Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760050
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760050/1
Subsidieregeling voor maatschappelijke ondersteuning Pijnacker-Nootdorp 2026
Geldend van 08-04-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling voor maatschappelijke ondersteuning Pijnacker-Nootdorp 2026Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp;
gezien het advies van het domein Samenleving d.d. 24 maart 2026;
gelet op artikel 3, het eerste lid van de Algemene Subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026;
besluit vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling voor maatschappelijke ondersteuning Pijnacker-Nootdorp 2026
Artikel 1 - Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –
Instelling: rechtspersoon zonder winstoogmerk;
- –
Kalenderjaar: periode van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 2 - Doel
Het doel van deze subsidieregeling is het ondersteunen van activiteiten die bijdragen aan het algemeen maatschappelijk belang en die ten goede komen aan de inwoners van Pijnacker-Nootdorp, die zonder financiële steun moeilijk of niet uitvoerbaar zouden zijn.
Artikel 3 - Aanvrager
Subsidie op grond van deze subsidieregeling kan worden aangevraagd door instellingen die activiteiten aanbieden voor inwoners van Pijnacker-Nootdorp.
Artikel 4 - Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van ambities en doelstellingen zoals opgenomen in:
- a.
De Visie op een veerkrachtig sociaal domein 2024 waarbij het gaat om het versterken van de algemene (gemeenschappelijke) sociale basis;
- b.
De programma’s 5, 6 of 7 van de programmabegroting van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
- c.
Door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp vastgestelde beleidsdocumenten die betrekking hebben op het sociaal domein, zoals beleidsnota’s op het gebied van sport, welzijn, cultuur, gezondheid, zorg, schuldhulpverlening, jeugd en onderwijs.
Artikel 5 - Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd als:
- a.
Voor indiening van de aanvraag al begonnen is met de uitvoering van het project of de activiteiten;
- b.
Aan de subsidieaanvrager al subsidie of een bijdrage is versterkt op grond van deze of een andere (subsidie)regeling voor dezelfde of vergelijkbare activiteiten in dezelfde of vergelijkbare periode;
- c.
De te subsidiëren activiteiten niet of in overwegende mate gericht zijn op de gemeente, haar inwoners of de door de gemeente geprioriteerde doelgroepen;
- d.
Uit de subsidieaanvraag niet blijkt dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze is aangevraagd;
- e.
De activiteiten niet bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s 5, 6 of 7 van de programmabegroting van Pijnacker-Nootdorp, de Visie op een veerkrachtig sociaal domein 2024 of een door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnota op het gebied van sport, welzijn, cultuur, gezondheid, zorg, schuldhulpverlening, jeugd en onderwijs;
- f.
In het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op een andere wijze in voldoende mate is voorzien.
Artikel 6 - Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:
- 1.
Algemene vereisten:
- a.
Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college van Burgemeester en Wethouders.
- b.
De subsidieaanvraag is ondertekend door het bestuur en omvat in elk geval:
- I.
Een activiteitenplan waarin opgenomen is een omschrijving van de activiteiten, de doelgroep(en) waarop de activiteiten zijn gericht en de resultaten die met de activiteiten worden beoogd;
- II.
Een sluitende en realistische begroting met een overzicht van de inkomsten en de uitgaven, waaruit blijkt wat het kost om de activiteiten te organiseren;
- III.
Een overzicht van aangevraagde subsidies, fondsen en overige bijdragen bij andere organisaties en de stand van zaken daarvan;
- IV.
Een overzicht van schulden en bezittingen op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de aanvraag is ingediend;
- V.
Een communicatieplan waarin is opgenomen hoe de activiteit onder de aandacht wordt gebracht bij de doelgroep en overige inwoners van Pijnacker-Nootdorp, wanneer het een nieuwe activiteit betreft, die nog niet eerder voor subsidiering in aanmerking is gekomen.
- I.
- c.
De activiteiten zijn gericht op en komen ten goede aan de inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
- a.
- 2.
Specifieke vereisten:
- a.
Verklaring Omtrent het Gedrag
De instelling zorgt ervoor dat medewerkers die direct contact hebben met kinderen en jongeren tot en met 23 jaar, ouderen vanaf 55 jaar, inwoners met een beperking en/of in kwetsbare situaties, beschikken over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De instelling houdt tevens een eenvoudige registratie bij van de afgegeven VOG’s.
- b.
Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
De instelling die werkt met beroepskrachten heeft de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling ingevoerd voor de gehele organisatie.
De instelling die werkt met vrijwilligers is op de hoogte van deze meldcode en weet hoe ze moet handelen bij signalen van kindermishandeling of huiselijk geweld.
- c.
Verwijsindex Samenwerkingsinstrument Sluitende Aanpak
De instelling die werkt met kinderen, jongeren en hun ouders maakt gebruik van de verwijsindex Samenwerkingsinstrument Sluitende Aanpak, als er zorgen zijn om een ongezonde en onveilige ontwikkeling bij de doelgroep (kinderen en jongeren tot 23 jaar en hun ouders).
- d.
Branche-regelgeving
De instelling toont in de aanvraag aan welke branche-regelgeving van toepassing is en op welke wijze daar invulling aan wordt gegeven.
- e.
Deskundige professionals
Medewerkers van instellingen die actief zijn in de jeugdzorg beschikken over een registratie van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ-register).
- f.
Algemene Verordening Gegevensbescherming
De instelling verwerkt persoonsgegevens in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
- g.
Calamiteitenprotocol
De instelling beschikt over een actueel calamiteitenprotocol dat beschrijft hoe wordt gehandeld in situaties waarin de veiligheid of continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding is.
- a.
Artikel 7 - Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
Kosten die redelijk zijn en die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten, zoals bedoeld in deze regeling;
- b.
Kosten die overblijven na aftrek van bijdragen van derden (bijvoorbeeld sponsoring, fondsen, deelnemersgelden, entree) en die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten;
- c.
Kosten voor activiteiten die ten goede komen aan inwoners van Pijnacker-Nootdorp.
Artikel 8 - Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
Aankoop van grond en gebouwen;
- b.
Huur van een (permanente) locatie die geen directe relatie heeft met de gesubsidieerde activiteiten;
- c.
Kosten voor de oprichting van een organisatie;
- d.
Kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd met winstoogmerk;
- e.
Loonkosten voor zover deze niet direct verbonden zijn aan de gesubsidieerde activiteiten;
- f.
Loonkosten voor zover deze afwijken van de standaard uurtarieven die voor de sector of branche gebruikelijk zijn.
Artikel 9 - Aanvraagtijdvak
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend voor 1 juli van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
-
2. Het college van Burgemeester en Wethouders beslist op een aanvraag om subsidie als bedoeld in het eerste lid uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
-
3. Subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar.
Artikel 10 - Verdeelwijze
Wanneer na toetsing en beoordeling van alle volledig ingediende aanvragen, genoemd in artikel 9, blijkt dat het subsidieplafond ontoereikend is, dan wordt de subsidie evenredig (procentueel) verdeeld onder de aanvragers.
Artikel 11 - Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger is verplicht om de activiteiten waarvoor subsidie wordt versterkt uit te voeren in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
Artikel 12 - Verantwoording
In de subsidiebeschikking kan worden opgenomen op welke wijze de aanvrager de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 13 - Bevoorschotting en betaling
-
1. Subsidies tot en met € 50.000 worden in één keer uitbetaald in januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
-
2. Subsidies tot en met € 100.000 worden in twee gelijke termijnen uitbetaald: in januari en juli van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
-
3. Subsidies hoger dan € 100.000 worden in vier gelijke termijnen uitbetaald: in januari, april, juli en oktober van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
Artikel 14 - Eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000
-
1. Subsidies tot een bedrag van € 10.000 worden direct vastgesteld en verleend.
-
2. De aanvrager stuurt uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
-
3. Wanneer uit de verantwoording blijkt dat de subsidie niet is besteed aan de activiteiten waarvoor de subsidie is toegekend, dan wordt de subsidie (gedeeltelijk) terug gevorderd.
Artikel 15 - Eindverantwoording subsidies meer dan € 10.000
-
1. Bij subsidies van meer dan € 10.000 dient de aanvrager uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt, een aanvraag tot subsidievaststelling in.
-
2. De aanvraag voor vaststelling van de subsidie bevat:
- a.
Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
- b.
Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
- c.
Een balans van het afgelopen kalenderjaar met een toelichting daarop;
- d.
Bij subsidies van meer dan € 100.000 een goedkeurende controle- of beoordelingsverklaring van een onafhankelijk accountant.
- a.
-
3. Wanneer uit de verantwoording blijkt dat de subsidie niet is besteed aan de activiteiten waarvoor de subsidie is toegekend, dan wordt de subsidie (gedeeltelijk) terug gevorderd.
Artikel 16 - Overgangsrecht
Op subsidieaanvragen als bedoeld in het Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019-2026 waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze subsidieregeling nog niet onherroepelijk is beslist, blijft het Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019-2026, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze subsidieregeling, van toepassing.
Artikel 17 - Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel 18 - Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voor maatschappelijke ondersteuning Pijnacker-Nootdorp 2026.
Ondertekening
Vastgesteld in de vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp d.d. 24 maart 2026.
het college van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
Björn Lugthart
Secretaris
Burgemeester
Toelichting
Artikel 4 – Gesubsidieerde activiteiten
Volgens artikel 4, het eerste lid, moet met de gesubsidieerde activiteiten worden bij gedragen aan:
- –
het versterken van de algemene (gemeenschappelijke) sociale basis, zoals genoemd in de Visie op een veerkrachtig sociaal domein 2024, of
- –
het bereiken van de doelstellingen, zoals opgenomen in programma’s 5, 6 of 7 van de programmabegroting van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, of
Het gaat om het volgende:
Visie op een veerkrachtig sociaal domein 2024 ‘Samen gereed voor de toekomst’.
In deze visie gaat het onder andere om het versterken van de algemene (gemeenschappelijke) sociale basis. De algemene (gemeenschappelijke) sociale basis gaat over de meer informele netwerken. Denk hierbij aan sportclubs, culturele organisaties, jeugdverenigingen, ouderensociëteiten of kaart- en biljartclubs. Maar ook over bewonersverenigingen of wijk- en buurtcomités. Vrijwillige inzet van inwoners voor verenigingen en organisaties valt hier ook onder. Met het financieel ondersteunen (lees = subsidiëren) van activiteiten, wordt bijgedragen aan het versterken van de algemene sociale basis.
Programma 5 – Onderwijs en kinderopvang
Doelstelling:
‘Passende onderwijs- en opvangvoorzieningen waar kinderen, jongeren en volwassenen zich kunnen ontwikkelen.’
Waar gaat het om?
- –
Het faciliteren van maatschappelijke organisaties, die samen met de scholen en kinderopvangorganisaties, ouders, kinderen en jongeren ondersteunen bij vragen over opvoeden en opgroeien.
- –
Ondersteuning aan kinderen en jongeren met (risico) op onderwijsachterstan-den, via voorschoolse voorzieningen, op school en in de wijk.
- –
Passende begeleiding - en waar nodig - professionele hulp, aan kinderen en jongeren die onderwijs of opvang volgen, zodat zij een startkwalificatie kunnen halen.
- –
Het bieden van volwasseneneducatie met een focus op het versterken van basisvaardigheden: taal, rekenen, digitale en sociale vaardigheden.
Programma 6 – Collectieve voorzieningen
Doelstelling:
‘Vrij toegankelijke voorzieningen voor iedereen die bijdragen aan de ontwikkeling, participatie en zelfredzaamheid van inwoners’.
Waar gaat het om?
- –
Het gaat om algemene activiteiten en diensten, waarmee we zoveel mogelijk willen voorkomen dat onze inwoners een beroep moeten doen op individuele voorzieningen. Of die daarop juist een aanvulling zijn. Collectieve voorzieningen zijn van belang voor preventie, het vroeg signaleren van problemen en het benutten van de eigen mogelijkheden van inwoners.
- –
We willen bereiken dat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving, zich daarin kunnen ontwikkelen en zich inzetten voor de medemens en de maatschappij.
- –
Met het faciliteren van culturele- en sportieve voorzieningen en activiteiten en het investeren daarin, dragen we bij aan ontmoeting en verbinding, waardoor inwoners kunnen meedoen aan de samenleving en daaraan ook een bijdrage kunnen leveren.
Programma 7 – Individuele voorzieningen
Doelstelling:
‘Individuele voorzieningen voor inwoners die het (tijdelijk) nodig hebben om deel te kunnen (blijven) nemen aan de samenleving, wanneer algemene of collectieve voorzieningen (programma 6) daarvoor niet voldoende zijn.’
Waar gaat het om?
- –
Laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en inwoners in een kwetsbare positie.
Artikel 6 – Subsidievereisten
Onder lid 2 wordt een aantal specifieke vereisten genoemd waar een aanvraag aan moet voldoen, wanneer dat van toepassing is op de uitvoering van de activiteiten. Het gaat om de volgende vereisten:
- a.
Verklaring Omtrent het Gedrag
De instelling die activiteiten uitvoert door en voor kwetsbare groepen, zoals kinderen en jongeren tot en met 23 jaar, ouderen vanaf 55 jaar of inwoners met een verstandelijke beperking en/of in een kwetsbare situatie, moet een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag kunnen overleggen voor vrijwilligers en medewerkers die direct contact hebben met deze doelgroepen.
Vrijwilligers en medewerkers zonder direct contact met de hierboven genoemde doelgroepen hoeven niet over een VOG te beschikken.
Van de afgegeven VOG’s wordt door de gesubsidieerde instelling een eenvoudige registratie bijgehouden. Deze registratie kan desgevraagd aan het college getoond worden.
- b.
Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Instellingen die actief zijn in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, WMO, jeugdhulp en jeugdzorg en waarvan de medewerkers werken met kinderen en jongeren tot en met 23 jaar, ouders of andere kwetsbare inwoners, werken met de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.
De instelling die werkt met beroepskrachten heeft de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling ingevoerd voor de gehele organisatie. Medewerkers van vrijwilligersorganisaties zijn op de hoogte van deze meldcode en weten hoe zij moeten handelen bij signalen van kindermishandeling of huiselijk geweld.
- 1.
De instelling zorgt ervoor dat medewerkers die werken met kinderen, jongeren, gezinnen of andere kwetsbare personen bekend zijn met de stappen van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
- 2.
De instelling beschikt over een korte, praktische instructie die beschrijft wat medewerkers moeten doen wanneer zij signalen opvangen van (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling.
- 3.
De instelling wijst één contactpersoon aan waar medewerkers terecht kunnen met zorgen of vragen over mogelijke signalen.
- 4.
De instelling kan desgevraagd kort toelichten hoe zij invulling geeft aan de meldcode binnen de context van haar activiteiten.
- 1.
- c.
Verwijsindex Samenwerkingsinstrument Sluitende Aanpak
De verwijsindex Samenwerkingsinstrument Sluitende Aanpak (SISA) is een digitaal systeem waarmee medewerkers kunnen signaleren dat zij betrokken zijn bij een kind of jongere (0–23 jaar) en hun ouders. De instelling is verplicht gebruik te maken van de verwijsindex Samenwerkingsinstrument Sluitende Aanpak, wanneer de aard van de dienstverlening dit vereist. Dit houdt minimaal in dat:
- –
De instelling jeugdigen waarbij sprake is van risicosignalen tijdig aanmeldt in SISA conform de wettelijke kaders en gemeentelijke afspraken.
- –
Medewerkers voldoende bekend zijn met de werking, criteria en verplichtingen van SISA en dit is geborgd in interne procedures.
- –
De instelling op verzoek van de gemeente aantoont dat zij aan deze verplichtingen voldoet, bijvoorbeeld door interne werkinstructies of geanonimiseerde procesvoorbeelden.
- –
- d.
Branche-regelgeving
De activiteiten van de instelling voldoen aan wet- en regelgeving die van toepassing is op de instelling. Denk hierbij (bijvoorbeeld) aan cao’s en kwaliteitscertificering
- e.
Deskundige professionals
De professionals die activiteiten uitvoeren voor de instelling beschikken over deskundigheid die gebruikelijk is in het vakgebied, met eventueel aanvullende scholingen.
- f.
Algemene Verordening Gegevensbescherming
De instelling verwerkt persoonsgegevens in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dat houdt het volgende in:
- –
De instelling gaat zorgvuldig om met persoonsgegevens van deelnemers, bezoekers en vrijwilligers en neemt eenvoudige, passende maatregelen om deze gegevens te beschermen.
- –
De instelling verwerkt uitsluitend persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit.
- –
De instelling bewaart persoonsgegevens niet langer dan nodig is voor de activiteit waarvoor zij zijn verzameld.
- –
De instelling zorgt ervoor dat persoonsgegevens niet worden gedeeld met anderen, tenzij dit noodzakelijk is voor de activiteit of wanneer hiervoor toestemming is gegeven.
- –
Indien de organisatie in het kader van de activiteit gebruik maakt van digitale systemen (bijvoorbeeld een ledenlijst of inschrijfformulier), kiest zij waar mogelijk voor betrouwbare en veilige toepassingen.
- –
- g.
Calamiteitenprotocol
De instelling beschikt over een actueel calamiteitenprotocol dat beschrijft hoe wordt gehandeld in situaties waarin de veiligheid of continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding is. Het protocol is passend bij de aard en omvang van de activiteiten en is bekend bij medewerkers en vrijwilligers die betrokken zijn bij de uitvoering. De instelling verstrekt het protocol desgevraagd aan het college.
Artikel 8 - Niet subsidiabele kosten
Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor de oprichting van een organisatie (onder c.). Hiermee worden bedoeld kosten voor ondersteuning of advies door bijvoorbeeld een advocaat of een notaris, specifiek voor de oprichting van een organisatie om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Artikel 15 - Eindverantwoording subsidies meer dan € 10.000
Volgens het tweede lid, onder d, dienen instellingen die een subsidie van meer dan € 100.000 hebben ontvangen, bij de aanvraag voor vaststelling een goedkeurende controle- of beoordelingsverklaring van een onafhankelijk accountant te overhandigen. Bij twijfel over de goedkeurende beoordelingsverklaring, heeft het college het recht om aan de gesubsidieerde instelling alsnog een goedkeurende controleverklaring te vragen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl