Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer 2026

Geldend van 02-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer 2026

De raad van de gemeente Landsmeer,

gelezen het voorstel van het college van 29 januari 2026

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer 2025

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaatsen in Landsmeer en Purmerland;

  • b.

    graf: een zandgraf of keldergraf;

  • c.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lichamen van overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • d.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.

    urn: een voorwerp ter berging van de as uit één of meer asbussen;

  • f.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen begraven en begraven houden van lichamen van overledenen;

    • 2.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;

    • 3.

      het doen verstrooien van as.

  • g.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;

    • 2.

      het doen verstrooien van as.

  • h.

    particulier kindergraf: particulier graf bestemd voor kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar;

  • i.

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;

  • j.

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

  • k.

    particulier natuurgraf: een particulier graf in een natuurlijke omgeving, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven en begraven houden van een overledenen in een specifiek vak met aangepaste voorwaarden;

  • l.

    particulier urnen-natuurgraf: een particulier graf in een natuurlijke omgeving, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven en begraven houden van de as van een overledene in een biologisch verteerbare asbus of urn in een specifiek vak met aangepaste voorwaarden;

  • m.

    particulier vlinder-natuurgraf: een particulier graf in een natuurlijke omgeving, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven en begraven houden van een stilgeboren kindje tot 24 weken zwangerschap in een specifiek vak met aangepaste voorwaarden

  • n.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lichamen van overledenen;

  • o.

    algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen of urnen;

  • p.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • q.

    grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

  • r.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

  • s.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf;

  • t.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend;

  • u.

    belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een graf, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende;

  • v.

    samenvoegen: het samenvoegen van stoffelijke resten uit één graf tot op de onderste laag;

  • w.

    ruimen: het verwijderen van stoffelijke resten vanuit een graf waardoor het graf vrijkomt voor heruitgifte. De bij ruiming aangetroffen stoffelijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf, tenzij anders bepaald. Het ruimen van een asbus of urn geschiedt door verstrooien van de as.

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particulier natuurgraf, particulier urnen-natuurgraf, particulier vlinder-natuurgraf en particuliere gedenkplaats.

  • 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf.

Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3. Openstelling begraafplaats(en)

  • 1. De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende een half uur na zonsopgang tot een half uur voor zonsondergang.

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4. Ordemaatregelen

  • 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2. Het is verboden op de begraafplaats:

    • a.

      met motorvoertuigen te rijden elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorvoertuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen tot een maximum snelheid van 10km per uur;

    • b.

      met fietsen, brom- en snorfietsen te rijden;

    • c.

      op de graven te lopen;

    • d.

      de begraafplaats te verontreinigen;

    • e.

      anders dan op aangewezen plekken as te verstrooien;

    • f.

      op enigerlei wijze reclame te maken voor handel of bedrijf, of artikelen ter verkoop aan te bieden.

  • 3. Honden dienen op de begraafplaats aangelijnd te worden.

  • 4. De beheerder kan personen die zich niet aan de in lid twee genoemde ordemaatregelen houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het tweede lid.

  • 6. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

Artikel 5. Plechtigheden

  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6. Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lichamen van overledenen en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 8. Over te leggen stukken

  • 1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende.

  • 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

  • 5. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven dient het bedoelde verlof van de burgemeester worden overlegd.

  • 6. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 9. Lijkomhulsel en bijsluiten voorwerpen

  • 1. Rechthebbenden of belanghebbenden leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan de regels die zijn vastgesteld in het Besluit op de lijkbezorging. Een lijk mag begraven worden in een kist of ander omhulsel die het doel van de begraving (lijkvertering) niet belemmerd. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

  • 2. Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

  • 3. Het is verboden om een lijk te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit op de Lijkbezorging.

  • 4. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn.

  • 5. Bij het ter begraving aanbieden van een overledene dient ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring te worden overgelegd - volgens een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen model - omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten overleggen:

    • a)

      een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Besluit op de Lijkbezorging, en

    • b)

      een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1. De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 09.00 tot 15.00 uur; op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur;

  • 2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 11. Indeling graven en asbezorging

  • 1. Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven;

    • b.

      particuliere urnengraven;

    • c.

      particuliere urnennissen;

    • d.

      particuliere gedenkplaatsen;

    • e.

      particuliere kindergraven;

    • f.

      particuliere (urnen-/vlinder-) natuurgraven

    • g.

      algemene graven.

  • 2. Op de begraafplaats(en) kunnen plaatsen voor verstrooiing van as worden aangewezen.

Artikel 12. Aantal overledenen in graven

  • 1. De particuliere graven, niet zijnde natuurgraven, worden onderverdeeld in:

    • a.

      graven, bestemd voor het begraven van ten hoogste 3 lichamen van overledenen dan wel het plaatsen van 4 asbussen of urnen of het verstrooien van de as van 3 overledenen;

    • b.

      graven, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lichamen van overledenen dan wel het plaatsen van 4 asbussen of urnen of het verstrooien van de as van 3 overledenen.

  • 2. In een algemeen graf worden maximaal drie lichamen van overledenen begraven.

  • 3. In een particulier kindergraf wordt maximaal één lichaam van een overledene begraven van kinderen tot 12 jaar oud.

  • 4. In een particulier urnengraf kunnen maximaal vier asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 5. In een particuliere urnennis kunnen maximaal twee asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 6. In een particulier natuurgraf bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken, in of op particuliere natuurgraven kunnen geen asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 7. in een particulier urnen-natuurgraf kunnen maximaal twee asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 8. In of op algemene graven kunnen geen asbussen of urnen worden bijgezet of verstrooiingen van as plaatsvinden.

Artikel 13. Samenvoegen van graven

  • 1. Het samenvoegen van de stoffelijke resten op de onderste laag in een graf is mogelijk indien de wettelijke grafrusttermijn van tenminste tien jaar wordt gerespecteerd; de resterende graftermijn nog minimaal tien jaar bedraagt; begraven op meer dan één laag mogelijk is en het samenvoegen technisch uitvoerbaar is.

  • 2. Per graf kan slechts één keer een samenvoeging plaatsvinden. Er mogen maximaal drie lagen samengevoegd worden op de onderste laag van het graf.

Artikel 14. Volgorde van uitgifte

  • 1. Graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven, tenzij door de beheerder anders is bepaald.

  • 2. De beheerder kan een graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

  • 3. Het college bepaald via nadere regels onder welke voorwaarden reserveringen mogelijk zijn.

Artikel 15. Maatvoering

Het college bepaalt de afmetingen van particuliere en algemene graven. Dit wordt vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit grafbedekkingen.

Artikel 16. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en gebruiksvoorwaarden.

Artikel 17. Termijnen

  • 1. De termijn van in gebruik geven bedraagt voor:

    • a.

      particuliere graven een periode van 10 of 20 jaar;

    • b.

      particuliere urnengraven een periode van 10 of 20 jaar;

    • c.

      particuliere urnennis een periode van 10 of 20 jaar;

    • d.

      particuliere gedenkplaatsen een periode van 10 of 20 jaar;

    • e.

      particuliere (urnen-/vlinder-) natuurgraven een periode van 50 of 100 jaar;

    • f.

      algemene graven een periode van 10 jaar.

  • 2. Het college kan de in het eerste lid onder a tot en met d genoemde termijnen telkens met een periode van 5 of 10 jaren verlengen mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3. Het college kan de in het eerste lid onder e genoemde termijnen telkens met een periode van 50 of 100 jaren verlengen mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 4. Verlenging na afloop van de termijn gaat in op de dag waarop deze termijn afloopt.

Artikel 18. Grafkelder

Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder, waaronder tevens wordt begrepen een graf in een bovengrondse constructie, overeenkomstig de voorwaarden van het Besluit op de lijkbezorging en de door het college te stellen voorwaarden.

Artikel 19. Overschrijving van verleende rechten

  • 1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

  • 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 20. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 21. Vervallen van grafrechten

  • 1. De grafrechten vervallen:

    • a.

      Door het verlopen van de termijn;

    • b.

      Indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht;

    • c.

      Indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      Indien de betaling van het grafrecht en het onderhoudsrecht ten behoeve de vestiging of een verlenging van het grafrecht niet tijdig geschied;

    • b.

      Indien de rechthebbende of gebruiker – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt.

    • c.

      indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 18 gestelde termijn is overgeschreven.

    • d.

      indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf dat in verval is.

  • 3. Onder in verval zijnde graven wordt verstaan:

    • a.

      Breuk van het monument;

    • b.

      Een verzakking van het monument van meer dan 10cm;

    • c.

      Het onleesbaar afgesleten zijn van teksten;

    • d.

      Beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting);

    • e.

      Omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt;

    • f.

      Graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaats

  • 4. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen

Artikel 22. Vergunning grafbedekking

  • 1. Het college verleent aan de rechthebbende van een particulier graf of aan de belanghebbende van een algemeen graf vergunning voor het hebben van een grafbedekking.

  • 2. Een vergunning voor een grafbedekking kan alleen worden aangevraagd door of namens de rechthebbende van een particulier graf of door of namens de belanghebbende van een algemeen graf.

  • 3. Het college bepaalt de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. Dit wordt vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit Grafbedekkingen.

  • 4. Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 23. Aansprakelijkheid

  • 1. Zolang het graf of de urnennis niet geruimd mag worden, blijft de rechthebbende of de belanghebbende het eigendom houden van de in artikel 21 bedoelde grafbedekking en gedenkteken, maar ook beplantingen en andere voorwerpen. Al hetgeen wat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende van een particulier graf of gebruiker van een algemeen graf te zijn aangebracht.

  • 2. Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door en voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van een algemeen graf.

  • 3. Schade en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van een algemeen graf en deze dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te herstellen.

  • 4. Indien binnen twaalf weken na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is de beheerder bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 5. Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

Artikel 24. Onderhoud door de gemeente

  • 1. Het college voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaatsen. Dit betreft het onderhouden van de wegen en paden, bomen, algemeen groen en algemene voorzieningen zoals de waterplaatsen.

  • 2. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding.

  • 3. Onder het in het eerste lid bedoelde van gemeentewege te verrichten onderhoud wordt niet verstaan herstel- of vernieuwingswerkzaamheden, zoals timmer-, smeed-, metsel- of steenhouwerswerk, alsmede de levering van de voor die werkzaamheden benodigde materialen.

Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende

  • 1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende.

  • 2. De rechthebbende of de belanghebbende van grafbedekking is verplicht, de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 3. Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.

  • 4. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 5. Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

  • 6. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende.

Artikel 26. Niet-blijvende grafbeplanting of voorwerpen

  • 1. Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

  • 2. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

  • 3. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 27. Tijdelijke verwijdering grafbedekking

  • 1. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in het particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de rechthebbende.

  • 2. Een rechthebbende en belanghebbende van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

  • 3. Een rechthebbende en belanghebbende van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op een graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend.

  • 3. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

  • 4. Grafbedekking welke niet voor het verstrijken van termijn tot verwijdering door de rechthebbende of belanghebbende verwijderd is, vervalt aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 29. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1. Het voornemen van het college om een graf of urnennis te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

  • 3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de burgemeester een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de burgemeester een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

  • 4. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de burgemeester een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de burgemeester een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7. Gedeelte voor kerkgenootschap

Artikel 30. Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

  • 1. Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11, tweede lid, 14 en 19, derde lid, van deze verordening.

  • 2. Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht.

Hoofdstuk 8. In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 31. Lijst

  • 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 9. Inrichting register

Artikel 32. Voorschriften

  • 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven overledenen.

  • 2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 33. Intrekking oude regeling

De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer 2023, vastgesteld op 28 juli 2023, wordt ingetrokken.

Artikel 34. Overgangsbepaling

  • 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheerverordening Begraafplaatsen 2023 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheerverordening Begraafplaatsen 2023 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 35. Strafbepaling

  • 1. Hij die handelt in strijd met de artikelen 3,4,5 en 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2. Overtreding van artikel 3,4,5 en 6 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 36. Uitzonderingen

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 37. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking na bekendmaking. Op dat moment wordt de “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer 2023” ingetrokken

Artikel 38. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer 2026

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 5 maart 2026

De raad van Landsmeer,

De griffier,

De burgemeester,