Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759901
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759901/1
Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Geldend van 04-04-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategieGedeputeerde Staten van Fryslân,
Gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
Overwegende dat het Rijk via een specifieke uitkering financiële middelen beschikbaar heeft gesteld waarmee onder meer een bijdrage kan worden geleverd aan de uitvoering van de Friese bomen- en bossenstrategie;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten om die reden een Subsidieregeling wensen vast te stellen teneinde verschillende projecten te kunnen stimuleren op het gebied van bossen, voedselbossen en agroforestry buiten het Natuurnetwerk Nederland en van houtige elementen zowel binnen als buiten het Natuurnetwerk Nederland;
Besluiten vast te stellen:
Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Paragraaf 1 Aanleg bossen buiten NNN
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agroforestry: landbouwsysteem waarbij meerjarige bomen en struiken in samenhang gecombineerd worden met de teelt van eenjarige gewassen of dierlijke productie, bestaande uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen;
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
bebouwingscontour houtkap: in een omgevingsplan aangewezen gebied als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving;
Catalogus groenblauwe diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend op grond van de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PB EU 2022/C 485/01);
functiewijziging: wijziging van de planologische functie van grond van landbouwgrond naar natuur of bos;
grote onderneming: onderneming die niet voldoet aan de in bijlage I bij Verordening (EU) 2022/2472 vastgestelde criteria voor een kleine of middelgrote onderneming;
hygiëneprotocol: protocol hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân met bijbehorende checklists, re raadplegen op www.cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
inheemse soort: soort die van nature voorkomt in Nederland en is opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl;
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, zoals begrensd in Bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
Artikel 1.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
terreinbeherende organisaties;
- b.
gemeenten en waterschappen;
- c.
landbouwondernemingen;
- d.
particuliere grondeigenaren.
Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
- a.
de aanleg van bos;
- b.
de aanleg van bos in combinatie met functiewijziging.
Artikel 1.4 Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 2.4 Asv, wordt een subsidie geweigerd indien:
- a.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- b.
het project de aanleg van agroforestry of een voedselbos betreft;
- c.
reeds een subsidie of een andere bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;
- d.
het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit regelgeving, een herbeplantingsplicht, een convenant, of andere afspraken;
- e.
het project functiewijziging betreft en op de percelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, nog lopende verplichtingen rusten uit hoofde van een subsidie voor agrarisch natuurbeheer;
- f.
het project functiewijziging betreft en de subsidieaanvrager de bestaande functie hoe dan ook moet stopzetten, wegens het niet voldoen aan relevante Europese of nationale wet- en regelgeving;
- g.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014, C 249).
Artikel 1.5 Subsidievereisten
-
1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de subsidieaanvrager is eigenaar van de grond waarop het project zal worden uitgevoerd;
- b.
het project is gericht op:
- 1°.
aanleg van bos;
- 2°.
aanleg van bos in combinatie met functiewijziging;
- 1°.
- c.
het project betreft minimaal:
- 1°.
een aaneengesloten oppervlakte van 0,5 hectare indien het bos aangrenzend is aan een bos in het NNN of een bos buiten het NNN;
- 2°.
een aaneengesloten oppervlakte van één hectare en 30 meter breedte in overige gevallen;
- 1°.
- d.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Fryslân;
- e.
het project wordt uitgevoerd buiten het NNN;
- f.
het project wordt uitgevoerd buiten de bebouwingscontour houtkap;
- g.
indien het project geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd binnen een afstand van 250 meter van een eeuwenoud bos als genoemd in bijlage 1 of binnen 250 meter van cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen:
- 1°.
heeft er voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag overleg met de provincie plaatsgevonden over het inrichtingsplan; en
- 2°.
wordt binnen genoemde 250 meter uitsluitend autochtoon plantmateriaal gebruikt van boomsoorten die van nature in het gebied voorkomen;
- 1°.
- h.
het project wordt niet uitgevoerd op een locatie waar de openheid behouden moet worden voor weidevogels, zoals aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage 2;
- i.
het project is landschappelijk inpasbaar en sluit aan op de structuurvisie Grutsk op ’e romte 2025 van de provincie Fryslân;
- j.
het bestuur van de gemeente waarbinnen het project wordt uitgevoerd, heeft de intentie vergunning te verlenen voor de aanleg van het bos;
- k.
de subsidieaanvrager heeft het project besproken met de door Gedeputeerde Staten aangewezen contactpersonen van Brandweer Fryslân, indien dit noodzakelijk is op grond van de vereisten aan het inrichtingsplan, bedoeld in bijlage 3;
- l.
het project kan worden afgerond vóór 1 juli 2028, blijkend uit een realistische planning;
- m.
aan het project ligt een inrichtingsplan ten grondslag dat voldoet aan de vereisten van bijlage 3.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie voor functiewijziging als bedoeld in artikel 1.3, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de grond waarop de activiteit wordt uitgevoerd, heeft in de laatste vijf jaar voorafgaand aan de functiewijziging onafgebroken de bestemming landbouwgrond gehad;
- b.
indien op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, heeft de hypotheeknemer ingestemd met de functiewijziging.
- a.
-
3. Onverminderd de voorgaande leden, overlegt de subsidieaanvrager die een grote onderneming is, bewijsstukken waaruit blijkt dat zonder de subsidie het project economisch niet levensvatbaar zou zijn.
Artikel 1.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
- a.
de kosten voor de aanleg van het bos, bestaande uit:
- 1°.
kosten plantmateriaal inclusief maximaal 10% uitval;
- 2°.
kosten aanplant en grondbewerking;
- 3°.
kosten huur machines;
- 4°.
kosten boombeschermingsmaatregelen om vraat-, veeg- en schilschade aan jonge boomaanplant te voorkomen;
- 5°.
kosten hydrologisch systeemherstel;
- 6°.
kosten toezicht en directievoering bij aanplant;
- 7°.
kosten opstellen van een inrichtingsplan en kosten voor onderzoek en vergunningen, tezamen tot maximaal 15% van de kosten, genoemd onder 1° tot en met 6°;
- 1°.
- b.
de afwaardering van de grond door functiewijziging, gebaseerd op de in opdracht van de provincie door een onafhankelijke taxateur uitgevoerde taxatie, bestaande uit:
- 1°.
de marktwaarde van de grond voor functiewijziging;
- 2°.
verminderd met de marktwaarde van de grond na functiewijziging.
- 1°.
Artikel 1.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
afwaardering als bedoeld in artikel 1.6, onder b, indien deze zijn gemaakt door gemeenten of waterschappen;
- b.
kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;
- c.
kosten voor de afvoer van grond;
- d.
kosten voor de bouw of sloop van opstallen, wegen of paden;
- e.
kosten voor de aanschaf en afschrijving van machines;
- f.
kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;
- g.
kosten voor het verwerven van grond, pachtafkoop en beheer;
- h.
kosten voor aanleg van bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor de energieproductie;
- i.
kosten vrijwilligersvergoedingen.
Artikel 1.8 Aanvraagperiode en aanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 6 april 2026 tot en met 16 december 2026.
-
2. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van een door gedeputeerde staten ter beschikking gesteld formulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.
-
3. Bij de subsidieaanvraag wordt in ieder geval het volgende verstrekt:
- a.
het inrichtingsplan;
- b.
een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal waaruit de afmeting en de locatie van het aan te leggen bos blijkt;
- c.
een plan voor onderhoud en beheer, inclusief een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding gedurende 20 jaar na afronding van het project wordt geborgd;
- d.
een bewijs dat de gemeente de intentie heeft een vergunning te verlenen als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, onder j;
- e.
indien noodzakelijk, een bewijs dat de brandweer is geraadpleegd als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, onder k;
- f.
indien noodzakelijk, een kopie van de instemming van de hypotheeknemer als bedoeld in artikel 1.5, tweede lid, onder b;
- g.
een begroting van kosten en opbrengsten, overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten ter beschikking gestelde format;
- h.
een realistische planning.
- a.
Artikel 1.9 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 1.8, eerste lid, vast op € 3.200.000.
Artikel 1.10 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt:
- a.
100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.6, onder a, tot een maximum van € 18.000 per hectare;
- b.
100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.6, onder b, tot een maximum van € 50.000 per hectare.
Artikel 1.11 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 1.12 Subsidieverlening
-
1. De subsidie voor functiewijziging als bedoeld in artikel 1.3, onder b, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de provincie Fryslân en de subsidieontvanger een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek wordt gevestigd die zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel zullen verkrijgen en waarin in ieder geval wordt opgenomen dat degenen die het terrein in eigendom hebben of beheren of degenen die het recht van erfpacht verwerven, voor onbepaalde tijd:
- a.
de desbetreffende grond na aanvang van de inrichting niet gebruiken of doen gebruiken als landbouwgrond;
- b.
op de desbetreffende grond de ontwikkeling dan wel instandhouding van het bos zoals aangelegd overeenkomstig het inrichtingsplan, gedogen;
- c.
op de ingerichte grond geen dierlijke mest, kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken;
- d.
datgene nalaten wat de ontwikkeling dan wel instandhouding van het aangelegde bos, bedoeld onder b, belemmert, bemoeilijkt of verhindert;
- a.
-
2. De kwalitatieve verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 1.13 Subsidieverplichtingen
-
1. Onverminderd de artikelen 2.7, 2.8 en 2.11 Asv en de artikelen 2.9 en 2.10 UAsv, is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
de aanleg uit te voeren overeenkomstig het inrichtingsplan dat voldoet aan bijlage 3;
- b.
bij aanleg geen gebruik te maken van de invasieve exoten, genoemd in bijlage 4 of in de Unielijst;
- c.
bij aanleg zich te onthouden van het gebruik van dierlijke meststoffen, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen;
- d.
bij het beheer de volgende voorschriften in acht te nemen:
- 1°.
periodiek onderhoud uitvoeren;
- 2°.
snoeiafval ter plaatse verwerken, versnipperen of afvoeren;
- 3°.
geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken;
- 4°.
niet branden in of in de directe omgeving van het element;
- 1°.
- e.
jaarlijks vóór 1 maart een voortgangsrapportage te overleggen, waarin in ieder geval is opgenomen:
- 1°.
het aantal gerealiseerde hectares;
- 2°.
de gerealiseerde kosten;
- 3°.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan.
- 1°.
- f.
het bos minimaal 20 jaar vanaf de afronding van de aanleg in stand te houden;
- g.
het project af te ronden voor 1 juli 2028;
- h.
binnen acht weken na afronding van het project een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen;
- i.
alle documenten inzake de verstrekte subsidie tot minimaal 10 jaar na de datum subsidieverlening te bewaren.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder g, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 1.14 Verantwoording en vaststelling
-
1. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, Asv, stellen Gedeputeerde Staten:
- a.
subsidies tot € 25.000, in afwijking van artikel 3.1 UAsv, vast op basis van een aanvraag om vaststelling van de subsidie, waarbij de subsidieontvanger een activiteitenverslag overlegt als bedoeld in artikel 3.2 Asv;
- b.
subsidies tot € 125.000 vast op basis van een financiële verantwoording overeenkomstig de vereisten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder b en c, Asv.
- a.
-
2. Het activiteitenverslag, bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.4 Asv bevat in ieder geval:
- a.
fotomateriaal van de situatie voor de aanplant;
- b.
fotomateriaal van de situatie direct na de aanplant;
- c.
fotomateriaal van het eindresultaat tijdens het groeiseizoen;
- d.
indien van toepassing, fotomateriaal van hydrologische maatregelen en boombeschermingsmaatregelen; en
- e.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan.
- a.
-
3. In afwijking van paragraaf 3.1 van de Asv, legt een gemeente financiële verantwoording af door middel van verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.
Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Paragraaf 2 Aanleg agroforestry
Artikel 2.1 Begripsbepalingen
agrarisch voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten;
agroforestry: landbouwsysteem waarbij meerjarige bomen en struiken in samenhang gecombineerd worden met de teelt van eenjarige gewassen of dierlijke productie, bestaande uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen;
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
hygiëneprotocol: protocol voor hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân, met bijbehorende checklists, te raadplegen op: cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
kosten derden: kosten gemaakt voor het inschakelen van derden, bedoeld in artikel 2.7 UAsv;
landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472, PbEU 2022 L327/1;
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.38, eerste lid, Omgevingsverordening Fryslân 2022;
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, dat overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten.
Artikel 2.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door rechtspersonen, personenvennootschappen of natuurlijke personen die een agrarische onderneming drijven.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van agroforestry.
Artikel 2.4 Weigeringsgrond
Onverminderd artikel 2.4 Asv, wordt subsidie geweigerd indien:
- a.
de subsidieaanvrager geen agrarische onderneming drijft;
- b.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- c.
reeds een subsidie of andere financiële bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;
- d.
het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit regelgeving, een herbeplantingsplicht, een convenant, of andere afspraken;
- e.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 59, van de landbouwvrijstellingsverordening;
- f.
de aangevraagde of te verstrekken subsidie:
- 1°.
voor een agrarisch voedselbos minder bedraagt dan € 10.000;
- 2°.
voor andere vormen van agroforestry minder bedraagt dan € 5.000;
- 1°.
- g.
de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 50.000.
Artikel 2.5 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de subsidieaanvrager is eigenaar, erfpachter of pachter van de landbouwgrond waarop het project wordt uitgevoerd;
- b.
indien de subsidieaanvrager geen eigenaar is, heeft de eigenaar ingestemd met het uitvoeren van de activiteiten en het nakomen van de subsidieverplichtingen;
- c.
het project is gericht op de aanleg van agroforestry;
- d.
het project wordt uitgevoerd op een locatie met een minimale oppervlakte van 0,5 aaneengesloten hectare en een minimum van 30 bomen of struiken per hectare en voldoet daarnaast aan de volgende vereisten:
- 1°.
rijenteelt: een of meer rijen van elk minimaal 20 meter lang;
- 2°.
functionele houtsingel: minimaal 100 meter lang en minimaal 6 meter breed;
- 1°.
- e.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Fryslân;
- f.
het project wordt uitgevoerd buiten het NNN;
- g.
het project wordt uitgevoerd buiten de bebouwingscontour houtkap;
- h.
het project wordt uitgevoerd op grond die thans reeds is bestemd of in gebruik is voor landbouw;
- i.
het project wordt niet uitgevoerd op een locatie waar de openheid behouden moet worden voor weidevogels, zoals aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage 2;
- j.
het project is landschappelijk inpasbaar en sluit aan op de structuurvisie Grutsk op ’e romte 2025 van de provincie Fryslân;
- k.
de subsidieaanvrager heeft, indien het project wordt uitgevoerd in of binnen 1000 meter afstand van een of meer van de in bijlage 5 bij deze regeling bedoelde risicogebieden, het project besproken met de door Gedeputeerde Staten aangewezen contactpersonen van Brandweer Fryslân;
- l.
aan het project ligt een inrichtingsplan ten grondslag dat voldoet aan de vereisten van bijlage 6;
- m.
het project kan voor 1 juli 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning.
Artikel 2.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
- a.
kosten derden voor het opstellen van een inrichtingsplan;
- b.
kosten derden advies en ondersteuning ten behoeve van aanslaan en goede opbouw van de aanplant;
- c.
kosten aankoop van:
- 1°.
bomen, meerjarige houtachtige gewassen en struiken, inclusief maximaal 10% uitval in geval van aanleg agrarische voedselbos;
- 2°.
bomen en meerjarige houtachtige gewassen, inclusief maximaal 10% uitval in geval van andere vormen van agroforestry;
- 1°.
- d.
kosten huur machines in verband met de aanplant;
- e.
kosten kokers ter bescherming tegen schade aan bomen en meerjarige, houtige gewassen;
- f.
kosten derden voor het aanplanten.
Artikel 2.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
uitvoeringskosten gemaakt vóór de datum indiening subsidieaanvraag;
- b.
kosten voor verwijdering bodemverontreiniging of afval;
- c.
kosten voor bouw of sloop van opstallen, wegen of paden;
- d.
kosten voor aanschaf en afschrijving van machines;
- e.
kosten voor wegwerken van achterstallig onderhoud;
- f.
kosten voor het verwerven van grond, pachtafkoop en beheer;
- g.
kosten voor de aanleg van snelgroeiende bomen of meerjarige, houtige gewassen als commercieel hakhout;
- h.
kosten voor de aanleg van bomen of meerjarige houtige gewassen voor kweekgoed, waaronder kerstbomen;
- i.
kosten vrijwilligersvergoedingen.
Artikel 2.8 Aanvraagperiode en aanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 4 mei 2026 tot en met 4 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van een door gedeputeerde staten ter beschikking gesteld formulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.
-
3. Bij de subsidieaanvraag wordt in ieder geval het volgende verstrekt:
- a.
het inrichtingsplan;
- b.
een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal waaruit de afmeting en de locatie van de aan te leggen agroforestry blijkt;
- c.
indien noodzakelijk, een bewijs instemming eigenaar als bedoeld in artikel 2.5, onder b;
- d.
indien noodzakelijk, een verklaring dat het project is besproken met Brandweer Fryslan als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid onder k;
- e.
een begroting van kosten en opbrengsten, overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten ter beschikking gestelde format;
- f.
een realistische planning.
- a.
Artikel 2.9 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 2.8, eerste lid, vast op € 200.000.
Artikel 2.10 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000 per hectare en € 50.000 per aanvraag.
Artikel 2.11 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 2.12 Subsidieverplichtingen
-
1. Onverminderd de artikelen 2.7, 2.8 en 2.11 Asv en de artikelen 2.9 en 2.10 UAsv, is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
de aanleg uit te voeren overeenkomstig het inrichtingsplan dat voldoet aan bijlage 6;
- b.
maakt bij aanleg geen gebruik van:
- 1°.
de invasieve exoten, genoemd in bijlage 4 of de Unielijst;
- 2°.
andere exoten dan bedoeld onder 1° binnen een afstand van twee kilometer van een Natura 2000-gebied;
- 1°.
- c.
in geval van agrarisch voedselbos:
- 1°.
zich te onthouden van het gebruik van dierlijke meststoffen, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen;
- 2°.
de grond te bewerken na aanleg van het bos niet door middel van keren, ploegen, spitten of woelen;
- 1°.
- d.
in andere gevallen dan genoemd onder c, zich te onthouden van het gebruik van drijfmest, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen;
- e.
de aangelegde elementen tenminste 10 jaar na vaststelling van de subsidie in stand te houden;
- f.
jaarlijks vóór 1 maart een voortgangsrapportage te overleggen, waarin in ieder geval is opgenomen:
- 1°.
het aantal hectares dat gerealiseerd is;
- 2°.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan;
- 3°.
de gerealiseerde kosten;
- 1°.
- g.
het project af te ronden vóór 1 juli 2028;
- h.
binnen acht weken na afronding van het project een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen;
- i.
alle documenten inzake de verstrekte subsidie tot minimaal 10 jaar na de datum subsidieverlening te bewaren.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder g, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 2.13 Verantwoording en vaststelling
-
1. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, Asv, stellen Gedeputeerde Staten subsidies tot € 25.000, in afwijking van artikel 3.1 UAsv, vast op basis van een aanvraag om vaststelling van de subsidie.
-
2. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, worden subsidies tot € 50.000 vastgesteld op basis van:
- a.
een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 3.2 Asv; en
- b.
een financiële verantwoording overeenkomstig de vereisten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder b en c, Asv.
- a.
-
3. Het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 3.2 Asv bevat:
- a.
foto’s van de eindsituatie;
- b.
het aantal gerealiseerde hectares en, ingeval van rijenteelt, strekkende meters;
- c.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan.
- a.
Artikel 2.14 Bevoorschotting
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Paragraaf 3 Aanleg voedselbos
Artikel 3.1 Begripsbepalingen
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
hygiëneprotocol: protocol voor hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân, met bijbehorende checklists, te raadplegen op: cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472, PbEU 2022 L327/1;
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, dat overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
Artikel 3.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door rechtspersonen, personenvennootschappen of natuurlijke personen die geen agrarische onderneming drijven.
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van een voedselbos.
Artikel 3.4 Weigeringsgrond
Onverminderd artikel 2.4 Asv, wordt subsidie geweigerd indien:
- a.
de subsidieaanvrager een agrarische onderneming drijft;
- b.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- c.
reeds een subsidie of andere financiële bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;
- d.
het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit regelgeving, een herbeplantingsplicht, een convenant, of andere afspraken;
- e.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 59, van de landbouwvrijstellingsverordening;
- f.
de aangevraagde of te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 10.000;
- g.
de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 50.000.
Artikel 3.5 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
indien de subsidieaanvrager geen eigenaar is van de grond waarop het project wordt uitgevoerd, heeft de eigenaar ingestemd met het uitvoeren van de activiteiten en het nakomen van de subsidieverplichtingen;
- b.
het project is gericht op de aanleg van een voedselbos met een oppervlakte van minimaal 0,5 aaneengesloten hectare;
- c.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Fryslân;
- d.
het project wordt uitgevoerd buiten het NNN;
- e.
het project wordt uitgevoerd buiten de bebouwingscontour houtkap;
- f.
het project wordt niet uitgevoerd op een locatie waar de openheid behouden moet worden voor weidevogels, zoals aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage 2;
- g.
het project is landschappelijk inpasbaar en sluit aan op de structuurvisie Grutsk op ’e romte 2025 van de provincie Fryslân;
- h.
het bestuur van de gemeente waarbinnen het project wordt uitgevoerd, heeft de intentie vergunning te verlenen voor de aanleg van het voedselbos;
- i.
de subsidieaanvrager heeft, indien het project wordt uitgevoerd in of binnen 1000 meter afstand van een of meer van de in bijlage 5 bij deze regeling bedoelde risico-gebieden, het project besproken met de door Gedeputeerde Staten aangewezen contactpersonen van Brandweer Fryslân;
- j.
aan het project ligt een inrichtingsplan ten grondslag dat voldoet aan de vereisten van bijlage 6;
- k.
het project kan voor 1 juli 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning.
Artikel 3.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
- a.
kosten derden voor het opstellen van een inrichtingsplan;
- b.
kosten derden advies en ondersteuning ten behoeve van aanslaan en goede opbouw van de aanplant;
- c.
kosten aankoop van bomen, meerjarige houtachtige gewassen en struiken, inclusief maximaal 10% uitval;
- d.
kosten huur machines in verband met de aanplant;
- e.
kosten kokers ter bescherming tegen schade aan bomen en meerjarige, houtige gewassen;
- f.
kosten derden en vrijwilligersuren voor het aanplanten.
Artikel 3.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
uitvoeringskosten gemaakt vóór datum indiening subsidieaanvraag;
- b.
kosten voor verwijdering bodemverontreiniging of afval;
- c.
kosten voor bouw of sloop van opstallen, wegen of paden;
- d.
kosten voor aanschaf en afschrijving van machines;
- e.
kosten voor wegwerken van achterstallig onderhoud;
- f.
kosten voor het verwerven van grond, pachtafkoop en beheer;
- g.
kosten voor de aanleg van snelgroeiende bomen of meerjarige, houtige gewassen als commercieel hakhout;
- h.
kosten voor de aanleg van bomen of meerjarige houtige gewassen voor kweekgoed, waaronder kerstbomen.
Artikel 3.8 Aanvraagperiode en aanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 4 mei 2026 tot en met 4 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van een door gedeputeerde staten ter beschikking gesteld formulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.
-
3. Bij de subsidieaanvraag wordt in ieder geval het volgende verstrekt:
- a.
het inrichtingsplan;
- b.
een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal waaruit de afmeting en de locatie van het aan te leggen voedselbos blijkt;
- c.
indien noodzakelijk: een bewijs instemming eigenaar als bedoeld in artikel 3.5, onder a;
- d.
een bewijs dat de gemeente de intentie heeft een vergunning te verlenen als bedoeld in artikel 3.5, onder h;
- e.
indien noodzakelijk, een bewijs dat het project is besproken met Brandweer Fryslan, als bedoeld in artikel 3.5, onder i;
- f.
een begroting van kosten en opbrengsten, overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten ter beschikking gestelde format;
- g.
een realistische planning.
- a.
Artikel 3.9 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 3.8, eerste lid, vast op € 100.000.
Artikel 3.10 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000 per hectare en € 50.000 per aanvraag.
Artikel 3.11 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 3.12 Subsidieverplichtingen
-
1. Onverminderd de artikelen 2.7, 2.8 en 2.11 Asv en de artikelen 2.9 en 2.10 UAsv, is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
de aanleg uit te voeren overeenkomstig het inrichtingsplan dat voldoet aan bijlage 6;
- b.
bij aanleg geen gebruik te maken van:
- 1°.
de invasieve exoten, genoemd in bijlage 4 of in de Unielijst;
- 2°.
andere exoten dan bedoeld onder 1° binnen een afstand van twee kilometer van een Natura 2000-gebied;
- 1°.
- c.
geen chemische bestrijdingsmiddelen, dierlijke meststoffen en kunstmest te gebruiken;
- d.
de grond na aanplant niet te bewerken door middel van keren, ploegen, spitten of woelen;
- e.
de aangelegde elementen tenminste 10 jaar na vaststelling van de subsidie in stand te houden;
- f.
jaarlijks vóór 1 maart een voortgangsrapportage te overleggen, waarin in ieder geval is opgenomen:
- 1°.
het aantal hectares dat gerealiseerd is;
- 2°.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan;
- 1°.
- g.
het project af te ronden vóór 1 juli 2028;
- h.
binnen acht weken na afronding van het project een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen;
- i.
alle documenten inzake de verstrekte subsidie tot minimaal 10 jaar na de datum subsidieverlening te bewaren.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder g, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 3.13 Verantwoording en vaststelling
-
1. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, Asv, stellen Gedeputeerde Staten subsidies tot € 25.000, in afwijking van artikel 3.1 UAsv, vast op basis van een aanvraag om vaststelling van de subsidie.
-
2. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, worden subsidies tot € 50.000 vastgesteld op basis van:
- a.
een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 3.2 Asv; en
- b.
een financiële verantwoording overeenkomstig de vereisten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder b en c, Asv.
- a.
-
3. Het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 3.2 Asv bevat:
- a.
foto’s van de eindsituatie;
- b.
het aantal gerealiseerde hectares;
- c.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan.
- a.
-
4. In afwijking van paragraaf 3.1 Asv, legt een gemeente financiële verantwoording af door middel van verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.
Artikel 3.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Paragraaf 4 Revitalisering bos buiten NNN
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
bosrevitalisering: beheer gericht op herstel van bodem en hydrologie en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur in bossen;
eeuwenoud bos: bos als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
grote onderneming: onderneming waar meer dan 250 personen werkzaam zijn of waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro overschrijdt;
hygiëneprotocol: protocol voor hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân, met bijbehorende checklists, te raadplegen op: cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
inheemse soort: soort die van nature voorkomt in Nederland en is opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl
landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PBEU 2022 L327);
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, dat overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten.
Artikel 4.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
rechtspersonen;
- b.
personenvennootschappen;
- c.
natuurlijke personen.
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de revitalisering van bestaand bos.
Artikel 4.4 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
reeds vóór indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- b.
de subsidieaanvrager in hetzelfde kalenderjaar reeds een subsidie heeft aangevraagd of ontvangen op grond van deze paragraaf;
- c.
in de afgelopen drie jaar een subsidie of andere bijdrage is verstrekt door de provincie voor dezelfde activiteit op dezelfde locatie;
- d.
het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit regelgeving of een herplantplicht;
- e.
de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 59, van de landbouwvrijstellingsverordening;
- f.
de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 750.000.
Artikel 4.5 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
indien de subsidieaanvrager geen eigenaar is, heeft de eigenaar ingestemd met het uitvoeren van de activiteiten en het nakomen van de subsidieverplichtingen;
- b.
aan het project ligt een revitaliseringsplan ten grondslag dat voldoet aan de vereisten van bijlage 7;
- c.
het project is gericht op de revitalisering van bos door middel van een of meer van de in bijlage 7 opgenomen maatregelpakketten;
- d.
de maatregelenpakketten bedoeld onder c, leveren een positieve bijdrage aan een of meer van de volgende doelstellingen:
- 1°.
de hydrologische kwaliteit van het gebied;
- 2°.
de bodemkwaliteit;
- 3°.
de biodiversiteit;
- 4°.
de landschappelijke kwaliteit;
- 5°.
C02-vastlegging;
- 1°.
- e.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Fryslân;
- f.
het project wordt uitgevoerd buiten het NNN;
- g.
het project wordt uitgevoerd buiten de bebouwingscontour houtkap;
- h.
het project betreft een bos met een minimale oppervlakte van:
- 1°.
0,5 hectare in geval van revitalisering van een eeuwenoud bos als bedoeld in bijlage 1;
- 2°.
1,0 hectare in overige gevallen;
- 1°.
- i.
ten behoeve van natuurbrandbeheersing wordt rekening gehouden met blusvoorzieningen, brandbare vegetatie en droogte;
- j.
de subsidieaanvrager kan het project vóór 1 juli 2028 afronden, blijkend uit een realistische planning.
Artikel 4.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
- a.
kosten voor vooronderzoek, planvorming en vergunningaanvraag;
- b.
kosten voor het uitvoeren van het revitaliseringsplan, bedoeld in artikel 4.5, onder b;
- c.
kosten inboet eerste jaar na aanplanting tot een maximum van 10% van het plantmateriaal.
Artikel 4.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
kosten voor het verwerven van grond, functiewijziging van grond, pachtafkoop en beheer;
- b.
kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;
- c.
kosten voor de bouw of sloop van opstallen, wegen of paden;
- d.
kosten voor de aanschaf en afschrijving van machines;
- e.
kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;
- f.
kosten leges;
- g.
kosten vrijwilligersuren.
Artikel 4.8 Aanvraagperiode en aanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 6 april 2026 tot en met 30 september 2026.
-
2. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van een door gedeputeerde staten ter beschikking gesteld formulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.
-
3. Bij de subsidieaanvraag wordt in ieder geval het volgende verstrekt:
- a.
het revitaliseringsplan;
- b.
een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal waaruit de afmeting en de locatie van het uit te voeren project blijkt;
- c.
indien noodzakelijk, bewijs instemming eigenaar als bedoeld in artikel 4.5, onder a;
- d.
een begroting van kosten en opbrengsten, voorzien van een toelichting;
- e.
een realistische planning.
- a.
Artikel 4.9 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 4.8, vast op € 2.500.000.
Artikel 4.10 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.000 per project.
Artikel 4.11 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 4.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. Onverminderd de artikelen 2.7, 2.8 en 2.11 Asv en de artikelen 2.9 en 2.10 UAsv, is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
de revitalisering uit te voeren overeenkomstig het revitaliseringsplan dat voldoet aan de vereisten, genoemd in bijlage 7;
- b.
bij aanleg uitsluitend gebruik te maken van inheemse soorten, tenzij op ecologische gronden hiervan kan worden afgeweken;
- c.
bij aanleg geen gebruik te maken van de invasieve exoten, bedoeld in bijlage 4 of in de Unielijst;
- d.
zo nodig invasieve exoten te bestrijden en te beheersen bij de uitvoering van de revitalisering;
- e.
plantwerkzaamheden uitsluitend uit te voeren in de periode tussen 1 september en 1 april;
- f.
geen kunstmest, drijfmest en chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken;
- g.
na afronding van het project het gerealiseerde minimaal 20 jaar in stand te houden;
- h.
jaarlijks vóór 1 maart een voortgangsrapportage te overleggen, waarin in ieder geval is opgenomen:
- 1°.
het aantal gerealiseerde hectares;
- 2°.
de gerealiseerde kosten;
- 3°.
eventuele afwijkingen van het inrichtingsplan;
- 1°.
- i.
het project af te ronden voor 1 juli 2028;
- j.
binnen acht weken na afronding van het project een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen;
- k.
alle documenten inzake de verstrekte subsidie tot minimaal 10 jaar na de datum subsidieverlening te bewaren.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder i, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 31 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 4.13 Verantwoording
-
1. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, Asv, stellen Gedeputeerde Staten subsidies tot € 25.000, in afwijking van artikel 3.1 UAsv, vast op basis van een aanvraag om vaststelling van de subsidie.
-
2. Onder toepassing van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, worden subsidies tot € 125.000 vastgesteld op basis van:
- a.
een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 3.2 Asv; en
- b.
een financiële verantwoording overeenkomstig de vereisten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder b en c, Asv.
- a.
-
3. Het activiteitenverslag, bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.4 Asv bevat in ieder geval:
- a.
fotomateriaal van de situatie voor de revitalisering;
- b.
fotomateriaal van de situatie na de revitalisering;
- c.
indien van toepassing, fotomateriaal van hydrologische maatregelen en boombeschermingsmaatregelen; en
- d.
eventuele afwijkingen van het revitaliseringsplan.
- a.
-
4. In afwijking van paragraaf 3.1 van de Asv, legt een gemeente financiële verantwoording af door middel van verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.
Artikel 4.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Paragraaf 5 Aanleg en revitalisering houtige elementen
Artikel 5.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
bebouwingscontour houtkap: in een omgevingsplan aangewezen gebied als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving;
houtige elementen: houtsingels, houtwallen, heggen, hagen, lanen, wegbeplanting, solitaire bomen, hoogstamboomgaarden, knotbomen of kleine bosjes;
hygiëneprotocol: protocol hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân met bijbehorende checklists, re raadplegen op www.cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
inheemse soort: soort die van nature voorkomt in Nederland en is opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl;
kleine bosjes: bos met een oppervlakte van minimaal 0,1 tot maximaal 0,5 hectare;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022.
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
Artikel 5.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
terreinbeherende organisaties;
- b.
gemeenten en waterschappen;
- c.
particuliere grondeigenaren, niet-zijnde landbouwondernemingen;
- d.
stichtingen en verenigingen die actief zijn op het gebied van natuur- of landschapsbescherming.
Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
- a.
aanleg houtige elementen op eigen grond;
- b.
revitalisering houtige elementen op eigen grond;
- c.
aanleg houtige elementen op grond van derden; of
- d.
revitalisering houtige elementen op grond van derden.
Artikel 5.4 Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 2.4 Asv, wordt een subsidie geweigerd indien:
- a.
de aanvrager een landbouwonderneming is;
- b.
reeds een subsidie of een andere bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;
- c.
reeds gestart is met de uitvoering van het project;
- d.
het project de aanleg van een voedselbos betreft;
- e.
het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit regelgeving, een herbeplantingsplicht, een convenant, of andere afspraken.
Artikel 5.5 Subsidievereisten voor projecten op eigen grond
-
1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3, onder a of b in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de subsidieaanvrager is eigenaar van de grond waarop het project zal worden uitgevoerd;
- b.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Fryslân;
- c.
het project is gericht op de aanleg of revitalisering van houtige elementen, resulterend in:
- 1°.
laanbeplanting van één of meerdere rijen bomen die aan beide zijden van een weg zijn aangeplant, met een lengte van minimaal 50 meter;
- 2°.
wegbeplanting met een lengte van minimaal 500 meter;
- 3°.
minimaal 20 solitaire bomen, knotbomen of bomen in hoogstamboomgaard;
- 4°.
houtsingels met een lengte van minimaal 100 meter;
- 5°.
houtwallen gelegen op een wal van 50-100cm hoog, met een lengte van minimaal 100 meter;
- 6°.
heggen of hagen met een minimale lengte van 100 meter; of
- 7°.
kleine bosjes met een oppervlakte van minimaal 0,1 tot maximaal 0,5 hectare;
- 1°.
- d.
indien het project geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd binnen een afstand van 250 meter van een eeuwenoud bos als genoemd in bijlage 1 of binnen 250 meter van cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen:
- 1°.
heeft er voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag overleg met de provincie plaatsgevonden over het inrichtingsplan; en
- 2°.
wordt binnen genoemde 250 meter uitsluitend autochtoon plantmateriaal gebruikt van boomsoorten die van nature in het gebied voorkomen;
- 3
- 1°.
- e.
het project voldoet aan de eisen van bijlage 8;
- f.
het project kan worden afgerond vóór 1 juli 2028, blijkend uit een realistische planning.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt niet uitgevoerd op een locatie waar de openheid behouden moet worden voor weidevogels, zoals aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage 2;
- b.
het project is landschappelijk inpasbaar en sluit aan op de structuurvisie Grutsk op ’e Romte 2025 van de provincie Fryslân;
- c.
indien het project wordt uitgevoerd in of binnen 1000 meter afstand van een of meer van de in bijlage 5 bij deze regeling bedoelde risico-gebieden, heeft de subsidieaanvrager het project besproken met de door Gedeputeerde Staten aangewezen contactpersonen van Brandweer Fryslân.
- a.
Artikel 5.6 Subsidievereisten voor projecten op grond van derden
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3, onder c of d, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de subsidieaanvrager is géén eigenaar van de grond waarop het project zal worden uitgevoerd;
- b.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Fryslân;
- c.
het project wordt uitgevoerd op grond van particuliere eigenaren die willen deelnemen aan het project;
- d.
het project wordt niet uitgevoerd op grond die in gebruik is als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt;
- e.
het project heeft een minimale omvang van:
- 1°.
5.000 bomen;
- 2°.
1000 meter aan houtsingels; of
- 3°.
1000 meter aan houtwallen gelegen op een wal van 50-100cm hoog;
- 1°.
- f.
het project is gericht op:
- 1°.
de aanleg van solitaire bomen, knotbomen, hoogstamboomgaarden, houtsingels of houtwallen; of
- 2°.
de revitalisering van houtige elementen;
- 1°.
- g.
de subsidieaanvrager:
- 1°.
is actief op het terrein van natuur- of landschapsbescherming;
- 2°.
heeft de kennis en ervaring die nodig is om het project te kunnen uitvoeren;
- 1°.
- h.
het project omvat:
- 1°.
advisering aan particuliere eigenaren over de locatie en soortkeuze van de aanplant;
- 2°.
het leveren van plantmateriaal aan particuliere eigenaren;
- 3°.
het uitvoeren van aanplantwerkzaamheden dan wel toezicht en begeleiding bij de aanplant;
- 4°.
het contractueel vastleggen van verplichtingen van de particuliere eigenaren ten aanzien van onderhoud en beheer;
- 1°.
- i.
het project kan worden afgerond vóór 1 juli 2028, blijkend uit een realistische planning.
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten plantmateriaal inclusief maximaal 10% uitval;
- b.
kosten aanplant en grondbewerking;
- c.
kosten huur machines;
- d.
kosten boombeschermingsmaatregelen om vraat-, veeg- en schilschade aan jonge boomaanplant te voorkomen.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid, komen in geval van aanleg op eigen grond als bedoeld in artikel 5.3, onder a, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van 20% van de kosten, bedoeld in het eerste lid:
- a.
kosten toezicht en directievoering bij aanplant, tenzij de subsidieaanvrager een gemeente of waterschap is;
- b.
kosten opstellen van een inrichtingsplan en kosten voor onderzoek en vergunningaanvraag, tenzij de subsidieaanvrager een gemeente of waterschap is;
- a.
-
3. Onverminderd het eerste lid, komen in geval van aanleg en revitalisering op grond van derden als bedoeld in artikel 5.3, onder c en d, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten vervoer en opslag plantmateriaal;
- b.
een vast bedrag voor het geven van advies over de locatie en soortkeuze van deelnemende particuliere eigenaren van € 250 per deelnemer.
- a.
Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 5.7 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;
- b.
kosten voor de afvoer van grond;
- c.
kosten voor de bouw of sloop van opstallen, wegen of paden;
- d.
kosten voor de aanschaf en afschrijving van machines;
- e.
kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;
- f.
kosten voor het verwerven van grond, pachtafkoop en beheer;
- g.
kosten voor aanleg van bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor de energieproductie;
- h.
kosten vrijwilligersvergoedingen.
Artikel 5.9 Aanvraagperiode en aanvraagvereisten
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 6 april tot en met 16 december 2026.
-
2. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van een door gedeputeerde staten ter beschikking gesteld formulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.
-
3. Bij een subsidieaanvraag wordt in ieder geval het volgende verstrekt:
- a.
ingeval van aanleg of revitalisering op eigen grond als bedoeld in artikel 5.3, onder a en b:
- 1°.
een projectplan, dat voldoet aan de vereisten van bijlage 8;
- 2°.
een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal waaruit de afmeting en de locatie van de houtige elementen blijkt;
- 3°.
een plan voor onderhoud en beheer, inclusief een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding gedurende 20 jaar na afronding van het project wordt geborgd;
- 4°.
een begroting van kosten en opbrengsten, overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten ter beschikking gestelde format;
- 5°.
een realistische planning;
- 1°.
- b.
ingeval van aanleg of revitalisering op grond derden als bedoeld in artikel 5.3, onder c en d:
- 1°.
een projectplan;
- 2°.
een begroting van kosten en opbrengsten, overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten ter beschikking gestelde format;
- 3°.
een realistische planning.
- 1°.
- a.
Artikel 5.10 Subsidieplafond en verdelingswijze
-
1. Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 5.9, eerste lid, vast op:
- a.
€ 2.000.000 voor projecten gericht op aanleg als bedoeld in artikel 5.3, onder a en c;
- b.
€ 1.900.000 voor projecten gericht op revitalisering als bedoeld in artikel 5.3, onder b en d.
- a.
-
2. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
3. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
4. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 5.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt:
- a.
100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5.7, eerste en tweede lid, tot een maximum van:
- 1°.
€ 100 per knotboom ingeval van aanleg of revitalisering van knotbomen;
- 2°.
€ 200 per andersoortige boom ingeval van aanleg of revitalisering van solitaire bomen of een hoogstamboomgaard;
- 3°.
€ 15.000 per hectare ingeval van aanleg of revitalisering van andere houtige elementen dan genoemd onder 1° of 2°.
- 1°.
- b.
100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5.7, derde lid, onder b, tot een maximum van € 100.000 per aanvraag.
Artikel 5.12 Subsidieverplichtingen
-
1. Onverminderd de artikelen 2.7, 2.8 en 2.11 Asv en de artikelen 2.9 en 2.10 UAsv, is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
bij aanleg geen gebruik te maken van de invasieve exoten, genoemd in bijlage 4 of in de Unielijst;
- b.
bij aanleg en beheer zich te onthouden van het gebruik van dierlijke meststoffen, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen;
- c.
in geval van een project op eigen grond:
- 1°.
het project uit te voeren overeenkomstig het projectplan dat voldoet aan de vereisten van bijlage 8;
- 2°.
het houtige element minimaal 20 jaar vanaf de afronding van de aanleg in stand te houden;
- 1°.
- d.
in geval van een project op grond van derden:
- 1°.
de vereisten van bijlage 8 in acht te nemen bij de uitvoering van het project;
- 2°.
indien het project geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd binnen een afstand van 250 meter van een eeuwenoud bos als genoemd in bijlage 1 of binnen 250 meter van cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen: voorafgaand aan het uitvoeren van het project overleg met de provincie te voeren en uitsluitend autochtoon plantmateriaal te gebruiken van boomsoorten die van nature in het gebied voorkomen;
- 1°.
- e.
jaarlijks vóór 1 maart een voortgangsrapportage te overleggen, waarin in ieder geval is opgenomen:
- 1°.
het aantal gerealiseerde hectares, meters of houtige elementen;
- 2°.
de gerealiseerde kosten;
- 3°.
eventuele afwijkingen van het projectplan;
- 4°.
in geval van een project op grond derden: een verslag waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten van bijlage 8;
- 1°.
- f.
het project af te ronden voor 1 juli 2028;
- g.
binnen acht weken na afronding van het project een verzoek tot subsidievaststelling in te dienen.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid, is de ontvanger van een subsidie voor aanleg als bedoeld in artikel 5.3, onder c of d, verplicht:
- a.
het project niet uit te voeren op een locatie waar de openheid behouden moet worden voor weidevogels, zoals aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage 2;
- b.
het project uitsluitend uit te voeren indien het landschappelijk inpasbaar is en aansluit op de structuurvisie Grutsk op ’e Romte 2025 van de provincie Fryslân;
- c.
indien het project wordt uitgevoerd in of binnen 1000 meter afstand van een of meer van de in bijlage 5 bij deze regeling bedoelde risico-gebieden, heeft de subsidieaanvrager het project besproken met de door Gedeputeerde Staten aangewezen contactpersonen van Brandweer Fryslân;
- d.
overeenkomsten te sluiten met aan het project deelnemende particuliere eigenaren waarin deze worden verplicht:
- 1°.
het houtige element voldoende te onderhouden door middel van in ieder geval onkruidbestrijding en bewatering;
- 2°.
geen gebruik te maken van dierlijke meststoffen, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen;
- 3°.
melding te maken bij de subsidieontvanger als het houtige element onvoldoende aanslaat;
- 4°.
het houtige element minimaal 20 jaar in stand te houden.
- 1°.
- a.
-
3. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder f, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 5.13 Verantwoording en vaststelling
-
1. Het activiteitenverslag, bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.4 Asv bevat in ieder geval:
- a.
fotomateriaal van de situatie voor de aanplant;
- b.
fotomateriaal van de situatie direct na de aanplant;
- c.
fotomateriaal van het eindresultaat tijdens het groeiseizoen;
- d.
indien van toepassing, fotomateriaal van boombeschermingsmaatregelen;
- e.
eventuele afwijkingen van het projectplan; en
- f.
in het geval van een project op grond van derden als bedoeld in artikel 5.3, onder c en d: een overzicht van de met particuliere deelnemers gesloten overeenkomsten, bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, onder d.
- a.
-
2. In afwijking van paragraaf 3.1 van de Asv, legt een gemeente financiële verantwoording af door middel van verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.
Artikel 5.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Paragraaf 6 Slotbepalingen
Artikel 6.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6.2 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 24 maart 2026,
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris drs. Ing. J.J. Algra
Bijlage 1 behorende bij artikel 1.5, eerste lid, onder g, artikel 4.5, onder h, en artikel 5.12, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 2 behorende bij artikel 1.5, eerste lid, onder h, artikel 2.5, onder i, artikel 3.5, onder f, artikel 5.5, tweede lid, onder a en artikel 5.12, tweede lid, onder a, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 3 behorende bij artikel 1.5, eerste lid, onder k en m, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Inrichtingsplan
1.Aanleiding en meerwaarde
- •
Het inrichtingsplan bevat een beschrijving van de aanleiding voor nieuw bos op deze locatie.
- •
Het inrichtingsplan bevat een beschrijving van de meerwaarde van nieuw bos op deze locatie, ondersteund door een uitgebreide landschappelijke en ecologische onderbouwing.
- •
Het inrichtingsplan dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige (bijv. bosbeheerder, ecoloog, rentmeester).
2.Locatie, soortkeuze en ontwerp
- •
De soortenkeuze vereist een onderbouwing op basis van bos-ecologische en bodemkundige grondslag. Denk aan: gebiedsbeschrijving, bodem/water, ontwikkeling bosklimaat.
- •
In het bosontwerp wordt de ruimtelijke verspreiding van soorten, sortiment, type menging en –verhouding vlakte-, groepsgewijs of individueel geplant/doel aangegeven, en ook de plantaantallen en het plantverband.
- •
Er worden passende mengingen gekozen, waarbij gebruik wordt gemaakt van minimaal 5 verschillende soorten. Denk daarbij ook aan de ontwikkeling van een horizontale en verticale bosstructuur. Uitgangspunt bij aanplant is dat onder normale omstandigheden in de eerste decennia zo beperkt mogelijk ingrepen nodig zijn om de samenstelling en/of de structuur van de beplanting in stand te houden of bij te sturen.
- •
Minimaal één rand van het nieuw aan te leggen bos (per locatie en alleen indien niet reeds omgeven door bestaand bos) moet ter versterking van de biodiversiteit voorzien zijn van een mantel- of zoomvegetatie, blijkend uit het toepassen van struweelsoorten.
- •
Het is landschappelijk gezien ongewenst om vanuit de zichtlijnen alleen maar rechte lijnen bomen te zien. Houd hier rekening mee in het ontwerp.
- •
Geef ook de wegen, fiets- en wandelpaden, kabels en leidingen aan als die aanwezig zijn.
3.Grondbewerking en hydrologie
- •
Grondbewerking kan soms (plaatselijk) nodig zijn om de aanplant een goede start te geven of voor het verbeteren van het hydrologisch systeem, bijvoorbeeld het verwijderen van sloten. Of grondbewerking nodig is, dient onderbouwd te worden.
- •
Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans: de verwijderde grond wordt op de locatie verwerkt, bijvoorbeeld in een wal of ander reliëf, tenzij Gedeputeerde Staten toestemming verstrekken om hiervan af te wijken.
4.Plantsoen
Inheems plantmateriaal
Het plantmateriaal dat gebruikt wordt voor het aan te planten bos bestaat minimaal uit:
- •
100% inheems materiaal indien het bos aangrenzend is aan een bos in het NNN of in een Natura 2000-gebied;
- •
100% inheems materiaal indien het bos de uitbreiding betreft van een eeuwenoud bos als bedoeld in bijlage 1;
- •
70% inheems materiaal in overige gevallen.
Rassenlijst bomen
Er wordt bij aanleg en inboeten uitsluitend gebruik gemaakt van de soorten waarvan de herkomst bekend is en die zijn opgenomen in de Nederlandse Rassenlijst Bomen.
Het plantmateriaal moet altijd voldoen aan de NEN-normen en een NAK-certificaat hebben.
Invasieve soorten
Er wordt geen gebruik gemaakt van invasieve exoten opgenomen in bijlage 4 van deze regeling of in de Unielijst.
Bij de aanleg wordt het hygiëneprotocol met bijbehorende checklists in acht genomen.
Duurzame teelt
Plantmateriaal is bij voorkeur op een duurzame wijze geteeld en bij voorkeur biologisch.
Brandveiligheid
Het inrichtingsplan houdt voldoende rekening met brandveiligheid.
In de volgende gevallen dient u contact op te nemen met de brandweer:
- •
er zijn onvoldoende (minder dan twee) ontsluitingsroutes voor de brandweer vanuit het gebied;
- •
er is binnen 200 meter afstand van het gebied vitale infrastructuur aanwezig, zoals een drinkwatervoorziening, een energievoorziening (inclusief zonnepanelenvelden), telecommunicatie (bijvoorbeeld zendmasten), hoofdwegen of spoorwegen.
- •
er is binnen 200 meter afstand een voorziening aanwezig voor wonen, werken, logies, kinderopvang, onderwijs, zorg, dagbesteding of soortgelijke voorzieningen;
- •
er is binnen 200 meter een camping aanwezig waar meer dan 50 personen gelijktijdig aanwezig kunnen zijn.
- •
er is binnen twee kilometer afstand geen bereikbare bluswatervoorziening aanwezig (zoals een brandkraan, geboorde put of bereikbaar open water).
Aanleg
De aanleg dient plaats te vinden in de periode tussen 1 september en 1 april.
5. Bescherming, onderhoud en beheer
- •
Beschrijving en onderbouwing van de boombeschermingsmaatregelen om vraat-, veeg- en schilschade aan jonge boomaanplant te voorkomen.
- •
Boombeschermingsmaatregelen dienen na uiterlijk 10 jaar te worden verwijderd.
- •
Ter bescherming van onkruiddruk kan een kruidenrijkmengsel of een gelijkwaardig alternatief worden ingezaaid.
- •
Beschrijving en onderbouwing van het toekomstig beheer op de korte en lange termijn, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan onkruidbestrijding, inboet en boombescherming.
- •
Beschrijving van de wijze waarop in het ontwerp rekening is gehouden met natuurbrandbeheersing en welke maatregelen ter beheersing van natuurbranden zijn getroffen.
Bijlage 4 behorende bij artikel 1.13, eerste lid, onder b, artikel 2.12, eerste lid, onder b, artikel 3.12, eerste lid, onder b, artikel 4.12, eerste lid, onder c, en artikel 5.12, eerste lid, onder a, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Invasieve exoten in Fryslân
- •
Ambrosia spec. (Ambrosia)
- •
Amerikaanse rode eekhoorn (Tamiasciurus hudsonicus)
- •
Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)
- •
Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa)
- •
Aziatische duizendknopen (Fallopia spec.)
- •
Dwergmispel (Cotoneaster)
- •
Egeria (Egeria densa)
- •
Gele maskerbloem (Mimulus guttatus)
- •
Gifsumak (Rhus radicans)
- •
Japanse bamboe (Pseudosasa japonica)
- •
Knolcyperus (Cyperus esculentus)
- •
Moerashyacint (Pontederia cordata)
- •
Naaldzaadbloem (Soliva sessilis)
- •
Oranje springzaad (Impatiens capensis)
- •
Rimpelroos (Rosa rugosa)
- •
Trosbosbes (Vaccinium corymbosum)
- •
Tweekleurig springzaad (Impatiens balfourii)
- •
Watercrassula (Crassula helmsii)
- •
Westerse karmozijnbes (Phytolacca americana)
- •
Zwarte appelbes (Aronia × Prunifolia)
Bijlage 5 behorende bij artikel 2.5, onder k, artikel 3.5, onder i, artikel 5.5, tweede lid, onder c, en artikel 5.12, tweede lid, onder c, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Risicogebieden natuurbranden:
- •
De Waddeneilanden Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog
- •
Oostellingwerf: Drents-Friese Wold, Fochteloërveen, Haulerbos en Blauwe bos
- •
Opsterland: Beetsterzwaag en omgeving, Lippenhuisterheide, Duurszouderheide tot en met de Bakkeveense Duinen.
- •
Heerenveen: Oranjewoud, Katlijekrheide, Kiekenberg tot en met Dellebuursterheide en omgeving
- •
De Fryske Marren: Gaasterlân en omgeving, waaronder het Rysterbosk
Bijlage 6 behorende bij de artikelen 2.5, onder l, en artikel 3.5, onder j, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Vereisten inrichtingsplan agroforestry (m.u.v. agrarisch voedselbos)
Beplantingsplan
- •
Een duidelijk leesbaar visueel beeld (minimaal 1:1500 of groter) van hetgeen aangeplant wordt.
- •
Beplantingsplan, waarbij de samenhang met de plantlijst te zien is;
- •
Offertes voor de aankoop van de bomen en meerjarige, houtige gewassen.
- •
Een beschrijving van de wijze waarop in het ontwerp rekening is gehouden met natuurbrandbeheersing en welke maatregelen ter beheersing van natuurbranden zijn getroffen.
- •
Een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van de agroforestry wordt gewaarborgd gedurende 10 jaar na afronding van het project.
Plantlijst
- •
Soortnaam (NL), aantal stuks, verwachte groeihoogte.
- •
Minimale maatvoering aanplant.
- •
Vermelding vegetatielaag of type haag.
Planning, fasering en betrokken partijen
- •
Duidelijke planning met data en activiteiten voor (minimaal) eerste vijf jaar.
- •
Beschrijving betrokken partijen en personen en hun taken/rol.
Vereisten inrichtingsplan agrarisch voedselbos en voedselbos
Teeltplan
- •
Een leesbaar visueel ontwerp (minimaal 1:15000 of groter) van het (agrarisch) voedselbos met een plantenlijst.
- •
Een overzicht van wanneer en wat voor voedsel de eetbare soorten zullen opleveren.
- •
Per hectare staan er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen, struiken en meerjarige houtachtige gewassen. Deze soorten komen voor op de lijst die hoort bij gewascode voedselbossen van de Stichting Voedselbosbouw (https://www.voedselbosbouw.org/media/documents/Soortenlijst_behorend_bij_eco-regeling_gewascode_voedselbossen.pdf)
- •
Er mag een kruinlaag van hoge bomen staan die een ondersteunende functie voor de andere soorten heeft.
- •
Bomen met een commerciële houtwinningsfunctie zijn niet subsidiabel. Bomen met een pioniersfunctie wel.
- •
Er zijn minimaal drie verticale vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
- •
De kruinlaag en vegetatielagen mogen nog in ontwikkeling zijn op moment afronding project.
- •
Offertes voor de aankoop van de bomen, struiken of houtige, meerjarige gewassen.
- •
Een beschrijving van de wijze waarop in het ontwerp rekening is gehouden met natuurbrandbeheersing en welke maatregelen ter beheersing van natuurbranden zijn getroffen.
- •
Een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van het (agrarisch) voedselbos wordt gewaarborgd gedurende 10 jaar na afronding van het project.
Plantlijst
- •
Soortnaam (NL), aantal stuks, verwachte groeihoogte.
- •
Minimale maatvoering aanplant.
- •
Vermelding vegetatielaag of type haag.
Planning, fasering en betrokken partijen
- •
Duidelijke planning met data en activiteiten voor (minimaal) eerste vijf jaar.
- •
Beschrijving betrokken partijen en personen en hun taken/rol
Bijlage 7 behorende bij artikel 4.5, onder b en c, Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Het revitaliseringsplan voldoet aan de volgende vereisten:
- 1.
De revitalisering omvat een of meer van de volgende maatregelenpakketten:
- a.
Aanplant mengboomsoorten en wild
- -
aanplant om de boomsoortensamenstelling te vergroten;
- -
aanplant om het aandeel rijkstrooiselssoorten te vergroten;
- -
bescherming tegen wildvraat.
- -
- b.
Hydrologische herstel en boomsoortsamenstellingen
- -
hydrologisch herstel;
- -
vergroten van de boomsoortensamenstelling (door vrijzetten aanwezige soorten, dan wel aanplant), waarbij nadrukkelijk soorten gekozen worden passend bij de nieuwe situatie (tevens afhankelijk van de mate van de ingreep);
- -
bescherming tegen wildvraat.
- -
- c.
Bosstructuur en soortensamenstelling
- -
vergroten van de boomsoortensamenstelling, door vrijzetten aanwezige soorten dan wel aanplant;
- -
versterken verticale bosstructuur;
- -
versterken horizontale bosstructuur (bosfases);
- -
OAD-netwerk stimuleren;
- -
stimuleren (continue) bosverjonging;
- -
bescherming tegen wildvraat.
- -
- d.
Aanplant en toevoeging bufferende stoffen in plantgat
- -
aanplant om de boomsoortensamenstelling te vergroten;
- -
aanplant om het aandeel rijkstrooiselssoorten te vergroten;
- -
toepassen bufferende stoffen tegen verzuring in het plantgat – als de situatie daarom vraagt;
- -
hydrologisch herstel (is een belangrijke randvoorwaarde voor toepassen bufferende stoffen).
- -
- e.
Hydrologisch herstel en bufferende stoffen tegen verzuring
- -
hydrologisch herstel;
- -
toepassen bufferende stoffen tegen verzuring (hydrologisch herstel is een belangrijke randvoorwaarde voor toepassen bufferende stoffen.
- -
- a.
- 2.
Bij de revitalisering is 100% van de aan te planten bomen en struiken inheems, is de herkomst bekend en heeft het plantmateriaal bij voorkeur een autochtone herkomst, waarbij gemotiveerde afwijking mogelijk is om ecologische redenen.
Bijlage 8 behorende bij artikel 5.5, eerste lid, onder e, en artikel 5.12, eerste lid, onder c en d, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Vereisten aanleg en revitalisering houtige elementen
I.Houtige elementen niet zijnde een klein bosje <0,5 hectare
1.Aanleiding en meerwaarde
- •
Het projectplan bevat:
- •
een beschrijving van de aanleiding voor de aanleg of de revitalisering van het houtige element;
- •
een beschrijving van de meerwaarde van het houtige element op deze locatie, ondersteund door een landschappelijke onderbouwing in geval van aanleg en een ecologische onderbouwing in geval van revitalisering.
- •
een beschrijving en onderbouwing van de soortkeuze (o.a. gebiedsbeschrijving, bodem- en watergesteldheid).
2.Plantsoen/soortkeuze
Inheems plantmateriaal
Het plantmateriaal dat gebruikt wordt voor het aan te planten houtige element bestaat voor 100% uit inheems materiaal, waarvan in overleg met de provincie kan worden afgeweken voor historische goederen en buitenplaatsen.
Rassenlijst bomen
- •
Er wordt bij aanplant en inboeten uitsluitend gebruik gemaakt van de soorten waarvan de herkomst bekend is en die zijn opgenomen in de Nederlandse Rassenlijst Bomen.
- •
Het plantmateriaal moet altijd voldoen aan de NEN-normen en een NAK-certificaat hebben.
- •
Informatie over welke soort op welke locatie kan worden aangeplant is te vinden op het Bomenloket Fryslân: www.bomenloket.nl.
Invasieve soorten
- •
Er wordt geen gebruik gemaakt van invasieve exoten als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling.
- •
Bij de aanleg wordt het hygiëneprotocol met bijbehorende checklists in acht genomen.
Duurzame teelt
- •
Plantmateriaal is bij voorkeur op een duurzame wijze geteeld en bij voorkeur biologisch.
Aanleg
- •
De aanleg dient plaats te vinden in de periode tussen 1 september en 1 april.
3.Bescherming, onderhoud en beheer
- •
Het projectplan bevat:
- o
een beschrijving en onderbouwing van de boombeschermingsmaatregelen om vraat-, veeg- en schilschade aan jonge boomaanplant te voorkomen;
- o
een beschrijving en onderbouwing van het toekomstig beheer op de korte en lange termijn, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan onkruidbestrijding, inboet en boombescherming;
- o
een beschrijving van de wijze waarop in het ontwerp rekening is gehouden met natuurbrandbeheersing en welke maatregelen ter beheersing van natuurbranden zijn getroffen.
- o
- •
Boombeschermingsmaatregelen dienen na uiterlijk 10 jaar te worden verwijderd.
II.Klein bosje < 0,5 hectare
6.Aanleiding en meerwaarde
- •
Het projectplan bevat:
- o
een beschrijving van de aanleiding voor de aanleg of revitalisering van het kleine bosje.
- o
een beschrijving van de meerwaarde van het kleine bosje op deze locatie, ondersteund door een landschappelijke onderbouwing in geval van aanleg en een ecologische onderbouwing in geval van revitalisering.
- o
- •
Het projectplan dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige (bijv. bosbeheerder, ecoloog, rentmeester).
7.Locatie, soortkeuze en ontwerp
- •
De soortenkeuze vereist een onderbouwing op basis van bos-ecologische en bodemkundige grondslag. Denk aan: gebiedsbeschrijving, bodem/water, ontwikkeling bosklimaat.
- •
In het bosontwerp wordt de ruimtelijke verspreiding van soorten, sortiment, type menging en –verhouding vlakte-, groepsgewijs of individueel geplant/doel aangegeven, en ook de plantaantallen en het plantverband.
- •
Er worden passende mengingen gekozen, waarbij bij een klein bosje gebruik wordt gemaakt van minimaal 5 verschillende soorten. Denk daarbij ook aan de ontwikkeling van een horizontale en verticale bosstructuur. Uitgangspunt bij aanplant is dat onder normale omstandigheden in de eerste decennia zo beperkt mogelijk ingrepen nodig zijn om de samenstelling en/of de structuur van de beplanting in stand te houden of bij te sturen.
- •
Minimaal één rand van het nieuw aan te leggen bosje (per locatie en alleen indien niet reeds omgeven door bestaand bos) moet ter versterking van de biodiversiteit voorzien zijn van een mantel- of zoomvegetatie, blijkend uit het toepassen van struweelsoorten.
- •
In het ontwerp wordt rekening gehouden met dat het landschappelijk gezien ongewenst is om vanuit de zichtlijnen alleen maar rechte lijnen bomen te zien.
- •
In het ontwerp worden wegen, fiets- en wandelpaden, kabels en leidingen aangegeven als die aanwezig zijn.
8.Grondbewerking en hydrologie
- •
Grondbewerking kan soms (plaatselijk) nodig zijn om de aanplant een goede start te geven of voor het verbeteren van het hydrologisch systeem, bijvoorbeeld het verwijderen van sloten. Of grondbewerking nodig is, dient onderbouwd te worden.
- •
Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans: de verwijderde grond wordt op de locatie verwerkt, bijvoorbeeld in een wal of ander reliëf, tenzij Gedeputeerde Staten toestemming verstrekken om hiervan af te wijken.
- •
Bij de werkzaamheden wordt het hygiëneprotocol met bijbehorende checklists in acht genomen.
9.Plantsoen
Inheems plantmateriaal
Het plantmateriaal dat gebruikt wordt voor het aan te planten bos bestaat minimaal uit:
- •
100% inheems materiaal indien het bos aangrenzend is aan een bos in het NNN of in een Natura 2000-gebied;
- •
100% inheems materiaal indien het bos de uitbreiding betreft van een eeuwenoud bos als bedoeld in bijlage 1;
- •
70% inheems materiaal in overige gevallen.
Rassenlijst bomen
Er wordt bij aanplant en inboeten uitsluitend gebruik gemaakt van de soorten waarvan de herkomst bekend is en die zijn opgenomen in de Nederlandse Rassenlijst Bomen.
Het plantmateriaal moet altijd voldoen aan de NEN-normen en een NAK-certificaat hebben.
Informatie over welke soort op welke locatie kan worden aangeplant is te vinden op het Bomenloket Fryslân: www.bomenloket.nl.
Invasieve soorten
Er wordt geen gebruik gemaakt van invasieve exoten als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling.
Bij de aanleg wordt het hygiëneprotocol met bijbehorende checklists in acht genomen.
Duurzame teelt
Plantmateriaal is bij voorkeur op een duurzame wijze geteeld en bij voorkeur biologisch.
Brandveiligheid
Het inrichtingsplan houdt voldoende rekening met brandveiligheid.
Aanleg
De aanleg dient plaats te vinden in de periode tussen 1 september en 1 april.
10.Bescherming, onderhoud en beheer
- •
Het projectplan bevat:
- o
een beschrijving en onderbouwing van de boombeschermingsmaatregelen om vraat-, veeg- en schilschade aan jonge boomaanplant te voorkomen.
- o
Een beschrijving en onderbouwing van het toekomstig beheer op de korte en lange termijn, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan onkruidbestrijding, inboet en boombescherming.
- o
Een beschrijving van de wijze waarop in het ontwerp rekening is gehouden met natuurbrandbeheersing en welke maatregelen ter beheersing van natuurbranden zijn getroffen.
- o
- •
Boombeschermingsmaatregelen dienen na uiterlijk 10 jaar te worden verwijderd.
- •
Ter bescherming van onkruiddruk kan een kruidenrijkmengsel of een gelijkwaardig alternatief worden ingezaaid.
Toelichting bij de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
I Algemeen deel
Inleiding
De subsidies uit deze subsidieregeling worden bekostigd uit middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld op grond van de ‘Regeling specifieke uitkering maatregelen landelijk gebied (Stcrt. 2024, 18131). Deze middelen zijn beschikbaar gesteld aan de provincies teneinde maatregelenpakketten voor het landelijk gebied op te stellen en uit te voeren.
Een van de onderdelen van het Friese maatregelenpakket betreft de uitwerking van de Friese bomen- en bosstrategie. Deze in september 2022 door Provinciale Staten vastgestelde strategie vormt op haar beurt weer een uitwerking van de landelijke bossenstrategie.
Paragraaf 1 Aanleg bossen buiten NNN
Deze paragraaf beoogt de aanplant van nieuw bos te stimuleren buiten het NNN (het Friese deel van het Natuurnetwerk Nederland). Deze nieuwe bossen kunnen naast een bijdrage leveren aan CO2-opslag, tevens bijdragen aan de robuustheid van de natuurgebieden en de groenblauwe dooradering als ook aan de algemene (bos)biodiversiteit. Het doel is om binnen de totale looptijd van het maatregelenpakket ruim 36 hectare bos te realiseren.
Paragraaf 2 Aanleg agroforestry en paragraaf 3 Aanleg voedselbossen
Op grond van paragraaf 2 en 3 wordt de aanleg van Agroforestry of voedselbossen mogelijk gemaakt. Paragraaf 2 is uitsluitend op landbouwondernemingen gericht. Paragraaf 3 juist op niet-landbouwondernemingen. Naast de eerdergenoemde doelstellingen (CO2-vastlegging en biodiversiteitsbescherming en -herstel), wordt met de aanleg van Agroforestry eveneens een bijdrage geleverd aan de verduurzaming van de landbouw.
Paragraaf 4 Revitalisering bos buiten NNN
Paragraaf 4 maakt de revitalisering van bestaand bos mogelijk, voor zover dit bos buiten het Natuurnetwerk Nederland in Friesland gelegen is. Met die revitalisering wordt beoogd een bijdrage te leveren aan doelstellingen op het gebied van hydrologische kwaliteit, bodemkwaliteit, biodiversiteit, de landschappelijke kwaliteit en C02-vastlegging.
Paragraaf 5 Aanleg en revitalisering van houtige elementen
Deze paragraaf beoogt de aanplant van nieuwe houtige landschapselementen en de revitalisering van bestaande elementen te stimuleren. Deze paragraaf maakt projecten mogelijk zowel binnen als buiten het NNN (het Friese deel van het Natuurnetwerk Nederland). Ook voor deze houtige landschapselementen geldt dat zij een bijdrage leveren aan CO2-opslag, de groenblauwe dooradering en aan de algemene (bos)biodiversiteit.
Juridisch kader
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022 (Asv 2022) en de Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022 (UASv 2022). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv 2022 of de UAsv 2022. In de Asv 2022 staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend en wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten. Daarnaast geldt er op grond van de Asv 2022 een meldingsplicht: als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit ingevolge artikel 2.7 van de Asv 2022 onverwijld en schriftelijk te melden bij Gedeputeerde Staten.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv 2022 en de UAsv 2022 noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Staatssteun
Paragraaf 1 Aanleg bossen buiten NNN
Op grond van paragraaf 1 van deze subsidieregeling kan op onderdelen staatssteun worden verstrekt aan ondernemingen. Om die reden maakt deze paragraaf gebruik van de goedkeuring die de Europese Commissie heeft verleend aan de “Catalogus groenblauwe diensten” (SA.44848, te raadplegen op: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases/270158/270158_2028383_183_2.pdf). Om te voldoen aan de vereisten die gesteld worden in het goedkeuringsbesluit, zijn er enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen opgenomen.
Daarnaast vloeit uit de staatssteunregels voort dat Gedeputeerde Staten verplicht zijn een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger, te weten: de identiteit van de ontvanger, het bedrag van de subsidie, de datum waarop de subsidie is toegekend, het soort onderneming (MKB of grote onderneming), de regio (op NUTS 2-niveau) waarin de subsidieontvanger is gevestigd, en de voornaamste economische sector waarin deze actief is.
Paragraaf 2 Aanleg agroforestry en paragraaf 3 Aanleg voedselbossen
Subsidies op grond van deze paragrafen kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Staatssteun zal zich in de regel niet voordoen indien aan gemeenten of particulieren (niet zijnde ondernemingen) een subsidie wordt verstrekt. Beide paragrafen zijn kennisgegeven aan de Europese Commissie op grond van artikel 42 van de landbouwvrijstellingsverordening. Daarmee is eventuele steunverlening geoorloofd. De toepassing van de landbouwvrijstellingsverordening brengt enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen met zich. Ook is Gedeputeerde Staten verplicht een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger.
Paragraaf 4 Revitalisering bos buiten NNN
Subsidies op grond van deze paragraaf kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Staatssteun zal zich in de regel niet voordoen indien aan gemeenten, waterschappen of aan particulieren (niet zijnde ondernemingen) een subsidie wordt verstrekt. Deze paragraaf is kennisgegeven aan de Europese Commissie op grond van artikel 44 van de landbouwvrijstellingsverordening. Daarmee is eventuele steunverlening geoorloofd. De toepassing van de landbouwvrijstellingsverordening brengt enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen met zich. Ook is Gedeputeerde Staten verplicht een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger.
Paragraaf 5 Aanleg en revitalisering van houtige elementen
De houtige elementen die op grond van deze paragraaf worden gesubsidieerd, leveren in beginsel geen economisch voordeel op. Indien aangenomen moet worden dat er wel een voordeel verstrekt zou kunnen worden, dan zal dit vanwege het lokale karakter hooguit een marginaal effect hebben. Van enig effect op de interstatelijke handel of de mededinging is geen sprake. Dientengevolge is er geen sprake van het toekennen van ongeoorloofde staatssteun.
II Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten
Deze paragraaf maakt een tweetal activiteiten subsidiabel: ten eerste de aanleg van nieuw bos en ten tweede een combinatie van de aanleg van nieuw bos en de wijziging van de functie van de grond waarop het bos wordt aangelegd (van landbouwgrond naar natuurgrond). In het laatste geval kunnen kosten van afwaardering van de grond worden gesubsidieerd (zie artikel 1.6, onder b).
Artikel 1.4 Weigeringsgronden
Onder a
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Voor grote ondernemingen gelden nog aanvullende eisen om het stimulerend effect aan te tonen (zie artikel 1.5, derde lid).
Onder d
Indien de bebossing al zonder meer zou moeten plaatsvinden, wordt er geen subsidie verstrekt. Dit is bijv. het geval indien op de subsidieaanvrager een herbeplantingsverplichting rust of een beplantingsverplichting om een ruimtelijk project landschappelijk inpasbaar te maken.
Onder e
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als de activiteiten plaatsvinden op percelen waarop nog agrarisch natuurbeheer plaatsvindt.
Onder g
Deze weigeringsgrond vloeit eveneens voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
Artikel 1.5 Subsidievereisten
Eerste lid, onder g
In bijlage 1 is aangegeven waar de eeuwenoude bossen gelegen zijn die bescherming nodig hebben. Indien binnen een afstand van 250 meter van een dergelijk bos nieuw bos aangelegd wordt, zal het plan eerst voorgelegd moeten worden aan de provincie. Ook geldt als voorwaarde dat er uitsluitend autochtoon plantmateriaal gebruikt mag worden. Dezelfde eisen gelden indien op minder dan 250 meter afstand cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen gelegen zijn.
Eerste lid, onder h
In bijlage 2 is een kaart opgenomen, waarin de gebieden zijn gemarkeerd waar boomaanplant niet wenselijk is in verband met de bescherming van weidevogels.
Eerste lid, onder i
Het realiseren van bos op een bestemming, niet zijnde natuur of bos, is in de regel niet toegestaan. Ook vanuit landschappelijk oogpunt is bos niet overal mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld wanneer het bos de gewenste openheid van het landschap zou aantasten.
In de structuurvisie Grutsk op ‘e romte, die door provinciale staten is vastgesteld in 2014 en is geactualiseerd in 2025, worden de landschappelijk en cultuurhistorische kernkwaliteiten beschreven van Friese deelgebieden. Het ontwikkelen van bos moet rekening houden met die kwaliteiten.
Derde lid
Voor grote ondernemingen geldt dat zij de situatie moeten beschrijven waarin er geen steun zou worden verleend (het zgn. “contrafeitelijke scenario”). Daarbij moeten zij (financieel-economische) bewijsstukken overleggen waaruit blijkt dat de subsidiabele activiteit zonder subsidie niet verricht zou kunnen worden. Deze verplichting geldt voor elke onderneming die geen MKB-onderneming is (meer dan 250 werknemers in dienst dan wel een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro).
Artikel 1.10 Subsidiehoogte
De inrichtingskosten zijn in beginsel voor 100% subsidiabel, mits deze toe te rekenen zijn aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 18.000.
De kosten voor de afwaardering van de grond is voor 100% subsidiabel. Het bepalen van de marktwaarde van de grond vindt plaats aan de hand van taxatie van de grond vóór en na inrichting als bos. Ook hier is een maximumbedrag aan verbonden: de subsidie voor functiewijziging kan maximaal € 50.000 per hectare bedragen.
Artikel 1.12 Subsidieverlening
In geval de subsidieaanvrager in aanmerking wenst te komen voor een subsidie voor functiewijziging van de grond (kosten van waardevermindering), is het vestigen van een kwalitatieve verplichting verplicht. Daartoe wordt een notariële akte opgemaakt die in het kadaster zal worden ingeschreven.
Artikel 1.13 Subsidieverplichtingen
In de Asv 2022 en UAsv 2022 zijn enkele verplichtingen opgenomen die dienen te worden nagekomen, tenzij daarvan wordt afgeweken in deze regeling of bij de subsidieverlening. De aanvullende verplichtingen van artikel 1.13 vloeien deels voort uit de verplichtingen die de provincie zelf heeft ten opzichte van het Rijk op grond van de specifieke uitkering (zie eerste lid, onder e, g, en h en tweede lid) en deels uit de staatssteunregels (zie eerste lid, onder c, d en i).
Artikel 1.14 Verantwoording en vaststelling
Op grond van staatssteunregels wordt afgeweken van enkele uitgangspunten uit de Asv 2022 en de UAsv 2022. Zo wordt er steeds afgerekend op werkelijke kosten, ook als het subsidies betreft onder de € 25.000. Om die reden zal de subsidieontvanger ook steeds een aanvraag tot vaststelling moeten indienen met een activiteitenverslag (geen ambtshalve of directe vaststelling). Ook is een financieel verslag verplicht voor subsidies onder de € 125.000. Alleen voor subsidies boven de € 125.000 is daarnaast nog een accountantsverklaring verplicht.
Voor gemeenten geldt een afwijkende wijze van vaststelling: zij dienen wel een activiteitenverslag in bij de provincie. De financiële verantwoording vindt echter plaats via SiSa (zie derde lid).
Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling
De bevoorschotting kan pas plaatsvinden nadat de subsidie verleend is. Als het geval zich voordoet dat een project mede functiewijziging van de grond omvat, dan zal de subsidie voor het onderdeel functiewijziging pas verleend worden nadat de kwalitatieve verplichting is gevestigd (zie artikel 1.12). Pas daarna kan dus ook de uitbetaling van het voorschot plaatsvinden.
Artikel 2.2 Doelgroep
Subsidies kunnen uitsluitend worden aangevraagd door agrarische ondernemingen (zie weigeringsgrond in artikel 2.4, onder a). Voor particulieren, overheden en voor niet-agrarische ondernemingen geldt dat zij wel op grond van paragraaf 3 een subsidie kunnen aanvragen voor de aanleg van voedselbossen.
Onder agrarische ondernemingen worden de ondernemingen verstaan die primaire landbouwproducten voortbrengen. In het handelsregister van de kamer van koophandel zijn deze ondernemingen opgenomen onder de SBI-codes 01110 tot en met 01500.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Agroforestry is gedefinieerd als een landbouwsysteem waarbij bomen en struiken worden gecombineerd met akkerbouw of veeteelt. Een dergelijk landbouwsysteem kan bijvoorbeeld bestaan uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen. In factsheet ‘Typering agroforestry in Nederland” worden voorbeelden van verschillende types agroforestry beschreven (https://edepot.wur.nl/660923). In artikel 2.5 en in bijlage 5 worden nadere eisen gesteld aan de uitvoering van de agroforestry.
Artikel 2.4 Weigeringsgrond
Onder b
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Onder c
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Onder d
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Onder e
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
Artikel 2.5 Subsidievereisten
Onder d
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben. Dit wordt enerzijds gestimuleerd door kleine subsidieaanvragen af te wijzen (zie artikel 2.4, onder f) en anderzijds door minimale eisen aan de projectgrootte te stellen. Voor alle vormen van agroforestry geldt dat de locatie waarop de agroforestry wordt uitgevoerd minimaal 0,5 hectare groot moet zijn, waarbij minimaal 30 houtige elementen per hectare worden aangeplant. Daarnaast gelden voor rijenteelt en voor functionele houtsingel aanvullende eisen voor wat betreft de lengte en breedte.
Onder k
In sommige gevallen is het nodig de brandweer te raadplegen als houtige elementen worden aangeplant in de buurt van gebieden die vatbaar zijn voor bosbranden. Op de provinciale website zullen de contactgegevens van de brandweer Fryslân worden geplaatst.
Onder m
De subsidieregeling wordt bekostigd uit Rijksmiddelen. Om die reden gelden er korte uitvoeringstermijnen. Uit de planning van de subsidieaanvrager moet blijken dat deze uitvoeringstermijn haalbaar is.
Artikel 2.6 Subsidiabele kosten
Onder a en b
Voor het opstellen van een inrichtingsplan en voor het advies over de aanplant worden uitsluitend kosten derden gesubsidieerd. Kosten interne uren of eigen arbeid zijn niet subsidiabel.
Onder c
Specifiek voor agrarische voedselbossen geldt dat ook de aanleg van struiken subsidiabel is. Voor de andere vormen van agroforestry geldt dat niet.
Onder f
Voor het aanplanten zelf, worden uitsluitend uren van derden gesubsidieerd. Interne loonkosten of kosten eigen arbeid worden niet gesubsidieerd.
Artikel 2.7 Niet-subsidiabele kosten
Onder g en h
Aanplant voor commerciële houtwinning of voor kweekgoed wordt niet gesubsidieerd. Wel is het mogelijk de aanplant van pioniersoorten die nodig zijn voor de opbouw van een (agrarisch) voedselbos te subsidiëren. Een dergelijke aanplant wordt niet beschouwd als commercieel hakhout.
Artikel 2.10 Subsidiehoogte
De kosten genoemd artikel 2.6 zijn in beginsel 100% subsidiabel, mits deze toe te rekenen zijn aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 15.000. Het totale subsidiebedrag kan nooit meer dan € 50.000 zijn.
Artikel 2.12 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 2.12 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de Asv 2022 en UAsv 2022 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de artikelen 2.6 tot en met 2.12 Asv en paragraaf 2.4 UAsv).
Artikel 2.13 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Asv en de UAsv geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De specifieke uitkering van het Rijk en de staatssteunregels maken afwijking van de Asv en UAsv op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 25.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds een financiële verslaglegging dient plaats te vinden. Aangezien de subsidiehoogte onder deze paragraaf maximaal € 50.000 is, geldt dit voor alle subsidies tot € 50.000 (zie tweede lid).
Voor alle subsidies geldt dat er een activiteitenverslag moet worden aangeleverd.
Artikel 3.2 Doelgroep
Subsidies kunnen uitsluitend worden aangevraagd door niet-agrarische ondernemingen (zie ook weigeringsgrond in artikel 3.4, onder a). Voor agrarische ondernemingen geldt dat zij wel op grond van paragraaf 2 een subsidie kunnen aanvragen voor de aanleg van agroforestry (waaronder agrarische voedselbossen).
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Een voedselbos is gedefinieerd als een “door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten” (artikel 3.1). In artikel 3.5 en in bijlage 5 worden nadere eisen gesteld aan de aanleg van het voedselbos.
Artikel 3.4 Weigeringsgrond
Onder b
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Onder c
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Onder d
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Onder e
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
Artikel 3.5 Subsidievereisten
Onder b
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben. Dit wordt enerzijds gestimuleerd door kleine subsidieaanvragen af te wijzen (zie artikel 3.4, onder f) en anderzijds door minimale eisen aan de projectgrootte te stellen: het voedselbos dient aaneengesloten minimaal 0,5 hectare te omvatten.
Onder i
In sommige gevallen is het nodig de brandweer te raadplegen als voedselbossen worden aangeplant in de buurt van gebieden die vatbaar zijn voor bosbranden (zie bijlage 6). Op de provinciale website zullen de contactgegevens van de brandweer Fryslân worden geplaatst.
Onder k
De subsidieregeling wordt bekostigd uit Rijksmiddelen. Om die reden gelden er korte uitvoeringstermijnen. Uit de planning van de subsidieaanvrager moet blijken dat deze uitvoeringstermijn haalbaar is.
Artikel 3.6 Subsidiabele kosten
Onder a en b
Voor het opstellen van inrichtingsplan en voor advies over de aanplant worden uitsluitend kosten derden gesubsidieerd. Kosten interne uren of eigen arbeid zijn niet subsidiabel.
Onder f
Voor de aanplantwerkzaamheden zelf, worden uren van derden en vrijwilligersuren gesubsidieerd. Interne loonkosten of kosten eigen arbeid worden niet gesubsidieerd.
Artikel 3.7 Niet-subsidiabele kosten
Onder g en h
Aanplant voor commerciële houtwinning of voor kweekgoed wordt niet gesubsidieerd. Wel is het mogelijk de aanplant van pioniersoorten die nodig zijn voor de opbouw van een (agrarisch) voedselbos te subsidiëren.
Artikel 3.10 Subsidiehoogte
De kosten genoemd in artikel 3.6 zijn in beginsel 100% subsidiabel, mits deze zijn toe te rekenen aan de subsidiabele activiteiten en mits zij nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 15.000. Het totale subsidiebedrag kan bovendien nooit meer dan € 50.000 zijn.
Artikel 3.12 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 3.12 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de Asv 2022 en UAsv 2022 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de artikelen 2.6 tot en met 2.12 Asv en paragraaf 2.4 UAsv).
Artikel 3.13 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Asv en de UAsv geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De specifieke uitkering van het Rijk en de staatssteunregels maken afwijking van de Asv en UAsv op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 25.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds een financiële verslaglegging dient plaats te vinden. Aangezien de subsidiehoogte onder deze paragraaf maximaal € 50.000 is, geldt dit voor alle subsidies tot € 50.000 (zie tweede lid).
Voor alle subsidies geldt dat er een activiteitenverslag moet worden aangeleverd.
Artikel 4.2 Doelgroep
Subsidies onder deze paragraaf kunnen worden aangevraagd door de eigenaren van de grond waarop het bos gelegen is dan wel door anderen mits de eigenaar heeft ingestemd met de subsidieaanvraag en met het nakomen van de subsidieverplichtingen (zie artikel 4.5, onder a).
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de revitalisering van een bos. Wat de revitalisering moet inhouden, is opgenomen in bijlage 7.
Artikel 4.4 Weigeringsgronden
Onder a
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Onder b
Het is slechts mogelijk éénmaal per kalenderjaar een subsidie te ontvangen. Op deze wijze kunnen de beschikbare middelen evenwichtig worden gespreid over verschillende locaties.
Onder c
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als in de afgelopen drie jaar voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Onder d
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Onder e
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
Artikel 4.5 Subsidievereisten
Onder h
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben. Voor eeuwenoude bossen die zijn opgenomen in bijlage 1, ligt dit op minimaal 0,5 hectare. Voor overige bossen bedraagt het minimum 1,0 hectare.
Onder j
De subsidieregeling wordt bekostigd uit Rijksmiddelen. Om die reden gelden er korte uitvoeringstermijnen. Uit de planning van de subsidieaanvrager moet blijken dat deze uitvoeringstermijn haalbaar is.
Artikel 4.10 Subsidiehoogte
De kosten genoemd artikel 4.6 zijn in beginsel 100% subsidiabel, mits deze zijn toe te rekenen aan de subsidiabele activiteiten en mits zij nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er geldt echter een maximumbedrag per project € 750.000.
Artikel 4.12 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 4.12 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de Asv 2022 en UAsv 2022 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de artikelen 2.6 tot en met 2.12 Asv en paragraaf 2.4 UAsv).
Artikel 4.13 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Asv en de UAsv geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De specifieke uitkering van het Rijk en de staatssteunregels maken afwijking van de Asv en UAsv op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 25.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds een financiële verslaglegging dient plaats te vinden. Dit geldt in afwijking van de Asv ook voor subsidies tot € 125.000 (eerste en tweede arrangement; zie de artikelen 3.1 en 3.2 Asv).
Voor alle subsidies geldt dat er een activiteitenverslag moet worden aangeleverd (zie derde lid).
Voor gemeenten geldt een afwijkende wijze van vaststelling: zij dienen wel een activiteitenverslag in bij de provincie. De financiële verantwoording vindt echter plaats via SiSa (zie vierde lid).
Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten
Deze paragraaf maakt zowel aanleg van nieuwe houtige elementen als revitalisering van bestaande houtige elementen mogelijk. Onder het begrip houtige elementen vallen in het kader van deze subsidieparagraaf: houtsingels, houtwallen, heggen, hagen, lanen, wegbeplanting, solitaire bomen, hoogstamboomgaarden, knotbomen of kleine bosjes (zie definitie in artikel 5.1). Een onderscheid wordt gemaakt tussen projecten die op eigen grond plaatsvinden (zie vereisten in artikel 5.5) en projecten die op andermans grond plaatsvinden (zie vereisten in artikel 5.6). Met het subsidiëren van deze laatste projecten wordt beoogd het ook mogelijk te maken houtige elementen aan te planten of te revitaliseren op grond in eigendom van particulieren.
Artikel 5.4 Weigeringsgronden
Onder a
De regeling onder paragraaf 5 staat niet open voor landbouwondernemingen. Ook is aanleg of revitalisering van houtige elementen op landbouwgrond die als zodanig in gebruik is, niet subsidiabel (zie artikel 5.6, onder d).
Onder b
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Onder c
De uitvoering van een project mag niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Aangenomen wordt dat de subsidie dan niet noodzakelijk is om het project te kunnen uitvoeren. Onder uitvoering wordt verstaan: juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Onder d
Subsidie voor de aanleg of revitalisering van voedselbossen is uitgesloten. Voor voedselbossen (evenals voor agrarische voedselbossen en andere vormen van agroforestry) bestaan andere subsidiemogelijkheden.
Onder e
Indien de aanleg van een houtig element al zonder meer zou moeten plaatsvinden, wordt er geen subsidie verstrekt. Dit is bijv. het geval indien op de subsidieaanvrager een herbeplantingsverplichting rust of een beplantingsverplichting om een ruimtelijk project landschappelijk inpasbaar te maken.
Artikel 5.5 Subsidievereisten projecten op eigen grond
In het eerste lid zijn een aantal vereisten opgenomen die gelden zowel voor aanleg als voor revitalisering. Op grond van het tweede lid gelden een aantal vereisten die uitsluitend voor de aanleg van nieuwe elementen gelden.
Eerste lid, onder c
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een bepaalde grootte te hebben. Afhankelijk van het type landschapselement is een minimaal aantal bomen, een minimale lengte of een minimaal oppervlak vereist.
Eerste lid, onder d
In bijlage 1 is aangegeven waar de eeuwenoude bossen gelegen zijn die bescherming nodig hebben. Indien binnen een afstand van 250 meter van een dergelijk bos nieuwe houtige elementen worden aangelegd, zal het plan eerst voorgelegd moeten worden aan de provincie. Ook geldt als voorwaarde dat er uitsluitend autochtoon plantmateriaal gebruikt mag worden. Dezelfde eisen gelden indien op minder dan 250 meter afstand cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen gelegen zijn.
Tweede lid, onder a
In bijlage 2 is een kaart opgenomen, waarin de gebieden zijn gemarkeerd waar boomaanplant niet wenselijk is in verband met de bescherming van weidevogels.
Tweede lid, onder b
Vanuit landschappelijk oogpunt is de aanleg van houtige elementen niet overal mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld wanneer de gewenste openheid van het landschap zou worden aangetast.
In de structuurvisie Grutsk op ‘e romte, die door provinciale staten is vastgesteld in 2014 en is geactualiseerd in 2025, worden de landschappelijk en cultuurhistorische kernkwaliteiten beschreven van Friese deelgebieden. Bij de aanleg dient rekening te worden gehouden met die kwaliteiten.
Artikel 5.6 Subsidievereisten projecten op grond derden
Onder a en c
De subsidieaanvrager is zelf geen eigenaar van de grond waarop het project uitgevoerd gaat worden. Idee is dat één of enkele natuur- of landschapsorganisaties een grote hoeveelheid houtige elementen kunnen realiseren op grond die particulier eigendom is van derden. Indien een particuliere eigenaar bereid is om deel te nemen aan het project van de natuur- of landschapsorganisatie, kunnen met behulp van de subsidie houtige elementen op zijn grond gerealiseerd worden.
Onder d
Landbouwondernemingen kunnen geen subsidie aanvragen (zie artikel 5.2). Daarnaast is het ook niet mogelijk subsidie aan te vragen voor aanleg of revitalisering van houtige elementen op grond die in gebruik is als landbouwgrond (bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt).
Onder e en h
De projecten die betrekking hebben op grond van particuliere derden, moeten een zekere omvang hebben. De subsidieontvanger dient de grondeigenaren die deelnemen aan het project te adviseren over de keuze van de locatie en van de aan te planten boomsoorten. Daarnaast leveren zij het plantmateriaal en zorgen zij voor een juiste aanplant. Aangezien er geen directe subsidierelatie bestaat tussen de provincie en de particuliere eigenaar, dient de subsidieontvanger contractueel vast te leggen dat de particuliere eigenaren de houtige elementen zullen beheren en onderhouden (zie ook artikel 5.12, tweede lid, onder d). Bij de jaarlijkse tussenrapportage (of eventueel bij de aanvraag tot subsidievaststelling) dient de subsidieontvanger een verslag in waaruit o.a. moet blijken dat is voldaan aan de vereisten van bijlage 8 (zie artikel 5.12, eerste lid, onderdeel e, onder 4°).
Onder f
Revitalisering van alle typen houtige elementen komen in aanmerking voor subsidie. Voor aanleg van nieuwe elementen geldt dit echter niet. Alleen de aanleg van solitaire bomen, knotbomen, hoogstamboomgaarden, houtsingels en houtwallen kan worden gesubsidieerd.
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Een onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die voor alle projecten subsidiabel zijn (eerste lid), kosten die alleen in geval van aanleg op eigen grond subsidiabel zijn (tweede lid) en kosten die alleen subsidiabel zijn in geval van aanleg of revitalisering op grond van derden (derde lid).
Artikel 5.11 Subsidiehoogte
De kosten zijn in beginsel voor 100% subsidiabel, mits deze zijn toe te rekenen aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 15.000. Voor solitaire bomen of voor bomen die worden aangeplant in een hoogstamboomgaard geldt echter een maximale prijs per stuk van € 200. Voor knotbomen geldt een maximumprijs van € 100 per stuk.
Artikel 5.12 Subsidieverplichtingen
In de Asv 2022 en UAsv 2022 zijn reeds enkele verplichtingen opgenomen die dienen te worden nagekomen, tenzij daarvan wordt afgeweken in deze regeling of bij de subsidieverlening. In artikel 5.12 zijn aanvullende verplichtingen opgenomen. Een deel van deze aanvullende verplichtingen vloeien voort uit de verplichtingen die de provincie zelf heeft ten opzichte van het Rijk op grond van de specifieke uitkering die haar is toegekend (zie eerste lid, onder e, f, en g en derde lid).
Artikel 5.13 Verantwoording en vaststelling
Omdat de middelen voor deze regeling afkomstig zijn uit een specifieke uitkering van het Rijk, zijn gemeenten verplicht een financiële rapportage te doen via SiSa (single information, single audit) conform de Regeling informatieverstrekking sisa. Bij de subsidieverlening zal aangegeven worden via welke SiSa-bijlage er verantwoording moet worden afgelegd. Daarnaast moeten gemeenten bij de provincie een activiteitenverslag indienen (zie eerste lid van artikel 5.13).
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris drs. Ing. J.J. Algra
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl