Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759796
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759796/1
Reglement van Orde Provinciale Staten Provincie Flevoland 2026
Geldend van 02-04-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van Orde Provinciale Staten Provincie Flevoland 20261. Provinciale Staten
Aanhef
Verordening van Provinciale Staten van Flevoland, op grond van artikel 16, 80 en 143 lid 1 Provinciewet, bevattende het reglement van orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, haar commissies en gremia, alsmede verwijzingen naar de volgende verordeningen van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten:
- •
Verordening informatie en ambtelijke bijstand provincie Flevoland 2026;
- •
Verordening fractieondersteuning provincie Flevoland 2026;
- •
Verordening rechtspositie van Staten- en burgerleden provincie Flevoland 2026;
- •
de Financiële Verordening;
- •
de Controleverordening;
- •
de Verordening onderzoeken in het kader van doelmatigheid en doeltreffendheid;
- •
de Verordening onderzoekscommissie Provinciale Staten van Flevoland 2026;
- •
de Verordening Werkgeverscommissie Statengriffier Provinciale Staten Flevoland.
Paragraaf 1: Gremia
Artikel 1. Begripsbepalingen
-
1a Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp-beslispunt, waarmee de verordening of het beslispunt zodanig gewijzigd wordt dat het direct kan worden opgenomen
-
1b Gesprekswijzer: wijst het gesprek ten aanzien van proces, achtergrond, wijze van agendering en behandeling
-
1c Burgerinitiatief: een voorstel van een kiesgerechtigde ingezetene van de provincie, gericht op besluitvorming door Provinciale Staten
-
1d Burgerlid: een door de fractie voorgedragen lid, niet zijnde Statenlid, die het woord mag voeren namens de fractie tijdens de commissies
-
1e College: het college van Gedeputeerde Staten
-
1f Commissie: Statencommissie als bedoeld in artikel 80 lid 1 Provinciewet, waarin beeld,- en oordeelsvormend kan worden vergaderd en commissie als bedoeld in artikel 82 lid 1 Provinciewet
-
1g Commissiegriffier: griffier van een commissie
-
1h Commissielid: Staten- dan wel burgerlid, benoemd in een commissie
-
1i Commissievoorzitter: de voorzitter van een Statencommissie
-
1j Commissie voor de geloofsbrieven: commissie die Provinciale Staten adviseert over het toelaten van Statenleden en de benoembaarheid van burgerleden en gedeputeerde(n)
-
1k Commissie stemopneming: commissie belast met het opnemen van de door Provinciale Staten uitgebrachte schriftelijke stemmen over personen
-
1l Dictum: onderdeel van een motie dat ziet op het verzoek dan wel de opdracht aan het college of een uitspraak van Provinciale Staten of onderdeel van amendement dat ziet op een wijziging van een ontwerpvoorstel
-
1m E-petitie: een verzoek aan Provinciale Staten van een kiesgerechtigde ingezetene van de provincie, ingediend via elektronische weg
-
1n Fractie: Statenleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard en bij aanvang van de zittingsperiode of na afsplitsing een politieke groepering vertegenwoordigen
-
1o Fractievoorzitter: voorzitter van een in Provinciale Staten vertegenwoordigde fractie
-
1p Fractievoorzittersoverleg: overleg met alle fractievoorzitters voorgezeten door de voorzitter van Provinciale Staten, ondersteund door de griffier
-
1q Fractiemedewerker: medewerker die de werkzaamheden van de fractie ondersteunt
-
1r Griffier: griffier van Provinciale Staten of diens vervanger
-
1s Hamerstuk: een Statenvoorstel waarover niemand tijdens de vergadering het woord wenst te voeren
-
1t Interruptie: een korte onderbreking van iemand die aan het woord is, om een verduidelijkende vraag te stellen
-
1u Langetermijnagenda (LTA): overzicht van onderwerpen waaraan Provinciale Staten op enigerlei wijze in de agendering sturing wensen te geven
-
1v Lijst Ingekomen Stukken (LIS): overzicht van alle post (brieven, mededelingen, rapporten, etc.) gericht aan Provinciale Staten Flevoland
-
1w Lijst moties: lijst waarop moties die zijn aangenomen in Provinciale Staten zijn verzameld, alsmede de stand van zaken zoals door het college aangeleverd
-
1x Lijst toezeggingen: lijst waarop toezeggingen van het college, gedaan in Provinciale Staten en Statencommissies, zijn verzameld ten behoeve van voortgangsbewaking door de Staten- en commissieleden, alsmede de stand van zaken zoals door het college aangeleverd
-
1y Lijst geheimhouding: lijst waarop opgelegde geheimhouding geldend voor Provinciale Staten zijn verzameld ten behoeve van voortgangsbewaking door de Staten- en commissieleden, alsmede de stand van zaken zoals door het college aangeleverd
-
1z Lijst initiatiefvoorstellen: lijst waarop initiatiefvoorstellen voor Provinciale Staten zijn verzameld, ten behoeve van de voorgangsbewaking door Staten- en commissieleden
-
1aa Lijst e-petities: lijst waarop e-petities voor Provinciale Staten zijn verzameld, ten behoeve van de voorgangsbewaking door Staten- en commissieleden
-
1bb Lijst burgerinitiatieven: lijst waarop burgerinitiatieven voor Provinciale Staten zijn verzameld, ten behoeve van de voorgangsbewaking door Staten- en commissieleden
-
1cc Mondelinge vragen: tijdens het vragenhalfuurtje gestelde informatieve vragen aan het college, met een direct politiek oogmerk, die actueel en urgent zijn
-
1dd Motie: gemotiveerde verklaring over een onderwerp dat geagendeerd staat, waardoor een oordeel, wens, verzoek of opdracht wordt uitgesproken
-
1ee Motie vreemd aan de orde van de dag: een motie over een onderwerp dat niet geagendeerd staat
-
1ff Ordevoorstel: voorstel betreffende de orde van de vergadering
-
1gg Penningmeester: degene die door de fractie is aangewezen om de financiën van de fractie te beheren en de verantwoording te doen zoals bedoeld in de verordening fractieondersteuning
-
1hh Petitionaris: indiener van een E-petitie
-
1ii Petitieloket: de plaats waar een E-petitie ingediend wordt, beheerd door de Statengriffie (griffie@flevoland.nl)
-
1jj Politiek regio overleg: een overleg van Flevolandse volksvertegenwoordigers
-
1kk Portefeuillehouder: de gedeputeerde of de commissaris van de Koning die voor het onderwerp verantwoordelijk is
-
1ll Presidium: commissie als bedoeld in artikel 80 lid 1 Provinciewet om commissievergaderingen en vergaderingen van Provinciale Staten voor te bereiden
-
1mm Procedurecommissie: commissie als bedoeld in artikel 82 lid 1 Provinciewet om commissievergaderingen voor te bereiden
-
1nn Provinciewet (PW): wet die het bestuur van de provincies van Nederland regelt
-
1oo Rapporteur: Staten- of burgerlid dat van Provinciale Staten opdracht heeft gekregen een onderwerp of verbonden partij te volgen
-
1pp Schriftelijke technische vragen: schriftelijk gestelde vragen over een geagendeerd onderwerp, ter voorbereiding op de behandeling daarvan. Het gaat om vragen van feitelijke aard, zodat ze ambtelijk kunnen worden beantwoord. Daarin wordt niet gevraagd om een standpunt, oordeel of mening
-
1qq Schriftelijk verzoek om informatie: schriftelijk gestelde vragen met een direct politiek oogmerk over een niet geagendeerd onderwerp
-
1rr Schriftelijk verzoek om inlichtingen: schriftelijk gestelde vragen met een direct politiek oogmerk, gericht op verantwoording over het gevoerde bestuur
-
1ss Secretaris: de secretaris van het college van Gedeputeerde Staten of diens vervanger
-
1tt Statencommissie: commissie als bedoeld in artikel 80 lid 1 Provinciewet
-
1uu Stemverklaring: een korte verklaring, voordat tot stemming wordt overgegaan, waarmee het stemgedrag wordt toegelicht
-
1vv Voorzitter: voorzitter van Provinciale Staten of diens vervanger
-
1ww Vicevoorzitter: de plaatsvervangend voorzitter van Provinciale Staten bij ontstentenis van de voorzitter
Artikel 2. Statencommissies en Commissievoorzitter
-
2.1 Provinciale Staten stellen Statencommissies in ter voorbereiding van besluitvorming in de Statenvergadering. Een commissie kan voor specifieke onderwerpen (tijdelijke) subcommissies instellen.
-
2.2 Een Statencommissie kan voor specifieke onderwerpen (tijdelijke) subcommissies instellen.
-
2.3 Het werkterrein van een (sub)commissie wordt bepaald bij haar instelling via een instellingsbesluit.
-
2.4 Commissieleden worden door Provinciale Staten benoemd via een benoemingsbesluit. Dit kunnen zowel Staten- als burgerleden zijn. Hierbij worden alle Staten- en burgerleden eveneens benoemd als plaatsvervangend lid van alle Statencommissies.
-
2.5 De Statencommissies bestaan uit een evenredige vertegenwoordiging van de zetels, die de fractie in Provinciale Staten heeft, met gebruikmaking van de volgende verdeelsleutel:
- •
één tot zes zetels: twee leden
- •
zes of meer zetels: drie leden
- •
-
2.6 De Statencommissies worden voorgezeten door een commissievoorzitter, te benoemen door en uit Provinciale Staten via een benoemingsbesluit. De commissievoorzitter is belast met het voorzitten van de Statencommissie conform de wet en dit reglement. Bij de voordracht van een commissievoorzitter wordt rekening gehouden met het hiertoe opgestelde functieprofiel. De benoeming eindigt met het aftreden van Provinciale Staten, indien de commissievoorzitter niet langer Statenlid is, dan wel indien betrokkene hierom verzoekt.
-
2.7 Het functioneren van de Statencommissies en de commissievoorzitters worden regelmatig geëvalueerd in de Statencommissies en het fractievoorzittersoverleg. Provinciale Staten kunnen de commissievoorzitter van zijn taken ontheffen, indien voornoemde evaluaties daar aanleiding toe geven. Provinciale Staten benoemen in dat geval een nieuwe commissievoorzitter met toepassing van lid 6.
-
2.8 Bij ontstentenis wordt de commissievoorzitter vervangen door de voorzitter van een andere Statencommissie, dan wel de vicevoorzitter van Provinciale Staten.
-
2.9 Alle deelnemers aan een digitale vergadering stemmen ermee in deel te nemen aan een openbare vergadering die via een livestream voor een ieder toegankelijk is.
Artikel 3. Commissie Planning & Control
-
3.1 Provinciale Staten hebben een Commissie Planning & Control, een commissie conform artikel 82 van de Provinciewet. De commissie heeft als primaire taak Provinciale Staten te ondersteunen met betrekking tot de planning en control cyclus. Bij de start van de Statenperiode wordt bij instellingsbesluit de opdracht nader gepreciseerd.
-
3.2 De commissie Planning & Control wordt benoemd door Provinciale Staten.
-
3.3 De commissie Planning & Control komt op vooraf vastgestelde data periodiek bijeen, of wanneer een van de leden van de commissie Planning & Control daartoe verzoekt.
-
3.4 De voorzitter van de Commissie Planning & Control maakt, door tussenkomst van de commissiegriffier, een concept agenda. De conceptagenda wordt opgesteld aan de hand van de Langetermijnagenda. Leden van de Commissie Planning & Control kunnen voorstellen voor de agenda indienen. Bij aanvang van de vergadering stelt de Commissie Planning & Control de agenda vast.
-
3.5 De Commissie Planning & Control wordt bijeengeroepen door een kennisgeving aan de commissieleden afkomstig van de voorzitter. Dit geschiedt uiterlijk vijf kalenderdagen van tevoren, tenzij dit ten gevolge van een erkende feestdag niet mogelijk is.
-
3.6 Hierbij kunnen stukken ter kennisname worden geagendeerd.
Artikel 4. Presidium
-
4.1 Provinciale Staten hebben een Presidium. Het Presidium is een commissie in de zin van artikel 80 Provinciewet en wordt ingesteld met een instellingsbesluit.
-
4.2 De leden van het Presidium worden door Provinciale Staten benoemd. De leden hebben ook de rol van commissievoorzitter. De vicevoorzitter is voorzitter van het Presidium. Het Presidium kan adviseurs en informanten aanstellen.
-
4.3 Het Presidium draagt als dagelijks bestuur van Provinciale Staten de verantwoordelijkheid voor een optimale positionering van Provinciale Staten. Dit doet zij door zorg te dragen voor de volgende kerntaken:
- a.
Sturing en langetermijnagenda (LTA)
Het Presidium stuurt op de inhoudelijke en procedurele koers van Provinciale Staten door:
- –
het opstellen, beheren en bewaken van de LTA.
- –
verzoeken tot agenderen van onderwerpen ('agenderingsverzoeken'), inclusief het verzoek aan Gedeputeerde Staten om kaderstellende onderwerpen voor te bereiden.
- –
het zelfstandig agenderen van onderwerpen die bijdragen aan de kaderstellende en controlerende rol van Provinciale Staten.
- –
- b.
Stukkenstroom en informatievoorziening
Het Presidium draagt zorg voor een tijdige, volledige en kwalitatief goede informatiestroom naar Statencommissies en Provinciale Staten. Dit omvat:
- –
stukken van het college en derden.
- –
presentaties, filmpjes, beantwoording van technische vragen, LIS-berichten, mededelingen en agenderingsverzoeken.
- –
een apolitieke en neutrale beoordeling van de kwaliteit van aangeleverde stukken en zo nodig
- –
-
via het college, de inhoud en het proces te wijzigingen.
- c.
Conceptagenda’s en vergaderorde
Het Presidium stelt de conceptagenda’s vast van de Statenvergaderingen, Statencommissies en het politiek regio overleg, inclusief de vergaderorde. Daarbij maakt zij gebruik van passende instrumenten zoals, doch niet uitsluitend: spreektijden, sprekersvolgorde, insprekers, beeldvormende presentaties en andere vergader technische middelen. Het Presidium draagt zoveel als mogelijk zorg voor een evenwichtige spreiding van de agendastukken en behandeltijd over de beschikbare vergaderdata.
- d.
Evaluatie en reflectie
Het Presidium evalueert de vergaderingen van Provinciale Staten en Statencommissies en betrekt de uitkomsten in het reguliere overleg met het fractievoorzittersoverleg en het college.
- e.
Spoedagendering
Het Presidium besluit over de toepassing van spoedagendering zoals beschreven in artikel 19 van het Reglement van Orde.
- f.
Doorgeleiding voorstellen huishouding Provinciale Staten
Het Presidium geleidt voorstellen door aan Provinciale Staten die de huishouding van Provinciale Staten betreffen, waaronder:
- –
het instellen van werkgroepen, subcommissies en rapporteurs.
- –
het verwerken van voorstellen van de Randstedelijke Rekenkamer.
- –
het beheren van vergaderafspraken en het controleren van declaraties.
- –
andere aangelegenheden die de huishouding van Provinciale Staten betreffen.
- –
- g.
Onderzoek op verzoek van Provinciale Staten
Wanneer tenminste drie fracties verzoeken om een onderzoek, verleent het Presidium door tussenkomst van de griffier opdracht. Het Presidium legt nadere regels vast.
- a.
-
4.4 Het Presidium komt op vooraf gestelde data bijeen, dan wel indien één van de leden daartoe verzoekt. De vergaderingen van het Presidium zijn openbaar tenzij zij anders beslist. Het Presidium besluit bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter van het Presidium.
-
4.5 Het Presidium overlegt over de behandelwijze in de Statencommissie van het indienen van wensen en bedenkingen door Provinciale Staten ten aanzien van de volgende voornemens van het college:
- a.
het voornemen een besluit te nemen tot het oprichten van en de deelneming in een lichaam als bedoeld in artikel 158 lid 2, waarbij het college aan Provinciale Staten een ontwerpbesluit doet toekomen;
- b.
de uitoefening van de bevoegdheden zoals omschreven in artikel 158, eerste lid, onder d, e, en g indien deze ingrijpende gevolgen kan hebben voor de provincie, zoals omschreven in artikel 167 lid 4 Provinciewet;
- c.
het middels een mededeling kenbaar gemaakte voornemen tot afwijken van het provinciaal beleid, onder meer door het toepassen van het experimentenkader;
- d.
het voornemen een ontwerpbesluit te nemen wanneer een kaderstellend document vooraf wordt gegaan door een inspraak- dan wel een zienswijzeprocedure.
- a.
-
4.6 Het Presidium kan ten behoeve van de beraadslaging in Provinciale Staten- en in Statencommissievergaderingen inbrengen:
- a.
een ‘memo Presidium’ met daarin de keuzes die zij gemaakt heeft ten aanzien van de agendering;
- b.
een ‘oplegmemo Presidium’ met (strategische) achtergronden ten aanzien van de geagendeerde onderwerpen bijvoorbeeld in de vorm van een gesprekswijzer.
- c.
documenten van commissies, werkgroepen of rapporteurs.
- a.
-
4.7 Het Presidium komt periodiek bijeen om de werkwijze te bespreken en evalueren.
-
4.8 Het Presidium bevordert:
- a.
het handelen conform de afspraken zoals opgenomen in de samenwerkingsafspraken 'GS-PS Omgevingswet'
- b.
het handelen conform het handvest actief informeren
- a.
Artikel 5. Voorzitter Provinciale Staten
-
5.1 De voorzitter heeft in ieder geval tot taak:
- a.
het schriftelijk doen bijeenroepen van de leden tot de Statenvergadering;
- b.
het ter openbare kennis brengen van dag, tijdstip en plaats van de vergadering;
- c.
het ter inzage doen leggen van de agenda en de daarbij behorende voorstellen op de in de provincie gebruikelijke wijze en deze aan de leden doen toekomen;
- d.
het adviseren aan het Presidium over de wijze van doorgeleiding van Statenvoorstellen en overige voor Provinciale Staten bestemde documenten;
- e.
het voorzitten van de vergadering conform de wet en dit reglement.
- a.
-
5.2 Provinciale Staten hebben een vicevoorzitter, te benoemen door en uit Provinciale Staten overeenkomstig artikel 75 Provinciewet.
Artikel 6. Fracties
-
6.1 Statenleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
-
6.2 Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de Statenvergadering deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste Statenvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in Provinciale Staten zal voeren.
-
6.3 Elke fractie doet van de samenstelling van haar bestuur (in het bijzonder de functies fractievoorzitter en penningmeester) mededeling aan de voorzitter.
-
6.4 Van veranderingen die nadien in de samenstelling van een fractie optreden, doet het bestuur van de fractie schriftelijk mededeling aan de voorzitter.
-
6.5 Elke fractie in Provinciale Staten mag twee burgerleden voordragen.
-
6.6 Een Statenlid dat geen deel meer uitmaakt van een fractie heeft zitting in Provinciale Staten onder de aanduiding “groep [letter]” zolang niet duidelijk is welke naam de fractie gaat voeren.
Artikel 7. Het Fractievoorzittersoverleg
-
7.1 Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter, tevens voorzitter van het fractievoorzittersoverleg, en de fractievoorzitters. Het fractievoorzittersoverleg wordt ondersteund door de griffier.
-
7.2 Het fractievoorzittersoverleg is belast met alle voorkomende politiek relevante zaken voor zover deze niet vallen onder de taken van het Presidium.
-
7.3 Het fractievoorzittersoverleg komt voorafgaand aan de Provinciale Statenvergaderingen bijeen, of wanneer een van de leden van het fractievoorzittersoverleg daartoe verzoekt.
-
7.4 De voorzitter maakt, door tussenkomst van de griffier, een concept agenda. Leden van het fractievoorzittersoverleg kunnen voorstellen voor de agenda indienen. Bij aanvang van de vergadering stelt het fractievoorzittersoverleg de agenda vast.
-
7.5 Van een openbaar fractievoorzittersoverleg wordt een korte besluitenlijst gemaakt onder verantwoordelijkheid van de griffier. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk aan de deelnemers toegezonden. Het verslag wordt in een volgend fractievoorzittersoverleg vastgesteld.
-
7.6 In het fractievoorzittersoverleg is vervanging niet toegestaan.
-
7.7 Het fractievoorzittersoverleg kan ook buiten vergadering overleggen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, per e-mail of via andere communicatiemiddelen hun mening te uiten. Van dit overleg wordt door de griffier een korte besluitenlijst opgemaakt, waarbij de ingekomen antwoorden worden bijgevoegd. Deze korte besluitenlijst wordt bij een volgend fractievoorzittersoverleg vastgesteld.
Artikel 8. De griffier en commissiegriffier
-
8.1 Provinciale Staten wijzen een griffier aan. Bij verhindering of ontstentenis wordt deze vervangen door de plaatsvervangend griffier.
-
8.2 De griffier legt de eed of verklaring en belofte af in Provinciale Staten.
-
8.3 Provinciale Staten stellen, conform artikel 104 a Provinciewet, in een instructie nadere regels over de taak en bevoegdheden van de griffier.
-
8.4 Provinciale Staten mandateren de bevoegdheden omtrent personele aangelegenheden van de Statengriffie, alsmede de bevoegdheden omtrent inkoop, aanbesteding en budgetbeheer van het Statenbudget (bedrijfsvoering) aan de griffier door middel van een ‘Besluit mandaat griffier’
-
8.5 De griffier wijst ter ondersteuning van iedere commissie, een medewerker van de griffie aan als commissiegriffier.
-
8.6 De commissiegriffier:
- a.
draagt zorg voor een actuele langetermijnagenda van de Statencommissie en bereidt het Presidium en Statencommissievergaderingen voor;
- b.
ondersteunt de voorzitter van de Statencommissie en de leden van de Statencommissie;
- c.
is belast met de voorbereiding en begeleiding van werkbezoeken, raadplegingen, hoorzittingen, onderzoeken of andere initiatieven ten behoeve van de Statencommissie.
- a.
Artikel 9. Werkgeverscommissie griffier
-
9.1 Provinciale Staten leggen de wijze waarop zij invulling geven aan de werkgeverstaak vast in een ‘verordening werkgeverscommissie Statengriffier'.
-
9.2 De leden van de werkgeverscommissie bestaan uit een afvaardiging van het fractievoorzittersoverleg en worden door Provinciale Staten benoemd.
Paragraaf 2: Installatie
Artikel 10. Rapporteurs en Politiek regio overleg
-
10.1 Provinciale Staten kunnen rapporteurs benoemen.
- a.
De rapporteur volgt een onderwerp of een verbonden partij, door deel te nemen aan bijeenkomsten en overleggen, waarbij de rapporteur een signalerende en informerende rol vervult.
- b.
de rapportage vindt mondeling of schriftelijk plaats in een Statencommissie, bij het vaste agendapunt samenwerkingen of bij de mededelingen. De rapporteur initieert gesprekken met het college of portefeuillehouders en belegt bijeenkomsten.
- c.
bij het instellingsbesluit worden de opdracht en wijze van ondersteuning nader gespecificeerd.
- a.
-
10.2 Het Politiek regio overleg bespreekt regionale onderwerpen.
- a.
De speerpunten voor het overleg worden jaarlijks door het Presidium vastgesteld op aangeven van de rapporteurs. De agenda wordt vastgesteld door het Presidium.
- b.
het Politiek regio overleg komt op vooraf vastgestelde data periodiek bijeen, of wanneer daartoe aanleiding is.
- c.
Staten- en burgerleden kunnen deelnemen aan het Politiek regio overleg.
- a.
Artikel 11. Toelating Statenleden na verkiezingen en tussentijdse toelating
-
11.1 Bij de besluitvorming omtrent toelating van Statenleden geldt de volgende procedure: De voorzitter benoemt (door tussenkomst van de griffier) één of meer commissies voor de geloofsbrieven, elk bestaande uit drie Statenleden.
-
11.2 De commissie onderzoekt of het toe te laten Statenlid voldoet aan de eisen, zoals gesteld in de Provinciewet aan de hand van:
- a.
de schriftelijke kennisgeving van de voorzitter van het Centraal Stembureau, waarbij aan de gekozene mededeling wordt gedaan van zijn benoeming op grond van de verkiezingsuitslag (de geloofsbrief);
- b.
de schriftelijke mededeling van de benoemd verklaarde dat de benoeming wordt aanvaard;
- c.
een afschrift van een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP), niet ouder dan drie maanden, met de volgende informatie: woonplaats, datum en plaats geboorte, nationaliteit (Nederlanderschap moet duidelijk zijn) en kiesgerechtigdheid.
- d.
een geldig legitimatiebewijs (geen rijbewijs);
- e.
verklaring over alle openbare betrekkingen, die de benoemd verklaarde bekleedt, ten behoeve van de toets of geen sprake is van onverenigbare betrekkingen;
- f.
overzicht nevenfuncties, waaronder begrepen volksvertegenwoordigende functies. De commissie kan hiertoe aan betrokkene(n) vragen stellen.
- a.
-
11.3 De in artikel 11.2 genoemde documentatie en de daarop betrekking hebbende stukken worden aan de griffie overhandigd.
-
11.4 De commissie voor de geloofsbrieven onderzoekt het rechtmatig verloop van de verkiezingen aan de hand van het proces-verbaal van het centraal stembureau.
-
11.5 De commissie voor de geloofsbrieven rapporteert haar bevindingen aan Provinciale Staten en geeft aan of er geen beletselen zijn voor toelating. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit verslag. Dit geschiedt mondeling in de vergadering waarin de toelating van het Statenlid geagendeerd staat.
-
11.6 De Statenleden, tot wier toelating door Provinciale Staten is besloten, verrichten hun werkzaamheden na het afleggen van de eed of de verklaring en belofte, conform artikel 14 van de Provinciewet.
-
11.7 Bij een tussentijdse toelating zijn de leden 1 tot en met 3, 5 en 6 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12. Benoeming burgerleden
-
12.1 Provinciale Staten benoemen burgerleden op voordracht van de fractie. Het burgerlid dient als kandidaat geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende partij, zoals deze kandidatenlijst luidde ten tijde van de laatste verkiezingen van Provinciale Staten. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Provinciewet en artikelen 11.1, 11.3, 11.5, 11.6 en 11.7 van het Reglement van Orde zijn op burgerleden van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13. Tussentijds ontslag Staten- en burgerleden en tijdelijke vervanging bij langdurige ziekte of zwangerschap van Staten- en burgerleden
-
13.1 Een Statenlid kan te allen tijde ontslag nemen. Het Statenlid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter, die dit meldt aan de voorzitter van het Centraal Stembureau. Het ontslag gaat in wanneer de opvolger is toegelaten tot Provinciale Staten of wanneer het Centraal Stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd
-
13.2 Een burgerlid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter.
-
13.3 Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter niet langer vertegenwoordigd is in Provinciale Staten, vervalt het lidmaatschap van het burgerlid dat op voordracht van die fractie is benoemd van rechtswege.
-
13.4 Provinciale Staten kunnen een burgerlid ontslaan als deze niet meer aan de vereisten voor benoeming voldoet, of op voordracht van de fractie, waar het burgerlid deel van uitmaakt.
-
13.5 Het lidmaatschap van een burgerlid eindigt in elk geval op het moment van het periodiek aftreden van Provinciale Staten.
-
13.6 In geval van langdurige ziekte of zwangerschap van een Statenlid kan de fractie voorzien in vervanging. Over de toelating van de vervanging wordt besloten door Provinciale Staten.
-
13.7 In geval van langdurige ziekte of zwangerschap van een burgerlid kan de fractie voorzien in vervanging. Hierover wordt besloten door Provinciale Staten.
Artikel 14. Integriteit
-
14.1 Ieder Staten- en burgerlid geeft zich bij het uitoefenen van zijn ambt of functie rekenschap van de belangen zoals die zijn vastgelegd in de voor hem geldende gedragscode.
-
14.2 De commissaris van de Koning bevordert conform zijn wettelijke zorgplicht het integer handelen van het algemeen en dagelijks bestuur van de provincie Flevoland, middels gedragscodes.
-
14.3 Provinciale Staten stellen de gedragscodes, zoals bedoeld in lid 2 vast.
Artikel 15. Benoeming gedeputeerden
-
15.1 Bij de besluitvorming omtrent benoeming van een (of meerdere) gedeputeerde(n) geldt de volgende procedure: De voorzitter benoemt (door tussenkomst van de griffier) een commissie voor de geloofsbrieven, bestaande uit drie Statenleden.
-
15.2 De commissie voor de geloofsbrieven onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Provinciewet. Aan de hand van:
- a.
een afschrift van een uittreksel van de Basisregistratie Personen (BRP), niet ouder dan drie maanden, met de volgende informatie: woonplaats, datum en plaats geboorte, nationaliteit (Nederlanderschap moet duidelijk zijn) en kiesgerechtigdheid;
- b.
verklaring over alle openbare betrekkingen;
- c.
overzicht nevenfuncties
- a.
-
15.3 Zij kan hiertoe vragen stellen aan de kandidaat-gedeputeerde.
-
15.4 De commissaris van de Koning verricht een integriteitsonderzoek. Hij kan zich hierbij door externe expertise laten ondersteunen. Onderdeel van het onderzoek is:
- a.
een gesprek met de kandidaat;
- b.
een door de kandidaat ter beschikking gestelde ‘Verklaring Omtrent het Gedrag’ van maximaal drie maanden oud;
- c.
een door de kandidaat ter beschikking gesteld actueel curriculum vitae, voorzien van een overzicht van openbare- en nevenbetrekkingen.
- a.
-
15.5 De kandidaat gedeputeerde draagt ervoor zorg dat eventuele conflicterende belangen vóór de benoeming dan wel binnen een daartoe overeengekomen termijn worden opgelost/ontvlecht.
-
15.6 De commissaris van de Koning rapporteert schriftelijk zijn bevindingen aan de commissie voor de geloofsbrieven. De commissie voor de geloofsbrieven wordt in de gelegenheid gesteld vragen omtrent deze rapportage te stellen aan de commissaris van de Koning.
-
15.7 De commissie voor de ge0loofsbrieven rapporteert haar bevindingen aan Provinciale Staten en geeft aan of er geen beletselen zijn voor benoeming. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit verslag. Dit geschiedt mondeling in de vergadering waarin de benoeming van de kandidaat-gedeputeerde geagendeerd staat.
-
15.8 Het benoemde in lid 4 sub a en b is geheim.
Artikel 16. Vergaderen en agenderen in de periode na verkiezingen: integrale ad hoc commissie
-
16.1 In de periode na de Statenverkiezingen geldt dat besluiten ten aanzien van vergaderen en agenderen door een tijdelijk Presidium worden genomen en dat vergaderingen plaatsvinden in een integrale ad hoc commissie. Deze voorziening geldt zolang Provinciale Staten nog geen besluit hebben genomen tot:
- a.
instelling van Statencommissies en;
- b.
benoeming tot leden van het Presidium
- a.
-
De integrale ad hoc commissie vergadert op eenzelfde wijze als een Statencommissie.
-
16.2 De besluitenlijst van:
- a.
een integrale ad hoc commissie wordt in een volgende Statenvergadering vastgesteld.
- b.
het tijdelijk Presidium wordt in een volgend tijdelijk Presidium vastgesteld.
- a.
2. Vergadering commissies en Provinciale Staten
Paragraaf 1: Oproep tot vergadering
Artikel 17. Vergaderschema commissies en Provinciale Staten
-
17.1 De vergaderingen van commissies en Provinciale Staten vinden overeenkomstig het door de voorzitter en griffier vastgestelde vergaderschema plaats, op een vaste vergaderdag. Het vergaderschema wordt opgesteld overeenkomstig de door het Presidium vastgestelde uitgangspunten.
-
17.2 Het vergaderschema zoals bedoeld in lid 1, heeft ten doel:
- a.
de vergaderdata te reserveren voor beeld-, oordeels- en besluitvorming, waarvoor aanwezigheid van Staten- en burgerleden en het college gewenst is;
- b.
een maandelijkse vergadercyclus vast te stellen op grond waarvan de bijbehorende stukkenstroom kan worden ingericht;
- c.
recesdata voor Staten- en burgerleden en griffie vast te leggen.
- a.
-
17.3 Indien in het vergaderschema zoals bedoeld in lid 2 sprake is van een parallelle sessie, kan er éénmaal aanspraak worden gemaakt op presentievergoeding, dan wel declaratie van reis- of verblijfskosten.
-
17.4 De voorzitter kan, in overleg met het Presidium, van het eerste lid afwijken.
-
17.5 Een extra Statenvergadering kan worden uitgeschreven, indien het Presidium of de voorzitter dat nodig oordeelt, of tenminste één vijfde van de Statenleden schriftelijk en met opgave van redenen dit aan de voorzitter verzoekt.
-
17.6 Een extra Statencommissievergadering kan worden uitgeschreven, indien het Presidium of de voorzitter dat nodig oordeelt, of tenminste drie commissieleden schriftelijk en met opgave van redenen dit aan de commissievoorzitter verzoeken.
-
17.7 Statencommissies kunnen gezamenlijk vergaderen, indien het Presidium of de commissievoorzitters dan wel de commissies dit wenselijk vinden. De commissievoorzitters bepalen in onderling overleg wie in deze vergadering als voorzitter optreedt.
Artikel 18. Oproep voor vergadering en stukken
-
18.1 De Statenvergadering wordt bijeengeroepen, door een schriftelijke oproep aan Provinciale Staten afkomstig van de voorzitter. De oproep geschiedt uiterlijk tien kalenderdagen van tevoren, tenzij dit ten gevolge van een erkende feestdag niet mogelijk is.
-
18.2 De Statencommissievergadering wordt bijeengeroepen door een kennisgeving aan de commissieleden afkomstig van het Presidium. Dit geschiedt uiterlijk tien kalenderdagen van tevoren, tenzij dit ten gevolge van een erkende feestdag niet mogelijk is.
-
18.3 Gelijktijdig met de oproep worden de dag, het tijdstip en plaats van de Staten- en commissievergadering ter openbare kennis gebracht.
-
18.4 Hierbij worden de voorlopige agenda en bijbehorende stukken aan de Staten- en burgerleden verzonden op de wijze, zoals te doen gebruikelijk in de provincie, en conform het bepaalde in de Provinciewet ter inzage gelegd, voor zover op deze stukken geen geheimhouding is gelegd.
-
18.5 Indien geheimhouding is opgelegd, verleent de griffier op passende wijze inzage.
Artikel 19. Spoedvergadering: met spoed bijeenroepen vergadering
-
19.1 Wanneer het bijeenroepen van de vergadering een spoedeisend karakter heeft, kan de voorzitter afwijken van de termijn genoemd in artikel 18 lid 1. De voorzitter motiveert het spoedeisende karakter.
-
19.2 Voor de agendering van eventuele bijbehorende stukken wordt verwezen naar artikel 21.
Paragraaf 2: Agenderen
Artikel 20. Agenda Statencommissies en Provinciale Staten
-
20.1 De conceptagenda van een Statencommissie wordt opgesteld aan de hand van de Langetermijnagenda van de betreffende Statencommissie. Hierbij kunnen stukken ter kennisname worden geagendeerd.
-
20.2 Het Presidium stelt de conceptagenda voor de Statencommissievergadering vast. Per agendapunt wordt een voorstel voor de te hanteren behandelduur gedaan.
-
20.3 Op de agenda van een Statencommissie worden, door tussenkomst van het Presidium voorstellen, documenten en onderwerpen geagendeerd op voorstel van:
- a.
het college, commissieleden en burgers met gebruikmaking van artikel 23;
- b.
de commissieleden: betreffende eigen agenderingsverzoeken (niet zijnde initiatiefvoorstellen) middels het daartoe bestemde format;
- c.
het Presidium ten aanzien van onder meer de wijze waarop wordt omgegaan met mededelingen en ontwerpbesluiten van het college zoals bedoeld in artikel 4 lid 5; en
- d.
het Presidium: memo's zoals bedoeld in artikel 4 lid 6
- e.
de Statencommissies, commissie P&C, werkgroepen of rapporteurs
- f.
de griffie
- a.
-
20.4 Op de agenda van een Statencommissie worden periodiek de lijst moties, de lijst toezeggingen, de lijst geheimhouding, de lijst initiatiefvoorstellen, de lijst e-petities, de lijst burgerinitiatieven en een afdoeningsvoorstel toezeggingen geagendeerd. Op de agenda van Provinciale Staten wordt periodiek een afdoeningsvoorstel moties en voorstel opheffen geheimhouding geagendeerd.
-
20.5 Het college, de voorzitter, commissievoorzitter, commissieleden en rapporteurs kunnen, indien dit vooraf gemeld is bij de griffier, mededelingen doen aan het begin van de vergadering. De voorzitter bepaalt in hoeverre de mededeling vanwege haar aard nadien op schrift moet worden gesteld.
-
20.6 De Statencommissie stelt bij aanvang van de vergadering de agenda vast.
-
20.7 De Statencommissie kan een stuk, dat ter kennisname staat geagendeerd, ter bespreking agenderen indien een lid dit verzoek uiterlijk 48 uur voorafgaand aan de vergadering aan het Presidium heeft gedaan.
-
20.8 De Statencommissie bespreekt aan het einde van de beraadslaging, door tussenkomst van de commissievoorzitter, of een voorstel of onderwerp rijp is voor agendering in Provinciale Staten, dan wel of en op welke wijze het dient terug te keren in de Statencommissie.
-
20.9 Ten aanzien van mededelingen en ontwerpbesluiten van het college zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 bepaalt de Statencommissie op welke wijze de ‘wensen en bedenkingen’ van Provinciale Staten kenbaar worden gemaakt.
-
20.10 Bij agendering in Provinciale Staten adviseert de Statencommissie unaniem of het stuk als hamerstuk of bespreekstuk wordt geagendeerd. Indien een stuk als bespreekstuk wordt geagendeerd kan de Statencommissie, door tussenkomst van de commissievoorzitter, aangeven welke punten deel kunnen uitmaken van de beraadslaging in Provinciale Staten.
-
20.11 Op grond van de bevindingen van de Statencommissies, zoals bedoeld in de leden 8, 9, en 10 stelt de griffier, zo nodig in overleg met het Presidium, een voorstel voor de conceptagenda voor Provinciale Staten op.
-
20.12 De voorzitter en de griffier stellen (zo nodig in overleg met de vicevoorzitter) een concept agenda vast. Hierbij wordt per agendapunt een voorstel voor de te hanteren behandeltijd gedaan. De voorzitter en de griffier bepalen bij welke bespreekstukken een maximale spreektijd wordt ingesteld. Bij het vaststellen van de conceptagenda voor de bespreking van de Jaarstukken, de Perspectiefnota, de Zomernota en de Programmabegroting wordt over spreektijd afgestemd met het Presidium.
-
20.13 Een voorstel van het college, dat vermeld staat op de conceptagenda van de Statenvergadering kan door het college niet worden ingetrokken dan wel gewijzigd, indien de conceptagenda gepubliceerd is.
-
20.14 In uitzondering op lid 13 kunnen, door tussenkomst van de griffier, wijzigingen van redactionele aard of correcties van kennelijke verschrijvingen worden gedaan.
-
20.15 Provinciale Staten stellen bij aanvang van de vergadering de agenda vast. Hierbij kan:
- a.
een agendapunt worden toegevoegd of afgevoerd op voorstel van de voorzitter of een Statenlid;
- b.
de voorgestelde behandelvolgorde worden aangepast;
- c.
een voorstel worden (terug)verwezen naar een commissie of het college voor advies.
- a.
Artikel 21. Spoedagendering: in Statencommissies en Provinciale Staten
-
21.1 In afwijking van artikel 20 is spoedagendering in een Statencommissie dan wel rechtstreeks in Provinciale Staten mogelijk indien een lid of het college dit gemotiveerd verzoekt en het verzoek voldoet aan de voorwaarden, zoals omschreven in lid 2.
-
21.2 Voorwaarden voor spoedagendering :
- a.
het was onvoorzienbaar en hierdoor niet mogelijk aan te melden voor de Langetermijnagenda; én
- b.
er is sprake van een fatale termijn met (grote) financiële gevolgen, en/of
- c.
politieke of maatschappelijke relevantie vraagt om snelle agendering.
- a.
-
21.3 Een voorstel tot spoedagendering wordt uiterlijk op de maandag voor de betreffende vergadering ingediend bij de voorzitter, door tussenkomst van de griffier. Zij toetsen of aan de voorwaarden in lid 2 is voldaan.
-
21.4 Indien het verzoek afkomstig is van het college kan, voorafgaand aan de spoedagendering in Provinciale Staten, een openbare ad hoc commissie zoals omschreven in artikel 16 worden bijeengeroepen. De portefeuillehouder licht in deze ad hoc commissie het voorstel en de reden voor spoedagendering toe.
-
21.5 Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk aan de leden gezonden.
Artikel 22. Ingekomen stukken
-
22.1 Ingekomen stukken betreffen onder meer mededelingen en brieven van derden gericht aan Provinciale Staten.
-
22.2 Voor aan Provinciale Staten gerichte ingekomen stukken geldt de volgende procedure:
- a.
plaatsing op de ‘lijst ingekomen stukken’ (LIS) met een afdoeningsvoorstel van de griffier;
- b.
anonimisering indien dit vereist is vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG);
- c.
toezending aan Provinciale Staten, indien aan de orde ter inzage legging en publicatie op de provinciale website;
- d.
agendering in een Statencommissie, indien een lid hier gemotiveerd om verzoekt;
- e.
agendering door het Presidium;
- f.
vaststelling van de voorgestelde afdoeningswijze in Provinciale Staten.
- a.
-
22.3 In uitzondering op lid 2 kan de griffier besluiten een ingekomen stuk niet op de LIS te plaatsen, indien Provinciale Staten hiervan reeds kennis hebben genomen dan wel het stuk onbegrijpelijk en/of beledigend is dan wel overduidelijk sprake is van boodschappen van commerciële aard.
Artikel 23. Toevoegingen op de agenda
-
23.1 Een Statenlid kan de volgende toevoegingen op de agenda van Provinciale Staten indienen:
- a.
mondelinge vragen: zolang deze voldoen aan de bepalingen in artikel 24.
Voor mondelinge vragen wordt in de vergadering een halfuur gereserveerd. Het onderwerp van de vragen wordt tot uiterlijk 4 uur voor de vergadering door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter ingediend. Het Statenlid bepaalt zelf of de vragen vooraf aan het college ter beschikking worden gesteld. De portefeuillehouder wordt hiervan door de griffier op de hoogte gesteld. Het Presidium toetst aan het kader zoals opgenomen in artikel 24. De voorzitter meldt bij aanvang van de vergadering dat er mondelinge vragen zijn.
- b.
schriftelijk verzoek om inlichtingen: zolang deze voldoet aan de bepalingen in artikel 27. De vragen vormen een agendapunt op de eerstvolgende Statenvergadering waarvan de concept agenda nog niet is verzonden. Het Presidium toetst aan het kader zoals opgenomen in artikel 27.
- c.
een verzoek tot een interpellatiedebat: zolang het verzoek voldoet aan artikel 28. Een verzoek tot interpellatie wordt altijd op de conceptagenda van de eerstvolgende Statenvergadering geplaatst. Het Presidium adviseert op basis van het kader zoals opgenomen in artikel 28 en het verzoek wordt na verlof van Provinciale Staten geagendeerd. Het schriftelijke verzoek dient tenminste 48 uur voor de vergadering door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter te zijn ingediend, tenzij naar het gemotiveerde oordeel van de voorzitter sprake is van spoed. Het verzoek omvat een omschrijving van het onderwerp, alsmede de te stellen vragen. De voorzitter brengt het verzoek, alsmede de te stellen vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van Provinciale Staten en het college.
- d.
een motie vreemd aan de orde van de dag, door deze bij de vaststelling van de agenda mondeling aan te kondigen. Moties vreemd worden, zo mogelijk, uiterlijk op de maandag voorafgaand aan de Statenvergadering openbaar gedeeld. Indien dit niet mogelijk is geeft de indiener bij het indienen van de motie een toelichting over de spoedeisendheid. De vergadering beslist na discussie en desgewenst na een reactie van het college, middels een ordevoorstel of de motie vreemd aan de agenda wordt toegevoegd.
- e.
een initiatiefvoorstel, door deze schriftelijk bij de voorzitter in te dienen. Verzoeker kan aangeven eerst behandeling in een Statencommissie wenselijk te vinden. Er wordt geen besluit genomen dan nadat Gedeputeerde Staten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van Provinciale Staten te brengen. De voorzitter doet mededeling van het verzoek aan Provinciale Staten en plaatst deze in overleg met de griffier op de eerstvolgende vergadering. Wanneer de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is, wordt het op de eerst daaropvolgende vergadering geplaatst. Indien de verzoeker eerst behandeling in een Statencommissie wenselijk acht, treedt de voorzitter in overleg met het Presidium over agendering.
- a.
-
23.2 Een burger, bedrijf of instelling in Flevoland kan, door tussenkomst van de commissiegriffier, tot 24 uur voorafgaand aan een digitale en tot een half uur voorafgaand aan een fysieke Statencommissievergadering een verzoek tot inspreken indienen bij de commissievoorzitter. De commissiegriffier toetst of het verzoek voldoet aan de criteria zoals omschreven in artikel 32. Voor insprekers is per vergadering twintig minuten beschikbaar. Een inspreker krijgt vijf minuten spreektijd, bij meer dan vier aanmeldingen verdeelt de commissievoorzitter de spreektijd naar evenredigheid. Op voorstel van de commissievoorzitter kan hiervan worden afgeweken. De commissievoorzitter kan toestaan dat aan de inspreker verhelderende vragen worden gesteld.
-
23.3 Een burger kan, door tussenkomst van de griffier, het schriftelijke verzoek doen aan de voorzitter tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van Provinciale Staten. De griffier toetst of het voorstel voldoet aan de criteria zoals omschreven in artikel 33. De indiener ontvangt bericht of het voorstel aan de eisen voldoet en op de agenda van Provinciale Staten wordt geplaatst. De voorzitter doet in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten na binnenkomst van het verzoek, een procedurevoorstel aan Provinciale Staten. Provinciale Staten beslissen op grond hiervan over de wijze van agendering en behandeling. De voorzitter nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering(en) waarvoor het voorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering(en) de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten.
-
23.4. Een burger kan, door tussenkomst van de griffier, een e-petitie indienen bij de voorzitter ter agendering in Provinciale Staten. De griffier toetst of het voorstel voldoet aan de criteria, zoals omschreven in artikel 34. De petitionaris ontvangt bericht of het voorstel aan de eisen voldoet en op de agenda van Provinciale Staten wordt geplaatst. De voorzitter doet in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten na binnenkomst van het verzoek, een procedurevoorstel aan Provinciale Staten. Provinciale Staten beslissen op grond hiervan over de wijze van agendering en behandeling. De voorzitter nodigt de petitionaris schriftelijk uit voor de vergadering(en) waarin de e-petitie is geagendeerd. De petitionaris of de plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering(en) de gelegenheid zijn e-petitie mondeling nader toe te lichten.
Paragraaf 3: Instrumenten van Provinciale Staten en burgers
Artikel 24. Mondelinge vragen
-
24.1 Een Statenlid kan, op de wijze als omschreven in artikel 23, mondelinge vragen stellen aan de commissaris van de Koning of het college over actuele zaken die het provinciaal bestuur raken, zolang deze niet reeds op de agenda van de betreffende Statenvergadering staan.
-
24.2 Mondelinge vragen dienen actueel en urgent te zijn en te voldoen aan het als bijlage opgenomen toetsingskader mondelinge vragen.
Artikel 25. Schriftelijke technische vragen
-
25.1 Ieder Statenlid kan schriftelijk technische vragen stellen aan de ambtelijke organisatie over een geagendeerd onderwerp tot 48 uur voor de betreffende vergadering. Niet-technische vragen worden gezien als een schriftelijk verzoek om informatie ex art. 26 van dit reglement.
-
25.2 Technische vragen worden, door tussenkomst van de griffier, bij de ambtelijke organisatie uitgezet.
-
25.3 Technische vragen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord. Als het beantwoorden van technische vragen meer tijd kost gaat de ambtelijke organisatie, eventueel door tussenkomst van de griffier, in overleg met de vragensteller.
-
25.4 De antwoorden op technische vragen worden openbaar gemaakt.
Artikel 26. Schriftelijk verzoek om informatie
-
26.1 Een Statenlid kan aan de commissaris van de Koning of het college een schriftelijk verzoek om informatie doen.
-
26.2 Het schriftelijk verzoek wordt door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter ingediend. De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van Provinciale Staten en het college, tenzij tegen de vorm of inhoud daarvan zwaarwegende bezwaren bestaan.
-
26.3 De schriftelijke verzoeken om informatie worden binnen dertig dagen na ontvangst beantwoord. Indien beantwoording binnen deze termijn niet mogelijk is, worden de vragensteller en Provinciale Staten daarover tijdig en gemotiveerd bericht.
-
26.4 De verzoeken om informatie en antwoorden worden integraal op de lijst van ingekomen stukken, als bedoeld in artikel 22, geplaatst. Dit geldt tevens voor een eventuele uitstelbrief.
Artikel 27. Schriftelijk verzoek om inlichtingen
-
27.1 Een Statenlid kan aan de commissaris van de Koning of het college schriftelijk verzoeken om inlichtingen. Deze inlichtingen dienen gericht te zijn op verantwoording van het gevoerde bestuur.
-
27.2 Het schriftelijk verzoek wordt door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter ingediend. De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van Provinciale Staten en het college, tenzij tegen de vorm of inhoud daarvan zwaarwegende bezwaren bestaan.
-
27.3 De in het verzoek opgenomen vragen worden zo spoedig mogelijk beantwoord. De vragen vormen een agendapunt op de eerstvolgende Statenvergadering waarvan de concept agenda nog niet is verzonden.
Artikel 28. Interpellatie
-
28.1 Een Statenlid kan op de wijze als omschreven in artikel 23 een verzoek doen tot het houden van een interpellatie, waarbij inlichtingen worden gevraagd aan de commissaris van de Koning of het college, gericht op verantwoording van het gevoerde bestuur, over een onderwerp dat niet reeds op de agenda van de betreffende vergadering staat.
-
28.2 Het verzoek tot interpellatiedebat dient te voldoen aan het als bijlage opgenomen afwegingskader interpellatiedebat.
Artikel 29. Motie
-
29.1 Een Statenlid, dat het woord voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp indienen, tenzij de motie inhoudelijk eenzelfde strekking heeft als een binnen het half jaar reeds in stemming gebrachte motie.
-
29.2 De indiener leest het dictum voor en dient de motie schriftelijk in.
-
29.3 De motie wordt zo spoedig mogelijk openbaar gedeeld. Moties die voortkomen uit de behandeling in een Statencommissie worden zo mogelijk op de maandag voorafgaand aan de Statenvergadering gedeeld, teneinde voorafgaande onderlinge bespreking mogelijk te maken.
-
29.4 Een motie wordt uiterlijk in de laatste termijn ingediend dan wel ingetrokken.
Artikel 30. Amendement
-
30.1 Een tijdens de vergadering aanwezig lid van Provinciale Staten kan tijdens de beraadslagingen een amendement indienen ten aanzien van een geagendeerde ontwerpverordening of ontwerpbesluit, of onderdelen daarvan.
-
30.2 Een amendement dient te zien op de beslispunten uit het ontwerpvoorstel.
-
30.3 De indiener leest het dictum voor en dient het amendement schriftelijk in.
-
30.4 Een ingediend amendement wordt zo spoedig mogelijk verspreid.
-
30.5 Dit artikel is ook van toepassing op voorstellen tot wijziging van reeds ingediende amendementen (subamendementen).
-
30.6 Indien een lid een door hem ingediend amendement intrekt, maakt het niet langer onderwerp van beraadslaging uit.
-
30.7 Het college is bevoegd om noodzakelijk geworden redactionele wijzigingen die het gevolg zijn van een amendement, zoals veranderingen in de volgnummers of in de aanhaling van artikelen, aan te brengen in het besluit. Inhoudelijke wijzigingen worden verwerkt door tussenkomst van de griffier.
Artikel 31. Recht van onderzoek
-
31.1 Provinciale Staten kunnen op voorstel van een Statenlid een onderzoek instellen naar het door het college of de commissaris van de Koning gevoerde bestuur. Het recht van onderzoek wordt ingeroepen met toepassing van de verordening zoals opgenomen in hoofdstuk 8.
Artikel 32. Inspreken door burgers
-
32.1 Een burger kan op de wijze zoals omschreven in artikel 23, inspreken in de Statencommissievergadering.
-
32.2 Het woord kan niet worden gevoerd over:
- a.
onderwerpen die niet op de agenda van de vergadering staan;
- b.
onderwerpen waarover de inspreker al eerder het woord heeft gevoerd, tenzij zich een nieuw feit of omstandigheid heeft voorgedaan;
- c.
een besluit van de provincie waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft gestaan;
- d.
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
- e.
een gedraging waarover op grond van artikel 9.1 Algemene wet bestuursrecht een klacht kan of kon worden ingediend.
- a.
-
32.3 De commissievoorzitter doet bij aanvang van de vergadering melding van het verzoek tot inspreken. Het inspreekrecht wordt geagendeerd bij aanvang van de behandeling van het betreffende onderwerp, in volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan hiervan afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
-
32.4 De inspreker doet zijn bijdrage in één termijn. De vergadering kan de commissievoorzitter verzoeken ruimte te geven voor een reactietermijn, waarin bijvoorbeeld vragen kunnen worden gesteld aan de inspreker en een tweede termijn wordt gegeven voor de beantwoording.
-
32.5 De commissievoorzitter doet de vergadering na afloop van de inbreng een voorstel tot afhandeling of behandeling van de inbreng. Dit kan behelzen:
- a.
een verzoek tot afhandeling aan het college, het college informeert de Statencommissie wat met de inbreng van de burger gebeurd is;
- b.
een voorstel tot agendering in een andere Statencommissie;
- c.
een verzoek aan het college dan wel de griffie tot het doen organiseren van een werkbezoek, hoorzitting of andere vorm van informatievergaring;
- d.
het danken van de inspreker voor de bijdrage aan de beeld- en oordeelsvorming.
- a.
Artikel 33. Burgerinitiatief
-
33.1 Een kiesgerechtigde ingezetene van de provincie kan, met inachtneming van artikel 23, een burgerinitiatief indienen. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van de modellen ‘burgerinitiatief’ en ‘ondersteuningsverklaringen’.
-
33.2 Voor de beoordeling van de vraag of de indiener van een burgerinitiatiefvoorstel een kiesgerechtigde ingezetene van de provincie is, is de dag van indiening van het verzoek bepalend.
-
33.3 Het verzoek tot het behandelen van een burgerinitiatief dient te worden ondersteund door tenminste 500 kiesgerechtigde ingezetenen. Dit dient te blijken uit de ondersteuningsverklaringen zoals omschreven in lid 4, sub d.
-
33.4 Het verzoek bevat in elk geval:
- a.
een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel;
- b.
een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;
- c.
de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger;
- d.
ondersteuningsverklaringen: een lijst met voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de kiesgerechtigde ingezetenen die het verzoek ondersteunen.
- a.
-
33.5 Een burgerinitiatief kan niet gaan over:
- a.
een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van Provinciale Staten;
- b.
een vraag over provinciaal beleid;
- c.
een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het provinciebestuur;
- d.
een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het provinciebestuur;
- e.
een onderwerp waarover korter dan een kalenderjaar vóór indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door Provinciale Staten een besluit is genomen;
- f.
het verzoek om te handelen in strijd met wettelijke termijnen of aangegane verplichtingen van vastgesteld provinciaal beleid;
- g.
een onderwerp dat de persoonlijke levenssfeer betreft;
- h.
een onderwerp dat primair als doel heeft het verkrijgen van subsidie;
- i.
een onderwerp betreffende provinciale belastingen en/of leges.
- a.
-
33.6 Provinciale Staten nemen een besluit over het oorspronkelijke voorstel.
-
33.7 Zo spoedig mogelijk nadat Provinciale Staten over het voorstel een besluit hebben genomen wordt dit besluit bekendgemaakt op de wijze zoals te doen gebruikelijk in de provincie.
-
33.8 Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de verzoeker.
Artikel 34. E-petitie
-
34.1 Een kiesgerechtigde inwoner van de provincie kan, met inachtneming van artikel 23, een e-petitie indienen. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het petitieloket, dat te bereiken is via de website www.petities.nl.
-
34.2 De voortgang met betrekking tot het onderwerp van de e-petitie is zichtbaar via het petitieloket op de website www.petities.nl.
-
34.3 Voor de beoordeling van de vraag of de petitionaris een ingezetene van de provincie is, is de dag van aanbieding van de petitie bepalend.
-
34.4 Een e-petitie wordt ingediend door een petitionaris. Deze petitionaris:
- a.
is niet anoniem;
- b.
beheert de petitie binnen een door hem gestelde termijn tot het einde;
- c.
is woordvoerder en contactpersoon.
- a.
-
34.5 Een e-petitie is geldig indien het ondersteund wordt door ten minste 100 ingezetenen van Flevoland. Dit dient te blijken uit de ondersteuningsverklaringen zoals bedoeld in lid 6 sub d.
-
34.6 Een e-petitie bevat:
- a.
een nauwkeurige omschrijving van het onderwerp van de petitie;
- b.
een toelichting op de petitie;
- c.
de achternaam, de voornamen, het adres en de geboortedatum van de petitionaris en
- d.
ondersteuningsverklaringen: een lijst met voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van de ingezetenen die de petitie ondersteunen.
- a.
-
34.7 Een e-petitie:
- a.
gaat over zaken die vallen binnen de jurisdictie van de provincie Flevoland;
- b.
mag geen reclame bevatten;
- c.
mag niet tegen een persoon gericht zijn;
- d.
is geen overtreding van een Nederlandse wet;
- e.
mag geen beledigende, provocerende of onwelvoeglijke taal bevatten;
- f.
mag geen vertrouwelijke informatie bevatten;
- g.
mag geen partijpolitieke standpunten bevatten;
- h.
mag geen zaken bevatten die onder de rechter zijn en
- i.
heeft niet primair als doel het verkrijgen van subsidie.
- a.
-
34.8 Provinciale Staten nemen een besluit over het behandelvoorstel van de e-petitie en doen hiervan mededeling aan de petitionaris.
Paragraaf 4: Orde van de vergadering
Artikel 35. Zitplaatsen
-
35.1 Statenleden nemen de plaats in, zoals aangewezen door de voorzitter. De griffier neemt aan de linkerzijde van de voorzitter plaats. De leden van het college nemen plaats op een daartoe aangewezen plek.
-
35.2 De plaatsing in Provinciale Staten is fractie-gewijs en wordt bij een nieuwe zittingsperiode door tussenkomst van het fractievoorzittersoverleg vastgesteld.
Artikel 36. Ordevoorstel
-
36.1 Een ordevoorstel kan op ieder moment door de voorzitter of een lid van de vergadering worden gedaan. Het voorstel kan uitsluitend de werkzaamheden van de vergadering betreffen.
-
36.2 Over een ordevoorstel besluit de vergadering direct.
-
36.3 De orde, zoals geldt tijdens de beraadslaging over een onderwerp, wordt bepaald door de voorzitter.
Artikel 37. Handhaving orde
-
37.1 Een spreker wordt in zijn rede niet gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt de naleving van dit reglement in herinnering te roepen. De voorzitter kan interrupties toestaan.
-
37.2 De voorzitter roept een lid tot de orde indien deze:
- a.
zich beledigende uitdrukkingen veroorlooft;
- b.
afwijkt van het onderwerp in beraadslaging;
- c.
een spreker herhaaldelijk interrumpeert;
- d.
anderszins de orde verstoort.
- a.
-
37.3 Indien het lid hieraan geen gehoor geeft kan de voorzitter:
- a.
hem gedurende de vergadering het woord ontzeggen over het onderwerp in beraadslaging en
- b.
de vergadering voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Het lid dient na het aannemen van het voorstel de vergadering onmiddellijk te verlaten. Bij herhaling kan het lid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
- a.
-
37.4 De voorzitter kan ter handhaving van de orde toehoorders doen vertrekken, indien de orde van de vergadering op enigerlei wijze door hen wordt verstoord. Hij kan toehoorders die bij herhaling de orde verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.
-
37.5 De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen tijd. Indien na de opening de orde opnieuw wordt verstoord kan de voorzitter de vergadering sluiten.
Artikel 38. Publieke tribune
-
38.1 Bezoekers en pers kunnen aanwezig zijn bij een openbare vergadering op de voor hen gereserveerde plaatsen. De voorzitter kan een andere plaats aanwijzen.
Artikel 39. Geluid en beeldregistraties, gebruik mobiele apparatuur
-
39.1 Het maken van geluid- en beeldregistratie is toegestaan na toestemming van de griffier. De griffier kan aanwijzingen geven om het rustig verloop van de vergadering te bewaken.
-
39.2 Het ten gehore brengen van geluidsfragmenten, dan wel vertonen van beeldmateriaal ten tijde van de vergadering, dient vooraf te worden gemeld bij de griffier. De griffier kan aanwijzingen geven om de kwaliteit van de vergadering te bewaken. Degene die hiervan gebruik maakt volgt de aanwijzingen van de voorzitter.
-
39.3 In de vergadering is het gebruik van mobiele apparatuur, zoals mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen, toegestaan tenzij dit inbreuk kan maken op de orde van de vergadering. Dit geldt tevens voor de publieke tribune. Men gedraagt zich naar de aanwijzingen van de voorzitter.
Paragraaf 5: Openen en Beraadslagen
Artikel 40. Openingsquorum Staten- en commissievergadering, presentielijst
-
40.1 Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
-
40.2 De voorzitter opent de vergadering op het tijdstip, zoals in de oproep tot de vergadering staat vermeld en als het openingsquorum aanwezig is.
-
40.3 Voor een Statenvergadering behelst het openingsquorum meer dan de helft van het aantal zitting hebbende Statenleden, hetgeen dient te blijken uit de presentielijst.
-
40.4 Voor een commissievergadering behelst het openingsquorum meer dan een derde van het aantal in de commissie benoemde leden.
-
40.5 Indien het quorum een half uur na het tijdstip zoals bedoeld in lid 1 niet aanwezig is, stelt de voorzitter de vergadering uit tot een nader tijdstip. Dit tijdstip ligt minimaal 24 uur na de oproep, zoals bedoeld in artikel 16.
-
40.6 Voor de nieuw uitgeschreven vergadering is geen quorum, zoals bedoeld in lid 3 en 4 vereist, tenzij over andere aangelegenheden wordt beraadslaagd, dan vermeld op de oorspronkelijke oproep zoals bedoeld in artikel 18.
Artikel 41. Deelname aan de beraadslaging
-
41.1 In een commissievergadering mag niet meer dan één woordvoerder per fractie per agendapunt deelnemen aan de beraadslaging.
-
41.2 De vergadering kan beslissen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden, gedeputeerden of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.
-
41.3 Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter, een Statenlid of een burgerlid genomen voordat de beraadslaging over het desbetreffende onderwerp of voorstel is aangevangen.
Artikel 42. Termijnen en interrupties
-
42.1 De beraadslaging geschiedt in twee spreektermijnen, tenzij de vergadering anders besluit.
-
42.2 Bij de toepassing van artikel 24 (mondelinge vragen) zien de termijnen als bedoeld in lid 1 op het Statenlid dat de vraag heeft ingediend en het collegelid dat de vraag beantwoordt. Korte interrupties worden toegelaten; maximaal twee keer 30 seconden per fractie.
-
42.3 Bij toepassing van artikel 28 (interpellatie), zien de termijnen als bedoeld in lid 1 op zowel de aanvrager van het debat, als het collegelid dat de vraag beantwoordt. Na deze termijnen kunnen Provinciale Staten in twee termijnen aan de beraadslaging deelnemen.
-
42.4 Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
-
42.5 Een lid mag in een spreektermijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp, onderdeel of artikel.
-
42.6 Het voorgaande lid is niet van toepassing op:
- a.
de portefeuillehouder;
- b.
de rapporteur van een commissie of werkgroep;
- c.
het Statenlid dat een (sub)amendement, een motie, een initiatiefvoorstel, een mondelinge vraag of een verzoek tot interpellatie heeft ingediend, voor wat zover het woord gevoerd wordt over deze aangelegenheden;
- d.
een voorstel van orde of een persoonlijk feit.
- a.
Artikel 43. Onderwerp van beraadslaging
-
43.1 Ter beraadslaging in de vergadering ligt voor het onderwerp, voorstel of de vraag zoals geagendeerd. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter of van een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
-
43.2 De behandeling van moties vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over het in behandeling zijnde onderwerp, tenzij de vergadering besluit de motie later in behandeling te nemen.
-
43.3 Over amendementen, subamendementen en voorstellen tot splitsing vindt beraadslaging plaats bij het onderdeel of artikel waarop zij betrekking hebben.
-
43.4 Indien hierbij meer dan één amendement, subamendement of voorstel tot splitsing wordt ingediend, doet de voorzitter een voorstel voor de behandelvolgorde. Hierbij wordt betrokken of de inhoud van de ingediende voorstellen een andere behandelvolgorde vraagt dan de volgorde van indiening vanwege een onderlinge weging van de verstrekkendheid.
-
43.5 Over een motie vreemd aan de orde van de dag wordt beraadslaagd, nadat alle andere geagendeerde onderwerpen zijn afgedaan.
-
43.6 Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de vergadering anders beslist.
Artikel 44. Het woord voeren
-
44.1 De voorzitter verleent het woord aan de deelnemers ter vergadering. Zij richten zich tot de voorzitter. De vergadering hanteert de bepaalde behandel- dan wel spreektijd.
-
44.2 De volgorde van sprekers is de volgorde van aanmelding. De voorzitter kan met instemming der vergadering hiervan afwijken.
-
44.3 De volgorde kan worden verbroken wanneer een lid het woord vraagt:
- a.
over een persoonlijk feit, indien dit eerst is geduid;
- b.
over de vaststelling van het voorliggende beslispunt;
- c.
om een voorstel van orde te doen.
- a.
-
44.4 In Provinciale Staten spreken Statenleden in de eerste termijn van het spreekgestoelte, tenzij de voorzitter akkoord geeft het woord vanaf de plaats te voeren.
-
44.5 In Provinciale Staten spreken collegeleden vanaf het spreekgestoelte.
-
44.6 Interrupties vinden plaats vanaf de interruptiemicrofoon, nadat de voorzitter de interruptie heeft aangekondigd.
-
44.7 Op voorstel van de voorzitter of een Statenlid kan de voorzitter de beraadslagingen voor een door hem te bepalen tijd schorsen teneinde de leden de gelegenheid tot onderling nader beraad te geven. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsing verstreken is.
Paragraaf 6: Besluiten/Stemmen
Artikel 45. Stemverklaring en eindbeslissing
-
45.1 Na het sluiten van de beraadslaging en voordat tot stemming wordt overgegaan, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
-
45.2 Na de beraadslaging - en indien artikel 43 lid 1 toepassing heeft gekregen, een eventuele beslissing over de onderdelen of artikelen - wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een eindbeslissing genomen.
-
45.3 Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering, dat wil zeggen een vergadering waarin geen zetels vacant zijn door vacatures, is het voorstel verworpen.
Artikel 46. Stemmen over zaken: acclamatie, handopsteken en hoofdelijk stemmen
-
46.1 Na het sluiten van de beraadslaging of indien niemand het woord verlangt, kondigt de voorzitter de stemming aan. De leden stemmen vanaf hun zitplaats.
-
46.2 De voorzitter formuleert de beslispunten.
-
46.3 Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat het besluit bij acclamatie is aangenomen.
-
46.4 Een vergissing bij het uitbrengen van een stem kan worden hersteld totdat het volgende Statenlid gestemd heeft, dan wel bij elektronisch stemmen totdat de uitslag van de stemming bekend is. Bij een latere constatering van een vergissing kan het Statenlid alleen nog verzoeken dat in de besluitenlijst wordt opgenomen dat hij zich vergist heeft. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering.
-
46.5 Indien de voorzitter of een Statenlid om een hoofdelijke stemming vraagt, wordt aan dit verzoek voldaan.
-
46.6 Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of griffier de Statenleden bij naam op hun stem uit te brengen, met de woorden ‘voor’ of ‘tegen’, zonder enige toevoeging. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen Statenlid volgens de volgorde van de presentielijst.
-
46.7 Indien de vergadering door de vicevoorzitter wordt voorgezeten brengt deze als laatste zijn stem uit. De voorzitter deelt de uitslag mede, inclusief het aantal stemmen voor en tegen.
Artikel 47. Stemmen over amendementen en moties
-
47.1 Indien een amendement is ingediend, wordt eerst over dat amendement en vervolgens over het artikel, onderdeel of voorstel waarop het betrekking heeft, gestemd.
-
47.2 Indien op een amendement een subamendement wordt ingediend, vindt de stemming daarover plaats vóór de stemming over dat amendement.
-
47.3 Indien twee of meer amendementen of subamendementen zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde van stemming, waarbij het meest verstrekkende het eerst in stemming wordt gebracht.
-
47.4 Indien een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel.
-
47.5 Indien twee of meer moties over hetzelfde onderwerp zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde van stemming, waarbij de meest verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht.
-
47.6 Een motie kan worden ingetrokken, maar niet worden aangehouden.
Artikel 48. Stemming over personen
-
48.1 Een stemming over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling geschiedt schriftelijk met een stembiljet. De voorzitter benoemt ter vergadering drie Statenleden tot de commissie stemopneming.
-
48.2 De voorzitter stelt vast hoeveel zitting hebbende leden aanwezig zijn en zich op grond van artikel 28 van de Provinciewet niet van stemmen behoeven te onthouden.
-
48.3 Bij twijfel of een stembiljet behoorlijk ingevuld is, beslissen Provinciale Staten.
-
48.4 Bij een stemming waarbij de kandidatuur door een voordracht is beperkt tot een aantal personen en de kandidatuur voorafgaand aan de vergadering is gesloten, wordt gewerkt met een stembiljet dat zich beperkt tot de voorgedragen kandidaten. De voorgedragen kandidaten stemmen niet mee.
Artikel 49. Aantal stemmingen, herstemmen, vernietigen stembriefjes
-
49.1 Voor elk te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen persoon heeft een stemming plaats over de kandidatuur.
-
49.2 De vergadering kan op voorstel van de voorzitter hiervan afwijken.
-
49.3 Indien bij een enkelvoudige kandidatuur geen volstrekte meerderheid is verkregen voor de kandidaat, is geen sprake van een benoeming, voordracht of aanbeveling.
-
49.4 Indien bij een meervoudige kandidatuur geen volstrekte meerderheid is verkregen voor één van de kandidaten, volgt een tweede stemming.
-
49.5 Wanneer bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, wordt gestemd tussen de kandidaten, die hiervoor de meeste stemmen kregen. Zijn echter de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij tussenstemming bepaald tussen welke twee personen de derde stemming zal lopen.
-
49.6 Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Hiertoe worden de namen door de stemopnemers op afzonderlijke, geheel gelijke biljetten geschreven. De biljetten worden op gelijke wijze naar binnen gevouwen, in een bus gedaan en omgeschud. De voorzitter neemt één van die biljetten uit de bus en verklaart dat diegene gekozen is.
-
49.7 De stembiljetten worden na afloop van de vergadering onmiddellijk vernietigd.
Artikel 50. Besluitenlijst en verslaglegging
-
50.1 Van de vergadering wordt, onder verantwoordelijkheid van de griffier, een besluitenlijst gemaakt. Daarnaast wordt van de vergadering digitale verslaglegging gedaan.
-
50.2 In de besluitenlijst is opgenomen:
- a.
de namen van de voorzitter, de griffier en een lijst van aanwezige leden;
- b.
hetgeen door de vergadering is besloten;
- c.
de toezeggingen die door het college zijn gedaan.
- a.
-
50.3 De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
Paragraaf 7: Beslotenheid en geheimhouding
Artikel 51. Openbaar tenzij
-
51.1 De vergaderingen van Provinciale Staten en Statencommissies en de daarbij behandelde voorstellen of stukken zijn openbaar.
-
51.2 In afwijking van lid 1 kan worden besloten tot geheimhouding en/of beslotenheid indien hiervoor een wettelijke grondslag bestaat in de Provinciewet en de Wet open overheid.
-
51.3 Geheimhouding geldt voor iedereen die kennis neemt van informatie waarop geheimhouding rust.
Artikel 52. Opleggen geheimhouding: Wie
-
52.1 Geheimhouding op stukken kan worden opgelegd door de commissaris van de Koning, het college, een commissie en Provinciale Staten.
-
52.2 Het orgaan dat de geheimhouding oplegt, houdt een lijst bij van hetgeen waarvoor de geheimhouding wordt opgelegd en de termijn van geheimhouding. Zij draagt er zorg voor dat een besluit tot opheffing van de geheimhouding wordt genomen.
Artikel 53. Opleggen geheimhouding door de commissaris van de Koning of het college aan Provinciale Staten
-
53.1 Indien de commissaris van de Koning of het college geheimhouding oplegt op stukken bestemd voor Provinciale Staten, informeren zij Provinciale Staten over het genomen besluit door middel van een mededeling onder schriftelijk gemotiveerde verwijzing naar de relevante bepalingen uit de Provinciewet en de Wet open overheid. Hierbij worden de gronden voor geheimhouding en de termijn waarvoor deze moet gelden aangegeven.
-
53.2 Indien de commissaris van de Koning of het college de geheimhouding oplegt en het stuk naar een commissie sturen wordt de informatie tevens naar Provinciale Staten gestuurd.
-
53.3 Als Provinciale Staten een stuk hebben ontvangen waarop geheimhouding ligt of zelf geheimhouding hebben opgelegd mogen alleen Provinciale Staten de geheimhouding opheffen.
Artikel 54. Opleggen en opheffen geheimhouding door een commissie
-
54.1 Indien een commissie geheimhouding oplegt wordt Provinciale Staten hiervan op de hoogte gesteld door middel van de besluitenlijst onder gemotiveerde verwijzing naar de relevante bepalingen uit de Provinciewet en de Wet open overheid. Hierbij worden de gronden voor geheimhouding en de termijn waarvoor deze moet gelden aangegeven.
-
54.2 Indien een commissie geheimhouding oplegt, kunnen ook Provinciale Staten besluiten om de geheimhouding op te heffen.
-
54.3 Indien een commissie geheimhouding oplegt en het stuk doorstuurt naar Provinciale Staten, beslissen Provinciale Staten over het opheffen van de geheimhouding.
-
54.4 Een commissie als bedoeld in art. 80 Provinciewet kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd verstrekken aan Provinciale Staten, gedeputeerde Staten, de commissaris van de Koning en de rekenkamer.
Artikel 55. Opleggen en opheffen geheimhouding door Provinciale Staten
-
55.1 Indien Provinciale Staten geheimhouding opleggen doen zij dit schriftelijk, onder gemotiveerde verwijzing naar de relevante bepalingen uit de Provinciewet en de Wet open overheid. Hierbij worden de gronden voor geheimhouding en de termijn waarvoor deze moet gelden aangegeven.
-
55.2 Uitsluitend Provinciale Staten kunnen geheimhouding opgelegd op grond van lid 1 opheffen.
Artikel 56. Registratie van opleggen geheimhouding aan en door Provinciale Staten en opheffen geheimhouding door Provinciale Staten
-
56.1 Provinciale Staten laten alle door hen of haar opgelegde geheimhouding registreren door de griffier.
-
56.2 Het college en de commissaris van de Koning laten alle door hen opgelegde geheimhouding aan Provinciale Staten registreren door de secretaris.
-
56.3 Bij de registratie door de secretaris of de griffier wordt aangegeven wanneer de geheimhouding wordt opgeheven. Drie keer per jaar wordt de lijst geheimhouding door de secretaris en griffier geactualiseerd en ter kennisname aan Provinciale Staten aangeboden. Indien nodig bereidt de griffier op basis van de aangeleverde informatie in de geactualiseerde lijst geheimhouding een opheffingsbesluit voor.
Artikel 57. Beslotenheid
-
57.1 De voorzitter, dan wel één tiende van de leden van de vergadering kunnen besluiten de deuren te sluiten.
-
57.2 Na het sluiten van de deuren besluit de vergadering over het houden van een besloten vergadering.
-
57.3 Als geen besluit tot vergaderen in beslotenheid wordt genomen, zijn het behandelde, de besluiten en het verslag openbaar.
-
57.4 Van een besloten vergadering wordt een apart verslag opgemaakt.
-
57.5 Indien de vergadering achter gesloten deuren plaatsvindt geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat Provinciale Staten haar opheffen.
Artikel 58. Aanwezigen bij en besluitenlijst van een besloten vergadering
-
58.1 De vergadering kan besluiten dat in een vergadering met gesloten deuren anderen dan Statenleden aanwezig mogen zijn.
-
58.2 De besluitenlijst van een besloten vergadering ligt voor de aanwezigen van de betreffende vergadering ter inzage bij de griffier of wordt op een andere passende wijze ter beschikking gesteld.
-
58.3 De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Indien er opmerkingen over de besluitenlijst zijn, wordt deze in beslotenheid vastgesteld.
Paragraaf 8: Verkiezingen Eerste Kamer
Artikel 59. Stemming voor verkiezing leden Eerste Kamer der Staten-Generaal
-
59.1 Onder verantwoordelijkheid van de voorzitter vindt de organisatie van de stemming en de stemopneming voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal plaats.
-
59.2 De voorzitter schrijft hiertoe een bijzondere openbare Provinciale Statenvergadering uit.
-
59.3 Onder verantwoordelijkheid van de voorzitter worden de wetten en nadere regels van de hiertoe bevoegde instanties vertaald naar instructies voor de Statenleden en onder hen bekend gesteld.
Paragraaf 9: Slotbepalingen
Artikel 60. Slotbepaling
-
60.1 In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing ervan, beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter.
Artikel 61. Intrekken eerdere Reglementen van Orde
-
61.1 Het 'Reglement van Orde Provinciale Staten Provincie Flevoland 2015' wordt met terugwerkende kracht vanaf 15 september 2021 ingetrokken en het 'Reglement van Orde Provinciale Staten Provincie Flevoland 2021' wordt ingetrokken met inwerkingtreding van het 'Reglement van Orde Provinciale Staten Provincie Flevoland 2026'.
Artikel 62. Inwerkingtreding
-
62.1 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
Artikel 63. Citeertitel
-
63.1 Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Reglement van Orde Provinciale Staten Provincie Flevoland 2026
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl