Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Westerveld 2026

Geldend van 04-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2026

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Westerveld 2026

De raad van de gemeente Westerveld

gelezen het voorstel van het college van het presidium van 18 februari 2026;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Westerveld 2026.

Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

a.commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

b.burgerlid: een aan commissielid artikel 82 Gemeentewet gelijkgesteld niet-raadslid dat namens een fractie deelneemt aan een Politieke Ronde als bedoeld in artikel 2 en 10 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad – Gemeente Westerveld.

c.Politieke Ronde: een vergadering waarin de raadsvergadering wordt voorbereid. De Politieke Ronde is een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet en artikel 1 lid 4 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad – Gemeente Westerveld.

d.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

e.raadslid: lid van de gemeenteraad

Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie

1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een maandelijkse toelage ter hoogte van 100% van de maximum maandtoelage voor een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4 eerste lid Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden

1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:

a. De kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

b. Bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximum bedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten.

2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakt werkelijke verblijfskosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 3a. Reiskostenvergoeding raads- en burgerleden voor reizen binnen de gemeente

1. Raadsleden ontvangen een vaste maandelijkse reiskostenvergoeding als bedoeld in de artikelen 3.1.7, lid 1a en 3.4.3, lid 1a van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Voor de vaste maandelijkse vergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van zes maal de reisafstand (retour) tussen het huisadres en het gemeentehuis.

3. Burgerleden ontvangen reiskostenvergoeding voor aanwezigheid bij vergaderingen van de raad op basis van maandelijkse declaratie achteraf.

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in via de griffier.

2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

3. De maximale vergoeding voor de scholing bedraagt € 500,00 per jaar per raads- of commissielid.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen

1. Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2. Een raads- of commissielid levert uiterlijk 1 maand na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 7. Betaling vergoedingen vergadering

De betaling van de vergoeding aan commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

Artikel 8. Vergoeding burgerleden

1. Een burgerlid krijgt de vergoeding voor deelname aan een Politieke Ronde uitbetaald op basis van vermelding van diens naam op de besluitenlijst van betreffende Politieke Ronde.

2. Het volgens de besluitenlijst deelnemen aan één of meer agendapunt(en) van één Politieke Avond staat gelijk aan één commissievergadering als bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 9. Betaling en declaratie van onkosten

1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

b. betaling vooruit uit eigen middelen.

2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen een kwartaal na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.

4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10. Titel en inwerkingtreding

1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Westerveld 2026 en treedt in werking op de dag na bekendmaking met terugwerkende kracht tot 1 april 2026.

2. De Verordening rechtspositie Raads- en Commissieleden Gemeente Westerveld 2019 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Westerveld, 31 maart 2026,

De voorzitter, J. Spoelstra

De griffier, R. Weernekers