Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Smallingerland 2026

Geldend van 03-04-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Smallingerland 2026

De burgemeester van de gemeente Smallingerland, gelet op artikel 2:78 van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

B E S L U I T vast te stellen:

Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Smallingerland 2026

Artikel 1 Opleggen gebiedsontzegging

  • 1. De burgemeester kan aan een persoon een gebiedsontzegging opleggen, inhoudende zich gedurende een bepaalde periode niet te bevinden in een aangewezen gebied.

  • 2. Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd in het belang van de openbare orde, waaronder het voorkomen of beperken van structurele overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat of het waarborgen van de veiligheid van personen en goederen.

  • 3. De gebiedsontzegging wordt niet eerder opgelegd, dan nadat er voor de tweede keer een overtreding van de in artikel 4 van deze beleidsregels genoemde feiten wordt geconstateerd of voor de tweede keer een andere gedraging wordt geconstateerd, waarbij de openbare orde in het geding is, tenzij vereiste spoed zich verzet tegen een waarschuwing vanwege directe vrees van verdere verstoring van de openbare orde.

  • 4. De duur van de gebiedsontzegging en de omvang van het gebied waarvoor het verbod geldt, worden bepaald aan de hand van de aard van de gedraging.

  • 5. De gebiedsontzegging kan hoogstens voor de duur van 12 weken worden opgelegd.

  • 6. Het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt door de politie aan de betrokkene uitgereikt en wordt tevens per post verzonden.

  • 7. Een afschrift van het besluit wordt verzonden naar de teamchef van de politie.

  • 8. Een gebiedsontzegging is een herstelsanctie en sluit strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie tegen de gepleegde strafbare feiten niet uit.

Artikel 2 Waarschuwing

  • 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een schriftelijke waarschuwing opleggen om niet, in een of meer bepaalde delen van de gemeente, op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2. Na constatering van een eerste overtreding van de in artikel 5 genoemde feiten of een eerste andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is , krijgt de betrokkene een schriftelijke waarschuwing met de mededeling dat de burgemeester bij een volgende overtreding of andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, een gebiedsontzegging kan opleggen.

  • 3. De politie informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk na de eerste geconstateerde gedraging.

  • 4. In geval van een directe vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde, waarbij de vereiste spoed zich verzet tegen het waarschuwen, kan worden afgezien van een waarschuwing en kan onmiddellijk een gebiedsontzegging worden opgelegd voor de duur van maximaal 72 uur.

  • 5. In het geval van excessen, waaronder geweld tegen hulpverleners of een overtreding van de onder het derde lid van artikel 4 opgesomde strafbare feiten, kan worden afgezien van een waarschuwing en kan onmiddellijk een gebiedsontzegging worden opgelegd voor de duur van maximaal twaalf weken.

Artikel 3 Vooraankondiging besluit gebiedsontzegging

  • 1. Indien er binnen 6 maanden na een waarschuwing of een eerste gebiedsontzegging zoals genoemd onder het vorige artikel , een tweede overtreding van de in artikel 4 genoemde feiten of een tweede andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, wordt geconstateerd, kan de burgemeester besluiten om een (tweede) gebiedsontzegging op te leggen.

  • 2. De betrokkene krijgt een schriftelijke kennisgeving van het voornemen tot het opleggen van de gebiedsontzegging.

  • 3. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen drie dagen na de datum van de kennisgeving van het voornemen, een schriftelijke of mondelinge zienswijze kenbaar te maken. Van deze termijn kan in spoedeisende situaties worden afgeweken.

  • 4. De politie informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk nadat een tweede gedraging zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, is geconstateerd.

Artikel 4 Strafbare feiten en duur gebiedsontzegging

  • 1. Overtreding van de onder het derde lid van dit artikel opgesomde strafbare feiten, wordt in ieder geval aangemerkt als een gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid van deze beleidsregels.

  • 2. In het derde lid van dit artikel wordt met de afkorting APV de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2026 aangeduid en wordt met afkorting Sr het Wetboek van Strafrecht bedoeld.

  • 3. Overtreding van de volgende feiten kan leiden tot het opleggen van een gebiedsontzegging met de daarbij horende maximale duur:

    Categorie 1: drie weken

    Artikel 2:1 APV

    Artikel 2:47; 2:49; 2:50 APV

    Artikel 2:26 APV

    Artikel 2:48 APV

    Artikel 4:8 APV

    Artikel 426 en 453 Sr

    Artikel 424 Sr

    Samenscholing en ongeregeldheden

    Hinderlijk gedrag

    Ordeverstoring bij evenementen

    Verboden drankgebruik

    Natuurlijke behoefte doen

    Openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde in staat van dronkenschap

    Straatschenderij

    Categorie 2: zes weken

    Artikel 2:1B APV

    Artikel 2:74 APV

    Artikel 350 Sr

    Artikel 141 Sr

    Artikel 138 Sr

    Artikel 170 Sr

    Artikel 300 Sr

    Artikel 310 Sr

    Artikel 311 Sr

    Artikel 285 Sr

    Artikel 267 Sr

    Artikel 184 Sr

    Artikel 180 t/m 182 Sr 

    Artikel 13 Wet wapens en munitie

    Artikel 3 Opiumwet

    Messenverbod

    Drugshandel op straat

    Vernieling of beschadiging

    Openlijke geweldpleging tegen goederen

    Huisvredebreuk besloten lokaal

    Vernieling gebouw/publiek toegankelijke plaats

    Eenvoudige mishandeling

    Diefstal

    Diefstal in vereniging

    Bedreiging

    Belediging van ambtenaar in functie

    Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel

    Wederspannigheid

    Wapens, zoals boksbeugels en steekwapens

    Verkopen, verstrekken, etc. van softdrug

    Categorie 3: twaalf weken

    Artikel 141 Sr

    Artikelen 302/303 en 287 j° 45 Sr

    Artikel 312 Sr

    Artikelen 317 en 318 Sr

    Artikel 2:1A APV

    Artikelen 26 en 27 Wet wapens en munitie

    Artikel 2 Opiumwet

    Openlijke geweldpleging tegen personen

    Zware mishandeling en poging tot doodslag

    Diefstal met geweld

    Afpersing en afdreiging

    Overtreding van eerder opgelegd verblijfsverbod

    Wapens, zoals vuurwapens, traangas en wapenstokken

    Verkopen, verstrekken, etc. van harddrugs

Artikel 5 Persoon woonachtig of werkzaam in aangewezen gebied

  • 1. Indien de betrokkene aan wie de gebiedsontzegging wordt opgelegd, woont of werkt in het gebied waarvoor de ontzegging geldt, wordt dat aangewezen gebied zodanig aangepast dat er een aanlooproute is van en naar zijn woning of werklocatie of naar de middelen van openbaar vervoer.

  • 2. Indien de betrokkene aan wie het besluit wordt opgelegd in het aangewezen gebied werkzaam is, dient hij zijn werkrooster schriftelijk bij de teamchef van de politie kenbaar te maken.

Artikel 6 Recidive

  • 1. Indien een betrokkene binnen zes maanden na de datum van een tot hem gericht besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging, opnieuw een overtreding van de in artikel 4 genoemde feiten begaat of er sprake is van een andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, kan er wegens recidive wederom en zonder waarschuwing vooraf een gebiedsontzegging worden opgelegd.

  • 2. Ingeval van recidive zoals bedoeld in het vorige lid, zijn artikel 2 en artikel 3, eerste lid van deze beleidsregels, niet van toepassing.

Artikel 7 Administratieve afhandeling

Het team Concern is verantwoordelijk voor de administratieve afhandeling van een gebiedsontzegging.

Artikel 8 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: beleidsregels gebiedsontzeggingen gemeente Smallingerland 2026.

Artikel 9 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1. De beleidsregels gebiedsontzeggingen gemeente Smallingerland 2026 treden een dag na bekendmaking in werking.

  • 2. De beleidsregels verblijfsverbod gemeente Smallingerland zoals vastgesteld op 5 maart 2020 worden ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld te Drachten op 23 maart 2026

Burgemeester,

F. Veenstra

Toelichting

Algemeen

Op basis van artikel 2:78van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2026(Apv) kan de burgemeester een persoon verbieden om zich in een aangewezen gebied te bevinden. Hiertoe kan de burgemeester overgaan indien de openbare orde in het geding is.

Het instrument van de gebiedsontzegging is bedoeld om de openbare orde in een bepaald gebied te herstellen. De gebiedsontzegging kan ten eerste worden ingezet bij notoire overlastveroorzakers, waarbij handhavers en hulpverleners geen grip krijgen op de situatie. De gebiedsontzegging kan in dat geval een tijdelijke oplossing bieden om van daaruit te werken naar een structurele oplossing.

Daarnaast kan een gebiedsontzegging nodig zijn bij overlast van uitgaanspubliek. Hierbij kan gedacht worden aan personen voor wie een toegangsverbod tot bepaalde horecagelegenheden geldt en die 's nachts op straat blijven rondhangen en de orde verstoren.

Hoewel de gebiedsontzegging een herstelsanctie is, heeft het een grote impact op de bewegingsvrijheid van de betrokkene. Dit betekent dat de burgemeester terughoudend dient om te gaan met deze bevoegdheid. Aan het opleggen van een gebiedsontzegging dient een uitgebreide belangenafweging vooraf te gaan. Er moet onder andere zijn voldaan aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dit betekent dat er geen ander, minder ingrijpend middel voorhanden mag zijn en dat de nadelige gevolgen in verhouding moeten staan tot het doel van het besluit. De ontzegging moet zijn gebaseerd op een concrete gedraging die de duur van de ontzegging en de omvang van het gebied waarvoor de ontzegging geldt, rechtvaardigt.

Doel beleidsregels

Met deze beleidsregels wordt het begrip 'openbare orde' zoals omschreven in artikel 2.78 van de Apv nader ingekleurd en wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester gebruik maakt van de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging

Openbare orde

In artikel 1 wordt vastgelegd wat er onder andere wordt verstaan onder het openbare orde belang.

Het kan daarbij gaan om het voorkomen of beperken van structurele overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat of het waarborgen van de veiligheid van personen en goederen. In artikel 4 is vervolgens vastgelegd met welke concrete gedragingen de openbare orde in ieder geval het geding is. Het gaat hier namelijk om overtreding van feiten die de openbare orde raken op basis van de Apv of het Wetboek van Strafrecht.

Dit is geen uitputtende opsomming. Ook voor gedragingen niet in artikel 4 genoemd worden, kan een gebiedsontzegging worden opgelegd. Daarbij zal de burgemeester dan wel voldoende moeten motiveren waarom dit in het belang is van de openbare orde.

Waarschuwing

Gelet op de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit, krijgt de betrokkene eerst een waarschuwing en wordt er niet direct tot een gebiedsontzegging overgegaan. De betrokkene wordt eerst de kans geboden om zijn gedrag aan te passen. De politie geeft eerst een mondelinge waarschuwing, waarna deze schriftelijk wordt bevestigd door de burgemeester.

Als de betrokkene zich binnen 6 maanden na de waarschuwing, wederom misdraagt, kan de burgemeester de gebiedsontzegging daadwerkelijk opleggen.

Artikel 2 lid 4 en 5 geven een uitzonderingsmogelijkheid voor het eerst opleggen van een waarschuwing. Dat dient zeer terughoudend te worden toegepast en kan alleen voor die gevallen waarbij het opleggen van eerst een waarschuwing het voorkomen of beperken van structurele overlast, de aantasting van woon- en leefklimaat dan wel het waarborgen van de veiligheid van personen en goederen ondermijnt. Een voorbeeld is meerdere keren in zeer korte tijd, bijvoorbeeld een week een van de gedragingen benoemd in de lijst van artikel 4 vertonen. Indien de burgemeester gebruik maakt van de uitzonderingsmogelijkheid van art 2 lid 4 of 5 dan dient dat uitgebreid gemotiveerd te worden naar aard en frequentie van de gedraging. Dit blijft de motivatie voor het afwijken van de reguliere weg van eerst waarschuwen. Nieuw is dat daar nu een tussenvariant voor wordt opgenomen voor maximaal 72 uur.

Aard gedraging

De duur en de omvang van het gebied waarvoor het verbod geldt, worden bepaald aan de hand van de aard van de gedragingen. Des te ernstiger de gedraging, des te langer kan het verbod duren. Voor een aantal concreet benoemde gedragingen is dit ook in artikel 4 uitgewerkt. Hierin is de maximale duur van de ontzegging vastgelegd en onderverdeeld en 3 verschillende categorieën. Daarbij is de tweede of meest recente gedraging bepalend. Zoals hierboven ook al aangegeven is de opsomming in artikel 4 niet uitputtend bedoeld. Het koppelen van de aard van de overtreding aan de duur van de ontzegging, kan wel analoog worden toegepast voor andere gedragingen dan die genoemd in artikel 4.

Vooraankondiging

Voordat een gebiedsontzegging daadwerkelijk wordt opgelegd, wordt de betrokkenen eerste in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze tegen dit besluit. Dit is ingegeven door het bepaalde in artikel 4:8 van de Awb, gelet op de nadelige gevolgen van de gebiedsontzegging voor de betrokkene en het daarom te verwachten is dat deze bedenkingen zal hebben tegen de gebiedsontzegging.

Woning en werklocatie

Verder wordt er bij het aan te wijzen gebied rekening gehouden met de woning en werklocatie van de betrokkene. Als dit in het aan te wijzen gebied valt wordt dit zodanig vastgesteld dat er een aanlooproute is van en naar de woning, werklocatie of openbaar vervoer.

Als de betrokkenen in het aangewezen gebied werkt, wordt wel geëist dat hij zijn werkrooster bij de politie indient.

Recidive

Bij recidive zal er vooraf niet meer worden gewaarschuwd, maar kan de burgemeester nadat de betrokkene zijn zienswijze heeft kunnen indienen, direct een gebiedsontzegging opleggen, Dat geldt ook voor de situaties waarbij gebruik is gemaakt van een gebiedsontzegging van maximaal 72 uur.

Lichte bevelsbevoegdheid Gemeentewet

Tot slot wordt er een onderscheid gemaakt met de lichte bevelsbevoegdheid op grond van artikel 172, derde lid van de Gemeentewet.

Deze bevoegdheid is zwaarder en verdergaand dan een gebiedsontzegging op basis van artikel 2:78 van de Apv. De bevelsbevoegdheid van artikel 172, derde lid van de Gemeentewet is vooral bedoeld voor situaties waarin (nog) geen overtredingen plaatsvinden en waarin snel gehandeld moet worden met kortdurende gebiedsontzeggingen. Dit om aan een acute dreiging voor de openbare orde het hoofd te kunnen bieden. Dit middel kan worden aangewend voor die gevallen waarbij onmiddellijke handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, om zo grip te krijgen op een crisis- of noodsituatie.

Het opleggen van een gebiedsontzegging op basis van de Apv kent een andere insteek. Het gaat hierbij om bestuurlijke handhaving, naar aanleiding van een opeenstapeling van overtredingen en overlastproblematiek.

Als de burgemeester gebruik maakt van de lichte bevelsbevoegdheid op grond van de Gemeentewet, zijn deze beleidsregels dan ook niet toepassing.