Financieel besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026

Geldend van 03-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Financieel besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen; gelet op de artikelen 2.6, 2.7, 2.11, 2.12, 4.3, 4.4, 4.5a en 4.5b van de ‘Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026’ besluit vast te stellen het ‘Financieel besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026’.

HOOFDSTUK 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begrippen

  • -

    Financieel besluit: Financieel besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026

  • -

    Nadere regels: Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026

  • -

    Pgb: persoonsgebonden budget.

  • -

    Pgb voor formele hulp: pgb voor hulp die wordt uitgevoerd door een hulpverlener met een passende afgeronde opleiding.

  • -

    Pgb voor informele hulp: pgb voor hulp die uitgevoerd wordt door iemand die niet voldoet aan de criteria voor formele hulp of door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt.

  • -

    Verordening: Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026

  • -

    Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

  • -

    Alle andere begrippen in dit Financieel besluit worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wmo 2015, de Verordening en de Nadere regels.

HOOFDSTUK 2. Zorg in natura

Artikel 2.1 Tarieven zorg in natura

De actuele tarieven voor Begeleiding individueel, Begeleiding groep, Hulp bij huishouden, Activerend werk, Behandeling en Verblijf zijn te vinden op: www.inkoopsdcg.nl/home+inkoop/inkoop/zoektool+gecontracteerd+aanbod+sdcg/default.aspx 

Artikel 2.2 Tarieven Beschermd Wonen en Beschermd Thuis

De tarieven zijn vanaf 1 januari 2026 per etmaal:

  • -

    Beschermd Wonen: €198,91

    • o

      Extra Nabijheid : €52,24

    • o

      Extra Persoonlijke Verzorging: €31,34 (Afwezigheidsdag: €161,32)

  • -

    Beschermd Thuis: €87,98

  • -

    Beschermd Thuis Geclusterd: €31,77 - Tijdelijk Verblijf:

    • o

      zonder plaatsende aanbieder (bezet bed): €196,74

    • o

      zonder plaatsende aanbieder (niet bezet bed): €80,16

    • o

      met plaatsende aanbieder (bezet bed): €130,69

    • o

      met plaatsende aanbieder (niet bezet bed): €115,14

  • -

    Safehouses: €131,09

HOOFDSTUK 3. Pgb

Artikel 3.1 Hoogte pgb voor formele hulp

De hoogte van het pgb bedraagt conform de Verordening niet meer dan 75% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening of individuele voorziening in natura. Wanneer de budgethouder kiest voor een duurdere voorzieningen dan het tarief van de goedkoopst adequate voorziening in natura, betaalt de cliënt het meerdere zelf bij. De hoogte van het pgb moet echter altijd toereikend zijn voor een veilige, doeltreffende en kwalitatief goede voorziening.

Artikel 3.2 Hoogte pgb voor informele hulp

  • a.

    Bij een zorgovereenkomst met een familielid in 1e of 2e graad is de hoogte van het pgb voor informele zorg gelijk aan het minimumloon vermeerderd met de vakantiebijslag.

  • b.

    Bij het bestaan van een dienstbetrekking is de hoogte van het pgb conform de Verordening gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO.

In geval sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarbij werkgeverslasten afgedragen moeten worden, gaat het college uit van het lage tarief. Mocht het lagere tarief zijn gehanteerd, en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhoogt het college ook achteraf nog het budget. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB.

De lonen binnen de CAO VVT: https://www.actiz.nl/cao-vvt-2025-2026. Hulp bij het huishouden heeft een eigen tabel en begeleiding valt doorgaans in schaal FWG 30.

Artikel 3.3 Verantwoordingsvrij bedrag pgb

De gemeente Wageningen hanteert een verantwoordingsvrij bedrag van € 250,00 per jaar binnen het pgb wat de budgethouder ontvangt. De budgethouder hoeft over deze € 250,00 geen verantwoording af te leggen. Het verantwoordingsvrije bedrag kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een attentie voor de hulp of aan bemiddelingskosten voor het vinden van goede hulpverleners. Dit verantwoordingsvrije bedrag geldt alleen voor pgb’s waarbij er sprake is van ondersteuning door (informele) hulpverleners.

Artikel 3.4 Hoogte pgb vervoersvoorzieningen

Het pgb voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst-adequate offerteprijs inclusief een bedrag voor onderhoud en reparatie zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald.

Artikel 3.5 Hoogte pgb rolstoel

Het pgb voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopstadequate offerteprijs inclusief een bedrag voor onderhoud en reparatie zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald.

Artikel 3.6 Indexeren pgb’s

Het pgb voor ondersteuning door dienstverlening (door formele of informele hulpverleners) wordt jaarlijks met ingang van 1 januari verhoogd met het door de VNG geadviseerde definitieve prijsindexcijfer voor de kosten Jeugdwet en Wmo 2015 van het voorafgaande kalenderjaar. De indexatie bestaat uit een gewogen mix van 90% Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) en 10% Prijs Particuliere Consumptie (PPC).

HOOFDSTUK 4. Eigen bijdrage en bijdrage in de kosten voor voorzieningen

Artikel 4.1 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen Wmo 2015

  • 1. Voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde beschermd wonen en opvang, geldt een eigen bijdrage volgens artikel 2.1.4 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 van de Wmo 2015. Dit geldt ongeacht inkomen en vermogen. De hoogte van de eigen bijdrage voor deze maatwerkvoorzieningen voor 2026 is € 21,80 per maand.

  • 2. In onderstaande situaties hoeft geen eigen bijdrage betaald te worden:

    • -

      Meerpersoonshuishoudens waarbij minimaal één persoon de AOW-leeftijd nog niet bereikt heeft (conform artikel 3.8, lid 3, onder f, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015);

    • -

      Als de persoon aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of zijn partner een eigen bijdrage op grond van de Wlz of een bijdrage voor beschermd wonen verschuldigd is (artikel 3.8, lid 3, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).

    • -

      Kinderen tot en met 18 jaar; Ook als de maatwerkvoorziening een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt betreft, wordt er geen eigen bijdrage opgelegd.

    • -

      Voor rolstoelen en collectief vervoer;

    • -

      Bij een inkomen van minder dan 130% van de netto toepasselijke bijstandsnorm (zie artikel 4.2 van het Financieel besluit).

    • -

      Als de persoon aan wie de maatwerkvoorziening is verstrekt, volgens het college over onvoldoende betalingscapaciteit beschikt (artikel 3.8, lid 3, onderdeel g, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015)

    • -

      Bij samenloop met opvang en beschermd wonen, omdat dan enkel de eigen bijdrage voor opvang of beschermd wonen wordt betaald en er geen abonnementstarief voor andere voorzieningen bij opgeteld wordt.

  • 3. De eigen bijdrage wordt opgelegd voor de duur van het gebruik of tot het bereiken van de kostprijs en is:

    • a.

      € 21,80 per maand voor:

      • -

        hulp bij het huishouden;

      • -

        begeleiding individueel en groep;

      • -

        Kort verblijf (logeeropvang, respijtzorg);

      • -

        Huurvoorzieningen, in bruikleen verstrekt, zoals (verrijdbare) douchestoel, transfervoorziening, complex douche- en toiletvoorziening zoals douchebrancard of aankleedtafel, tillift), en

      • -

        Huurvoorziening vervoermiddel, zoals driewielfiets, scootmobiel, handbike.

    • b.

      € 21,80 per maand tot maximaal het bereiken van de kostprijs voor:

      • -

        Woningaanpassingen;

      • -

        Traplift;

      • -

        Koop-voorzieningen (in eigendom verstrekt én onder de €500,-), zoals eenvoudige douchestoel, eenvoudige toiletstoel, sta op hulpmiddelen, woningaanpassingen.

Artikel 4.2 Kwijtschelding eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen Wmo 2015

In de toelichting op artikel 4.5b, van de Verordening is opgenomen dat het college kwijtschelding van de eigen bijdrage verleent als het inkomen van de cliënt minder dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm is.

De geldende bedragen voor 130% van de bijstandsnorm zijn omgerekend naar bruto bedragen en hieronder weergegeven. Deze bruto inkomensgrenzen gelden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. De bruto inkomensgrenzen voor 2026 zijn als volgt:

  • a.

    Eenpersoonshuishouden AOW-gerechtigd: € 24.409

  • b.

    Eenpersoonshuishouden, niet AOW gerechtigd: € 27.726

  • c.

    Meerpersoonshuishouden AOW-gerechtigd: € 33.447

Het CAK stelt de kwijtschelding vast en kijkt bij toepassing van het minimabeleid tevens naar eventueel spaargeld en beleggingen. Zie voor meer informatie:

https://www.hetcak.nl/regelingen/wet-maatschappelijke-ondersteuning/wmo-brief-van-hetcak/wat-is-minimakorting. 

Artikel 4.3 Eigen bijdrage beschermd wonen

De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen wordt vastgesteld door het CAK op basis van landelijke regelgeving. Het is afhankelijk van inkomen, vermogen, leeftijd en gezinssamenstelling.

Artikel 4.4 Bijdrage in de kosten Valleihopper

Het vraagafhankelijk vervoer is uitgezonderd van het abonnementstarief. Cliënten met een indicatie voor het gebruik van vraagafhankelijk vervoer betalen wél een bijdrage in de kosten aan de vervoerder. Deze bijdrage is niet meer dan het Openbaar Vervoer (OV) tarief. De verhoging van het opstap- en kilometertarief van de Valleihopper wordt jaarlijks gelijkgetrokken aan de indexering van het reguliere OV. Hiervoor wordt de Landelijke Tarieven Index (LTI) gebruikt. De tarieven voor 2026:

  • 1.

    Valleihopper indicatie sociaal-recreatief vervoer (voor klanten ouder dan 18 jaar)

    • a.

      € 1,16 opstaptarief en € 0,22 per kilometer.

    • b.

      Reizen tegen het kortingstarief mag maximaal 1.500km per kalenderjaar.

    • c.

      Begeleider: Sociaal begeleider en klant betalen ieder de kosten, de medisch begeleider reist gratis mee.

  • 2.

    Valleihopper pas 65+ (voor klanten van 65 jaar en ouder)

    • a.

      € 3,14 opstaptarief en € 0,49 per kilometer.

    • b.

      Reizen tegen het kortingstarief mag maximaal 1.500 km per kalenderjaar

  • 3.

    Valleihopper Meereizende (zonder pas) betaalt:

    • -

      in Gelderse gemeenten € 6,44 opstaptarief en € 1,61 per km.

    • -

      in Renswoude, Rhenen en Veenendaal € 3,55 opstaptarief en € 0,75 per km.

  • 4.

    Wmo-pas voor Valleihopper (Valleihopperpas). Voor het verstrekken van een pas voor de Valleihopper sociaal-recreatief vervoer of 65+, wordt een eenmalig bedrag van € 7,50 per verstrekte pas in rekening gebracht. Deze kosten worden ook in rekening gebracht bij vervanging vanwege verlies of diefstal.

  • 5.

    Vervoer Wmo Dagbesteding

    • a.

      Geen bijdrage

    • b.

      Gekoppeld aan een indicatie voor Dagbesteding (Groepsbegeleiding)

    • c.

      Begeleider: als er sprake is van een indicatie, dan betaalt de begeleiding geen bijdrage.

  • 6.

    Vervoer op grond van Jeugdwet

    • a.

      Geen bijdrage op grond van Jeugdwet

    • b.

      Gekoppeld aan een indicatie dagvervoer Jeugd.

    • c.

      Begeleider: Geen bijdrage op grond van Jeugdwet

HOOFDSTUK 5. Waardering mantelzorgers

Artikel 5.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers

De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente is als volgt:

  • -

    Voor volwassenen: een individuele financiële bijdrage van € 100.

  • -

    Voor jongeren tot 18 jaar: een cadeaubon van €50.

HOOFDSTUK 6. Tegemoetkoming

Artikel 6.1 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische ziekte

Personen met een beperking of chronische ziekte die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben en financieel niet-redzaam zijn – waaronder inwoners met een inkomen lager dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm - kunnen bij het college een tegemoetkoming aanvragen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. Het college heeft dit geregeld in hoofdstuk 4 van de “Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026”.

De feitelijk gemaakte kosten worden vergoed tot een maximum dat gelijk is aan het verplicht eigen risico dat opgelegd wordt door de zorgverzekeraars.

Artikel 6.2 Tegemoetkoming woonvoorzieningen

  • 1. De financiële tegemoetkoming of het pgb voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst-adequate offerteprijs inclusief een bedrag voor keuringen, onderhoud en reparatie zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald.

  • 2. De vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt maximaal € 4.923,91*

  • 3. De maximale aanpassingskosten woonschepen/woonwagens bedragen € 1.927,15*

  • 4. De maximale vergoeding huurderving bedraagt per maand € 962,22*

  • 5. De maximale vergoeding voor tijdelijke huisvesting zelfstandig wonend persoon wegens te verlaten aan te passen woonruimte bedraagt per maand € 962,22*

  • 6. De maximale vergoeding voor tijdelijke huisvesting niet-zelfstandig wonend persoon wegens te verlaten aan te passen woonruimte bedraagt per maand €470,41*

  • 7. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 4.3, lid, 1, van de Verordening bedraagt maximaal €13.204,06*.

  • 8. Grensbedrag afweging primaat verhuizing: Onder een bedrag van € 6.324,54 wordt geen afweging gemaakt over de vraag of de verhuisplicht van toepassing is. Dit bedrag wordt eenmaal per 5 jaren verhoogd met € 311,24 (eerste verhoging volgt per 2027).

Artikel 6.3 Financiële tegemoetkoming kosten sporthulpmiddelen

De financiële tegemoetkoming voor de kosten van sporthulpmiddelen bedraagt maximaal €4.219,55*. Dit bedrag is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar.

Artikel 6.4 Vergoeding vervoerskosten jeugdhulp

De maandelijkse kilometervergoeding voor de vervoersvoorziening voor de jeugdige is gelijk aan de norm belastingvrije kilometervergoeding eigen vervoer zoals vastgesteld door de Rijksoverheid. In 2026 bedraagt de vergoeding € 0,23 per kilometer beladen; twee keer enkele rit (uitvoering hoofdstuk 6 van de nadere regels).

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

  • 1. Dit besluit treedt een dag na bekendmaking met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2026.

  • 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2026

  • 3. Met de inwerkintreding van dit besluit wordt het Financieel besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2025 ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Wageningen

op 10 maart 2026

de secretaris,

T. de Bruijn

de burgemeester,

F. Vermeulen

Toelichting: De bedragen die in dit besluit zijn aangegeven met een *, worden jaarlijks met ingang van 1 januari verhoogd met het door de VNG geadviseerde prijsindexcijfer voor de kosten Jeugdwet en Wmo. De indexatie bestaat uit een gewogen mix van 90% Overheidsbijdrage in de

Arbeidskostenontwikkeling (OVA) en 10% Prijs Particuliere Consumptie (PPC). Voor 2026 is de indexatie 4,03%. Artikel 6.2 lid 8 wordt elke 5 jaar met een vast bedrag verhoogd, zoals aangegeven in de tekst.