Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760224
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760224/1
Beleidsregels beperkt verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente Barneveld
Geldend van 11-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels beperkt verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente BarneveldHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;
gelet op:
- -
paragraaf 6.5 van de Participatiewet;
besluit:
vast te stellen de Beleidsregels beperkt verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente Barneveld
Artikel 1. Definities
-
1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;
- b.
wet: de Participatiewet
- a.
-
2. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet of in de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Gebruikmaking bevoegdheid tot verhaal
-
1. Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid die artikel 62 van de wet biedt om de kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht te verhalen op een onderhoudsplichtige die zijn onderhoudsplicht niet of niet volledig nakomt.
-
2. Het college maakt wel gebruik van de bevoegdheid die artikel 62f van de wet biedt om de kosten van bijstand te verhalen op de ontvanger van een schenking of op een nalatenschap in de in dat artikel vermelde situaties.
Artikel 3. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht
-
1. De Beleidsregels verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente Barneveld, zoals vastgesteld bij besluit van 15 juli 2025 en met terugwerkende kracht in werking getreden per 1 januari 2024, worden ingetrokken per 1 januari 2026.
-
2. Op besluiten, de daaruit voortvloeiende (betalings)afspraken, (betalings)verplichtingen en eventuele invorderingsmaatregelen die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2025, blijven de eerdere Beleidsregels terugvordering en verhaal Pw, IOAW/IOAZ en Bbz 2004 gemeente Barneveld dan wel de Beleidsregels verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente Barneveld onverkort van kracht.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2026.
Artikel 5. Citeertitel
Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels beperkt verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente Barneveld.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 24 maart 2026,
Burgemeester en wethouders voornoemd,
W. Wieringa
Secretaris
J. van der Tak,
Burgemeester
Toelichting
Het college is in bepaalde situaties en onder voorwaarden bevoegd om op grond van paragraaf 6.5 van de Participatiewet de kosten van verstrekte bijstand te verhalen op onderhoudsplichtigen, ontvangers van schenkingen en op nalatenschappen. De gemeente Barneveld geeft in deze beleidsregels aan op welke wijze met ingang van 1 januari 2026 van die verhaalsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt.
Artikel 1. Definities
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 2. Gebruikmaking bevoegdheid tot verhaal
Als aan de onderhoudsverplichtingen wordt voldaan, dan wordt de ontvangen onderhoudsbijdrage als inkomen van de onderhoudsgerechtigde aangemerkt. De aanvullende bijstandsuitkering wordt daardoor lager. Wordt niet of gedeeltelijk aan de onderhoudsverplichtingen voldaan, dan wordt er aan de onderhoudsgerechtigde meer aanvullende bijstand verstrekt. Het college is in die gevallen bevoegd om de kosten van bijstand tot de onderhoudsplicht te verhalen op de nalatige onderhoudsplichtige. Van die bevoegdheid maakt het college met ingang van 1 januari 2026 geen gebruik meer. Daarvoor zijn diverse redenen. Het college wenst eventuele negatieve effecten van verhaalsacties op de verhoudingen tussen de onderhoudsgerechtigde(n) en de onderhoudsplichtige(n) te voorkomen. Daarnaast staan de uitvoeringskosten in de gemeente Barneveld niet in verhouding tot de opbrengsten. Daardoor is geen sprake van een verantwoorde besteding van publieke middelen. Bovendien zijn verhaalsprocedures complex, waarbij in geval van het niet voldoen van opgelegde onderhoudsbijdragen de gang naar de rechter noodzakelijk is maar het alsnog onzeker is of de opgelegde bijdragen kunnen worden geïnd. Tot slot kan de onderhoudsgerechtigde gebruikmaken van het LBIO om betaling van eventuele overeengekomen dan wel opgelegde alimentatieverplichtingen af te dwingen. Voor zover het LBIO niet tot (volledige) inning in staat blijkt, ligt het in de rede om aan te nemen dat ook het college niet zal slagen in het verhaal van kosten van bijstand.
Naast deze verhaalsmogelijkheid zijn er nog twee verhaalsmogelijkheden: verhaal op de ontvanger van een schenking en verhaal op een nalatenschap.
Het kan voorkomen dat iemand die bijstand aanvraagt, ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan waarmee bij het besluit op de bijstandsaanvraag rekening zou zijn gehouden als de schenking niet had plaatsgevonden. Als dat leidt tot (hogere) bijstandskosten, dan kunnen de kosten van bijstand op de ontvanger van de schenking worden verhaald. Dat is niet aan de orde als het aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien.
Daarnaast is er nog de mogelijkheid om de kosten van bijstand te verhalen op een nalatenschap. Dat kan alleen als pas na het overlijden van de bijstandsgerechtigde een terugvorderingsbesluit wordt genomen inzake bij leven ten onrechte verstrekte bijstand. Is een dergelijk besluit al bij leven genomen, dan valt de vordering als schuld in de nalatenschap en dient die bij afwikkeling van de erfenis gewoon door de erven te worden voldaan. Ook kan worden verhaald op een nalatenschap als sprake was van bij leven verstrekte bijstand verleend in de vorm van een geldlening die nog niet is terugbetaald of in geval van borgtocht.
Van de bevoegdheid tot verhaal van kosten van bijstand op de ontvanger van een schenking of op een nalatenschap blijft het college per 1 januari 2026 gebruikmaken omdat de eerder geschetste problematiek bij verhaal op onderhoudsplichtigen niet of nauwelijks speelt.
Artikel 3. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht
De inwerkingtreding van deze beleidsregels en de intrekking van de oude beleidsregels leidt er toe dat met ingang van 1 januari 2026 het college de kosten van bijstand niet meer verhaalt op nalatige onderhoudsplichtigen. De op 31 december 2025 lopende verhaalsdossiers worden in verband hiermee met ingang van 1 januari 2026 gesloten in die zin dat met ingang van 1 januari 2026 de kosten van bijstand niet langer meer worden verhaald op nalatige onderhoudsplichtigen en dat eventueel reeds betaalde verhaalsbijdragen over 2026 dienen te worden gerestitueerd. Dit laat onverlet dat afspraken, verplichtingen en invorderingsmaatregelen die zien op de periode tot en met 31 december 2025 onverkort van kracht blijven op basis van de oude beleidsregels. Voor zover sprake is van achterstallige betalingen tot 31 december 2025 dienen die dus alsnog geïnd te worden.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 5. Citeertitel
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl