Kernenbeleid Gemeente Súdwest-Fryslân “De doar iepen foar de mienskip”

Geldend van 08-04-2026 t/m heden

Intitulé

Kernenbeleid Gemeente Súdwest-Fryslân “De doar iepen foar de mienskip”

Het college van burgemeester en wethouders van Sudwest-Fryslan;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het wenselijk is het kernenbeleid te actualiseren;

besluit

vast te stellen

het Kernenbeleid Gemeente Súdwest-Fryslân “De doar iepen foar de mienskip”

Samenvatting

Súdwest-Fryslân werkt met 89 verschillende kernen en een aantal buurtschappen kiest er bewust voor om, ondanks deze schaal, nabij, herkenbaar en goed bereikbaar te blijven. Sinds 2011 vormt het Kernenbeleid de basis van die aanpak. Met vaste aanspreekpunten via de stads-, dorps- en wijkcoördinatoren en bestuurlijke betrokkenheid via contactwethouders blijft de gemeente dichtbij inwoners en organisaties. Zo sluiten we aan op wat lokaal nodig is en kunnen we maatwerk leveren.

Het Kernenbeleid richt zich op het versterken van vitale, sterke en solidaire kernen, en op een integrale benadering van leefbaarheid. De gemeente werkt samen met inwoners, verenigingen en maatschappelijke partners vanuit gedeelde verantwoordelijkheid, in lijn met het Shared Space proces: open samenwerking, gebruikmaken van lokale kennis en een sterke rol voor inwoners als mede-eigenaar van hun leefomgeving.

De gemeente vervult hierbij een regisserende, sturende, faciliterende en duidelijke rol. Coördinatoren verzamelen signalen, begeleiden initiatieven en voeren procesregie, zodat inzichten uit de samenleving structureel worden betrokken bij beleidsvorming, prioritering en uitvoering. Stads , dorps en wijkbelangen en andere bewonersgroepen vormen belangrijke gesprekspartners en vertegenwoordigen de collectieve belangen van hun kern. Waar geen formele vertegenwoordiging is, blijft de gemeente via passende vormen van contact actief aangesloten.

Daarnaast werkt de gemeente gebiedsgericht, via een gebiedscyclus van analyse, agenda, plan en monitor. Deze werkwijze en het Kernenbeleid versterken elkaar: het Kernenbeleid zorgt voor nabijheid en contact, terwijl gebiedsgericht werken zorgt voor samenhang en doorwerking in beleidskeuzes. Lokale visies, actielijsten en uitvoeringsagenda’s vormen waardevolle input voor prioritering, gebiedsagenda’s en inzet van middelen.

De gemeente ondersteunt initiatieven zowel financieel via het Kernenfonds, als procesmatig, onder andere via Stipe.frl. Aanvragen worden zorgvuldig afgewogen binnen de gemeentelijke kaders en moeten bijdragen aan leefbaarheid en samenhang.

Met deze aanpak bouwt Súdwest-Fryslân aan sterke, veerkrachtige en toekomstbestendige kernen, waar inwoners zich gehoord, betrokken en verbonden voelen met hun leefomgeving, en waar samenwerking tussen inwoners, organisaties, coördinatoren en bestuurders centraal staat.

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. De Kaders

2.1 Doelstelling

2.2 Visie

2.3 Algemene kaders

3. Werken met onze kernen richting de toekomst

3.1 Analyse huidige situatie en inzichten vanuit de mienskip

3.2 Bouwstenen voor sterke en toekomstbestendige kernen

3.3 Toekomstgericht werken in de praktijk

4. Het Kernenbeleid

4.1 De rol van de gemeente

4.2 Bestuurlijke betrokkenheid

4.3 Ambtelijke invulling

4.4 Stads-, dorps- en wijkbelangen en andere collectieven

4.5 Stads-, dorps- en wijkvisies, actielijsten en uitvoeringsagenda's

4.6 Samenhang Integraal gebiedsgericht werken

4.7 Klantreis - Idee, initiatief of idee

5. Communicatie en Participatie

6. Ondersteuning voor initiatieven

6.1 Financiële ondersteuning

6.2 Procesmatige ondersteuning

7. Slotbepalingen

1. Inleiding

Súdwest-Fryslân is met haar 89 verschillende kernen één van de grootste en meest diverse gemeente van Nederland. Die schaal biedt veel mogelijkheden, maar vraagt ook om een manier van werken die borgt dat we als gemeente nabij, herkenbaar en goed bereikbaar zijn. Het Kernenbeleid is sinds 2011 de basis en helpt ons om, ondanks de omvang en variatie van onze gemeente, dichtbij onze inwoners te staan.

Met het Kernenbeleid zorgen we ervoor dat elke kern, groot of klein, een duidelijk en toegankelijk aanspreekpunt heeft. De stads-, dorps- en wijkcoördinatoren vervullen hierin een centrale rol. Zij zijn het vaste gezicht van de gemeente in de kernen, zij luisteren actief naar wat er speelt, verbinden signalen en vragen met de juiste expertise binnen de organisatie en houden de lijnen kort. Door hun aanwezigheid blijven we goed aangesloten op lokale ontwikkelingen en de dynamiek binnen de verschillende kernen.

Ook bestuurlijk is nabijheid georganiseerd. Binnen het college zijn contactwethouders verbonden aan specifieke steden, dorpen of wijken. Zij houden bestuurlijk zicht op wat er lokaal speelt, zijn aanspreekbaar voor inwoners en organisaties en nemen signalen uit de kernen mee in de gemeentelijke besluitvorming. Daarmee is er altijd een bestuurder die de kern kent, zichtbaar betrokken is en de verbinding onderhoudt.

Samen zorgen contactwethouders en coördinatoren ervoor dat Súdwest Fryslân, ondanks haar omvang, een gemeente blijft die dichtbij, benaderbaar en betrokken is. Het Kernenbeleid maakt het mogelijk om maatwerk te leveren, intensief samen te werken met inwoners en partners en in iedere kern aan te sluiten bij wat daar lokaal nodig is. Zo bouwen we, samen met de mienskip, aan sterke, vitale en veerkrachtige kernen waarin inwoners zich gehoord, betrokken en thuis voelen.

2. De Kaders

2.1 Doelstelling

De gemeente Súdwest-Fryslân streeft naar goede fysieke en sociale woon- en leefomstandigheden waar inwoners tevreden over zijn. Daarbij worden twee samenhangende doelen nagestreefd:

1. Het realiseren van vitale, sterke en solidaire kernen waarin inwoners elkaar ondersteunen.

2. Het integraal benaderen van alle interventies en acties die bijdragen aan leefbaarheid in steden, dorpen en wijken.

2.2 Visie

De samenleving verandert: inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen steeds vaker zelf initiatieven om hun leefomgeving te verbeteren. Deze beweging vraagt om een andere houding van de overheid. Niet langer is de overheid altijd de primaire initiatiefnemer; steeds vaker wordt van ons verwacht dat wij aansluiten bij wat er al gebeurt.

Overheidsparticipatie betekent dat de overheid aansluit bij initiatieven van inwoners, groepen, organisaties of ondernemers, waarbij het initiatief vanuit de samenleving komt. De rol van de gemeente is in deze situaties ondersteunend, faciliterend of samenwerkend, afhankelijk van de behoefte van het initiatief.

Overheidsparticipatie1 is dus het spiegelbeeld van inwonersparticipatie: bij overheidsparticipatie neemt de samenleving het initiatief, en sluit de overheid aan wanneer dit bijdraagt aan publieke waarde.

Deze werkwijze sluit aan bij het Shared Space proces, waarin de openbare ruimte wordt gezien als een gedeelde omgeving waarvoor inwoners, organisaties en gemeente samen verantwoordelijkheid dragen. Dit proces benadrukt het belang van gelijkwaardige samenwerking, open dialoog en het benutten van lokale inzichten, zodat beslissingen beter aansluiten bij wat een kern nodig heeft.

Door deze samenwerking vanaf de start te organiseren, benutten we de ervaring en inzichten die lokaal aanwezig zijn. Dit leidt tot betere en duurzamere oplossingen en zorgt ervoor dat beleid aansluit bij de daadwerkelijke behoeften in een kern. Tegelijkertijd versterkt dit het gevoel van gezamenlijk eigenaarschap over de omgeving waarin we wonen, werken en leven.

De gemeente vervult hierbij vooral een ondersteunende en faciliterende rol en stuurt waar dat nodig is. Onze inzet is flexibel en wordt steeds afgestemd op de lokale context. Deze benadering vraagt om een integrale manier van werken, waarin opgaven in samenhang worden opgepakt en ruimte is voor lokaal initiatief en maatwerk.

2.3 De algemene kaders

Het Kernenbeleid wordt uitgevoerd binnen duidelijke en zorgvuldig vastgestelde kaders. We benaderen het beleid integraal, in samenhang met andere relevante beleidsterreinen en vakteams, ieder vanuit de eigen rol, en voeren het uit binnen de financiële en wettelijke kaders die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Waar mogelijk vertalen we centraal beleid naar een passende, op maat gemaakte inzet per stad, dorp en wijk. De gemeentelijke inzet is dynamisch en kan worden aangepast aan lokale ontwikkelingen. Tot slot worden gemaakte keuzes transparant onderbouwd en helder gecommuniceerd.

3. Werken met onze kernen richting de toekomst

3.1 Analyse huidige situatie en inzichten uit de mienskip

Súdwest-Fryslân werkt sinds 2011 vanuit nabijheid, herkenbaarheid en goede bereikbaarheid. Dat doen we via structureel contact met alle kernen, vaste aanspreekpunten en een duidelijke verbinding met beleid en uitvoering via gebiedsgericht werken. Inwoners waarderen de korte lijnen en de toegankelijkheid van de stads-, dorps- en wijkcoördinatoren.

Uit de mienskip komt een helder beeld naar voren. Inwoners hebben behoefte aan:

• één duidelijk en herkenbaar aanspreekpunt;

• snelle en heldere terugkoppeling;

• voorspelbare doorlooptijden;

• meer zichtbare aanwezigheid ("je sjen litte");

• en duidelijkheid over wat wel en niet kan.

Naast deze behoeften laat ook het eerder uitgevoerde dienstverleningsonderzoek zien dat inwoners, verenigingen en partners verwachten dat de gemeente van buiten naar binnen werkt, met “de doar iepen foar de mienskip” als leidend uitgangspunt. Zij willen de gemeente makkelijk kunnen vinden, laagdrempelig contact kunnen leggen en duidelijkheid hebben over wie waarvoor aanspreekpunt is. Ook vragen zij om een gemeente die zichtbaar en bereikbaar is in de kernen, actief aansluit bij initiatieven en helder communiceert over mogelijkheden, verwachtingen en doorlooptijden. Deze inzichten onderstrepen het belang van nabijheid, voorspelbaarheid en een herkenbare dienstverlening als fundament van het Kernenbeleid. Dit is vastgelegd in de Dienstverleningsvisie.

Eerdere onderzoeken bevestigen deze lijn. In de Evaluatie Kernenbeleid 2013 werden coördinatoren gezien als ambassadeurs van de gemeente; contact en beantwoording waren positief. Wel was er behoefte aan een betere doorwerking van visies en gebiedsagenda’s en duidelijkere communicatie bij initiatieven en projecten. In “Blik op ’e Takomst!” (2022) zijn aanvullende actiepunten benoemd: meer zichtbaarheid, duidelijke keuzes (“nee is ook een antwoord”), bewaakte tijdspaden, betere kennisdeling en tijdige, toegankelijke communicatie.

Deze inzichten sluiten aan bij de rol van de coördinatoren. Zij zijn het vaste gezicht in de kern, halen signalen op, begeleiden initiatieven en zorgen dat deze zichtbaar landen in prioritering, gebiedsagenda’s en uitvoering. Door stappen inzichtelijk te maken en verwachtingen goed te managen, versterken zij de samenwerking met de mienskip.

De komende jaren blijven we investeren in nabijheid, herkenbaarheid en samenwerking. We bouwen verder aan sterke, gezonde en veerkrachtige kernen, waarin inwoners zich gehoord voelen en initiatieven zichtbaar doorwerken in beleid en uitvoering.

3.2 Bouwstenen voor sterke en toekomstbestendige kernen

Nabijheid als fundament

Werken met onze kernen betekent bouwen aan steden, dorpen en wijken waar inwoners zich gehoord, betrokken en verbonden voelen. Dit is ook vastgelegd in de Dienstverleningsvisie en is de basis voor de manier waarop de gemeente werkt en contact maakt met inwoners. Daarom blijven we dichtbij en bereikbaar, met korte lijnen en herkenbare aanspreekpunten in elke kern. Deze manier van werken sluit ook aan op de Omgevingswet, waarin vroegtijdige participatie, maatwerk en integraliteit centraal staan, en wordt versterkt door de Omgevingsvisie, die uitgaat van de kracht van de mienskip.

Toekomstbestendige en leefbare kernen

We werken aan leefbare en toekomstbestendige kernen, met goede voorzieningen, bereikbaarheid en een prettige openbare ruimte. In lijn met de Omgevingsvisie verbinden we sociale, ruimtelijke, economische en culturele opgaven. Zo zorgen we dat gezondheid, veiligheid, leefbaarheid en sterke dorpen en steden in samenhang worden ontwikkeld.

Verbinding met de Sociale Koers en Weerbare Mienskip

De Sociale Koers versterkt dit toekomstbeeld door te investeren in een sterke sociale basis, kansengelijkheid en mentaal welzijn. Via de Weerbare Mienskip bouwen we met inwoners aan gemeenschapskracht en bereiden we onze kernen voor op maatschappelijke uitdagingen. De coördinatoren spelen hierbij een sleutelrol: zij halen signalen tijdig op en zorgen dat deze zichtbaar doorwerken in beleid, prioritering en uitvoering.

Sleutelrol van de coördinatoren

De stads-, dorps- en wijkcoördinatoren staan dicht bij inwoners, kennen de lokale dynamiek en begeleiden initiatieven. Zij verbinden de leefwereld van inwoners met de strategische doelen uit de Omgevingsvisie, de Sociale Koers en de Weerbare Mienskip. Maatwerk per kern blijft daarbij leidend.

Samenwerking als basis voor veerkracht

Samenwerking met inwoners, belangenorganisaties, ketenpartners en de gemeentelijke organisatie blijft de basis voor veerkrachtige kernen. Grote opgaven — zoals klimaatadaptatie, gezondheid, woningbouw, sociale samenhang, leefbaarheid en weerbaarheid — komen samen in de kernen en worden daar, met de kracht van de mienskip, concreet gemaakt. Zo bouwen we aan sterke, gezonde en toekomstbestendige kernen waar inwoners zich thuis voelen en kunnen meedoen.

3.3 Toekomstgericht werken in de praktijk

Toekomstgericht werken betekent dat de uitgangspunten van de Dienstverleningsvisie, Omgevingswet, Omgevingsvisie, Sociale Koers en Weerbare Mienskip direct worden toegepast in de dagelijkse praktijk.

Voor het Kernenbeleid houdt dit in dat nabijheid en bereikbaarheid structurele uitgangspunten blijven: iedere kern heeft een vast, herkenbaar aanspreekpunt en de gemeente is zichtbaar aanwezig waar inwoners wonen, leven en elkaar ontmoeten. Via gebiedsgericht werken worden lokale signalen niet alleen opgehaald, maar ook aantoonbaar verwerkt in gebiedsagenda’s, beleidsprioriteiten en uitvoering. Zo wordt de verbinding tussen de leefwereld van inwoners en de organisatie verder versterkt.

Rol van de stads-, dorps- en wijkcoördinatoren

De stads-, dorps- en wijkcoördinatoren vormen het vaste en herkenbare aanspreekpunt voor iedere kern. Zij zijn zichtbaar aanwezig, kennen de lokale context en onderhouden actief contact met inwoners en maatschappelijke partners. In de dagelijkse praktijk betekent dit dat de coördinatoren:

  • halen signalen vroegtijdig op en vertalen deze naar beleid, gebiedsagenda’s en uitvoering;

  • begeleiden initiatieven en voeren procesregie door stappen, verwachtingen en doorlooptijden inzichtelijk te maken;

  • maken inwoners wegwijs binnen de organisatie en zorgen dat vragen snel op de juiste plek landen;

  • werken integraal samen met gebiedsregisseurs, beleidsmedewerkers en maatschappelijke partners;

  • leveren maatwerk per kern, afgestemd op lokale dynamiek, behoeften en opgaven.

Inwoners mogen van coördinatoren verwachten dat zij laagdrempelig bereikbaar, duidelijk, voorspelbaar en zichtbaar aanwezig zijn. Hun werkwijze staat voor een gemeente die van buiten naar binnen werkt, met de doar iepen foar de mienskip: toegankelijk, benaderbaar en gericht op samenwerking.

Toekomstgericht werken vraagt dat coördinatoren samen met inwoners en lokale partijen bepalen wat in een kern nodig is of dit nu gaat om sociale samenhang, voorzieningen, initiatieven of vroegtijdige signalering van problemen. Zo dragen zij concreet bij aan de doelen van de Omgevingsvisie, de Sociale Koers en de Weerbare Mienskip en bouwen we samen aan sterke, gezonde en toekomstbestendige kernen.

4. Het Kernenbeleid

4.1 Rol van de gemeente

De gemeente Súdwest-Fryslân vervult binnen het Kernenbeleid verschillende functies die gezamenlijk bijdragen aan goede woon- en leefomstandigheden in steden, dorpen en wijken. Allereerst heeft de gemeente een regiefunctie: zij zorgt dat betrokken partijen – inwoners, instanties en lokale organisaties – goed met elkaar samenwerken en gezamenlijk bijdragen aan de leefbaarheid van de kern.

Daarnaast heeft de gemeente een sturingsrol. Zij volgt landelijke en regionale ontwikkelingen, signaleert trends en speelt hier actief op in met passend beleid, werkzaamheden en samenwerking met relevante actoren. Zo kan zij ontwikkelingen in de kernen tijdig beïnvloeden en in goede banen leiden.

De gemeente vervult ook een faciliterende rol. Hierbij staan ondersteuning, partnerschap, praktische oplossingen en het stimuleren van participatie centraal. De gemeente helpt inwoners en organisaties om initiatieven te realiseren die bijdragen aan een prettige leefomgeving.

Tegelijkertijd biedt de gemeente duidelijkheid over haar rol. Goede woon- en leefomstandigheden zijn een gedeelde verantwoordelijkheid. Niet alles kan en hoeft door de gemeente zelf te worden uitgevoerd. Inwoners, verenigingen en maatschappelijke organisaties spelen hierin een belangrijke rol, net als professionele instanties zoals woningcorporaties, Doarpswurk, politie en andere partners. De gemeente voert haar rollen dan ook bewust samen met deze partijen uit.

Om deze samenwerking vorm te geven, gaat de gemeente regelmatig in overleg met steden, dorpen, wijken en professionele partners. Per kern wordt steeds gekeken wat op dat moment nodig en passend is, zodat de rol van de gemeente goed aansluit op de lokale situatie.

De rol van de gemeente bestaat uit een aantal functies, te weten:

1. Regiefunctie: de gemeente voert de regie om goede woon- en leefomstandigheden te realiseren, hiervoor zorgt zij dat betrokken instanties, steden, dorpen en wijken samenwerken.

2. Sturend: de gemeente signaleert ontwikkelingen en trends, landelijk en regionaal. Zij speelt hier met beleid, actoren en activiteiten op in, zodat trends in de steden, dorpen en wijken worden beïnvloed.

3. Faciliterend: probleemoplossend, praktisch, participatie en partnership zijn kernwoorden in het realiseren van goede woon- en leefomstandigheden.

4. Duidelijkheid: De gemeente kan en wil niet alles zelf doen, realiseren en oplossen, daar zijn ook andere partijen bij betrokken:

  • Inwoners: het realiseren van goede woon- en leefomstandigheden is een gedeelde verantwoordelijkheid. Niet alleen van de gemeente en professionele instanties, maar ook van de inwoners van de gemeente Súdwest-Fryslân;

  • Diverse verenigingen (maatschappelijk middenveld);

  • Professionele instanties.

4.2 Bestuurlijke betrokkenheid

Binnen de bestuurlijke organisatie is grote aandacht voor onze steden, dorpen en wijken. Dat komt tot uiting in de manier waarop het college verantwoordelijkheid verdeelt en verbinding houdt met de mienskip.

We werken met een portefeuillehouder Kernenbeleid, die binnen het college verantwoordelijk is voor de algemene regie en coördinatie van het Kernenbeleid. Deze bestuurder bewaakt de samenhang, onderhoudt het contact met de besturen van stads-, dorps- en wijkbelangen en vervult daarnaast de rol van contactwethouder voor een aantal kernen. Daarmee is er altijd een bestuurder die de lokale situatie kent en aanspreekbaar is voor inwoners en organisaties.

Daarnaast zijn er meerdere contactwethouders verbonden aan specifieke steden, dorpen of wijken. Zij zijn het eerste bestuurlijke aanspreekpunt voor de stads-, dorps- en wijkbelangen in hun gebied. Als vakwethouder dragen zij bovendien verantwoordelijkheid voor het nakomen van afspraken en het uitvoeren van toezeggingen richting deze besturen. Zo blijft bestuurlijke betrokkenheid zichtbaar en voelbaar in alle kernen van Súdwest-Fryslân.

Er zijn drie rollen voor de wethouders.

1. De portefeuillehouder Kernenbeleid is verantwoordelijk voor het Kernenbeleid in zijn algemeenheid. Hij is de regisseur en coördinator binnen het college als het om Kernenbeleid gaat. Hij is er verantwoordelijk voor dat er op een goede manier met de besturen van stads-, dorps- en wijkbelangen wordt gecommuniceerd.

2. De contactwethouder is het bestuurlijk aanspreekpunt voor de besturen van stads-, dorps- en wijkbelangen. De stads-, dorps- en wijkencoördinator is het ambtelijk aanspreekpunt. Samen onderhouden zij de contacten met die besturen.

3. De vakwethouder is verantwoordelijk voor een bepaald vakgebied zoals, onderwijs, verkeer, sport, etc. De vakwethouder zorgt ervoor dat toezeggingen die een contactwethouder, in overleg met de vakwethouder, op een vakgebied doet ook worden nagekomen.

4.3 Ambtelijke invulling

De uitvoering van het Kernenbeleid ligt bij de stads-, dorps- en wijkcoördinatoren. Zij vervullen een coördinerende, verbindende en proces regisserende rol en zijn het vaste aanspreekpunt voor stads-, dorps- en wijkbelangen, andere groepen inwoners en ketenpartners. Vanuit deze rol halen zij signalen, vragen en ideeën op uit de samenleving en zorgen zij ervoor dat deze een herkenbare plek binnen de gemeentelijke organisatie krijgen.

De coördinatoren ondersteunen en begeleiden initiatieven uit de kernen en voeren daarbij regie op het proces. Dat betekent dat zij het initiatieftraject structureren, zorgen voor heldere stappen en verwachtingen, afstemming organiseren met betrokken partijen en de voortgang bewaken, zonder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van initiatiefnemers over te nemen. Zij verbinden initiatiefnemers en lokale vraagstukken met de juiste expertise, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie.

Daarnaast zorgen de coördinatoren ervoor dat signalen uit de kernen worden meegewogen in gemeentelijke afstemming en keuzes. Zij stemmen acties af met betrokken partijen en zorgen voor duidelijke en tijdige terugkoppeling richting de kern, zodat inwoners en organisaties weten waar zij aan toe zijn.

De stads-, dorps- en wijkcoördinatoren maken deel uit van een bredere gemeentelijke werkwijze waarin dienstverlening, participatie en verbinding centraal staan. Zij werken nauw samen met beleidsmedewerkers, uitvoerende teams en – binnen het gebiedsgericht werken – met gebiedsregisseurs. Hierdoor worden signalen en initiatieven uit de kernen niet alleen opgehaald, maar ook structureel en via heldere processtappen betrokken bij beleidsvorming, prioritering en uitvoering.

De taken van de stads- dorps- en wijkcoördinatoren zijn:

• Bijdragen aan de leefbaarheid;

• Ogen en oren van de gemeentelijke organisatie;

• Loket voor collectieve vragen;

• Zorg dragen voor communicatie tussen (groepen) bewoners en de gemeente;

• Signaleren van knelpunten en kansen in de samenleving;

• Informeren en raadplegen over gemeentelijke initiatieven;

• Informeren en raadplegen van de organisatie over initiatieven in dorpen en wijken;

• Signaleren van belangen van gemeente, steden, dorpen en wijken;

• Coördineren van initiatieven in de dorpen en wijken;

• Faciliteren en als vliegwiel functioneren.

4.4 Stads-, dorps- en wijkbelangen en andere collectieven

Stads-, dorps- en wijkbelangen spelen een belangrijke rol in het Kernenbeleid als vertegenwoordigers van de collectieve belangen in de kern. Naast deze formele organisaties erkent de gemeente ook de waarde van informele netwerken, tijdelijke initiatiefnemers en andere bewonersgroepen. Deze groepen zijn gesprekspartner voor de gemeente en vormen een schakel tussen inwoners en de gemeentelijke organisatie.

Hun rol bestaat onder meer uit:

  • Collectieve belangenbehartiging voor hun stad, dorp en wijk.

  • Signaleren van kansen en knelpunten in de kern.

  • Meedenken over ontwikkelingen en plannen die de kern raken.

  • Organiseren van betrokkenheid en communicatie met de achterban.

De inbreng van deze groepen weegt zwaar, maar is niet bindend. De gemeente betrekt hen tijdig bij de voorbereiding en uitvoering van beleid en zorgt voor duidelijke verwachtingen over ieders rol en invloed.

In de dorpen en kleinere steden is de sociale betrokkenheid sterker ontwikkeld dan in de wijken van de grotere kernen. Bewoners voelen zich daar meer verbonden met hun leefomgeving en met elkaar, en er bestaat vaak een lange traditie van collectieve belangenbehartiging. De stads- dorps- en wijkbelangen spelen hierin een belangrijke rol.

Wanneer in een kern geen stads-, dorps- of wijkbelang of andere vorm van georganiseerde vertegenwoordiging aanwezig is, blijft de gemeente actief aangesloten op wat er lokaal speelt. De stads-, dorps- en wijkcoördinator zoekt dan naar passende vormen van contact via bestaande netwerken, themagesprekken of tijdelijke groepen inwoners. Zo blijft er, ook zonder formele organisatie, een duidelijke plek voor signalen en gesprek over wat er in de kern leeft.

In de wijken van Sneek en Bolsward is collectieve vertegenwoordiging minder vanzelfsprekend. Niet elke wijk heeft een bewonersorganisatie en de sociale samenhang verschilt per wijk. Waar extra aandacht nodig is omdat sociale cohesie onder druk staat, is ondersteuning beschikbaar via Stichting Sociaal Collectief (Soco). De gemeente werkt daar samen met het opbouwwerk van Soco en andere ketenpartners aan het versterken van verbinding, ondersteunen van netwerken en stimuleren van bewonersinitiatieven.

De gemeente vindt het belangrijk om goed contact te houden met steden, dorpen, wijken en buurten en zo bij te dragen aan een vitale, sterke en solidaire samenleving. Betrokken inwoners zijn daarbij onmisbaar. In veel kernen uit die betrokkenheid zich via stads-, dorps- en wijkbelangen, die de collectieve belangen van hun kern vertegenwoordigen. De gemeente ondersteunt deze besturen graag. Wanneer er geen georganiseerde vertegenwoordiging is, blijft de gemeente actief aangesloten via de stads-, dorps- en wijkcoördinator, die passende vormen van contact organiseert, zoals gesprekken via bestaande netwerken of tijdelijke groepen inwoners. In de wijken van Sneek en Bolsward, waar sociale samenhang kan verschillen, biedt Stichting Sociaal Collectief extra ondersteuning. Samen met het opbouwwerk en andere partners werkt de gemeente daar aan het versterken van verbinding, netwerken en bewonersinitiatieven.

4.5 Stads-, dorps- en wijkvisies, actielijsten en uitvoeringsagenda’s

Stads-, dorps- en wijkvisies of andere flexibelere vormen zoals actielijsten of uitvoeringsagenda’s zijn belangrijke instrumenten om samen richting te geven aan de ontwikkeling van een kern. Ze geven inzicht in lokale ambities, prioriteiten en opgaven voor de langere termijn.

De gemeente stimuleert kernen om hiermee aan de slag te gaan, waar dat passend is. Daarbij is de vorm minder belangrijk dan de inhoudelijke betrokkenheid van inwoners en de verbinding met de uitvoering. Deze visies en plannen worden gebruikt als input voor:

  • gemeentelijke afwegingen en prioritering;

  • gebiedsagenda’s voor Bolsward, Sneek, IJsselmeergebied Wadden, Lege Geaën, Merengebied en Greidhoeke;

  • de inzet van middelen en ondersteuning vanuit het Kernenbeleid.

4.6 Samenhang Integraal gebiedsgericht werken

Naast het Kernenbeleid werkt de organisatie met een gebiedsgerichte werkwijze. Binnen deze werkwijze wordt gewerkt met een indeling in de gebieden Bolsward, Sneek, IJsselmeergebied-Wadden, Lege Geaën, Merengebied en Greidhoeke die we kennen vanuit de Omgevingsvisie. We hanteren per gebied een gebiedscyclus bestaande uit analyse, agenda, plan en monitor. Het gaat hierbij om een integrale benadering waarbij sociale, ruimtelijke en economische opgaven worden verbonden. Gebiedsgericht werken helpt om signalen, initiatieven en opgaven (vanuit het fysieke en sociale domein) te bundelen en gerichter te koppelen aan uitvoering en inzet van middelen.

Het Kernenbeleid en de gebiedsgerichte werkwijze versterken elkaar, maar hebben een verschillend karakter. Door de verbinding tussen deze twee lijnen, hebben signalen uit de kernen een vaste plek in de gebiedsagenda’s. Andersom kunnen keuzes en plannen goed teruggekoppeld worden naar de mienskip. Dit verschil in karakter laat zich als volgt samenvatten:

• Het Kernenbeleid richt zich op nabijheid, contact en ondersteuning van initiatieven.

• Integraal Gebiedsgericht Werken richt zich op samenhang, prioritering en uitvoering van.

4.7 Klantreis - Idee, wens of initiatief

Een klantreis beschrijft de stappen, contactmomenten en ervaringen van een inwoner vanaf het eerste idee tot en met de uitvoering ervan samen met de gemeente.

Met als doel dat de inwoner zich gehoord en gezien voelt, volgens de uitgangspunten uit de Dienstverleningsvisie (betrouwbaar, dichtbij en vindingrijk).

  • Fase

  • Individuele inwoner

  • Collectieve inwoner (belangenorganisatie, groep, netwerk)

  • Rol van de gemeente / coördinator

  • 1. Idee of signaal ontstaat

  • Ziet iets dat beter kan in de buurt en vormt een idee (bijv. groen, spelen, zorgen in de buurt) .

  • Verzamelt signalen uit achterban; thema’s of wensen komen via gesprekken of vergaderingen naar voren.

  • Gemeente adviseert over initiatief; coördinator is laagdrempelig aanspreekpunt.

  • 2. Draagvlak verkennen

  • Bespreekt idee met buren, stads-, dorps- of wijkbelang, verzamelt reacties en steun. Draagvlak is belangrijk.

  • Overlegt met achterban en andere partners; toetst draagvlak in de kern.

  • Coördinator denkt mee als dat nodig is over hoe draagvlak georganiseerd kan worden.

  • 3. Eerste contact met gemeente

  • Neemt contact op met de stads-, dorps of wijkcoördinator, ook als het idee nog niet uitgewerkt is.

  • Brengt signalen of plannen in via regulier overleg of rechtstreeks contact.

  • Coördinator luistert, vraagt door, ordent signalen en maakt eerste inschatting.

  • 4. Gezamenlijke verkenning

  • Verduidelijkt samen met de coördinator het doel, de aanpak en mogelijke betrokkenen.

  • Bespreekt plan met coördinator, ketenpartners en eventueel beleidsmedewerkers.

  • Procesregie: coördinator structureert het proces, bewaakt stappen, organiseert interne afstemming en maakt randvoorwaarden helder.

  • 5. Planvorming

  • Werkt een eenvoudig projectplan uit.

  • Maakt met bewoners en vrijwilligers een plan.

  • Gemeente biedt ondersteuning, tips en formats; verwijst naar Stipe.frl voor hulp bij uitwerking.

  • 6. Ondersteuning & financiering

  • Kan namens een groep bewoners een aanvraag indienen bij het Kernenfonds (met plan en begroting).

  • Kan aanvraag indienen namens organisatie of groep (minimaal 5 personen).

  • Gemeente beoordeelt aanvraag: bijdrage aan leefbaarheid, draagvlak, uitvoerbaarheid en aansluiting op beleid.

  • 7. Besluitvorming

  • Ontvangt bericht over besluit en eventuele voorwaarden en vervolgstappen.

  • Krijgt bestuurlijke of ambtelijke terugkoppeling of een besluit na een beschikking.

  • Gemeente communiceert transparant, koppelt signalen aan gebiedsagenda’s en beleidsdoelen.

  • 8. Uitvoering

  • Voert initiatief uit.

  • Organiseert uitvoering, betrekt zo nodig vrijwilligers, stemt zo nodig met partners af.

  • Gemeente ondersteunt waar nodig (procesmatig, praktisch of via ketenpartners).

  • 9. Terugkoppeling & borging

  • -

  • -

  • Coördinator borgt signalen en ervaringen in beleid, prioritering en gebiedscyclus (analyse–agenda–plan–monitor).

5. Communicatie en participatie

We communiceren helder en toegankelijk en stemmen per onderwerp het participatieniveau af op de gemeentelijke participatievisie en participatiekaders, passend bij de lokale situatie in de kern.

De samenleving verandert: inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen steeds vaker zelf initiatieven om hun leefomgeving te verbeteren. Deze beweging vraagt om een andere houding van de overheid. Niet langer is de overheid altijd de primaire initiatiefnemer; steeds vaker wordt van ons verwacht dat wij aansluiten bij wat er al gebeurt.

Overheidsparticipatie betekent dat de overheid aansluit bij initiatieven van inwoners, groepen, organisaties of ondernemers, waarbij het initiatief vanuit de samenleving komt. De rol van de overheid is in deze situaties ondersteunend, faciliterend of samenwerkend, afhankelijk van de behoefte van het initiatief.

Overheidsparticipatie is dus het spiegelbeeld van inwonersparticipatie: bij overheidsparticipatie neemt de samenleving het initiatief, en sluit de overheid aan wanneer dit bijdraagt aan publieke waarde.

Zo organiseren we participatie vroegtijdig, doelgericht en met maatwerk, in lijn met de gemeentelijke uitgangspunten (o.a. de participatiewijzer/Belutsenheidswizer). De gemeente zorgt daarbij voor tijdige en duidelijke informatie over relevante ontwikkelingen, projecten en activiteiten. De stads-, dorps- en wijkcoördinatoren zijn goed bereikbaar en fungeren als vast aanspreekpunt voor inwoners en partners; zij voeren regie op het proces door het traject te structureren, afstemming te organiseren en de voortgang te bewaken, zonder de inhoud van initiatiefnemers over te nemen.

Daarnaast onderhoudt de gemeente regelmatig contact met betrokken organisaties en ketenpartners, zodat signalen uit de kernen zichtbaar worden verbonden met beleidsvorming, prioritering en uitvoering. De communicatie verloopt via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen en wordt, waar nodig, aangevuld met passende middelen die aansluiten bij het participatieniveau en de context van het project of de kern.

Voor individuele vragen, meldingen of signalen kunnen inwoners gebruikmaken van de reguliere klantcontactkanalen (telefoon, mail of via de website een melding doen) van de gemeente, zodat ook de individuele inwoners altijd op de juiste plek terechtkomen en snel geholpen worden.

6. Ondersteuning voor initiatieven

6.1 Financiële ondersteuning

De gemeente ondersteunt initiatieven in de kernen via organisatiegeld en het Kernenfonds. Het organisatiegeld versterkt de stads-, dorps- en wijkbelangen in hun rol als gesprekspartner en als vertegenwoordiger van de collectieve belangen, waardoor een herkenbare structuur voor overleg en samenwerking ontstaat. Het Kernenfonds maakt lokale plannen mogelijk die bijdragen aan leefbaarheid, ontmoeting en samenhang. Aanvragen worden getoetst op bijdrage aan de leefomgeving, draagvlak in de kern en samenhang met gemeentelijke doelen. Het fonds biedt ruimte waar dat passend is, maar kent geen automatische aanspraken; iedere aanvraag wordt zorgvuldig afgewogen binnen de door de raad vastgestelde begrotingskaders en gemeentelijke subsidieregelingen.

6.2 Procesmatige ondersteuning

Naast financiering biedt de gemeente procesmatige begeleiding door initiatiefnemers gericht te ondersteunen bij planvorming, afstemming en uitvoering. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Stipe.frl. Dit is het centraal startpunt voor het uitwerken van plannen, het vinden van passende subsidieregelingen en het leggen van contact met relevante ondersteuningspartners. Deze combinatie van gemeentelijke begeleiding en inzet van Stipe.frl versterkt de kwaliteit en haalbaarheid van initiatieven en helpt bij een zorgvuldige voorbereiding van aanvragen voor het Kernenfonds.

7. Slotbepalingen

  • 1.

    Het Kernenbeleid Gemeente Súdwest-Fryslân “De doar iepen foar de mienskip” treedt in werking de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

  • 2.

    De Beleidsnotitie Kernenbeleid ‘De doar iepen foar de mienskip’ Gemeente Súdwest-Fryslân wordt ingetrokken.

  • 3.

    Dit beleid wordt aangehaald als: Kernenbeleid Gemeente Súdwest-Fryslân “De doar iepen foar de mienskip”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026,

mr. drs. J.A. de Vries, burgemeester

drs. C. Smits, gemeentesecretaris


Noot
1

Overheidsparticipatie vs Inwonersparticipatie» Wanneer de gemeente meedoet aan de plannen van inwoners, noemen we dat ‘overheidsparticipatie’.De gemeente is dan de participant.Dit beleid gaat alleen over het begrip ‘overheidsparticipatie’. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze scheidingin theorie duidelijk klinkt, maar dat het in de praktijk soms door elkaar loopt.» We spreken van ‘inwonersparticipatie’ wanneer inwoners meedoen aan de plannen van de gemeente.De inwoner is dan de participant.