Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende de subsidiëring van inwonersinitiatieven van natuurlijke personen die de leefbaarheid en sociale cohesie verbeteren (Subsidieregeling inwonersinitiatieven Edam-Volendam)

Geldend van 10-04-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende de subsidiëring van inwonersinitiatieven van natuurlijke personen die de leefbaarheid en sociale cohesie verbeteren (Subsidieregeling inwonersinitiatieven Edam-Volendam)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam,

gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alsmede gelet op artikel 2 en artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam alsmede gelet op het raadsbesluit van 27 februari 2025 waarbij de gemeenteraad heeft besloten: “Maak een laagdrempelig loket voor inwonersinitiatieven en zet het budget daarvoor in via dorps- en wijkraden waar die er zijn. Waar ze er niet zijn, blijven we werken met aanvragen”;

overwegende dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;

dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die de sociale samenhang en leefbaarheid binnen de gemeente Edam-Volendam bevorderen;

dat in kleine kernen, waar minder voorzieningen zijn, de sociale samenhang en leefbaarheid in belangrijke mate samenhangt met de mate waarin de inwoners initiatieven op dat vlak ontplooien;

B E S L U I T :

vast te stellen de SUBSIDIEREGELING INWONERSINITIATIEVEN EDAM-VOLENDAM.

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Kostenraming: de per activiteit onderbouwde noodzakelijke middelen;

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • c.

    Gemeente: de gemeente Edam-Volendam;

  • d.

    Inwonersinitiatief: een activiteit van en uitgevoerd door één of meer inwoners, die de sociale samenhang en leefbaarheid in de gemeente vergroot;

  • e.

    Kern: een buurt, dorp of wijk in de gemeente Edam-Volendam;

  • f.

    Leefbaarheid: de mate waarin inwoners een kern aantrekkelijk en geschikt achten om te wonen, werken en leven, door een combinatie van fysieke aspecten (schoon, veilig, groen), sociale aspecten (ontmoeting, sociale binding, veiligheid), en de aansluiting bij de wensen en behoeften van de inwoners, zoals toegang tot voorzieningen, rust, of juist levendigheid;

  • g.

    Sociale samenhang: de mate van onderlinge verbondenheid en het gemeenschaps-gevoel dat inwoners ervaren binnen een wijk of dorp. Dit uit zich in het onderlinge vertrouwen, de bereidheid tot onderlinge hulp, actieve communicatie, en gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen, zodat inwoners zich thuis voelen en verbonden zijn met hun directe leefomgeving en mede-inwoners;

  • h.

    Verordening: de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Een incidentele subsidie kan worden verstrekt voor een inwonersinitiatief.

Artikel 3 Beoogde doelgroep(en)

Een aanvrager komt voor subsidie in aanmerking indien deze een natuurlijk persoon of groep personen is die woonachtig en ingeschreven is of zijn in de gemeente.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1. Aanvragen voor incidentele subsidie worden ingediend uiterlijk acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • 2. De aanvraag om subsidie wordt ingediend met een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3. De aanvraag om subsidie gaat vergezeld van:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten bijdrage aan het vergroten van de sociale samenhang en leefbaarheid in de gemeente.

    • b.

      een kostenraming van de activiteiten waaruit blijkt wat de noodzakelijke kosten zijn.

Artikel 5 Subsidieplafond en verdeelregels

  • 1. Het college stelt een subsidieplafond vast.

  • 2. Het college beslist op de volledige aanvragen in volgorde van ontvangst.

  • 3. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de datum waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 4. Voor zover toe te kennen aanvragen om subsidie op dezelfde dag zijn ontvangen en toekenning ervan zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt het nog beschikbare bedrag naar evenredigheid over deze aanvragen verdeeld.

Artikel 6 Beoordelingscriteria

  • 1. Een inwonersinitiatief komt in aanmerking voor subsidie indien het:

    • a.

      (Liefst langdurig) bijdraagt aan de leefbaarheid en/of de sociale samenhang in de gemeente of een van de kernen (dorpen of wijken) binnen de gemeente;

    • b.

      In principe de gehele gemeenschap van die kern ten goede komt;

    • c.

      Grotendeels door zelfwerkzaamheid (inzet van vrijwilligers) wordt gerealiseerd.

  • 2. Een aanvraag om subsidie voor een inwonersinitiatief wordt afgewezen indien:

    • a.

      Reeds uitvoering wordt gegeven aan het initiatief;

    • b.

      Reeds tweemaal eerder voor eenzelfde activiteit subsidie is verleend;

    • c.

      Het een activiteit betreft die het college aan zichzelf heeft voorbehouden;

    • d.

      Het initiatief al op andere wijze door het college wordt bekostigd of gefaciliteerd;

    • e.

      Er een andere, meer specifieke subsidieregeling voor het initiatief openstaat;

    • f.

      Er sprake is van een winstoogmerk of concurrentie met commerciële initiatieven;

    • g.

      Het resterende subsidiebudget niet toereikend is om de aangevraagde activiteit(en) te kunnen uitvoeren.

  • 3. Geen subsidie wordt verleend voor de volgende kostenposten:

    • a.

      Het huren of aanschaffen van middelen die door of namens het college in bruikleen gegeven kunnen worden;

    • b.

      Het verstrekken van maaltijden;

    • c.

      Het voeren van juridische procedures.

Artikel 7 Berekening van de subsidie

De subsidie voor een inwonersinitiatief wordt bepaald op basis van de bij de aanvraag overgelegde kostenraming tot een bedrag van maximaal € 1.000,-.

Artikel 8 Vaststelling van de subsidie

Subsidies op grond van deze regeling worden bij verlening direct vastgesteld.

Artikel 9 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de subsidieregeling inwonersinitiatieven en die op dat moment nog niet zijn afgehandeld, af te handelen overeenkomstig deze regeling.

  • 2. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inwonersinitiatieven Edam-Volendam.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 10 maart 2026,

het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,

de secretaris, de burgemeester,

C. Rijnberg R.J. Beukers.

Toelichting

Algemeen

Inwoners die zich vanuit betrokkenheid inzetten voor hun gemeenschap zijn buitengewoon waardevol. Dit komt tot uiting in beleidsnota’s. Een van de vormen waarin inwoners dat doen, is door het nemen en uitvoeren van initiatieven die de sociale samenhang en leefbaarheid in de gemeente vergroten.

Intitulé

In dit deel wordt o.a. verwezen naar bepalingen van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangehaalde bepalingen gaan over de vraag wat verstaan kan worden onder subsidie, voor welke beleidsterreinen subsidie verstrekt kan worden zonder afzonderlijke verordening, en de bevoegdheid voor het college om voor een beleidsterrein een subsidieregeling vast te stellen.

Het raadsbesluit d.d. 27 februari 2025 is van belang omdat de raad daarin expliciet de wens kenbaar heeft gemaakt voor het bekostigen van inwonersinitiatieven.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Definities

Dit artikel bevat de begripsbepalingen.

Bij de definitie van ‘begroting’ is bepaald dat als een initiatief uit meerdere activiteiten bestaat, de begroting onderverdeeld moet zijn per activiteit. Zo wordt duidelijk welke bijdrage nodig is per activiteit.

Verder is gekozen voor een relatief uitbreide definitie voor de begrippen leefbaarheid en sociale samenhang. Die definities geven aan wat voor typen activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie, namelijk:

  • a.

    Activiteiten die de fysieke leefomgeving schoner, veiliger en/of groener maken. Overigens geldt bij activiteiten van dit type dat afstemming met de gemeente vooraf altijd noodzakelijk is. De gemeente houdt veel taken op het gebied van het onderhoud van de openbare ruimte en veiligheid namelijk aan zichzelf voor. Die activiteiten komen dan niet in aanmerking voor subsidie.

  • b.

    Activiteiten die leiden tot meer ontmoeting, sociale binding en/of sociale veiligheid.

  • c.

    Activiteiten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de inwoners, zoals toegang tot voorzieningen, rust, of juist levendigheid.

  • d.

    Activiteiten die leiden tot meer sociale samenhang: onderlinge verbondenheid, gemeenschaps¬gevoel, onderling vertrouwen, de bereidheid tot onderlinge hulp, actieve communicatie, gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Hier komen de begrippen sociale samenhang en leefbaarheid terug. Zie de omschrijving van die begrippen in artikel 1 en de toelichting daarop.

Artikel 3 Beoogde doelgroep(en)

De regeling is bedoeld voor inwoners van de gemeente.

Een ‘natuurlijke persoon’ is individu. Het begrip doelt op het onderscheid met rechtspersonen.

De regeling staat niet open voor aanvragen van rechtspersonen, voor organisaties.

Artikel 4 Bij aanvraag in te dienen gegevens

In het formulier wordt gevraagd aan te geven hoe de activiteit (het initiatief) bijdraagt aan het vergroten van de sociale samenhang en/of de leefbaarheid, op welke doelgroep het initiatief zich richt, en wie de activiteit organiseert of organiseren. Die informatie is nodig om te bepalen of het initiatief in aanmerking komt voor subsidie.

Als het initiatief uit meerdere activiteiten bestaat, moet de kostenraming onderverdeeld zijn per activiteit. Zo wordt duidelijk welke bijdrage nodig is per activiteit.

Artikel 5 Subsidieplafond en verdeelregels

Door een subsidieplafond in te stellen kan het college aanvragen afwijzen als het budget op is.

Wanneer het budget bijna op is, en er komt een aanvraag binnen die het beschikbare budget overschrijdt, dan zal het college kijken of de activiteit voor het beschikbare budget kan worden uitgevoerd. Het ligt voor de hand dat het college deze vraag met de initiatiefnemer doorspreekt.

Als er meerdere aanvragen tegelijkertijd zijn ingediend die samen het beschikbare budget overschrijden, dan wordt het budget in principe gelijkelijk over die aanvragen verdeeld. Ook dan zal het college kijken of die initiatieven voor het beschikbare budget kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 6 Beoordelingscriteria

Onder lid 1 staan de criteria waarop het college de aanvragen beoordeelt.

In lid 1 sub a staat dat de activiteit “(liefst langdurig) bijdraagt aan de leefbaarheid en/of de sociale samenhang".

Zie de definitie van die begrippen in artikel 1 en de toelichting daarop voor de typen activiteiten die hieronder vallen. De toevoeging: “liefst langdurig” speelt een rol bij de beoordeling van de aanvragen. De gemeente kijkt of de activiteit naar verwachting een duurzaam effect heeft op de leefbaarheid en de sociale samenhang. Eenmalige activiteiten hebben vaak slechts een kortdurend effect. De gemeente kijkt of de kosten in verhouding staan tot het verwachte effect.

In lid 1 sub b staat dat het initiatief “in principe de gehele gemeenschap van die kern” ten goede moet komen. De gedachte hierachter is dat de regeling bedoeld is om bij te dragen aan hechte gemeenschappen waarin de inwoners elkaar kennen en met elkaar in verband staan, ook al behoren zij tot verschillende groepen.

  • Initiatieven die zorgen voor toenadering en het verbinden van groepen komen bij uitstek in aanmerking voor een bijdrage.

  • Initiatieven die zich richten op een specifieke groep, of die niet toegankelijk zijn voor bepaalde mensen, bijvoorbeeld mensen een fysieke beperking, zijn daarmee in tegenspraak en komen daarentegen juist niet in aanmerking voor subsidie.

  • De bepaling stimuleert initiatiefnemers om ervoor te zorgen dat de activiteiten toegankelijk zijn voor alle inwoners. Ook voor kwetsbare groepen en mensen met een fysieke beperking, bijvoorbeeld.

  • Tenslotte ligt het in het verlengde van deze bepaling dat het initiatief breed wordt gecommuniceerd, zodat alle inwoners er kennis van kunnen nemen en deel kunnen nemen.

In lid 1 sub c staat dat het initiatief “grotendeels door zelfwerkzaamheid (inzet van vrijwilligers) wordt gerealiseerd.” De subsidie is niet bedoeld voor het inhuren van derden die het initiatief uitvoeren. Zelfwerkzaamheid vergroot de sociale samenhang. Het is enorm inspirerend om te zien dat inwoners zich inspannen voor de gemeenschap. Hen daarmee bezig zien kan andere inwoners inspireren om initiatieven te nemen.

Een ander aspect van deze bepaling is dat een activiteit vele malen goedkoper is als mensen die zelf uitvoeren, in plaats van daar een professional voor in te huren. Het maakt de inzet van het subsidiegeld zeer doelmatig; met een klein beetje geld kan heel veel bereikt worden.

De passage “grotendeels door zelfwerkzaamheid“ impliceert dat inhuur niet geheel is uitgesloten van subsidie. De subsidieregeling beoogt activiteiten van en door inwoners mogelijk te maken. Inhuur van een professional kan nodig zijn om de inwoners te ondersteunen bij het uitvoeren van de activiteit. Bijvoorbeeld: een website die gevuld wordt door dorpsgenoten en alleen gebouwd wordt met hulp van een professional, zou in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Een website geheel gevuld en gebouwd door professionals niet.

Lid 2 noemt mogelijke afwijzingsgronden.

  • a.

    Subsidie wordt nooit verleend met terugwerkende kracht, of voor een initiatief dat al in uitvoering is. Als men al bezig is, dan is de bijdrage kennelijk niet nodig.

  • b.

    Als eenzelfde activiteit opnieuw wordt georganiseerd, dan kan voor die activiteit ten hoogste tweemaal subsidie worden aangevraagd binnen deze subsidieregeling. Daarmee voorkomen we dat een structurele subsidierelatie ontstaat.

  • c.

    Sommige activiteiten wil de gemeente altijd zelf uitvoeren. Bijvoorbeeld omdat er risico's mee zijn gemoeid, zoals het afsteken van vuurwerk.

  • d.

    Het is niet toegestaan om subsidie te stapelen.

  • e.

    De begrippen ‘sociale samenhang’ en vooral ‘leefbaarheid’ zijn breed. Als een initiatief past binnen een meer specifieke subsidieregeling, bijvoorbeeld voor cultuur of sport, dan moet de aanvraag bij die subsidieregeling worden ingediend. Als het college van oordeel is dat een aanvraag die bij deze regeling is ingediend, beter past bij een andere, meer specifieke subsidieregeling, zal het de indiener daarop wijzen.

  • f.

    Subsidie is niet bedoeld voor individueel gewin. Het is bedoeld om de gemeenschap als geheel ten goede te komen. Subsidie mag evenmin leiden tot concurrentievervalsing.

  • g.

    Bij artikel 5 is toegelicht dat als het budget bijna op is, en de aanvraag het beschikbare budget overschrijdt, het college kijkt of het initiatief voor het beschikbare budget kan worden uitgevoerd. Het ligt voor de hand dat het college deze vraag met de initiatiefnemer doorspreekt.

Artikel 7 Berekening van de subsidie

In dit artikel staat onder andere waar geen subsidie voor kan worden verleend.

  • Het subsidiebudget is beperkt. Daarom wordt geen subsidie verleend voor zaken die het college in bruikleen kan geven, zoals een springkussen. In dat geval verstrekt het college de bijdrage in feite in natura.

  • Maaltijden zijn geen subsidiabele kostenpost. Indien een activiteit deels bestaat uit samen eten, dan is het de bedoeling dat de inwoners zelf voor het eten zorgen of dat er een bijdrage wordt gevraagd waaruit de maaltijd wordt bekostigd. Andere kosten zoals huur van de ruimte waar men samen eet, of een kacheltje om de ruimte te verwarmen, komen wel in aanmerking voor subsidie.

  • Tenslotte wordt geen subsidie verstrekt voor het dekken van kosten die voortvloeien uit het voeren van juridische procedures. Het is niet in het belang van de gemeente om procedures tegen zichzelf te financieren. Evenmin is het wenselijk dat de schijn ontstaat dat een procedure tegen een derde met steun van de gemeente wordt aangespannen.

Artikel 8 Vaststelling van de subsidie

Op grond van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam worden subsidies met een hoogte van maximaal € 5.000,- vastgesteld op het moment van toekenning. Dit heeft meerdere redenen. Enerzijds werken vanuit vertrouwen. Anderzijds om administratieve lasten te besparen, zowel voor de aanvrager als voor de gemeente. Bij deze regeling gaat het om een subsidie van maximaal 1.000,-. Als daar een deel van overblijft, bedragen de kosten (uren) om dat restant terug te vorderen, al snel meer dan het terug te vorderen bedrag. Aangezien niet wordt teruggevorderd, hoeft de initiatiefnemer de inkomsten en uitgaven ook niet te verantwoorden.

Het college kan de subsidieontvanger verplichten om een verslag in te dienen van de activiteiten, zodat het college kan vaststellen dat de gesubsidieerde activiteiten hebben plaatsgevonden.

Artikel 9 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

De overgangsbepalingen zorgt ervoor dat bestaande subsidieaanvragen volgens de nieuwe regeling worden afgehandeld. Met de toepassing van het overgangsrecht komen aanvragers niet in een nadeligere situatie dan daarvoor.

De citeertitel bepaalt hoe deze regeling heet. Dit vergemakkelijkt de vindbaarheid.