Beleidslijn beoordelingscriteria levensgedrag Bodegraven-Reeuwijk 2026

Geldend van 02-04-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidslijn beoordelingscriteria levensgedrag Bodegraven-Reeuwijk 2026

Inleiding

Deze beleidslijn beschrijft de invulling die de burgemeester geeft aan het begrip ‘slecht levensgedrag’ zoals opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV).

Exploitanten en leidinggevenden van alcohol schenkende horecabedrijven en slijterijen mogen op grond van de Alcoholwet in geen enkel opzicht van slecht levensgedrag zijn. Op grond van de APV geldt hetzelfde voor de volgende personen:

  • de organisator of aanvrager van vergunningplichtige vechtsportwedstrijden- of gala (artikel 2:25 van de APV);

  • de exploitant of beheerder van vergunningplichtige openbare inrichtingen (artikel 2:28 van de APV);

  • de exploitant of beheerder van bedrijven in een aangewezen gebied, straat of gebouw (artikel 2:80 van de APV);

  • de exploitant of beheerder van woningverhuur en/of woningbemiddeling (artikel 2:84 van de APV);

  • de exploitant of beheerder van seksinrichtingen (artikel 3:3 APV).

Exploitanten en leidinggevenden van bovengenoemde bedrijven hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. Het exploiteren van dergelijke bedrijven, of beter gezegd, het niet verantwoord exploiteren ervan, kan tot een verstoring van de openbare orde leiden of het omliggende woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden. De levensgedragtoets is een noodzakelijke preventieve toets om de risico’s op inbreuken op de openbare orde en veiligheid en een goed woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een grond om de vergunning te weigeren of in te trekken of om een aspirant leidinggevende niet bij te schrijven op de vergunning.

Volgens de Afdeling is de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘levensgedrag’ niet in strijd met de Dienstenrichtlijn (artikel 10 van Richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt). Ondanks dat de APV-bepalingen over levensgedrag de toetsing aan de Dienstenrichtlijn kunnen doorstaan, beoogt deze beleidsnotitie meer duidelijkheid te geven over de term slecht levensgedrag uit de Alcoholwet en de APV.

Op basis van de Dienstenrichtlijn dienen de criteria in deze beleidsregel duidelijk en ondubbelzinnig, objectief en vooral openbaar bekend gemaakt te worden. De randvoorwaarden zijn dat bij de beoordeling van het levensgedrag:

  • Relevantie: Enkel feiten en omstandigheden worden meegewogen die relevant zijn voor de aanvraag/het betreffende bedrijf;

  • Kenbaarheidsvereiste: de betrokkene vooraf had kunnen weten waaraan voldaan moet worden;

  • Evenredigheidsbeginsel: de beoordeling mag niet verder gaan dan nodig is voor het waarborgen van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat in de buurt.

Besluit:

vast te stellen de ‘Beleidslijn beoordelingscriteria levensgedrag Bodegraven-Reeuwijk 2026’.

Artikel 1 Toepassingsbereik

Met deze beleidsregel geeft de burgemeester invulling aan de beoordelingscriteria levensgedrag zoals bedoeld in de APV (artikelen 2:25, 2:28, 2:80, 2:84, 3:3), de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit 2000.

Gedurende de looptijd van een vergunning kan er aanleiding zijn om het levensgedrag opnieuw te beoordelen, bijvoorbeeld als sprake is van nieuwe (strafbare) feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant.

Indien er een vergunningplicht komt voor bepaalde andere branches, waarvoor de slecht levensgedragstoets gaat gelden, is deze beleidsregel ook op betreffende branche van toepassing.

Artikel 2 Informatiebronnen

Om het levensgedrag en de wijze van exploitatie te toetsen worden diverse gegevens, in samenhang, gewogen. Hieronder volgt een niet-limitatieve opsomming van de belangrijkste informatiebronnen:

  • informatie van de politie;

  • het Justitieel Documentatie Systeem;

  • handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;

  • informatie van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW);

  • informatie van de Belastingdienst;

  • informatie van de Douane;

  • informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND);

  • informatie uit het Centraal Insolventieregister;

  • informatie uit het Centraal curatele en bewindregister;

  • informatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA);

  • informatie uit openbare bronnen.

Als het noodzakelijk is voor de beoordeling of een betrokkene niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, kan via het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) informatie worden uitgewisseld met de Inspectie SZW, de Belastingdienst, de Douane en de IND.

Artikel 3 Beoordeling slecht levensgedrag

Bij de levensgedragtoets zijn met name strafrechtelijke gegevens relevant, maar ook andere feiten en omstandigheden die iets zeggen over het gedrag van betrokkenen kunnen relevant zijn. Elke beoordeling is maatwerk; alle feiten en omstandigheden worden in samenhang en in relatie met de vergunning gewogen. Er zijn geen beperkingen opgelegd ten aanzien van feiten of omstandigheden die mogen worden betrokken. De beoordeling is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het aantal relevante feiten, een patroon van deze feiten, wanneer de feiten zijn gepleegd, het type feiten, een combinatie van feiten, de omstandigheden rondom het feit, de hoogte van de strafmaat, of goed wordt meegewerkt aan toezicht en de houding daarbij van exploitanten en beheerders.

Alleen het levensgedrag dat relevant is voor de beoordeling of de aanwezigheid van de exploitant of beheerder van het bedrijf het woon- en leefklimaat, de openbare orde of de veiligheid nadelig beïnvloedt, wordt meegenomen in de beoordeling. Levensgedrag waarvan geen weerslag te verwachten is op het woon- en leefklimaat, de openbare orde of de veiligheid, kan geen grond zijn voor weigering of intrekking van een vergunning.

Bij de beoordeling worden de onderstaande punten in ogenschouw genomen:

Wat voor type feiten betreft het?

In bijlage 1 staat een overzicht van de meest belangrijke feiten die meewegen in de levensgedragtoets. Bij het beoordelen van het type feiten wordt gekeken naar de ernst van het feit en de belangen die de strafbaarstelling/handhaving van het feit beoogt te beschermen. Bij de levensgedragtoets gaat het om gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant/beheerder als verantwoordelijke voor de exploitatie het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf, de openbare orde of de veiligheid nadelig beïnvloed.

Ook wordt rekening gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat de betrokkene de voor hem geldende regels niet naleeft.

Het is niet vereist dat de feiten aan het bedrijf te relateren zijn. Als dit wel het geval is, kan dit zwaarder meewegen.

In welke periode zijn de feiten gepleegd?

In beginsel worden slechts feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. De achtergrond voor de vijf-jarengrens is dat het besluit eisen zedelijk gedrag uitgaat van veroordelingen tijdens de laatste 5 jaar.

In vaste jurisprudentie is weliswaar gebleken dat bij de toetsing van “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag” niet gebonden is aan deze termijn, maar vanuit het oogpunt van goede motivering zal echter rekening gehouden moeten worden met de “leeftijd” van de antecedenten. Oude antecedenten kunnen wel degelijk worden meegewogen, mits goed gemotiveerd.

Opgelegde straf

Een strafrechtelijke veroordeling is niet vereist. Ook constateringen die zijn verwoord in bijvoorbeeld processen-verbaal van de politie of rapportages van toezichthouders wegen mee in de beoordeling. Feiten die zijn geseponeerd wegens onvoldoende bewijs of waarop vrijspraak is gevolgd worden niet meegewogen. Informatie uit de betreffende zaak over het gedrag van betrokkene kan echter wel worden meegenomen in de beoordeling. Een exploitant kan bijvoorbeeld zijn vrijgesproken voor een geweldsdelict, maar het feitencomplex kan informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant dat relevant is voor de toets aan het woon- en leefklimaat. Het geweldsdelict zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over de houding en het gedrag van de exploitant wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren.

Artikel 4 Slotbepalingen

Hardheidsclausule

De burgemeester kan in bijzondere en/of dringende gevallen afwijken van een artikel of artikelen van deze beleidsregels.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking de eerste dag na bekendmaking.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidslijn beoordelingscriteria levensgedrag Bodegraven-Reeuwijk 2026’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 17 maart 2026 door de burgemeester van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk,

De burgemeester

drs. M.K.A. Grauss

Bijlage I Levensgedrag – overzicht meest relevante strafbare feiten en gedragingen

De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die meewegen in de beoordeling van het levensgedrag. Feiten die hier niet zijn beschreven kunnen ook leiden tot de conclusie ‘slecht levensgedrag’.

Geweldsdelicten en vernieling

  • Mishandeling

  • Moord/doodslag

  • Overige misdrijven tegen het leven

  • Openlijke geweldpleging tegen goederen en/of personen

  • Vernieling, vandalisme, baldadigheid

  • Brandstichting

Alcoholgerelateerde feiten

  • Rijden onder invloed van alcohol

  • Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol

  • Weigeren ademanalyse

  • Openbaar dronkenschap/openlijk en/of hinderlijk gebruik van alcohol

Drugsgerelateerde feiten

  • Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs

  • Openlijk en/of hinderlijk gebruik van drugs

  • Rijden onder invloed van drugs / medicijnen

  • Drugsafval

Wapens en munitie

  • Bezit en handel in wapens en/of munitie

  • Schiet- en/of steekpartijen

  • Messenverbod (APV)

Vermogensdelicten

  • Verduistering

  • Heling

  • Chantage en/of afpersing

  • Witwassen

  • Fraude

  • Verdachte transacties

  • Vals geld aanmaken/vals geld uitgeven

  • Oplichting en flessentrekkerij

  • Omkopen ambtenaar in functie

Openbare orde/APV

  • Nepdope

  • Hinderlijk gedrag

  • Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

  • Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen

  • Openbaar vervoer verbod

  • Overtreding APV

  • Tippelen

  • Verzamelverbod

  • Verwijderingsbevel

  • Geluidshinder

  • Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

Verkeerswetgeving

  • Joyriding

  • Snelheidsovertreding

  • Agressief/onveilig rijgedrag

  • Verkeersongeval met letsel

  • Verlaten plaats na verkeersongeval

  • Rijden met vals kenteken

  • Onverzekerd rijden

  • Weigeren ademanalyse/weigeren bloedproef/weigeren vervangend (urine) onderzoek

  • Rijden zonder rijbewijs

  • Rijden tijdens rijverbod/terwijl rijbewijs is ingevorderd/tijdens

Zedendelicten en mensenhandel

  • Zedendelicten

  • Gijzeling/ontvoering

  • Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en mensensmokkel

Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

  • Wederspannigheid

  • Niet voldoen aan bevel/vordering

  • Valse aangifte/valse ID opgeven rijontzegging