gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland

Geldend van 26-03-2026 t/m heden

Intitulé

gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland

Inleiding

Zoals goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 10 oktober 1989, inclusief de wijzigingen goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 20 maart 1990, 28 augustus 1990, 17 april 1991, 19 april 1991, 5 juli 1991, 9 april 1992, 21 december 1993, 28 juni 1994, 8 augustus 1995, 27 maart 1998, 14 augustus 2002, 29 december 2005 en de wijzigingsbesluiten van het Algemeen Bestuur van 27 juni 2007, 18 april 2012, 10 oktober 2012, 2 maart 2016, 11 juli 2024 en 25 februari 2026.

Deze regeling is vastgesteld door de regio Midden-Holland en beschrijft de samenwerking tussen gemeenten, waaronder Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. De regeling is gebaseerd op de Gemeentewet, Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en de Archiefwet 1995. De regeling borduurt voort op eerdere regelingen ten behoeve van Regio Midden-Holland (laatste wijziging 11 juli 2024).

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.

Overwegende dat:

- de gemeenten in de regio Midden-Holland samen wensen te werken omtrent strategische onderwerpen en hun belangen bij deze onderwerpen gezamenlijk en krachtig wensen te behartigen, waarbij lobbyactiviteiten als een belangrijke functie worden gezien;

- de Provincie Zuid-Holland de strategische samenwerking door gemeenten in Midden-Holland graag versterkt zou willen zien;

- deze samenwerking primair vormgegeven wordt vanuit het netwerk van gemeenten en betrokken partijen, waarbij deze ondersteund worden door het regiobureau;

- er een bestuurlijk regionaal platform is ingesteld dat richting geeft aan de samenwerking in het netwerk;

- er een regionale, strategische agenda wordt vastgesteld waarin de inhoudelijke scope en inzet van de regionale samenwerking is gedefinieerd;

- deze regionale, strategische agenda vierjaarlijks na gemeenteraadsverkiezingen ter consultatie wordt voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten;

- er een regiobureau is dat het bestuurlijk platform ondersteunt, uitvoering geeft aan de regionale, strategische agenda en hiermee de belangen van Regio Midden-Holland behartigt;

- Deze gemeenschappelijke regeling voor de samenwerking in de regio, en daarmee voor het regionaal platform, een onmisbaar hulpmiddel is, bijvoorbeeld door het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid, de omschrijving van de inhoudelijke scope, de diverse rollen van deelnemers en het aanvragen van subsidies;

- in het kader van de netwerksamenwerking vindt het vaststellen van regionaal beleid, en de daarbij benodigde beschikbaarstelling van capaciteit uit de eigen organisaties, plaats door de colleges van B&W en zo nodig de afzonderlijke gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

Gelet op de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Archiefwet 1995.

Besluiten:

De gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden:

HOOFDSTUK I Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland;

b. Regio Midden-Holland: openbaar lichaam, zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling in samenhang met artikel 8 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

c. college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

d. deelnemende gemeente: gemeente waarvan het college deze regeling heeft getroffen;

e. het gebied: het grondgebied van de deelnemende gemeenten;

f. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

g. de WGR: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

h. de secretaris: de secretaris van Regio Midden-Holland;

i. regiobureau: het bureau van Regio Midden-Holland.

2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van een andere wet van toepassing worden verklaard, dient, waar in die artikelen wordt gesproken van gemeente, college van burgemeester en wethouders resp. burgemeester, daarvoor te worden gelezen: Regio Midden-Holland, algemeen bestuur/dagelijks bestuur, resp. voorzitter.

HOOFDSTUK II Het openbaar lichaam

Artikel 2 Het Openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam, genaamd "Regio Midden-Holland”.

2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Gouda.

Artikel 3 Bestuur

Het bestuur van Regio Midden-Holland bestaat uit:

a. het algemeen bestuur;

b. het dagelijks bestuur;

c. de voorzitter.

HOOFDSTUK III Taken en bevoegdheden

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

1. Regio Midden-Holland is een strategische regionale samenwerking gericht op het ruimtelijk-economisch domein met als doel om de brede welvaart in de deelnemende gemeenten te versterken.

2. Regio Midden-Holland heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen te behartigen van de aan de regeling deelnemende gemeenten en colleges op het terrein van:

a. Ruimte en Wonen;

b. Bereikbaarheid en Mobiliteit;

c. Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt;

d. Duurzaamheid en Energie;

e. Mens en voorzieningen

f. Alsmede alle andere onderwerpen die bij gelijkluidend besluit ter behartiging aan Regio Midden-Holland zijn opgedragen door de colleges. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats bij unanimiteit.

Deze gemeenschappelijke belangen kunnen zowel op structurele, programmatische als projectmatige basis behartigd worden.

3. Ter behartiging van de in lid 1 en 2 genoemde belangen voert Regio Midden-Holland, op basis van daartoe door de colleges genomen besluiten, naast de algemene coördinerende taak als bedoeld in het eerste lid, de volgende taken uit:

a. het aanvragen en verstrekken van subsidies;

b. beleidsontwikkeling en -agendering, regisseren van de regionale samenwerking en het faciliteren van overleg, in het bijzonder door het faciliteren van bestuurlijke tafels;

c. het voorbereiden en vierjaarlijks vaststellen van de regionale strategische agenda, met als programmalijnen (i.) verantwoorde groei, (ii.) bereikbaarheid en (iii.) toekomstbestendige economie;

d. lobby en belangenbehartiging;

e. alle andere taken die bij gelijkluidend besluit ter behartiging aan Regio Midden-Holland zijn opgedragen door de colleges. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats door middel van gelijkluidende besluitvorming van de colleges van twee of meer deelnemende gemeenten. De uitvoering van de taken zal beperkt blijven tot de gemeenten die deze aan Regio Midden-Holland hebben opgedragen.

4. Aan het bestuur van Regio Midden-Holland worden, ter vervulling van de in lid 4 genoemde taken met betrekking tot de in lid 1 en 2 genoemde gemeenschappelijke belangen, bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 30 van de WGR.

HOOFDSTUK IV Het algemeen bestuur

Artikel 5 Samenstelling algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter inbegrepen.

2. De colleges van iedere deelnemende gemeente wijzen twee leden uit hun midden aan. Te weten de burgemeester en een wethouder met een relevante portefeuille.

3. De colleges wijzen voor ieder lid ook één plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Ook dit lid dient een voor de regeling relevante portefeuille te hebben. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid.

4. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt zo spoedig mogelijk plaats in de vergadering van de colleges van de gemeenten in de nieuwe samenstelling.

5. De leden en de plaatsvervangende leden worden aangewezen voor een tijdvak van vier jaar. Ongeacht het tijdstip van benoeming treden zij af op de dag waarop de zittingsperiode van de colleges eindigt. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.

6. Een lid dat de hoedanigheid als lid van het college verliest, houdt ook op lid te zijn van het algemeen bestuur.

7. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mede aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het algemeen bestuur. Het lid blijft de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard.

8. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, voorzien.

9. Het algemeen bestuur kan op uitnodiging adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen. Deze adviseurs hebben geen stemrecht

Artikel 6 Werkwijze van het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden, dat ter kennisneming aan de colleges wordt gezonden.

2. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en verder zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of als dit door tenminste drie leden van het algemeen bestuur schriftelijk en onder opgave van redenen wordt gevraagd. In het laatste geval wordt de vergadering binnen drie weken gehouden.

3. De voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergadering.

4. De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 5, negende lid worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste tien dagen tevoren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen. De agenda en bijbehorende voorstellen, behalve die waarop geheimhouding rust, worden tegelijkertijd bekend gemaakt door publicatie op de website van de gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland en ter inzage gelegd bij gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland.

5. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Bij verhindering of ontstentenis van de plaatsvervangend voorzitter, wijst het algemeen bestuur één van zijn leden aan die de voorzitter vervangt.

Artikel 7 Openbaarheid

1. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten wanneer tenminste één vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of als dit naar het oordeel van de voorzitter nodig is. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Over de geheimhouding is het bepaalde in artikel 23 WGR van toepassing. Alleen de leden van het algemeen bestuur zijn gerechtigd een besloten vergadering bij te wonen, tenzij door het algemeen bestuur in besloten vergadering anders wordt beslist. Van een besloten vergadering worden afzonderlijke notulen opgesteld.

2. In een besloten vergadering kan niet worden besloten over:

a. de toelating van nieuw benoemde leden;

b. de vaststelling van de kadernota, vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;

c. de benoeming en het ontslag van leden van het dagelijks bestuur;

d. wijzigingen van de regeling, alsmede toe- en uittreden uit de regeling.

Artikel 8 Stemverhouding

1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem.

2. Indien tijdens een stemming de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Artikel 9 Vergoeding

De werkzaamheden van de leden van het algemeen bestuur ten behoeve van Regio Midden-Holland zijn onderdeel van hun functie bij de deelnemende gemeenten. De leden van het algemeen bestuur ontvangen derhalve geen afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden of tegemoetkoming in de kosten.

Artikel 10 Bevoegdheden en taken

1. Het algemeen bestuur heeft met betrekking tot de aan Regio Midden-Holland opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens wettelijke regelingen of deze regeling rechtstreeks aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn op- of overgedragen.

2. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur bepaald, daarbij worden de deelnemers gehoord.

HOOFDSTUK V Het dagelijks bestuur

Artikel 11 Samenstelling

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, te weten:

a. de door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen voorzitter; alsmede

b. vier overige door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen leden.

2. De overige leden van het dagelijks bestuur zijn collegeleden, ieder afkomstig uit een andere deelnemende gemeente, niet zijnde de gemeente waaruit de voorzitter afkomstig is, geselecteerd als volgt:

a. een burgemeester, die fungeert als portefeuillehouder Middelen, organisatie en strategie en tevens vice-voorzitter is.

b. drie wethouders, die zo gekozen worden dat ze betrokken zijn bij verschillende in artikel 4, derde lid sub b genoemde programmalijnen uit de regionale strategische agenda en voorzitter zijn van een bestuurlijke tafel.

3. Met inachtneming van artikel 14, derde lid, van de WGR, mogen de leden van het dagelijks bestuur nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken.

Artikel 12 Aanstelling

1. Het algemeen bestuur beslist bij aanvang van elke zittingsperiode in de eerste vergadering over de benoeming van de in het eerste lid vermelde leden in het dagelijks bestuur.

2. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode en de eerste vergadering na een wijziging in de samenstelling van het dagelijks bestuur, maken de leden van het dagelijks bestuur onderling afspraken over de portefeuilleverdeling en over de onderlinge plaatsvervanging.

3. De zittingsduur van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan die van het algemeen bestuur.

4. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het dagelijks bestuur.

5. Het lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.

6. Een lid, kan worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het algemeen bestuur.

7. Als tussentijds een plaats van een lid in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, benoemt het algemeen bestuur ten spoedigste een nieuw lid.

Artikel 13 Werkwijze

1. Het dagelijks bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen.

2. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal zes maal per jaar en verder zo dikwijls naar gelang de voorzitter of tenminste twee andere leden dit nodig achten.

3. De agenda en de daarbij behorende vergaderstukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste tien dagen voor het houden van de vergadering, aan de leden van het dagelijks bestuur verzonden.

4. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn besloten. Het dagelijks bestuur kan besluiten een openbare vergadering te houden.

5. Het dagelijks bestuur publiceert haar agenda en besluitenlijst na afloop van de vergadering op de website van de gemeenschappelijke Regio Midden-Holland.

6. Het bepaalde in artikel 6 derde, vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 Vergoeding

De werkzaamheden van de leden van het dagelijks bestuur ten behoeve van Regio Midden-Holland zijn onderdeel van hun functie bij de deelnemende gemeenten. De leden van het algemeen bestuur ontvangen derhalve geen afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden of tegemoetkoming in de kosten.

Artikel 15 Bevoegdheden

Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur van Regio Midden-Holland behoren naast de bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 33b van de WGR onder meer:

a. De voorbereiding en uitvoering (samen met de deelnemers en partners) van de regionale strategische agenda;

b. Het uitvoeren van de activiteiten zoals vastgelegd in de begroting;

c. het voorstaan van de belangen van Regio Midden-Holland bij de rijks- en provinciale overheid en bij andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor Regio Midden-Holland van belang is;

d. het beheer van de activa en de passiva van Regio Midden-Holland;

e. de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding.

Artikel 16. Informatieverstrekking

1. Het dagelijks bestuur biedt, indien nodig goedgekeurd door het algemeen bestuur, aan de colleges en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde of te voeren beleid nodig zijn, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. De inlichtingen worden in beginsel schriftelijk verstrekt. Onder ongevraagde aanlevering wordt tenminste de actieve verstrekking verstaan van een:

a. vierjaarlijkse strategische agenda;

b. jaarlijkse begroting met activiteiten;

c. een financieel jaarverslag;

d. een inhoudelijk jaarverslag;

e. per kwartaal een verslag van de voortgang van projecten.

2. Het algemeen en dagelijks bestuur organiseren ten behoeve van informatie-uitwisseling minimaal tweemaal per jaar, een radenbijeenkomst waarvoor alle gemeenteraadsleden van de deelnemende gemeenten worden uitgenodigd. Op de radenbijeenkomst in het voorjaar wordt informatie uitgewisseld met betrekking tot de op te stellen begroting met uitvoeringsagenda voor het daaropvolgende kalenderjaar.

3. Een verzoek om inlichtingen door één of meer leden van de gemeenteraad van één van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het algemeen bestuur en kan onder meer omvatten:

a. persoonlijke en mondelinge toelichting door de voorzitter of één van de andere leden van het algemeen bestuur in een gemeenteraads- of commissievergadering; aanlevering van de verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur, de portefeuillehoudersoverleggen en de bestuurscommissies;

b. aanlevering van de verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

HOOFDSTUK VI De voorzitter

Artikel 17 De voorzitter

1. De burgemeester van Gouda is de voorzitter;

2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt zijn functie waargenomen door de vice-voorzitter en bij diens verhindering of ontstentenis door een door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid;

3. De burgemeester van Gouda kan tijdelijk de rol van voorzitter en de daaraan verbonden bevoegdheden en taken overdragen aan de vice-voorzitter. In dat geval neemt de burgemeester van Gouda uitsluitend deel aan het dagelijks bestuur als lid namens Gouda, zonder de taken en bevoegdheden van voorzitter uit te oefenen.

Artikel 18 Bevoegdheden

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

2. De voorzitter is, behoudens het bepaalde in artikel 33b, lid 1, onder b, van de WGR, belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

3. De voorzitter ondertekent alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan.

4. De voorzitter vertegenwoordigt Regio Midden-Holland in en buiten rechte. Indien de voorzitter deel uitmaakt van het bestuur van een deelnemende gemeente die rechtstreeks partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij Regio Midden-Holland is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur deze bevoegdheid uit. Indien ook de andere leden van het dagelijks bestuur om deze reden buiten staat zijn Regio Midden-Holland te vertegenwoordigen voorziet het algemeen bestuur naar bevind van zaken in de uitoefening van deze bevoegdheid.

5. Wie bevoegd is Regio Midden-Holland bij gerechtelijke of buitengerechtelijke rechtshandelingen te vertegenwoordigen kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde toevertrouwen.

HOOFDSTUK VII Bestuurlijke tafels

Artikel 19 Commissies

Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24, 24a en 25 van de WGR commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen.

HOOFDSTUK VIII Inlichtingen, zienswijze, inspraak en verantwoording

Artikel 20 Inlichtingen en verantwoording

1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en ingestelde commissies geven de raden van de deelnemende gemeenten uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het bestuur hanteert hierbij als werkwijze dat de bestuurlijke documenten op de website worden gepubliceerd, tevens rekening houdend met de Wet open overheid. Indien het algemeen of het dagelijks bestuur of ingestelde commissies over aanvullende informatie beschikken waarvan zij inschatten dat de raden van de deelnemende gemeenten die nodig hebben voor de uitoefening van hun taken delen zij die informatie schriftelijk met de raden van de deelnemende gemeenten of door mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten.

2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de eigen raad alle inlichtingen die door de raad of één of meer leden daarvan worden verlangd.

3. Een lid van het algemeen bestuur is aan de eigen raad verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

4. De raden bepalen voor hun gemeente de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het derde lid plaatsvindt.

5. Het algemeen bestuur of leden daarvan geven geen inlichtingen en leggen geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 WGR geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur.

Artikel 21 Zienswijzen gemeenteraden

In aanvulling op de gevallen waarin een wettelijke regeling voorziet in de mogelijkheid van het geven van zienswijzen, stellen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om zienswijzen in te dienen voorafgaand aan het nemen van besluiten:

a. tot vaststelling van de regionale strategische agenda.

b. tot het doen van een investering die niet op de begroting is opgenomen en meer bedraagt dan 10% van de vastgestelde begroting;

c. tot opheffing van de regeling.

Artikel 22 Inspraak en participatie

Waar dat wettelijk is vereist of waar het algemeen bestuur zulks wenselijk acht dragen de deelnemende colleges ervoor zorg dat hun ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling worden betrokken.

HOOFDSTUK IX Het ambtelijk apparaat

Artikel 23 Directeur-secretaris

1. Er is een directeur-secretaris Regio Midden-Holland.

2. Het dagelijks bestuur beslist over de indienstneming, de schorsing en het ontslag van de directeur-secretaris.

3. De directeur-secretaris staat het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde.

4. De directeur-secretaris is onder toezicht van het dagelijks bestuur belast met de leiding van het ambtelijk apparaat van Regio Midden-Holland.

5. De directeur-secretaris is (ambtelijk) secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De directeur-secretaris wordt in die rol bij verhindering of ontstentenis vervangen door een of meerdere door het dagelijks bestuur te benoemen plaatsvervangers.

6. De stukken die van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur uitgaan, worden door de directeur-secretaris medeondertekend.

7. Het dagelijks bestuur kan in een instructie nadere regels stellen over de taak en de bevoegdheden van de directeur-secretaris

Artikel 24 Personeel

1. Regio Midden-Holland is bevoegd tot het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel dat in dienst is van het openbaar lichaam.

2. Het algemeen bestuur is belast met de vaststelling van de kaders van het personeelsbeleid.

3. Op het personeel van Regio Midden-Holland is de CAO van Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing.

HOOFDSTUK X Financiële bepalingen

Artikel 25 De begroting

1. Bij het voorbereiden van de begroting worden de artikelen 34b en 35 van de WGR gevolgd.

2. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner voor algemene werkingskosten van Regio Midden-Holland.

3. Voor de berekening van deze bijdrage wordt uitgegaan van de door het CBS openbaar gemaakte inwoneraantallen per 1 januari van het jaar t -/- 2.

4. Voor zover er sprake is van specifieke taken en projecten blijken de daarvoor benodigde middelen, alsmede de bijdrage daarin door de individuele deelnemende gemeenten, desgewenst afzonderlijk uit de begroting.

5. Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd dragen de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd niet bij aan de begrotingsonderdelen die betrekking hebben op deze taken.

6. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in de bovenstaande artikelleden bedoelde bijdrage.

7. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen.

8. Terstond na de vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten die elk het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van het samenwerkingsorgaan geraamde bedrag, in de gemeentebegroting opnemen.

9. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting, is het bepaalde in de voorgaande leden, met uitzondering van het vijfde lid van dit artikel alsmede artikel 25, van overeenkomstige toepassing. Indien noodzakelijk vinden begrotingswijzigingen plaats bij de MARAP in het najaar.

10. Op het vaststellen van de begroting is artikel 34 van de WGR van toepassing.

11. Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van de Regio Midden-Holland zijn de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26

Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of niet zal voldoen aan het bepaalde in artikel 24, lid 6 doet het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.

Artikel 27 De jaarrekening

1. Op het vaststellen van de jaarrekening is artikel 34 van de wet van toepassing.

2. In de jaarrekening wordt het door elke deelnemende gemeente over het betreffende jaar verschuldigde bedrag opgenomen.

3. Voor zover er sprake is van specifieke projecten, blijken de daarvoor aangewende middelen afzonderlijk uit de jaarrekening.

4. De algemene werkingskosten van Regio Midden-Holland worden, rekening houdend met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonertal op 1 januari van het jaar, waarop de kosten betrekking hebben. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

5. De specifieke kosten van de door Regio Midden-Holland uitgevoerde taken en projecten worden, rekening houdend met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar een verdeelsleutel die voor aanvang van de taak of het project voor iedere taak / ieder project afzonderlijk wordt vastgesteld.

6. Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd worden de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd in afwijking van het vijfde lid van dit artikel niet belast met een aandeel in de kosten van deze taken en projecten.

7. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 24, zesde lid, bij wijze van voorschot betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de in artikel 34, vierde lid van de WGR bedoelde mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.

HOOFDSTUK XI Geschillen

Artikel 28 Geschillen

1. Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de WGR.

2. De voorzitter spant zich naar vermogen in om het ontstaan van formele geschillen als bedoeld in het vorige lid te voorkomen.

HOOFDSTUK XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 29 Toetreding

Toetreding door andere gemeenten vindt plaats indien en nadat:

a. de bestuursorganen van de betreffende gemeente daartoe strekkende besluiten nemen;

b. de betreffende gemeente en het algemeen bestuur de gevolgen van de toetreding regelen en;

c. de bestuursorganen van de reeds deelnemende gemeenten, met de toetreding en de regeling bedoeld onder b. instemmen.

Artikel 30 Uittreding

1. Een deelnemende gemeente kan uit de regeling treden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van haar bestuursorganen.

2. Uittreding is mogelijk per 1 januari van elk kalenderjaar, met dien verstande dat de uittredingsbesluiten van de uittredende gemeente voor 1 juli voorafgaand aan het moment van uittreding door het algemeen bestuur dienen te zijn ontvangen.

3. Bij uittreding is de uittredende gemeente een extra bedrag verschuldigd ter hoogte van twee maal de hoogte van de door deze gemeente verschuldigde jaarbijdrage in het kalenderjaar voorafgaand aan de uittreding. Dit bedrag is te voldoen in vier halfjaarlijkse termijnen, te voldoen voor 16 januari respectievelijk voor 16 juli. Bij het bepalen van de hoogte van het extra bedrag zijn de gevolgen voor het vermogen van de Regio Midden-Holland en de deelnemende gemeenten meegewogen.

Artikel 31 Wijziging regeling

1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen.

2. De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten.

Artikel 32 Opheffing regeling

1. De regeling wordt opgeheven indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats bij unanimiteit, dan wel met ten hoogste één van de colleges van de deelnemende gemeenten tegen.

2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.

4. Het liquidatieplan regelt de gevolgen voor het ambtelijk apparaat en voorziet in de verplichtingen van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van de beëindiging van de regeling.

HOOFDSTUK XIII Duur van de regeling

Artikel 33 Duur van de regeling

1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

2. Als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 lid 1 van de WGR wordt aangewezen het college van burgemeester en wethouders van Gouda.

Artikel 34 Archief

1. De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften zijn, voor zover deze betrekking hebben op de archiefbescheiden van gemeenten, van overeenkomstige toepassing op Regio Midden-Holland.

2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.

3. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden.

4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Streekarchief Midden-Holland.

5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Streekarchief Midden-Holland.

HOOFDSTUK XIV Slotbepaling

Artikel 35

1. De regeling wordt aangehaald als:

“De Gemeenschappelijke Regeling Regio Midden-Holland”.

2. De gewijzigde regeling treedt in werking per 28 januari 2026, of – indien dat op een latere datum is - op de dag volgend op de publicatie ervan in het gemeenteblad van Gouda, welke publicatie kan plaatsvinden nadat alle betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten het besluit tot wijziging hebben genomen.

Aldus gewijzigd vastgesteld,

Het Algemeen Bestuur van de Regio Midden-Holland,

Gouda, 25 februari 2026

drs. K.J.E. Sleeking, MBA mr. drs. P. Verhoeve

directeur-secretaris voorzitter

Ondertekening