Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760117
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760117/1
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Beleidsregels inburgering Edam-Volendam)
Geldend van 08-04-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Beleidsregels inburgering Edam-Volendam)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op de Wet inburgering 2021 en het Besluit inburgering 2021;
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen over de uitleg van de in de wet en het besluit opgenomen verplichtingen, waaronder in ieder geval over de vaststelling (van de mate) van verwijtbaarheid bij het niet naleven van verplichtingen, de helderheid over het startmoment, de uitvoering en de sanctionering van de inburgering;
B E S L U I T :
vast te stellen de volgende Beleidsregels inburgering Edam-Volendam.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- •
alfabetiseringstraject: intensief leertraject gericht op het aanleren van basis lees- en schrijfvaardigheden;
- •
AZC: asielzoekerscentrum;
- •
B1-route: de leerroute van een inburgeringstraject gericht op het behalen van het taalniveau B1 van de Nederlandse taal;
- •
Besluit: het Besluit inburgering 2021;
- •
Boete: de boete zoals genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet inburgering 2021;
- •
brede intake: het wettelijk verplicht gestructureerd onderzoek aan het begin van het inburgeringstraject, om een integraal beeld te krijgen van de inburgeringsplichtige om de best passende leerroute te bepalen.
- •
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
- •
COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
- •
financieel ontzorgen: ontzorgen zoals bedoeld in artikel 56a van de Participatiewet;
- •
gemeente: Gemeente Edam-Volendam
- •
gezinsmigranten en overige migranten: inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19 van de Wet inburgering 2021;
- •
inburgeringsplichtige: de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13 eerste lid van de Wet inburgering 2021;
- •
inburgeringsplichtige: de inwoner die op grond van artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is;
- •
leerbaarheidstoets: de toets, bedoeld in artikel 14, derde lid, aanhef, onder b, van de Wet inburgering 2021;
- •
MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021;
- •
PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021;
- •
PVT: het Participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wet inburgering 2021; verplicht onderdeel waarin de inburgeringplichtinge kennis maakt met de kernwaarden van de Nederlandse samenleving.
- •
Regeling: de Regeling inburgering 2021;
- •
Taalstart: intensief voortraject waarin de inburgeringplichtinge direct begint met het leren van de basis van de Nederlandse taal, als onderdeel van de brede intake, om een goede inschatting te kunnen maken voor de te volgen leerroute.
- •
TVS: Taakstellingvolgsysteem; het klantvolgsysteem van het COA
- •
Vóórinburgering: de programma’s die het COA biedt als voorbereiding op de inburgering;
- •
Vroege Start: Wanneer gestart wordt met de inburgering vóór de huisvesting binnen de grenzen van het grondgebied van gemeente Edam-Volendam;
- •
Wet: de Wet inburgering 2021;
- •
Z-route: de leerroute van een inburgeringstraject gericht op het zoveel mogelijk vergroten van de zelfredzaamheid.
Alle definities die in deze beleidsregels worden gebruikt, en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet inburgering 2021, het Besluit inburgering 2021, de Regeling inburgering 2021.
Artikel 2 Reikwijdte
Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle inburgeringplichtingen woonachtig in de gemeente of die via het COA aan de gemeente gekoppeld zijn en die onder de Wet Inburgering 2021 vallen.
Artikel 3 Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
-
1. Het college zorgt ervoor dat de inburgeringsplichtige passend wordt geïnformeerd over:
- a.
de aanspraken op ondersteuning en begeleiding;
- b.
het aanbod aan inburgeringsvoorzieningen en de toegang hiertoe;
- c.
zijn of haar wettelijke rechten en plichten.
- a.
-
2. Het college kan bij de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen onder meer gebruikmaken van de volgende middelen:
- a.
voorlichtingsbijeenkomsten;
- b.
persoonlijke gesprekken, waarbij zo nodig een tolk of vertaler wordt ingeschakeld;
- c.
schriftelijke informatie in begrijpelijk Nederlands (niveau B1 of lager) en in de meest voorkomende vreemde talen;
- d.
telefonische informatie en informatie via whatsapp; en
- e.
de inzet van personen uit het netwerk van de inburgeringsplichtige.
- a.
Hoofdstuk 2 Start van de inburgering
Artikel 4 Inhoud kennismakingsgesprek inburgeringsplichtige
-
1. Het college neemt na koppeling door het COA van de inburgeringsplichtige contact op met de inburgeringsplichtige voor een kennismakingsgesprek. De inburgeringsplichtige wordt daarvoor uitgenodigd op het gemeentehuis, of, wanneer meerdere gesprekken op één dag gepland staan, gaat de consulent inburgering naar het AZC.
-
2. Het kennismakingsgesprek is informatief van karakter. De inburgeringsplichtige heeft de gelegenheid om zijn of haar ambities uit te spreken, welke meegenomen worden bij het opstellen van de PIP. Het college legt de procedure van huisvesting uit en de verwachtingen ten aanzien van de inburgering. Bij deze procedure komt tenminste ter sprake:
- a.
de mogelijkheid van vóórinburgering;
- b.
de mogelijkheid van (vrijwilligers-) werk tijdens verblijf in het AZC;
- c.
de mogelijkheid van Vroege Start van de inburgering;
- d.
de verschillende leerroutes van de inburgering.
- a.
Artikel 5 Beoordelingskader Vroege Start
-
1. De start van de inburgering staat los van de huisvesting in de gemeente. Het AZC waar de inburgeringsplichtige verblijft, bevindt zich op redelijke afstand van een door het college gecontracteerde cursusinstelling.
-
2. Onder redelijke afstand wordt verstaan een reistijd van maximaal 1 uur met het openbaar vervoer.
-
3. Reiskosten van en naar de cursusinstelling worden door niet door het college vergoed.
-
4. De inburgeringsplichtige is voldoende gemotiveerd. Hieronder wordt verstaan:
- a.
er zijn geen belemmerende psychische of fysieke factoren;
- b.
de inburgeringsplichtige kan leer-/werkdoelen verwoorden;
- c.
de inburgeringsplichtige toont bereidheid tot het leren van de Nederlandse taal;
- d.
de inburgeringsplichtige is bereid de tijdsinspanning die nodig is voor de inburgering in zijn of haar dagelijkse routine in te passen;
- e.
de inburgeringsplichtige kan motiveren waarom hij of zij de inburgering hoge prioriteit geeft;
- f.
inburgeringsplichtige degene geeft concrete voorbeelden waaruit intrinsieke motivatie om te starten met de inburgering, blijkt;
- g.
de inburgeringsplichtige verblijft buiten het grondgebied van de gemeente, maar onder de verantwoordelijkheid valt van het college door de koppeling door het COA;
- h.
er is nog geen zicht op een vaste verblijfplaats voor de inburgeringsplichtige binnen het grondgebied van de gemeente.
- a.
Artikel 6 Warme overdracht COA
-
1. De warme overdracht is er om een doorlopende lijn van inburgering te creëren door de activiteiten van de inburgeringsplichtige in het AZC, aan te laten sluiten op het aanbod voor de inburgering van het college en bevestigt op deze wijze de samenwerking tussen het college, de inburgeringsplichtige en het COA.
-
2. Het warme overdrachtsgesprek wordt georganiseerd voor aan het grondgebied van de gemeente gekoppelde personen, zoals bedoeld in artikel 13 van de wet die verblijven in een AZC.
-
3. Het warme overdrachtsgesprek wordt geïnitieerd door het college wanneer de statushouder een woning binnen het grondgebied van de gemeente toegewezen gekregen heeft en er geen Vroege Start geweest is.
-
4. Het warme overdrachtsgesprek is een driegesprek tussen het college, de casemanager van het COA en de inburgeringsplichtige. Bij voorkeur vinden deze gesprekken fysiek op het AZC plaats. Indien dit niet mogelijk is, kan het driegesprek ook digitaal gevoerd worden.
-
5. Het COA deelt relevante informatie van de inburgeringsplichtige, welke van invloed kan zijn op de inburgering en voor zover niet vermeld in het Taakstellingvolgsysteem.
-
6. Onderdeel van het warme overdrachtsgesprek is de mogelijkheid tot het aanvragen van een diplomawaardering.
Artikel 7 Brede intake
-
1. Het college nodigt de inburgeringsplichtige schriftelijk of telefonisch uit voor de brede intake. In de uitnodiging vermeldt het college, naast informatie over dag, plaats en tijdstip van de intake, het volgende:
- a.
het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject;
- b.
het recht om de gesprekken in het kader van de brede intake door of namens het college alleen te voeren of, indien gewenst, samen met een onafhankelijk cliëntondersteuner.
- c.
het recht om de gesprekken in het kader van de brede intake door of namens het college alleen te voeren of, indien gewenst, samen met een onafhankelijk cliëntondersteuner.
- d.
de gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan niet of onvoldoende meewerkt.
- a.
-
2. De brede intake bestaat in ieder geval uit:
- a.
een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige;
- b.
een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder (indien mogelijk) de fysieke en mentale gezondheid;
- c.
voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige te laten deelnemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
- d.
het afnemen van de leerbaarheidstoets; en
- e.
deelname aan de Taalstart.
- a.
Artikel 8 Taalstart voor inburgeringsplichtigen
-
1. De Taalstart wordt ingezet als onderdeel van de brede intake voor personen zoals bedoeld in artikel 13 van de wet, tenzij hier door het college op basis van gegronde redenen van wordt afgeweken. De reden voor vrijstelling van de Taalstart wordt tijdens de brede intake vastgelegd.
-
2. Redenen voor vrijstelling van de Taalstart kunnen zijn:
- a.
de wachttijd voor de Taalstart bij de cursusinstelling bedraagt meer dan vier weken;
- b.
uit de Leerbaarheidstoets en de gesprekken met de inburgeringsplichtige is duidelijk naar voren gekomen dat slechts één leerroute passend is.
- a.
-
3. De Taalstart wordt verzorgd door de door het college gecontracteerde cursusinstelling en heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het leerniveau, de ambitie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige.
-
4. De Taalstart beslaat drie dagdelen per week en duurt vijf weken.
-
5. De Taalstart wordt afgesloten met een advies van de onderwijsinstelling over welke leerroute het meest passend is. Het college kan bij het toewijzen van de leerroute gemotiveerd afwijken van het uitgebrachte advies van de onderwijsinstelling.
Hoofdstuk 3 Persoonlijk plan inburgering en participatie
Artikel 9 Persoonlijk plan inburgering en participatie
-
1. Het college stelt na afronding van de brede intake en op basis van de hieruit verkregen informatie het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Het opstellen van dit plan gebeurt samen met de inburgeringsplichtige.
-
2. In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het college stemt het plan af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige.
-
3. Het PIP heeft het karakter van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Hierin staat in ieder geval vermeld:
- a.
wat de vastgestelde leerroute is;
- b.
welke afspraken er zijn gemaakt over participatie op het vlak van aanvullend taalaanbod, vrijwilligerswerk, betaald werk;
- c.
welke ondersteuning en begeleiding de inburgeringsplichtige bij de leerroute krijgt en van welke organisatie(s);
- d.
welke afspraken er zijn gemaakt over voor- en vroegschoolse educatie;
- e.
afspraken over het volgen van het Participatieverklaringstraject (de PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (de MAP);
- f.
de duur van het inburgeringstraject en het aantal voortgangsgesprekken dat het college met de inburgeringsplichtige heeft gedurende het traject;
- g.
een verwijzing naar de beschikking die verstuurd is op grond van de Participatiewet.
- a.
-
4. Het college stelt het PIP vast uiterlijk binnen tien weken na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het AZC. Uitzondering zijn inburgeringsplichtigen die 18 jaar worden en al woonachtig in Nederland zijn, voor zij inburgering plichtig gesteld worden.
-
5. Als door onvoorziene omstandigheden de PIP-termijn niet kan worden gehaald, wordt dit tijdig medegedeeld aan de inburgeringsplichtige.
-
6. Wanneer de inburgeringsplichtige – ook na twee oproepen – niet bij de brede intake verschijnt of onvoldoende medewerking verleent, voltooit het college de intake zonder de inburgeringsplichtige. Hiervoor worden de gegevens gebruikt die wel bekend zijn, zoals:
- a.
de uitkomsten van de leerbaarheidstoets (als daaraan meegewerkt is)
- b.
voor inburgeringsplichtiges: de gegevens uit het Taakstellingvolgsysteem (TVS)
- c.
informatie uit het uitkeringsdossier.
- a.
Artikel 10 Voortgang inburgering
-
1. Het college volgt de vorderingen van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject en houdt in de gaten of het traject nog passend is. En voert hiervoor periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige, zolang het inburgeringstraject loopt. Het aantal gesprekken gedurende het inburgeringstraject wordt afgestemd op de behoefte van de inburgeringsplichtige, maar is in ieder geval vier keer per jaar.
-
2. Ter voorbereiding op deze gesprekken wint het college informatie in bij de organisaties die bij het traject betrokken zijn, bij cursusinstellingen, werkgevers en andere personen.
-
3. Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige.
-
4. Het college kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid van de Wet, nog geen anderhalf jaar verstreken is. In bijzondere omstandigheden die de inburgeringsplichtige betreffen kan het college van deze termijn afwijken.
-
5. Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan het college voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige:
- a.
ten minste zeshonderd uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet; en
- b.
zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen. Hierover wordt informatie opgevraagd bij de cursusinstelling die de taallessen verzorgt voordat een besluit wordt genomen.
- a.
-
6. Het college maakt een verslag van ieder voortgangsgesprek. Op basis van de uitkomst van deze gesprekken kan het college, zo nodig, onderdelen van het PIP aanpassen. En stelt de PIP dan opnieuw bij beschikking vast.
-
7. Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en het voortgangsgesprek liggen minimaal vijf werkdagen.
Hoofdstuk 4 Leerroutes
Artikel 11 Leerroutes
-
1. Het college bepaalt samen met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen.
-
2. De leerroute is erop gericht dat de inburgeringsplichtige:
- a.
de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau afrondt; en
- b.
zo snel mogelijk meedoet in de Nederlandse samenleving en (indien mogelijk) op de arbeidsmarkt.
- a.
-
3. Een alfabetiseringstraject is onderdeel van de leerroute als uit de brede intake blijkt dat de inburgeringsplichtige analfabeet of anders gealfabetiseerd is.
-
4. Het college stelt de leerroute vast op basis van:
- a.
de uitkomst van de leerbaarheidstoets;
- b.
indien gevolgd, de uitkomst van de Taalstart, en;
- c.
alle overige informatie die uit de brede intake naar voren is gekomen.
- a.
-
5. Het college zorgt ervoor dat de inhoud van de leerroutes aansluit op de overige onderdelen van het inburgeringstraject.
Artikel 12 Kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes
-
1. Voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor inburgeringsplichtigen gelden de volgende uitgangspunten:
- a.
het college zorgt voor een kwalitatief goed aanbod aan cursussen, opleidingen en andere (participatie)activiteiten waarmee de inburgeringsplichtige aan zijn of haar plicht kan voldoen. Het college zorgt ook voor continuïteit in het aanbod.
- b.
cursusinstellingen die het taalonderwijs binnen de B1-route en de Z-route verzorgen, zijn in het bezit zijn van een certificaat of keurmerk, bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet.
- c.
taalschakeltrajecten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit artikel 8, tweede lid, van de Wet.
- a.
-
2. Het college legt in afspraken met de onderwijsonderstellingen vast hoe zij de kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes gaat controleren en wat zij doet als de kwaliteit onvoldoende is.
Hoofdstuk 5 Modules en trajecten op maat
Artikel 13 Participatieverklaringstraject
-
1. Het college biedt de inburgeringsplichtige het PVT aan. Het traject duurt minimaal twaalf uur en bestaat in ieder geval uit de onderdelen:
- a.
een inleiding in de Nederlandse kernwaarden; en
- b.
de ondertekening van de participatieverklaring zoals omschreven in bijlage 1 van het Besluit.
- a.
-
2. De inburgeringsplichtige doet in het onderdeel inleiding in de Nederlandse kernwaarden kennis op van de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Het doel hiervan is het krijgen van een beter beeld van en begrip voor de Nederlandse samenleving. Het college bepaalt de manier waarop deze kennis wordt overgedragen.
-
3. Aan tenminste één van de onderwerpen die behandeld worden in het PVT wordt een praktische invulling gegeven in de vorm van een excursie of activiteit. Door deze activiteit leert de inburgeringsplichtige de opgedane kennis te vertalen naar de praktijk.
-
4. Het college stemt het PVT af op de lokale situatie en behoefte, op de overige onderdelen van de inburgering en op de specifieke behoeften van de inburgeringsplichtige.
-
5. De inburgeringsplichtige voltooit het PVT en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring.
-
6. Tussen de uitnodigingsbrief en de ondertekening van de participatieverklaring liggen minimaal vijf werkdagen.
Artikel 14 Module Arbeidsmarkt en Participatie
-
1. Het college biedt de inburgeringsplichtige de MAP aan. Het doel van deze module is dat de inburgeringsplichtige:
- a.
kennismaakt met de Nederlandse arbeidsmarkt;
- b.
inzicht krijgt in de eigen competenties en arbeidskansen;
- c.
een concrete beroepswens kan formuleren;
- d.
beroeps- en werknemerscompetenties aanleert;
- e.
leert hoe hij of zij een netwerk opbouwt;
- f.
praktische ervaring opdoet op de (lokale) arbeidsmarkt; en
- g.
werk vindt.
- a.
-
2. Het college houdt bij het vaststellen van de inhoud en het aantal uren van de MAP rekening met de vermogens, capaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeringsplichtige en de situatie op de lokale arbeidsmarkt.
-
3. De inburgeringsplichtige besteedt ten minste veertig uren van de MAP aan het opdoen van praktische ervaring op de arbeidsmarkt.
-
4. De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en het college. Besproken worden: de opgedane kennis, vaardigheden en praktijkervaring van de inburgeringsplichtige.
-
5. Het college beoordeelt op basis van dit gesprek of de inburgeringsplichtige voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm van de MAP. Het college houdt bij deze beoordeling rekening met de capaciteiten en vermogens van de inburgeringsplichtige.
-
6. Tussen de uitnodigingsbrief en het eindgesprek liggen minimaal vijf werkdagen.
Artikel 15 Financieel ontzorgen
-
1. Het college heeft de taak om inburgeringsplichtigen die onder de nieuwe wet inburgering vallen financieel te ontzorgen op de vaste lasten, te weten:
- a.
huur,
- b.
gas,
- c.
water,
- d.
stroom;
- e.
de verplichte zorgverzekering.
- a.
-
2. De exacte duur van het financieel ontzorgen, zoals geregeld in artikel 56a van de Participatiewet, is afhankelijk van de mate van financiële zelfredzaamheid van de persoon zoals bedoeld in artikel 13 van de wet en duurt minimaal zes maanden.
-
3. Als er een ‘ontzorgingsbeschikking’ op basis van artikel 56a Participatiewet is afgegeven, wordt deze ongewijzigd opgenomen in het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP).
-
4. Onderdeel van het financieel ontzorgen is het volgen van trainingen voor financiële zelfredzaamheid, die zijn afgestemd op de behoeftes en de leerbaarheid van de inburgeringsplichtige.
Artikel 16 Maatschappelijke begeleiding van de inburgeringsplichtige
-
1. Het college zorgt ervoor dat de inburgeringsplichtige maatschappelijke begeleiding krijgt aangeboden. Deze begeleiding bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:
- a.
praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, kinderopvang, verzekeringen en onderwijs;
- b.
passende voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving;
- c.
passende voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving; en
- d.
een kennismaking met maatschappelijke organisaties die voor de inburgeringsplichtige van belang zijn.
- a.
-
2. De begeleiding start zo spoedig mogelijk na koppeling van de inburgeringsplichtige aan de gemeente, maar in ieder geval op de dag dat de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) in de gemeente staat ingeschreven en daadwerkelijk in de gemeente woont.
-
3. De duur van de maatschappelijke begeleiding bedraagt minimaal 1 jaar en maximaal 2 jaar per individu of gezin en wordt afgestemd op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige (maatwerk).
Hoofdstuk 6 Naleving en handhaving
Artikel 17 Nalevings- en handhavingsinstrumenten
-
1. Het college is bevoegd handhavend op te treden ter bevordering van de naleving van de hiervoor genoemde verplichtingen. Het college kan daarbij gebruikmaken van de volgende (handhavings-) instrumenten en maatregelen:
-
2. een schriftelijke oproep;
-
3. een handhavingsgesprek;
-
4. een schriftelijke waarschuwing; en
-
5. een boete.
-
6. Het college kan een boete opleggen maar is daartoe niet verplicht. Wanneer het college overgaat tot het opleggen van een boete, is de inburgeringsplichtige tenminste één en maximaal drie keer schriftelijk opgeroepen en gewaarschuwd. In navolging op de oproep en waarschuwing vindt tenminste één handhavingsgesprek plaats.
-
7. Voor zover een handhavingsgesprek niet heeft kunnen plaatsvinden terwijl de inburgeringsplichtige wel is uitgenodigd maar niet is verschenen, kan het college van een (nieuw) handhavingsgesprek afzien en direct overgaan tot het opleggen van een boete. Het niet verschijnen bij een handhavingsgesprek komt voor eigen rekening en risico van de inburgeringsplichtige.
-
8. Het college stemt de hoogte van de boete af naar de mate van verwijtbaarheid alsook op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval. Het college maakt daarbij een kenbare belangenafweging.
Artikel 18 Uitgangspunten vaststellen mate van verwijtbaarheid
-
1. Voor het vaststellen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit inburgering 2021, hanteert het college de volgende uitgangspunten:
- a.
Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid wanneer het de inburgeringsplichtige door onvoorziene en ongewenste omstandigheden (van sociale, psychische of medische aard) niet volledig valt te verwijten dat hij zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen uit de wet. Hiervan is ook sprake bij een samenloop van omstandigheden die, op zichzelf staand niet maar in onderlinge samenhang beschouwd wel, leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
- b.
Er is sprake van normale verwijtbaarheid als de inburgeringsplichtige geen opzet of grove schuld kan worden verweten, maar het gedrag wel verwijtbaar is;
- c.
Er is sprake van grove schuld als een inburgeringsplichtige grove onachtzaamheid kan worden verweten. De inburgeringsplichtige had redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg kon hebben dat hij de afspraken voor de brede intake of uit het Pip niet na zou komen. Het verschil tussen opzet en grove schuld is dat de inburgeringsplichtige bij opzet het doel had om de afspraken niet na te komen. Bij grove schuld is dat niet het geval;
- d.
Tot slot is sprake van opzet indien de inburgeringsplichtige de verplichting willens en wetens heeft geschonden;
- a.
-
2. Om op zorgvuldige wijze de mate van verwijtbaarheid vast te stellen, vindt er een persoonlijk gesprek plaats.
-
3. In het kader van de verwijtbaarheid houdt het college rekening met alle omstandigheden van het betreffende geval. De inzet van handhaving vormt daarbij een laatste middel, waarbij de wetgever het opleggen van een boete als het sluitstuk van handhaven van de verplichtingen op grond van deze Wet ziet. De boete wordt ingezet als een laatste redmiddel, nadat het college de inburgeringsplichtige reeds heeft opgeroepen de verplichtingen na te komen, een handhavingsgesprek heeft plaatsgevonden en een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Dit met als doel onwillige inburgeringsplichtigen te stimuleren alsnog hun verplichtingen na te komen. Handhaving beoogt daarom ook en vooral het stimuleren van de spontane naleving van de wet- en regelgeving.
-
4. Bij het beoordelen van de verwijtbaarheid wordt ook meegewogen of de inburgeringsplichtige voldoende leerbaar is, geen analfabeet of laaggeletterd is en of de inburgeringsplichtige bekend is, of is geworden, met het plannen van en omgaan met afspraken en tijd. De inburgeringsplichtige dient te begrijpen dat er bij het afwegen van belangen voor de afspraken in het kader van de inburgering en het Pip een hoge prioriteit geldt.
Artikel 19 Uitgangspunten en stappen boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht
-
1. Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft het college een schriftelijke waarschuwing. Het college wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. Het college nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen. Tussen de datum van de waarschuwing en de nieuwe datum van de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen. Dit proces herhaalt zich bij een tweede keer niet verschijnen.
-
2. Bij een derde keer niet verschijnen kan het college, bij beschikking, een boete opleggen, bedoeld in artikel 7.1.1 van het Besluit. Het college voltooit het PIP in dat geval zonder instemming van de inburgeringsplichtige. De boetebeschikking wordt in beginsel aangetekend verstuurd en in sommige gevallen ook per gewone post.
-
3. Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
-
4. Het college legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.
Artikel 20: Boete tijdens het inburgeringstraject
-
1. Het college kan een boete opleggen als:
- a.
de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt; of
- b.
de inburgeringsplichtige verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute.
- a.
-
2. Voordat het college een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. Het college legt de resultaten van dit onderzoek aan de inburgeringsplichtige voor. De inburgeringsplichtige krijgt in navolging daarop gelegenheid schriftelijk of in een gesprek hierover een verklaring te geven.
-
3. Op basis van het (Hndhavings)gesprek met de inburgeringsplichtige bepaalt het college de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt het college de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit.
-
4. Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
Artikel 21. Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet: één boete
Bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen hebben te maken met zowel de Wet als de Participatiewet. Het kan voorkomen dat er overlap bestaat tussen verplichtingen opgelegd op grond van de Wet enerzijds en de Participatiewet anderzijds. Bij de keuze tussen enerzijds handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en anderzijds handhaving op grond van de de Wet inburgering 2021 via een boete, legt het college een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Om dubbele sanctionering te voorkomen, verlaagt het college in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 22 Intrekking oude regeling
[gereserveerd]
Artikel 23 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 24 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels inburgering Edam-Volendam.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 31 maart 2026,
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,
de secretaris,
C. Rijnberg.
de burgemeester,
R.J. Beukers.
Toelichting
Algemeen
De gemeente heeft deze beleidsregels gemaakt om duidelijk te maken hoe de het inburgeringstraject wordt vormgegeven en hoe iedereen gelijk behandeld en begeleid wordt.
Het gaat om:
- •
hoe de gemeente u begeleidt bij inburgeren;
- •
hoe afspraken worden gemaakt en gevolgd;
- •
hoe de voortgang wordt gecontroleerd;
- •
en wat er gebeurt als afspraken niet worden nagekomen.
Zo weet u wat u kunt verwachten en wat de gemeente van u verwacht.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl