op een dubbel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 190 x 180 x 100 cm (l x b x h).

  • 6. Voor het plaatsen van een gedenkteken op een kindergraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:

    • a.

      kindergraven voor kinderen van 8 tot 12 jaar maximaal 190 x 85 x 100 centimeter (l x b x h);

    • b.

      kindergraven voor kinderen van 1 tot 8 jaar maximaal 100 x 80 x 100 centimeter (l x b x h);

    • c.

      kindergraven voor kinderen jonger dan 1 jaar, maximaal 70 x 70 x 100 centimeter (l x b x h).

  • 7. Voor het plaatsen van een gedenkteken op een urnengraf, urnenplaats en particuliere gedenkplaats gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: 70 x 70 x 100 cm (l x b x h).

  • 8. Voorzetplaten en sluitplaten van urnennissen zijn afhankelijk van het type nis. De beheerder bepaalt de afmetingen, de kleur en de beletteringsmogelijkheden per object. De plaatsing en kosten van een voorzetplaat zijn voor rekening van de gemeente, met uitzondering van de voorzetplaten in Callantsoog die voor rekening van de rechthebbende zijn.

  • 9. De in het vierde, vijfde, zesde en zevende lid genoemde gedenktekens moeten gefundeerd zijn, aan elkaar vast zitten of afzonderlijk bevestigd worden op een onderplaat en voorzien zijn van een gegraveerd grafnummer.

  • 10. Sierurnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel, zodanig dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.

  • 11. Bodembedekking of strooibedekking, zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10 cm hoogte boven het maaiveld en indien voorzien van een bodemplaat.

  • 12. In specifieke situaties kan het college afwijken van de in het vierde, vijfde, zesde en zevende lid genoemde afmetingen. Een vergunningaanvraag daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende Gedenkpark en begraafvlak.

  • 13. Op oudere delen van het Gedenkpark kunnen de in het vierde, vijfde, zesde en zevende lid genoemde afmetingen afwijken indien de beschikbare ruimte voor de grafbedekking dit niet toelaat. De beheerder bepaalt de maximale afmetingen.

  • 14. Op het gedenkteken dient aan de achterzijde het grafnummer zichtbaar aanwezig te zijn.

  • 15. De namen van leveranciers, ontwerpers of uitvoerders van gedenktekens mogen alleen aan de achterkant van het gedenkteken worden aangebracht, in de vorm van een klein koperen of bronzen naamplaatje van maximaal 2 x 4 centimeter.

  • 16. Op natuur(urnen-)graven kan een door de gemeente beschikbaar gestelde boomschijf met inscriptie van de naam en overlijdensdatum van de overledene worden geplaatst.

  • 17. Op algemene graven is een liggend gedenkteken toegestaan met maximale afmetingen van 90 x 85 cm (l x b).

  • 18. Op en in de nabijheid van verstrooivelden zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan.

Artikel 16. Onderhoud door de houder van de Gedenkparken

  • 1. Tegen betaling van een vergoeding kan het onderhoud van een grafbedekking overgenomen worden door de beheerder van het Gedenkpark indien de grafbedekking voldoet aan de bepalingen in artikel 17 en 18.

  • 2. Het jaarlijks grafonderhoud bestaat, voor zover van toepassing, uit:

    • a.

      onkruidbeheersing van de grafbedekking volgens CROW beeldkwaliteitsniveau A;

    • b.

      maaien van het gras op de grafbedekking volgens CROW beeldkwaliteitsniveau A;

    • c.

      snoeien van de grafbeplanting volgens CROW beeldkwaliteitsniveau A;

    • d.

      1 maal per jaar verwijderen van oppervlakkig vuil op het gedenkteken.

  • 3. De vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld.

  • 4. De vergoeding voor het grafonderhoud moet in 1 keer betaald worden voor de gehele termijn.

  • 5. Het onderhoud van natuur(urnen)graven is de verantwoordelijkheid van de houder van het Gedenkpark.

Artikel 17. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

  • 1. Onder onderhoud wordt verstaan het schoonmaken van het gedenkteken, het verven of vergulden van letters en andere figuraties op het gedenkteken, het verwijderen van spontaan opkomende kruiden of zaailingen op de grafbedekking, het rechtzetten van verzakkingen van het gedenkteken en het uitvoeren van overige herstellingen van het gedenkteken.

  • 2. Voor het schoonmaken van het gedenktekens zijn alleen biologisch afbreekbare middelen toegestaan.

  • 3. Het afval dat vrijkomt bij het onderhoud (groenafval en verpakkingsmaterialen) dient door eenieder in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd.

Artikel 18. Grafbeplanting

  • 1. De beplanting op een graf moet binnen de afmeting van het graf blijven en mag niet hoger worden dan de maximaal toegestane hoogte van 100 cm.

  • 2. Verboden zijn sterk woekerende planten, invasieve exoten en planten met stekels en doornen.

  • 3. Op natuur(urnen)graven is het aanbrengen van beplanting niet toegestaan. De gemeente verstrekt een passend inheems bloemenmengsel, dat door nabestaanden zelf kan worden ingezaaid.

Artikel 19. Voorwerpen op en rond graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen

  • 1. Het plaatsen op graven van losse bloemen in steekvazen en planten in potten of bakken is toegestaan, mits geplaatst binnen de maximale afmetingen van de grafbedekking. Glazen vazen en voorwerpen waarin glas verwerkt is, zijn vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan.

  • 2. De rechthebbende of de gebruiker van het graf draagt zelf zorg voor regelmatig onderhoud, het verwijderen van verwelkte bloemen en planten die in verwaarloosde staat verkeren en het terugsnoeien van beplanting binnen de toegestane afmetingen.

  • 3. Ornamenten, linten en dergelijke die na een teraardebestelling op het graf worden achtergelaten moeten binnen vier weken na de dag van de teraardebestelling door de rechthebbende of de gebruiker worden verwijderd. Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze ongevraagd te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende zes weken na een begrafenis ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een verzoek heeft ingediend bij de beheerder.

  • 5. De beheerder is gerechtigd om losse voorwerpen, buiten de toegestane afmetingen groeiende planten, verwelkte bloemen en dode planten te verwijderen indien de rechthebbende of gebruiker dat niet tijdig zelf doet, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 20. Plaatsen grafbedekkingen en gedenktekens

  • 1. Voor plaatsingswerkzaamheden van een gedenkteken en vaste beplanting is toestemming nodig van de beheerder.

  • 2. Het gedenkteken met toebehoren moet volgens aanwijzingen van de beheerder worden geplaatst.

  • 3. Op natuur(urnen) zijn grafbedekking en gedenktekens niet toegestaan, met uitzondering van een boomschijf met inscriptie van de naam en sterfdatum van de overledene. De boomschijf wordt, tegen betaling, beschikbaar gesteld door de gemeente en verdiept geplaatst.

  • 4. Het is niet toegestaan om zelf gedenkblaadjes aan te brengen aan de gedenkboom op het Natuurgedenkpark Sint Maartensbrug en die op het Gedenkpark Schagen aan de Hoep; gedenkblaadjes met inscriptie kunnen uitsluitend worden besteld via de link op de website van de gemeente Schagen.

  • 5. Alle sporen van werkzaamheden, ontstaan door of ten gevolge van plaatsingswerkzaamheden, moeten worden opgeruimd en/of hersteld in originele staat.

Artikel 21. Crematie en herbegraven na ruiming

Transport van stoffelijke resten voor crematie of herbegraving buiten het Gedenkpark is alleen toegestaan door medewerkers van het Gedenkpark, een erkende uitvaartonderneming of een erkend gespecialiseerd bedrijf.

Artikel 22. Ruiming, bezorging van overblijfselen

  • 1. Transport van stoffelijke resten voor crematie of herbegraving buiten het Gedenkpark is alleen toegestaan door medewerkers van het Gedenkpark, een erkende uitvaartonderneming of een BVOB erkend gespecialiseerd bedrijf.

  • 2. Het is slecht één maal toegestaan om een graf te schudden of stoffelijke resten samen te voegen op de onderste laag.

Artikel 23. Lijst cultuurhistorische graven en opvallende grafbedekkingen

  • 1. De lijst met cultuurhistorische graven wordt, indien nodig, 1 keer per tien jaar geactualiseerd.

  • 2. De toetsingscriteria voor opvallende grafbedekkingen zijn vastgelegd in het rapport van het Bureau Funeraire Adviezen ‘Inventarisatie opvallende en historische grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen van Schagen’ (2019).

  • 3. Daarnaast zijn in de lijst ook graven opgenomen van personen die door lokale werkgroepen aan de hand van door hen bepaalde criteria op basis van algemene door de Commissie Gedenkparken opgestelde criteria als van cultuurhistorisch belang voor hun dorp, polder of stad werden geïdentificeerd, welk advies vervolgens door de Commissie Gedenkparken positief werd beoordeeld en vastgesteld door het college. Deze worden verwerkt in genoemde lijst van cultuurhistorische graven. Tevens worden besluiten vastgelegd in het grafregister en het grafdossier.

  • 4. De lijst vermeldt minimaal: a) begraafplaats en grafnummer; b) naam en overlijdensjaar van de begravene(n); c) een korte motivering; en d) een foto van het grafmonument, met name als deze een opvallende en historische grafbedekking heeft.

  • 5. De gemeente voorziet in het onderhoud van cultuurhistorisch waardevolle graven, graven op de in artikel 10 genoemde historische velden en graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd (zgn. koopgraven van voor 1996) indien geen rechthebbende beschikbaar is.

  • 6. Alleen in geval van naderend urgent ruimtegebrek op een gedenkpark kunnen in de lijst vermelde graven toch geruimd worden; dit dient in overleg met plaatselijke werkgroepen of contactpersonen te geschieden. Wel kan een cultuurhistorisch graf op verzoek van de rechthebbende worden geruimd.

  • 7. Eenieder kan een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen om een graf toe te voegen aan de lijst. Het college besluit hierover binnen zes maanden na advies van de Commissie Gedenkparken.

Artikel 24. Slotbepalingen

Deze nadere regels treden in werking met ingang van 01-01-2026.

Artikel 25. Intrekking oude regelingen

De nadere regels gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2022, vastgesteld op 14 september 2021 worden ingetrokken gelijktijdig met het in werking treden van deze nieuwe verordening.

Artikel 26. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels gemeentelijke Gedenkparken Schagen 2026”.

Ondertekening

Aldus besloten door het college in zijn vergadering van 16 december 2025.

De secretaris,

Mevrouw E.C. van der Bruggen

De burgemeester,

Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen