Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760262
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760262/1
Mandaatregeling gemeente Schagen 2026
Geldend van 10-04-2026 t/m heden
Intitulé
Mandaatregeling gemeente Schagen 2026Besluit van het College van burgemeester en wethouders en de Burgemeester, ieder voor zover het hun of zijn/haar bevoegdheden betreft;
Gelet op de Gemeentewet en op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t e n:
vast te stellen de Mandaatregeling Gemeente Schagen 2026
Artikel 1 Definities
- a.
Algemeen mandaat: algemeen mandaat als bedoeld in artikel 10:5 lid 1 van de wet.
- b.
Bestuursorgaan: College en de Burgemeester.
- c.
College: College van burgemeester en wethouders.
- d.
Instructies: instructies als bedoeld in artikel 10:6 van de wet.
- e.
Medewerker: persoon in dienst van de gemeente Schagen dan wel andere arbeidskracht die werkzaamheden verricht voor de gemeente Schagen op basis van een overeenkomst van opdracht dan wel inkoopovereenkomst.
- f.
Leidinggevende: de gemeentesecretaris/algemeen directeur, domeinmanager en teamleider onder wiens verantwoordelijkheid de gemandateerde werkzaam is.
- g.
Machtiging: de bevoegdheid tot het verrichten van feitelijke handelingen, niet zijnde een bestuursrechtelijk besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling.
- h.
Volmacht: de bevoegdheid om namens de volmachtgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
- i.
Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
- j.
Ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan een door dat orgaan genomen besluit te ondertekenen als bedoeld in artikel 10:11 lid 1 van de wet.
- k.
Wet: Algemene wet bestuursrecht.
- l.
Publiek Privaatrechtelijke Samenwerking: samenwerking met een private partij om gezamenlijk een project te realiseren (zoals infrastructuur, zorg, energietransitie) waarbij afspraken over gedeelde taken, risico's, financiering en lange termijn verantwoordelijkheden worden gemaakt.
Artikel 2 Algemeen mandaat door het College en Burgemeester
-
1. Het college en de burgemeester verlenen, met inachtneming van het bepaalde in deze regeling en de wet, aan elke medewerker het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten die in het kader van een goede uitoefening van de specifieke tot de eigen functie behorende taken en bevoegdheden nodig zijn.
-
2. In bijlage 1 en 2 van deze regeling zijn bevoegdheden genoemd die een uitzondering vormen op het eerste lid.
-
3. Mandaat wordt niet verleend als het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften of bij overschrijding van de budgetten, tenzij uit de betreffende regeling anders voortvloeit.
-
4. Ten aanzien van financiële besluiten kan het in lid 1 bedoelde mandaat slechts uitgeoefend worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.
Artikel 3 Mandaat aan derden
In bijlage 3 zijn gevallen opgenomen waarin met deze regeling mandaat wordt verleend aan derden, die niet onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam zijn.
Artikel 4 Financiële besluiten
-
1. Bij besluiten met financiële uitgaven wordt aan het mandaat als bedoeld in artikel 2 lid 1 de voorwaarde verbonden dat de budgethouder als bedoeld in de budgethoudersregeling instemming verleent aan de betreffende financiële uitgaven.
-
2. Weigering van de in lid 1 genoemde instemming dient te worden gemotiveerd.
-
3. Als de gemandateerde en de budgethouder niet tot overeenstemming komen ten aanzien van de in lid 2 genoemde weigering, beslist de leidinggevende. Als de leidinggevende ook budgethouder is, beslist zijn/haar leidinggevende.
-
4. Bij besluiten als bedoeld in lid 1 wordt een maximum gehanteerd van € 50.000, -
-
5. Bij besluiten als bedoeld in lid 1, met een bedrag hoger dan € 50.000, -, is instemming vereist van de teamleider. Als de teamleider ook budgethouder is, is instemming van zijn/haar leidinggevende vereist.
-
6. Bij besluiten als bedoeld in lid 5, kan de teamleider volstaan met een eenmalige instemming tot een maximum van €500.000,- wanneer het repeterende uitgaven betreffen en waarvoor al een budget is vastgesteld. Als de teamleider ook budgethouder is en/of wanneer genoemd maximumbedrag wordt overschreden, is dit een bevoegdheid van zijn/haar leidinggevende.
-
7. Voor uitgaven binnen het team Ruimtelijk Beheer worden in afwijking van de voorgaande leden de genoemde maximumbedragen van €50.000,- en €500.000,- gesteld op respectievelijk €100.000,- en €1.500.000,-
Artikel 6 Schakelbepalingen
-
1. Waar in dit besluit wordt gesproken over mandaat, dient, tenzij anders is bepaald, ook te worden begrepen machtiging en volmacht.
Artikel 7 Ondertekeningsmandaat
Ondertekeningsmandaat wordt verleend aan de individuele leden van het college, voor zover het hun portefeuille betreft.
Artikel 8 Bekendmaking en evaluatie
-
1. Bekendmaking van deze regeling gebeurt op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 van de wet.
-
2. De gemeentesecretaris/algemeen directeur draagt zorg voor een periodieke evaluatie van deze regeling.
Artikel 9 Slotbepalingen
-
1. Deze regeling is vastgesteld door het college en de burgemeester, voor zover het hun of zijn/haar bevoegdheden betreft, onder gelijktijdige intrekking van de ‘Mandaatregeling van de gemeente Schagen 2023’
-
2. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Mandaatregeling gemeente Schagen 2026’ en treedt een dag na bekendmaking in werking.
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen
Mevrouw E.C. van der Bruggen
Gemeentesecretaris
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Burgemeester
Burgemeester van de gemeente Schagen,
Mevrouw M.J.P. van Kampen-Nouwen
Bijlage 1
Bevoegdheden die op grond van artikel 2 lid 2 van deze regeling niet voor mandaat in aanmerking komen.
PUBLIEKRECHTEIJKE BEVOEGDHEDEN
- 1.
Het vaststellen van regels en beleid, met uitzondering van intern werkende regels.
- 2.
Het nemen van besluiten tot benoeming van personen in adviescommissies en dergelijke als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet.
BIJZONDERE PUBLIEKRECHTELIJKE BEVOEGDHEDEN VAN DE BURGEMEESTER OP GROND VAN DE GEMEENTEWET
- 1.
Het nemen van besluiten op grond van de Wet tijdelijk huisverbod.
- 2.
Het nemen van besluiten op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
- 3.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 151b met betrekking tot het aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied.
- 4.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 151c met betrekking tot het installeren van vaste camera’s.
- 5.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 154a met betrekking tot de tijdelijke ophouding van groepen van personen.
- 6.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 172 over het toezicht en de handhaving van de openbare orde.
- 7.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 172a en 172b over het geven van een bevel aan een persoon die de openbare orde heeft verstoord.
- 8.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 174 over het toezicht op samenkomsten.
- 9.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 174a over sluiten van een woning, lokaal of erf.
- 10.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 174b over het aanwijzen van een gebied als veiligheidsrisicogebied.
- 11.
Het geven van noodbevelen op grond van artikel 175.
- 12.
Het vaststellen van noodverordeningen op grond artikel 176.
- 13.
Het nemen van besluiten op grond van 176a met betrekking tot het tijdelijk ophouden van en overbrengen van personen naar een bepaalde plaats.
PRIVAATRECHTELIJKE BEVOEGDHEDEN
- 1.
Het sluiten of opzeggen van een overeenkomst tot het aangaan van een Publiek Privaatrechtelijke Samenwerking en bestuursovereenkomsten, inclusief intentieverklaringen hierover.
- 2.
Het sluiten of het opzeggen van overeenkomsten waarvan de financiële waarde de toegekende budgetten overstijgt.
- 3.
Het oprichten van en deelnemen aan rechtspersonen (stichtingen, vennootschappen, verenigingen en dergelijke).
- 4.
Het aanvaarden of afwijzen van erfstellingen, legaten, schenkingen.
- 5.
Het aanvaarden of afwijzen van een aanbod tot sponsoring.
- 6.
Het aanvragen van surseance van betalingen en faillissement.
- 7.
Het besluiten op verzoeken om schadevergoedingen hoger dan € 25.000, -, alleen wanneer de gemeente hier niet voor is verzekerd.
(ARBEIDSRECHTELIJKE) AANGELEGENHEDEN TEN AANZIEN VAN GEMEENTESECRETARIS
- 1.
Het (besluiten tot het) aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met, en de arbeidsvoorwaarden van, de gemeentesecretaris/algemeen directeur, daaronder begrepen de uitvoering van de procedure tot ontbinding en opzegging van de arbeidsovereenkomst.
- 2.
Het nemen van besluiten over klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 Awb die gericht zijn tegen de gemeentesecretaris/algemeen directeur.
BIJLAGE 2
Bevoegdheden die op grond van artikel 2 lid 2 van deze regeling zijn gemandateerd aan alleen de gemeentesecretaris/algemeen directeur:
- 1.
Het nemen van besluiten over de ambtelijke organisatie.
- 2.
Het nemen van besluiten over de arbeidsrechtelijke rechtspositie van medewerkers zoals onder meer het aan gaan van functioneringstrajecten, verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zowel bij kantonrechter als bij het UWV, het nemen van disciplinaire maatregelen, waaronder ontslag op staande voet.
- 3.
Het aangaan van vaststellingsovereenkomsten ten aanzien van arbeidsrechtelijke aangelegenheden.
- 4.
De domeinmanager en/of teamleider kan na verkregen instemming van de gemeentesecretaris/algemeen directeur tot uitvoering van de voorgaande leden over gaan.
BIJLAGE 3
Bevoegdheden die op grond van artikel 3 van deze regeling door het bestuursorgaan zijn gemandateerd aan derden, die niet onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam zijn.
I BESTUUR EN/OF DIRECTEUR VAN DE OMGEVINGSDIENST NOORD-HOLLAND NOORD
Op grond van afspraken, gemaakt tussen gemeente Schagen en de Omgevingsdienst NHN, en vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst, worden door de Omgevingsdienst NHN taken uitgevoerd ten behoeve van gemeente Schagen.
Op de uitvoering van deze taken is het Mandaatbesluit van de gemeente Schagen aan de Directeur van de Omgevingsdienst NHN 2023 van toepassing.
II HULPOFFICIER VAN JUSTITIE MET BETREKKING TOT DE BEVOEGDHEDEN VAN DE BURGEMEESTER OP GROND VAN ARTIKEL 3 I.V.M. DE ARTIKELEN 2 EN 9 VAN DE WET TIJDELIJK HUISVERBOD
- 1.
Het ondertekenen van besluiten genomen op grond van artikel 2, lid 1 en artikel 9, lid 1, van de Wet tijdelijk huisverbod met betrekking tot het opleggen en verlengen van een huisverbod.
- 2.
Het opnemen van contact met het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, als bedoeld in artikel 2, lid 3 van de Wet tijdelijk huisverbod.
- 3.
Het mondeling aanzeggen van een huisverbod, als bedoeld in artikel 2, lid 7 van de Wet tijdelijk huisverbod.
- 4.
Het meedelen van de inhoud van het huisverbod en de gevolgen van niet-naleving daarvan aan de uithuisgeplaatste en aan de instantie voor advies- en hulpverlening/advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, als bedoeld in artikel 2, lid 8 van de Wet tijdelijk huisverbod.
III GECERTIFICEERDE INSTELLING DE JEUGD- EN GEZINSBESCHERMERS TE HAARLEM
Op grond van hoofdstuk 6 van de Jeugdwet in rechte verzoeken tot machtiging (met spoed) tot uithuisplaatsing van een jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp in vrijwillig kader aan de rechtbank, dan wel een verzoek tot voorwaardelijke machtiging of verlenging van de machtiging.
IV DIRECTEUR GGD HOLLANDS NOORDEN
In spoedeisende gevallen een passende tijdelijke voorziening te treffen voor crisishulp en opvang van de jeugdige en volwassene ter uitvoering van het Meldpunt Veilig thuis (AMHK) onder de voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van de door de gemeente gecontracteerde organisaties (Besluit College van B&W d.d. 25 november 2014).
V DIRECTEUR GGD HOLLANDS NOORDEN
Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 1.46, lid 1, 1.47, lid 2 en 3, 1.47a, lid 1, 1,61, lid 1, 1,65, lid en 1.66, lid 1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de bij of krachtens deze wet vastgestelde (nadere) regels. (Besluit College van B&W d.d. 20 april 2015).
VI COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DEN HELDER
- 1.
Het nemen van besluiten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (artikel 2.3.1 en verder) of de bij of krachtens deze wet vastgestelde uitvoeringsregelingen, voor zover sprake is van een behoefte aan opvang of beschermd wonen.
- 2.
Het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures die betrekking hebben op de onder 1 genoemde besluiten. Rechtsgedingen omvat ook het instellen van een kort geding, de voeging in strafzaken, de instelling van beroep, het verzoek tot schorsing van een aangevochten beslissing of het aanvragen van een voorlopige voorziening.
VII DIRECTEUR VAN DE OMGEVINGSDIENST NOORD-HOLLAND NOORD
Aan de directeur van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord is met ingang van 1 januari 2014 mandaat verleend voor het archiefbeheer conform het bepaalde in artikel 3 van de Archiefwet 1995 voor de uitvoering van de overeenkomst tussen de gemeente Schagen en de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord inzake het beheer van de archiefbescheiden die betrekking hebben op de taken die voortkomen uit het aan het directeur van de RUD verleende mandaat en daaraan verbonden dienstverleningsovereenkomst. Per 1 maart 2019 is de naam gewijzigd in Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
VIII DE ALGEMEEN COMMANDANT BEVOLKINGSZORG
In geval van een crisissituatie als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet veiligheidsregio’s heeft de Algemeen Commandant Bevolkingszorg mandaat:
- 1.
om rechtshandelingen naar burgerlijk recht te verrichten, zoals het sluiten van overeenkomsten tot (ver)koop, (ver)huur, bruikleen van (on)roerende goederen, en ook het sluiten van overeenkomsten van opdracht of van aanneming van werk tot een bedrag van maximaal € 25.000, -, exclusief BTW, per incident;
- 2.
om informatie te verschaffen en de informatievoorziening af te stemmen als bedoeld in artikel 7, de leden 1 tot en met 3, van de Wet veiligheidsregio's, met uitzondering van informatie over Slachtoffers, Identiteit, Oorzaak en Scenario's (SIOS); per crisissituatie ter grootte van een Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP) 0 en hoger.
Het mandaat wordt verleend met de instructies dat de Algemeen Commandant Bevolkingszorg:
- a.
de burgemeester zo mogelijk in kennis stelt van het voornemen om van het mandaat gebruik te maken of deze zo spoedig mogelijk na het gebruik van het mandaat in kennis stelt;
- b.
de bevoegdheid als bedoeld in onder 1 mag ondermandateren aan de Officier van Dienst Bevolkingszorg;
- c.
de bevoegdheid als bedoeld onder 2 mag ondermandateren aan: het Hoofd Communicatie (v/h Kwartiermaker Crisiscommunicatie) en de Voorlichter van Dienst Commando Plaats Incident dan wel de communicatieadviseurs van de Regionale Pool Communicatie of de medewerkers van het team Ontwikkeling en Ondersteuning, taakveld Communicatie;
- d.
aan het onder c. bedoelde ondermandaat de bijzondere instructie verbindt dat de betreffende medewerkers uitsluitend informatie verschaffen over Procedures, Processen en Feiten (PPF).
IX DE ALGEMEEN COMMANDANT GENEESKUNDIGE HULPVERLENING IN DE REGIO
De Algemeen Commandant Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio heeft mandaat om aanwijzingen te geven als bedoeld in artikel 6 van de Wet veiligheidsregio's, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is uit een oogpunt van openbare orde.
Het mandaat wordt verleend met de instructie dat:
- a.
de burgemeester zo mogelijk in kennis wordt gesteld van het voornemen om van het mandaat gebruik te maken of zo spoedig mogelijk na het gebruik van het mandaat;
- b.
de Algemeen Commandant Bevolkingszorg deze bevoegdheid mag ondermandateren aan de Officier van Dienst Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio.
TOELICHTING
Algemene toelichting
Inleiding
De onderhavige mandaatregeling vervangt de Mandaatregeling van de gemeente Schagen 2021. Aanleiding voor de wijziging is mede ingegeven door de wijziging van de managementstructuur in de organisatie. Ook zijn er enkele technische en redactionele aanpassingen doorgevoerd.
Mandaat
Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid namens een bestuursorgaan een besluit te nemen.
Mandaat moet worden onderscheiden van delegatie en attributie. Bij mandaat gaat het om het opdragen van een bevoegdheid en niet om het overdragen daarvan, zoals bij delegatie of het toekennen van een nieuwe bevoegdheid zoals bij attributie. De mandaatgever kan er dan ook voor kiezen om in een voorkomend geval zelf het besluit te nemen. Dit kan met name het geval zijn bij ‘politiek gevoelige’ besluiten van het college. Bij dit soort besluiten is afstemming gewenst. Het vereist van de gemandateerde een zodanige politieke sensitiviteit, dat er in voorkomende gevallen voor zal worden gekozen het voorgenomen besluit voor te leggen aan het bestuursorgaan. Daartoe kan de kwestie worden besproken in het stafoverleg met de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan dan beslissen of er in mandaat kan worden besloten of dat het moet worden geagendeerd voor het college. Het is aan te bevelen om hierover werkafspraken te maken.
In overeenstemming met vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is er in 2019 gekozen voor een systematiek waarbij de omvang van het mandaat ondubbelzinnig vaststaat. Deze systematiek wijzigt niet in de onderhavige mandaatregeling.
Het algemeen mandaat is gebaseerd op en vindt haar grens in de functie(beschrijving) en het takenpakket, zoals afgesproken bij aanstelling en eventueel aangevuld door nadere afspraken met de leidinggevenden. Taken staan in de functieprofielen, in werkprocessen en beleidsnota’s.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities
Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Algemeen mandaat
Het college en de burgemeester verlenen algemeen mandaat aan alle medewerkers.
Het algemeen mandaat kan slechts worden uitgeoefend voor zover het betrekking heeft op de taken passend binnen de functie. Bij de bepaling van deze taken wordt uitgegaan van de functie(beschrijving) en het takenpakket, zoals afgesproken bij aanstelling en eventueel aangevuld door nadere afspraken.
In de bijlagen 1 en 2 zijn uitzonderingen opgenomen op het mandaat. Personele en organisatorische aangelegenheden, zoals benoemd in bijlage 2 zijn enkel aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur gemandateerd.
Voor financiële besluiten geldt bovendien dat het algemeen mandaat slechts kan worden uitgeoefend met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.
Artikel 3 Mandaat aan derden
Naast het algemeen mandaat aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur, kunnen de bestuursorganen, waaronder het college of de burgemeester, mandaat verlenen aan derden, die niet onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam zijn. In bijlage 3 is opgenomen welke derden dit betreft.
Artikel 4 Financiële besluiten
Financiële besluiten zijn besluiten waarbij uitgaven worden gedaan ten laste van een budget. Met name om financieel-technische redenen is afgezien van integratie van de mandaatregeling met de budgethoudersregeling. Gezien de onderlinge afhankelijkheid is wel gekeken naar de verhouding tussen gemandateerde en budgethouder. De budgethouder beschikt, namens het college, over exploitatie- en investeringsbudgetten. De budgethouder parafeert voor het ten laste of gunste van zijn/haar budgetten brengen van facturen en invorderingsopdrachten.
De gemandateerde is verplicht de budgethouder te consulteren. Het is een voorwaarde om in mandaat te mogen besluiten. Als de budgethouder weigert akkoord te gaan met de uitgaven, moet dat gemotiveerd gebeuren. Als de gemandateerde niet instemt met de weigering, wordt het voorstel voorgelegd aan de leidinggevende van de gemandateerde, tenzij de leidinggevende budgethouder is. In dat geval wordt het voorstel voorgelegd aan zijn of haar leidinggevende.
Boven €50.000,- is instemming vereist van de leidinggevende, tenzij hij of zij budgethouder is. In dat geval wordt het voorstel voorgelegd aan zijn of haar leidinggevende.
Bij herhalende uitgaven waarvoor al een budget is vastgesteld, kan de leidinggevende van de gemandateerde, dan wel zijn of haar leidinggevende als eerstgenoemde budgethouder is, volstaan met een eenmalige instemming met de uitgaven. In dat geval kan de medewerker (veelal de projectleider) binnen dat project besluiten nemen boven € 50.000,- tot een maximum van €500.00,- daarboven dient de domeinmanager instemming te verlenen. Voor het team Ruimtelijk Beheer is een uitzondering gemaakt vanwege de regelmatig grote uitgaven die daar moeten plaatsvinden. De maximumbedragen zijn voor dat team gesteld op respectievelijk € 100.000,- en €1.500.000,-.
In geval van (Europees) aanbesteden gaan beleid en regels die hiervoor zijn vastgesteld vóór op de mandaatregeling.
Artikel 6 Schakelbepalingen
In deze mandaatregeling wordt naast het bestuursrechtelijk mandaat, ook machtiging en volmacht verleend.
Machtiging wordt verleend voor feitelijke handelingen zonder rechtsgevolg. Het betreft meestal handelingen die niet kunnen worden beschouwd als besluiten op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte (artikel 171 lid 1 Gemeentewet) en kan daarom namens de rechtspersoon gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten, zoals het aangaan van een koop-, huur- of vaststellingsovereenkomst. Deze bevoegdheden kan de burgemeester opdragen aan een door deze aan te wijzen persoon (artikel 171 lid 2 Gemeentewet) door middel van een volmacht. In deze regeling zijn de bevoegdheden in de vorm van volmacht gekoppeld aan het (onder)mandaat. Is er (onder)mandaat voor bestuursrechtelijke besluiten, dan is er automatisch ook volmacht voor de privaatrechtelijke rechtshandelingen die hieruit voorvloeien of hiermee samenhangen. Er hoeft dus niet afzonderlijk nog een volmacht te worden verleend.
Artikel 7 Ondertekeningsmandaat
Ondertekeningsmandaat wordt verleend aan de portefeuillehouder voor zover het diens portefeuille betreft. In dat geval neemt het college wel zelf het besluit. Dit zal uit het besluit moeten blijken.
Artikel 8 Bekendmaking en evaluatie
De regeling wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad.
Over nieuwe (onder-)mandaatregelingen en aanpassingen daarvan wordt overlegd met de gemeentesecretaris/algemeen directeur. Deze wordt in kennis gesteld van besluiten daaromtrent en draagt zorg voor een periodieke evaluatie van de regeling.
Artikel 9 Slotbepalingen
Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.
BIJLAGE 1
Het betreft hier bevoegdheden die niet voor mandaat in aanmerking komen. Een algemene regel is hierbij ook dat mandaat enkel uitgeoefend kan worden als het past binnen bestaand beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften en de bestaande budgetten niet overschrijdt.
BIJLAGE 2
Het betreft hier bevoegdheden die alleen aan de gemeentesecretaris /algemeen directeur zijn gemandateerd.
BIJLAGE 3
Het betreft hier bevoegdheden die op grond van artikel 3 van deze regeling door het bestuursorgaan zijn gemandateerd aan derden, die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl