Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760206
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760206/1
Subsidieregeling flexibel gebiedsgericht welzijnswerk Den Haag 2026
Geldend van 10-04-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling flexibel gebiedsgericht welzijnswerk Den Haag 2026Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,
besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling flexibel gebiedsgericht welzijnswerk Den Haag 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
- –
ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;
- –
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- –
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
- –
gebiedsgericht welzijnswerk: organiseren van samenlevingsopbouw en jongerenwerk vanuit de vraagstukken in de wijken van Den Haag met een focus op een groepsgerichte aanpak en met aandacht voor het individu binnen de groep;
- –
jeugdige: bewoner van 4 tot 27 jaar oud;
- –
jongerenwerk: ondersteuning specifiek voor jeugdigen, waaronder ook het kinder- en meidenwerk, dat zich richt op jeugdigen die opgroeien in een kwetsbare omgeving, dat in het verlengde van het jeugdbeleid als bedoeld in artikel 2.1 van de Jeugdwet wordt uitgevoerd en dat plaatsvindt op plekken waar jeugdigen hun vrije tijd doorbrengen;
- –
lokaal netwerk: onderdeel van het netwerk in de wijk of wijken in Den Haag waar de aanvraag op ziet, waarin wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties, bewonersgroepen en samenwerkingsverbanden op het gebied van kennisdeling en het delen van signalen;
- –
overhead: kosten die een organisatie structureel maakt voor gebouwen en buitenterreinen, personeel, administratie, ICT en andere vaste lasten, die niet rechtstreeks verbonden zijn met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten;
- –
samenlevingsopbouw: versterken van de individuele en collectieve veerkracht en medeverantwoordelijkheid van bewoners bij hun eigen woon- en leefomgeving alsmede het versterken van de verbanden tussen bewoners onderling;
- –
vrijwilliger: persoon die zich inzet voor het maatschappelijk belang zonder dat er sprake is van de uitoefening van een beroep of bedrijf en zonder dat er voor de werkzaamheden salaris wordt betaald;
- –
vrijwilligersvergoeding: financiële tegemoetkoming, niet zijnde een vergoeding vanuit dienstverband of voor geleverde diensten, die wordt uitgekeerd aan vrijwilligers voor het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten;
- –
waarderingsvergoeding: kleine vergoeding in natura aan vrijwilligers die bijdragen aan de gesubsidieerde activiteiten, als blijk van waardering.
Artikel 1:2 Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 2:2 of 3:2 bedoelde activiteiten.
Artikel 1:3 Doel van de subsidie
Het maatschappelijk doel van subsidie op grond van deze subsidieregeling is het bijdragen aan het individuele en collectieve welbevinden van bewoners en jeugdigen en het versterken van de veerkracht in de Haagse wijken door het vergroten van de eigen kracht, het bevorderen van participatie en het voorkomen van problemen of het voorkomen van verergering daarvan.
Artikel 1:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 2:2 of 3:2.
-
2. Voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
de loonkosten van de personen die betrokken zijn bij het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten;
- b.
de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht.
- a.
-
3. Niet voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
de kosten die naar het oordeel van het college niet in verhouding staan tot de activiteiten;
- b.
de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling zijn gesubsidieerd, waarvoor een andere subsidieregeling van kracht is of die op een andere wijze door het college of vanuit de gemeente worden gefinancierd;
- c.
de kosten voor overhead die meer bedragen dan 20% van de activiteiten;
- d.
de restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur of materialen;
- e.
de kosten voor eten en drinken die meer bedragen dan 5% van de subsidiabele kosten;
- f.
de kosten voor vrijwilligersvergoedingen die hoger zijn dan 5% van de subsidie die wordt verleend, die hoger zijn dan het fiscaal vrijgestelde maximum of die hoger zijn dan door het college redelijk en proportioneel worden geacht;
- g.
de kosten voor de reis- en onkostenvergoedingen van vrijwilligers wanneer deze naar het oordeel van het college niet redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten;
- h.
kosten voor waarderingsvergoedingen van meer dan € 25,- per vrijwilliger per jaar;
- i.
de kosten voor andere vergoedingen aan vrijwilligers dan de vergoedingen als bedoeld onder f tot en met h;
- j.
de kosten voor het opdoen van kennis die deel uitmaakt van trainingen die kosteloos worden aangeboden; en
- k.
de kosten die zijn gemaakt vóór de inwerkingtreding van de subsidieregeling.
- a.
Hoofdstuk 2 Aanvullende inzet op het gebiedsgericht welzijnswerk
Artikel 2:1 Doel van de subsidie
Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is om inzet van gebiedsgericht welzijnswerk mogelijk te maken door kleinere organisaties in de wijk die inzetten op een specifiek vraagstuk in de wijk of nieuwe doelgroepen of groepen bereiken en op deze manier bijdragen aan preventie, welzijn en verbinding in de wijk.
Artikel 2:2 Activiteiten
Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten op het vlak van gebiedsgericht welzijnswerk in één of meer wijken van Den Haag, die langer duren dan 12 maanden en die:
- a.
gericht zijn op een relevante thema’s of vraagstukken in de wijk of wijken, waarbij de relevantie wordt onderbouwd aan de hand van een beknopte analyse; of
- b.
die nieuwe doelgroepen of groepen bereiken, die nu nog onvoldoende worden bereikt door de al aanwezige gebiedsgerichte activiteiten in de wijk of wijken.
Artikel 2:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon die minimaal twee jaar actief is op het gebied van gebiedsgericht welzijnswerk in de wijk of wijken waarvoor de subsidie is aangevraagd en onderdeel is van het lokale netwerk.
Artikel 2:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt maximaal € 90.000,- voor de activiteiten die in 2026 worden uitgevoerd en maximaal € 120.000,- voor de activiteiten die in 2027 worden uitgevoerd.
Artikel 2:5 Subsidieplafond
-
1. Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk geldt een subsidieplafond van € 600.000,- voor het kalenderjaar 2026 en € 800.000,- voor het kalenderjaar 2027.
-
2. Het college kan het subsidieplafond bij afzonderlijk besluit verlagen.
-
3. Een verlaging van het plafond geldt ook voor al ingediende aanvragen.
Artikel 2:6 Wijze van verdeling van de subsidie
-
1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats in de volgorde van indiening van de aanvragen bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Als de aanvrager op basis van artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van indiening van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld.
Artikel 2:7 Aanvraag subsidie
-
1. Onverminderd artikel 8, tweede tot en met het vierde lid, van de ASV legt de aanvrager een plan van aanpak over, gebaseerd op gegevens uit de gebiedsanalyse, wijkagenda of wijkdata waaruit blijkt dat er in de wijk noodzaak is tot aanvullende inzet op het vraagstuk dat de aanvrager beoogt aan te pakken.
-
2. Het plan van aanpak als bedoeld in het eerste lid bevat ten minste:
- a.
een beschrijving van de aard en omvang van het vraagstuk of een beschrijving van een vraagstuk met betrekking tot een specifieke doelgroep of groepen in de wijk of wijken waar de activiteit plaatsvindt;
- b.
een verwijzing naar relevante passages uit de wijkagenda, gebiedsanalyse of wijkdata van de wijk of wijken waarin de activiteit plaatsvindt; en
- c.
een motivering van de wijze waarop de activiteit een antwoord biedt op één of meer vraagstukken in de wijk of wijken waar de activiteit plaatsvindt.
- a.
-
3. De begroting als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de ASV bevat een uitsplitsing van de kosten en inkomsten van de activiteit over kalenderjaar 2026 en kalenderjaar 2027.
-
4. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier en het bijbehorende begrotingsformat.
Artikel 2:8 Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie ingediend uiterlijk 6 weken voor aanvang van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 2:9 Beslistermijn
Het college beslist in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, binnen 6 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.
Artikel 2:10 Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 4:1 van deze subsidieregeling weigert het college een subsidie op grond van dit hoofdstuk:
- a.
wanneer de aanvrager subsidie ontvangt op grond van de Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025; en
- b.
wanneer de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen op grond van deze subsidieregeling voor de betreffende wijk, of wijken waar de activiteiten plaatsvinden.
Artikel 2:11 Bevoorschotting
-
1. Als de subsidie is verleend in 2026 vindt bevoorschotting plaats op de volgende wijze:
- a.
100% van de verleende subsidie ten behoeve van kalenderjaar 2026 binnen 30 dagen na dagtekening van de verleningsbeschikking; en
- b.
100% van de subsidie ten behoeve van kalenderjaar 2027 in januari 2027.
- a.
-
2. Als de subsidie is verleend in 2027 wordt 100% van de subsidie bevoorschot binnen 30 dagen na dagtekening van de verleningsbeschikking.
-
3. Indien de realisatie van de activiteiten een andere bevoorschotting vereist kan bij verlening van de vorige leden worden afgeweken.
Hoofdstuk 3 Directe inzet ter beperking van maatschappelijke schade of risico’s
Artikel 3:1 Doel van de subsidie
Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is het mogelijk maken van extra capaciteit vanuit het gebiedsgericht welzijnswerk voor situaties waarin een snelle inzet in de wijk noodzakelijk is.
Artikel 3:2 Activiteiten
Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten op het vlak van gebiedsgericht welzijnswerk in één of meer wijken in Den Haag met een maximale duur van 12 maanden die bestaan uit het inspelen op een situatie die het welzijn in de wijk direct negatief beïnvloedt en die directe inzet vereist.
Artikel 3:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon die minimaal twee jaar actief is op het gebied van gebiedsgericht welzijnswerk in de wijk of wijken waarvoor de subsidie is aangevraagd en onderdeel is van het lokale netwerk.
Artikel 3:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt per aanvraag maximaal € 20.000,-.
Artikel 3:5 Subsidieplafond
-
1. Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk geldt een subsidieplafond van € 300.000,- van 1 april 2026 tot en met 31 december 2026 en € 400.000,- voor het kalenderjaar 2027 met deelplafonds per stadsdeel.
-
2. De deelplafonds per stadsdeel voor 2026 bedragen:
- a.
Centrum: € 90.000,-;
- b.
Escamp: €51.000,-;
- c.
Haagse Hout: € 24.000,-;
- d.
Laak: € 36.000,-;
- e.
Leidschenveen-Ypenburg: € 24.000,-
- f.
Loosduinen: € 24.000,-;
- g.
Scheveningen: € 27.000,-;
- h.
Segbroek: € 24.000,-.
- a.
-
3. De deelplafonds per stadsdeel voor 2027 bedragen:
- a.
Centrum: € 120.000,-;
- b.
Escamp: € 68.000,-;
- c.
Haagse Hout: € 32.000,-;
- d.
Laak: € 48.000,-;
- e.
Leidschenveen-Ypenburg: € 32.000,-;
- f.
Loosduinen: € 32.000,-;
- g.
Scheveningen: € 36.000,-;
- h.
Segbroek: € 32.000,-.
- a.
-
4. Het college kan het subsidieplafond en de deelplafonds verlagen bij afzonderlijk besluit.
Artikel 3:6 Wijze van verdeling van de subsidie
-
1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats in de volgorde van indiening van de aanvragen bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Als de aanvrager op basis van artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van indiening van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld.
Artikel 3:7 Aanvraag subsidie
-
1. Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager tevens een door het college vastgestelde verklaring ondertekend door twee organisaties vanuit het lokale netwerk, waarin zij verklaren dat de situatie directe inzet vereist.
-
2. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier en het bijbehorende begrotingsformat.
Artikel 3:8 Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie ingediend uiterlijk 2 weken na start van de uitvoering van de activiteit.
Artikel 3:8 Beslistermijn
-
1. Het college beslist in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, binnen 6 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.
-
2. Het college kan de beslistermijn uit het eerste lid eenmaal verlengen met 6 weken.
Artikel 3:9 Bevoorschotting
-
1. Bevoorschotting van de subsidie vindt plaats met 100% van de verleende subsidie in één keer.
-
2. Indien de realisatie van de activiteiten een andere bevoorschotting vereist kan bij verlening van het eerste lid worden afgeweken.
Hoofdstuk 4 Weigeringsgronden en verplichtingen
Artikel 4:1 Weigeringsgronden
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de ASV kan het college een subsidie weigeren als:
- a.
de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd in aanmerking komt voor subsidie op basis van een andere subsidieregeling;
- b.
de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die voor financiering op een andere wijze in aanmerking komen;
- c.
de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die al in voldoende mate uitgevoerd worden door anderen;
- d.
de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet zijn afgerond voor 1 januari 2028; of
- e.
niet aannemelijk is dat de activiteiten zullen worden georganiseerd zoals deze zijn beschreven in de aanvraag.
Artikel 4:2 Verplichtingen
Onverminderd de artikelen 12 en 14 van de ASV geldt voor de subsidieontvanger de verplichting om mee te werken aan de steekproefcontrole door het college om te beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt.
Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf
Artikel 5:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling
De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk twaalf weken nadat de activiteiten zijn verricht in.
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Artikel 6:1 Evaluatie
Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk in 2028.
Artikel 6:2 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte in het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6:3 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling flexibel gebiedsgericht welzijnswerk Den Haag 2026.
Ondertekening
Den Haag, 31 maart 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de locoburgemeester,
Mariëlle Vavier
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2:2
Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten in Den Haag die plaatsvinden in één of meerdere wijken in een stadsdeel, of over stadsdeelgrenzen heen. Het is hierbij van belang dat de activiteiten zich richten op relevante thema’s of vraagstukken in de wijk of wijken waar de activiteit wordt uitgevoerd. De aanvrager toont de relevantie aan door deze te onderbouwen aan de hand van een beknopte analyse. Een activiteit mag ook gericht zijn op het bereiken van nieuwe groepen of doelgroepen die nu nog onvoldoende worden bereikt. In dat geval onderbouwt de aanvrager waarom dit het geval is.
Artikel 2:3
Op grond van de Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025 ontvangen een aantal grote organisaties subsidie. Deze subsidieregeling is hier een aanvulling op en is bedoeld voor (kleinere) organisaties met diepgaande kennis van de wijk. Zij worden gestimuleerd om vanuit deze expertise ook duurzaam een bijdrage te leveren aan preventie, welzijn en verbinding in de wijken.
Artikel 3:2
Het gaat hier om onverwachte situaties waarbij onder andere sprake is van ernstige overlast in de openbare ruimte, verstoring van de openbare orde, acute sociale spanningen of andere urgente situaties die het welzijn in de wijk direct negatief beïnvloeden. De activiteiten zijn bedoeld om maatschappelijke schade of risico’s te beperken, zoals overlast, verstoring van de openbare orde, acute sociale spanningen of andere urgente situaties die het welzijn in een wijk negatief beïnvloeden.
Artikel 3:3
Alle organisaties met minimaal twee jaar ervaring met activiteiten op vlak van gebiedsgericht welzijnswerk en die onderdeel zijn van het lokale netwerk kunnen daarom subsidie aanvragen. Deze ervaring en aansluiting op het lokale netwerk zijn noodzakelijk om snel, effectief en efficiënt een bijdrage te kunnen leveren aan het doel van deze subsidie. Het is niet aannemelijk dat organisaties die niet beschikken over deze ervaring of niet zijn aangesloten op het lokale netwerk in staat zijn om op een effectieve en efficiënte wijze bij te dragen aan het doel van de subsidie. Deze organisaties worden daarom uitgesloten.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl