Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760099
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760099/1
Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden Beverwijk 2026
Geldend van 08-04-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden Beverwijk 2026Besluit
- 1.
de "Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Beverwijk 2019" (INT-19-50504) in te trekken;
- 2.
vast te stellen de navolgende "Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden Beverwijk 2026" (D-164894).
Artikel 1 Definitiebepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is, die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
- b.
griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.
- c.
raadslid: lid van de gemeenteraad van Beverwijk.
Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden
-
1. De raadsleden ontvangen een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden en een vaste onkostenvergoeding overeenkomstig de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
-
2. Commissieleden ontvangen een vaste vergoeding per bijgewoonde commissievergadering overeenkomstig artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
Voor zowel raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, als voor raadsleden die lid zijn van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kan slechts een toelage worden toegekend, indien dit is geregeld in de verordening waarbij die onderzoekscommissie, dan wel de bijzondere commissie is ingesteld.
Artikel 4. Toelage vaste voorzitter commissie ex artikel 82 Gemeentewet
-
1. De vaste voorzitters van commissies ex artikel 82 Gemeentewet wordt een maandelijkse toelage toegekend ter hoogte van het in artikel 3.1.4, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdsragers vermelde bedrag, voor de duur van de activiteiten van de commissie.
-
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden
-
1. Een raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
-
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
Artikel 6.: Ziektekostenverzekering
Een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente per jaar een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering ter hoogte van het in artikel 3.1.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers opgenomen bedrag.
Artikel 7.: Reiskostenvergoeding raads- en commissieleden
-
1. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden of wordt aan een raads- of commissielid vergoed:
- a.
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
- b.
bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximum bedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.
- a.
-
2. Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een raads- of commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.
-
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
-
4. Indien een raads- of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
-
5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raads- of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 8. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
-
1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
-
2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.
-
3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:
- a.
€ 500,-- per jaar per raadslid;
- b.
€ 500,-- per jaar per commissielid.
- a.
-
4. De raad mandateert de griffier om te beslissen op de aanvraag, op basis van de overgelegde stukken. Indien de kosten van de aanvraag meer bedragen dan 500 euro of indien het budget ontoereikend is, wordt de aanvraag ter goedkeuring voorgelegd aan het presidium.
Artikel 9. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
Voor commissieleden (niet-raadsleden) kan slechts een toelage worden toegekend voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak, indien dit is geregeld in de verordening waarbij die commissie is ingesteld.
Artikel 10. ICT-voorzieningen raads- en commissieleden
-
1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie ICT-voorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
-
2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde ICT-voorzieningen binnen veertien dagen in bij de gemeente.
Artikel 11. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
-
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
-
2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 12. Betaling vaste vergoedingen
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats, met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 13. Betaling en declaratie van onkosten
-
1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
- a.
betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,
- b.
betaling vooruit uit eigen middelen.
- a.
-
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.
-
3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 30 dagen na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
-
4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 14. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026.
Artikel 15. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Beverwijk 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 5 maart 2026.
De griffier,
De voorzitter,
Toelichting
ALGEMEEN DEEL
Er is voor gekozen de modelverordening van de VNG als basis te hanteren. Daarbij is één artikel niet van toepassing verklaard op de Beverwijkse situatie, namelijk de mogelijkheid om een deel van de vergoeding van de raadsleden afhankelijk te maken van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen (presentiegeld). Verder is de verordening geactualiseerd
en aangepast aan de wijzigingen die voortvloeien uit de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1. Definitiebepalingen
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden
Dit artikel bevat de grondslag voor de uitbetaling van de vergoeding voor de raadswerkzaamheden en de onkostenvergoeding van raadsleden. In artikel 95, lid 1 en lid 2 van de Gemeentewet wordt de gemeente verplicht hiervoor een verordening vast te stellen.
De hoogte van de vergoeding en onkostenvergoeding wordt geregeld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De bedragen worden jaarlijks aangepast. In artikel 96, lid 1 van de Gemeentewet is een soortgelijke bepaling opgenomen voor de vergoeding van de werkzaamheden van commissieleden. Daarin wordt toekenning op basis van presentie verplicht gesteld.
Artikel 3. Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie van raadsleden
Wetstechnisch is het mogelijk standaard een extra toelage toe te kennen aan leden van een onderzoekscommissie of een andere bijzondere commissie van raadsleden. Het raadspresidium heeft voor de mogelijkheid gekozen pas over de eventuele toekenning te besluiten bij de (oprichtings-)verordening. Daarin kan worden opgenomen dat de raadsleden in die commissies een extra toelage ontvangen en hoe hoog die toelage is.
Artikel 4. Toelage vaste voorzitter commissie ex artikel 82 Gemeentewet
Deze toelage is optioneel en dus niet wettelijk verplicht. Door het op te nemen in deze verordening wordt het een recht voor de vaste voorzitters van de raadscommissies die de besluitvorming van de raad voorbereiden (art. 82 gemeentewet). Het kan ook worden toegekend als gebruik wordt gemaakt van een vaste voorzitterspool. De hoogte van de vergoeding mag maximaal het bedrag zijn dat wordt genoemd in artikel 3.1.4(a) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In artikel 4, eerste lid, wordt met dat maximum een koppeling gelegd. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongesciktheid, ouderdom en overlijden
Op grond van artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, hebben raadsleden hier eenmaal per jaar recht op. Dit recht bestaat niet voor raadsleden die de pensioengerechtigde leeftijd al hebben bereikt en evenmin voor raadsleden die tijdelijk de plaats innemen van een ander raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. De hoogte is gelijk aan één maand van de vergoeding voor de werkzaamheden van een raadslid. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 6. Ziektekostenverzekering
Op grond van artikel 3.1.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hebben raadsleden ieder jaar recht op een tegemoetkoming in hun ziektekostenverzekering. De hoogte daarvan is opgenomen in voornoemd artikel en wordt jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 7. Reiskostenvergoeding raads- en commissieleden
Ingevolge artikel 96 van de Gemeentewet kunnen kosten voor (dienst)reizen van raads- en commissieleden alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raads- en commissieleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van de functie kunnen krijgen van de gemeente. Het maakt daarbij niet uit of de reizen binnen of buiten de gemeente zijn gemaakt. De naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. Op grond van artikel 3.1.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hebben raadsleden hier recht op. De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is niet nader ingevuld en is een lokale aangelegenheid per gemeente. Omdat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers verder geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, kan aansluiting worden gezocht bij de vergoedingsregelingen voor wethouders.
Artikel 8. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend voor de vraag of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.
Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet vooraf gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft de betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente.
Het beoordelen van en/of fiatteren van scholingsaanvragen wordt gemandateerd aan de griffier. Alleen als meer dan het maximumbedrag wordt gevraagd of als het scholingsbudget wordt overschreden, wordt de aanvraag ter goedkeuring voorgelegd aan het presidium.
Artikel 9. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
Wetstechnisch is het mogelijk standaard een extra toelage toe te kennen aan commissieleden (niet-raadsleden) vanwege bijzondere deskundigheid of de zwaarte van de taak. Het raadspresidium heeft voor de mogelijkheid gekozen over de eventuele toekenning pas een raadsbesluit te nemen bij de vaststelling van de (oprichtings-)verordening. In die verordening kan worden opgenomen dat deze commissieleden een extra toelage ontvangen en hoe hoog die toelage is.
Artikel 10. ICT-voorzieningen raads- en commissieleden
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid voor de duur van de uitoefening van zijn functie ICT-voorzieningen ter beschikking, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn functie. Ook commissieleden kunnen hierop aanspraak maken. Onder ICT-voorzieningen wordt ook verstaan een computer en het daarbij behorende (internet)abonnement. Er mag per persoon slechts één computer worden verstrekt. Geadviseerd wordt te verstrekken op basis van een bruikleenovereenkomst. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer.
Na beëindiging van hun functie dienen raads- en commissieleden de hen ter beschikking gestelde ICT-voorzieningen weer in te leveren bij de gemeente. Hiervoor is een termijn van veertien dagen bepaald, waarmee men in de gelegenheid wordt gesteld eventuele persoonlijke bestanden van de apparatuur op andere opslagmedia over te zetten.
N.B.: Het raadspresidium heeft in zijn vergadering van 2 september 2019 besloten af te zien van het verstrekken van gsm’s plus abonnementen aan raads- en steunfractieleden.
Artikel 11. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 is een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de
Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.
Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.
Artikel 12. Betaling vaste vergoedingen & artikel 13. Betaling en declaratie van onkosten
Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee raads- en commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun kosten bij de griffier.
Artikel 14. Inwerkingtreding & artikel 15. Citeertitel
Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl