Verordening Kunst in de Openbare Ruimte Hellendoorn 2026

Geldend van 03-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening Kunst in de Openbare Ruimte Hellendoorn 2026

Nijverdal, 27 januari 2026, kenmerk 2025-016331

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet

bestuursrecht;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 december 2025;

b e s l u i t :

vast te stellen

  • I.

    de Verordening Kunst in de Openbare Ruimte Hellendoorn 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

  • 1.

    In deze verordening en de daarop berustende bepalingen verstaan we onder:

    • a.

      Adviescommissie Kunst: een onafhankelijke commissie van deskundigen die het college informeert over aanvragen en voorstellen met betrekking tot kunst in de openbare ruimte. De commissie beoordeelt de artistieke meerwaarde van een kunstwerk;

    • b.

      artistieke meerwaarde: de toegevoegde waarde van een kunstwerk op artistiek vlak, zichtbaar in de originaliteit, zeggingskracht en het vakmanschap. Het betreft de mate waarin het werk meer is dan decoratie, doordat het esthetisch, inhoudelijk of conceptueel weet te raken, uit te dagen of te verrassen;

    • c.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn;

    • d.

      initiatiefnemer: een persoon of organisatie die het voornemen heeft om een kunstuiting in de gemeente Hellendoorn te realiseren en dit bij het college kenbaar maakt met een subsidieaanvraag;

    • e.

      kunstwerk: een werk van beeldende kunst in de openbare ruimte binnen de gemeente Hellendoorn, met een blijvende of langdurige impact;

    • f.

      openbare ruimte: de voor eenieder toegankelijke ruimte die zich bevindt op grond die in eigendom én beheer is van de gemeente Hellendoorn. Hieronder vallen onder andere wegen, pleinen, plantsoenen, parken en andere vrij toegankelijke gebieden in de openlucht, voor zover deze in gemeentelijk eigendom zijn. Ruimten op particuliere grond, ook indien feitelijk openbaar toegankelijk, vallen niet onder het begrip openbare ruimte in het kader van deze regeling;

    • g.

      participatieverslag: een document waarin de initiatiefnemer beschrijft welke belanghebbenden bij het initiatief zijn betrokken, op welke wijze dit is gebeurd, welke input is opgehaald en hoe hiermee in het voorstel rekening is gehouden. Onder belanghebbenden wordt in ieder geval verstaan: direct omwonenden, en afhankelijk van het project ook lokale ondernemers, maatschappelijke organisaties of andere betrokken partijen.

  • 2.

    Alle andere begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die in het eerste lid niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Omgevingswet, de Auteurswet, alsmede andere wet- en regelgeving.

Artikel 2 Adviescommissie Kunst

  • 1.

    Voordat het college besluit over een volledige aanvraag om subsidie voor een kunstwerk of over een door de gemeente geïnitieerd kunstwerk, wint het college advies in van de Adviescommissie Kunst over de artistieke meerwaarde van het voorgestelde kunstwerk.

  • 2.

    De Adviescommissie Kunst bestaat uit drie onafhankelijke, door het college benoemde leden met aantoonbare deskundigheid op het gebied van kunst en de openbare ruimte. Elk lid woont in de gemeente Hellendoorn en is niet gelieerd aan de initiatiefnemer of werkzaam binnen de gemeentelijke organisatie.

  • 3.

    Het college benoemt daarnaast één of meer plaatsvervangende leden die voldoen aan dezelfde eisen van deskundigheid, onafhankelijkheid en woonplaats als genoemd in het tweede lid.

  • 4.

    Een lid neemt niet deel aan de behandeling van een aanvraag indien sprake kan zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. Hiervan is in ieder geval sprake als het kunstwerk zal worden geplaatst in de kern waarin dat lid woonachtig is. In dat geval neemt een plaatsvervangend lid deel.

  • 5.

    De Adviescommissie Kunst brengt binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag een schriftelijk advies uit aan het college.

  • 6.

    Het college stelt nadere regels vast over, onder andere, de werkwijze voor de beoordeling van de artistieke meerwaarde.

Hoofdstuk 2 Subsidie

Paragraaf 2.1 Subsidiecriteria

Artikel 3 Doel

Deze regeling heeft als doel het stimuleren, realiseren en in stand houden van kunstwerken in de openbare ruimte binnen de gemeente Hellendoorn. Kunstwerken dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit, identiteit en beleving van de openbare ruimte en leveren een positieve bijdrage aan de dynamiek, aantrekkingskracht en leefbaarheid van de gemeente.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan, met inachtneming van het tweede lid, worden verstrekt voor:

    • a.

      de realisatie van nieuwe kunstwerken in de openbare ruimte;

    • b.

      verplaatsing van bestaande kunstwerken naar de openbare ruimte.

  • 2.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten het kunstwerk en de locatie voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      het kunstwerk is publiek toegankelijk en draagt bij aan de ruimtelijke en sociale kwaliteit van de omgeving;

    • b.

      het kunstwerk heeft voldoende artistieke en maatschappelijke meerwaarde;

    • c.

      de aanleg, constructie of aanwezigheid van het kunstwerk brengt geen schade toe aan de openbare ruimte of levert geen gevaar op voor het veilig en doelmatig gebruik ervan;

    • d.

      het kunstwerk wordt nagelvast aan de ondergrond bevestigd en vormt geen risico op omvallen of omduwen;

    • e.

      het kunstwerk is voldoende vandalismebestendig, zodat beschadiging effectief kan worden voorkomen en/of graffiti eenvoudig te verwijderen is;

    • f.

      het kunstwerk is goed bereikbaar voor onderhoud en vormt geen belemmering voor het beheer van openbaar groen, omliggende objecten of voorzieningen, of de doorgang en bereikbaarheid voor hulpdiensten;

    • g.

      de plaatsing van het kunstwerk heeft geen negatieve invloed op ondergrondse leidingen en kabels. Indien voor het initiatief geen omgevingsvergunning is vereist en er wel graafwerkzaamheden nodig zijn, is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk voor het doen van een KLIC-melding. De kosten hiervoor zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

  • 3.

    Het college kan ter uitvoering van deze regeling nadere regels stellen.

Artikel 5 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen die woonachtig zijn in de gemeente Hellendoorn;

  • b.

    maatschappelijke organisaties die volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel in de gemeente Hellendoorn zijn gevestigd.

Paragraaf 2.2 Aanvraagprocedure

Artikel 6 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

De initiatiefnemer vult het aanvraagformulier ‘Kunst in de openbare ruimte gemeente Hellendoorn’ volledig in via de website van de gemeente Hellendoorn en dient vervolgens de aanvraag digitaal in met DigiD of e-Herkenning. Daarbij verstrekt de initiatiefnemer de volgende aanvullende gegevens:

  • a.

    een projectplan met een beschrijving van het kunstwerk en de doelstellingen;

  • b.

    een sluitende begroting met financieringsplan, inclusief bijlagen en offertes;

  • c.

    een planning met realisatiedatum;

  • d.

    indien van toepassing: een terugkoppeling uit een vooroverleg met het bevoegd gezag over een omgevingsvergunning of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke toestemming;

  • e.

    indien van toepassing: afschriften van verleende publiekrechtelijke of privaatrechtelijke toestemmingen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het kunstwerk;

  • f.

    een verklaring over wie het auteursrecht (persoonlijkheidsrechten en gebruiksrechten) op het kunstwerk bezit;

  • g.

    een participatieverslag.

Paragraaf 2.3 Verlening en uitbetaling van subsidie

Artikel 7 Beslissing op aanvraag

  • 1.

    Het college beslist op een volledige aanvraag binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag en deelt dit mee aan de initiatiefnemer. Voorafgaand aan dit besluit wordt het advies van de Adviescommissie Kunst ingewonnen.

  • 2.

    Deze termijn kan door het college, onder opgave van redenen, met maximaal acht weken worden verdaagd.

  • 3.

    Het college kan bij subsidieverlening andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, in de zin van artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4.

    Na plaatsing wordt het kunstwerk eigendom van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor onderhoud, verzekering en eventuele verplaatsing of verwijdering.

  • 5.

    De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het verkrijgen van de noodzakelijke persoonlijkheidsrechten en/of gebruiksrechten van de kunstenaar. Indien deze rechten niet afdoende via de subsidiebeschikking kunnen worden geregeld, kan het college van de subsidieontvanger verlangen dat deze meewerkt aan een subsidieovereenkomst waarin die rechten worden vastgelegd.

Artikel 8 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    De raad stelt jaarlijks het subsidieplafond vast voor de uitvoering van deze verordening.

  • 2.

    Subsidies worden verstrekt op basis van volledige aanvragen in volgorde van binnenkomst, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 3.

    Indien het subsidieplafond bijna is bereikt en een aanvraag in aanmerking komt voor een volledige subsidie, kan alleen het resterende bedrag worden toegekend. Indien dit onvoldoende is, kan de aanvrager ervoor kiezen de aanvraag door te schuiven naar het volgende subsidiejaar, mits deze nog voldoet aan de dan geldende regeling en er voldoende middelen zijn.

Artikel 9 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt maximaal € 30.000,- per project voor de realisatie van een kunstwerk.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal € 10.000,- per project voor de verplaatsing van een kunstwerk.

Paragraaf 2.4 Weigeringsgronden

Artikel 10 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een subsidie geweigerd indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in deze verordening;

  • b.

    de realisatie of verplaatsing van het kunstwerk reeds is uitgevoerd vóór de subsidieverlening;

  • c.

    het kunstwerk in strijd is met de openbare orde, goede zeden of algemeen aanvaarde maatschappelijke normen;

  • d.

    het kunstwerk afbreuk doet aan de toegankelijkheid, inclusiviteit of publieke acceptatie van gesubsidieerde kunst en cultuur binnen de gemeente;

  • e.

    het kunstwerk een reclame uiting is;

  • f.

    het kunstwerk technisch niet-uitvoerbaar is.

Paragraaf 2.5 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 11 Verantwoording subsidies

  • 1.

    De subsidieverlening geldt ook als subsidievaststelling, conform artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het college besluiten dat de subsidie niet direct wordt vastgesteld. In dat geval vindt eerst subsidieverlening plaats. Het college kan de subsidieontvanger dan verplichten om bij de aanvraag tot subsidievaststelling op een door het college voorgeschreven wijze aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3.

    Indien het tweede lid van toepassing is, beslist het college op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Deze termijn kan maximaal met ten hoogste acht weken worden verlengd.

Hoofdstuk 3 Beheer en instandhouding van kunstwerken

Artikel 12 Beheer, verzekering en financiering van kunstwerken

  • 1.

    Kunstwerken worden opgenomen in het Meerjarenplan beheer en behoud kunst in de openbare ruimte. Dit plan voorziet in:

    • a.

      een onderhoudsbudget voor behoud en beheer;

    • b.

      een verzekeringsbudget ter dekking van schade, verlies of diefstal;

    • c.

      een beveiligingsbudget indien noodzakelijk, op basis van een risicobeoordeling.

  • 2.

    De financiële verplichtingen worden jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

Artikel 13 Verwijdering en verplaatsing van kunstwerken

  • 1.

    Het college behoudt zich het recht voor om een kunstwerk te verwijderen of te verplaatsen indien:

    • a.

      de onderhoudskosten voor het kunstwerk te hoog worden;

    • b.

      de grond voor andere doeleinden nodig is;

    • c.

      de kwaliteit van de openbare ruimte dit vereist;

    • d.

      werkzaamheden in het gebied dit noodzakelijk maken.

  • 2.

    Indien een kunstwerk wordt verwijderd en niet opnieuw op dezelfde locatie wordt geplaatst, zoekt het college, waar mogelijk, naar een alternatieve locatie binnen de gemeente Hellendoorn.

  • 3.

    Indien herplaatsing niet mogelijk of wenselijk is, beslist het college over de verdere bestemming van het kunstwerk. Dit kan onder meer bestaan uit schenking, verkoop of een andere vorm van vervreemding, met inachtneming van de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van de kunstenaar, voor zover deze bekend en bereikbaar zijn.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze verordening indien toepassing ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 15 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Kunst in de Openbare Ruimte Hellendoorn 2026".

  • II.

    Voor de Verordening Kunst in de Openbare Ruimte Hellendoorn 2026 een subsidieplafond voor het tijdvak 2026 van € 95.000,-.

Ondertekening

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,