Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760329
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760329/1
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verlenen van subsidie aan dorps- en wijkraden voor het bijdragen aan inwonersparticipatie (Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam)
Geldend van 11-04-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verlenen van subsidie aan dorps- en wijkraden voor het bijdragen aan inwonersparticipatie (Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam,
gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alsmede gelet op artikel 2 en artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam alsmede gelet op het raadsbesluit van 27 februari 2025 waarbij de gemeenteraad heeft besloten: “Maak een laagdrempelig loket voor inwonersinitiatieven en zet het budget daarvoor in via dorps- en wijkraden waar die er zijn”;
dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;
dat dorps- en wijkraden een verbindende schakelfunctie vervullen tussen de gemeente en de inwoners van de kernen;
B E S L U I T :
vast te stellen de Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam.
Artikel 1 Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
- b.
Dorpsraad/wijkraad: een door het college erkende rechtspersoon die met een georganiseerd team van vrijwilligers op structurele wijze een verbindende schakelfunctie vervult tussen de gemeente en de inwoners van de desbetreffende kern, zulks in samenwerking en wisselwerking met die inwoners en de gemeente;
- c.
Gemeente: de gemeente Edam-Volendam;
- d.
Kern: een dorp of wijk waar een dorps- of wijkraad actief is;
- e.
Leefbaarheid: de mate waarin inwoners een kern aantrekkelijk en geschikt achten om te wonen, werken en leven, door een combinatie van fysieke aspecten (schoon, veilig, groen), sociale aspecten (ontmoeting, sociale binding, veiligheid), en de aansluiting bij de wensen en behoeften van de inwoners, zoals toegang tot voorzieningen, rust, of juist levendigheid;
- f.
Sociale samenhang: de mate van onderlinge verbondenheid en het gemeenschaps-gevoel dat inwoners ervaren binnen een wijk of dorp. Dit uit zich in het onderlinge vertrouwen, de bereidheid tot onderlinge hulp, actieve communicatie, en gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen, zodat inwoners zich thuis voelen en verbonden zijn met hun directe leefomgeving en mede-inwoners;
- g.
Verbindende schakelfunctie: het verbinden van de inwoners van de kern onderling enerzijds, en het college en de inwoners van de kern anderzijds, door het stimuleren en faciliteren van initiatieven van inwoners, van samenwerking tussen de inwoners onderling en tussen inwoners en het college, het signaleren en doorgeven van ontwikkelingen, behoeften en kansen aan het college en de gemeenteraad en het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college en de gemeenteraad.
- h.
Verordening: de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
-
1. Een subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt voor activiteiten van dorps- en wijkraden binnen de gemeente.
-
2. De subsidiabele activiteiten van een dorps- of wijkraad omvatten:
- a.
Het vervullen van een verbindende schakelfunctie tussen de inwoners van de kern en de gemeente;
- b.
Het gevraagd en ongevraagd leveren van inbreng inzake gemeentelijk beleid en projecten vanuit het algemeen belang van de inwoners van de kern;
- c.
Het organiseren van activiteiten en het verbinden en uitvoeren van initiateven voor en met inwoners uit de kern die:
- I.
(Liefst langdurig) bijdragen aan de leefbaarheid en/of de sociale samenhang in de gemeente of een van de kernen binnen de gemeente;
- II.
In principe de gehele gemeenschap van die kern ten goede komen;
- III.
Grotendeels door zelfwerkzaamheid (inzet van vrijwilligers) worden gerealiseerd;
- IV.
Een bijdrage van maximaal € 1.000,- nodig hebben;
- I.
- a.
-
3. Uitgesloten van subsidie zijn:
- I.
Activiteiten die het college aan zichzelf heeft voorbehouden;
- II.
Activiteiten voor zover die al op andere wijze door de gemeente worden bekostigd en/of gefaciliteerd;
- III.
Activiteiten waarbij sprake is van een winstoogmerk of concurrentie met commerciële initiatieven;
- IV.
Activiteiten die niet onder verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd;
- V.
Het voeren van juridische procedures;
- VI.
Het verstrekken van maaltijden.
- I.
Artikel 3 Doelgroepen
Voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking de door het college erkende dorps- en wijkraden.
Artikel 4 Verzoek tot erkenning van dorps- en wijkraden
-
1. inwoners van een kern die met een georganiseerd team van vrijwilligers op structurele wijze een verbindende schakelfunctie beogen te vervullen tussen de gemeente en de inwoners van de desbetreffende kern en daartoe een rechtspersoon willen oprichten of hebben opgericht kunnen bij het college een aanvraag indienen voor erkenning als dorps- of wijkraad.
-
2. Het verzoek bevat:
- a.
De aanduiding van de kern (het dorp of de wijk) die de dorps- of wijkraad beoogt te verbinden, met in het geval van een wijk de beoogde grenzen van het gebied waarvan de wijkraad de inwoners beoogt te verbinden;
- b.
Voor het erkennen van een wijkraad in een deel van een gebied waar al een wijkraad is gevestigd, is voorafgaande instemming van de bestaande wijkraad nodig op een voorstel tot aanpassing van de grenzen van de bestaande wijkraad;
- c.
Een verslag van de wijze waarop het draagvlak voor het oprichten van de dorps- of wijkraad onder de inwoners van de desbetreffende kern is getoetst;
- d.
De namen, leeftijden en adressen van de bestuursleden of kandidaat-bestuursleden van de rechtspersoon;
- e.
De statuten of concept statuten van de rechtspersoon.
- a.
-
3. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 5 Besluit op verzoek erkenning als dorps- of wijkraad
-
1. Het college beslist binnen acht weken op het ingediende verzoek. Het college kan deze termijn met acht weken verdagen.
-
2. Het college beoordeelt het verzoek op de volgende criteria:
- a.
Het dorp of de wijk is een logisch te onderscheiden gebied met inwoners;
- b.
Het aantal inwoners dat de dorps- of wijkraad beoogt te verbinden is behapbaar;
- c.
Het bestuur of kandidaat bestuur heeft voldoende draagvlak onder de inwoners uit het gebied;
- d.
De bestuursleden of kandidaat-bestuursleden zijn niet tegelijkertijd burgemeester, wethouder of lid van de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam, of werkzaam bij de gemeente Edam-Volendam of bestuurslid van een binnen de gemeente actieve politieke partij;
- e.
De rechtspersoon of beoogde rechtspersoon is een door inwoners op privaatrechtelijke grondslag opgericht orgaan, meestal een stichting, die blijkens de statuten of concept statuten en zijn handelen:
- a.
tot doel heeft een verbindende schakelfunctie te vervullen tussen de inwoners van de kern en de gemeente;
- b.
de achterban periodiek betrekt bij de werkzaamheden en aan de achterban periodiek verantwoording aflegt over de verrichte werkzaamheden;
- c.
periodiek verantwoording aflegt over het beheer van de financiën en de financiële positie;
- d.
tenminste eenmaal per jaar openbaar vergadert.
- a.
- a.
Artikel 6 Intrekken erkenning als dorps- of wijkraad
-
1. Het bestuur van een dorps- of wijkraad kan bij het college een verzoek indienen om de erkenning als dorps- of wijkraad in te trekken.
-
2. Het college beslist binnen vier weken op het ingediende verzoek.
-
3. Het college trekt de erkenning van een dorps- of wijkraad in indien deze niet langer voldoet aan de criteria voor erkenning.
Artikel 7 Subsidieaanvraag
-
1. Het college kan een subsidie per kalenderjaar verstrekken voor de activiteiten van dorps- en wijkraden
- a.
voor de activiteiten genoemd in artikel 2, lid 1 en artikel 2 lid 2 a en b, of;
- b.
voor de activiteiten genoemd in artikel 2, lid 1 en artikel 2 lid 2 a, b en c.
- a.
-
2. De aanvraag wordt ingediend met een door het college vastgestelde aanvraagformulier.
-
3. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
4. Het college kan een aanvraag die na de deadline is ingediend alsnog in behandeling nemen indien de dorps- of wijkraad op het moment dat de indieningstermijn verliep, geen aanvraag kon indienen.
Artikel 8 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien de dorps- of wijkraad een eigen vermogen heeft gelijk aan of groter dan tweemaal het aangevraagde subsidiebedrag,
Artikel 9 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt:
- a.
€ 1.250,- (prijspeil 2026) voor een aanvraag als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a;
- b.
€ 3.500,- (prijspeil 2026) voor een aanvraag als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder b.
- a.
-
2. Van een dorps-of wijkraad die de regie voert over en het secretariaat verzorgt van het gemeenschappelijk dorpsradenoverleg wordt de subsidie verhoogd met € 250,- (prijspeil 2026).
Artikel 10 Vaststelling van de subsidie
-
1. Een jaarsubsidie als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a wordt bij verlening ook direct vastgesteld.
-
2. Een aanvraag om vaststelling van een jaarsubsidie als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder b wordt ingediend uiterlijk 1 juni na afloop van het betrokken jaar.
-
3. Een aanvraag om vaststelling gaat vergezeld van:
- a.
Een financieel verslag, waarin per activiteit is aangegeven hoe de subsidiegelden zijn besteed;
- b.
Een activiteitenverslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en in hoeverre de aangegeven doelen zijn gerealiseerd;
- c.
Een opgave van de samenstelling van de dorps- of wijkraad gedurende het jaar waarop het verslag betrekking heeft.
- a.
-
4. Het college stelt de subsidie als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder b vast binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd.
Artikel 11 Intrekking oude regeling
De Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam wordt ingetrokken.
Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Besluiten genomen krachtens de oude regeling worden afgedaan via de oude regeling.
-
2. Voor het jaar 2026 is het mogelijk om ten behoeve van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid onder c, in aanvulling op de oude regeling een aanvullend subsidiebedrag aan te vragen tot het maximum van € 3.500 euro.
-
3. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
-
4. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam.
Ondertekening
Aldus besloten door de gemeenteraad van
Edam-Volendam in zijn openbare vergadering
d.d. xx maart 2026,
De secretaris, De voorzitter,
C.Rijnberg R.J. Beukers
Toelichting
Algemeen
Inwoners die zich vanuit betrokkenheid inzetten voor hun gemeenschap zijn buitengewoon waardevol. Dat geldt ook voor het meedenken bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid, projecten, uitvoering en evaluaties. Dit komt tot uiting in beleidsnota’s en in de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam. Een van de vormen waarin inwoners dat doen, zijn de dorps- en wijkraden.
In onze gemeente zijn op dit moment zeven erkende dorpsraden actief: Beets, Kwadijk, Hobrede, Middelie, Oosthuizen, Schardam en Warder. In 2024 hebben zowel Wijkraad Breed Edam als Wijkraad Oude Kom Volendam besloten zich op te heffen. In beide gevallen wegens een tekort aan vrijwilligers.
Op 27 februari 2025 heeft de raad het Beleidsvoorstel Inwonersparticipatie vastgesteld. In dit document is de prominente rol van de dorps- en wijkraden opnieuw bevestigd. Bij het voorbereiden daarvan hebben de dorps- en wijkraden uitgebreid input geleverd, onder andere voor verbetering van deze subsidieregeling.
Een tweede reden voor het aanpassen van deze subsidieregeling is gelegen in de beoogde samenhang met de subsidieregeling inwonersinitiatieven.
De samenhang met de subsidieregeling inwonersinitiatieven
Deze regeling is bedoeld om zowel de reguliere activiteiten van dorps en wijkraden mogelijk te maken als activiteiten die de leefbaarheid en sociale samenhang versterken die onder de verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd.
Een dorps- of wijkraad kan een initiatief van een inwoner omarmen en die activiteit samen met de inwoner onder verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad uitvoeren. De dorps- of wijkraad kan de activiteit dan uit zijn eigen budget bekostigen. De inwoner hoeft dan niet zelf subsidie aan te vragen en af te rekenen voor het initiatief. Het bevordert bovendien de onderlinge samenwerking tussen de inwoners van de kern.
De subsidie voor de dorps- of wijkraad mag niet worden doorgesluisd aan inwoners voor initiatieven die los van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd. Voor dergelijke initiatieven staat de subsidieregeling inwonersinitiatieven open. De raad heeft in het raadsbesluit van 27 februari 2025 expliciet besloten dat er een loket voor aanvragen om subsidie voor inwonersinitiatieven moet zijn als die activiteit niet samen met een dorps- of wijkraad georganiseerd wordt of kan worden.
Intitulé
In het intitulé wordt o.a. verwezen naar bepalingen van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangehaalde bepalingen gaan over de vraag wat verstaan kan worden onder subsidie, voor welke beleidsterreinen subsidie verstrekt kan worden zonder afzonderlijke verordening, en de bevoegdheid voor het college om voor een beleidsterrein een subsidieregeling vast te stellen. De subsidieregeling voor dorps- en wijkraden wordt expliciet genoemd in de Algemene subsidieverordening.
Het raadsbesluit d.d. 27 februari 2025 is van belang omdat de raad daarin expliciet de wens kenbaar heeft gemaakt voor het bekostigen van inwonersinitiatieven via de dorps- en wijkraden.
Artikelsgewijs
Artikel 1 Definities
Dit artikel bevat de begripsbepalingen.
Met de begrippen ‘dorpsraad’ en ‘wijkraad’ wordt in principe hetzelfde bedoeld. Alleen de aard is anders. Een wijk is een deel van een stedelijke kern die een logisch geheel vormt, begrensd door uitvalswegen, water of groen. Van oudsher kennen de kleine kernen een dorpsraad. Het gaat om de kernen Beets, Hobrede, Kwadijk, Middelie, Oosthuizen en Warder. Sinds 2001 heeft ook Schardam een dorpsraad.
In de definitie van dorps- en wijkraden staat dat zij een ‘verbindende schakelfunctie’ vervullen. In bijlage 1 bij het Beleidsvoorstel Inwonersparticipatie is deze verbindende schakelfunctie nader toegelicht:
“De dorps- en wijkraden zijn een verbindende schakel tussen de inwoners onderling, en tussen de gemeente en de inwoners. Zij spelen een belangrijke rol bij het stimuleren en faciliteren van initiatieven van inwoners en van samenwerking onderling en met de gemeente.
De relatie tussen de gemeente en de dorps- en wijkraden kenmerkt zich door tweerichtingsverkeer. Dat wil zeggen: van beide kanten gericht op samenwerking, in vertrouwen en met respect voor elkaar. Beide partijen signaleren ontwikkelingen, behoeften en kansen en geven die aan elkaar door. Dorps- en wijkraden adviseren de gemeente gevraagd en ongevraagd.
Bij onderwerpen die gevoelig liggen in de samenleving of waar individuele belangen van inwoners een rol spelen, zal de dorps- of wijkraad eerder een overlegplatform zijn en meedenken over de vorm van de participatie dan zich als vertegenwoordiger namens alle inwoners opstellen. Bij andere onderwerpen vertolkt de dorps- of wijkraad zo goed mogelijk het algemene belang van de inwoners.
De dorps- en wijkraden zijn geen volksvertegenwoordiging, of controlerend orgaan. Die rollen zijn voorbehouden aan de gemeenteraad.”
Verder is gekozen voor een relatief uitbreide definitie voor de begrippen leefbaarheid en sociale samenhang. Die definities geven aan wat voor typen activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie, namelijk:
- 1.
Activiteiten die de fysieke leefomgeving schoner, veiliger en/of groener maken. Overigens geldt bij activiteiten van dit type dat afstemming met de gemeente vooraf altijd noodzakelijk is. De gemeente houdt veel taken op het gebied van het onderhoud van de openbare ruimte en veiligheid namelijk aan zichzelf voor. Die activiteiten komen dan niet in aanmerking voor subsidie.
- 2.
Activiteiten die leiden tot meer ontmoeting, sociale binding en/of sociale veiligheid.
- 3.
Activiteiten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de inwoners, zoals toegang tot voorzieningen, rust, of juist levendigheid.
- 4.
Activiteiten die leiden tot meer sociale samenhang: onderlinge verbondenheid, gemeenschapsgevoel, onderling vertrouwen, de bereidheid tot onderlinge hulp, actieve communicatie, gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen.
In de toelichting op artikel 2, hieronder, geven we hiervan enkele concrete voorbeelden.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Een dorps- of wijkraad vervult een verbindende schakelfunctie tussen gemeente en de inwoners van de kern (het dorp of de wijk). Het gaat daarbij om de inwoners van de kern als geheel. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de dorps- of wijkraad individuele belangen behartigt of de belangen van een deel van de kern indien (groepen) inwoners van de kern tegengestelde belangen hebben.
De subsidie is ten eerste bedoeld om de kosten te dekken van de activiteiten die nodig zijn om deze verbindende schakelfunctie te vervullen. Bijvoorbeeld (deze lijst is niet limitatief):
- 1.
Het fungeren als overlegplatform voor de inwoners van de kern;
- 2.
Het organiseren en bijwonen van bijeenkomsten;
- 3.
Het informeren en raadplegen van de achterban (nieuwbrieven, website, enquêtes);
- 4.
Het signaleren van vraagstukken die het hele dorp, de kern of wijk betreffen en bijdragen aan oplossingen;
- 5.
Het doorgeven van signalen vanuit de kern aan de gemeente;
- 6.
Het nemen of coördineren van initiatieven om die vraagstukken aan te pakken;
- 7.
Het verbinden van initiatieven van inwoners en groepen inwoners van de kern, al of niet in samenwerking met andere dorps- en wijkraden en de gemeente.
De activiteiten genoemd in artikel 2 lid 2 onder a en b, te weten het vervullen van een verbindende schakelfunctie tussen de inwoners van de kern en de gemeente en het gevraagd en ongevraagd leveren van inbreng inzake gemeentelijk beleid en projecten vanuit het algemeen belang van de inwoners van de kern samen noemen we in deze toelichting verder de ‘kernactiviteiten’ van een dorps- of wijkraad.
Ten tweede, nieuw in deze subsidieregeling, is de subsidie ook bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de kern. Daarmee geeft de subsidieregeling invulling aan de wens van de gemeenteraad om een deel van het budget voor inwonersinitiatieven in te zetten via de dorps- en wijkraden. Dit kunnen activiteiten zijn die de dorps- of wijkraad zelf initieert, en initiatieven van inwoners in samenwerking met en onder de verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad. Aangezien subsidie niet mag worden doorgesluisd, beheert de dorps- of wijkraad in dergelijke gevallen het budget en betaalt het de rekeningen.
In de toelichting op artikel 1 hebben we reeds aangegeven welke typen activiteiten in aanmerkingen kunnen komen voor subsidie. Hieronder geven we per type activiteit enkele concrete voorbeelden van activiteiten die per definitie binnen het beoordelingskader passen.
Voorbeelden van activiteiten die leiden tot meer ontmoeting, sociale binding en/of sociale veiligheid zijn activiteiten waarbij alle inwoners van het dorp of de buurt welkom zijn, zoals een buurtborrel of buurtfeest. Nota bene: maaltijden kunnen niet uit de subsidie betaald worden. Koffie, thee, fris en borrelhapjes bijvoorbeeld wel.
Voorbeelden van activiteiten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de inwoners zijn informatieve bijeenkomsten over onderwerpen die alle inwoners betreffen, zoals duurzaamheid of verkeersveiligheid. De behoefte van de inwoners kan blijken uit een enquête of een breed gedragen voorstel op een jaarvergadering.
Een voorbeeld van activiteiten die leiden tot meer onderlinge verbondenheid en onderling vertrouwen is het organiseren van eenmalige sociale activiteiten waarbij specifieke groepen die anders niet makkelijk mengen met elkaar in contact komen, zoals de ‘inboergeringscursussen’ van Hobrede. Die brengen nieuwe niet-agrarische dorpsbewoners in contact met hun agrarische dorpsgenoten.
Een voorbeeld van activiteiten die leiden tot meer gemeenschapsgevoel is het verwelkomen van nieuwe inwoners van de kern met als doel om de aansluiting bij bestaande inwoners en de gemeenschap te vergemakkelijken.
Een voorbeeld van activiteiten die leiden tot meer bereidheid tot onderlinge hulp is het organiseren van een training over het gebruik van een AED voor inwoners van de kern (mits die training niet door de zorgverzekeaar vergoed wordt). De aanwezigheid van meerdere inwoners die weten hoe zij een AED moeten gebruiken, verhoogt de veiligheid en het gevoel van veiligheid, en daarmee ook de leefbaarheid.
Voorbeelden van activiteiten die leiden tot gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen zijn het samen onderhouden van het dorpshuis, of een hanghok voor de dorpsjeugd, waarbij de aanvraag bedoeld is voor de materialen en de dorpsbewoners samen de werkzaamheden verrichten. De hele gemeenschap heeft profijt van het dorpshuis of het hanghok. En samen klussen verbindt: je hebt samen iets moois tot stand gebracht. Dat versterkt de onderlinge relaties duurzaam.
Vanwege de samenhang met de subsidieregeling inwonersinitiatieven sluit de tekst van artikel 2 lid 2 onder c aan bij artikel 6 lid 1 uit subsidieregeling inwonersinitiatieven en artikel 2 lid 3 bij artikel 6 lid 2 sub b en d en bij artikel 7 lid 2.
Het derde lid geeft aan welke activiteiten niet in aanmerkingen komen voor subsidie. Dat zijn:
- 1.
Activiteiten die de gemeente aan zichzelf heeft voorbehouden, zoals het afsteken van vuurwerk (vanwege de veiligheid) en het onderhoud van sport- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van dergelijke voorzieningen. Bij initiatieven op het gebied van het heel en veilig houden van de openbare ruimte is sowieso altijd vooraf overleg met de gemeente nodig.
- 2.
Initiatieven die al op andere wijze door de gemeente worden bekostigd. Hierbij gaat het zowel om het feit dat voor sommige activiteiten al een andere, meer specifieke subsidieregeling open staat als om het algemeen geldende principe dat subsidie niet ‘gestapeld’ mag worden: voor een en dezelfde activiteit mag maar één aanvraag worden gedaan. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan dat een inwoner voor een activiteit subsidie heeft gekregen uit de subsidieregeling Inwonersinitiatieven en die activiteit vervolgens ook deels betaald wordt door een dorps- of wijkraad.
- 3.
Initiatieven waarbij sprake is van een winstoogmerk of concurrentie met commerciële initiatieven: subsidie mag niet leiden tot concurrentievervalsing. De activiteiten mogen niet in concurrentie staan met andere aanbieders op de markt.
- 4.
Activiteiten die niet onder verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd. Als een inwoner met een initiatief naar de dorps- of wijkraad komt, en de dorps- of wijkraad wil de activiteit (deels) bekostigen uit de subsidie, dan moet de activiteit mede door de dorps- of wijkraad wordt georganiseerd en betaalt de dorps- of wijkraad de facturen. Het ‘doorsluizen’ van de subsidie naar de initiatiefnemer is dus niet toegestaan.
- 5.
Het voeren van juridische procedures: het is niet in het belang van de gemeente om procedures tegen zichzelf te financieren. Evenmin is het wenselijk dat de schijn ontstaat dat een procedure tegen een derde met steun van de gemeente wordt aangespannen.
- 6.
Het huren of aanschaffen van middelen die door of namens de gemeente in bruikleen gegeven kunnen worden. Een voorbeeld hiervan zijn springkussens.
- 7.
Het verstrekken van maaltijden. Dat betreft het uitgangspunt dat de subsidie niet bedoeld is om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. Mensen dienen maaltijden zelf te bekostigen. Als je een activiteit organiseert waarbij mensen samen eten, bijvoorbeeld een iftar of een barbecue, kun je afspreken dat deelnemers een bijdrage betalen, of dat iedereen zelf een gerecht meeneemt (pot luck).
Artikel 3 Doelgroepen
Dit artikel bepaalt dat alleen erkende dorps- en wijkraden in aanmerking komen voor subsidie. Het principe van erkenning maakt dat de subsidieaanvragen van dorps- en wijkraden niet inhoudelijk beoordeeld hoeven te worden. Als de erkenning is verleend, is de subsidietoekenning in feite een automatisme. Hierop zijn twee uitzonderingen:
- 1.
Als de dorps- of wijkraad de subsidie niet nodig heeft omdat deze over voldoende eigen middelen beschikt. Om die reden bevat het aanvraagformulier een vraag over de hoogte van het vrij besteedbare vermogen. Als dat gelijk is aan of meer is dan tweemaal het subsidiebedrag, dan beschikt de dorps- of wijkraad over voldoende eigen middelen en wordt de aanvraag afgewezen. Dorps- en wijkraden kunnen het college verzoeken om een deel van het eigen vermogen te mogen reserveren voor een bepaald doel.
- 2.
Als na het indienen van de aanvraag duidelijk wordt dat de dorps- of wijkraad de activiteiten niet zal kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld als er te weinig bestuursleden / vrijwilligers zijn. Alvorens deze weigeringsgrond toe te passen dient het college de dorps- of wijkraad te horen over de vraag hoe het denkt de activiteiten alsnog uit te kunnen voeren.
Artikel 4 Verzoek tot erkenning van dorps- en wijkraden
Dit artikel beschrijft hoe een georganiseerde groep inwoners een verzoek kan indienen om te worden erkend als dorps- of wijkraad.
In lid 2 sub a staat dat de aanvrager de grenzen van de wijk moet benoemen. Doel hiervan is enerzijds het voorkomen van misverstanden over welke staten en inwoners wel en niet deel uitmaken van de wijk. Het dient ook om te kunnen bepalen hoeveel inwoners de wijk telt, en of de wijk een logisch geheel is. Mensen ervaren hun buurt of wijk als een gebied dat tussen uitvalswegen en natuurlijke barrières ligt. Alles wat ‘aan de overkant’ ligt van een uitvalsweg of een obstakel, ervaart men doorgaans niet als ‘hun’ buurt. Om de inwoners te kunnen verbinden, is het wenselijk dat zij de gekozen wijk of buurt ook als zodanig ervaren.
De wijk moet niet te klein zijn, bijvoorbeeld een enkel blok of een straat. En niet te groot: de kans dat de dorps- of wijkraad de behoeften, noden en meningen van de inwoners goed kan peilen, hangt samen met de hoeveelheid inwoners die het betreft. En met de vraag hoe goed de leden van de dorps- of wijkraad hun kern kennen. Daarom zal een wijkraad in principe één wijk betreffen. Het is niet wenselijk dat inwoners uit een wijk voor de inwoners van een andere wijk spreken.
Als er een initiatief is voor een wijkraad binnen het gebied van een bestaande wijkraad, dus een deel van een wijk, dan kan dat alleen als daar draagvlak voor is onder de inwoners van de wijk en de bestaande wijkraad ermee instemt dat het gebied dat zij bestrijken kleiner wordt.
Een dorps- of wijkraad heeft draagvlak nodig. Om de behoeften, noden en meningen van de inwoners te kunnen peilen, vertolken en adresseren, is het nodig die goed te kennen. Van een dorps- of wijkraad wordt verwacht dat zij in contact staan met de inwoners. Een peiling van het draagvlak voor het oprichten van een dorps- of wijkraad is daarvoor een eerste proeve. De peiling kan een eerste aanzet geven om de inwoners onderling meer te verbinden. Het is tevens een manier om het tegendeel te voorkomen: het is niet wenselijk dat er onbedoeld ‘kampen’ ontstaan in een kern, waarbij een dorps- of wijkraad maar een deel van de inwoners vertegenwoordigt.
De aanvraag dient de namen te noemen van de beoogde bestuursleden. Zo kan het college checken dat zij niet tegelijkertijd een politieke, bestuurlijke of ambtelijke rol vervullen binnen de gemeente. De dorps- en wijkraden zijn niet bedoeld als politiek of bestuurlijk orgaan. Politiek bedrijven binnen een dorps- of wijkraad is ook niet wenselijk: het maakt het lastiger om alle inwoners, met hun verschillende politieke kleuren en voorkeuren, te verbinden.
Artikel 5 Besluit op verzoek erkenning als dorps- of wijkraad
Dit artikel noemt de criteria waarmee het college beoordeelt of een dorps- of wijkraad kan worden erkend.
- 1.
Een toelichting op wat een ‘logisch gebied’ is en wat wordt bedoeld met ‘behapbaar’ staat in de toelichting op artikel 4, lid 2 sub a.
- 2.
Bij de vraag of een dorps- of wijkraad voldoende draagvlak heeft, speelt vooral mee of er inwoners zijn die bezwaren hebben tegen het initiatief, en wat daarvoor hun redenen zijn. Als daaruit blijkt dat de dorps- of wijkraad de inwoners niet zal kunnen verbinden, dan kan dat reden zijn om de dorps- of wijkraad (nog) niet te erkennen.
- 3.
De toelichting op de redenen waarom een (kandidaat) bestuurslid niet tegelijkertijd een politieke, bestuurlijke of ambtelijke rol kan vervullen binnen de gemeente staat aan het einde van de toelichting op artikel 4.
- 4.
Een dorps- of wijkraad moet rechtspersoonlijkheid hebben om subsidie te kunnen aanvragen.
- 5.
Bij het beoordelen van de statuten kijkt het college of het daar in opgenomen doel blijkt geeft van de wens om de verbindende schakelfunctie te vervullen tussen de inwoners van de kern en de gemeente. Als het doel bijvoorbeeld is om een specifiek doel te behartigen of een specifieke groep inwoners te vertegenwoordigen, is dat daarmee in strijd. Verder kijkt het college of de statuten blijk geven van de wens en noodzaak om de achterban te blijven betrekken en verantwoording aan de achterban af te leggen.
- 6.
De woorden: ‘en zijn handelen’ geven aan dat het college kijkt of de dorps- of wijkraad ook volgens bepalingen in de statuten handelt. Als dat niet het geval is, kan dat reden zijn om de erkenning te weigeren, of in te trekken.
Indien de statuten nog andere doelen noemen dan het vervullen van de verbindende schakelfunctie tussen de inwoners van de kern en de gemeente, dan oordeelt het college of die doelen daarmee in strijd zijn. Een voorbeeld van een niet-strijdig doel kan zijn: ‘het exploiteren van een dorpshuis’.
Erkenning houdt niet in dat het college instemt met of adhesie betuigt aan deze andere doelen.
De toets op de statuten is geen oordeel over de kwaliteit van de statuten, of de juridische houdbaarheid ervan.
Een besluit tot het verlenen of intrekken van erkenning is een besluit volgens de Awb en staat open voor bezwaar en beroep.
Artikel 6 Intrekken erkenning als dorps- of wijkraad
De in artikel 5 genoemde toelichting bevat indicatoren voor de erkenning van een dorps- of wijkraad. Indien aan één of meer van de daar genoemde indicatoren niet meer wordt voldaan, kan het college de erkenning intrekken. De dorps- of wijkraad kan ook zelf verzoeken om de erkenning in te trekken.
Aan een dergelijk besluit dient een zorgvuldige procedure vooraf te gaan. De Awb voorziet daarin. Daarom is die procedure niet in de subsidieregeling opgenomen.
- 1.
Het college maakt een voornemen tot het intrekken van de erkenning kenbaar aan het bestuur van de dorps- of wijkraad;
- 2.
Het college onderbouwt het voornemen;
- 3.
Het college hoort het bestuur binnen vier weken na het kenbaar maken van het voornemen en stelt het bestuur in gelegenheid om aan te geven hoe het alsnog aan de criteria voor erkenning kan voldoen;
- 4.
Het bestuur neemt binnen vier weken na de hoorzitting een besluit op het voornemen tot intrekken van de erkenning.
Artikel 5 lid 2 sub e bevat de woorden: ‘en zijn handelen’. Indien het college meent dat de dorps- of wijkraad niet volgens de in dat artikel genoemde bepalingen in de statuten handelt, kan dat leiden tot een voornemen om de erkenning in te trekken. Het college moet de dorps- of wijkraad horen over een dergelijk voornemen, voor het een besluit kan nemen om de erkenning in te trekken. Hiermee heeft de dorps- of wijkraad gelegenheid om het door het college geconstateerde mogelijke gebrek te weerleggen of te verhelpen.
Artikel 7 Subsidieaanvraag
De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt. In het gezamenlijk dorps- en wijkradenoverleg (GDO) is gevraagd of de subsidie voor meerdere jaren verstrekt kan worden, aangezien de toekenning een automatisme is. Dat scheelt administratieve handelingen.
Het subsidiebeleid van de gemeente bevat geen mogelijkheid om subsidie te verlenen voor meerdere jaren. Een dergelijk besluit zou het budgetrecht van de gemeenteraad beperken. De gemeenteraad kan dan, bij het vaststellen van de begroting voor een jaar waarvoor reeds subsidie is verleend, niet meer besluiten dat zij die middelen op andere wijze wenst in te zetten.
Vraag je alleen subsidie voor de kernactiviteiten, of ook voor leefbaarheid en sociale samenhang?
Een dorps- of wijkraad kan ervoor kiezen:
- 1.
om alleen subsidie te vragen voor de kernactiviteiten van een dorps- of wijkraad. Die activiteiten staan omschreven in artikel 2, lid 2 onder a en b;
- 2.
om daarnaast ook subsidie te vragen voor activiteiten die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten. Die activiteiten staan genoemd onder artikel 2, lid 2 onder c.
Als de dorps- of wijkraad kiest voor optie a:
- 1.
Dan krijgt de dorps- of wijkraad € 1.250,- (prijspeil 2026), en
- 2.
Wordt de subsidie vastgesteld op het moment van verlenen. De dorps- of wijkraad levert wel een activiteitenverslag in, maar dat heeft niet de status van een afrekening. Er wordt alleen subsidie teruggevorderd als de dorps- of wijkraad in het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd helemaal geen activiteiten heeft uitgevoerd.
Als de dorps- of wijkraad kiest voor optie b:
- 1.
Dan krijgt de dorps- of wijkraad € 3.500,- (prijspeil 2026), en
- 2.
Kan de dorps- of wijkraad zelf bepalen welk deel van de subsidie het besteedt aan de kernactiviteiten en welk deel aan activiteiten die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten, en
- 3.
Moet de dorps- of wijkraad een aanvraag tot vaststelling indienen (de subsidie afrekenen) door een activiteitenverslag en een jaarrekening / afrekening in te sturen.
- 4.
De gemeente beoordeelt of de subsidie rechtmatig is besteed, en vordert subsidie terug:
- 1.
Voor zover niet het hele subsidiebedrag is besteed,
- 2.
Voor zover de subsidie is ingezet voor activiteiten die niet passen in het beoordelingskader
- 3.
Voor zover subsidie is gestapeld (als er uit meerdere regelingen subsidie is verkregen voor een en dezelfde activiteit).
- 1.
Het aanvraagformulier: welke informatie moet je aanleveren?
In het GDO is gevraagd om het aanvraagformulier te vereenvoudigen. Het formulier vraagt nu om gegevens en documenten de niet nodig zijn voor het beoordelen van de aanvraag. Dat is inderdaad niet de bedoeling. Het formulier zal na het vaststellen van deze verordening worden vereenvoudigd. Voor het beoordelen van een aanvraag heeft het college de volgende informatie nodig:
- 1.
Wie is de aanvrager en is die bevoegd;
- 2.
Hoe kunnen we die persoon bereiken (contactgegevens);
- 3.
Voor welke dorps- of wijkraad wordt subsidie aangevraagd;
- 4.
Hoe groot is het vrij besteedbare vermogen (het eigen vermogen na aftrek van bestemmingsreserves waarvoor de gemeente toestemming heeft gegeven).
In veel stichtingsstatuten zijn bestuursleden gezamenlijk bevoegd om de stichting te vertegenwoordigen. De aanvraag wordt vaak door een enkele persoon ingediend. Het bestuur moet die persoon in dat geval machtigen om namens het bestuur (deze) subsidie aan te mogen vragen.
De contactgegevens dienen om nadere informatie op te kunnen vragen.
De omvang van het vrij besteedbare vermogen is relevant om te zien of de dorps- of wijkraad de subsidie daadwerkelijk nodig heeft. Als de dorps- of wijkraad tweemaal het subsidiebedrag aan vrij besteedbare vermogen heeft, of meer, dan wordt dorps- of wijkraad geacht de kosten voor het komende kalenderjaar zelf te kunnen dragen.
De grens is gelegd op tweemaal het subsidiebedrag zodat de dorps- of wijkraad aan het eind van het jaar waarin het geen subsidie heeft gekregen, nog een weerstandsvermogen zal hebben van ongeveer een jaarsubsidie.
De aanvraag moet zijn ingediend voor 1 juni van het daaraan voorgaande jaar. In het GDO is gevraagd of dat later kan: de meeste dorps- en wijkraden weten op dat moment nog niet welke activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren.
De datum is zo gekozen dat het college op basis van de aanvragen kan inschatten welk bedrag zij moet opnemen in de concept begroting voor het komende jaar. Vanwege het zomerreces begint de voorbereiding van de begroting van het komende jaar doorgaans in juni.
Het probleem dat de dorps- en wijkraden op dat moment nog niet precies weten welke activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, ondervangen we op een andere manier. We vragen niet langer dat de dorps- of wijkraad in het aanvraagformulier omschrijft welke activiteiten hij wil uitvoeren. Voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub a en b veronderstellen we dat als bekend:
- 1.
Het vervullen van een verbindende schakelfunctie tussen de inwoners van de kern en de gemeente;
- 2.
Het leveren van inbreng inzake gemeentelijk beleid en projecten vanuit het algemeen belang van de inwoners van de kern;
Voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c (activiteiten die bijdrage aan de leefbaarheid in de kern) vragen we een verantwoording achteraf in plaats van vooraf. De raad wil initiatieven van inwoners immers zo laagdrempelig mogelijk faciliteren. Het is wenselijk dat initiatieven niet al ver van tevoren aangekondigd moeten worden. Door te vragen om een verantwoording achteraf, kan het college de doelmatigheid van de subsidie alsnog bepalen, en indien nodig bijsturen.
In sommige gevallen kan een dorps- of wijkraad geen subsidie aanvragen voor het moment waarop de indieningstermijn is verstreken. Dit is bijvoorbeeld het geval als de dorps- of wijkraad nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, of als de dorps- of wijkraad slapend is. Het is wenselijk dat een nieuwe dorps- of wijkraad, of een dorps- of wijkraad die weer actief wordt, wel subsidie kan aanvragen om daarmee de activiteiten uit te voeren. In die gevallen kan het college de dorps- of wijkraad toestaan om alsnog een aanvraag in te dienen, ondanks het feit dat de indieningstermijn is verstreken.
Artikel 8 Weigeringsgronden
Geen subsidie wordt toegekend als de dorps- of wijkraad de subsidie niet nodig heeft omdat deze over voldoende eigen middelen beschikt. Om die reden bevat het aanvraagformulier een vraag over de hoogte van het vrij besteedbare vermogen. Als dat gelijk is aan of meer is dan tweemaal het subsidiebedrag, dan beschikt de dorps- of wijkraad of voldoende eigen middelen en wordt de aanvraag afgewezen. Dorps- en wijkraden kunnen het college verzoeken om een deel van het eigen vermogen te mogen reserveren voor een bepaald doel.
Artikel 9 Hoogte van de subsidie
Op verzoek van de dorps- en wijkraden blijft het mogelijk om alleen subsidie aan te vragen voor de kernactiviteiten, zoals dit ook mogelijk was onder de oude regeling. Dorps- en wijkraden die daarvoor kiezen ontvangen een subsidie van € 1.250,- (prijspeil 2026).
Voor dorps- en wijkraden die daarnaast ook activiteiten willen ontplooien die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten, ontvangen een subsidie van € 3.500,- (prijspeil 2026).
Voor het bepalen van het bedrag maakt de nieuwe regeling geen onderscheid op basis van de hoeveelheid inwoners van de kern.
Als subsidie wordt verleend voor zowel de kernactiviteiten als voor activiteiten die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten, dan geldt het subsidiebedrag voor al die activiteiten samen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een subsidiebedrag voor de kernactiviteiten enerzijds en als voor activiteiten die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten anderzijds.
Enerzijds scheelt dat administratieve lasten, aan zowel de kant van de aanvrager als de verlener. Anderzijds weten we dat met name de kosten voor de huur van een vergaderruimte per dorps- of wijkraad flink kunnen verschillen. Het is wenselijk dat dorps- en wijkraden die relatief weinig geld nodig hebben voor de vergaderkosten het restant kunnen besteden aan activiteiten.
Artikel 10 Vaststelling van de subsidie
Op grond van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam kunnen subsidies met een hoogte van maximaal € 5.000,- worden vastgesteld op het moment van toekenning. Die optie werd onder de oude regeling toegepast op de jaarsubsidie voor de dorps- en wijkraden. Dat blijft zo voor dorps- en wijkraden die alleen subsidie aanvragen voor de kernactiviteiten.
Als een dorps- of wijkraad ook subsidie aanvraagt voor activiteiten op het gebied van leefbaarheid en sociale samenhang is het niet mogelijk om de subsidie vast te stellen op het moment van toekenning. Op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend staat immers nog niet vast aan welke activiteiten deze subsidie zal worden besteed. Het is nodig om achteraf vast te stellen:
- 1.
Of de subsidie nodig was. Als een dorps- of wijkraad de subsidie niet geheel inzet, wordt het restant teruggevorderd.
- 2.
Of er geen sprake is geweest van stapeling van subsidies. Indien blijkt dat er subsidie van de gemeente vanuit verschillende regelingen is besteed voor hetzelfde doel dan wordt de subsidie die vanuit de subsidieregeling dorps- en wijkraden voor die activiteit is ingezet, teruggevorderd tot maximaal het bedrag dat uit andere subsidieregelingen van onze gemeente is verkregen.
- 3.
Of de middelen daadwerkelijk zijn besteed aan het doel van de regeling, dus aan activiteiten die passen binnen het beoordelingskader. Om te voorkomen dat subsidie moet worden teruggevorderd omdat achteraf blijkt dat een activiteit niet binnen het beoordelingskader viel, is in de toelichting op artikel 2 een lijst opgenomen van activiteiten waarvan bij voorbaat vaststaat dat die binnen het beoordelingskader passen. Voor activiteiten die niet in die lijst staan, kan de dorps- of wijkraad de gemeente vooraf om een oordeel vragen. Als de gemeente dan zegt dat de activiteit binnen het beoordelingskader past, is er geen beoordeling achteraf meer nodig, en is daarmee het risico op terugvorderen nul.
Artikel 11 Intrekking oude regeling
De oude regeling wordt ingetrokken.
Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Besluiten genomen ten tijde van de oude regeling worden volledig afgedaan volgens de oude regeling. De nieuwe regeling bevat bijvoorbeeld een vaststellingsbepaling die geldt voor besluiten tot subsidieverlening op grond van de nieuwe regeling. Dat is nog niet van toepassing op subsidiebesluiten op grond van de oude regeling.
- 2.
Dorps- en wijkraden die al subsidie hebben ontvangen voor 2026 maar gebruik willen maken van het verhoogde bedrag om activiteiten zoals bedoeld onder artikel 2, lid 1 en lid 2 onder a, b en c te kunnen ontplooien kunnen een aanvullend verzoek om subsidie doen tot het bedrag van maximaal € 3,500,-. Een verleende aanvullende subsidie voor 2026 valt onder de nieuwe regeling.
De citeertitel bepaalt hoe deze regeling heet. Dit vergemakkelijkt de vindbaarheid.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl