Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760011
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR760011/1
Grondstoffenbeleidsplan 2024-2027
Geldend van 03-04-2026 t/m heden
Intitulé
Grondstoffenbeleidsplan 2024-2027De raad van de gemeente Woerden;
gelezen het voorstel d.d. 17 augustus 2023 van:
- -
burgemeester en wethouders
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
- -
artikel 147 gemeentewet; de verordende bevoegdheid van de raad.
b e s l u i t (geamendeerd):
- 1.
Het grondstoffenbeleidsplan 2024-2027 vast te stellen met als hoofdpunten:
- -
Het verhogen van de teruggaveprikkel;
- -
Het makkelijker maken van het gescheiden aanbieden van grondstoffen;
- -
Extra inzet op communicatie ter bevordering van afvalpreventie;
- -
Reductie van het aantal gratis bezoeken aan de milieustraat tot tien.
- -
- 2.
Instemmen met de, voor de implementatie van het Grondstoffenbeleidsplan 2024-2027, benodigde investeringen in GFT-cocons en daarmee samenhangende projectkosten ter hoogte van € 1.019.000.
- 3.
In te stemmen met de structurele extra communicatiekosten van €25.000 per jaar ingaande 2024.
Samenvatting
Voor u ligt het Grondstoffenbeleidsplan 2024 - 2027 van de gemeente Woerden. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente de komende vier jaar verder wil bouwen aan de transitie van afval naar grondstof.
Op 1 januari 2017 startte de gemeente Woerden met een nieuwe wijze van het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze verandering kwam voort uit het, door de gemeenteraad, vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan 2016 – 2020 en kreeg de naam ‘het nieuwe inzamelen’ (HNI).
Bij HNI is de hoogte van de afvalstoffenheffing afhankelijk van het aantal keer dat restafval wordt aangeboden (variabel tarief). Bewoners die minder vaak restafval aanbieden krijgen aan het eind van het jaar een deel van de afvalstoffenheffing terug.
Met de introductie van HNI zijn aansprekende milieuresultaten geboekt, zonder dat dit ten koste ging van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. De doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar is echter niet gehaald. Hiervoor is bijsturing noodzakelijk.
In het kader van de oordeelsvorming voor de herziening van het Grondstoffenbeleidsplan (GBP) is op 2 februari 2023 een Thema-avond met de gemeenteraad over het GBP georganiseerd. Tijdens de avond werd de wens uitgesproken om het huidige ‘teruggave-beleid’ voort te zetten en te optimaliseren om zo de hoeveelheid restafval verder terug te dringen.
Het teruggavesysteem blijft dus gehandhaafd. Wel wordt de prikkel die van de teruggave uitgaat vergroot. Ofwel Teruggave met een Plus. Ter verbetering van de teruggavestaffel zijn een viertal opties overwogen.
- -
Scenario 1: Teruggavedrempel verhogen
- -
Scenario 2: Teruggave verhogen
- -
Scenario 3: Teruggavedrempel én teruggave verhogen
- -
Scenario 4: Teruggave én naheffing
Gekozen wordt voor Scenario 1: Teruggavedrempel verhogen. Bij het verhogen van de teruggavedrempel krijgt een huishouden dat gemiddeld afval scheidt geen geld meer terug. Pas wanneer de hoeveelheid restafval verder wordt teruggebracht komt men in aanmerking voor een teruggave. De hoogte van de teruggave blijft in dit scenario verder ongewijzigd.
Deze heffingsmethodiek resulteert in een sterkere financiële prikkel terwijl tegelijkertijd de staffel wordt vereenvoudigd en de besparing op verwerkingskosten weer in een gezonde verhouding komt te staan met de teruggave. Wanneer het verhogen van de teruggave niet voldoende blijkt, kunnen altijd nog verdere stappen worden overwogen.
Als aanvulling op het verhogen van de teruggavedrempel, zijn de hieronder beschreven maatregelen voorzien. Afvalpreventie is hierbij voor de gemeente Woerden het hoogste doel.
Gemeenten hebben beperkte invloed op de, aan verspilling ten grondslag liggende, consumptiecultuur. Wel kunnen ze bewoners door middel van communicatie wijzen op de beschikbare mogelijkheden wat betreft afvalpreventie en hergebruik. In AVU-verband heeft de gemeente hiervoor, onder de noemer Slim met Afval, een aantal campagnes ontwikkeld. Deze campagnes zullen in het kader van dit GBP worden uitgerold. De campagne richt zich zowel op inwoners als ondernemers uit de gemeente. Het streven is om niet alleen de inwoners aan te spreken die al geïnteresseerd zijn in duurzaamheid en afvalpreventie. De campagnes zijn ook gericht op doelgroepen die (nog) niet zo veel met preventie bezig zijn.
Wanneer preventie geen optie is, moet worden gestreefd naar een zo lang mogelijke levensduur van een product. Hiervoor zet dit GBP in op de doorontwikkeling van het Circulair Ambachtscentrum en het stimuleren van hergebruik van plastic flesjes en blikjes.
Als een product uiteindelijk wordt afgedankt moet worden gestreefd naar een zo hoogwaardig mogelijke recycling. Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) is met een gewichtsaandeel van 35% de grootste, nog in het restafval aanwezige, grondstof. Wat betreft deze fractie is er dus nog veel te winnen.
Momenteel geldt dat voor bewoners die aangeven geen eigen GFT-container te kunnen stallen een maatwerkoplossing wordt gezocht. Slechts een zeer beperkt deel van de bewoners heeft van deze regeling gebruik gemaakt. Dat betekent dat bij het merendeel van de hoogbouw-locaties het gescheiden aanbieden van GFT nog niet mogelijk is. Dit plan voorziet dan ook in het gemeentebreed plaatsen van GFT-verzamelcontainers bij hoogbouwlocaties.
In de gemeente worden bovengrondse verzamelcontainers voor de inzameling van Plastic-, Metaalverpakkingen en Drankenkartons (PMD) ingezet. Waar mogelijk worden deze verzamelcontainers ondergronds gebracht. Hiermee wordt het straatbeeld verbetert en wordt meer inzamelcapaciteit gecreëerd. Ook wordt het mogelijk om de containers te voorzien van toegangscontrole (bij bovengrondse containers kan dit niet) waarmee oneigenlijk gebruik kan worden tegengegaan.
Dit GBP voorziet ook in een aanpassingen van het tariefsysteem op de milieustraat. Het betaaltarief voor BSA komt te vervallen. Daarentegen wordt het aantal gratis bezoeken beperkt tot 8. Daarna geldt een betaaltarief. Niet alleen het betaaltarief voor BSA komt te vervallen, ook het betaaltarief voor zakken restafval wordt verlaagd.
In 2024 worden de, in dit plan beschreven, maatregelen ten uitvoer gebracht. De verzamelcontainers worden geplaatst. In dat jaar wordt bovendien uitgebreid gecommuniceerd om bewoners de informeren en te enthousiasmeren over de ophanden zijnde wijzigingen.
Wanneer afvalscheiden (met de plaatsing van de containers) nóg makkelijker gemaakt is, kan de financiële prikkel worden verhoogd door de staffel aan te passen. Deze zal, als onderdeel van de Verordening Reinigingsheffing, eind 2024 aan de raad worden voorgelegd. Per 1 januari 2025 gaat de nieuwe teruggavestaffel gelden.
1. Inleiding
Voor u ligt het Grondstoffenbeleidsplan 2024 - 2027 van de gemeente Woerden. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente de komende vier jaar verder wil bouwen aan de transitie van afval naar grondstof.
Op 1 januari 2017 startte de gemeente Woerden met een nieuwe wijze van het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze verandering kwam voort uit het, door de gemeenteraad, vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan 2016 – 2020 en kreeg de naam ‘het nieuwe inzamelen’ (HNI).
Bij HNI is de hoogte van de afvalstoffenheffing afhankelijk van het aantal keer dat restafval wordt aangeboden (variabel tarief). Bewoners die minder vaak restafval aanbieden krijgen aan het eind van het jaar een deel van de afvalstoffenheffing terug. De hoogte van de teruggave wordt bepaald aan de hand van een staffel. Alleen het aantal restafval-aanbiedingen wordt geregistreerd de overige afval-/ grondstofstromen niet.
Het doel van HNI was om een trendbreuk te realiseren en aansluiting te vinden bij de landelijke doelstellingen door in 2020 de hoeveelheid restafval per inwoner, per jaar terug te brengen tot 100 kilogram. Deze doelstelling is weliswaar niet gehaald, toch is een significante reductie in de hoeveelheid restafval gerealiseerd.
Dit grondstoffenbeleidsplan bouwt voort op de eerdere ervaringen en beschrijft de maatregelen die moeten leiden tot de reductie van de afvalberg en verdere verbetering van de afvalscheiding. Zo worden de waardevolle grondstoffen die nog in het restafval zitten niet langer verbrand maar blijven ze bewaard voor de volgende generaties.
2. Landelijke kaders
De kaders voor het gemeentelijke grondstoffenbeleid worden voor een belangrijk deel vastgesteld op Europees en nationaal niveau. Hieronder wordt de belangrijkste wetgeving kort toegelicht.
Wet Milieubeheer
Europese wetgeving verplicht de lidstaten om Europees afvalbeleid uit te werken in nationale beleidsplannen en wetgeving. In Nederland is hiervoor de Wet Milieubeheer (Wm). De Wm is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en milieuprogramma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen.
Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)
In de Wm staat dat alle overheden rekening moeten houden met de inhoud van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP).
In het LAP staan de hoofdlijnen van het afvalbeleid, een uitwerking van die hoofdlijnen voor afzonderlijke afvalstoffen en de rol van de betrokken partijen beschreven.
Een van de taken van de gemeenten is zorgdragen dat huishoudelijk afval (gescheiden) wordt ingezameld en dat er maatregelen worden genomen om afvalpreventie en afvalscheiding te optimaliseren. Met dit grondstoffenbeleidsplan wordt hieraan invulling gegeven.
In november 2017 is een nieuwe versie van het LAP vastgesteld, LAP3. Voor wat betreft afvalscheiding stelt het LAP3 de volgende doelstellingen: Verlagen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval van 240 kilogram per inwoner per jaar in 2014 naar maximaal 100 kilogram per inwoner per jaar in 2020, en maximaal 30 kilogram per inwoner per jaar in 2025.
Van Afval Naar Grondstof (VANG)
De rijksoverheid gelooft dat de transitie naar een circulaire economie essentieel is voor de concurrentiepositie van Nederland. Het doel van het rijksbrede programma circulaire economie is daarom om in 2050 volledig circulair te zijn. Deze doelstelling is uitgewerkt in het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG). In dit programma worden actielijnen beschreven waarmee in Nederland de circulaire economie wordt bereikt.
Specifiek voor huishoudelijk afval geldt het uitvoeringsprogramma VANG-Huishoudelijk afval (VANG-HHA). Het Uitvoeringsprogramma VANG-HHA 2021- 2025 heeft als doel om in lijn met de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen, de kwaliteit van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen te verhogen en daarmee de recycling te verbeteren.
In februari 2022 vond een herijking van VANG-HHA plaats waarbij werd teruggeblikt op de voorgaande periode. Daarbij werd geconcludeerd dat de ambitie om in 2020 75% afvalscheiding en 100 kilo restafval per inwoner te realiseren niet is gehaald. Gemeenten hebben wel forse stappen gezet.
- •
In de periode 2015-2020 daalde de gemiddelde hoeveelheid restafval van 240 kg (per inwoner per jaar) naar 180 kg.
- •
In 2020 behaalden 31% van de gemeenten 75% afvalscheiding, tegenover 7% in 2015.
- •
Ruim 15% van de gemeenten hadden minder dan 100 kg restafval per inwoner.
Er zijn dus grote stappen gezet. Maar door de enorme impuls die afvalscheiding heeft gekregen is de kwaliteit van bepaalde deelstromen ook onder druk komen te staan.
Voor de periode 2021-2025 blijft het streven om door middel van goede afvalscheiding hoogwaardige recycling te faciliteren, maar het accent komt sterker te liggen op preventie en hoogwaardigere (kwalitatief betere) ingezamelde stromen.
Concreet betekent dat vermoedelijk dat de doelstelling van 30 kilogram per inwoner per jaar die volgens het LAP3 in 2025 moet zijn gerealiseerd zal worden uitgesteld naar 2030.
Er staan geen sancties op het niet halen van de doelstelling. Wel heeft de rijksoverheid een aantal jaren geleden een belasting op het verbranden van afval geïntroduceerd. Hiermee wordt het verbranden van (rest)afval ontmoedigd. Ook zal de op handen zijnde CO2 belasting een kosten opdrijvend effect hebben. Gemeenten met veel restafval zijn daarmee duurder uit.
3. Gemeentelijke visie
Woerden wil een gemeente zijn waarin zo weinig mogelijk huishoudelijk afval ontstaat. Als het dan toch ontstaat, is het streven het afval zo goed mogelijk te scheiden. De gemeente draagt hieraan bij met een inzamelsysteem waarmee afvalscheiden makkelijk wordt gemaakt.
De gemeente zet in op een hoogwaardige recycling van de op die manier ingezamelde grondstoffen. Daarom ondersteunen we, waar mogelijk, initiatieven in relatie tot een circulaire economie en zullen we de landelijke discussies hierover blijven beïnvloeden.
4. Ambitie en uitgangspunten
In het GBP 2016 – 2020 werd de volgende ambitie uitgesproken:
Het is de ambitie van de gemeente Woerden om de landelijke doelstelling te realiseren: De doelstelling is om in 2020 minimaal 75% afvalscheiding (ofwel 100 kg restafval per inwoner per jaar) te realiseren.
Daarbij golden de volgende uitgangspunten.
- •
afvalscheidingsgemak voor de inwoners;
- •
afvalinzameling tegen gelijkblijvende of lagere kosten;
- •
inwoners worden waar mogelijk betrokken bij de invulling van het beleid;
- •
door zorgvuldige communicatie blijven de inwoners op de hoogte van de vorderingen en wordt bewustwording vergroot.
Ook voor de komende planperiode blijven deze ambitie en uitgangspunten gehandhaafd. Wel is inmiddels landelijk het scheidingspercentage als indicator nagenoeg losgelaten. In plaats daarvan wordt gerekend met de hoeveelheid restafval, uitgedrukt in kilogram per inwoner per jaar.
Belangrijke reden voor deze overstap is omdat het scheidingspercentage sterk afhankelijk is van andere factoren. Zo is in de gemeente Woerden bijvoorbeeld een betaaltarief voor Bouw- en Sloopafval (BSA) gaan gelden. Dit heeft het gewenste effect. Het brengen van bedrijfsmatig afval op de milieustraat, ten laste van de afvalstoffenheffing-betalende bewoner, wordt tegengegaan.
Daarmee nemen onder andere echter ook de hoeveelheden puin en hout af. Deze stromen tellen mee als gerecycled afval bij de berekening van het scheidingspercentage. De afname van de hoeveelheid BSA heeft daarmee een negatief effect op het scheidingspercentage terwijl het totale effect juist positief is.
Uit de eerdergenoemde tussenevaluatie van VANG-HHA blijkt dat in de periode 2015-2020 de gemiddelde hoeveelheid restafval in Nederland daalde van 240 kg (per inwoner per jaar) naar 180 kg. Verder bleek uit de evaluatie dat slechts 15% van de Nederlandse gemeenten in 2020 minder dan 100 kg restafval per inwoner hebben ingezameld. De gemeente Woerden is dus niet de enige gemeente die de VANG-doelstelling niet heeft gehaald.
De gemeente geeft de voorkeur aan realistische, haalbare doelstellingen en de inzet is om in de planperiode van dit Grondstoffenbeleidsplan in ieder geval de 100 kg per inwoner per jaar te realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen.
5. Huidig beleid
De keuze voor HNI was het gevolg van een in juli 2015 gehouden inwonerspeiling, die achteraf de naam ‘Kliko-stemmen’ kreeg. Aan de peiling nam 57% van de huishoudens deel. Bewoners konden kiezen uit de volgende drie opties:
- A.
Minder vaak ophalen van afval (eenmaal per vier weken, met een reductie van de afvalstoffenheffing);
- B.
Belonen voor beter scheiden (inwoners krijgen aan het einde van het jaar een deel van de betaalde afvalstoffenheffing terug, afhankelijk van het aantal keren dat zij de restafvalcontainer aangeboden hebben);
- C.
Betalen per aanbieding (inwoners betalen een lagere afvalstoffenheffing en betalen daarbij een vastgesteld bedrag voor elke keer dat zij restafval aanbieden).
Driekwart van de stemmen ging naar optie B. De gemeenteraad besloot eind 2016 formeel tot de introductie van HNI.
Huidig inzamelsysteem
Hieronder is het inzamelsysteem van de gemeente Woerden schematisch weergegeven. Bij de laagbouw wordt iedere twee weken restafval1, GFT (Groente, Fruit en Tuinafval), oud papier2 en PMD (Plastic-, Metaalverpakkingen en Drankenkartons) ingezameld.
Ook bij hoogbouw wordt oud papier en PMD iedere twee weken aan huis ingezameld. Voor restafval loopt men naar de verzamelcontainers in de buurt. Bij hoogbouw-locaties die hierom hebben verzocht wordt GFT in verzamelcontainers ingezameld.
Naast de bovengenoemde huis-aan-huis inzameling, kunnen bewoners voor PMD, glas en textiel bij verzamelcontainers terecht. Huishoudelijk afval dat niet in de container past, kan naar de milieustraat worden gebracht.
Figuur 1: Huidige inzamelsysteem
Milieustraat en grofvuil
Grofvuil kan van dinsdag tot en met zaterdag naar de milieustraat worden gebracht. Daarnaast wordt het, tegen vergoeding en op afspraak, aan huis opgehaald.
De toegang tot de milieustraat is geregeld middels een slagboom die alleen met een geautoriseerde afvalpas te openen is. Zo wordt oneigenlijk gebruik van de milieustraat door bijvoorbeeld bedrijven tegengegaan.
Met het oog op het principe ‘de vervuiler betaalt’ is het aantal gratis bezoeken begrensd tot 24, daarna geldt een betaaltarief per bezoek van €8,-. Bovendien geldt een betaaltarief voor huishoudelijk afval in zakken (€10,50 per zak) en bouw- en sloopafval (€10,50 per ¼ m3).
Regionale samenwerking
De gemeente Woerden is deelnemer aan de Afval Verwijdering Utrecht (AVU). De AVU is een gemeenschappelijke regeling van Utrechtse gemeenten.
De AVU draagt zorg voor de overslag, het transport (van overslag naar verwerker) en de verwerking van het huishoudelijk afval. De deelnemende gemeenten zijn zélf verantwoordelijk voor de inzameling binnen de gemeentegrenzen maar op het moment dat het afval bij de AVU is afgeleverd neemt zij de regie over.
Door deze activiteiten te bundelen kan bij aanbestedingen schaalvoordeel worden gerealiseerd. Hier profiteert de gemeente Woerden onder andere van door lagere verwerkingstarieven voor restafval en hogere opbrengsten voor grondstoffen.
6. Resultaten afgelopen planperiode
In appendix 1 is een uitgebreide evaluatie van het huidige beleid opgenomen. Hieronder worden de hoofdlijnen nog eens weergegeven. Ten opzichte van de evaluatie is het verschil dat de daadwerkelijke gegevens over 2022 inmiddels bekend zijn (deze weken niet af van de prognose). Ook zijn de cijfers met betrekking tot het aantal aanbiedingen, de teruggave en de hoogte van de afvalstoffenheffing voor 2022 inmiddels definitief en overeenkomstig geactualiseerd. Actualisatie heeft niet tot nieuwe inzichten geleid. De conclusie ten opzichte van de eerdere evaluatie bleef dan ook ongewijzigd.
Milieu
Hoofddoelstelling van HNI was het vinden van aansluiting bij de landelijke doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner, per jaar in 2020. Restafval is hierbij gedefinieerd als al het niet-recyclebare afval, inclusief het Grof Huishoudelijk Afval dat (op de milieustraat) ongescheiden is aangeboden.
In onderstaande tabel wordt het verloop van de hoeveelheid restafval over de afgelopen jaren weergegeven.
|
Jaar |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
|
Restafval |
208 |
197 |
165 |
162 |
158 |
172 |
168 |
162 |
Tabel 1: Ingezamelde hoeveelheden (kilogram, per inwoner, per jaar)
Ten opzichte van het ijkjaar 2015 is de hoeveelheid restafval per persoon, per jaar teruggebracht naar 162 kg. Dat is een daling van ruim 20%. Bij gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheid lag de hoeveelheid restafval in 2020 gemiddeld op 175 kg . Daarmee presteert de gemeente Woerden bovengemiddeld. Ook de totale hoeveelheid (per inwoner per jaar) is afgenomen. Dit is deels te verklaren door de sterke afname van de hoeveelheid Bouw- en Sloopafval dat naar de milieustraat wordt gebracht. Het andere deel kan worden toegerekend aan een sterker afvalbewustzijn waardoor het ontstaan van afval wordt tegengegaan.
Uit bovenstaand kan worden opgemaakt dat Woerdenaren enthousiast aan de slag zijn gegaan met het scheiden van afval. De hoge kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen laat zien dat dit ook netjes gebeurt.
Service
Het algemene beeld wat betreft meldingen is stabiel gebleven. HNI heeft niet geleid tot een significante stijging van afvaldumpingen of een structurele toename van de hoeveelheid zwerfafval. De ervaring leert dat bewoners vooral geïnteresseerd zijn in een schone leefomgeving. De meeste meldingen hebben dan ook betrekking op zaken die het straatbeeld vervuilen zoals afval dat naast de container staat of afval dat buiten de inzameldagen wordt aangeboden. Meldingen over te vroeg opgehangen of rondslingerende PMD-zakken springen er hierbij uit. Dit is voor veel bewoners een ergernis.
Kosten
Hieronder wordt de afvalstoffenheffing (bij volledige kostendekking) in Woerden vergeleken met het landelijk gemiddelde.
|
Afvalstoffenheffing 2022 |
Eenpersoons- |
Meerpersoons- |
|
Nederland |
€253 |
€315 |
|
Woerden |
€240 |
€291 |
In 2022 betaalde een gemiddeld éénpersoonshuishouden in Nederland ongeveer €253. Een meerpersoonshuishouden betaalde €315. In de gemeente Woerden was dat in 2022 respectievelijk €240 en €291 per jaar.
Dit is exclusief de eventuele teruggave. Voor veel huishoudens valt de werkelijke afvalstoffenheffing dus lager uit. Daaruit kan worden opgemaakt dat de gemeente Woerden met zijn eigen inzameldienst kan concurreren met andere gemeenten.
In 2022 is €326.978 teruggegeven. Dat is iets meer dan in 2021, toen bedroeg de teruggave €309.633. In totaal kregen 12.589 huishoudens een deel van de afvalstoffenheffing terug. Een gemiddeld éénpersoonshuishouden bood de minicontainer 9 keer aan, een gemiddeld meerpersoonshuishouden deed dat 15 keer. Per éénpersoonshuishouden dat in aanmerking kwam, bedroeg de teruggave gemiddeld ongeveer €16 per huishouden. Voor een meerpersoonshuishouden was dit €31.
Een van de doelstellingen van HNI was om de hoeveelheid restafval terug te dringen en zo de stijging van de afvalbeheerkosten binnen de perken te houden. Ten opzichte van ijkjaar 2015 is de hoeveelheid restafval sterk afgenomen, terwijl de hoeveelheid grondstoffen toenam. Vanwege de lagere verwerkingstarieven van grondstoffen (en in sommige gevallen opbrengsten), resulteert dit in ongeveer €270.000 in vermeden verwerkingskosten voor deze stromen. Dat is met bijna 22.000 huishoudens een bedrag van ongeveer €12,50 per huishouden. De hoogte van de teruggave is met €326.978 hoger dan de €270.000 in vermeden verwerkingskosten.
Samenvatting
Met de introductie van HNI zijn aansprekende milieuresultaten geboekt, zonder dat dit ten koste ging van de dienstverlening en de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. De doelstelling van 100 kg is echter niet gehaald. Hiervoor is bijsturing noodzakelijk. GFT is met een gewichtsaandeel van 35% de grootste, nog in het restafval aanwezige, grondstof. Met name wat betreft deze fractie is er dus nog veel te winnen.
7. Oordeelsvorming
In het kader van de oordeelsvorming voor de herziening van het GBP is op 2 februari 2023 een Thema-avond georganiseerd. Voorafgaand aan deze avond is de in Appendix 1 opgenomen evaluatie en scenarioanalyse met de gemeenteraad gedeeld.
Tijdens de thema-avond zijn een aantal mogelijke beleidsinstrumenten in een presentatie toegelicht en vervolgens bediscussieerd. Hierbij zijn de volgende breed gedragen richtinggevende uitspraken gehoord:
- •
Uitgangspunt moet het huidige beloningssysteem blijven. Wel kan worden gekeken hoe de prikkel eventueel verhoogd kan worden.
- •
Maak het gescheiden aanbieden van grondstoffen makkelijker.
- •
Zet in op communicatie om de hoeveelheid afval terug te dringen (afvalpreventie) en om afval scheiden aan te moedigen.
Bij de verdere uitwerking van het beleid zijn bovenstaande uitgangspunten gehanteerd.
8. Teruggave Plus
Het teruggavesysteem blijft gehandhaafd. Wel wordt de prikkel die van de teruggave uitgaat vergroot. Ofwel Teruggave met een Plus.
Hierbij is goed gekeken naar de huidige staffel (zie onderstaand).
|
Minicontainer |
Ondergrondse container |
Teruggave |
|||
|
Minimum |
Maximum |
Minimum |
Maximum |
Meerpersoons |
Eenpersoons |
|
17 |
- |
81 |
- |
€ - |
€ - |
|
14 |
16 |
66 |
80 |
€ 10,00 |
€ 5,00 |
|
11 |
13 |
51 |
65 |
€ 25,00 |
€ 12,50 |
|
8 |
10 |
36 |
50 |
€ 30,00 |
€ 15,00 |
|
5 |
7 |
21 |
35 |
€ 35,00 |
€ 17,50 |
|
0 |
4 |
0 |
20 |
€ 40,00 |
€ 20,00 |
Tabel 1: Huidige teruggavestaffel
Een meerpersoonshuishouden dat de container 4 keer of minder aanbiedt (of 20 keer of minder van de ondergrondse container gebruik maakt), krijgt in de huidige situatie €40,- terug. Voor een eenpersoonshuishouden is dit €20,-.
Ter verbetering van de staffel zijn een viertal opties overwogen.
- -
Scenario 1: Teruggavedrempel verhogen
- -
Scenario 2: Teruggave verhogen
- -
Scenario 3: Teruggavedrempel én teruggave verhogen
- -
Scenario 4: Teruggave én naheffing
Scenario 1: Teruggavedrempel verhogen
Inmiddels ligt het gemiddeld aantal aanbiedingen lager dan ten tijde van de introductie van HNI. Zo bood een gemiddeld eenpersoonshuishouden in 2022 de container 9 keer aan, een gemiddeld meerpersoonshuishouden deed dat 15 keer. Bij de huidige teruggavestaffel komt een gemiddeld eenpersoonshuishouden daarmee in aanmerking voor een teruggave van €15,-, voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden is dat momenteel €10,-.
De maximale teruggave is voor een eenpersoonshuishouden op dit moment €20,-. Beter afvalscheiden levert daarmee nog maar €5,- op. Een zeer beperkte stimulans om de hoeveelheid restafval verder terug te dringen.
Bij het verhogen van de teruggavedrempel krijgt een huishouden dat gemiddeld afval scheidt geen geld meer terug. Pas wanneer de hoeveelheid restafval verder wordt teruggebracht komt men in aanmerking voor een teruggave. De hoogte van de teruggave blijft in dit scenario ongewijzigd.
Hieronder wordt een voorbeeld weergegeven van een teruggavestaffel met verhoogde teruggavedrempel.
|
Minicontainer |
Ondergrondse container |
Teruggave |
|||
|
Minimum |
Maximum |
Minimum |
Maximum |
Meerpersoons |
Eenpersoons |
|
14 |
- |
66 |
- |
€ - |
€ - |
|
11 |
13 |
51 |
65 |
€ 25,00 |
€ - |
|
8 |
10 |
36 |
50 |
€ 30,00 |
€ - |
|
5 |
7 |
21 |
35 |
€ 35,00 |
€ 17,50 |
|
0 |
4 |
0 |
20 |
€ 40,00 |
€ 20,00 |
Tabel 2: Voorbeeldstaffel met verhoogde teruggavedrempel
Voordelen:
- -
Een sterkere prikkel om beter afval te scheiden;
- -
Positieve insteek blijft gehandhaafd;
- -
Beperkte wijzigingen ten opzichte van het huidige systeem;
- -
De hoogte van de teruggave was in 2022 met €326.978 hoger dan de €270.000 in vermeden verwerkingskosten. Bijkomend voordeel van het verhogen van de teruggavedrempel is dat de teruggave lager zal uitvallen omdat bewoners met een gemiddeld aantal aanbiedingen niet meer in aanmerking komen voor een teruggave. Op basis van de teruggave over 2022 bedraagt deze besparing ongeveer €30.000. Daarmee komt de besparing weer in een financieel gezonde verhouding te staan met de teruggave;
- -
Omdat men nooit meer betaald dan de afvalstoffenheffing zijn geen reductieregelingen voor (bijvoorbeeld) medisch afval noodzakelijk.
Nadelen:
- -
Wanneer een huishouden eenmaal boven het aantal aanbiedingen zit waarmee zij recht heeft op een teruggave, is er geen financiële prikkel meer om beter afval te scheiden.
Scenario 2: Teruggave verhogen
Een ander scenario is er één waarbij de teruggave wordt verhoogd. Hieronder is een voorbeeldstaffel weergegeven waarbij uitgegaan wordt van een verhoging van €5,- per staffel voor een meerpersoonshuishouden.
|
Minicontainer |
Ondergrondse container |
Teruggave |
|||
|
Minimum |
Maximum |
Minimum |
Maximum |
Meerpersoons |
Eenpersoons |
|
17 |
- |
81 |
- |
€ - |
€ - |
|
14 |
16 |
66 |
80 |
€ 15,00 |
€ 7,50 |
|
11 |
13 |
51 |
65 |
€ 30,00 |
€ 15,00 |
|
8 |
10 |
36 |
50 |
€ 35,00 |
€ 17,50 |
|
5 |
7 |
21 |
35 |
€ 40,00 |
€ 20,00 |
|
0 |
4 |
0 |
20 |
€ 45,00 |
€ 22,50 |
Tabel 3: Voorbeeldstaffel met verhoogde teruggave
Voordelen:
- -
Sterkere financiële prikkel om beter afval te scheiden;
- -
Positieve insteek blijft gehandhaafd;
- -
Omdat men nooit meer betaald dan de afvalstoffenheffing zijn geen reductieregelingen voor (bijvoorbeeld) medisch afval noodzakelijk;
- -
Beperkte wijzigingen ten opzichte van het huidige systeem.
Nadelen:
- -
Zoals aangegeven overschreed de teruggave in 2022 de besparing in verwerkingskosten. Met het verhogen van de teruggave zal dit verschil groter worden. Het verhogen van de teruggave zoals in bovenstaande tabel vraagt daarmee om een initiële verhoging van de afvalstoffenheffing om de teruggave mee te bekostigen. Bij het behalen van de doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar, krijgt een gemiddeld huishouden in dit scenario namelijk ongeveer €28 terug. De verwerkingskosten dalen, bij het behalen van de doelstelling, met ongeveer €18 per huishouden. Er is dus per huishouden ongeveer €10,- aan ‘bevoorschotting’ nodig om de teruggave te bekostigen. Deze ‘sigaar uit eigen doos’ kan een negatief effect hebben op het draagvlak onder bewoners.
- -
De hierboven genoemde bevoorschotting kan niet alleen nadelig zijn voor het draagvlak. Er kleven ook juridisch risico’s aan. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. De heffing mag uitsluitend worden ingezet ten behoeve van de bestrijding van de afvalbeheerkosten. Het innen van een ‘voorschot’ met als verwachting dat een gemiddeld huishouden deze deels weer terugontvangt is hiermee wellicht niet in overeenstemming. Jurisprudentie hierover is niet bekend dus hoe reëel dit risico is, is moeilijk te zeggen. Bovendien geldt deze tegenstrijdigheid in beperktere mate op dit moment ook al. Tenslotte overschrijdt de teruggave ook nu de besparing op restafval.
Scenario 3: Teruggavedrempel én teruggave verhogen
Ook een combinatie van de twee voorgaande scenario’s is mogelijk. Hieronder is een voorbeeldstaffel gegeven van een scenario waarbij zowel de teruggavedrempel als de teruggave wordt verhoogd.
|
Minicontainer |
Ondergrondse container |
Teruggave |
||||
|
Minimum |
Maximum |
Minimum |
Maximum |
Meerpersoons |
Eenpersoons |
|
|
14 |
- |
66 |
- |
€ - |
€ - |
|
|
11 |
13 |
51 |
65 |
€ 30,00 |
€ - |
|
|
8 |
10 |
36 |
50 |
€ 35,00 |
€ - |
|
|
5 |
7 |
21 |
35 |
€ 40,00 |
€ 20,00 |
|
|
0 |
4 |
0 |
20 |
€ 45,00 |
€ 22,50 |
|
Tabel 4: Voorbeeldstaffel met hogere teruggavedrempel én hogere teruggave
Voordelen:
- -
Sterkere financiële prikkel om beter afval te scheiden;
- -
Bewoners met een gemiddeld aantal aanbiedingen komen niet meer in aanmerking voor een teruggave;
- -
Beperkte wijzigingen ten opzichte van het huidige systeem;
- -
Positieve insteek blijft gehandhaafd;
- -
Omdat men nooit meer betaald dan de afvalstoffenheffing zijn geen reductieregelingen voor (bijvoorbeeld) medisch afval noodzakelijk.
Nadelen:
- -
Wanneer een huishouden eenmaal boven het aantal aanbiedingen zit waarmee zij recht heeft op een teruggave, is er geen financiële prikkel meer om beter afval te scheiden;
- -
Hoewel de teruggave lager uitvalt omdat de teruggavedrempel hoger ligt, staat dit niet in verhouding tot de meerkosten als gevolg van de verhoging van de teruggave. Ook wanneer een bescheiden verhogen zoals in bovenstaande staffel is voorzien. Dit scenario vraagt daarmee ook om een initiële verhoging van de afvalstoffenheffing om de teruggave mee te bekostigen (zie nadelen scenario 2). Deze ‘bevoorschotting’ bedraagt, bij het behalen van de doelstelling van 100 kg per inwoner, per huishouden ongeveer €8,-.
- -
Als gevolg van de bevoorschotting kleven, ook aan dit scenario, de juridische risico’s zoals die bij scenario 2 zijn beschreven.
Scenario 4: Teruggave én naheffing
Tot slot is een scenario overwogen waarbij de teruggave wordt gecombineerd met een naheffing. Daarbij wordt in het begin van het jaar de afvalstoffenheffing geheven zoals men gewend is. Aan het begin van het volgende jaar volgt dan een teruggave of naheffing die afhankelijk is van het aantal aanbiedingen.
Hieronder is een voorbeeld van een staffel met deze methodiek weergegeven.
|
Minicontainer |
Ondergrondse container |
Teruggave |
|||
|
Minimum |
Maximum |
Minimum |
Maximum |
Meerpersoons |
Eenpersoons |
|
17 |
- |
81 |
- |
+€ 5,00 |
+€ 15,00 |
|
14 |
16 |
66 |
80 |
€ - |
+€ 10,00 |
|
11 |
13 |
51 |
65 |
-€ 25,00 |
+€ 5,00 |
|
8 |
10 |
36 |
50 |
-€ 30,00 |
€ - |
|
5 |
7 |
21 |
35 |
-€ 35,00 |
- € 17,50 |
|
0 |
4 |
0 |
20 |
-€ 40,00 |
- € 20,00 |
Tabel 5: Voorbeeldstaffel met teruggave en naheffing
Bij bovenstaande staffel is het gemiddeld aantal aanbiedingen van 2022 als uitgangspunt genomen. Huishoudens met een gemiddeld aantal aanbiedingen krijgen geen geld terug maar betalen ook niets bij.
Voordelen:
- -
Sterkere financiële prikkel om beter afval te scheiden;
- -
Bewoners met een gemiddeld aantal aanbiedingen komen niet meer in aanmerking voor een teruggave;
- -
Beperkte wijzigingen ten opzichte van het huidige systeem;
- -
Positieve insteek blijft gehandhaafd;
- -
Omdat men nooit meer betaald dan de afvalstoffenheffing zijn geen reductieregelingen voor (bijvoorbeeld) medisch afval noodzakelijk.
Nadelen:
- -
Het belonende karakter van het teruggavesysteem wordt (deels) losgelaten. Dit strookt niet met de uitgangspunten zoals die tijdens de thema-avond zijn meegegeven;
- -
Het kan als ingewikkeld worden ervaren en vraagt daarmee om een uitgebreide uitleg;
- -
De complexere afwikkeling vraagt om meer ambtelijke inzet;
- -
Er is mogelijk een reductieregeling voor medisch afval nodig om bewoners die noodgedwongen meer afval hebben tegemoet te komen.
Scenariokeuze
Gekozen wordt voor Scenario 1: Teruggavedrempel verhogen. Deze heffingsmethodiek resulteert in een sterkere financiële prikkel terwijl tegelijkertijd de staffel wordt vereenvoudigd en de besparing op verwerkingskosten weer in een gezonde verhouding komt te staan met de teruggave. Wanneer het verhogen van de teruggave niet voldoende blijkt, kunnen altijd nog verdere stappen worden overwogen.
De exacte staffel wordt aan het eind van 2024 in het kader van de Verordening Reinigingsheffingen bepaald wanneer ook de verdere maatregelen zoals hierna beschreven hun beslag hebben gekregen.
9. Aanpak
In combinatie met de keuze om de teruggavedrempel te verhogen, moeten de volgende aanvullende maatregelen leiden tot de realisatie van de gemeentelijke ambities.
Daarbij dient de zogenoemde R-ladder als leidraad. De R-ladder geeft, aan de hand van 6 tredes (R1 tot en met R6), de mate van circulariteit aan. Strategieën hoger op de ladder, besparen meer grondstoffen. Hoe hoger een strategie op de R-Ladder staat, hoe meer circulair de strategie is. R1 is daarbij de hoogste trede.
Hieronder worden de 6 pijlers nader toegelicht. Grofweg zijn daarbij de volgende drie niveaus te onderscheiden:
Preventie (R1 en R2)
Bovenaan de ladder staat het verminderen van consumptie en productie en het slimmer produceren en gebruiken van producten.
R1. Afwijzen en heroverwegen
Afstappen van producten of materialen die eigenlijk niet nodig zijn of intensiever productgebruik (bijvoorbeeld door producten via platformen te delen of multifunctionele producten).
R2. Verminderen)
Grondstoffen efficiënter gebruiken door minder grondstoffenverbruik tijdens de productie en het gebruik van producten
Hergebruik (R3 en R4)
Wanneer preventie geen optie is, moet worden gestreefd naar een zo lang mogelijke levensduur van een product.
R3. Hergebruiken
Hergebruik van een afgedankt maar nog goed product. Het krijgt dezelfde functie maar dan bij een andere gebruiker. Ook het ontwerpen van producten met een langere levensduur hoort hierbij.
R4. Repareren, opknappen, reviseren en hergebruiken
Reparatie en onderhoud van een kapot product waardoor het weer opnieuw inzetbaar is. Zo wordt de levensduur van een product verlengd. Opknappen en/of moderniseren van oud product. Maak nieuwe producten van oude producten. Onderdelen van afgedankt product gebruiken in nieuw product met dezelfde of andere functie.
Recycling (R5 en R6)
Als een product uiteindelijk wordt afgedankt moet worden gestreefd naar een zo hoogwaardig mogelijke recycling.
R5. Recycling
Materialen verwerken tot grondstoffen met dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit dan de oorspronkelijke grondstof.
R6. Recover (terugwinnen)
Verbranden van materialen met energieterugwinning. In een circulaire economie komen zo min mogelijk materialen bij deze stap terecht.
Preventie
Afvalpreventie is voor de gemeente Woerden het hoogste doel. Bij preventie gaat het voornamelijk om gedrag van bewoners en de mate waarin (bijvoorbeeld) de verpakkende industrie erin slaagt de hoeveelheid verpakkingsafval terug te dringen. Ook de kwaliteit van de producten en consumptiepatronen spelen een rol.
Specifiek voor textiel leven we bijvoorbeeld in een tijd van Fast Fasion. Deze term, die ook op andere productgroepen van toepassing is, verwijst naar een consumptiecultuur waarbij goedkope kleding wordt gekocht die slechts een korte tijd meegaat. De kwaliteit is bovendien vaak dermate slecht dat het na gebruik alleen nog maar voor laagwaardige recycling in aanmerking komt.
Gemeenten hebben beperkte invloed op de hierboven beschreven consumptiecultuur. Wel kunnen ze bewoners door middel van communicatie wijzen op de beschikbare alternatieven.
In AVU-verband heeft de gemeente hiervoor, onder de noemer Slim met Afval, een aantal campagnes ontwikkeld. Hieronder worden een aantal voorbeelden beschreven van de campagnes die de gemeente in het kader van dit GBP kan uitrollen.
Slim met afval
Voorkomen is beter dan genezen, en dat geldt ook in de afvalwereld. Als er minder producten gebruikt worden of als producten intensiever gebruikt worden, wordt er afval voorkomen.
De Slim Met Afval-campagne staat in het teken van afvalpreventie. Het doel van deze campagne is om inwoners te informeren over afvalpreventie en hen op een positieve manier te stimuleren en uit te dagen om minder afval te produceren. Dat wordt gedaan door alternatieven voor ‘afvalcreërende’ handelingen te laten zien en daarmee mensen concrete handvatten te geven om zelf aan de slag te gaan met minder afval. Zo laat de campagne voorbeelden van andere inwoners zien die bezig zijn met afvalpreventie.
Figuur 3: Voorbeeld uiting
Met uitingen wordt getoond dat kleine stappen heel wat opleveren. Daarbij wordt belerende en reactieve communicatie vermeden. De bedoeling is juist om aansprekende voorbeelden te laten zien. De centrale vraag van de campagne is: hoe kunnen we samen minder afval maken?
Doelgroep
De campagne richt zich zowel op inwoners als ondernemers uit de gemeente. Het streven is om niet alleen de inwoners aan te spreken die al geïnteresseerd zijn in duurzaamheid en afvalpreventie. De campagnes zijn ook gericht op doelgroepen die (nog) niet zo veel met preventie bezig zijn.
Uitgangspunten
- -
Positief: laten zien hoe het wél kan, in plaats van hoe het niet moet
- -
Concreet: handvatten aanreiken hoe je als inwoner slim met afval kan omgaan
- -
Interactief: mensen in staat stellen om zelf direct aan de slag te gaan
- -
Circulair: mensen stimuleren om zelf door te gaan met campagnevoeren, ook nadat de inzet is afgelopen. Bewoners worden in staat gesteld om het verhaal niet alleen te adopteren, maar ook om het door te vertellen. Dat wordt gedaan door inwoners campagnetools te geven, waarmee ze zelf aan de slag kunnen.
- -
Simpele boodschap: ‘less is more’; geen moeilijk taalgebruik of onnodig veel verschillende soorten uitingen. De boodschap is simpel: iedereen kan slimmer omgaan met afval.
Campagnemiddelen en vormen
De campagne wordt op verschillende manieren ingezet in de gemeente. Zowel in de openbare buitenruimte, als in de binnenruimte. Denk aan:
- -
Abricampagne
- -
Bushokjes en schermen
- -
Social media
- -
Indoor horeca en publieke locaties
- -
Advertentiecampagne
- -
Krijtverf
- -
Nieuwsbrief
Figuur 4: Voorbeeld uiting
Uitingen
Er is een opvallend, aantrekkelijk en activerend campagnebeeld ontwikkeld, dat mensen nieuwsgierig maakt naar de campagne. Op die manier worden niet alleen de inwoners aangesproken die al geïnteresseerd zijn in duurzaamheid en afvalpreventie, maar wordt ook ingezet op nieuwe doelgroepen.
Uitvoering
Een goede campagne bestaat uit verschillende dingen op verschillende momenten op verschillende plekken. Dat is simpeler dan het lijkt. Het draait erom dat mensen in staat worden gesteld om zelf aan de slag te gaan met afvalpreventie. Door niet alleen een postercampagne te voeren, maar mensen bijvoorbeeld ook een workshop te laten doen, wordt het mogelijk voor inwoners om zelf iets te doen met het thema.
Er zit altijd een interactieve stap in de campagne. Naast een online en een offline campagnemiddel, wordt ook gebruik gemaakt van een interventie of activiteit.
Voor de verdere uitwerking van de campagne voor de gemeente Woerden wordt een communicatieplan opgesteld.
Hergebruik
Als producten dan toch worden afgedankt dan wordt gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik. Ook hierbij speelt communicatie een belangrijke rol. Daarnaast zet de gemeente in op de doorontwikkeling van het Circulair Ambachtscentrum.
Circulair Ambachtscentrum
Bij een Circulair Ambachtscentrum (CA) wordt onnodig weggooien van grondstoffen en materialen voorkomen door de milieustraat te verbinden met bijvoorbeeld een reparatiewerkplaats, een kringloopwinkel en een onderwijsinstelling.
Spullen die naar de milieustraat worden gebracht, kunnen worden hergebruikt door ze te repareren, op te knappen of een nieuwe bestemming te geven. Zo kan bijvoorbeeld een stoel met deuken en lakschade weer worden opgeknapt tot een stoel die in een tweedehands winkel kan worden verkocht. Daarbij staat niet alleen het tegengaan van grondstofverspilling maar ook de duurzame inzet van mensen centraal.
Om te onderzoeken hoe een Circulair Ambachtscentrum er in de gemeente Woerden uit kan komen te zien, is in december 2022 een proef gedaan. Samen met de bezoekers van de milieustraat, is er gekeken of er iets bruikbaars tussen hun afval zit. Zo wordt inzicht verkregen in de beschikbare materiaalstromen die voor hergebruik in aanmerking komen.
Deze proef heeft een vervolg gekregen en is uitgebreid. In 2023 en 2024 worden op de milieustraat spullen ingenomen. Ook is er op het stadserf een ruimte ingericht waar materialen kunnen worden opgewerkt. Tijdens de proef wordt gekeken welke deelstromen de meeste potentie hebben. Ook wordt gebouwd aan een netwerk van organisaties die met de materialen aan de slag gaan en de herwonnen producten verkopen.
Uitgaande van een positieve uitkomst wordt in de planperiode van dit GBP geanticipeerd op de verdere uitbreiding van het CA.
Aanpak zwerfafval
Het tegengaan van zwerfafval maakt doorgaans geen deel uit van grondstoffenbeleidsplannen. Grondstoffenbeleid richt zich doorgaans op afval dat direct bij huishoudens ontstaat. De aanpak van zwerfafval richt zich daarentegen op het schoonhouden van de openbare ruimte. Daarbij is, met uitzondering van meegebrachte spullen, het afval doorgaans afkomstig van bedrijven.
Toch zijn de twee zaken, zeker in de beleving van bewoners, niet van elkaar te onderscheiden. Om die reden is ervoor gekozen om de aanpak van zwerfafval een plaats te geven in dit GBP.
Afvalscheiden in de openbare ruimte
In de gemeente wordt het afval uit prullenbakken als restafval verwerkt. Er vindt dus geen gescheiden inzameling plaats.
Hierin is de gemeente Woerden geen uitzondering. Rijkswaterstaat startte in juni 2019 daarom het traject ‘Gescheiden afvalbakken in de openbare ruimte’. Twintig gemeenten namen hieraan deel en een aantal daarvan plaatsten zogenoemde duo-afvalbakken of verschillende-fractie-afvalbakken om afval gescheiden te kunnen inzamelen.
De voorlopige conclusie is dat de ingezamelde grondstofstromen vaak zodanig zijn vervuild dat het niet voor recycling in aanmerking komt. Dit ondanks de inspanningen en investeringen op het gebied van communicatie en inzamelmiddelen. Ook leidt de gescheiden inzameling vaak tot meerkosten omdat men meer tijd kwijt is met het leegmaken van de prullenbakken.
Afvalscheiden in de openbare ruimte leidt daarmee tot meerkosten zonder dat er wezenlijke milieuwinst tegenover staat. Daar komt nog bij dat op 1 juli 2021 statiegeld op kleine plastic flesjes is ingevoerd. Vanaf 1 april 2023 geldt deze regeling ook voor blikjes. Doel van deze maatregelen is om de hoeveelheid zwerfafval tegen te gaan. Welk effect deze maatregelen op de langere termijn gaan hebben op de hoeveelheid zwerfafval, is nog onbekend.
Om bovengenoemde redenen wordt vooralsnog niet gekozen voor het faciliteren van de gescheiden inzameling van zwerfafval. Mochten ontwikkelingen hier aanleiding toe geven dan kan deze keuze worden heroverwogen.
Doneerringen
In 2023 is een proef gedaan met zogenoemde Doneerringen. Dit zijn houders die aan prullenbakken worden bevestigd. Passanten die zich van een plastic flesje of blikje met statiegeld willen ontdoen maar geen zin hebben om naar een innamepunt te gaan, kunnen de flesjes in de houder kwijt.
Iemand anders kan het flesje of blikje dan naar een innamepunt brengen om het statiegeld te innen. Op die manier wordt voorkomen dat mensen zich genoodzaakt voelen om het afval in de prullenbak door te pluizen op zoek naar blikjes of flesjes. Dit leidt vaak tot rommel op straat.
Figuur 6: Voorbeeld doneerring
Hoewel het effect van de ringen lastig te meten is, zien medewerkers van de gemeente dat de ringen gebruikt worden. De gemeente is daarom voornemens om het aantal doneerringen uit te breiden naar geschikte locaties waar veel flesjes en blikjes worden aangeboden.
Prullenbakken
Goede inzamelmiddelen helpen bij het tegengaan van zwerfafval. Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt een inschatting gemaakt van het aantal benodigde prullenbakken. Daarbij wordt een balans gezocht tussen service en kosten.
Bij ieder hondenuitrenveld, bij ‘hotspots’ en op veelgebruikte looproutes staat zodoende ten minste één prullenbak. Aanvullende locaties worden bepaald aan de hand van meldingen van bewoners en ervaringen van de gemeentelijke service-medewerkers en de organisatie die de prullenbakken leegt.
Vorig jaar zijn in de binnenstad van Woerden op verschillende plaatsen zogenoemde Big Belly’s geplaatst. Dit zijn prullenbakken voorzien van ingebouwde pers. Zo kan bij ‘hotspots’ meer capaciteit worden gecreëerd zonder dat het straatbeeld wordt ontsierd door extra prullenbakken.
Recycling
Wanneer het afval dan toch ontstaat is het streven om de grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te recyclen. Hieronder worden maatregelen beschreven die hieraan moeten bijdragen.
Groente- Fruit- en Tuinafval
Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) is met een gewichtsaandeel van 35% de grootste, nog in het restafval aanwezige, grondstof. Wat betreft deze fractie is er dus nog veel te winnen.
Het huidige serviceniveau is hoog. Toch zijn er nog verbeterpunten. Momenteel geldt dat voor bewoners die aangeven geen eigen GFT-container te kunnen stallen een maatwerkoplossing wordt gezocht. Slechts een zeer beperkt deel van de bewoners heeft van deze regeling gebruik gemaakt. Dat betekent dat bij het merendeel van de hoogbouw-locaties het gescheiden aanbieden van GFT nog niet mogelijk is.
Sinds het vorige GBP hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan. Inmiddels is er bij veel gemeenten de nodige ervaring opgedaan met zogenaamde GFT-cocons. Dit zijn minicontainers (kliko’s) in een metalen behuizing waarin huishoudens, die geen eigen minicontainer kunnen stallen, hun GFT-afval deponeren.
Vanzelfsprekend gaat het daarbij voornamelijk om Groente- en Fruitafval, het afval dat in de keuken vrijkomt. Veel van de betreffende huishoudens beschikken namelijk niet over een tuin.
Voor de gemeente Woerden wordt met dergelijke containers gescheiden inzameling van GFT mogelijk. Dit is randvoorwaardelijk voor de verdere beleidsopties. Dit GBP voorziet dan ook in het gemeentebreed plaatsen van GFT-cocons bij hoogbouwlocaties.
Figuur 5: Voorbeeld GFT-cocon
Verzamelcontainers voor PMD en Oud Papier
In de gemeente worden bovengrondse verzamelcontainers (voor PMD) ingezet. Waar mogelijk worden deze verzamelcontainers ondergronds gebracht. Hiermee wordt het straatbeeld verbeterd en wordt meer inzamelcapaciteit gecreëerd. Ook wordt het mogelijk om de containers te voorzien van toegangscontrole (bij bovengrondse containers kan dit niet) waarmee oneigenlijk gebruik kan worden tegengegaan.
Ook worden verzamelcontainers zodanig herschikt dat er clusters ontstaan waar alle grondstoffen kunnen worden gebracht (mini-milieustraatjes zogezegd). Daarbij is het streven om de verzamelcontainers bij hoogbouw locaties te plaatsen waar bewoners weinig ruimte hebben om de PMD-zakken en het oud papier inpandig op te slaan.
Luierafval
Het restafval in Nederland bestaat voor 5 – 8% uit luiers en incontinentiemateriaal3. Luierafval is daarmee één van de grootste afvalstromen die nog niet gerecycled kan worden. Met name voor jonge gezinnen met kinderen ‘in de luiers’ bestaat het restafval nog voor een groot deel uit luierafval.
Recent is de eerste luierrecyclinginstallatie geopend. Hier wordt luierafval (inclusief incontinentiemateriaal) verwerkt. Bij de verwerking wordt het plastic uit de luiers herwonnen. Wat overblijft is een organische slurry.
Bij de opschaling van de installatie doet zich echter een aantal problemen voor. De organische slurry blijkt ongeschikt voor verwerking in een vergistingsinstallatie. Daarmee valt een belangrijk afzetkanaal weg. Totdat hiervoor een alternatief is bedacht, worden er geen nieuwe contracten meer aangegaan.
Momenteel wordt in de gemeente Woerden een proef gedaan met luierinzameling. De voorlopige resultaten zijn bemoedigend. Uit een enquête onder deelnemers blijkt dat de gebruikers enthousiast zijn. De gebruikte inzamelmiddelen werken naar behoren en de capaciteit is voldoende. Wel geeft een aantal deelnemers aan de loopafstand lang te vinden.
Dit GBP voorziet in de verlenging van de proef maar niet in uitbreiding ervan. Redenen hiervoor zijn de problemen met betrekking tot het verwerken van het luierafval en het gebrek aan inzamelcapaciteit.
Milieustraat
Momenteel is het aantal gratis bezoeken voor de milieustraat begrensd tot 24, daarna geldt een betaaltarief per bezoek van €8,-. Doel van de begrenzing van het aantal gratis bezoeken is een eerlijke verdeling van kosten door “veelgebruikers” te belasten en om oneigenlijk gebruik door bedrijven tegen te gaan.
Regelmatig werden medewerkers van de milieustraat namelijk geconfronteerd met personen in bedrijfswagens en/of bedrijfskleding die afval komen storten. Het ging hierbij voornamelijk om bouw- en sloop afval (BSA). Deze personen maken gebruik van een afvalpas van de gemeente, het sterke vermoeden bestaat echter dat het hier gaat om bedrijfsafval. Bij navraag is de response vaak dat het om een privé verbouwing gaat waarbij gebruik gemaakt wordt van de bedrijfswagen/ -kleding. Het tegendeel is zonder uitgebreid onderzoek niet te bewijzen en preventie was in dergelijke gevallen praktisch onmogelijk.
Het aantal gratis bezoeken is dermate hoog dat er nagenoeg geen corrigerende werking vanuit gaat. Daarom is een aantal jaar geleden een betaaltarief voor BSA op de milieustraat geïntroduceerd. Sindsdien betaalt een bezoeker €10,50 per ¼ m3 BSA ongeacht het aantal gratis bezoeken dat men nog over heeft. Om te bepalen of iets BSA is, wordt gekeken naar de herkomst van het afval. Zo is een houten deur BSA (en dus betaald) en een houten stoel houtafval (en dus gratis). Dit levert bij bezoekers onbegrip, frustratie en soms zelfs agressie op. Iets wat het werk van de medewerkers op de milieustraat niet makkelijker maakt.
Beperking aantal gratis bezoeken
Dit GBP voorziet in een aanpassingen van het tariefsysteem op de milieustraat. Het betaaltarief voor BSA komt te vervallen. Daarentegen wordt het aantal gratis bezoeken beperkt tot 8. Daarna geldt een betaaltarief dat hoger ligt dan de huidige €8,-. De exacte hoogte wordt in de Verordening Reinigingsheffingen bepaald, die aan het eind van ieder jaar door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
De 8 gratis bezoeken zijn voor het overgrote deel van de Woerdenaren ruim voldoende. Een dergelijk aantal wordt in veel Nederlandse gemeenten al toegepast. In Woerden is in 2017 voor het laatst onderzoek naar het aantal bezoekers op de milieustraat gedaan. In dat jaar brachten ongeveer 13.000 huishoudens een bezoek aan de milieustraat. Gemiddeld kwamen de betreffende bezoekers 4 keer langs. Bijna 90% van de bezoekers had aan 8 of minder bezoeken voldoende.
In onderstaande grafiek zijn de resultaten weergegeven. Op de verticale as is het aantal bezoeken weergegeven. Op de horizontale as is het aantal huishoudens weergegeven dat het corresponderende aantal bezoeken aan de milieustraat bracht. Ter verduidelijking, ruim 3000 huishoudens kwam in 2017 één keer naar de milieustraat.
Verlaging tarief restafvalzakken
Niet alleen het betaaltarief voor BSA komt te vervallen, ook het betaaltarief voor zakken restafval wordt verlaagd. Dit is momenteel €10,50 per zak. Dit bedrag is destijds, bij de introductie van Het Nieuwe Inzamelen, gekozen om het brengen van zakken restafval op de milieustraat te ontmoedigen en zo sluikstort tegen te gaan. Om die reden is het tarief hoog ingestoken. Het aantal zakken restafval dat naar de milieustraat wordt gebracht is dan ook zeer gering.
Dit tarief kan omlaag zonder dat de preventieve werking hieronder leidt. Het voorgenomen tarief zal rond de €5,- liggen. Zo wordt sluikstort tegengegaan maar worden bezoekers die onverhoopt, en vaak ook onbewust, toch nog een afvalzak bij zich hebben niet met hoge kosten geconfronteerd.
Keteninnovatie Afval Verwijdering Utrecht
De Afval Verwijdering Utrecht (AVU) is een gemeenschappelijke regeling van 25 Utrechtse gemeenten (waaronder de gemeente Woerden). De AVU draagt zorg voor de overslag, het transport en de verwerking van het huishoudelijk afval.
Al sinds de gezamenlijke aanbesteding van de sortering en de vermarkting van het PMD in 2014 werken de AVU, Circulus-Berkel en ROVA nauw samen op diverse afvaldossiers. Circulus-Berkel en ROVA zijn samenwerkingsverbanden van verschillende gemeenten. Zij verzorgen voor de bij hen aangesloten gemeenten onder andere de afvalinzameling en -verwerking.
De gemeenschappelijke doelen en de ‘klik’ tussen de organisaties waren aanleiding om deze samenwerking verder vorm te geven. Begin 2019 zijn de AVU, Circulus-Berkel en ROVA daartoe de strategische alliantie CirkelWaarde gestart. De alliantie bestaat uit een Expertisecentrum en een Handelshuis.
Het Handelshuis richt zich op het gezamenlijk voorbereiden en uitvoeren van aanbestedingen en het (pro)actief beheren van contracten. In het Expertisecentrum wordt kennis ontwikkeld, worden nieuwe inzichten vergaard en wordt relevante wet- en regelgeving vertaald naar praktisch bruikbare informatie. Deze kennis en informatie wordt vervolgens gebundeld en gedeeld. Gezamenlijk met het Handelshuis worden kansen voor duurzame(re) verwerking gesignaleerd.
Een aansprekend voorbeeld van deze wisselwerking is de recente aanbesteding voor de inzameling en verwerking van textiel. De verwerkingsmarkt voor textiel is weinig transparant. Zo is niet altijd duidelijk hoe het ingezamelde textiel wordt verwerkt en welk deel voor hoogwaardige recycling in aanmerking komt.
Door gedegen marktkennis en door de krachten te bundelen, konden aan de potentiële verwerkers strenge eisen worden gesteld wat betreft rapportage en monitoring. Iets wat de hoogwaardige inzet van het ingezamelde textiel ten goede komt.
Ook in de toekomst kunnen, door intensieve samenwerking, grondstofketens verder worden verduurzaamd. Samen kan bovendien invloed worden uitgeoefend op gemeente-overschrijdende dossiers. Bijvoorbeeld door de verpakkende industrie uit te dagen de hoeveelheid verpakking terug te dringen.
Samenwerking maatschappelijke organisaties
Momenteel kunnen maatschappelijke organisaties die bewoners helpen bij het afvoeren van huishoudelijk (bouw- en sloopafval) op de milieustraat terecht.
De regeling is bedoeld voor organisaties die namens bewoners huishoudelijk afval op de milieustraat komen brengen. Bijvoorbeeld omdat de betreffende bewoner hiertoe zelf niet in staat is. Daarbij wordt in principe gebruik gemaakt van de afvalpas die bij het adres van de bewoner hoort. De regeling is dus niet bedoeld voor afval van de organisaties zelf. Dergelijk bedrijfsmatig afval mag op de milieustraat niet worden ingenomen.
Het aantal bezoeken dat deze organisaties konden brengen was beperkt tot 4 keer per jaar. In samenspraak met de deelnemende organisaties is dit aantal verhoogd naar 8 keer. Ook is een oproep gedaan aan andere maatschappelijke organisaties die deel willen nemen en aan de voorwaarden voldoen.
De gemeente blijft in contact met de verschillende organisaties om te zien of verdere verbetering noodzakelijk is.
10. Planning
In 2024 worden de, in dit plan beschreven, maatregelen ten uitvoer gebracht. De verzamelcontainers worden geplaatst. In dat jaar wordt bovendien uitgebreid gecommuniceerd om bewoners de informeren en te enthousiasmeren over de ophanden zijnde wijzigingen.
Met name het plaatsen van de GFT-cocons vraagt de nodige tijd, zeker omdat het streven is om bewoners zoveel mogelijk op een informele manier te laten meedenken over de locaties.
Wanneer afvalscheiden nóg makkelijker gemaakt is, kan de financiële prikkel worden verhoogd door de staffel aan te passen. Deze zal, als onderdeel van de Verordening Reinigingsheffing, eind 2024 aan de raad worden voorgelegd. Per 1 januari 2025 gaat de nieuwe teruggavestaffel gelden.
11. Financiën
Uitgaven
In onderstaande tabel worden de, voor de implementatie van het GBP, benodigde eenmalige uitgaven weergegeven.
|
Omschrijving |
Uitgaven |
|
GFT-cocons |
€ 970.000 |
|
Projectkosten |
€ 49.000 |
|
Totaal |
€ 1.019.000 |
Tabel 5: Benodigde uitgaven
Het betreft uitgaven met betrekking tot de aanschaf van de GFT-cocons en, met de plaatsing, samenhangende projectkosten.
Investeringen in Doneerringen worden uit de subsidiegelden van de verpakkende industrie gedekt. De benodigde middelen ten behoeve van het Circulair Ambachtscentrum zijn al in de begroting opgenomen.
Afvalbeheerkosten
Gelet op bovenstaande uitgaven is hieronder een inschatting gemaakt van de impact van de beleidskeuze op de afvalbeheerkosten. Bij de besparing op de verwerkingskosten is ervan uitgegaan dat de milieudoelstellingen worden gehaald. Met andere woorden, dat de hoeveelheid restafval daalt naar 100 kg restafval per inwoner per jaar.
|
Omschrijving |
Effect |
|
Inzamelkosten |
€ - |
|
Verwerkingskosten |
€ -470.000 |
|
Communicatie |
€ 25.000 |
|
Kapitaallasten |
€ 110.000 |
|
Afvalbeheerkosten |
€ -335.000 |
|
|
|
|
Afvalbeheerkosten per inwoner |
€ -6 |
|
Afvalbeheerkosten per huishouden |
€ -15 |
De besparing moet worden gelezen als de verwachte impact van de beleidskeuze ten opzichte van het handhaven van de status quo.
Kostenstijgingen beïnvloeden de werkelijke resultaten. Zo kan het zijn dat, ondanks de daling van de hoeveelheid restafval, de afvalstoffenheffing stijgt. Echter niet zo veel als wanneer de status quo gehandhaafd zou zijn gebleven.
Uitgangspunt is dat zowel de lasten als de besparing budgettair neutraal verlopen via het gesloten systeem (voorziening afvalstoffenheffing).
Voorziening
Het streven is om een voorziening te handhaven van circa 5% van de begroting om tegenvallers op te vangen.
Door geopolitieke en economische ontwikkelingen zal de afgelopen periode de boeken ingaan als het jaar van de exorbitant schommelende (energie)prijzen. De dure energie werkt door in alle productieprocessen en producten. Daarbij komt ook nog de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor lonen stijgen, als er al personeel te vinden is.
Ter illustratie, de papieropbrengst is sinds augustus 2022 fors aan het dalen. Veel papierfabrieken leggen als gevolg van de hoge energiekosten de recycling processen stil of schalen deze af. Bovendien loopt de vraag naar verpakkingsmateriaal terug. Er worden minder artikelen besteld. Consumenten houdende hand op de knip.
Bovenstaande onzekerheden en de verwachte vervangingsinvesteringen vragen om een adequate voorziening. Zo wordt voorkomen dat tegenvallers en toegenomen kapitaallasten direct leiden tot een aanpassing van de tarieven van de afvalstoffenheffing.
12. Appendix 1: Scenarioanalyse herziening Grondstoffenbeleidsplan
Grondstoffenbeleidsplan 2023 - 2026 Gemeente Woerden
Aanleiding
Begin 2023 is een herziening van het Grondstoffenbeleidsplan (GBP) voorzien. In het GBP wordt beschreven hoe de gemeente Woerden omgaat met de inzameling van huishoudelijk afval.
In onderhavige scenarioanalyse is een aantal scenario’s uitgewerkt. Daarbij wordt een indicatie gegeven van de verwachte impact voor wat betreft de service, het milieu en de kosten. Dit stuk bouwt voort op de eind 2021 aan de raad gestuurde Evaluatie Grondstoffenbeleidsplan 2016 – 2020 en dient als onderlegger voor de thema-avond van 2 februari 2023 over het GBP. Tijdens de thema-avond kunnen de mogelijke beleidsinstrumenten worden bediscussieerd. Daarbij kunnen voorlopige keuzes worden gemaakt wat betreft de doelstellingen, het inzamelsysteem en het flankerende beleid. Het resultaat van deze discussie is richtinggevend voor de verdere beleidsvorming.
Leeswijzer
Hieronder wordt in hoofdstuk 1 allereerst het huidige beleid beschreven.
In hoofdstuk 2 worden de resultaten van dit beleid geëvalueerd. De opbouw van de evaluatie volgt de zogenoemde ‘afvaldriehoek’. De afvaldriehoek is een in de afvalbranche, veelgebruikt instrument om de effecten van afvalbeleid inzichtelijk te maken. Hierbij worden de aspecten milieu, service en kosten naast elkaar gezet. De uitdaging is om tegen zo laag mogelijke kosten een optimaal serviceniveau en milieurendement te realiseren.
In hoofdstuk 3 wordt een aantal mogelijke vervolg scenario’s geschetst. Daarbij is ook aandacht voor specifieke afvalstromen en flankerende beleid.
Figuur 1: Afvaldriehoek
Huidig beleid
Op 1 januari 2017 startte de gemeente Woerden met een nieuwe wijze van het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze verandering kwam voort uit het, door de gemeenteraad, vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan 2016 – 2020 en kreeg de naam ‘het nieuwe inzamelen’ (HNI).
Bij HNI is de hoogte van de afvalstoffenheffing afhankelijk van het aantal keer dat restafval wordt aangeboden (variabel tarief). Bewoners die minder vaak restafval aanbieden krijgen aan het eind van het jaar een deel van de afvalstoffenheffing terug. De hoogte van de teruggave wordt bepaald aan de hand van een staffel (zie Appendix 1: Huidige teruggave staffelAppendix 1). Alleen het aantal restafval-aanbiedingen wordt geregistreerd de overige afval-/ grondstofstromen niet.
De keuze voor HNI was het gevolg van een in juli 2015 gehouden inwonerspeiling, die achteraf de naam ‘Kliko-stemmen’ kreeg. Aan de peiling nam 57% van de huishoudens deel. Bewoners konden kiezen uit de volgende drie opties:
- D.
Minder vaak ophalen van afval (eenmaal per vier weken, met een reductie van de afvalstoffenheffing);
- E.
Belonen voor beter scheiden (inwoners krijgen aan het einde van het jaar een deel van de betaalde afvalstoffenheffing terug, afhankelijk van het aantal keren dat zij de restafvalcontainer aangeboden hebben);
- F.
Betalen per aanbieding (inwoners betalen een lagere afvalstoffenheffing en betalen daarbij een vastgesteld bedrag voor elke keer dat zij restafval aanbieden).
Driekwart van de stemmen ging naar optie B. De gemeenteraad besloot eind 2016 formeel tot de introductie van HNI.
Landelijke kaders
De rijksoverheid gelooft dat de transitie naar een circulaire economie essentieel is voor de concurrentiepositie van Nederland. Om deze transitie te bevorderen is het programma Circulaire Economie opgesteld. Dit programma heeft tot doel om in Nederland nog vóór 2050 een circulaire economie te realiseren. Deze doelstelling is nader uitgewerkt in het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG). Hierin worden actielijnen beschreven waarmee in Nederland de circulaire economie wordt bereikt.
Specifiek voor huishoudelijk afval geldt het uitvoeringsprogramma VANG-Huishoudelijk afval (VANG-HHA). In februari 2022 vond een herijking van VANG-HHA plaats waarbij werd teruggeblikt op de voorgaande periode. Daarbij werd geconcludeerd dat de ambitie om in 2020 75% afvalscheiding en 100 kilo restafval per inwoner te realiseren niet is gehaald. Gemeenten hebben wel stappen gezet.
- •
In de periode 2015-2020 daalde de gemiddelde hoeveelheid restafval van 240 kg (per inwoner per jaar) naar 180 kg.
- •
In 2020 behaalden 31% van de gemeenten 75% afvalscheiding, tegenover 7% in 2015.
- •
Ruim 15% van de gemeenten hadden minder dan 100 kg restafval per inwoner.
Er zijn dus grote stappen gezet. Maar door de enorme impuls die afvalscheiding heeft gekregen is de kwaliteit van bepaalde deelstromen ook onder druk komen te staan.
Voor de periode 2021-2025 blijft het streven om, door middel van goede afvalscheiding, hoogwaardige recycling te faciliteren. Het accent komt daarbij sterker te liggen op preventie en hoogwaardigere (kwalitatief betere) ingezamelde stromen.
De genoemde doelstellingen zijn nu nog ‘ambities’ en geen verplichting. Echter, wanneer de resultaten achterblijven, kan de overheid sturende middelen inzetten.
Ambitie en uitgangspunten
In het GBP 2016 – 2020 werd de volgende ambitie uitgesproken:
Het is de ambitie van de gemeente Woerden om de landelijke doelstelling te realiseren: De doelstelling is om in 2020 minimaal 75% afvalscheiding (ofwel 100 kg restafval per inwoner per jaar) te realiseren.
Daarbij golden de volgende uitgangspunten.
- •
afvalscheidingsgemak voor de inwoners;
- •
afvalinzameling tegen gelijkblijvende of lagere kosten;
- •
inwoners worden waar mogelijk betrokken bij de invulling van het beleid;
- •
door zorgvuldige communicatie blijven de inwoners op de hoogte van de vorderingen en wordt bewustwording vergroot.
Inmiddels is landelijk het scheidingspercentage als indicator nagenoeg losgelaten. In plaats daarvan wordt gerekend met de hoeveelheid restafval, uitgedrukt in kilogram per inwoner per jaar.
Belangrijke reden voor deze overstap is omdat het scheidingspercentage sterk afhankelijk is van andere factoren. Zo is in de gemeente Woerden bijvoorbeeld een betaaltarief voor Bouw- en Sloopafval (BSA) gaan gelden. Dit heeft het gewenste effect. Het brengen van bedrijfsmatig afval op de milieustraat, ten laste van de afvalstoffenheffing-betalende bewoner, wordt tegengegaan.
Daarmee nemen onder andere echter ook de hoeveelheden puin en hout af. Deze stromen tellen mee als gerecycled afval bij de berekening van het scheidingspercentage. De afname van de hoeveelheid BSA heeft daarmee een negatief effect op het scheidingspercentage terwijl het totale effect juist positief is.
Huidig inzamelsysteem
Hieronder is het inzamelsysteem van de gemeente Woerden schematisch weergegeven. Bij de laagbouw wordt iedere twee weken restafval4, GFT (Groente, Fruit en Tuinafval), oud papier5 en PMD (Plastic-, Metaalverpakkingen en Drankenkartons) ingezameld.
Ook bij hoogbouw wordt oud papier en PMD iedere twee weken aan huis ingezameld. Voor restafval loopt men naar de verzamelcontainers in de buurt. Op enkele hoogbouw-locaties wordt GFT in verzamelcontainers ingezameld. Daarnaast kunnen bewoners voor PMD, glas en textiel ook bij verzamelcontainers terecht. Huishoudelijk afval dat niet in de container past, kan naar de milieustraat worden gebracht.
Het serviceniveau in de gemeente Woerden is landelijk gezien hoog. Dat wil zeggen dat bij gemeenten met een vergelijkbaar serviceniveau het halen van de doelstelling van 100 kg mogelijk blijkt.
Milieustraat en grofvuil
Grofvuil kan van dinsdag tot en met zaterdag naar de milieustraat worden gebracht. Daarnaast wordt het, tegen vergoeding en op afspraak, aan huis opgehaald.
De toegang tot de milieustraat wordt geregeld middels een slagboom die alleen met een geautoriseerde afvalpas te openen is. Zo wordt oneigenlijk gebruik van de milieustraat door bijvoorbeeld bedrijven tegengegaan.
Met het oog op het principe ‘de vervuiler betaalt’ is het aantal gratis bezoeken begrensd tot 24, daarna geldt een betaaltarief per bezoek van €7,50. Daarnaast geldt een betaaltarief voor huishoudelijk afval in zakken (€10 per zak) en bouw- en sloopafval (€10 per ¼ m3).
Resultaten afgelopen planperiode
Hieronder worden, aan de hand van de afvaldriehoek (zie Leeswijzer), de resultaten van de afgelopen periode geëvalueerd.
Milieu
In deze categorie vallen alle zaken die te maken hebben met de kwaliteit en de kwantiteit van de ingezamelde afval- en grondstofstromen.
Kwaliteit
Een belangrijke reden voor de keuze voor een teruggave-systeem, is de aard van de prikkel. Er wordt veel waarde gehecht aan de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen en een te sterke financiële prikkel kan ertoe leiden dat restafval bij de grondstofstromen belandt.
Incidenten daargelaten heeft het HNI niet geleid tot een daling van de kwaliteit. In een kwaliteitsvergelijk door de AVU van ingezameld Plastic-, Metaalverpakkingen en Drankenkartons (PMD) behoort de gemeente Woerden steevast tot de best presterende gemeenten.
In 2020 is, in opdracht van de AVU, bovendien het ingezamelde PMD geanalyseerd. Hieruit werd geconcludeerd dat PMD uit de gemeente Woerden aan de gestelde eisen voldoet wat betreft het aandeel aanwezige stoorstoffen6. Dit is niet vanzelfsprekend. Veel gemeenten kampen met overmatige vervuiling van de PMD-stroom. Met andere woorden, de financiële prikkel van HNI, leidt niet tot reductie van de kwaliteit van het ingezamelde PMD.
Van de overige grondstofstromen (GFT, Oud Papier etc.) zijn dergelijke sorteeranalyses niet beschikbaar. Echter, de aangeleverde grondstoffen worden bij aankomst door de verwerker gecontroleerd op stoorstoffen en er is geen toename in de hoeveelheid afgekeurde vrachten. Hieruit kan worden opgemaakt dat ook de kwaliteit van deze grondstoffen stabiel is gebleven.
Kwantiteit
Ingezameld restafval
Hoofddoelstelling van HNI was het vinden van aansluiting bij de landelijke doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner, per jaar in 2020. Restafval is hierbij gedefinieerd als al het niet-recyclebare afval, inclusief het Grof Huishoudelijk Afval dat (op de milieustraat) ongescheiden is aangeboden.
In onderstaande tabel wordt het verloop van de hoeveelheid restafval over de afgelopen jaren weergegeven.
|
Jaar |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 (P) |
|
Restafval |
208 |
197 |
165 |
162 |
158 |
172 |
168 |
162 |
Tabel 1: Ingezamelde hoeveelheden (kilogram, per inwoner, per jaar)
In 2016 is, na een lange periode van stabiliteit, de eerste trendbreuk waarneembaar. Dit was het jaar dat de voorbereidingen voor de implementatie van HNI in volle gang waren. Bewoners ontvingen veel informatie over afval scheiden, afval verminderen en de op handen zijnde wijzigingen. Dit heeft tot een daling geleid van ruim 11 kg per inwoner per jaar. Een reductie van ongeveer 5% ten opzichte van het jaar ervoor.
Deze daling zette in de daarop volgende jaren door. In 2019 bereikte het zijn laagste punt. De hoeveelheid restafval bedroeg toen 158 kg. In vergelijking met ‘ijkjaar’ 2015 werd de hoeveelheid restafval in 2019 teruggebracht met 50 kg ofwel 24%.
In 2020 steeg de hoeveelheid (rest)afval sterk. In dat jaar zorgde de Corona-maatregelen ervoor dat veel mensen thuiswerkten. Daarmee kwam het afval dat voorheen op het werk ontstond bij het huishoudelijk afval terecht. Dit is een landelijk fenomeen. Gemiddeld werd in Nederland in die periode 29 kg7 meer huishoudelijk restafval aangeboden.
Bij gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheid lag de hoeveelheid restafval in 2020 gemiddeld op 175 kg8. In vergelijking daarmee presteert de gemeente Woerden bovengemiddeld.
Ingezamelde grondstoffen
In onderstaande tabel is, van de belangrijkste grondstofstromen, de ingezamelde hoeveelheid (per inwoner) van 2021 vergeleken met die van ijkjaar 2015.
|
Fractie |
2015 |
2021 |
Verschil |
|
Restafval |
208 |
168 |
-19% |
|
GFT |
79 |
93 |
18% |
|
Oud Papier |
46 |
46 |
0% |
|
Verpakkingsglas |
23 |
24 |
7% |
|
PMD |
12 |
23 |
84% |
|
Textiel |
3,2 |
3,7 |
17% |
|
Overig |
116 |
55 |
-53% |
|
Totaal |
487 |
413 |
-15% |
|
Scheidingspercentage |
57% |
59% |
2% |
Tabel 2: Ingezamelde grondstoffen
Ten opzichte van 2015 is bij nagenoeg alle grondstofstromen de ingezamelde hoeveelheid gestegen. Met name de hoeveelheid GFT, PMD en textiel zijn sterk toegenomen.
Verder is te zien dat de totale hoeveelheid afval is afgenomen. Belangrijkste oorzaak hiervoor is de sterke afname in de hoeveelheid Bouw- en Sloopafval (onder Fractie - Overig) dat naar de milieustraat wordt gebracht. Dit is het gevolg van het betaaltarief dat voor deze stroom is gaan gelden.
Uit de verdere afname kan worden opgemaakt dat HNI heeft bijgedragen aan het afvalbewustzijn. Bewoners gooien minder snel iets weg of men doet bewuster inkopen en kiest voor producten met minder (verpakkings-)afval.
Samenstelling restafval
Zoals bijna ieder jaar is ook eind 2021 het ingezamelde restafval onderzocht. Tijdens deze analyse wordt op basis van een representatief monster de samenstelling van het restafval geanalyseerd. In nu volgende figuur is de inhoud van een gemiddelde restafvalcontainer weergegeven.
Figuur 2: Samenstelling restafval op basis van gewicht
GFT is met een gewichtsaandeel van 35% de grootste, nog in het restafval aanwezige, grondstof. Gevolgd door PMD en OPK die beiden 10% voor hun rekening nemen. Met name wat betreft GFT is er dus nog veel te winnen.
Verder is te zien dat 23% (ofwel ongeveer 39 kg) van wat er in de gemeente Woerden bij het restafval verdwijnt daadwerkelijk restafval is9. Al het overige is een grondstof die gescheiden aangeboden kan worden.
Vergelijk voorgaande planperiodeIn onderstaande tabel wordt de samenstelling van het restafval van 2021 vergeleken met de resultaten uit 2015. Laatstgenoemde resultaten zijn ook gebruikt in het Grondstoffenbeleidsplan 2016 – 2020.
|
Fracties |
2015 |
2021 |
|
Glas |
4% |
3% |
|
Textiel |
6% |
4% |
|
Oud Papier |
9% |
10% |
|
PMD |
20% |
10% |
|
GFT |
39% |
35% |
|
Overig herbruikbaar |
5% |
14% |
|
Restafval |
18% |
23% |
Voor nagenoeg alle grondstofstromen is het aandeel afgenomen of gelijk gebleven. Met name het aandeel PMD is sterk gedaald. Dit komt overeen met de toename van de gescheiden ingezamelde hoeveelheid van de betreffende stromen (zie: Ingezamelde grondstoffen). Het aandeel restafval is gestegen. Naarmate de grondstoffen niet langer bij het restafval eindigen bestaat een steeds groter deel van het afval in de container daadwerkelijk uit restafval.
Service
Onder de pijler service van de afvaldriehoek wordt de (beleving) van de dienstverlening in het algemeen verstaan. Dat is de manier en het aantal keer dat wordt ingezameld maar ook het aantal klachten en meldingen dat met betrekking tot afvalinzameling is ontvangen.
Afvalinzameling
De gemeente heeft een eigen inzameldienst voor de inzameling van huishoudelijk afval. Wat betreft inzamelfrequentie en inzamelmiddelen is er ten opzichte van de periode vóór 2017 weinig veranderd. Op enkele locaties werden, daar waar registratie van het aantal aanbiedingen nog niet mogelijk was, (ondergrondse) verzamelcontainers geplaatst. Daarnaast zijn de restafvalcontainers vervangen en voorzien van een registratiechip.
De veranderingen vonden vooral ‘achter de schermen’ plaats. Zo werd een containermanagementsysteem (CMS) in gebruik genomen waarmee het aantal aanbiedingen restafval kon worden geregistreerd. Middels gegevenskoppelingen wisselt het CMS informatie uit met het belastingsysteem zodat de eventuele teruggave op de belastingaanslag in mindering kan worden gebracht.
Gebruikers van verzamelcontainers moesten wellicht even wennen aan het gebruik van de afvalpas om de container te openen. Daarentegen maakt een toegangssysteem het mogelijk oneigenlijk gebruik van verzamelcontainers tegen te gaan zodat ze beschikbaar blijven voor de boogde gebruikers. Kortom, het serviceniveau van de dienstverlening is nagenoeg gelijk gebleven.
Beleving
Aan de hand van de aard en het aantal meldingen en interactie met bewoners houdt het Team Afval & Reiniging een vinger aan de pols.
Na een piek tijdens de Corona-periode neemt het aantal meldingen weer af. Het algemene beeld is stabiel. HNI heeft niet geleid tot een significante stijging van afvaldumpingen of een structurele toename van de hoeveelheid zwerfafval.
De ervaring leert dat bewoners vooral geïnteresseerd zijn in een schone leefomgeving. De meeste meldingen hebben dan ook betrekking op zaken die het straatbeeld vervuilen zoals afval dat naast de container staat of afval dat buiten de inzameldagen wordt aangeboden. Meldingen over te vroeg opgehangen of rondslingerende PMD-zakken springen er hierbij uit. Dit is voor veel bewoners een ergernis.
Kosten
Deze pijler van de afvaldriehoek omvat alle financiële aspecten die betrekking hebben op de afvalinzameling.
Afvalbeheerkosten
De afgelopen jaren zijn de afvalbeheerkosten fors gestegen. Dit is een landelijke trend. Uit onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt dat de gemiddelde afvalstoffenheffing in 2021 steeg met 8,8%. Ook in 2020 en 2019 steeg de afvalstoffenheffing met respectievelijk 8,0- en 5,1%10. Landelijke informatie over 2022 was ten tijde van het opstellen van dit document nog niet beschikbaar.
In 2021 betaalde een gemiddeld éénpersoonshuishouden (bij volledige kostendekking) in Nederland ongeveer €251. Een meerpersoonshuishouden betaalde €319. In de gemeente Woerden was dat in 2021 respectievelijk €225 en €273 per jaar. Dit is exclusief de eventuele teruggave. Voor veel huishoudens valt de werkelijke afvalstoffenheffing dus lager uit.
Een van de doelstellingen van HNI was om de hoeveelheid restafval terug te dringen en zo de stijging van de afvalbeheerkosten binnen de perken te houden. Ten opzichte van ijkjaar 2018 is de hoeveelheid restafval sterk afgenomen, terwijl de hoeveelheid grondstoffen toenam. Vanwege de lagere verwerkingstarieven van grondstoffen (en in sommige gevallen opbrengsten), resulteert dit in ongeveer €190.000 in vermeden verwerkingskosten voor deze stromen. Dat is met ruim 22.000 huishoudens een bedrag van ongeveer €8,60 per huishouden11.
Teruggave
In Appendix 1 is de geldende teruggavestaffel opgenomen. Uitgangspunt bij het vaststellen van de hoogte van de teruggave was dat deze in verhouding moest staan tot de gerealiseerde besparing als gevolg van de lagere verwerkingskosten van restafval. Op die manier werd een financieel verantwoord systeem nagestreefd.
Hoe meer personen per huishouden, hoe lastiger het is om de hoeveelheid restafval te reduceren. Ook hiermee werd bij de teruggave rekening gehouden.
In 2021 is €309.633 teruggegeven. Dat is iets meer dan in 2020, toen bedroeg de teruggave €304.113. In totaal kregen 12589 huishoudens een deel van de afvalstoffenheffing retour. Per éénpersoonshuishouden dat in aanmerking kwam, bedroeg de teruggave gemiddeld ongeveer €16. Voor een meerpersoonshuishouden was dit €30.
Gemiddeld zette een éénpersoonshuishouden in 2021 de minicontainer 11 keer aan de weg. Een gemiddeld meerpersoonshuishouden deed dat bijna 16 keer.
Conclusie resultaten
Ten opzichte van het ijkjaar 2015 is de hoeveelheid restafval per persoon, per jaar teruggebracht naar 162 kg. Dat is een daling van ruim 20%. Bij gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheid lag de hoeveelheid restafval in 2020 gemiddeld op 175 kg . Daarmee presteert de gemeente Woerden bovengemiddeld.
Ook de totale hoeveelheid (per inwoner per jaar) is afgenomen. Dit is deels te verklaren door de sterke afname van de hoeveelheid Bouw- en Sloopafval dat naar de milieustraat wordt gebracht. Het andere deel kan worden toegerekend aan een sterker afvalbewustzijn waardoor het ontstaan van afval wordt tegengegaan.
Uit bovenstaand kan worden opgemaakt dat Woerdenaren enthousiast aan de slag zijn gegaan met het scheiden van afval. De hoge kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen laat zien dat dit ook netjes gebeurt.
De wijzigingen wat betreft de inzamelmethodiek als gevolg van HNI bleven beperkt. Met uitzondering van een klein aantal hoogbouwlocaties in Woerden, bleef de manier van inzamelen bij het overgrote deel van de bewoners onveranderd. Het algemene beeld wat betreft meldingen is stabiel gebleven. HNI heeft niet geleid tot een significante stijging van afvaldumpingen of een structurele toename van de hoeveelheid zwerfafval. De ervaring leert dat bewoners vooral geïnteresseerd zijn in een schone leefomgeving. De meeste meldingen hebben dan ook betrekking op zaken die het straatbeeld vervuilen zoals afval dat naast de container staat of afval dat buiten de inzameldagen wordt aangeboden. Meldingen over te vroeg opgehangen of rondslingerende PMD-zakken springen er hierbij uit. Dit is voor veel bewoners een ergernis.
In 2021 betaalde een gemiddeld éénpersoonshuishouden (bij volledige kostendekking) in Nederland ongeveer €251. Een meerpersoonshuishouden betaalde €319. In de gemeente Woerden was dat in 2021 respectievelijk €225 en €273 per jaar. Dit is exclusief de eventuele teruggave. Voor veel huishoudens valt de werkelijke afvalstoffenheffing dus lager uit. Daaruit kan worden opgemaakt dat de gemeente Woerden met zijn eigen inzameldienst kan concurreren met andere gemeenten. De hoogte van de teruggave is met €309.633 hoger dan de €190.000 in vermeden verwerkingskosten.
Met de introductie van HNI zijn dus aansprekende milieuresultaten geboekt, zonder dat dit ten koste ging van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. De doelstelling van 100 kg is echter niet gehaald. Hiervoor is bijsturing noodzakelijk. GFT is met een gewichtsaandeel van 35% de grootste, nog in het restafval aanwezige, grondstof. Met name wat betreft deze fractie is er dus nog veel te winnen.
Suggesties voor verbetering
Zoals hiervoor aangegeven, is bijsturing noodzakelijk om de ambities waar te maken. Hieronder worden de hiervoor in Nederland toegepaste beleidsinstrumenten toegelicht. Ook wordt een globale indruk gegeven van de mogelijke impact voor de gemeente Woerden.
Afvalpreventie
In 1979 diende de Nederlandse Politicus Ad Lansing, in de tweede kamer, een motie in. Hij pleite voor een werkwijze waar prioriteit wordt gegeven aan de meest milieuvriendelijke verwerkingswijzen van afval. Deze “afvalhiërarchie” heet in Nederland sindsdien de Ladder van Lansink. Hieronder is de hiërarchie schematisch weergegeven.
Figuur 3: Ladder van Lansing
Preventie, ofwel voorkomen dat afval überhaupt ontstaat is het hoogste doel. Als iets dan toch wordt afgedankt moet wordt gekeken of het voor hergebruik in aanmerking komt. Bij hergebruik wordt het product (of delen daarvan) opnieuw gebruikt zonder het daarbij in grondstoffen te scheiden. Als het product eenmaal is weggegooid, wordt het bij voorkeur gerecycled. De grondstoffen worden hierbij herwonnen en opnieuw ingezet voor het maken van nieuwe producten.
Het uiteindelijke restafval wordt indien mogelijk gebruikt als brandstof voor de opwekking van energie. Inmiddels is dit, met uitzondering van een aantal gevaarlijke afvalstoffen, het minimale toepassingsniveau in Nederland. Bij alle Nederlandse Afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) vindt energieterugwinning plaats.
Bij de stappen A en B van de ladder draait het voornamelijk om gedrag van bewoners en de mate waarin (bijvoorbeeld) de verpakkende industrie erin slaagt de hoeveelheid verpakkingsafval terug te dringen. Ook de kwaliteit van de producten en consumptiepatronen spelen een rol.
Specifiek voor textiel leven we bijvoorbeeld in een tijd van Fast Fasion. Deze term, die ook op andere productgroepen van toepassing is, verwijst naar een consumptiecultuur waarbij goedkope kleding wordt gekocht die slechts een korte tijd meegaat. De kwaliteit is bovendien vaak dermate slecht dat het na gebruik alleen nog maar voor laagwaardige recycling in aanmerking komt.
Gemeenten hebben maar zeer beperkte invloed op de hierboven beschreven consumptiecultuur. Wel kunnen ze bewoners door middel van communicatie wijzen op de beschikbare mogelijkheden wat betreft afvalpreventie en hergebruik. Dit is tijdens de communicatiecampagne rond de invoering van HNI ook gebeurd. Er was geregeld aandacht voor zaken als wasbare luiers en manieren waarop (verpakkings)afval kon worden voorkomen.
De ervaring leert dat ook beleid waarbij de hoogte van de afvalstoffenheffing afhangt van de hoeveelheid (rest)afval, een bijdrage levert aan afvalbewustzijn. Als gevolg van HNI is de totale hoeveelheid afval teruggebracht (zie: Ingezamelde grondstoffen). In de regel geldt: hoe sterker de prikkel, hoe groter de preventieve werking.
Primaire beleidskeuzes
Als het afval dan toch ontstaat, wordt in Nederland een aantal beleidsinstrumenten toegepast om afval zo goed mogelijk gescheiden in te zamelen en zo de hoeveelheid restafval terug te dringen. Deze instrumenten zijn grofweg te verdelen in serviceprikkel en financiële prikkel.
Bij de serviceprikkel wordt het aanbieden van gescheiden afval makkelijker en/of het aanbieden van restafval lastiger. Bij een financiële prikkel is het aanbieden van restafval duurder dan het aanbieden van gescheiden afval.
Als van bewoners wordt verwacht dat ze afval gescheiden aanbieden, dan moeten daarvoor de nodige faciliteiten aanwezig zijn. Hoe vaker wordt ingezameld, en hoe dichter bij huis dit gebeurt, hoe beter. Een goed serviceniveau voor grondstoffen is dan ook een vereiste.
Service prikkel
Frequentieverlaging voor restafval
Een bekende serviceprikkel is ‘Frequentieverlaging’. Bij frequentieverlaging voor restafval wordt het restafval minder vaak opgehaald. In veel gevallen niet meer iedere twee weken maar één keer per maand. Alles in de restafvalcontainer deponeren is geen optie meer. Zo wordt afvalscheiden aangemoedigd.
Gemiddeld zette een éénpersoonshuishouden in 2021 de minicontainer ongeveer 11 keer aan de weg. Een gemiddeld meerpersoonshuishouden deed dat ongeveer 16 keer. Frequentiereductie betekent dat er maximaal 13 keer per jaar restafval wordt ingezameld. Dit is voor een gemiddeld éénpersoonshuishouden voldoende. Maar voor de ongeveer 15.000 meerpersoonshuishoudens in de gemeente zal het aantal aanbiedingen met gemiddeld 3 moet worden teruggebracht.
Frequentiereductie is vanzelfsprekend alleen van toepassing op huishoudens die gebruik maken van minicontainers. Bij (hoogbouw)aansluitingen die gebruik maken van ondergrondse verzamelcontainers blijft de situatie in dit scenario ongewijzigd. In theorie is het mogelijk om het maximaal aantal stortingen per week voor dergelijke aansluitingen te beperken. Dit is echter technisch complex en wordt dan ook niet toegepast.
|
Verwachte effecten Frequentieverlaging voor restafval |
|
|
Service |
Er wordt niet langer 1x per 2 weken maar 1x per 4 weken ingezameld. Het serviceniveau neemt af, iets wat met name grotere gezinnen of huishoudens die om medische redenen meer afval hebben treft. Voor bewoners die noodgedwongen meer afval hebben, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Hierbij moet worden gedacht aan de mogelijkheid tot het aanvragen van een extra restafvalcontainer. |
|
Milieu |
Verwacht effect op de hoeveelheid restafval per persoon: daling van 10 – 20 kg. |
|
Kosten |
Afvalstoffenheffing: Daling van €7,- per huishouden Eenmalige kosten: €830.000 (investeringen GFT-cocons, project- en communicatiekosten etc.) |
Omgekeerd inzamelen
Omgekeerd inzamelen gaat verder dan frequentieverlaging. De grondstoffen GFT, Oud Papier en PMD worden in minicontainers aan huis opgehaald. Voor restafval moet naar ondergrondse containers gelopen worden. De afstand tot de restafval container is zo groot dat afvalscheiden wordt bemoedigd. De keuze is namelijk: óf alles bij het restafval en iedere keer naar de restafvalcontainer lopen, óf afval scheiden en maar af en toe naar de container.
Om de loopafstanden acceptabel te houden zouden in het buitengebied relatief veel ondergrondse containers noodzakelijk zijn, dit leidt tot een drastische stijging van de inzamelkosten. In gemeenten waar dit systeem wordt toegepast blijft in buitengebieden de inzameling met minicontainers dan ook gehandhaafd. In veel gevallen wordt de inzamelfrequentie dan wel gereduceerd (zie Frequentieverlaging voor restafval). Zo ontstaat een ongelijke situatie tussen bewoners van buitengebieden en kernen. Voor de eerste groep geldt omgekeerd inzamelen namelijk niet en voor de tweede groep wel.
Daarnaast is de hoeveelheid restafval momenteel nog hoog. Dat betekent dat een significant deel van de bewoners die grote hoeveelheid restafval naar de ondergrondse containers moet brengen. Dit zal als belastend worden ervaren en kan leiden tot grote weerstand en schaadt het draagvlak voor afvalscheiding.
In 2014 deed de gemeente een pilot met deze manier van inzamelen. De conclusie van de proef was dat er weliswaar meer afval gescheiden wordt ingezameld maar dat veel bewoners deze manier van inzamelen zeer negatief waarderen. Er is destijds geen vervolg aan de proef gegeven.
|
Verwachte effecten Omgekeerd inzamelen |
|
|
Service |
Sterke afname |
|
Milieu |
Verwacht effect op de hoeveelheid restafval per persoon: daling van 30 – 50 kg |
|
Kosten |
Afvalstoffenheffing: Stijging van 9,- per huishouden Eenmalige kosten: €4.400.000 (investeringen verzamelcontainers, project- en communicatiekosten etc.) |
Financiële prikkel
Bij de financiële prikkel, beter bekend als Gedifferentieerd Tarief (Diftar), kan een onderscheid gemaakt worden tussen de teruggave variant en het standaard Diftar-model. Het Diftar-teruggave model is momenteel in de gemeente Woerden in gebruik. De gemeente is één van de weinige Nederlandse gemeenten die deze Diftar-variant toepast.
Wanneer een financiële prikkel wordt toegepast, zijn onderstaande vervolgscenario’s denkbaar.
Handhaven Status Quo i.c.m. communicatie
Zoals al aangegeven zijn de doelstellingen van LAP3 niet bindend. Er staan dus geen sancties op het niet halen ervan. Wel oefent de rijksoverheid met het verhogen van de ‘verbrandingstax’ druk uit. Door deze belasting op het verbranden van afval wordt het verwerken van restafval duurder. Bij een gelijkblijvende hoeveelheid restafval leidt dit tot hogere kosten.
Toch gaan er in Nederland steeds meer stemmen op die pleiten voor een meer evenwichtige kijk op afvalbeheer. Daarbij wordt niet alleen gelet op de hoeveelheid restafval maar ook op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen en het draagvlak onder bewoners.
Ook de Rijksoverheid onderkent dit. Bij de herijking van het VANG-HHA programma ligt de nadruk voor de komende planperiode veel meer op de kwaliteit en dus herbruikbaarheid van de ingezamelde grondstoffen.
De dienstverlening in de gemeente is zodanig dat bewoners grondstoffen gemakkelijk gescheiden kunnen aanbieden. Bij gemeenten met een vergelijkbaar serviceniveau bleek het halen van de doelstelling van 100 kg restafval, per inwoner per jaar mogelijk.
Het niet halen van de doelstelling is schijnbaar het gevolg van een gebrek aan intrinsieke motivatie van een deel van de bewoners. Met communicatie kan deze motivatie worden geprikkeld en kan een beroep worden gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel zodat niet hoeft te worden gekozen voor meer dwingende maatregelen.
|
Verwachte effecten Handhaven Status Quo i.c.m. communicatie: |
|
|
Service |
Gelijkblijvend |
|
Milieu |
Kwantiteit: Op basis van landelijke ervaringen, resulteert het handhaven van de Status Quo in combinatie met intensievere communicatie tot een daling van de hoeveelheid restafval per inwoner, per jaar van ongeveer 5 – 10 kg Kwaliteit: de inzamelmethodiek blijft ongewijzigd en ook is er geen verandering voorzien in de (financiële) prikkel. De kwaliteit zal daarom naar verwachting hoog blijven. |
|
Kosten |
Afvalstoffenheffing: stijging van €3,- per huishouden Eenmalige kosten: €810.000 (investeringen GFT-cocons, project- en communicatiekosten etc.) |
Verhogen Teruggave
In dit scenario blijft het inzamelsysteem ongewijzigd maar wordt de teruggave verhoogd.
Zoals eerder beschreven, is de teruggave met €309.633 nu al hoger dan de €190.000 in vermeden verwerkingskosten. Verdere verhoging van de teruggave leidt daarmee tot een stijging van de afvalstoffenheffing. Zo kan de indruk ontstaan dat het hier een ‘sigaar uit eigen doos’ betreft, iets wat een negatief effect kan hebben op het draagvlak bij bewoners.
Om echt een impact te hebben, is een sterkere prikkel noodzakelijk en dan ligt de keuze voor Diftar meer voor de hand (zie hieronder).
|
Verwachte effecten Verhogen teruggave: |
|
|
Service |
Gelijkblijvend |
|
Milieu |
Verwacht effect op de hoeveelheid restafval per persoon: daling van 0 – 10 kg |
|
Kosten |
Afvalstoffenheffing: stijging van €4,- per huishouden Eenmalige kosten: €830.000 (investeringen GFT-cocons, project- en communicatiekosten etc.) |
Diftar-standaard
Bij het standaard DIFTAR-model betalen bewoners aan het begin van het jaar een (laag) vast tarief. Het jaar daarop volgt de aanslag voor het variabele deel. De hoogte van dit deel hangt af van het aantal keer dat restafval is aangeboden.
Van dit model is ook een hybride versie. Hierbij betalen bewoners aan het begin van het jaar een vast deel én een voorschot (vooruitbetaling) voor het variabele deel. Aan het einde van het jaar kan men een deel van dat voorschot terugkrijgen maar het kan ook zijn dat men moet bijbetalen.
De gemeente Emmen hanteert deze manier van heffen en de gemeente Zwolle was voornemens dit te doen. Beide gemeente lijken hiervan af te stappen. De bevoorschotting leidt tot bezwaar van bewoners. Met name bij de groep die al meerdere jaren heeft laten zien dat zij onder het vooruit te betalen bedrag blijven. Daarnaast is de administratieve last bij deze methodiek hoog. Om die redenen wordt de optie voor Woerden vooralsnog niet overwogen.
De prikkel van Diftar-standaard is sterker dan die bij het teruggave-systeem. Waar men, bij een teruggavesysteem, nooit meer betaalt dan het tarief dat in het begin van het jaar in rekening is gebracht, kan bij Diftar-standaard de heffing oplopen, al naar gelang het aantal aanbiedingen. Een tarief per lediging (van een minicontainer) van €8,- is hierbij niet ongebruikelijk. Een ander belangrijk verschil is de urgentie van de prikkel. Bij het teruggavesysteem ligt er een mogelijke beloning in het verschiet. Bij Diftar-standaard brengt iedere aangeboden container extra kosten met zich mee.
Een dergelijke prikkel werkt, zo blijkt uit landelijke gegevens. Van de gemeenten die in 2019 al de VANG-doelstelling van 75% afvalscheiding in 2020 hebben behaald is ruim 90% een Diftar gemeente12.
Uitgangspunt blijft dat afvalscheiden loont en dat een huishouden dat bovengemiddeld afval scheidt goedkoper uit is. Dit kan door het vaste- en variabele tarief goed op elkaar af te stemmen. Hieronder wordt dit, aan de hand van een rekenvoorbeeld, nader toegelicht.
Het gemiddeld aantal aanbiedingen in 2021 voor een meerpersoonshuishouden was bijvoorbeeld 16 keer. Een dergelijk huishouden betaalde dat jaar een vaste afvalstoffenheffing van €273. Uitgaande van Diftar met een tarief van €5 per lediging zouden de variabele kosten voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2021, €80 hebben bedragen. Het vaste tarief kan dan op €193 worden gesteld zodat de vaste- en variabele kosten samen op €273 uitkomen. Biedt een huishouden minder dan 16 keer aan, dan valt de afvalstoffenheffing lager uit. Wie vaker aanbiedt, betaalt meer.
Verwachte effecten Diftar-standaard:
|
Service |
In principe blijft het serviceniveau bij Diftar gehandhaafd. Echter, over het algemeen wordt Diftar door bewoners als service-verslechtering ervaren. Men ervaart het als straffend terwijl de nadruk, bij het huidige teruggavesysteem, op belonen ligt. Bij beide systemen blijft echter dat het goed scheiden van afval een lagere afvalstoffenheffing tot gevolg heeft. Goede communicatie is nodig om dit onder de aandacht te brengen. |
|
Milieu |
Kwantiteit: Het verwachte milieueffect van Diftar-standaard is een daling van de hoeveelheid restafval per inwoner, per jaar van ongeveer 50 – 70 kg. Uit landelijke ervaringen blijkt dat naast een reductie in restafval ook een afname van de totale afvalhoeveelheid wordt gerealiseerd. De reductie van het restafval komt dus niet geheel als gescheiden afval terug in het systeem. Dit beeld wordt bevestigd door landelijke cijfers van het CBS. Niet-Diftar gemeenten zamelden in 2019 gemiddeld circa 561 kg huishoudelijk afval per inwoner in. Bij Diftar gemeenten was dat 494 kg. Kwaliteit: Met een sterkere financiële prikkel, neemt het risico op vervuiling van grondstoffen toe. Bij dit ‘ontwijkgedrag’ wordt het restafval bij, bijvoorbeeld, het GFT gemengd. Deze grondstoffen zijn dan niet meer herbruikbaar. |
|
Kosten |
Afvalstoffenheffing: daling van €14,- per huishouden Eenmalige kosten: €860.000 (investeringen GFT-cocons, project- en communicatiekosten etc.) |
Afvaldumping: Bij de introductie van Diftar wordt vaak gevreesd voor een toename van het aantal bijplaatsingen (afval dat naast de container wordt geplaatst). Exacte landelijke cijfers zijn hierover niet bekend. De ervaring leert dat het in de praktijk erg meevalt.
In gevallen waar het aantal bijplaatsingen wel is toegenomen, betreft het vooral gemeenten in de hogere stedelijkheidsklassen. Daarbij concentreert het overgrote deel van de bijplaatsingen zich op een bepaald aantal locaties (hotspots). Door extra inzet op communicatie en handhaving bij deze hotspots blijft de situatie beheersbaar.
Ook toename van afvaldumping (in de natuur) wordt wel eens toegeschreven aan Diftar. Ook hierover zijn geen harde cijfers bekend. In een verkennend onderzoek van Alterra (Alterra 2007) komt naar voren dat het bij de meeste dumpingen in Nederland (naar schatting) grof afval betreft, waarvoor op de milieustraat geen betaaltarief geldt. Fijn restafval, waarvoor bij Diftar betaald moet worden, speelt hier nauwelijks een rol.
Belangrijk is dat afvaldumping wordt gemonitord en dat er feitelijke informatie beschikbaar is waarmee eventuele beeldvorming kan worden weerlegd.
Nascheiding
Met de huidige stand van de techniek kan het PMD, na inzameling, ook machinaal uit het restafval worden gesorteerd. Deze techniek wordt nascheiding genoemd. Nascheiding kan alleen bij PMD, voor de overige grondstoffen blijft bronscheiding noodzakelijk. Als deze fracties namelijk eerst bij het restafval hebben gezeten zijn ze dermate vervuild dat ze niet meer voor hoogwaardige recycling in aanmerking komen. Denk hierbij aan oud papier dat tussen het restafval heeft gezeten.
Nascheiding heeft daarmee een bescheiden impact op het scheidingspercentage en de hoeveelheid restafval en is dus geen beleidsinstrument waarmee het behalen van de landelijke doelstellingen mogelijk is. Het wordt in Nederland daarom als aanvullende maatregel gebruikt. Vooral in hoogstedelijke gemeenten waar de ruimte ontbreekt om de, voor bronscheiding benodigde, containers te plaatsen.
In het vorige GBP is de keuze gemaakt om huis aan huis inzameling van PMD voort te zetten en daarmee te kiezen voor bronscheiding van deze grondstofstroom. Nascheiding was destijds geen optie omdat geen verwerkingscapaciteit voorhanden was. In 2021 is, bij de nieuwe aanbesteding van het restafvalcontract in AVU-verband, de optie tot nascheiding meegenomen. De verwerkingscapaciteit is nog steeds beperkt dus het is niet gezegd dat de gemeente Woerden van deze optie gebruik kan maken.
Uit een analyse van het PMD die in 2020 in opdracht van de AVU is uitgevoerd, blijkt dat van de totale hoeveelheid huishoudelijk PMD in Woerden ongeveer 67% gescheiden wordt aangeboden. Het rendement van de Nederlandse nascheidingsinstallaties is momenteel rond de 60%. Bij nascheiding wordt daarmee, ten opzichte van de huidige situatie, een daling van 7% verwacht van de hoeveelheid gescheiden ‘ingezameld’ PMD.
Wanneer PMD niet gescheiden wordt ingezameld, bestaat, gelet op het volume, ruim 40% van het restafval uit PMD. Bij nascheiding wordt dit noodgedwongen samen met het restafval aangeboden. Daarmee zal ook het aantal aanbiedingen hoger zijn. De financiële prikkel per aanbieding kan daarmee niet zo hoog zijn als wanneer het PMD wel gescheiden wordt ingezameld. Deze is dan vergelijkbaar met de huidige hoogte van de teruggave. Het valt dus sterk te betwijfelen of een dergelijke prikkel voldoende is om de hoeveelheid restafval verder te doen dalen.
Een theoretische oplossing is een systeem waarbij de financiële prikkel afhankelijk is van het aangeboden gewicht. Het gewichtsaandeel van het lichte PMD bij het restafval is gering. Zo is een sterkere financiële prikkel mogelijk dan wanneer het aantal aanbiedingen als uitgangspunt wordt genomen. De benodigde weegsystemen zijn kostbaar en alleen beschikbaar voor minicontainers, niet voor (ondergrondse)verzamelcontainers.
Voor PMD geldt een producenten verantwoordelijkheid. Dat betekent dat de verpakkende industrie verantwoordelijk is voor de gescheiden inzameling van de verpakkingen die zij op de markt brengen. Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid wordt samengewerkt met de Nederlandse gemeenten. PMD is momenteel nog geen grondstofstroom die geld opbrengt zoals dat bijvoorbeeld voor oud papier het geval is. Ter compensatie van de gemaakte kosten ontvangen gemeenten daarom een vergoeding van de verpakkende industrie.
De vergoeding voor nagescheiden PMD is veel lager dan de vergoeding voor bron-gescheiden PMD. Daarbij komen nog de kosten die de verwerker rekent voor het nascheiden van het materiaal. Deze kosten zijn even hoog als het verwerkingstarief voor restafval. Daartegenover staat een daling van de inzamelkosten omdat de huis aan huis inzameling van PMD komt te vervallen. Deze daling weegt echter niet op tegen de gestegen verwerkingskosten en de lagere vergoeding. Per saldo betekent de keuze voor nascheiding een stijging van de afvalstoffenheffing van ongeveer €10,- per huishouden.
Een ander veelgehoord argument om niet te kiezen voor nascheiding is het afvalbewustzijn. Wanneer het scheiden van afval aan sorteerinstallaties wordt overgelaten, neemt de noodzaak voor bewoners om te letten op het afval dat in huis wordt gehaald af. Uiteindelijk kan dat ertoe leiden dat de totale afvalberg stijgt terwijl in de afgelopen jaren juist een daling zichtbaar was.
|
Verwachte effecten Nascheiding: |
|
|
Service |
Verbetering Zoals aangegeven betekent de keuze voor nascheiding niet dat alles in dezelfde container kan. Alleen PMD kan nagescheiden worden. Dit is een service-verbetering maar bronscheiding blijft noodzakelijk. |
|
Milieu |
Verwacht effect op de hoeveelheid restafval per persoon: stijging van 0 – 5 kg |
|
Kosten |
Afvalstoffenheffing: stijging van €10,- per huishouden Eenmalige kosten: €60.000 (project- en communicatiekosten etc.) |
Samenvatting primaire beleidsopties
In onderstaand overzicht worden de verschillende scenario’s en de verwachte impact schematisch weergegeven.
Daar waar de kosten oplopen of de service verslechtert, is het betreffende vak rood weergegeven. Voor het aspect milieu, is het vak groen gekleurd wanneer het halen van de landelijke doelstelling mogelijk is.
Aandachtspunten specifieke grondstofstromen
Naast de primaire beleidskeuze zijn er een aantal grondstofstromen die bijzondere aandacht verdienen.
Groente- Fruit- en Tuinafval
GFT is met een gewichtsaandeel van 35% de grootste, nog in het restafval aanwezige, grondstof. Wat betreft deze fractie is er dus nog veel te winnen. Het huidige serviceniveau is hoog. Toch zijn er nog verbeterpunten. Momenteel geldt dat voor bewoners die aangeven geen eigen GFT-container te kunnen stallen een maatwerkoplossing wordt gezocht. Slechts een zeer beperkt deel van de bewoners heeft van deze regeling gebruik gemaakt. Dat betekent dat bij het merendeel van de hoogbouw-locaties het gescheiden aanbieden van GFT nog niet mogelijk is.
Sinds het vorige GBP hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan. Inmiddels is er bij veel gemeenten de nodige ervaring opgedaan met zogenaamde GFT-cocons. Dit zijn minicontainers (kliko’s) in een metalen behuizing waarin huishoudens, die geen eigen minicontainer kunnen stallen, hun GFT-afval deponeren. Vanzelfsprekend gaat het daarbij voornamelijk om Groente- en Fruitafval, het afval dat in de keuken vrijkomt. Veel van de betreffende huishoudens beschikken namelijk niet over een tuin.
Voor de gemeente Woerden wordt met dergelijke containers gescheiden inzameling van GFT mogelijk. Dit is randvoorwaardelijk voor de verdere beleidsopties. Het gemeentebreed plaatsen van GFT-cocons is dan ook ingecalculeerd bij bovenstaande impactanalyse.
Plastic-, Metaalverpakkingen en Drankenkartons
Te vroeg opgehangen of rondslingerende PMD-zakken zijn voor veel bewoners een ergernis. Ook de afdeling Afval & Reiniging is relatief veel tijd kwijt met het opruimen van dergelijk afval.
Recentelijk is, op een locatie waar vaak PMD-zakken te vroeg werden opgehangen, een proef gedaan. Eén van de bestaande ondergrondse restafvalcontainer is ingezet voor de inzameling van PMD. Het betrof hier een hoogbouw-locatie waar het verloop van de bewoners hoog is en er weinig inpandige ruimte is voor de tussentijdse opslag van zakken.
Dit heeft een positief effect gehad, het aantal te vroeg opgehangen zakken is sterk afgenomen omdat bewoners de zakken niet meer in huis hoeven te bewaren maar direct in de verzamelcontainer kunnen deponeren.
In het verlengde van deze proef is het een optie om een uitgebreidere pilot te doen. Daarbij worden de PMD-verzamelcontainers in een, nader te bepalen, wijk verplaatst richting de hoogbouw. Daarbij blijft slechts één centrale inzamellocatie op een centrale plek in de wijk (bijvoorbeeld bij een supermarkt) gehandhaafd. Zo kunnen ook de andere bewoners in de wijk makkelijk de zakken aanbieden.
Bij een positief resultaat kan deze werkwijze gemeentebreed worden uitgerold.
Luiers en incontinentiemateriaal
Het restafval in Nederland bestaat voor 5 – 8% uit luiers en incontinentiemateriaal13. Luierafval is daarmee één van de grootste afvalstromen die nog niet gerecycled kan worden. Met name voor jonge gezinnen met kinderen ‘in de luiers’ bestaat het restafval nog voor een groot deel uit luierafval.
Recent is de eerste luierrecyclinginstallatie geopend. Hier wordt luierafval (inclusief incontinentiemateriaal) verwerkt. Bij de verwerking wordt het plastic uit de luiers herwonnen. Wat overblijft is een organische slurry.
Momenteel wordt in de gemeente Woerden een proef gedaan met luierinzameling. De voorlopige resultaten zijn bemoedigend. Uit een enquête onder deelnemers blijkt dat de gebruikers enthousiast zijn. De gebruikte inzamelmiddelen werken naar behoren en de capaciteit is voldoende. Wel geeft een aantal deelnemers aan de loopafstand lang te vinden.
Wanneer, middels één van bovenstaande beleidsmaatregelen, het aanbieden van restafval verder wordt ontmoedigd kan voortzetting of zelfs uitbreiding van de inzameling van luierafval worden overwogen.
Flankerend beleid
Compensatieregeling medisch afval
Bij het teruggave-systeem was de afvalstoffenheffing nooit hoger dan het bedrag dat aan het begin van het jaar is betaald. Er was daarom geen noodzaak tot compensatie van bewoners die, bijvoorbeeld om medische redenen, noodgedwongen meer restafval hebben.
Bij sommige beleidskeuzes moet ver gelopen worden om restafval aan te bieden (omgekeerd inzamelen) of kunnen de kosten behoorlijk oplopen wanneer de container iedere inzamelronde wordt aangeboden (Diftar-standaard). Bij de vaststelling van nieuw beleid zal daarom mogelijk een compensatieregeling voor medisch afval moeten worden meegenomen. Daarbij moet worden gedacht aan het kwijtschelden van een bepaald aantal ledigingen of een speciale inzamelroute voor medisch afval.
Toezichthouder Openbare Ruimte
De aanpak van afvaldumping en bijplaatsingen heeft hoge prioriteit in de gemeente Woerden. Hiervoor zet de gemeente in op een combinatie van communicatie, motiveren, faciliteren van het juist aanbieden van afval (door het bieden van goede inzamelmiddelen), toezicht en handhaving.
Het onderdeel toezicht en handhaving was, tot voor kort, belegd bij verschillende medewerkers van het Team Afval & Reiniging. Zij voerden deze taak uit naast de reguliere werkzaamheden. Om een meer gerichte en gecentraliseerde aanpak mogelijk te maken is in 2021, bij wijze van proef, een Toezichthouder Openbare Ruimte aangenomen.
De toezichthouder is hét aanspreekpunt bij afvaldumping en het verkeerd aanbieden van afval. Dit varieert van te vroeg opgehangen PMD-zakken tot afval dat in de buitenruimte is gedumpt. De toezichthouder gaat langs op locatie, is zichtbaar, spreekt met omwonenden en doorzoekt gedumpt afval om adresgegevens te achterhalen.
Omdat kennis is gebundeld, ontstaat een goed beeld van de verschillende probleemgebieden (‘hotspots’) in de gemeente. Daarmee wordt een gebiedsgerichte, persoonlijke aanpak mogelijk waarbij ook oog is voor de eventuele onderliggende sociale problematiek.
Na een succesvolle proefperiode is ervoor gekozen de functie van toezichthouder in te bedden in de organisatie. De toezichthouder kan een belangrijke bijdrage leveren aan het beheersbare houden van de ongewenste neveneffecten van beleidskeuzes.
Samenwerking maatschappelijke organisaties
Momenteel kunnen maatschappelijke organisaties die bewoners helpen bij het afvoeren van huishoudelijk (bouw- en sloop-)afval al op de milieustraat terecht. Er zal worden gekeken hoe deze samenwerking verder vorm kan krijgen.
Circulair Ambachtscentrum
Het Circulaire Ambachtscentrum is opgenomen als icoonproject in het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie van de Rijksoverheid.
Bij een Circulair Ambachtscentrum wordt onnodig weggooien van grondstoffen en materialen voorkomen door de milieustraat te verbinden met bijvoorbeeld een reparatiewerkplaats, een kringloopwinkel en een onderwijsinstelling. Spullen die naar de milieustraat worden gebracht, kunnen worden hergebruikt door ze te repareren, op te knappen of een nieuwe bestemming te geven.
Zo kan bijvoorbeeld een stoel met deuken en lakschade, via een innovatief proces, weer worden opgeknapt tot een stoel die in een tweedehands winkel kan worden verkocht. Daarbij staat niet alleen het tegengaan van grondstofverspilling maar ook de duurzame inzet van mensen centraal.
Om te onderzoeken hoe een Circulair Ambachtscentrum er in de gemeente Woerden uit kan komen te zien, is in december 2022 een proef gedaan. Samen met de bezoekers is er gekeken of er iets bruikbaars tussen hun afval zit. Zo wordt inzicht verkregen in de beschikbare materiaalstromen die voor hergebruik in aanmerking komen.
In de komende periode wil de gemeente hierop voortbouwen en lokale ondernemers uitdagen om aan de slag te gaan met de op de milieustraat gebrachte grondstoffen.
Keteninnovatie AVU
De Afval Verwijdering Utrecht (AVU) is een gemeenschappelijke regeling van 25 Utrechtse gemeenten (waaronder de gemeente Woerden). De AVU draagt zorg voor de overslag, het transport en de verwerking van het huishoudelijk afval.
Al sinds de gezamenlijke aanbesteding van de sortering en de vermarkting van het PMD in 2014 werken de AVU, Circulus-Berkel en ROVA nauw samen op diverse afvaldossiers. Circulus-Berkel en ROVA zijn samenwerkingsverbanden van verschillende gemeenten. Zij verzorgen voor de bij hen aangesloten gemeenten onder andere de afvalinzameling en -verwerking.
De gemeenschappelijke doelen en de ‘klik’ tussen de organisaties waren aanleiding om deze samenwerking verder vorm te geven. Begin 2019 zijn de AVU, Circulus-Berkel en ROVA daartoe de strategische alliantie CirkelWaarde gestart. De alliantie bestaat uit een Expertisecentrum en een Handelshuis.
Het Handelshuis richt zich op het gezamenlijk voorbereiden en uitvoeren van aanbestedingen en het (pro)actief beheren van contracten. In het Expertisecentrum wordt kennis ontwikkeld, worden nieuwe inzichten vergaard en wordt relevante wet- en regelgeving vertaald naar praktisch bruikbare informatie. Deze kennis en informatie wordt vervolgens gebundeld en gedeeld. Gezamenlijk met het Handelshuis worden kansen voor duurzame(re) verwerking gesignaleerd.
Een aansprekend voorbeeld van deze wisselwerking is de recente aanbesteding voor de inzameling en verwerking van textiel. De verwerkingsmarkt voor textiel is weinig transparant. Zo is niet altijd duidelijk hoe het ingezamelde textiel wordt verwerkt en welk deel voor hoogwaardige recycling in aanmerking komt.
Door gedegen marktkennis en door de krachten te bundelen, konden aan de potentiële verwerkers strenge eisen worden gesteld wat betreft rapportage en monitoring. Iets wat de hoogwaardige inzet van het ingezamelde textiel ten goede komt.
Ook in de toekomst kunnen, door de krachten te bundelen met andere gemeenten, grondstofketens verder worden verduurzaamd. Samen kan bovendien invloed worden uitgeoefend op gemeente-overschrijdende dossiers. Bijvoorbeeld door de verpakkende industrie uit te dagen de hoeveelheid verpakking terug te dringen.
Appendix 1: Huidige teruggave staffel
Grijze container
- •
14 tot 16 keer: € 5 korting
- •
11 tot 13 keer: € 12,50 korting
- •
8 tot 10 keer: € 15 korting
- •
5 tot 7 keer: € 17,50 korting
- •
0 tot 4 keer: € 20 korting
Ondergrondse container
- •
66 tot 80 keer: € 5 korting
- •
51 tot 65 keer: € 12,50 korting
- •
36 tot 50 keer: € 15 korting
- •
21 tot 35 keer: € 17,50 korting
- •
0 tot 20 keer: € 20 korting
Bij meerpersoonshuishoudens gelden alle bedragen hierboven keer 2.
Ondertekening
Aldus besloten door de raad van de gemeente Woerden in zijn openbare vergadering, gehouden op 21 december 2023.
De griffier,
drs. F.E.H.M. Backerra
De voorzitter,
V.J.H. Molkenboer
Noot
1In de binnenstad en Waterrijk wordt ook bij laagbouwlocaties het afval ingezameld middels ondergrondse containers.
Noot
3Bron: Ketenproject luiers - Ketenanalyse en inventarisatie van kansen en belemmeringen (30 juli 2015)
Noot
4In de binnenstad en Waterrijk wordt ook bij laagbouwlocaties het afval ingezameld middels ondergrondse containers.
Noot
6Een stoorstof is afval dat niet bij het huishoudelijk PMD thuishoort zoals gedefinieerd in het beoordelingsprotocol PMD dat tussen de VNG, NVRD, Afvalfonds Verpakkingen en Nedvang overeengekomen is.
Noot
9Hierbij is luierafval als herbruikbaar afval aangemerkt. Dit afval kan in de gemeente gescheiden worden aangeboden.
Noot
11De besparing is berekend op basis van de actuele verwerkingstarieven. Deze tarieven zijn sterk aan fluctuatie onderhevig. Zouden bijvoorbeeld de verwerkingskosten voor restafval dalen dan daalt ook de besparing
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl