Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759759
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759759/1
Nadere regels Jeugdhulp Alkmaar 2026
Geldend van 07-04-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels Jeugdhulp Alkmaar 2026Het college van burgemeester en wethouders;
Gelet op het bepaalde in de artikelen 2.2, 2.3, 3.2, 3.3, 3.5, 4.1, 4.2, 5.1, 6.2, 8.3
Besluit
Vast te stellen de: Nadere regels Jeugdhulp Alkmaar 2026
Inleiding
Deze nadere regels zijn een uitwerking van de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026. De Verordening en deze nadere regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen de basis van de wijze waarop de gemeente Alkmaar de jeugdhulp uitvoert.
In de nadere regels wordt de volgorde van de verordening aangehouden en wordt verwezen naar de toepasselijke artikelen van de verordening.
Artikel 1 Begripsbepalingen
Naast de definities die zijn genoemd in artikel 1.1 van de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026, welke ook van toepassing zijn op deze nadere regels, wordt verstaan onder:
Verordening: de Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2026
Norm van de verantwoorde werktoedeling: de norm van de verantwoorde werktoedeling is opgenomen in artikel 4 van de Jeugdwet. De norm verplicht aanbieders van jeugdhulp en jeugdbescherming (gecertificeerde instellingen) tot:
- •
het in beginsel werken met geregistreerde professionals;
- •
het toedelen van taken aan professionals rekening houdend met hun specifieke kennis en vaardigheden;
- •
het ervoor zorgen dat geregistreerde professionals kunnen werken volgens de voor hen geldende professionele standaard.
Kinderopvang: een kinderopvangvoorziening die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Dit kan zijn een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of een gastouder.
Artikel 2 Echtscheidingsproblematiek
Op basis van artikel 2.2. lid 3 uit de verordening
- 1.
Ouders met echtscheidingsproblematiek kunnen gebruik maken van de CJG -menukaart, via de website cjgalkmaar.nl, en het scheidingsplein.nl met aanbod van vrij toegankelijke voorzieningen om de situatie te verbeteren, waaronder:
- a.
Inloopspreekuur voor vragen en advies over relaties of bij een scheiding;
- b.
Trainingen voor ouder(s) en of kinderen van gescheiden ouders;
- c.
Ondersteunende gesprekken met een professional;
- d.
Diverse online tips en adviezen (psycho-educatie);
- e.
Buddy voor kinderen van gescheiden ouders.
- f.
Begeleide omgangsregeling (BOR-traject)
- a.
- 2.
De rechtbank kan, in afstemming met en met toestemming van ouder(s) of jeugdigen en betrokken zorgaanbieders, het cjg verzoeken tot inzet van een individuele voorziening middels een proces verbaal. Indien ouders geen toestemming verlenen, niet meewerken aan die hulp, vroegtijdig stoppen met de hulp, of indien de hulp te weinig effect heeft, bericht de zorgaanbieder dit aan de rechtbank voor verdere vervolg.
Artikel 3 Residentiële hulp in de vorm van respijtzorg
Op basis van artikel 2.5 lid 5 uit de verordening
- 1.
Een individuele voorziening in de vorm van respijtzorg (kortdurend verblijf) wordt ingezet indien de respijtzorg een onderdeel is van een bredere jeugdhulpinzet.
- 2.
Een individuele voorziening in de vorm van respijtzorg (kortdurend verblijf) wordt ook ingezet indien er sprake is van noodzakelijke tot permanent toezicht en of een risico op uithuisplaatsing.
Artikel 4 Ernstige dyslexie (ED)
Op basis van artikel 2.5 lid 5 uit de verordening
Een jeugdige heeft recht op behandeling van ernstige dyslexie als voldaan is aan deze 4 voorwaarden:
- a.
De jeugdige is 7 jaar of ouder, maar nog geen 13 jaar.
- b.
De jeugdige zit op (speciaal) basisonderwijs.
- c.
De basisschool heeft de jeugdige begeleidt, maar de begeleiding is niet genoeg. De basisschool heeft alle stappen gezet die nodig zijn volgens de landelijke protocollen. Het gaat om het ‘Protocollen Leesproblemen en Dyslexie’ en de ‘Leidraad Ernstige Dyslexie: doorverwijzing van onderwijs naar zorg 3.0’. Ook heeft de basisschool voldaan aan de landelijke voorwaarden voor vergoede dyslexiezorg.
- d.
De aanbieder van dyslexiezorg heeft vastgesteld dat de jeugdige ernstige dyslexie heeft. Dit heeft de aanbieder gedaan op basis van het ‘Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0’.
Artikel 5 ondersteunings- en herstelgerichte voorzieningen
Op basis van artikel 2.5 lid 5 uit de verordening
- 1.
Ondersteuningsgerichte -en herstelgerichte voorzieningen worden verstrekt als individuele begeleiding of als groepsbegeleiding.
- a.
Individuele begeleiding wordt in één op één contact aangeboden aan de jeugdige en zijn gezin.
- b.
Groepsbegeleiding wordt aangeboden in groepsverband. De groepsgrootte betreft het maximaal aantal jeugdigen per groep dat voor de jeugdige gezien zijn problematiek hanteerbaar is.
- a.
- 2.
Individuele begeleiding zoals bedoeld in lid 1 sub a wordt voorts alleen vertrekt als groepsbegeleiding zoals bedoeld in lid 1 sub b gezien de problematiek van de jeugdige niet passend is.
Artikel 6 Regelmatige evaluatie
Op basis van artikel 3.5 lid 6 van de verordening
- 1.
Het cjg gelet op artikel 3.5 lid 1h regelmatig evaluatiemomenten inplannen. Het cjg beoordeelt op basis van het evaluatiemoment welke doelen zijn behaald en of de jeugdhulp nog passend is.
- 2.
Evaluatie vindt in ieder geval plaats in deze 2 situaties:
- a.
De hulpvraag is erg veranderd. Het cjg hoort dat van de jeugdige en/of de ouders.
- b.
De hulpvraag is erg veranderd. De aanbieder van specialistische jeugdhulp geeft dit bij het cjg en/of toegang aan.
- a.
Artikel 7 Eigen kracht
Op basis van artikel 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
- 1.
De eigen kracht van ouder(s)/verzorger(s) is een van de criteria die de gemeente beoordeelt om het recht op jeugdhulp te bepalen(zie ook artikelen 4.1 en 4.2 van de Verordening). Eigen kracht is de eigen verantwoordelijkheid en de eigen mogelijkheden van de jeugdige en diens ouder(s)/verzorger(s) om problemen bij opgroeien of in de opvoeding op te lossen, eventueel door de inzet van het sociale netwerk of door inzet van vrij toegankelijke voorzieningen of andere voorzieningen in de sociale basis.
- 2.
Ouder(s)/verzorger(s) kunnen soms zelf (een deel van) de hulpvraag oplossen. Het jeugdteam(cjg) onderzoekt de eigen kracht aan de hand van de volgende vragen:
- a.
Op welke manier kunnen (de) ouder(s)/verzorger(s) de noodzakelijke hulp geven die nodig is?
- b.
Wat is er al geprobeerd? Wat werkt(e) wel en wat niet?
- c.
welke hulp kan het sociaal netwerk of kunnen (vrij toegankelijke) organisaties bieden?
- d.
Is er sprake van belemmeringen (financiën, huisvesting, netwerk, fysieke klachten) waardoor de ouder(s)/verzorger(s) de hulp niet, niet langer, of nog niet kunnen geven( overbelasting)?
- a.
- 3.
Bij de beoordeling van de eigen kracht worden mogelijkheden van het brede sociale domein ook in kaart gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: schuldhulpverlening, hulp van de Wmo en Werk & Inkomen.
Artikel 8 Onderzoek naar draagkracht en draaglast
Op basis van artikel 3.5 lid 6, 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
- 1.
Het onderzoek van het college naar draagkracht van de jeugdige en/of de ouder(s) is onderdeel van het algemene onderzoek naar de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s), als bedoeld in artikel 3.5 en 4.1 van de Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2026.
- 2.
Het onderzoek van het college naar de balans tussen draagkracht en draaglast van de jeugdige en/of de ouder(s) richt zich enerzijds op wat er redelijkerwijs van de jeugdige en/of de ouder(s) verwacht mag worden en anderzijds op de vraag of de jeugdige en/of de ouder(s) hiertoe in staat zijn.
- 3.
Voorafgaande aan de vaststelling van de draagkracht en de draaglast wordt eerst met de ouder(s) besproken hoe zij dit zelf ervaren en wat zij nodig hebben om de zorg voor hun kind te kunnen voortzetten zonder risico op overbelasting.
- 4.
Overbelasting of dreigende overbelasting wijst op een (dreigende) verstoring tussen draagkracht en draaglast. Naast de aard en de ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat sprake is van draagkrachtvermindering bij de gebruikelijke verzorger en/of dat deze het gevolg is van draaglastverhoging door de ernst van de problemen of beperkingen van het kind.
- 5.
Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de draagkracht, wordt gemotiveerd waarom de gevraagde hulp voor de betreffende jeugdige niet wordt verstrekt, maar op draagkracht geboden kan worden en waarom zich geen andere omstandigheid uit deze nadere regels voordoet op basis waarvan het college een voorziening verstrekt.
Artikel 9 (Dreigende) overbelasting ouder(s)/verzorger(s)
Op basis van artikel 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
- 1.
In geval van (dreigende) overbelasting kan, ook als sprake is van gebruikelijke hulp, een individuele voorziening worden ingezet, totdat de (dreigende) overbelasting is opgeheven.
- 2.
De inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting op te lossen en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan van aanpak.
- 3.
Bij de beoordeling wordt gekeken naar de samenhang tussen de ervaren overbelasting en de feitelijke zorgtaken. Wanneer factoren buiten de zorg om bijdragen aan de overbelasting, is het uitgangspunt dat er eerst wordt gezocht naar oplossingen voor die specifieke oorzaken
- 4.
Wanneer de geldigheidsduur van de indicatie is verlopen en een herindicatie wordt aangevraagd, zal onderzocht worden of en welke inspanningen zijn verricht om de overbelasting terug te dringen.
Artikel 10 sociaal netwerk
Op basis van artikel 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
- 1.
Hulp uit het sociaal netwerk is hulp die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan de jeugdige en/of zijn ouder(s). Tot het sociale netwerk worden gerekend:
- a.
De ouder(s) of overige familieleden van de jeugdige;
- b.
Andere betrokkenen bij het gezin, zoals vrienden, buren, (sport)verenigingen, collega’s, geloofsgemeenschappen of andere bekenden.
- a.
Artikel 11 Bieden van beschermende woonomgeving bij overbelasting ouders
Op basis van artikel 4.2 lid 13 uit de verordening
Ook bij overbelasting blijven ouders zelf verantwoordelijk voor het bieden van een beschermende woonomgeving. De mogelijkheden binnen het sociaal netwerk voor (tijdelijk) verblijf worden eerst onderzocht. Jeugdhulp in de vorm van verblijf is een mogelijke optie en kan worden ingezet als:
- a.
Als een jongere (tijdelijk) niet bij (een van) de ouder(s) kan wonen, omdat de ouder(s) niet in staat zijn om een veilig thuis te bieden (bijvoorbeeld door verwaarlozing of mishandeling of veel ruzie tussen ouders(s) of ouders en jongere), en/of
- b.
Als de ouder(s) (tijdelijk) niet in staat zijn om de jongere een passend pedagogisch opvoedklimaat te bieden (bijvoorbeeld door een ernstige ziekte bij de ouders waardoor zij de jongere niet kunnen verzorgen of vanwege te zware zorg vanwege een handicap of ernstige gedragsproblematiek bij de jongere);
- c.
Als de jongere ernstig in de ontwikkeling wordt bedreigd.
Artikel 12 Onderzoek individuele voorziening
Op basis van artikel 3.5 lid 6 en 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
- 1.
De beslissing welke jeugdhulp een jeugdige of zijn ouder(s) precies nodig hebben, komt tot stand in overleg met die jeugdige en zijn ouder(s). In een gesprek tussen de jeugdige, zijn ouder(s) en het jeugdteam wordt gekeken wat de jeugdige en zijn ouder(s) eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen om het probleem op te lossen. Uitgangspunt voor het inzetten van een individuele jeugdhulpvoorziening is dat er geen voorliggende voorziening beschikbaar is of eerdere jeugdhulp niet voldoende effect heeft gehad, of dat er hulpverlening betrokken is vanuit een externe jeugdhulpaanbieder en er vervolgondersteuning nodig is van deze jeugdhulpaanbieder. Als dat het geval is wordt onderzocht welke (aanvullende) individuele jeugdhulpvoorziening passend is. In annex 1 van deze nadere regel staat voor verschillende hulpvormen weergegeven wanneer deze hulp wel of niet onder de Jeugdwet kan vallen.
Artikel 13 Voorwaarden Persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociaal (informeel) netwerk
Op basis van artikel 5.1 lid 7 uit de verordening
- 1.
Verzorging bij kortdurende ziekte kan niet toegekend worden uit het pgb sociaal netwerk. Ouders kunnen wel gebruik maken van respijtzorg als bedoeld in artikel 4.
- 2.
De jeugdige en/of ouder(s) dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren.
Artikel 14 De bevoegdheden van de toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet
Op basis van artikel 6.2 lid 3 uit de verordening
- 1.
De toezichthouder is bij de uitoefening van zijn taak gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Awb.
- 2.
De toezichthouder is bevoegd om onafhankelijk onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de geleverde jeugdhulp. De toezichthouder kan onderzoek doen op basis van signalen, meldingen of klachten, dan wel proactief, op basis van een steekproefsgewijze aanpak.
- 3.
De toezichthouder is bevoegd om het college onafhankelijk te adviseren op basis van de bevindingen van een onderzoek:
- a.
Tijdelijk geen Pgb’s te verstrekken ten behoeve van het verlenen van hulp door de betreffende aanbieder /zorgverlener;
- b.
Tijdelijk geen cliënten toe te wijzen aan de betreffende aanbieder;
- c.
Tijdelijk de betalingen op te schorten;
- d.
Een aanwijzing met hersteltermijn te bieden;
- e.
Indien er sprake is van ernstige en/of herhaalde overtreding de overeenkomsten met de betreffende aanbieder voor zorg in natura te beëindigen, dan wel het Pgb waarmee de betreffende aanbieder wordt bekostigd, te beëindigen;
- f.
Aangifte te doen;
- g.
Andere maatregelen te treffen.
- a.
- 4.
Bij het advies over de maatregelen zoals bedoeld in lid 2 houdt de toezichthouder rekening met de proportionaliteit van de maatregel.
- 5.
Indien het onderzoek als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op een aanbieder die namens de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD) is gecontracteerd voor de levering van jeugdzorg in het kader van de Jeugdwet, adviseert de toezichthouder ook aan de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD).
- 6.
De toezichthouders is bevoegd om op basis van de bevindingen in de onderzoekspraktijk, aanbevelingen aan het college dan wel de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD) te doen ten aanzien van aanpassing van beleid of van werkwijzen.
Ondertekening
Aldus besloten in de collegevergadering van 17 maart 2026,
Namens het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar,
Mw. Drs. A.M.C.G. (Anja) Schouten, burgemeester
Dhr. R.M. (Robert) Reus MPM, gemeentesecretaris
Annex I
Afbakeningenlijst Jeugdwet regio Alkmaar
Deze lijst bevat een weergave van hulpvormen die mogelijk niet of onder voorwaarden onder de Jeugdwet vallen. Met deze lijst wordt beoogd om de toepassing van de Jeugdwet t.a.v. deze hulpvormen zo goed mogelijk af te bakenen. Als de aangevraagde hulp niet past binnen de Jeugdwet, dan kan de aanvraag worden afgewezen.
Bij het beoordelen van een aanvraag, wordt er gewerkt volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) opgenomen in artikel 3.5 van de Verordening. Dit betekent dat eerst wordt bepaald of er een hulpvraag is en zoja, wat de aard en omvang van de hulpvraag is. Vervolgens wordt gekeken naar oplossingen die de jeugdige en/of ouders van de jeugdige zelf of binnen hun netwerk kunnen inzetten op de hulpvraag. Hieronder kan ook het aanspreken van een aanvullende verzekering vallen, indien aanwezig. Daarna wordt onderzocht in hoeverre voorliggende voorzieningen of wetten een oplossing kunnen bieden op de hulpvraag. Wanneer dat niet (voldoende) mogelijk is blijft er een aanvraag voor de inzet van een individuele voorziening over vanuit de Jeugdwet.
Bij de toets op de Jeugdwet, wordt altijd gekeken of de nodige inzet bijdraagt aan de doelen van de Jeugdwet. Deze doelen staan benoemd in artikel 2.3, lid 1 van de Jeugdwet, te weten: 1. gezond en veilig opgroeien, 2. groeien naar zelfstandigheid, 3. voldoende zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Belangrijk is daarbij dat de hulp of ondersteuning wordt ingezet waarvoor het is bedoeld (effectiviteit). Ook volgt de toets op regionale en lokale geldende regelgeving (inkoopafspraken, verordening en/of beleids- of nadere regels), zoals een toets op ingekocht aanbod of de kwaliteitseisen van de in te zetten ondersteuning. En er wordt gewerkt volgens het Landelijk Kwaliteitskader Jeugd (SKJ), waar ook de norm van verantwoorde werktoedeling onder valt.
De Jeugdwet is en blijft een maatwerkwet. Hierdoor ontstaat er soms een grijs gebied en/of zijn er uitzonderingen mogelijk op de geldende regelgeving. In die gevallen dat de Jeugdwet dan toch wordt toegepast, is een goede onderbouwing van groot belang. Het hanteren van het stappenplan van de CRvB en/of methoden als moreel beraad, omgekeerde toets of de doorbraakmethode kunnen helpen bij het maken van de juiste afweging.
|
Omschrijving hulpvorm |
Voorliggende voorziening |
Voorwaarden Jeugdwet |
Toelichting |
|
Alternatieve geneeswijzen en methoden |
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Hulpverlener is SKJ-of BIG geregistreerd. Andere hulpvormen bieden niet het gewenste resultaat. |
Alternatieve geneeswijzen, zoals acupunctuur, haptonomie, hypnotherapie, mindfulness, meditatieve ontwikkeling, neurofeedback, neurolingistisch programmeren (NLP), spirituele therapie vallen niet onder niet onder het basispakket van de zorgverzekering. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Wanneer dit het geval is, wordt samen met de jeugdige/zijn ouders bekeken welk hulp passend is. De best passende hulp wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de aanbieder en beschikbaarheid van de zorg. Bovengenoemde behandelingen zijn nog onvoldoende effectief bewezen. Voor erkende effectieve jeugdinterventies wordt verwezen naar: https://www.nji.nl/interventies |
|
|
Begeleiding bij onderwijs (regulier of speciaal, basis of voortgezet) |
Passend Onderwijs |
Begeleiding die nodig is voor het kunnen volgen van onderwijs is de verantwoordelijkheid van de school en valt onder de wet Passend Onderwijs. Het primaire doel van de ondersteuning is bepalend. Als het doel van de extra ondersteuning primair is gericht op het leerproces (dus op het halen van leerdoelen, het volgen van onderwijs en het bieden van een passende onderwijsplek) dan valt de ondersteuning onder de zorgplicht van de school. Voorbeelden zijn:
|
|
|
Begeleiding bij stage |
(Passend) Onderwijs School (samenwerkingsver- band) Schoolmaat- schappelijk werk |
Er is in principe sprake van een voorliggende voorziening. Een stage is onderdeel van het onderwijsprogramma. De begeleiding bij een stage valt onder de zorgplicht van de school ((Passend) Onderwijs). De zorgplicht van school geldt ook voor een leerling die speciaal onderwijs volgt met ‘een uitstroomprofiel dagbesteding’. Als deze leerling een stage wil lopen, moeten deze kosten ook door de school worden betaald. De school ontvangt hiervoor compensatie vanuit het Rijk op grond van artikel 25 van de Wet op de Expertisecentra. Een stage bij het ‘uitstroomprofiel dagbesteding’ - in tegenstelling tot het ‘uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht’ – is niet verplicht. De school mag de leerling met ’uitstroomprofiel dagbesteding;’ dan ook niet verplichten stage te lopen in de vorm van dagbesteding. Als de leerling stage wilt lopen om te gaan wennen op de nieuwe (beschermde arbeids-) plek is de school financieel verantwoordelijk voor de kosten betreft de begeleiding bij de stage. De voorbereiding op de vervolgplek na school (de dagbesteding) maakt onderdeel uit van het onderwijsaanbod dat de school op basis van de kerndoelen moet aanbieden. |
|
|
Begeleiding bij vakantie(kamp) jeugdige |
Vrij toegankelijk aanbod Stichting en fondsen (bijvoorbeeld vakantie en weekendjes weg vanuit verenigingen en stichtingen) Bijzondere bijstand |
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp. Zie vrijetijdsbesteding. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dit betreft jeugdigen met een beperking en waarbij de begeleiding zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer bevordert of een bijdrage levert aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. Zie ook: |
|
Begeleiding bij zwemles |
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Andere hulpvormen bieden niet het gewenste resultaat. |
Zwemles en zwemleskosten komen niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de Jeugdwet. Indien de jeugdige extra begeleiding tijdens de zwemles nodig heeft, dienen ouders dit in beginsel zelf te bieden of te bekostigen. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dit betreft jeugdigen met een beperking en waarbij de begeleiding zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer bevordert of een bijdrage levert aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. |
|
|
Cursus/training voor een jeugdige |
Vrij toegankelijk aanbod / voorliggende voorzieningen Onderwijs |
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Het mag alleen worden ingezet als onderdeel van een specialistische behandeling, niet zelfstandig. |
Hierbij valt te denken aan sociale vaardigheid, weerbaarheid en rots & water (zie ook begeleiding bij onderwijs). Dit zijn geen individuele voorzieningen jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp. Dergelijke trainingen kunnen bijvoorbeeld preventief vanuit de school, schoolmaatschappelijk werk of algemeen maatschappelijk werk ingezet worden. Op groepsniveau kan het positieve effecten opleveren. Dergelijke trainingen kunnen daarnaast worden ingezet als onderdeel van een specialistische behandeling, waarbij er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Bv. als er sprake is van een individuele training gericht op het omgaan met psychosociale of psychische problemen. |
|
Dagbesteding ter vervanging van onderwijs |
Passend Onderwijs |
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. Er zijn geen terugkeermogelijkheden naar het onderwijs. |
Passend Onderwijs is voorliggend, wanneer het een jeugdige betreft die op leerplichtige leeftijd uitstroomt uit het onderwijs, met een tijdelijke leerplichtontheffing. De jeugdige krijgt een persoonlijk plan in de vorm van een onderwijs / zorgarrangement waar dagbesteding onderdeel van uitmaakt. De dagbesteding wordt specifiek ingezet om de jeugdige te laten werken aan doelen voortkomend uit problemen en/of stoornissen ten behoeve van terugkeer in het (speciaal) onderwijs. Dagbesteding valt alleen onder de Jeugdwet, wanneer:
|
|
Doventolk |
Zvw (basisverzekering) |
De inzet van een doventolk is de verantwoordelijkheid van de aanbieder. Als een doventolk nodig is bij onderwijs of werk dan kan dat worden aangevraagd bij het UWV. Als een doventolk nodig is in privésituaties dan kan dat worden aangevraagd bij VWS. |
|
|
Hulphond ( voor bv. autisme of PTSS) |
Zvw (basisverzekering) |
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Andere hulpvormen bieden niet het gewenste resultaat. |
Dit betreft een hulphond die de jeugdige begeleid bij zijn problematiek. De inzet van een dergelijke hulphond is niet evidence based. Andere (goedkopere) voorzieningen zijn voorliggend, wanneer deze ook passend zijn. In het geval dat niet passend is, kan er worden gekeken naar de mogelijkheden vanuit de Jeugdwet. De mogelijkheden om de hulphond vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Zie ook: CRvB 26-1-2022, ECLI:NL:CRVB:2022:254 CRvB 22-2-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:376 Een hulphond die ondersteunt bij een functiebeperking, zoals een blindengeleidehond, wordt als een hulpmiddel gezien. Deze honden (hulpmiddelen) worden wel vergoed door de Zvw. |
|
Hulpmiddelen (voor bv. bij dyslexie, bij school zoals computer of onderhoud ervan en hulpmiddelen bij langdurig gebruik, rolstoelen) |
Uwv of bijzondere bijstand Passend Onderwijs Zvw (basisverzekering) Wmo 2015 |
Dergelijke hulpmiddelen worden niet beschouwd als een individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en vallen niet onder de Jeugdwet. Zie ook: artikel 2.9 Besluit zorgverzekering in samenhang met artikel 2.6 Regeling zorgverzekering. Bekijk de mogelijkheden om hulpmiddelen elders te laten vergoeden. |
|
|
Hulpverlening met behulp van dieren (bv. paarden of honden) |
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. Andere hulpvormen bieden niet het gewenste resultaat. De gebruikte methodieken dienen evidence based of best practice te zijn en opgenomen in de database van het NJI of het Trimbos Instituut als erkende interventie. Binnen de therapie zijn de doelen om de interventie met een dier in te zetten concreet beschreven en staan met elkaar in verhouding. Hierbij moet ook een duidelijk resultaat worden geformuleerd met een tijdpad. |
Er is onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van het gebruik van dieren voor een (jeugd-ggz) behandeling, zoals paarden- of hondentherapie. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dieren kunnen onder voorwaarden worden ingezet als middel/instrument bij het bieden van (S-GGZ) behandeling aan jeugdigen. Op die manier kunnen er positieve resultaten behaald worden. Zie ook: |
|
|
Kinderopvang |
Wet op de kinderopvang |
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. De best passende jeugdhulp en de duur ervan wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de kinderopvang/buitenschoolse opvanginstelling (plus) en passendheid en beschikbaarheid van de jeugdhulp. |
Reguliere kinderopvang (kinderopvang, gastouder of gastouder aan huis 0-12 jaar) is geen jeugdhulp zoals bedoeld onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en valt niet onder de Jeugdwet. Er is mogelijk sprake van een voorliggende voorziening ( extra begeleiding op de kinderopvang, BSO+) Geacht wordt dat ouders en kinderopvang /buitenschoolse opvanginstelling gezamenlijk zorgdragen dat pedagogische professionals adequaat leren omgaan met kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen ook terecht op een kinderdagverblijf. Dit is geregeld in de Wet op de kinderopvang. Indien als gevolg van een hulpvraag aanvullende begeleiding vereist is die niet door pedagogische professionals kan worden geboden en niet van ouders kan worden verwacht, kan jeugdhulp worden ingezet. Dit kan alleen in de situaties waarbij opvang niet het doel is, maar er sprake is van ontwikkelingsdoelstellingen. Daarbij kan gedacht worden aan (ernstige) gedragsproblematiek. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. |
|
Leermiddelen (aangepast instructiemateriaal of les- en leermaterialen) |
Passend Onderwijs |
Dergelijke leermiddelen worden niet beschouwd als een individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en vallen niet onder de Jeugdwet. Bekijk de mogelijkheden om leermiddelen elders te laten vergoeden. |
|
|
Vaktherapie als onderdeel van een specialistische behandeling Vaktherapieën:
|
Vaktherapie kan alleen worden ingezet in de vorm van een individuele jeugdhulpvoorzieningen als naar oordeel van het jeugdteam(cjg) en de behandelaar van de jeugdhulpaanbieder sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief of andere passende ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3 van de wet, beschikbaar is Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. De vaktherapie onderdeel is van specialistische behandeling en behandeldoelen in het behandelplan. Hulpverlener werkt onder de verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Hulpverlener staat geregistreerd in Register Vaktherapie. Hulpverlener is aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen of andere vaktherapeutische beroepsvereniging. |
Onder vaktherapie vallen therapievormen die gebruik maken van een ervaringsgerichte aanpak zoals spel, muziek, dans, beweging, drama en beeldend materiaal. Als onderdeel van een specialistische behandeling onder regie van een BIG-geregistreerde hoofdbehandelaar draagt vaktherapie bij aan de gehele behandeling. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Wanneer dit het geval is, wordt samen met de jeugdige/zijn ouders bekeken welk hulp passend is. De best passende hulp wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de aanbieder en beschikbaarheid van de zorg. |
|
|
Vaktherapie losstaand Vaktherapieën: -Speltherapie -Muziektherapie -Danstherapie -Dramatherapie -Beeldende therapie -Psycho-motorische therapie |
Vaktherapie kan alleen worden ingezet in de vorm van een individuele jeugdhulpvoorzieningen als naar oordeel van het jeugdteam(cjg) en de behandelaar van de jeugdhulpaanbieder sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief of andere passende ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3 van de wet, beschikbaar is Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Hulpverlener staat geregistreerd in Register Vaktherapie Hulpverlener is aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen of andere vaktherapeutische beroepsvereniging. Aanvullende criteria over maximale duur, maximaal aantal sessies en verlenging. |
Onder vaktherapie vallen therapievormen die gebruik maken van een ervaringsgerichte aanpak zoals spel, muziek, dans, beweging, drama en beeldend materiaal. Vaktherapie kan door een vrijgevestigde vaktherapeut als losstaand product worden geleverd. Dit is een relatief laagdrempelige en lichte vorm van ondersteuning, die ingezet kan worden om zwaardere vormen te voorkomen. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Wanneer dit het geval is, wordt samen met de jeugdige/zijn ouders bekeken welk hulp passend is. De best passende hulp wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de aanbieder en beschikbaarheid van de zorg. Bij matige tot en met ernstige klachten of wanneer de veiligheid van het kind en/of de behandelaar in het geding is, moet worden doorverwezen naar de specialistische ggz of ambulante jeugdhulp (Landelijk Kwaliteitskader Jeugd). Vaktherapie kan dan niet (meer) als losstaand product worden ingezet. Dit kan eventueel wel nog als onderdeel van een complete specialistische behandeling. Vaktherapeuten komen niet in aanmerking voor een SKJ-registratie. Het is wel van belang dat de vaktherapeut staat ingeschreven in het Register Vaktherapie; op die manier borgen we dat de vaktherapeut zich regelmatig laat bijscholen en visiteren en dat er intervisie en supervisie plaatsvindt. Vaktherapie valt niet onder niet onder het basispakket van de zorgverzekering. Als ouders aanvullend verzekerd zijn, dan moet het maximaal aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van het maximale aantal uren dat voor deze behandeling kan worden geïndiceerd. |
|
|
Vervoer van en naar school van de jeugdige |
Leerlingenvervoer |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en valt niet onder de Jeugdwet. Er is sprake van een voorliggende voorziening, namelijk leerlingenvervoer. |
|
|
Vervoer van school naar een buitenschoolse/ naschoolse opvanginstelling van een jeugdige |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en valt niet onder de Jeugdwet. Er is mogelijk sprake van een voorliggende voorziening. Vervoer wordt indien van toepassing geregeld via de buitenschoolse/naschoolse opvanginstelling. |
||
|
Vrijetijdsbesteding, bekostiging en/of begeleiding |
Vrij toegankelijk/voorliggend aanbod gemeente |
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3, Verordening Jeugdhulp. Het eigen netwerk van de jeugdige wordt geacht de jeugdige te voorzien in (de bekostiging van) vrijetijdsbesteding, zoals entreegeld, deelnamekosten, contributie, personal trainer of de kosten van begeleiding. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dit betreft jeugdigen met een beperking en waarbij de begeleiding zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer bevordert of een bijdrage levert aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. Zie ook: |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl