Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760253
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760253/1
Regeling vervalt per 01-01-2028
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 31 maart 2026, PZH-2026-888647151 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026)
Geldend van 10-04-2026 t/m 31-12-2027
Intitulé
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 31 maart 2026, PZH-2026-888647151 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026)Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
Gelet op artikel 2.2. van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;
Overwegende dat het wenselijk is dat toerisme in Zuid-Holland in balans is met de omgeving en een positieve bijdrage levert aan het welzijn van de inwoners van Zuid-Holland;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026
Artikel 1 Begripsbepalingen
In aanvulling op artikel 1.1. van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
- -
de-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, 2023/2831);
- -
draagkracht: het fysieke en sociale vermogen van een bestemming om de toeristisch-recreatieve druk en de effecten daarvan aan te kunnen;
- -
duurzaam toerisme: toerisme dat volledig rekening houdt met de huidige en toekomstige ecologische, sociale en economische impact en dat zich richt op de behoeften van bezoekers, de toeristische sector, het milieu en de lokale bevolking;
- -
economische activiteit: aanbieden van goederen of diensten op een markt waar sprake is van concurrentie;
- -
gedragscommunicatie: strategisch gebruik van communicatie om een verandering in kennis, houding en gedrag te bevorderen dat bijdraagt aan duurzaam toerisme;
- -
inclusie: inspanning die erop gericht is dat de activiteit voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk is, ongeacht beperking, gender, geaardheid, culturele- of etnische achtergrond, vreemd- of laaggeletterdheid, leer- of werkniveau of armoede;
- -
natuurinclusief: versterken van de streekgebonden natuur en biodiversiteit en het stimuleren van bewustzijn bij bezoekers van het belang hiervan;
- -
onderneming: iedere entiteit die een economische activiteit uitoefent;
- -
subsidieregeling: Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;
- -
toeristisch oogmerk: stimuleren van vrijetijdsbesteding naar een unieke of reiswaardige bestemming buiten de eigen woonomgeving ten bate van de toeristische sector;
- -
toeristisch-recreatieve druk: verhouding tussen de aantallen bezoekers, de invloed van hun activiteiten en het aantal inwoners op een bepaalde locatie;
- -
triple helix: deelname door minimaal één publieke organisatie, één kennisorganisatie en één private onderneming.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
-
1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten met een toeristisch oogmerk die aantoonbaar en direct:
- a.
drukke en potentieel drukke toeristische locaties veerkrachtiger maken of de toeristische druk verlagen, of
- b.
een positieve impact hebben op de bestemming, haar omgeving en haar inwoners.
- a.
-
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.
-
3. De activiteiten dragen bij aan:
- a.
het verlagen van druk op een toeristische bestemming;
- b.
het vergroten van de draagkracht van een toeristische bestemming, of
- c.
de ontwikkeling van duurzaam toerisme.
- a.
Artikel 3 Doelgroep
Subsidie op grond van dit openstellingsbesluit kan worden aangevraagd door eenieder, met uitzondering van natuurlijke personen.
Artikel 4 Aanvraagperiode
In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv worden subsidieaanvragen ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 oktober 2026.
Artikel 5 Deelplafond
Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 4, vast op € 800.000,-
Artikel 6 Weigeringsgronden
-
1. In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd, indien:
- a.
meer dan 50% van de subsidiabele kosten wordt besteed aan promotie, communicatie, niet zijnde gedragscommunicatie, of het ontwikkelen en publiceren van content;
- b.
aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten als bedoeld in artikel 2 reeds subsidie is verstrekt op grond van een door gedeputeerde staten vastgestelde subsidieregeling;
- c.
het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 5.000,- bedraagt;
- d.
de activiteit niet openbaar toegankelijk of van openbaar nut is;
- e.
per aanvrager meer dan één aanvraag is ingediend, waarbij uitsluitend de eerst ontvangen volledige aanvraag in behandeling wordt genomen;
- f.
er sprake is van een ongenoegzame aanvraag als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;
- g.
geen punten worden toegekend aan criterium a als bedoeld in artikel 11, eerste lid.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid wordt de subsidie geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op het opstellen van een visie op duurzaam toerisme in de gemeente of de regio en aan de aanvrager in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum reeds subsidie is verleend voor een vergelijkbare activiteit.
Artikel 7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
activiteiten dragen aantoonbaar bij aan:
- I.
het veerkrachtiger maken van drukke of potentieel drukke toeristische locaties door het verlagen van toeristische druk, of
- II.
een positieve impact op de bestemming, haar omgeving en haar inwoners.
- I.
- b.
de financiering door de aanvrager of een derde bedraagt ten minste 50% van de subsidiabele kosten, indien de aanvrager een overheid of onderneming betreft;
- c.
de financiering door de aanvrager of derden bedraagt ten minste van 25% van de subsidiabele kosten, indien de aanvrager een stichting of vereniging zonder winstoogmerk betreft;
- d.
de activiteiten hebben een toeristisch oogmerk.
Artikel 8 Subsidiabele kosten
-
1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
investeringskosten in onroerende goederen, onder aftrek van de restwaarde op basis van economisch verkeer;
- b.
investeringskosten in roerende goederen, onder aftrek van de restwaarde op basis van economisch verkeer;
- c.
ontwerp- en begeleidingskosten tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten;
- d.
kosten van door de aanvrager in te kopen diensten die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de activiteiten, bedoeld in artikel 2;
- e.
reparatiekosten die gericht zijn op het verlengen van de levensduur door herstel of vervanging van onderdelen, waaronder arbeidsloon en kosten voor onderdelen.
- a.
-
2. In afwijking van het eerste lid, onder c, komen ontwerp- en begeleidingskosten tot een maximum van 100% van de totale subsidiabele kosten in aanmerking zover deze kosten betrekking hebben op projecten gericht op:
- a.
planvorming voor het natuurinclusief maken van een museum, attractie of verblijfsrecreatie, of
- b.
visievorming voor duurzaam toerisme in een gemeente of regio.
- a.
Artikel 9 Niet subsidiabele kosten
De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten die betrekking hebben op het voorbereiden of indienen van de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2;
- b.
kosten voor de verkrijging van de benodigde vergunningen, in- en toestemmingen;
- c.
exploitatiekosten;
- d.
vervangingsinvesteringen.
Artikel 10 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de totale subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,- indien de aanvrager een overheid of een onderneming betreft;
-
2. De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de totale subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,- indien de aanvrager een vereniging of stichting zonder winstoogmerk betreft.
Artikel 11 Verdelingswijze
-
1. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld aan de hand van een weging op basis van de volgende criteria die nader uitgewerkt zijn in de bijlage 1 bij deze regeling:
- a.
criterium a: mate waarin de activiteiten, bedoeld in artikel 2, een bijdrage leveren aan de criteria zoals opgenomen in bijlage 1: ten hoogste 54 punten;
- b.
criterium b: mate waarin de activiteiten, bedoeld in artikel 2, een positieve bijdrage leveren aan onderstaande thema’s: ten hoogste 24 punten;
- I.
door en voor de inwoners van Zuid-Holland;
- II.
mate waarin de aanvraag een uniek karakter heeft en een voorbeeldfunctie kan vervullen voor andere regio’s of toeristische organisaties.
- I.
- a.
-
2. Gedeputeerde staten rangschikken de aanvragen, die voldoen aan de aanvraagvereisten en subsidievereisten, hoger, naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
-
3. Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen hoger naarmate de hoogte van de aangevraagde subsidie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, lager is.
-
4. Indien toepassing van het tweede en derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door loting.
Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. In aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 3 van de Asv, worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
- a.
binnen een half jaar na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking wordt met de uitvoering van de activiteit begonnen;
- b.
binnen 3 jaar na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking is de activiteit, bedoeld in artikel 2, gerealiseerd;
- c.
bij externe communicatie en publicaties met betrekking tot de gesubsidieerde activiteit wordt vermeld dat deze mede mogelijk zijn gemaakt door de provincie Zuid-Holland, en zo mogelijk wordt daarbij het logo van de provincie vermeld.
- a.
-
2. Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op het opstellen van een visie op duurzaam toerisme in de gemeente of de regio, geldt als aanvullende voorwaarde dat de visie:
- a.
praktische aanbevelingen voor een duurzame ontwikkeling van toerisme in de gemeente of de regio bevat, waarbij rekening wordt gehouden met de draagkracht en de identiteit van de bestemming;
- b.
tot stand komt in samenwerking met ten minste drie relevante stakeholders die actief zijn op het gebied van toerisme in de betreffende gemeente of regio;
- a.
Artikel 13 Opschortende voorwaarde
Als voor de realisatie van een activiteit een vergunning, in- of toestemming nodig is dan wordt de subsidie verstrekt onder de opschortende voorwaarde van de verkrijging hiervan.
Artikel 14 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht
Deze regeling vervalt op 31 december 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
Artikel 16 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026.
Ondertekening
Den Haag, 31 maart 2026
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris
M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter
Bijlage 1 behorende bij artikel 11, eerste lid, van het Openstellingsbesluit subsidie toerisme in balans Zuid-Holland 2026
Voor de rangschikking genoemd in artikel 11 wordt voor de verschillende criteria de volgende puntentelling gehanteerd:
Criterium a. Bijdrage aan de provinciale beleidsopgave voor duurzaam toerisme:
Maximaal 54 punten.
I.Het veerkrachtiger maken van drukke of potentieel drukke toeristische bestemmingen of hetverlagen van toeristische druk:
- 1.
Indien het project gericht is op spreiding van bezoekers, vraagsturing of gedragsbeïnvloeding op een toeristische bestemming: 4 punten.
- 2.
Indien het project gericht is op het meten van impact van toeristisch bezoek inclusief opvolging: 4 punten.
- 3.
Indien het project gericht is op het oplossen van knelpunten in bezoekersstromen op een publiekslocatie: 4 punten.
- 4.
Indien het project gericht is op het versterken van de draagkracht van een toeristische bestemming: 6 punten.
- 5.
Indien het project gericht is op visievorming voor duurzaam toerisme in een gemeente of regio: 6 punten.
II. Bijdragen aan een positieve impact op de locatie, de omgeving en haar inwoners:
- 6.
Indien het project stimuleert dat bezoekers een positieve sociaal-maatschappelijke of ecologische bijdrage leveren aan de locatie en haar inwoners: 6 punten.
- 7.
Indien het project zich richt op gemeenschappelijke voorzieningen voor zowel inwoners als bezoekers: 4 punten.
- 8.
Indien het project gericht is op bewustzijn en educatie van klimaat of natuurlijke en culturele waarden van een gebied: 4 punten.
- 9.
Indien het project gericht is op het natuurinclusief maken van een attractie, museum of verblijfsrecreatie: 4 punten.
- 10.
Indien het project gericht is op circulariteit, besparing van grondstoffen of hergebruik: 4 punten.
- 11.
Indien het project gericht is op verduurzaming van vervoermiddelen met een capaciteit van tien personen of meer: 4 punten.
- 12.
Indien fysieke klimaataanpassingen zijn opgenomen in het project. Maatregelen om de gevolgen van een warmer, droger en natter klimaat en de stijgende zeespiegel op te vangen: 4 punten
Criterium b. Bijdrage aan specifieke thema’s
Maximaal 20 punten
I. Indien de aanvraag aantoonbaar betrekking heeft op toerisme door en voor de inwoners van Zuid-Holland en vanuit samenwerking ontstaat:
- 1.
Aanvraag is aantoonbaar mede door vertegenwoordiging van bewoners gedaan op basis van bewonersinspraak of bewonerspanels: 4 punten.
- 2.
Onderdelen van de aanvraag zijn specifiek bedoeld voor inwoners van Zuid-Holland: 4 punten.
- 3.
Aanvraag draagt aantoonbaar bij aan inclusie of het vergroten van de toegankelijkheid voor doelgroepen met een beperking: 8 punten.
- 4.
Aanvraag heeft betrekking op een vorm van triple helix samenwerking: 4 punten.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl