Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759736
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759736/1
Geldend van 03-10-2024 t/m heden
1 Water- en rioleringsprogramma - WRP 2025-2030
1.1 Samenvatting met leeswijzer
a. In deze versie staan de schuingedrukte kaders tussen de hoofdtekst.
b. De hoofdtekst is gericht op lezers met enige afstand tot het vakgebied. In de schuingedrukte
kaders wordt meer gebruik gemaakt van vakjargon en afkortingen. Dat is wellicht moeilijk
voor leken, maar zinvol voor goed ingevoerde deskundigen.
Samenvatting met leeswijzer
In dit WRP 2025-2030 (Water- en rioleringsprogramma) geeft gemeente Haaksbergen aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater.
Kort samengevat:
-
Afvalwater wordt met riolering ingezameld en getransporteerd naar de zuivering van het waterschap. De afvoer van afvalwater uit de directe leefomgeving dient voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu en is mede bedoeld om stankoverlast tegen te gaan;
-
Hemelwater wordt steeds meer gescheiden gehouden van afvalwater, met de bedoeling het te infiltreren in de bodem of te lozen op oppervlaktewater. Door de klimaatverandering komen extreme buien vaker voor. Om de bewoonbaarheid van de leefomgeving te verzorgen zijn er nieuwe of grotere opgaven vanuit klimaatadaptatie;
-
Voor grondwater heeft de gemeente een beperkte rol. Bij grondwateroverlast wordt door de gemeente een afweging gemaakt om in te grijpen in de grondwaterstand.
De gemeente beschikt over een groot en fijnmazig systeem van riolering, rioolgemalen, kolken, wadi’s, waterbergingen en dergelijke om de genoemde doelen te realiseren. In dit WRP wordt een beeld gegeven hoe het beheer van dit systeem wordt gedaan, wat er allemaal bij komt kijken, welke afstemming en samenwerking een rol speelt en welke formatie hiertoe benodigd is.
Het WRP geeft een programmering voor de activiteiten in de planperiode. Het gaat naast het dagelijkse beheer en onderhoud om onderzoeksactiviteiten en om vernieuwing van objecten die het einde van de levensduur hebben bereikt. Het afstemmen van de vernieuwingsopgaven voor de riolering op andere opgaven zoals ruimtelijke ontwikkelingen, wegbeheer, klimaatadaptatie en energietransitie vraagt blijvende aandacht in de gemeentelijke organisatie.
Het beheren, in stand houden en verbeteren van de riolering en aanverwante objecten kost geld. Deze middelen worden in de vorm van de rioolheffing opgehaald bij burgers en bedrijven. In het laatste hoofdstuk wordt aangegeven op welke manier de lasten worden verdeeld over de generaties en op welke manier tariefschommelingen worden gedempt. Vervolgens wordt benoemd welk tariefsysteem wordt gehanteerd. De uitkomst van de berekeningen resulteert in de benodigde hoogte van de rioolheffing voor de planperiode. De vaststelling hiervan gebeurt jaarlijks door de gemeenteraad in de vorm van de verordening rioolheffing.
Belangrijke aandachtspunten voor de planperiode:
-
Burgers en bedrijven betrekken bij klimaatadaptatie. Zij kunnen veelal maatregelen treffen die helpen om wateroverlast bij zware buien te verminderen. De opgave voor de gemeente is om te communiceren, om voorbeelden aan te dragen en wellicht om prikkels te geven;
-
Projecten realiseren. Door personele krapte is achterstand opgetreden bij het voorbereiden van de projecten uit het vorige plan. De uitdaging is om de vaart erin te krijgen;
-
Afgelopen jaren hoefde de rioolheffing niet te stijgen omdat de rente daalde en omdat achterstand optrad bij de projecten. De achterstand moet worden ingelopen en helaas is de rente niet langer extreem laag. Daarnaast is er sinds 2022 sprake van forse inflatie die ook doorwerkt in de kosten van de rioleringszorg. Deze drie punten leiden ertoe dat de rioolheffing moet stijgen om kostendekkend te blijven.
De rioolheffing is voor de planperiode 2025-2030 berekend. De resultaten staan in onderstaande tabel. De rioolheffing voor het jaar 2025 dient met 4,7% te stijgen ten opzichte van 2024, van €379 tot €397 voor de meest voorkomende tariefklasse. Ook voor de jaren erna wordt een verhoging voorzien. Afgelopen jaren is de rioolheffing nauwelijks gestegen doordat de rente en inflatie zeer laag waren en doordat diverse projecten vertraging hadden opgelopen. Nu komt er een soort correctie ten gevolge van de forse inflatie die is opgetreden en door de programmering van noodzakelijke projecten. In de tabel is al rekening gehouden met 2% verwachte inflatie.
-
In de tabel staat de berekende rioolheffing voor de meest voorkomende tariefklasse in gemeente Haaksbergen. Voor kleine lozers en voor bedrijfsmatige lozingen kan het tarief naar rato worden bepaald.
-
Bij de berekende waarden zit 2% verwachte inflatie verrekend, dit kan van jaar tot jaar variëren.
-
Aan de berekende waarden kunnen geen rechten worden ontleend. Jaarlijks wordt de hoogte van de rioolheffing vastgesteld door de gemeenteraad in de verordening rioolheffing.
Het WRP is opgesteld vanuit het gedachtengoed van de nieuwe Omgevingswet, maar past ook in de kaders van de (oude) Wet milieubeheer. Het haakt zoveel mogelijk aan bij de gemeentelijke omgevingsvisie en is qua beleid gericht op doorvertaling in het omgevingsplan.
De hoofdtekst van het WRP is gericht op lezers met enige afstand tot het vakgebied.
Op diverse plekken kan de lezer doorklikken naar kaders met nadere uitwerking. Daar
wordt meer gebruik gemaakt van vakjargon en afkortingen.

2 Context WRP
2.1 Context
In dit eerste hoofdstuk wordt het Water en Riolering Programma (WRP) in zijn context geplaatst. Een hoofdstuk rondom de vraag: Wat is dit voor document? Het gaat in op de bedoeling van het WRP en de positie ten opzichte van andere beleidsdocumenten. Verder wordt teruggeblikt op de voorloper van dit nieuwe WRP, te weten het GRP 2017-2020. Tot slot volgt een overzicht van het besluitvormingstraject.
2.2 Bedoeling van het WRP
De riolering vormt een omvangrijk collectief systeem. Het hoofddoel is bescherming van de volksgezondheid door contact met afvalwater te voorkomen. Het tweede doel is het bevorderen van de leefbaarheid van het stedelijk gebied, door wateroverlast en stank zo veel mogelijk te voorkomen. Tot slot is het milieu gediend doordat riolering verontreiniging van bodem en oppervlaktewater tegengaat. Het is een grote verantwoordelijkheid om dit kostbare en complexe systeem goed te beheren en door te ontwikkelen. Daarover gaat het in dit WRP.
Bij het woord riolering in dit WRP moet u niet alleen denken aan buizen. De rioolbuizen zijn weliswaar het bekendste onderdeel van de riolering, maar er is meer. Er zijn bijvoorbeeld rioolgemalen, drukriolering, kolken, goten, drainage, wadi’s, sloten en bergingsvijvers. Dit vormt een samenhangend systeem voor de inzameling en transport van afvalwater, het verwerken van hemelwater en het regelen van de grondwaterstand. Gemeenten hebben wettelijke taken op het gebied van waterbeheer. Beleidskeuzes moeten passen binnen de wettelijke kaders. Het gaat om afvalwater, hemelwater en grondwater. In het WRP wordt het beleid verwoord dat de gemeente voert om invulling te geven aan deze wettelijke taken. Het WRP is geschreven voor bestuurders, gemeenteraadsleden, vakmensen van de riolering, beleidsambtenaren van andere vakgebieden, bestuurders en medewerkers van waterschap en provincie en ook voor geïnteresseerde leken. Deze brede doelgroep heeft uiteenlopende voorkennis en interesses. Er is daarom gekozen voor een beknopte hoofdtekst waarin de essenties aan bod komen. Via doorklikken zijn diepere lagen van het document te bereiken die meer details geven en logischerwijs meer jargon bevatten.
Het WRP heeft de volgende doelstellingen:
-
Het beleid formuleren voor de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater;
-
De samenhang tonen met andere beleidsterreinen. Daarbij wordt ook ingegaan op de verhouding met de omgevingsvisie en het omgevingsplan;
-
De samenhang tonen met taken van het waterschap;
-
Verantwoording afleggen over het gevoerde beheer van het systeem;
-
Laten zien welke programmering wordt aangehouden in de planperiode;
-
Inzichtelijk maken welke kosten worden toegerekend aan de rioolheffing;
-
Aangeven hoe schommelingen in de rioolheffing worden geëgaliseerd;
-
Bespreken aan wie de rioolheffing wordt opgelegd en welk tariefsysteem geldt;
-
Berekenen welke hoogte van de rioolheffing nodig is in de planperiode, inclusief een doorkijk naar een periode van 20 jaar.
2.3 Positie van het WRP
Bijgaande afbeelding toont de positie van het WRP te midden van andere documenten:

-
Bovenaan staat de Gemeentelijke Omgevingsvisie. In het regime van de Omgevingswet is dit één van de belangrijkste documenten voor elke gemeente. Het laat zien wat voor gemeente je bent en welke kant de gemeente op wil in de toekomst. In gemeente Haaksbergen is op het moment van schrijven van het WRP nog geen Omgevingsvisie beschikbaar, maar wel de geestelijke voorvader ervan, namelijk de Structuurvisie Haaksbergen;
-
Aan de linkerkant staan diverse “waterplannen”. Zowel Rijk als provincie en waterschap maken beleidsplannen op het gebied van water. Van deze plannen zijn bij waterschap Vechtromen de Watervisie 2050 en het waterbeheerprogramma 2022-2027 het meest relevant voor het WRP terwijl dit bij waterschap Rijn en IJssel de Watervisie 2030 en het waterbeheerprogramma 2022-2027 betreft;
-
Aan de rechterkant staan de vele onderwerpen binnen de gemeentelijke organisatie die raken aan het vakgebied riolering en stedelijk waterbeheer. Van deze onderwerpen is klimaatadaptatie momenteel erg actueel en sterk van invloed op het hemelwaterbeleid;
-
Aan de onderkant staat het gemeentelijke omgevingsplan. In het omgevingsplan is te zien hoe het beleid voor riolering en water uit het WRP doorwerkt op perceelniveau. In het WRP wordt het beleid geformuleerd en onderbouwd. Op onderdelen is in de planperiode nog een gebiedsgerichte uitwerking nodig, terwijl te zijner tijd in het omgevingsplan per perceel de juridische doorwerking van dit beleid in bindende regels is te vinden;
-
Het WRP is een document van beperkte omvang. In de afbeelding is te zien dat er diverse onderliggende documenten zijn. Het betreft tekeningen, databestanden, berekeningen, leidraden en geautomatiseerde beheer- en informatiesystemen voor de watergangen, vijvers, wadi’s, drainage, infiltratie- en bergingsvoorzieningen, het grondwater, de riolering en voor de rioolgemalen. Deze zijn op de vak-afdeling beschikbaar.
Structuurvisie 2030 gemeente Haaksbergen
Haaksbergen: groenste dorp van Twente
Met de structuurvisie wordt een omslag gemaakt van aanbod gestuurd ontwikkelen naar vraag gestuurd ontwikkelen. Hiermee wil de gemeente flexibel kunnen inspelen op ontwikkelingen. Dit maakt dat plannen van tevoren lastiger zijn in te schatten laat staan te plannen.
In de structuurvisie zijn 9 ambities benoemd, waarbij vooral de 9de ambitie letterlijk iets over water zegt:
9. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
Hierbij gaat het er vooral om, dat het gemeentelijk watersysteem geschikt gemaakt wordt voor de komende veranderingen in het klimaat. De ruimte die voor de aanpassingen nodig is, wordt daarbij deels ook geschikt gemaakt om er te verblijven of te recreëren.
2.4 Evaluatie van het vorige plan
Voorafgaand aan dit WRP was er het GRP 2017-2020. Stilzwijgend is de looptijd hiervan verlengd tot en met 2024. In deze paragraaf wordt teruggekeken op de (verlengde) planperiode van dit GRP.
In de planperiode is een aantal projecten gerealiseerd, zie bijgaand kader. De conclusie is dat het GRP 2017-2020 erg ambitieus was voor de in de organisatie aanwezige capaciteit om projecten te realiseren. Lange tijd is er te weinig tijd geweest om alle voorgenomen projecten ook daadwerkelijk in de geplande periode uit te voeren. Voor het beheer was er gedurende de looptijd net voldoende capaciteit aanwezig om dit op adequate wijze in te vullen.
Bijgaand kader toont de ontwikkeling van de rioolheffing tijdens planperiode GRP 2017-2024. Te zien is dat de rioolheffing eerst enkele jaren constant is gebleven, daarna licht is gedaald ten gevolge van lage rente en achterblijvende projecten en tenslotte gestegen door de opgetreden inflatie. In het kader wordt dit verder toegelicht:
-
Het rioolstelsel in gemeente Haaksbergen wordt goed beheerd en de inzameling van afvalwater verloopt overwegend probleemloos en leidt tot weinig klachten;
-
De verwerking van hemelwater verdient aandacht omdat op sommige plekken wateroverlast optreedt bij zware buien en omdat het risico op overlast door extreme buien toeneemt door de verandering van het klimaat;
-
Zorg dat het beleid voor afvalwater, hemelwater en grondwater duidelijk in het WRP staat en dat dit beleid goed vindbaar is, zodat inwoners, bedrijven en projectontwikkelaars weten hoe het beleid is bedoeld en waaraan ze zich dienen te houden;
-
Probeer, vanwege duurzaamheid, met goede communicatie en met gerichte prikkels de inwoners en bedrijven te bewegen om het hemelwater op eigen perceel te benutten en te infiltreren in de bodem;
-
Streef naar een programmering van rioolrenovaties en rioolvervanging waarbij werk met werk wordt gemaakt in de openbare ruimte;
-
Zorg voor een financiële administratie met goed overzicht over lopende projecten en transparante verantwoording over de mate van kostendekking van de rioolheffing;
-
Overweeg een nieuw tariefsysteem voor de rioolheffing dat aansluit bij een nieuw VNG-model en dat recht doet aan kostenveroorzaking en aansluit bij duurzaamheid;
-
Zorg dat het eenmalig aansluitrecht wordt geëvalueerd inclusief de inning ervan.
Zie bijlage III voor de weergave van de interviews in aanloop naar het WRP.
Overzicht uitgevoerde maatregelen tijdens planperiode GRP 2017-2024
-
Aanleg hemelwater en vervangen vuilwaterriolering in de Eibergsestraat. Afronding wacht op aanpak van de kruising Eibergsestraat met de oude N18. Hier moet het hemelwaterriool nog goed worden aangesloten op de Poelsbeek.
-
Verlegging van de persleiding Buurse. De aansluiting is verplaatst van de Wiedenbroeksingel naar de Noordsingel. Hierdoor is de aantasting van het stelsel en het ontstaan van stankoverlast bij het Wiedenbroek nagenoeg niet meer aan de orde.
-
Kortsluitingen op de Bolscherbeek. Om de kans op wateroverlast bij oa de Blankenburgerstraat te verminderen hebben we een aantal directe aansluitingen van het regenwater op de duiker van de Bolscherbeek gerealiseerd.
-
Aanleg regenwaterriolering in de Werfheegde als onderdeel van het regenwaterradialen plan.
-
Inpassing wadistructuur in de Ravelstraat en de Schubertstraat als onderdeel van groenadoptie. Door zeer slechte conditie van het asfalt in de Beethovenstraat ging de hele straat op de kop en hebben we van het moment gebruik gemaakt om hier een regenwaterriolering aan te leggen.
-
Relinen riolering Julianastraat.
-
Renovatie Gemaal Nijekerkestraat.
-
Watergangen rond Kolenbranderweg als afvoer bergingsvijver Veldzichtweg aangepast.
-
Aanleg regenwaterriolering in de Volmer.
-
Aanleg regenwaterriolering voor parkeerterrein achter de Hibbertstraat.
-
Herprofileren van watergangen rondom Buurse.
-
Oplossen vraagstuk rond oude waterkelder in de Waanderstraat door omvormen naar wadi.
-
Relinen riolering Nachtegaalstraat.
-
Relinen deel riolering Wiedenbroeksingel.
-
Afkoppelen en aanleg regenwaterriolering Mulderstraat en Hazemolenweg - Oplossen grondwateroverlast Kemerij en omgeving.
Ontwikkeling rioolheffing tijdens planperiode GRP 2017-2024
Hieronder een overzicht van de hoogte van de rioolheffing in gemeente Haaksbergen gedurende de planperiode van het vorige GRP. Hierbij wordt uitgegaan van het meest voorkomende tarief., dat is voor lozingen tussen 60m3 en 500m3 per jaar. De andere tarieven zijn hieraan gerelateerd en hebben dus een vergelijkbaar verloop in de tijd gehad.
-
2017 € 354,00
-
2018 € 354,00
-
2019 € 354,00
-
2020 € 354,00
-
2021 € 339,12
-
2022 € 334,08
-
2023 € 348,29
-
2024 € 379,32
In het GRP 2017-2020 werd ingezet op een tarief van €354 voor de meest voorkomende lozingssituatie, nog jaarlijks te verhogen met de werkelijk opgetreden inflatie. Die inflatie was in de eerste jaren steeds beperkt. Verder daalde de rente voor lenen op de kapitaalmarkt en daarmee de rekenrente voor de kapitaalslasten van oude investeringen. Dit gaf reden om de heffing niet te corrigeren met inflatie conform het GRP. Enkele jaren is zelfs een kleine daling gekozen om te voorkomen dat de mate van kostendekking hoger zou uitvallen dan 100%. Hieraan lag ten grondslag dat enkele projecten vertraging hebben opgelopen in de uitvoering en er dus minder kosten drukken op het huishoudboekje van de riolering. Rond het jaar 2022 trad sterke inflatie op, welke zijn weerslag vond in de rioolheffing in de jaren daarna.
2.5 Besluitvormingstraject van het WRP
Onder de Omgevingswet is het opstellen van een programma een autonome gemeentelijke bevoegdheid. Het nieuwe WRP past in de geest van de Omgevingswet.
Het WRP heeft het volgende bestuurlijke traject doorlopen:
Na vaststelling van het WRP wordt een exemplaar toegezonden aan de provincie Overijssel en aan de beide waterschappen.
3 Gemeentelijke watertaken
3.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Dit hoofdstuk behandelt het beleid voor de gemeentelijke watertaken, voorheen aangeduid als de zorgplichten riolering. Het gaat om afvalwater, hemelwater en grondwater. Deze watertaken hebben een wettelijke basis. Uitgaande van deze wetsteksten worden de drie gemeentelijke watertaken uitgewerkt tot concreet beleid. Centraal staat de bedoeling om het systeem integraal te benaderen, om samen met het waterschap de laagst maatschappelijke kosten te zoeken, om burgers en bedrijven zo goed mogelijk te bedienen en om te handelen met oog voor klimaat, energie en biodiversiteit.
3.2 Beleid afvalwater
In deze paragraaf staat het gemeentelijke beleid voor afvalwater.
De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De wet gaat uit van inzameling van het afvalwater door de gemeente met een openbaar vuilwaterriool, behoudens enkele uitzonderingen.
Artikel 2.16 Omgevingswet
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater,
2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt:
-
a.
op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool,
-
b.
op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool.
3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Kernformulering van het afvalwaterbeleid
Gemeente Haaksbergen voert als beleid om het huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater voor bijna 100% in te zamelen met riolering. Het belangrijkste motief hiervoor is het beschermen van de volksgezondheid, door afvalwater te verwijderen uit de directe leefomgeving. Daarnaast gaat het om leefbaarheid (voorkomen stankoverlast), bescherming van de waterkwaliteit en milieubescherming. Het stedelijk afvalwater (dat is de mix van afvalwater en (zo min mogelijk) hemel- en grondwater)) wordt getransporteerd naar een overnamepunt en daar overgedragen aan het waterschap, die zorg draagt voor het verdere transport naar en de zuivering op de RWZI. Het is voor eigenaren van gebouwen waar afvalwater vrijkomt vrijwel altijd verplicht om een aansluiting te hebben op de riolering.
Uitwerking van het afvalwaterbeleid
Hierna volgen enkele gebiedsgerichte en thematische uitwerkingen van het afvalwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld.
Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom
-
Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen in de bebouwde kom. Voor lozers geldt een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Het is daarmee vrijwel 100% verplicht om woningen binnen de bebouwde kom aan te sluiten op de riolering. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en vanwege de leefbaarheid in de zin van het voorkomen van stankoverlast.
Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom
-
Voor niet-woningen geldt in principe hetzelfde beleid als voor woningen, namelijk aansluiten op de riolering vanwege de volksgezondheid. Het ligt alleen anders bij gebouwen waar geen afvalwater vrijkomt en bij bedrijven met bijzonder afvalwater of grote hoeveelheden afvalwater.
Afvalwaterbeleid in het buitengebied
-
In het buitengebied wordt vrijwel overal (druk)riolering aangeboden. In die gebieden geldt door de aanwezigheid van riolering een lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. In de gebieden zonder (druk)riolering is een individuele zuiveringsvoorziening (IBA) verplicht, die gezuiverd water loost in de bodem of op het oppervlaktewater. Zie bijgaand kader voor meer informatie. Het is de vraag welke veranderingen komende jaren optreden in het buitengebied en hoe de voorzieningen voor afvalwater eventueel worden aangepast. Denk aan ontwikkelingen op en rond het boerenerf zoals nieuwe verdienmodellen. Denk ook aan de veroudering van bestaande systemen met de vraag of bij vernieuwing wordt gekozen voor bestaande of nieuwe oplossingen. Dit vergt gebiedsgerichte uitwerking in de planperiode in samenwerking tussen gemeente en waterschap.
Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering
-
De riolering heeft een bepaalde capaciteit. Dat geldt voor het inzamelstelsel, voor het transportsysteem van gemalen en persleidingen en voor de RWZI. Nieuwe aansluitingen zijn niet zomaar mogelijk en bestaande lozingen mogen niet zomaar worden vergroot. Eerst moet de gemeente checken wat de mogelijkheden zijn. Bij grote lozingen moet ook het waterschap worden betrokken. Het gaat naast technisch inhoudelijke zaken ook over de kosten. Als een bestaande lozing aanmerkelijk wordt verzwaard, dan geldt dit als een nieuwe aansluiting.
Beleid voor nieuw aanleg in uitbreidingswijken
-
In nieuwe gebieden is aanleg van nieuwe riolering vereist. Dit gaat in nauw overleg tussen gemeente en waterschap.
Beleid voor lozingen op de riolering
-
Riolering is bedoeld voor huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dat daarop lijkt. Andere lozingen zijn niet zomaar toegestaan omdat het schade kan berokkenen aan de riolering en/of aan de zuivering en/of aan het milieu. Het gaat om de algemene zorgplicht om de goede werking van riolering en zuivering niet te verstoren. Specifiek gelden eisen voor olie- en vetafscheiders.
Beleid om foutaansluitingen tegen te gaan
-
Foutieve aansluitingen kunnen problemen veroorzaken. Ze zijn verboden (of op zijn minst ongewenst) en dienen te worden verholpen. In de praktijk wordt gekeken naar de omvang van de problemen. Bij grote problemen wordt ingegrepen. Het loopt vanaf het constateren van een knelpunt, via onderzoek en communicatie tot aan een eventuele juridische aanpak.
Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom
-
Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet.
-
Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah (het Besluit lozing afvalwater huishoudens). Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen.
-
Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering vrijwel altijd verplicht is.
-
Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt binnen de bebouwde kom een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater.
-
Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning. Dit is in de huidige manier van wonen vrijwel ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende:
-
De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet leidt hoogstwaarschijnlijk tot grote hoeveelheden afvalwater en dat wil je juist niet;
-
De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn nuttig in te zetten in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking;
-
De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan kun je beter denken aan een centrale badplaats in de buurt en niet per woning;
-
De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan kun je beter kiezen voor een centrale wasserette;
-
De keuken heeft water uit een kleine voorziening zoals jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin.
-
-
Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
-
Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied. Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering.
-
In Sneek zijn goede ervaringen opgedaan met een zuivering voor een blok woningen.
-
Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom
-
Bedrijven: Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.
-
Evenementen: Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator, die een oplossing zoekt in overleg met gemeente en waterschap. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine.
-
Woonboten: Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden.
-
Boten: Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie.. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven.
-
Gebouwen zonder afvalwater: Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.
Afvalwaterbeleid in het buitengebied
Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en niet-woningen buiten de bebouwde kom.
Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer:
-
Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief;
-
Is er geen riolering in de buurt, dan is een IBA (individuele zuivering) toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn.
Het beleid wordt als volgt uitgewerkt:
-
De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap. Sinds de invoering van de Omgevingswet is de regel vervallen dat de provincie ontheffing moet verlenen voor de zorgplicht. De gemeente is aan zet.
-
In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg ligt dan:
-
40 m bij lozingen tot en met 10 i.e.
-
100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e.
-
600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e.
-
1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e.
-
3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e.
-
Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan.
-
-
Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven.
-
Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden om af te wijken, bijvoorbeeld om ruimte te geven aan nieuwe lokale methoden voor de omgang met afvalwater.
-
De uitwerking per gebied en perceel wordt opgenomen in het omgevingsplan.
-
-
Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of lucht-pers.
-
Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.
Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering
-
Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater.
-
Afvalwater moet op de perceelsgrens met een huisaansluiting op 70 cm beneden maaiveld aan de gemeente aangeboden worden.
-
De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan via de grondexploitatie of via een individuele overeenkomst of via een verordening eenmalig aansluitrecht. Gemeente Haaksbergen werkt met een individuele overeenkomst. Er wordt een forfaitair bedrag gehanteerd. In 2024 bedraagt het tarief €1.500 voor een woning en €2.000 voor een bedrijf. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein.
-
Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.
Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken
In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap.
Let op: dit tekstkader gaat over het beleid voor afvalwater bij nieuwbouw. Daarnaast moet bij uitbreidingsplannen worden stilgestaan bij keuzes voor hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.
Voor lozingen op de riolering geldt het volgende beleid
-
Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit:
-
Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater;
-
Het gescheiden houden van verschillende soorten water;
-
Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel;
-
Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel;
-
Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering;
-
Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olie- en vetafscheider verplicht;
-
Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool;
-
Geen hemelwater in het afvalwaterriool.
-
Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater.
-
Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. Beter is om zo’n oppervlak hydrologisch te isoleren met een dak.
-
-
-
Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan.
-
Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.
Beleid tegen foutaansluitingen
Er zijn 3 soorten foutaansluitingen die verschillende problemen veroorzaken:
-
Er is in de bebouwde kom afvalwater aangesloten op het hemelwaterstelsel. Er vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt;
-
De riolering kan dan overbelast raken bij neerslag. Het afvalwater treedt uit bij een gebouw of bij een noodoverstort. Ook kunnen volgende stelsels en de RWZI overbelast raken;
-
Er is in het buitengebied hemelwater aangesloten op de drukriolering. Het systeem raakt hiervan overbelast en er treden storingen op, soms op de locatie met de foutaansluiting, maar soms ook pas verderop.
Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd:
-
Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder.
-
Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen.
-
Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal blijkt dat de mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel.
-
Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk.
-
Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering.
-
Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Juridische aanpak kan:
-
via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4;
-
via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is.
-
3.3 Beleid hemelwater
In deze paragraaf staat het gemeentelijke beleid voor hemelwater.
De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De wetgever heeft gezocht naar balans tussen de eigen verantwoordelijkheid van de particulier en de collectieve verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is aan de gemeente om hierin lokale afwegingen te maken.
Artikel 2.16 Omgevingswet:
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
Lid 1.a.1 - de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan.
Kernformulering van het hemelwaterbeleid.
Gemeente Haaksbergen voert als beleid om het hemelwater zoveel mogelijk lokaal te benutten, te infiltreren in de bodem of te lozen op oppervlaktewater. Als lokale oplossingen ontoereikend zijn, zamelt de gemeente het overtollige hemelwater in, liefst gescheiden van het afvalwater, om het op een geschikte plek te lozen op oppervlaktewater. Hemelwater wordt in veel oudere gebieden gemengd met afvalwater afgevoerd naar de RWZI, met overstorten naar het oppervlaktewater. De klimaatverandering noopt ons tot klimaatadaptatie, zoals infiltratie en buffering van hemelwater. De al ingeslagen weg wordt voortgezet om bij alle werkzaamheden in de openbare ruimte deze zodanig in te richten dat overlast bij extreme buien beperkt blijft. Hiervoor is het van belang dat groene gebieden in bestaande woonwijken beschikbaar komen voor hemelwateropvang. Bewoners en bedrijven worden gevraagd om maatregelen te treffen op eigen terrein.
Uitwerking van het hemelwaterbeleid.
Hierna volgen enkele specifieke uitwerkingen van het hemelwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld.
-
Principes voor het hemelwaterbeleid.
-
Bij de opvang en verwerking van hemelwater zijn diverse keuzes te maken en er zijn uiteenlopende combinaties van keuzen mogelijk. Het hangt af van de lokale omstandigheden welke combinatie van keuzen de voorkeur verdient. Daarbij is het volgen van enkele principes behulpzaam. Het gaat om de principes schoonhouden, benutten, vertragen, infiltreren, direct lozen en inzamelen.
-
-
Concrete uitwerking hemelwaterbeleid.
-
Gebiedsgerichte nadere uitwerking van het hemelwaterbeleid.
-
Per buurt of wijk zijn er uiteenlopende omstandigheden die maken dat je tot andere keuzes komt voor de omgang met hemelwater. Op een hoge zandgrond wil je het hemelwater bijvoorbeeld infiltreren op de plek waar het valt. Maar op een lage plek met kwel en/of kleigrond is een traditioneel gescheiden rioolstelsel soms de beste keuze. Een volgend punt is dat je in een nieuwe wijk meer mogelijkheden hebt om duurzaam hemelwaterbeleid te voeren dan in bestaande situaties. Bijgaand kader benoemt deomstandigheden die bepalend zijn voor de uitwerking van hethemelwaterbeleid op buurtniveau.
-
Tijdens de planperiode van dit WRP kan deze gebiedsgerichte nadere uitwerking plaatsvinden. Tot die tijd geldt bovengenoemde concrete uitwerking. Het beleid per buurt laat zich naderhand uitwerken tot perceelniveau in het omgevingsplan. Bij een perceel staat dan aangegeven welk beleid er geldt en welke voorzieningen worden aangeboden. Op dat moment wordt het beleid voor afvalwater, hemelwater en grondwater concreet toegespitst op de betreffende omstandigheden. Bijgaand kader toont een voorbeeld vanuitgewerkt beleid voor een perceel in het omgevingsplan.
-
-
In gemeente Haaksbergen is een aantal rioolstelsels van het gemengde type. Hierin wordt hemelwater in dezelfde buis afgevoerd als afvalwater. Gemengde stelsels hebben overstorten. In enkele kaders wordt nader ingegaan op deze overstorten:
-
Hemelwaterbeleid kan worden ondersteund door particulier initiatief, vooral bij de gemengde rioolstelsels. Dit geeft kleine voordeeltjes per keer, maar vormt op termijn een krachtig middel om het bestaande gemengde rioolstelsel te ontlasten. Klik hier voor de voor- en nadelen van afkoppelen. Extreme buien geven steeds vaker problemen met wateroverlast. Het geeft een nieuwe opgave en is onderdeel van de klimaatadaptatie. Zie bijgaand kader met het beleid voor wateroverlast bij extreme buien. Hierin staat wateroverlast gedefinieerd.
-
De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Tussen gemeente en waterschap zijn afspraken gemaakt over wie waar het beheer voert van het stedelijk watersysteem. Zie bijgaand kader met de taken in het oppervlaktewatervanuit de hemelwatertaak.
Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid
Schoonhouden
Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater:
-
Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen;
-
Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen;
-
Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen;
-
Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater.
Benutten
Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling.
-
Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten.
-
Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken.
-
In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument.
Vertragen
Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Maar anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd.
-
Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging.
-
Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s.
-
In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.
Infiltreren
Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel of leem) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend.
-
Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten.
-
Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen
Direct lozen
Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, voor zover het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is.
-
Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Bij de term water moet in dit verband ook gedacht worden aan droogstaande slotenstructuren.
Inzamelen
De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen.
-
Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd.
-
HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters.
-
HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen.
Hemelwaterbeleid voor nieuwbouw en renovatie concreet uitgewerkt
Het beleid is erop gericht om de trits “Vasthouden – Bergen – Afvoeren” en de trits “Schoonhouden – Scheiden – Zuiveren” concreet vorm te geen in elke nieuwbouw of renovatie.
-
Hemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Ongecoate uitlogende materialen bij voorkeur niet toepassen.
-
Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Infiltratie kan het beste plaatsvinden via een graspassage. De doorworteling en het bodemleven houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen.
-
Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Benodigde voorzieningen blijven dan klein en het risico op verontreiniging beperkt.
-
Bovengrondse afvoer van hemelwater is, voor zover mogelijk, verplicht. Zichtbaarheid van het hemelwatersysteem biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater hierop. Daarnaast draagt zichtbaarheid bij aan bewustwording inzake waterbeheer.
-
Rechtstreekse lozing van niet vervuilde oppervlakken op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor straten en percelen die grenzen aan het water.
-
Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. Let hierop in het stedenbouwkundige plan en de civiele planuitwerking. Het gaat met name om de detaillering vanaf regenpijp via perceelgoot en straatgoot richting infiltratievoorziening, met de notie dat water van hoog naar laag stroomt.
-
Wadi’s verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en recreatief medegebruik.
-
Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van onderstaande richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus alle verharding:
-
Berging 60 mm bestaande uit infiltratie en/of wadi en/of retentievijver met noodoverloop naar oppervlaktewater. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Daarvoor moet de inundatienorm T = 100 + 10% worden aangehouden. Hierbij is overleg met het waterschap vereist;
-
Bodemverbetering toepassen voor zover nodig, zodanig dat de voorziening na één tot enkele etmalen weer geheel beschikbaar is. Gedetailleerde eisen voor dit aspect zijn niet relevant omdat de bodem sterk gevarieerd is van opbouw en slechts ruw kenbaar middels metingen;
-
In overeenstemming met de gemeente kan de vereiste voorziening à € 1.000,--per m3 berging worden afgekocht, waarbij de gemeente het t.z.t. inpast in een grotere voorziening.
-
-
Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap:
-
Uitgangspunt is voor elke kern een totale berging van de voorzieningen tezamen van 60 mm en een gedoseerde afvoer van 2,4 l/s/ha;
-
De retentie kan worden aangelegd als separate vijver, maar kan ook worden geïntegreerd in het watersysteem in en rond het stedelijk gebied. Hier treedt een raakvlak op met het beleid van het waterschap. Daarbij kan in overleg worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
-
-
Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Op dit punt raakt het beleid voor hemelwater aan het beleid voor grondwater:
-
In Oost Nederland wordt grondwateroverlast vooral veroorzaakt door ligging in een lokale laagte met toestroom van grondwater vanuit hoger gelegen regio’s. Grondwateroverlast wordt in dergelijke gebieden nauwelijks beïnvloed door infiltratie van hemelwater in stedelijk gebied;
-
In geval de bodem ondiepe storende lagen kent, ligt de zaak complexer door schijngrondwaterspiegels die overlast kunnen geven bij toepassing van infiltratie;
-
In buurten met grondwateroverlast verdient bij nieuwbouw de aanleg van drainage aanbeveling. Dit laat zich dikwijls goed combineren met de toepassing van wadi’s.
-
Omstandigheden per buurt zijn bepalend voor de uitwerking van het hemelwaterbeleid
-
Grondwaterstanden: Kijk naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekijk vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet.
-
Bodemgesteldheid: Bekijk de opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Kijk of infiltratie mogelijk is. Kijk naar de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan.
-
Watersysteem: Bekijk de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater. Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig?
-
Maaiveldhoogten: Kijk waar tijdelijke berging mogelijk is en waar bijvoorbeeld wadi’s kunnen komen. Kijk ook naar de gradiënten zodat je weet of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is.
-
Rioolstelsel: Kijk of er knelpunten zijn in het bestaande rioolstelsel. Denk aan wateroverlast en vuiluitworp. Beoordeel de kwaliteit van het stelsel en bekijk of grootschalige renovatie aan de orde is.
-
Funderingstechnieken: Kijk naar de toegepaste funderingstechnieken. Fundering op staal is gevoelig voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem. Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondachterstanden vanwege paalrot. Muren zonder vocht-barrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden.
-
Grondgebruik: Check het gebruik van de bovengrond. Kijk of er plekken zijn die kansen bieden voor een betere omgang met hemelwater.
Functie en problematiek van riooloverstorten
Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is als gevolg daarvan sterk verbeterd. Daarnaast is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de verbetering van de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen.
Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergingscapaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen.
De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief.
Basisinspanning
Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins.
In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen.
In de gemeente Haaksbergen is de basisinspanning voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen.
Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn.
Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels
Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in §5.6.3 en §7.1.2 en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen.
Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemende rioolstelsels
Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen:
-
Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt;
-
Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten;
-
Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien;
-
Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning;
-
Kans op aanvulling van het grondwater;
-
Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit.
De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn:
-
Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden;
-
Uitbreiding van het te beheren areaal als wordt gekozen voor gemeentelijke voorzieningen;
-
Er ontstaat kans op foutieve aansluitingen;
-
Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen;
-
In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels;
De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te maken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste overzicht heeft over de voor- en nadelen. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen. Kijk voor een uitgebreide beschouwing over de voor- en nadelen van afkoppelen in het rapport 2019-22 van STOWA met de titel “Afkoppelen – kansen en risico’s van anders omgaan met hemelwater in de stad”.
Beleid voor wateroverlast bij extreme buien
Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag.
Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaatverandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden. Het is wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar.
Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave wordt:
-
het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of;
-
het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken;
-
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen;
-
Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte.
Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien:
De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast indien één van onderstaande situaties optreedt:
-
Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk;
-
Het water stroomt via de straat gebouwen binnen;
-
Water blokkeert de doorgang in verkeersaders, doorgaande wegen en (fiets)tunnels;
-
Water levert langer dan 4 uur hinder op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers;
-
Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan 4 uur op straat staan;
-
Water afkomstig uit het rioleringssysteem blijft langer dan 4 uur in een tuin staan;
-
Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen;
-
Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties.
Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente, maar bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist.
De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost vanwege de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan:
-
Bij riolering in bestaand en nieuw bebouwd gebied is de bedoeling dat bui 8 (20mm in 1 uur) via de riolering of andere voorzieningen kan worden afgevoerd zonder water op straat of andere hinder, dus binnen de kaders van de voorziening;
-
In bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd, niet leidt tot ernstige wateroverlast;
-
Als er maatregelen nodig zijn, dan maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Situaties met mogelijke schade aan of in gebouwen hebben hoge prioriteit.
Taken in het oppervlaktewater vanuit de hemelwatertaak
De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Hieronder een overzicht van randgebieden van de hemelwatertaak.
Baggeren.
Waterpartijen moeten geregeld worden gebaggerd omdat ze anders dichtslibben in ons vlakke land. De aanwas met slib kent meerdere bronnen waaronder de riolering. Het open houden van het systeem dient meerdere doelen, waaronder de afvoer van hemelwater. In de praktijk wordt het baggeren afgestemd met het waterschap.
Waterlopen en sloten in de bebouwde kom.
Waterlopen, grachten, beken en sloten vervullen in de bebouwde kom een rol bij het bergen en afvoeren van hemelwater en voor het reguleren van de grondwaterstand. Ze horen daarmee bij de gemeentelijke watertaken, voor zover ze niet in eigendom en beheer zijn bij het waterschap. Gemeenten en waterschappen stemmen dit per geval af.
Waterlopen en sloten buiten de bebouwde kom.
Waterlopen in het buitengebied zijn in het algemeen in eigendom en beheer bij het waterschap. Voor de kleinere sloten en greppels liggen de zaken anders. Die zijn vaak in eigendom en beheer bij de gemeente, al dan niet gedeeld met een aanliggende particuliere grondbezitter. De functie is het drooghouden van het weglichaam en ontwatering van het aanliggende perceel.
Duikers.
Duikers zijn essentieel voor de waterafvoer op plekken waar waterlopen en wegen kruisen. Ze hebben beheer en onderhoud nodig.
Kademuren.
Kademuren vormen een harde overgang tussen het watersysteem en de straat. Efficiënte omgang met schaarse ruimte is vaak een motief voor kademuren, naast toegankelijkheid voor schepen en esthetiek. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij de algemene dienst. In enkele gevallen liggen eigendom en onderhoud bij de eigenaren van aanliggende percelen.
Bruggen.
Bruggen maken een kruising mogelijk tussen het watersysteem en de straat. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij het wegbeheer.
3.4 Beleid grondwater
In deze paragraaf staat het gemeentelijke beleid voor grondwater.
De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De gemeentelijke grondwatertaak is beperkt van omvang en staat in relatie tot de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar en in relatie tot de taken van waterschap, provincie en Rijk. Het komt er op neer dat de gemeente een taak heeft voor het beïnvloeden van de grondwaterstand in openbaar gebied en voor het aanbieden van een afvoerroute voor grondwater vanaf aanliggende percelen, voor zover doelmatig. Het is aan de gemeente om hierin lokale afwegingen te maken.
Artikel 2.16 Omgevingswet
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
Lid 1.a.2 - het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.
Kernformulering van het grondwaterbeleid.
Gemeente Haaksbergen voert als beleid om te overwegen om de grondwaterstand in het openbare gemeentelijke gebied te beteugelen op die plekken waar zonder ingrijpen sprake is van structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Bij deze overweging spelen de vragen of maatregelen doelmatig zijn, of het niet de verantwoordelijkheid is van de eigenaar/gebruiker van een perceel en of het niet hoort bij de taak van waterschap, provincie of Rijk.
Uitwerking van het grondwaterbeleid.
Hierna volgen enkele specifieke uitwerkingen van het grondwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld.
-
Meldingen over vocht of grondwater.
-
Meldingen van burgers of bedrijven die overlast ervaren van vocht of grondwater worden zorgvuldig getoetst. Bouwkundige gebreken vormen vrijwel nooit een legitieme reden voor de gemeente om maatregelen te treffen maar zijn vrijwel altijd de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Naast de verantwoordelijkheid voor de eigenaar is er een verantwoordelijkheid voor de bewoner, met name ventilatie. Zie bijgaand kader met uitgewerkt beleid bij meldingen over vocht ofgrondwater.
-
-
Het veranderende klimaat kan leiden tot langere droge perioden in het zomerhalfjaar. De zomers van 2018, 2019 en 2020 illustreerden dit. Het leidt onder meer tot verdord gras, een droogvallend watersysteem, vissterfte, lage grondwaterstanden, boomsterfte, verminderde opbrengsten in de landbouw en kans op bodemdaling en als gevolg daarvan funderingsschade. Provincies, waterschappen en de landbouwsector hebben in Nederland de knoppen in handen om te acteren tegen de gevolgen van langdurige droogte. Gemeenten hebben nauwelijks invloed tegen de gevolgen van droogte. Zie bijgaand kader met meer informatie over droogte. Gemeenten kunnen beleid tegen droogte steunen met communicatie en door het stimuleren van infiltratie van hemelwater in bebouwd gebied.
Beleid bij meldingen over vocht of grondwateroverlast:
1. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar.
2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar.
3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar.
4. Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner.
5. Eigenaren of gebruikers van percelen kunnen zelf drainage aanleggen op eigen erf. De afvoer regelen in overleg met de gemeente, naar oppervlaktewater of op de eigen hemelwaterafvoer binnen de erfgrens.
6. Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichting verstrekken.
7. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies is aan de orde als:
-
De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, gedurende meerdere weken, en;
-
De overlast blijvend van aard is, dus niet tijdelijk zoals bijvoorbeeld bij nieuwbouw, en;
-
De overlast doorwerking heeft in de woonruimten, en;
-
Bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn.
8. In het geval van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies ligt het in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft zoals bijvoorbeeld de aanleg van drainage en/of de afvoer van aangeboden drainagewater mede mogelijk maakt.
Informatie over droogte in relatie tot het WRP
Regionaal probleem met lokale verschillen.
Het uitblijven van regen is geen lokaal probleem maar is regionaal van aard. Hele gebieden ontvangen in zo’n periode minder neerslag dan gebruikelijk. Maar de manier waarop het probleem zich manifesteert is wel lokaal. De ene boom kan er wel tegen en de andere niet. Een hoge zandkop in het buitengebied heeft eerder last van droogte dan een laagte in het beekdal. Boeren maken van oudsher gebruik van deze kennis.
Droogvallende beken.
Langdurige droogte leidt tot droogval van watergangen en het wegvallen van de stroming. In een normale zomer treedt dit op in de haarvaten van het watersysteem. Bij extreme droogte kan droogval ook in grote waterlopen optreden met vissterfte tot gevolg en allerhande overlast.
Hoger peil in de winter of niet?
Het waterschap en de grondeigenaren of -gebruikers kunnen een grote bijdrage leveren aan het beperken van droogteschade door de keuze van het waterpeil. Men kan in de winter in de bodem forse hoeveelheden opsparen door te kiezen voor een hoger peil in watergangen, sloten en drainage. Maar de tegenhanger hiervan is dat akkers en weilanden dan minder begaanbaar zijn als er veel regen valt. Daarnaast is het relevant dat een natte akker of weiland in de lente minder vlot opwarmt en dus tot minder opbrengst leidt. Het is een lastige keuze om hierin de beste balans te vinden.
Sturen in de gewaskeuze of niet?
Een volgend punt is de gewaskeuze. Je ziet bijvoorbeeld maisteelt in gebieden die vroeger in de winter onder water stonden als beekdal. Tegenwoordig is de grond goed ontwaterd met drainage om vroeg in het voorjaar met de teelt te starten. Een begrijpelijke keuze, maar de tegenhanger is extra verdroging tijdens een droge periode. De vraag is of je als overheid hierin sturend wilt optreden. Dit is een moeilijke kwestie met veel kanten. In dit WRP gaan we hier niet verder op in. Op dit moment volstaat de notie dat gewaskeuze ertoe doet.
Omgang met een schaarse watervoorraad.
We zijn in Nederland niet gewend om water te zien als een schaarse grondstof. Van oudsher hebben we een nat land en willen we juist van het water af. Maar door de klimaatverandering kunnen droge zomers vaker voorkomen en dus moeten we leren omgaan met een beperkte watervoorraad. Het vraagt een andere omgang met water. Nu vinden we het nog vanzelfsprekend dat we de WC doorspoelen met drinkwater, dat we de tuin onbeperkt kunnen sproeien en dat het vrijwel niets kost. Er valt veel te winnen door een betere omgang met drinkwater. In het buitengebied kunnen landbouwers een grote bijdrage leveren door bewuster het gewas water te geven. Denk aan druppel-irrigatie in plaats van grote sproeiers. En bij boomkeuze geldt dat naaldbomen in het algemeen meer water uit de grond onttrekken dan loofbomen.
Hemelwater infiltreren in bebouwd gebied.
In bebouwd gebied kunnen particulieren en de gemeente een bijdrage leveren aan het beperken van de gevolgen van de droogte door te zorgen dat hemelwater infiltreert. Dus niet afvoeren via de riolering, maar het hemelwater ten goede laten komen aan de grondwatervoorraad. Veel tuinen en bermen zijn hiertoe geschikt. Natuurlijk zijn niet alle tuinen geschikt, het is maatwerk. Het vergt een cultuuromslag in bebouwd gebied om hemelwater in beginsel te infiltreren in plaats van af te voeren via de riolering. Communicatie is een sleutelwoord.
Schade aan fundering.
Het uitzakken van de grondwaterstand tot een lager peil kan leiden tot zetting van de bodem. Als een gebouw op staal is gefundeerd (dus zonder heipalen), dan kan dit leiden tot verzakking en scheurvorming. Dit behoort tot het risico van de eigenaar van het gebouw. Bij bewuste peilverlaging kan er sprake zijn van aansprakelijkheid.
4 Beheer riolering en gerelateerde voorzieningen
4.1 Beheer
Dit hoofdstuk gaat in op het beheer van de riolering en van de voorzieningen die hier aan gerelateerd zijn. Dit wordt ook wel assetmanagement genoemd, ofwel het goed omgaan met hetgeen je in beheer hebt. Het gaat daarbij niet alleen om de afzonderlijke objecten maar om het functioneren van het hele systeem en van de organisatie die met het beheer is belast. Dus beheer in brede zin van het woord. Eerst wordt het beheerde areaal vermeld, daarna wordt ingegaan op het contact met de gebruikers van de riolering. Vervolgens wordt stilgestaan bij het systeembeheer, inclusief besluitvorming bij rioolvervanging en omgang met calamiteiten. Daarna wordt ingegaan op het samenwerken met andere disciplines binnen de eigen organisatie en met het waterschap. Tot slot wordt de omvang van de formatie belicht. Al deze onderwerpen worden kort belicht om het WRP compact te houden en toch verantwoording af te leggen. In onderliggende documenten en systemen is meer informatie beschikbaar.
4.2 Bespreking van het areaal
Goed beheer begint met weten wat je hebt. In bijgaand kader een overzicht van de voorzieningen die de gemeente in eigendom en beheer heeft om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken. Het gaat om een beschrijving van het areaal op hoofdlijnen. Gedetailleerde informatie is te vinden in de beheersystemen.
|
Type object: |
Aantal: |
Opmerkingen: |
|
Hoofdriolering voor afvalwater |
25,6 km |
|
|
Hoofdriolering voor hemelwater |
38,5 km |
IT- en DT-riolen hierbij gerekend |
|
Gemengde hoofdriolering voor afval- en hemelwater |
92,2 km |
|
|
Inspectieputten |
3400 |
|
|
Watergangen |
288,6 km |
|
|
Kolken |
11.000 |
|
|
Rioolgemalen |
34 |
|
|
Pompunits drukriolering (buitengebied) |
842 |
|
|
Mechanische leiding (buitengebied incl. Persleiding) |
220 km |
|
|
Drainage |
53,6 km |
|
|
Wadi’s |
37 stuks ( vlakken) |
|
|
Doorlatende verharding |
onbekend |
|
|
Bergbezinkbassins |
9 |
|
|
Externe overstorten |
45 |
|
|
Interne overstorten, stuwputten, ventielen, etc. |
42 |
|
Ter informatie wordt een korte toelichting gegeven op essentiële onderdelen van de riolering. Riolering bestaat uit diverse objecten, zoals bijvoorbeeld:
-
Huis- en bedrijfsaansluitingen;
-
Kolken en lijngoten;
-
Vrij-verval riolen;
-
Gemalen en persleidingen;
-
Buitengebied met pompunits en drukriool;
-
Drainage.
Huis- en bedrijfsaansluitingen
Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren. Elke aansluiting vormt in feite een beginpunt voor gebruikmaking van het openbare rioolstelsel.
Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor hemelwater.
Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding, dan is er sprake van een indirecte aansluiting. Het stroomt dan niet weg via een aansluitleiding, maar stroomt bijvoorbeeld bovengronds af naar de openbare ruimte. Het eigendom van de aansluitleiding(en) is in veel gevallen tot en met het ontstoppingsstuk op de erfgrens van de perceeleigenaar en vanaf dat punt tot aan het hoofdriool van de gemeente.
Kolken en lijngoten
Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel.
Mee-stromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In gemeente Haaksbergen gebeurt dat eenmaal per jaar en op vervuiling gevoelige lokaties tweemaal per jaar. De gemeente besteedt het kolken zuigen en goten reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib.
Kolken en goten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken. Deze verstoppingen herstelt de onderhoudsaannemer van de gemeente.
Vrij-verval riolen
Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen.
Riolen raken in de loop der jaren vervuild en kunnen zonder onderhoud zelfs dichtslibben. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom regelmatig worden gereinigd. De gemeente besteedt het reinigen uit aan een marktpartij, anno 2022 Twente Milieu, die tevens zorg draagt voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib.
Riolering dient met enige regelmaat te worden geïnspecteerd om de toestand vast te stellen inclusief de mate van degradatie. De gemeente besteedt de inspecties uit aan een gespecialiseerde marktpartij, anno 2022 Twente Milieu.
Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond (ongelijkmatige zetting / bodemdaling), eventuele wortelingroei en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding met grote verblijftijden en de daaruit voortvloeiende H2S vorming, die leidt tot stank en aantasting nabij het injectiepunt.
Gemalen en persleidingen
Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf (oftewel onder vrij verval) naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal zit een persleiding, soms kilometers lang.
Onverhoopt uitvallen van rioolgemalen door een defect of door stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na verloop van tijd ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren en de beheerder hoort te waken voor calamiteiten. Hiertoe worden de gemalen twee keer per jaar geïnspecteerd en gereinigd om storingen zoveel mogelijk te voorkomen (preventief onderhoud). De gemalen zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Verder zijn ze voorzien van telemetrie, zodat een deel van het beheer op afstand kan geschieden en ze 24 uur per dag bewaakt zijn.
Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Ook deze werkzaamheden worden uitbesteed aan gespecialiseerde marktpartijen. Naast de gemeente beheert het waterschap ook rioolgemalen. Deze eindgemalen voeren het stedelijk afvalwater vanaf de kernen af naar de RWZI.
Buitengebied met pompunits en drukriool
De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg bij de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
De gemeente laat de pompputten jaarlijks inspecteren en reinigen. Als een gemaal in storing valt, wordt dat door telemetrie zichtbaar of ter plekke door een rode lamp op het gemaal. Melding daarvan geschiedt meestal door de bewoners die anders hun afvalwater niet kwijt kunnen. Een storingsmelding leidt tot directe actie.
Drainage
Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders, in laaggelegen beekdalen, op sommige sportvelden en speelterreinen en op slecht doorlatende grond is dit een essentiële voorziening. De gemeente zorgt voor het doorspuiten van drainage in openbaar gebied om verstopping te voorkomen.
Daarnaast hebben particulieren soms drainage op eigen perceel in eigen beheer. Dit water dient te worden aangesloten op de drainage van de gemeente of op de hemelwaterafvoer op eigen perceel.
4.3 Contact met gebruikers van de riolering
Deze paragraaf gaat in op de enkele contactmomenten die er zijn tussen de gebruikers van de riolering en de gemeente.
Meldingen van burgers en bedrijven.
Meldingen van burgers en bedrijven zijn een belangrijke bron van informatie en dikwijls reden om in actie te komen. Denk aan een verstopte kolk, een probleem dat vlot door de gemeente kan worden verholpen. Klachten over water op straat bij zware buien zijn minder makkelijk te verhelpen, maar van belang bij het valideren van hydraulische berekeningen en bij het zoeken naar oplossingen.
Zorgvuldige registratie van meldingen heeft als voordeel dat op termijn bepaalde trends zichtbaar worden die van belang zijn voor inzicht in het functioneren van de riolering. Een lastig punt bij registratie van meldingen is dat burgers niet altijd zuivere meldingen doen. Wateroverlast door riolering is iets anders dan last hebben van een lekke kelder of een lekke dakgoot, maar door leken kan dit op één hoop worden gegooid.
Spelregels bij verstoppingen.
Woningen en overige panden zijn op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Hierin kan onverhoopt een verstopping ontstaan. Zo’n situatie gaat vaak gepaard met stress en is een belangrijk moment van contact met de gemeente. Duidelijkheid is op zo’n moment van belang. Op of nabij de erfgrens is op particulier terrein veelal een ontstoppingsstuk ingebouwd. De spelregels bij verstopping staan aangegeven in bijgaand kader. Kijk voor een actuele versie op de website van gemeente Haaksbergen.
De hoofdregel is dat de lozer, door het opgraven van het ontstoppingsstuk, inzichtelijk maakt waar de verstopping zit. De eventuele kosten hiervoor zijn voor de lozer. Alleen bij verwijtbaar gedrag van de kant van de gemeente liggen de zaken anders.
Communicatie en bewustwording.
Burgers zijn zich dikwijls nauwelijks bewust van de aanwezigheid van riolering. Slechts een deel van de mensen weet hoe belangrijk de riolering is voor de volksgezondheid en voor de bewoonbaarheid van de leefomgeving. Bewustwording is belangrijk voor draagvlak voor de rioolheffing en om achteloos lozingsgedrag te voorkomen.
Naast bewustwording over het belang van goed lozingsgedrag kan worden aangesloten bij initiatieven voor educatie gericht op het bredere spectrum van duurzaamheid, circulariteit en biodiversiteit.
Communicatie bij de aanslag rioolheffing.
Veel inwoners en bedrijven komen vrijwel nooit in contact met de gemeente over de riolering. Het enige moment is dan die van de aanslag rioolheffing. De inwoner of het bedrijf wordt geacht te betalen voor het in stand houden van de riolering. Dit moment kan worden aangegrepen om enige uitleg te geven over nut en noodzaak van de riolering, over het gesloten huishoudboekje van de rioleringszorg en dus over de redelijkheid van de rioolheffing. Naast uitleg in algemene zin kunnen enkele projecten uit het afgelopen jaar worden benoemd zodat men enig besef krijgt waaraan het geld wordt besteed.
Spelregels bij verstopping in de aansluitleiding
Wat moet en kunt u doen bij een rioolverstopping?
Een afvoeraansluiting werkt niet
Soms werkt een rioolaansluiting in huis niet, bijvoorbeeld van een wastafel. Draai dan de afvoer van de wastafel open en maak die schoon. Ook ontstoppen met een simpele ontstopper is vaak voldoende. Helpt het niet? Pas dan op met allerlei chemische middelen. Ze kunnen uw riool aantasten én de werking van de rioolwaterzuivering verstoren. Schakel liever een rioolreinigingsbedrijf in.
Meerdere afvoeraansluitingen werken niet
Als meerdere rioolaansluitingen niet werken, is het probleem waarschijnlijk groter. Zeker als geen enkele aansluiting meer werkt. Of als het water dat u op de eerste verdieping wegspoelt op de begane grond weer uit een putje of toilet komt. Onderzoek eerst of de verstopping in úw riool zit of in het gemeenteriool. Dat doet u op de volgende manier:
-
Informeer bij uw buren of zij ook problemen hebben. Zo ja, dan is de kans groot dat de verstopping in het gemeenteriool zit. Is dat niet het geval, dan zoekt u verder;
-
Woont u in het buitengebied? Kijk eerst of de rode lamp op de schakelkast brandt. Is dat zo, kijk dan hieronder bij ”Storing drukriool” wat u moet doen. Is dat niet het geval, dan zoekt u verder;
-
Op de perceelgrens (de grens tussen gemeentegrond en particuliere grond, in veel gevallen een halve meter uit de perceelgrens op particuliere grond) ligt normaal gesproken een ontstoppingsstuk of -put; Hier kunt u zien of de verstopping in uw riool of in het gemeenteriool zit. De exacte plaats van het putje staat aangegeven op de aansluitschets van uw woning. Als u niet in het bezit van een schets waarop het ontstoppingsstuk staat, kunt u hiervan (indien voorradig) een kopie opvragen bij de gemeente Haaksbergen. U ziet het ontstoppingsstuk niet. U zult hem dus moeten opgraven vanaf uw eigen terrein; u mag niet graven in openbaar gebied. U moet eerst het ontstoppingsstuk opgraven voordat de gemeente Haaksbergen komt kijken;
-
Staat er water in het ontstoppingsstuk, dan zit de verstopping waarschijnlijk in het gemeenteriool en kunt u de gemeente informeren dat het riool is verstopt. Staat er geen water in het ontstoppingsstuk, dan zit de verstopping waarschijnlijk in uw riool en zult u de verstopping zelf moeten oplossen;
-
Uiteraard kunt u, op uw kosten, voor dit onderzoek een gespecialiseerd bedrijf inschakelen;
-
Woont u in een huurwoning, dan kan uw verhuurder mogelijk helpen. Deze is namelijk verantwoordelijk voor de aansluiting van de woning op de gemeentelijke riolering.
Verstopping in het gemeenteriool
Denkt u dat de verstopping zich in het gemeenteriool bevindt? Meld dit dan bij de gemeente via (053) 573 45 67 of gebruik het formulier melding openbare het formulier 'Melding openbare ruimte'. We proberen het probleem zo snel mogelijk te onderzoeken en verhelpen.
Soms blijkt na ons onderzoek dat de verstopping is veroorzaakt door onjuist gebruik door u als bewoner. In dat geval zullen wij de kosten bij u in rekening brengen.
Het komt wel eens voor dat bewoners zelf een bedrijf inschakelen om de verstopping te verhelpen, zonder dat wij op de hoogte zijn. De rekening hiervan betalen wij niet. U moet altijd een melding doen bij ons. In overleg kunnen we eventueel besluiten de storing door het door u ingeschakelde bedrijf te laten verhelpen.
Verstopping in uw eigen riool
Als de verstopping zich in uw eigen riool bevindt, moet u de verstopping zelf (laten) verhelpen.
Bewustwording lozingen
Verstopte rioolgemalen door zaken die niet in de riolering thuishoren, zoals doekjes.
Een groot deel van de storingen bij rioolgemalen bestaat uit verstopping door restanten van doekjes. Het gaat om niet afbreekbare toiletdoekjes, damesverband en een enkele keer een verloren dweil. In tegenstelling tot toiletpapier lossen deze doekjes niet op in het afvalwater waardoor sommige pompen verstopt raken en/of onnodig veel draaiuren maken. In enkele gevallen raken de pompen ernstig beschadigd, waardoor dure reparaties nodig zijn. In het buitengebied is dit soms direct terug te voeren tot de betreffende lozer op de unit van de drukriolering. In stedelijk gebied weet je haast nooit wie de lozer is geweest.
Vet en olie niet in het riool.
Vet en olie horen niet thuis in het riool omdat het verstoppingen veroorzaakt. Op de website “frituurvetrecyclehet” is informatie beschikbaar over de gevolgen van vetlozingen en over methoden van inzameling.
Medicijnen niet in het riool.
Restanten van medicijnen moeten terug naar de apotheek. Het mag niet via de riolering omdat de RWZI veelal niet in staat is het te zuiveren. Medicijnresten vormen een bedreiging voor organismen in het water.
4.4 Gegevensbeheer, berekeningen en monitoring
In deze paragraaf draait het om het systeem als geheel, dus niet om losse objecten. Inzicht in het functioneren van het systeem in z’n geheel, is essentieel om te weten wanneer onderhoud, reparatie, vervanging, verbetering of andere maatregelen noodzakelijk zijn. Het gaat onder meer om de volgende zaken:
-
De basis is het gegevensbeheer, weten wat je hebt. De uitdaging is om te werken volgens standaarden zoals GWSW en uitwisseling van gegevens met derden mogelijk te maken;
-
Hydraulische berekeningen helpen om het systeem-functioneren te begrijpen en te toetsen. Het nieuw op te stellen SSW kijkt naar het systeem als geheel en past daarmee bij het samenwerken tussen gemeente en waterschap;
-
Monitoring is gericht op de vraag hoe het systeem in de praktijk functioneert. Hier liggen kansen voor verbetering door de monitoring op te pakken in samenwerking tussen gemeenten en waterschap in de regio;
-
Degradatie-analyse en risicogestuurd beheer zijn methoden die helpen om de kosten op lange termijn te beperken en inzichtelijk te maken.
In dit WRP worden deze berekeningen en beschouwingen slechts kort aangetipt. Elk onderwerp gaat gepaard met modellen, berekeningen en rapportages. Deze zijn aanwezig op de beherende afdeling.
Gegevensbeheer
Correcte gegevens van de te beheren objecten vormen de basis voor goed beheer. De objectgegevens zijn opgenomen in de volgende systemen:
-
Beheerpakket GBI & KIKKER voor de gegevens van riolen, inspectieputten, kolken, etc;
-
Oude huisaansluitleidingen worden bijgehouden in een digitale kaartenbak nieuwe worden verwerkt in het beheersysteem;
-
TeleControlNet voor het gemalenbeheer en de monitoring van overstorten en grondwaterpeilbuizen;
-
Mapkit & ZoZien voor asset management.
Hydraulische berekeningen
Rioleringsvoorzieningen moeten voldoende capaciteit hebben om naar behoren te kunnen functioneren. Bij het dimensioneren van deze voorzieningen worden daarom hydraulische ontwerpberekeningen uitgevoerd. Periodiek worden controleberekeningen uitgevoerd om te bezien of de voorziening nog voldoet als er gewijzigde omstandigheden zijn in de praktijk of andere aanleidingen.
Het gaat onder meer om de volgende berekeningen:
-
Berekening van de afvoer (debieten, afschot, stroomsnelheden, verloren berging, aantal uren berging, etc.) van afvalwater richting RWZI;
-
Berekening van rioolgemalen (pompcurves, pomptypen, pendelberging, samenloop) en persleidingen (snelheid, weerstand, waterslag);
-
Berekening van de afvoer van zware buien in de riolering, bijvoorbeeld bui 8 of 9;
-
Berekening van de afvoer bij een extreme bui met afvoer over straat;
-
Berekening van bijzondere voorzieningen als wadi’s, retentievijvers, infiltratiesystemen, stuwputten en dergelijke;
-
Waterbalans van een stedelijk gebied;
-
Grondwaterberekeningen, onder meer gericht op benodigde drooglegging en drainage.
Monitoring van het systeem-functioneren
Monitoring is het waarnemen van het feitelijke gedrag en dit in relatie brengen met het beoogde gedrag.
Rioleringsvoorzieningen zoals gemalen, pompunits, overstorten en drainage worden gedimensioneerd op basis van theoretische berekeningen met diverse aannamen. Deze werkwijze is heel gebruikelijk in de civiele techniek. Het is in feite de enige bruikbare manier om grootschalige voorzieningen te ontwerpen. Het is ook gebruikelijk dat het feitelijke functioneren enigszins afwijkt van de ontwerpuitgangspunten. Zolang dit binnen redelijke marges blijft is er niets aan de hand en voldoet het systeem aan de verwachtingen. Maar als het feitelijke functioneren fors afwijkt van de verwachting, dan kan het nodig zijn om in te grijpen. Het kan bijvoorbeeld gaan om afvoerhoeveelheden die afwijken of om plekken met water op straat terwijl het stelsel wel voldoet aan ontwerpbui 8.
Gemalen en persleidingen zijn een essentieel onderdeel in het transport van afvalwater. Het zijn de meet- en monitorpunten in het systeem en van daaruit ook de plekken waar je kan sturen, mocht dat nodig zijn. Een scherp beeld hoe het afvalwatersysteem werkt wordt alleen maar belangrijker. Samenwerking met andere gemeenten of met het waterschap kan zeker helpen hier stappen in te zetten. Maak samen een meetplan waarmee je methodische de werking van het systeem in kaart brengt. Van daaruit kan je verbeteren en sturen.
Risicogestuurd rioolbeheer
In de jaren ’80 van de vorige eeuw ontstond het besef dat verouderde riolen kunnen leiden tot gaten in het wegdek en tot disfunctioneren van de riolering. Er kwam meer aandacht voor beheer en onderhoud van de riolering. De rioolheffing (toen nog rioolrecht) moest omhoog om de benodigde middelen te vergaren om verouderde riolen te kunnen vervangen door nieuwe.
Gemeenten hanteren in toenemende mate een bewuste strategie voor rioolvervanging, waarbij de afweging om een riool te vernieuwen plaatsvindt op basis van de afweging tussen de kans op falen, de gevolgen hiervan en de kosten die met dit falen zijn gemoeid. Onderstaande figuur illustreert mogelijke strategieën voor het vervangen van riolering.

-
De meest eenvoudige strategie is niets doen. Wachten tot het misgaat en dan in actie komen. Een groot nadeel van deze strategie is dat je niet weet wat je kunt verwachten.
-
Het sturen op leeftijd gaat uit van de generieke aanname dat een riool een x-aantal jaar meegaat en dan vernieuwd moet worden. Inmiddels onderkent men dat dit een wel erg kort door de bocht benadering is. Er is niet één levensduur. Dit blijkt ook uit de steeds frequenter uitgevoerde degradatieanalyses.
-
Een andere strategie is die van kwaliteit-gestuurde rioolvervanging. Hierbij wordt louter gekeken naar de kwaliteit van de individuele rioolleiding. We hanteren dan de zogenaamde ingrijpmaatstaven, vaak in combinatie met een omvangmaatstaf.
-
Als er daarnaast ook gekeken wordt naar de gevolgen van falen (in termen van ontwrichting en kosten) dan beschouwen we dit als een risico-gestuurde strategie. Riolen met een groot achterliggend gebied vind je dan belangrijker dan perifere riolen.
-
De risicokosten strategie koppelt de kosten van het falen van een rioolleiding vermenigvuldigd met de faalkans van die leiding aan de vernieuwingskosten van die leiding. Als de kosten van falen keer de faalkans hoger worden dan de vernieuwingskosten, dan is het moment van daadwerkelijk vernieuwen aangebroken. In deze benadering wordt gestuurd op de minimale kosten van de asset als moment voor vervangen.
4.5 Integrale besluitvorming rondom rioolvernieuwing
Het besluit om een rioolbuis te repareren, relinen of vervangen staat meestal niet op zichzelf. Gezien de consequenties van de rioolvervanging qua omvang van de werkzaamheden (straat open, brede sleuf en wegdek vervangen) hangt het besluit samen met andere aspecten die spelen in de openbare ruimte, zoals de kwaliteit en ouderdom van de weg, plannen om openbare ruimte anders in te richten, al of niet via burgerinitiatieven, en nieuwe opgaven zoals klimaatadaptatie, aanleg warmtenet of uitbreiding elektriciteitsnet. Het gaat bij de besluitvorming over rioolvervanging dus om meer dan alleen de riolering. Onderstaande figuur illustreert het proces om te komen tot een besluit over het vervangen van riolering.

In de praktijk is sprake van een besluit dat is gebaseerd op een meervoudige optimalisatie van aspecten die spelen in de openbare ruimte in een buurt of wijk. Vanuit het perspectief van de riolering is er dus sprake van optimalisaties op twee niveaus:
1. Niveau riolering: deze is gericht op de programmering van het in stand houden van de vrij verval riolering. Het optimum komt voort uit het risico-gestuurde rioolbeheer. 2. Niveau openbare ruimte: deze is gericht op een bredere programmering van opgaven. Het optimum komt voort uit de met elkaar samenhangende opgaven in een buurt of wijk.
Riool repareren, relinen of vervangen?
De rioolbeheerder kan maatregelen formuleren aan de hand van de rioolinspecties en de beoordelingen. Soms kan worden volstaan met onderhoud en reparaties. In andere gevallen is het riool zodanig verouderd dat relinen of vervangen aan de orde is. Bij relinen wordt binnenin de oude riolering een nieuwe kunststof voorziening aangebracht. Bij vervanging wordt de straat opgebroken en worden nieuwe buizen, putten en aansluitleidingen aangelegd. Rioolvervanging is daardoor een zeer ingrijpende maatregel. Dikwijls wordt tegelijk de wegconstructie verbeterd, het wegdek vernieuwd en de openbare ruimte opnieuw ingericht. Rioolvervanging vraagt daarom een goede voorbereiding en afstemming met andere vakgebieden. Relinen is minder ingrijpend en is meestal aanzienlijk goedkoper. Relinen biedt echter niet altijd een goede oplossing, zoals bij verzakte riolering. Ook in andere opzichten geeft relinen een ander product dan rioolvervanging, zo ontbreken bijvoorbeeld nieuwe putten en de kans om het wegdek integraal te vernieuwen of het wegtracé te verplaatsen.
4.6 Riolering en calamiteiten
In de praktijk komen calamiteiten voor. Dat kan zijn door het falen van een object in de riolering zelf (defect of storing), waardoor het functioneren van het gehele systeem in het geding is. Maar een calamiteit kan ook worden veroorzaakt door een externe gebeurtenis, waarbij de riolering een rol speelt bij de gevolgen ervan. Bij grote calamiteiten moet worden opgeschaald. Het valt buiten het WRP om dit te beschrijven.
Calamiteiten door falende objecten in de riolering
Het rioolstelsel kent veel objecten die om wat voor reden dan ook kunnen uitvallen. Denk bijvoorbeeld aan pompen in de drukriolering, gemalen in het vuilwaterriool, tunnelbemalingen, verstoppingen van leidingen, scheuren in de riolering of zelfs het instorten van het wegdek door zandinloop in rioolbuizen en/of putten. Het falen van één of meer objecten kan het functioneren van het gehele systeem ondermijnen. Het uitvallen van rioolgemalen door een defect of stroomstoring kan er bijvoorbeeld toe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na enkele uren ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu.
Daarom is het van belang dat voor de meest vitale objecten in het rioolstelsel een calamiteitenprocedure bestaat, zodat het uitvallen van deze objecten snel kan worden verholpen.
Calamiteiten door externe factoren
Riolering kan een onverwachte rol spelen bij calamiteiten. Realistische externe risico’s zijn:
-
ontploffingen in het riool na inloop van brandstof;
-
ontruiming van woningen na verspreiding van giftige stoffen;
-
uitval van de RWZI na lozing van een onbekende stof bij een ongeval, een bedrijfsincident of door opzet;
-
stopzetting van drinkwaterwinning na lozing van bluswater.
Het WRP is niet de aangewezen plek om dit uit te werken. Dit hoort thuis bij de algemene bestrijding van incidenten en calamiteiten, met een centrale rol voor de Brandweer. Elke gemeente beschikt daartoe over een model met stappen voor opschaling en organisatie.
4.7 Samenwerking bij beheer van de riolering
Riolering en stedelijk waterbeheer vormt een eigen vakgebied, maar geen sectorale aangelegenheid. Op diverse punten bestaan raakvlakken met andere afdelingen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. In het overzicht staan relaties van rioleringsbeheer met aanpalende gemeentelijke vakgebieden. Al deze relaties vragen direct of zijdelings aandacht van de rioleringsbeheerder.
Gemeenten en waterbeheerders komen elkaar op diverse punten tegen. Goede samenwerking met de waterbeheerder is van groot belang gezien de vele raakvlakken tussen gemeente en waterbeheerders. Het managen van deze relaties vergt aandacht van beide kanten en in beide organisaties van verschillende betrokken collega’s. Goede samenwerking tussen gemeente en waterschap past bij de geest van de Omgevingswet. De overheid mag niet versnipperd optreden, maar verschillende overheidsinstanties werken samen ten behoeve van de maatschappij.
Twents waternet is de naam van het regionale samenwerkingsverband tussen de Twentse gemeenten, waterschap Vechtstromen, Vitens en provincie Overijssel.
Relaties van rioleringsbeheer met aanpalende gemeentelijke vakgebieden
Wegbeheer: Riolering, kolken en aansluitleidingen liggen in en onder de weg. Ook kan de weg onderdeel zijn van het hele systeem voor ontwatering. Werkzaamheden aan het één beïnvloeden het ander. Samenwerking en afstemming is daarom vereist.
Klimaatadaptatie: Bij de omgang met regenwater en grondwater speelt de riolering (wadi’s, HWA en drainage) een belangrijke rol. De inrichting van de publieke en private buitenruimte is bepalend voor de effecten van hevige regenval, droogte en hitte.
Inrichting openbare ruimte: Hemelwaterafvoer wordt sterk beïnvloed door de inrichting van de openbare ruimte. Vooral bij extreme buien speelt het spel van hoog en laag een cruciale rol, het vormt het verschil tussen gereguleerde afvoer of overlast. Samenwerking en afstemming is daarom vereist.
Schoonhouden openbare ruimte: Straatvegen en kolken zuigen hebben met elkaar te maken. Een schonere straat leidt tot minder vuil in de kolken. Maar kolken zuigen is goedkoper dan straatvegen, dus de relatie is beperkt.
Beheer gemeentelijke waterlopen: Grotere vijvers en watergangen zijn in beheer bij de waterschappen. Kleinere sloten en greppels in bebouwd gebied zijn vaak in beheer bij de gemeente en spelen een belangrijke rol voor de hemelwatertaak en de grondwatertaak. Verder beheert de gemeente sloten in het buitengebied, die bijdragen aan het waterbeheer.
Ontwikkelingsprojecten (woningbouw en herstructurering): Bij ontwikkelingsprojecten spelen talloze aspecten een rol, waaronder de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Het is een kunst om aan alle belangen tegemoet te komen.
Uitvoeringsprojecten: Tijdens het ontwerp en de uitvoering van rioleringswerken is het van belang dat de kwaliteit wordt geborgd, zodat de rioleringsbeheerder goede objecten krijgt overgedragen.
Omgevingsvergunningen: Wateraspecten vormen onderdeel van de Omgevingsvergunning. Deze moeten goed worden meegenomen.
Opsporen foutieve aansluitingen en handhavend optreden: Foutieve aansluitingen zijn een lastig punt binnen het rioleringsbeheer. Bij het opsporen en herstellen treed je in het domein van de particulier. Dit moet goed worden afgestemd.
Gemeentelijk vastgoedbeheer i.v.m. gemaalbehuizingen: Grotere rioolgemalen zijn geplaatst in speciale behuizingen. kleinere pompen zijn vaak voorzien van schakelkasten op het maaiveld.
Duurzaamheid en milieubeleid: Keuzes inzake beleid en beheer van riolering hebben effecten in termen van duurzaamheid en milieu.
Financiën en belasting: Rioleringsbeheer kost geld. Dit punt wordt verderop in dit WRP uitgewerkt.
Aspecten van de samenwerking tussen de gemeente en de waterbeheerder(s)
Wateradvies
Dit is het proces van overleg met de waterbeheerder bij stedenbouwkundige en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte, waardoor inzichten over het water al vroegtijdig worden meegenomen in het ruimtelijke ontwerp.
-
Locatiekeuze – ruimtelijke ordening: Het gaat om de vraag of de plek geschikt is voor de gewenste ontwikkeling of dat het beter elders kan. Andersom kan ook, namelijk dat de waterbeheerder ruimte voor water zoekt en de gemeente nodig heeft.
-
Peilbeheer – ruimtelijke ordening: Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer. Het bedient daarmee de ruimtelijke functies zo goed mogelijk. Het beleid van beide overheden moet daarom op elkaar afgestemd zijn.
-
Systeemkeuze – ruimtelijke inrichting: Het gaat bijvoorbeeld om de keuze voor een wadi omdat dit retentie geeft gecombineerd met zuivering van straatvuil en lagere belasting van de RWZI.
Waterketen
De waterketen is het geheel van drinkwater via riolering tot de zuivering RWZI, dus grofweg alles in een buis ten behoeve van onze kraan in huis en bedrijf.
-
RWZI en rioolstelsels: Het waterschap is beheerder van de RWZI, inclusief de hoofdrioolgemalen met bijbehorende persleidingen. Het aansluitende rioolstelsel is in beheer bij de gemeente. Samenwerking en afstemming is daarom vereist.
-
Lozing op de riolering: De gemeente is bevoegd gezag voor lozing op de riolering, terwijl dit mede effect heeft op de werking van de RWZI. Afstemming van beleid en handhaving is daarom nodig. Bij bedrijfsmatige lozingen gaat het ook om voorzuivering, het delen van informatie en handhaving.
-
Lozingen vanuit de riolering op oppervlaktewater: Uitlaten en riooloverstorten zijn nodig om hemelwater te lozen. De hoeveelheid water en de mate van verontreiniging zijn onderwerp van gesprek tussen waterschap en gemeente.
-
Diverse andere onderwerpen, zoals deels elders besproken in dit WRP, vragen om samenwerking: Dun water, discrepantie, afvalwater in het buitengebied, afkoppelen hemelwater, monitoring.
Waterlopen
Het waterschap voert het beheer over het watersysteem met de grotere waterlopen. Sloten in het buitengebied en in kernen vallen onder gemeentelijk of particulier beheer. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer peilbeheer, oeverbeheer, baggeren, afvoer van maaisel en eventuele toekomstige herinrichting. Ook duikers, bruggen, beschoeiingen, kademuren en dergelijke vergen afstemming tussen waterschap en gemeente.
Waterkeringen
Het waterschap voert het beheer over regionale waterkeringen. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer vergunningen, recreatief medegebruik en eventuele toekomstige herinrichting.
Omgevingsvergunning.
De gemeente geeft omgevingsvergunningen af. Dit geldt ook voor projecten die het waterschap wil realiseren. Samenwerking en afstemming is daarom vereist.
Samenwerkingsverband Twents waternet - Regionale samenwerking
De Twentse gemeenten, Vitens, de Provincie Overijssel en waterschap Vechtstromen werken samen in de afvalwaterketen onder de naam Twents waternet. Het betreft het werkgebied van het voormalige waterschap Regge en Dinkel. De samenwerking richt zich op kennisuitwisseling en beoogt de kwaliteit van de uitvoering van de gemeentelijke watertaken en de afwegingen die daarbij aan de orde zijn verder te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen.
De samenwerking is gestart begin 21ste eeuw rondom riooloverstorten en drukriolering, geïntensiveerd in de periode van het BAW 2011 (Bestuursakkoord Water) en inmiddels uitgebreid met klimaatadaptatie.
4.8 Formatiecheck
Rioleringsbeheer is een veelomvattende aangelegenheid en vraagt inzet van menskracht. Bijgaand kader geeft een overzicht van de personele aspecten van de rioleringszorg. Het overzicht volgt de indeling van de Leidraad Riolering / Kennisbank van RIONED. De methode geeft een globale check op de omvang van de beherende organisatie van de gemeente
Uit de globale check van blijkt dat gemeente Haaksbergen een krappe formatie kent voor het onderwerp riolering en water. Er is bewust gekozen om een zogenaamde regiegemeente te zijn die werkt met een kleine eigen formatie en met veel uitbesteding van taken. Tijdens de looptijd van het vorige GRP was er sprake van onderbezetting waardoor minder maatregelen zijn uitgevoerd dan de bedoeling was. Investeringsprojecten liepen vertraging op ten opzicht van de programmering. Medio 2024, tijdens het schrijven van de tekst van het onderhavige WRP is de situatie verbeterd. Tijdens de looptijd van dit WRP moet worden bekeken of de programmering met het nieuwe team uitvoerbaar is.
Personele aspecten van de rioleringszorg
Rioleringsbeheer, inclusief de gemeentelijke watertaken, brengt een omvangrijk takenpakket met zich mee, dat de nodige personele inzet vereist. Met behulp van de Kennisbank Riolering van RIONED en de spreadsheet van module D2000 uit de Leidraad Riolering is een inschatting gemaakt van de benodigde personele inzet. Het is gebaseerd op inwoneraantal, areaalgrootte en geplande investeringen. Het gaat uit van landelijke gemiddelden en houdt geen rekening met lokale bijzonderheden. Het is een hulpmiddel om de lokale personeelsformatie te bespreken.
De taken zijn te verdelen in 3 hoofdgroepen:
De personele inzet voor deze algemene taken is gerelateerd aan het inwoneraantal.
De personele inzet voor deze onderhoudstaken is gerelateerd aan de areaalgrootte.
De personele inzet voor deze maatregelen is gerelateerd aan de investeringslijst.
Een gemeente kan kiezen om alle taken met eigen mensen te doen of om meer uit te besteden. Bij de “algemene taken” kan de gemeente bijvoorbeeld zelf het WRP schrijven en hydraulische berekeningen uitvoeren of deze taken uitbesteden aan een adviesbureau. Bij “onderhoud” kan ze zelf kolken reinigen en een eigen gemalenploeg hebben of dit uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven. Bij “maatregelen voorbereiden” kan de gemeente zelf het ontwerp en bestek maken of dit uitbesteden aan een ontwerpbureau.
Onderstaand worden twee uitersten gegeven. Bij “zelf doen” doet de gemeente alle taken met eigen mensen. Bij “regie” wordt zoveel mogelijk uitbesteed, maar de gemeente blijft verantwoordelijk en moet coördinerende en aansturende taken wel blijven doen. De volgende kolom toont de situatie in de gemeente, in de laatste kolom aangevuld met eventuele opmerkingen.
|
Hoofdgroep taken |
“Zelf doen” |
“Regie” |
Gemeente |
Opmerkingen |
|
1 – Algemene taken |
3,1 fte |
1,4 fte |
1,6fte |
|
|
2 – Onderhoud |
7,7 fte |
0,1 fte |
0.3 fte |
|
|
3 – Maatregelen |
3,6 fte |
1,4 fte |
0,9 fte |
Onderbezetting leidt tot vertraging. |
|
Totaal fte’s |
14,4 fte |
2,9 fte |
2,8 fte |
Oppervlaktewater is hier niet meegerekend. |
5 Programmering
5.1 Programmering van activiteiten
Dit hoofdstuk draait om de programmering van activiteiten die nodig zijn om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken. Dat gaat in de eerste plaats om het dagelijkse beheer en onderhoud. Daarna wordt stilgestaan bij onderzoeksprojecten. Tot slot wordt gekeken naar investeringen om delen van stelsel te renoveren, verbeteren of vernieuwen. De programmering is inclusief jaartallen en kosten. Alle bedragen zijn op prijspeil 2024 met het inzicht van dat moment. In de jaarlijkse begroting en bij kredietaanvragen worden de bedragen geactualiseerd.
5.2 Beheer en onderhoud
Het beheer en onderhoud van de riolering is van essentieel belang om het systeem goed te laten functioneren. In hoofdstuk 4 van dit WRP is uiteengezet hoe het beheer en onderhoud wordt georganiseerd in gemeente Haaksbergen. In de planperiode wordt dit voortgezet.
Activiteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van gemeentelijke watertaken mogen worden toegerekend aan het rioleringsbeheer. Sommige activiteiten worden enkel uitgevoerd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken en worden daaraan geheel toegerekend, bijvoorbeeld het inspecteren en reinigen van de riolering. Daarnaast zijn er gemengdeactiviteiten, zie bijgaand kader. Voor deze activiteiten geeft de begroting aan welk gedeelte van de kosten ten laste van de riolering wordt gebracht, op basis van het beleid uit het WRP. Tot slot zijn er activiteiten die niet bij de riolering horen. Deze zijn natuurlijk niet uitputtend op te sommen. Enkele worden wel aangetipt in hetzelfde kader, omdat er discussie over kan ontstaan.
Bijgaande tabel geeft een overzicht van de kosten (met afgeronde bedragen en exclusief BTW) voor het beheer en onderhoud van de rioleringszorg op prijspeil 2025.
In deze tabel zijn geen vernieuwingsprojecten opgenomen. Deze komen in §5.4 aan de orde.
|
Onderwerp |
Kosten per jaar |
Toelichting |
|
Rioolgemalen |
€ 230.000 |
Energie, onderhoud, storingen, monitoring, etc. |
|
Vrijvervalriolering |
€ 330.000 |
Onderhoud, inspecties, reparaties, etc. |
|
Drukriolering |
€ 360.000 |
Energie, onderhoud, storingen, monitoring, etc. |
|
Waterbeheer |
€ 100.000 |
Onderhoud, etc. |
|
Diversen |
€ 70.000 |
Contributies, adviezen, etc. |
|
GBTwente |
€ 200.000 |
Rioolheffing aanslagen, inning, etc. |
|
Uren eigen medewerkers |
€ 270.000 |
|
|
Overhead |
€ 230.000 |
|
|
Totaal (afgerond) |
€ 1.800.000 |
Zie de jaarlijkse begroting voor de actuele exacte bedragen. |
Gemengde activiteiten en enkele activiteiten die niet tot de riolering behoren
Gemengde activiteiten dienen meerdere doelen. Bijvoorbeeld straatreiniging. Dat wordt hoofdzakelijk gedaan voor het schoonhouden van de openbare ruimte. Maar het dient ook de riolering, omdat de kolken dan minder vaak hoeven te worden gereinigd. Van zo’n gemengde activiteit kan een gedeelte van de kosten worden toegerekend aan de rioolheffing. Het percentage van kostentoerekening is enigszins arbitrair en dient naar redelijkheid te worden gekozen.
Onderstaand worden enkele gemengde activiteiten besproken:
-
Straatreiniging: Straatreiniging dient in eerste plaats het beheer van de openbare ruimte. In tweede instantie treedt een besparing op bij het reinigen van de kolken. In gemeente Haaksbergen worden de kosten van straatreiniging voor €10.000 per jaar (= circa 10 %) toegerekend aan de rioleringszorg;
-
Sloten binnen de bebouwde kom: Sloten binnen de bebouwde kom vormen een kans om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam stedelijk waterbeheer. Het is verdedigbaar de kosten hiervan deels toe te rekenen aan de rioleringszorg. In gemeente Haaksbergen gebeurt dit voor 50%;
-
Onderhoud Wadi’s: Een WADI is in essentie een voorziening voor de hemelwaterzorgplicht van een gemeente. In de praktijk zien bewoners een WADI vaak als een groenvoorziening of een speelplek. Die functies heeft een WADI vaak ook. Het lijkt redelijk het beheer deels toe te rekenen aan de rioolheffing;
-
Waterdoorlatende verharding: Waterdoorlatende verharding is primair een verharding (bijvoorbeeld rijbaan, parkeerplaats, fietspad of wandelpad). Het feit dat de verharding doorlatend is, draagt bij aan het verwerken van regenwater en het aanvullen van het grondwater.
Onderstaand worden enkele activiteiten besproken die niet tot de riolering behoren:
-
Onkruidbestrijding wordt niet uitgevoerd ten behoeve van de rioleringszorg. Enige vertraging van de afstroming op straat naar de riolering is zelfs gunstig;
-
Bomen planten doe je niet ten behoeve van de gemeentelijke watertaken. In de winter kan een hoge grondwaterstand een probleem zijn die je aanpakt met maatregelen, zoals drainage. Een boom helpt niet of nauwelijks omdat de verdamping in de winter vrijwel stilligt. In de zomer verdampt een boom juist veel water en dat kan zelfs ongewenst zijn vanwege verzakkingsrisico van aangrenzende bebouwing;
-
Groen-blauwe daken dienen verschillende doelen, zoals het versterken van de biodiversiteit, afvangen van fijn stof, isolatie van een gebouw en daarnaast in geval van bergingscapaciteit het vertraagd afvoeren van regenwater. De effectiviteit voor waterbeheer is beperkt en daarom worden kosten voor groen-blauwe daken niet toegerekend aan de rioolheffing;
-
Bestrijding van hitte hoort niet bij de gemeentelijke watertaken.
5.3 Onderzoeksprojecten
Onderzoek en planvorming zijn nodig om goed zicht te houden op de ontwikkeling van het rioolstelsel. Het helpt om de goede koers te houden binnen de rioleringszorg. Bijgaand overzicht toont de geplande projecten. Doorklikken op een onderwerp brengt u bij een kader met extra informatie. Het is goed denkbaar dat tijdens de looptijd van dit WRP nog enkele acties worden toegevoegd vanuit actuele ontwikkelingen.
Onderzoeksprojecten met een regionaal karakter worden voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van het Twents waternet.
|
Onderwerp |
Periode |
||
|
|
2025-2026 |
2027-2028 |
2029-2030 |
|
Variantenstudie tariefsysteem rioolheffing (eventueel samen met Twn) |
x |
|
|
|
Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen |
x |
|
|
|
Hemelwaterbeleid gebiedsgericht uitwerken |
|
x |
x |
|
Rioleringsbeleid concreet verwoorden per perceel voor omgevingsplan |
|
|
x |
|
Onderzoek inspectieputten |
|
x |
|
|
Degradatie-analyse |
|
|
x |
|
Onderzoek persleidingen (eventueel samen met Twn) |
|
|
x |
|
Monitoring systeem-functioneren opzetten (eventueel samen metTwn) |
|
x |
|
Variantenstudie tariefsysteem rioolheffing
De bedoeling van dit project is om verschillende opties naast elkaar te zetten hoe je de lasten van de rioolheffing kunt verdelen over de verschillende groepen eigenaren en gebruikers die belang hebben bij de riolering. De eerste vraag is of je de heffing alleen oplegt voor percelen met een aansluiting op de riolering of ook bij indirecte aansluiting of zelfs aan alle percelen. Vervolgens komt de afweging tussen eigenaar en/of gebruiker. Tot slot zijn verschillende tariefsystemen mogelijk, zoals vast bedrag, bedrag per inwoner, bedrag naar drinkwaterverbruik, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, enzovoorts. Elke keuze heeft specifieke voor- en nadelen. Het onderzoek wordt voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van het Twents waternet en daarna uitgewerkt per gemeente.
Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen
Het SSW vervangt het basisrioleringsplan (BRP). Het BRP beperkte zich tot het rioleringssysteem. In de huidige zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater zijn behalve de riolering ook de openbare ruimte en het oppervlaktewater betrokken. In het SSW worden alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen beschreven. Het vervangt daarmee niet alleen het BRP, maar ook de bestaande watervisie en het regenwaterradialenplan.
Hemelwaterbeleid gebiedsgericht uitwerken
In het WRP is het hemelwaterbeleid op hoofdlijnen geformuleerd. De volgende stap is uitwerking per wijk of buurt. Zie de principes voor hemelwaterbeleid en de checklist per buurt als basis voor dit project. De uitkomst van dit project is concreet hemelwaterbeleid per buurt. Dit is inclusief een hemelwaterverordening.
Rioleringsbeleid concreet verwoorden per perceel voor het omgevingsplan
In het omgevingsplan wordt in het digitale stelsel het beleid per perceel weergegeven. Het beleid voor afvalwater, hemelwater en grondwater staat hier toegespitst per perceel.
Onderzoek inspectieputten
Inspectieputten werden voorheen niet systematisch geïnspecteerd. Visuele afwijkingen werden gemeld bij de inspectie van de vrijvervalleidingen. Sommige typen putten kennen echter een specifiek gedrag in degradatie. Door systematisch ook de inspectieputten mee te nemen in de inspectie van het vrijvervalstelsel wordt de conditie van deze assets gemonitord.
Degradatie-analyse
Riolering heeft een eindige levensduur. Na verloop van tijd kunnen bijvoorbeeld zettingen optreden of lekkende voegen of aantasting van beton. Een belangrijke indicator is de leeftijd, maar soms zijn relatief jonge riolen toch snel versleten, bijvoorbeeld door slechte aanleg of door aantasting ten gevolge van lozingen vanuit de drukriolering. De toestand van de riolering wordt daarom periodiek geïnspecteerd met behulp van speciale rijdende camera’s. Er volgt een nauwkeurige beoordeling en rapportage.
In het project degradatie-analyse wordt systematisch gekeken naar de achteruitgang van de bestaande riolering, inclusief extrapolatie naar de toekomst. Dit geeft een inschatting van de kosten voor het in stand houden van de riolering op korte en langere termijn. Dit is belangrijke input voor de berekening van de benodigde rioolheffing. Het project wordt daarom gepland in de laatste jaren van de planperiode van dit WRP, zodat informatie wordt verzameld voor de opvolger van dit WRP.
Onderzoek persleidingen
Om te komen tot een beheer- en onderhoudsplan dient eerst de conditie (lekkage, sterkte, hydraulica en zetting) van de bestaande persleidingen te worden bepaald. Dit kan door de prioritaire persleidingen te reinigen d.m.v. piggen en te inspecteren d.m.v. intelligent pigging, ultrasoon of elektroscan. Daarnaast kan veel informatie worden ontleend aan de beoordeling van persleidingen die vervangen zijn/worden. Omdat inwendig onderzoek bij persleidingen relatief duur is, ligt het voor de hand om op zoek te gaan en gebruik te maken van kennis, inzichten en ervaring die elders al is opgedaan (literatuurstudie). Dit project wordt voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van Twents waternet.
Monitoring systeem-functioneren opzetten
De bedoeling van dit project is om een systeem op te zetten waarmee het functioneren van de riolering continu in de gaten wordt gehouden. Bij afwijking volgt nadere analyse en eventueel actie. Dit project wordt voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van Twents waternet.
5.4 Programmering van vernieuwingsprojecten
De riolering is opgebouwd uit een groot aantal objecten, zoals in §4.2 omschreven. Deze objecten verouderen en moeten om de zoveel tijd worden gerenoveerd of vervangen, zoals in §4.5 is toegelicht. Dit is een doorgaand proces met de bedoeling om de riolering op lange termijn in stand te houden.
Een belangrijk aspect is de vernieuwing van verouderde riolen. Zie bijgaand kader met meer informatie over risicogestuurde rioolvernieuwing met behulp van model Rasmariant. Op deze wijze wordt balans gezocht tussen aanvaardbare risico’s en beperking van de kosten.
Zie bijgaand kader met de programmering van vernieuwingsprojecten gedurende de planperiode.
Risicogestuurde rioolvernieuwing met behulp van model Rasmaint
In de aanloop naar het onderhavige WRP heeft herberekening plaatsgevonden van het risico-gestuurde rioolbeheer met het computermodel Rasmaint. Belangrijke conclusies uit dit onderzoek zijn de volgende:
-
Het benodigde budget voor rioolvernieuwing bedraagt M€125 tot het jaar 2100. Dit gaat over de vrijvervalriolering, zonder gemalen, randvoorzieningen, drukriolering, wadi’s, etc;
-
Dit betekent een budget voor rioolvernieuwing van M€1,6 per jaar;
-
Gedurende de planperiode 2025 - 2030 en de jaren daarna tot 2025 kan worden volstaan met een lager budget voor rioolvernieuwing, namelijk gemiddeld M€0,6 per jaar. Dit komt omdat veel riolen in Haaksbergen nog in redelijke tot goede staat verkeren. De risico-gestuurde aanpak leidt ertoe dat riolen niet onnodig vroeg worden vernieuwd, maar pas als dit echt nodig is;
-
Genoemde bedragen zijn gebaseerd op kostenkengetallen voor rioolvervanging inclusief WRU (Winst Risico Uitvoering), VT (Voorbereiding Toezicht en AK (algemene kosten), maar exclusief BTW. De raming is overeenkomstig de Kennisbank van Stichting RIONED op prijspeil 2021. Medio 2022 hebben aanzienlijke prijsverhogingen plaatsgevonden, maar die zitten hier nog niet in verwerkt. Omdat het onzeker is hoe de prijzen komende jaren gaan worden, is het advies om dit aspect jaarlijks te betrekken bij de vaststelling van de verordening rioolheffing. Dus niet één discutabele aanname in dit WRP, maar een jaarlijkse actuele blik op de stand van zaken, waarbij de inflatie wordt betrokken.
Concept plaatje vanuit Rasmariant met de vernieuwingsopgave vanaf 2023-2035.

Programmering van vernieuwingsprojecten
|
Nr. |
Omschrijving van het project |
Geraamd bedrag excl. BTW |
Jaartal klaar |
|
A1 |
Wateroverlast de Brink (+ toevoeging overschot) |
€ 495.000 |
2027 |
|
A2 |
Wateroverlast Veldmaat (Meidoorn) |
€ 247.000 |
2027 |
|
A3 |
Aanpak Benninkstraat |
€ 250.000 |
2028 |
|
A4 |
Wateroverlast Blankenburgerstraat |
€ 200.000 |
2028 |
|
|
|
|
|
|
B1 |
Bijdrage riolering en watergangen oude N18 |
€ 75.000 |
2026 |
|
B2 |
Bijdrage riolering en watergangen oude N18 rotonde |
€ 96.000 |
2026 |
|
B3 |
Aanpassen watergangen oude Enschedesestraat |
€ 10.000 |
2025 |
|
B4 |
Kempke |
€ 267.000 |
2028 |
|
B5 |
Aanpassen Veldmaterstraat |
€ 55.000 |
2027 |
|
B6 |
Parallelweg de Hoeve VWA en HWA |
€ 300.000 |
2027 |
|
B7 |
Aanpak riolering Sterkerstraat |
€ 520.000 |
2028 |
|
B8 |
Parallelweg Haaksbergen |
€ 503.000 |
2029 |
|
|
|
|
|
|
C1 |
Centrum Veldmaat |
€ 670.000 |
2029 |
|
C2 |
Parallelweg Haaksbergen |
€ 1.200.000 |
2029 |
|
C3 |
Veldmaat bomenbuurt (Berk) |
€ 835.000 |
2028 |
|
C4 |
Hibbertstraat |
€ 370.000 |
2031 |
|
C5 |
Zwarteland |
€ 1.100.000 |
2030 |
|
C6 |
Spoorstraat + plein de Kalter |
€ 1.350.000 |
2030 |
|
C7 |
Goorsestraat |
€ 1.540.000 |
2028 |
|
C8 |
kruising Eibergsestraat - Scholtenhagenweg |
€ 690.000 |
2029 |
|
C9 |
Marktplan |
€ 600.000 |
2031 |
|
C10 |
Bartokstraat - de Weert |
€ 570.000 |
2029 |
|
C11 |
Von Heijdenstraat |
€ 440.000 |
2032 |
|
C12 |
Buurserstraat (Wilhelmina viaduct) |
€ 566.000 |
2032 |
|
C13 |
Regenwaterriolen oude Boekeloseweg |
€ 920.000 |
2034 |
|
|
|
|
|
|
D1 |
Sterrenbosstraat (mechanisch/elektrisch) |
€ 10.000 |
2025 |
|
D2 |
Munsterdijk |
€ 50.000 |
2025 |
|
D3 |
Hengelosestraat |
€ 50.000 |
2025 |
|
D4 |
Broekheurneweg |
€ 50.000 |
2025 |
|
D5 |
Kemerij |
€ 30.000 |
2026 |
|
D6 |
Kolenbranderweg (mechanisch/elektrisch) |
€ 40.000 |
2027 |
|
D7 |
Wiedenbroeksingel (mechanisch/elektrisch) |
€ 40.000 |
2027 |
|
D8 |
Scholtenhagenweg pompput (bouwkundig) |
€ 30.000 |
2027 |
|
D9 |
Westsingel pompput (mechanisch/elektrisch) |
€ 20.000 |
2028 |
|
D10 |
Violier pompput (mechanisch/elektrisch) |
€ 20.000 |
2028 |
|
D11 |
Broekheurneweg pompput (mechanisch/elektrisch) |
€ 20.000 |
2028 |
|
D12 |
Porikweg pompput (mechanisch/elektrisch) |
€ 20.000 |
2028 |
|
D13 |
Blankenburg pompput (mechanisch/elektrisch) |
€ 20.000 |
2029 |
|
D14 |
Zeedijk pompput (mechanisch/elektrisch) |
€ 20.000 |
2029 |
|
D15 |
Hengelosestraat (rechts) pompput (bouwkundig) |
€ 136.500 |
2029 |
|
D16 |
725 pompputten(mechanisch/elektrisch) – eerste gedeelte |
€ 1.000.000 |
2031 |
|
D17 |
725 pompputten(mechanisch/elektrisch) – tweede gedeelte |
€ 1.900.000 |
2032 |
Bovenstaande projecten zijn ingedeeld in vier groepen:
-
A – betreft projecten die vallen onder het krediet “Extreme buien”;
-
B – betreft projecten waarvoor reeds kredieten zijn gevoteerd;
-
C – betreft projecten die noodzakelijk zijn vanuit technisch opzicht. Ten tijde van het opstellen van dit WRP moeten voor deze projecten nog kredieten worden aangevraagd bij de gemeenteraad;
-
D – betreft rioolgemalen en pompputten. Deze zijn noodzakelijk vanuit technisch opzicht. Er moet in de looptijd van dit WRP nog krediet worden aangevraagd bij de gemeenteraad.
6 Rioolheffing
6.1 Bekostiging via de rioolheffing
Dit hoofdstuk draait om de bekostiging van de gemeentelijke watertaken via de rioolheffing. Als eerste wordt ingegaan op het wettelijke kader voor de rioolheffing. Daarna staan wij stil bij de vraag welke generatie opdraait voor kosten van investeringen en hoe je jaarlijkse schommelingen in de rioolheffing kunt voorkomen. Vervolgens komt aan de orde welk tariefsysteem de gemeente hanteert voor de rioolheffing. Tot slot volgt de doorrekening tot de benodigde rioolheffing.
6.2 Wettelijk kader voor de rioolheffing
De wettelijke basis voor de rioolheffing is opgenomen in artikel 228a van de Gemeentewet.
De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De inkomsten uit de rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de gemeentelijke zorgplichten. De inkomsten uit de rioolheffing mogen wel aangevuld worden met inkomsten uit de algemene middelen. In fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn:
-
De opbrengsten zijn bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen:
-
De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100% kostendekkend). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven;
-
De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken. De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel).
De kaders van de begrotingsregels liggen vast in:
-
Gemeentewet;
-
Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken;
-
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV);
-
Notitie riolering commissie BBV;
-
Jurisprudentie (i.o.).
In bijgaand kader wordt in negen onderwerpen ingegaan op de specifieke onderdelen van de begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Artikel 228a Gemeentewet:
1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
-
a.
de inzameling van het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en;
-
b.
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.
3. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds.
|
1. |
Afschrijvingslasten uitbreidingsinvesteringen |
Dit betreft investeringen die leiden tot een toename van het aantal aangesloten percelen. BBV: Investeringen met economisch nut, dus activeren en afschrijven. Eerste aanleg wordt veelal bekostigd uit grondprijs (via grondexploitatie). |
|
2. |
Afschrijvingslasten vervangingsinvesteringen (ook sparen of ideaalcomplex is mogelijk) |
Voor vervangingsinvesteringen zijn er 3 mogelijkheden. a. Hoofdregel BBV is: activeren en afschrijven, zoals bij uitbreidingsinvesteringen. b. Sparen via voorziening. c. Ideaalcomplex: Bedrag voor vervanging in rioolheffing is gelijk aan (jaarlijkse) omvang vervangingsinvestering. Bij vervangingspieken kan het tarief meestijgen of kan een combinatie worden gemaakt optie a, b en c. |
|
3. |
Rentelasten investeringen |
Veel gemeenten werken met renteomslag percentage: rente x activa riolering. Gemeenteraad kan besluiten tot rentetoerekening over reserves en voorzieningen. BBV – Rente: Rentetoerekening aan taakvelden is verplicht (Notitie Rente BBV). |
|
4. |
Groot onderhoud of toevoeging voorziening onderhoud |
Het onderscheid van groot onderhoud ten opzichte van vervanging is dat vervanging levensduur-verlengend is. |
|
5. |
Klein onderhoud, toerekeningen, administratieve lasten etc. |
De kosten van de overhead mogen wel mee worden genomen in de kostprijsberekening voor het tarief. Het belang van een toelichting op de kostendekkendheid in de paragraaf lokale heffingen is toegenomen. Veel rechtszaken gaan over toerekeningen, dat vraagt om een goede onderbouwing (vooraf) van alle toerekeningen aan de rioolheffing. Een actuele kostendekkingsberekening die aansluit bij het GRP en bij de verordening. |
|
6. |
BTW |
Gemeente mag bij berekening hoogte rioolkosten ook geraamde btw meenemen. • Btw-Component in heffing naar concern of komt in een reserve riolering. |
|
7. |
Overschot op rekeningbasis |
Een overschot op rekeningbasis kan in principe vrijvallen in algemene middelen. Maar er is veel voor te zeggen: “Geld opgehaald bij de burger voor het riool blijft in het riool”. De gemeenteraad bepaalt wat er gebeurt via de financiële verordening. |
|
8. |
Voorziening riolering |
Reserves zijn gereserveerde bedragen waar geen verplichtingen tegenover staan. Voorzieningen zijn gereserveerde bedragen waar wel verplichtingen tegenover staan. Er zijn 3 typen voorzieningen voor riolering: 1. Groot onderhoud; 2. Vervangingsinvesteringen; 3. Niet uitgevoerd werk (besparing kapitaallasten) In de ideale situatie zijn bovengenoemde voorziening en een (bestemmings)reserve aanwezig |
|
9. |
Egaliseren lasten en tarieven |
Schommelingen in het tarief kunnen worden voorkomen door gebruik te maken van de voorzieningen. |
6.3 Lastenverdeling over generaties en tariefs-egalisatie
Het berekenen van de benodigde rioolheffing is in essentie het in balans brengen van de inkomsten en uitgaven. Tussen beide staat de keuze van afschrijven en/of sparen. Deze keuze heeft een dempend effect maar omvat ook een keuze welke generatie profijt heeft van een werk en welke ervoor betaalt. Daarnaast is een demper gewenst als tariefs-egalisatie, zodat de heffing niet van jaar tot jaar varieert afhankelijk van de projecten van dat jaar en van eventuele mee- of tegenvallers. In bijgaand kader meer informatie over verdeling van delasten over huidige en toekomstige generaties:
In gemeente Haaksbergen groeien we in de loop van tijd naar het ideaalcomplex. De eerste tientallen jaren zijn er echter nog (afnemende) kapitaalslasten van projecten uit het verleden.
De rioolvoorziening wordt benut als buffer om jaarlijkse mee- en tegenvallers op te vangen en om het tarief egaal te houden terwijl de investeringen in projecten iets schommelen van jaar tot jaar. Deze voorziening mag niet onder nul uitkomen. Enkele miljoenen positief is geen probleem als dit vooruit loopt op grotere investeringen in de daarop volgende jaren. Bijgaand kader toont het verwachte verloop van de rioolvoorziening uitgaande van de in dit WRP geprogrammeerde uitgaven en de berekende rioolheffing (zie §6.5). Bijgaand kader toont de tabel met de jaarlijkse dotaties aan de rioolvoorziening waarmee is gerekend in dit WRP.
Verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties:
Ten eerste is het mogelijk investeringen langjarig af te schrijven:
-
a.
Investeringen in de riolering voor verbeteringsmaatregelen en rioolvervanging moeten volgens de regels van de BBV worden geactiveerd en langjarig afgeschreven. Afschrijven is op methodische wijze, afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur, ten laste van de exploitatie brengen van kapitaalgoederen.
-
b.
Dit is vergelijkbaar met het aangaan van een lening bij een bank of de eigen organisatie. Het leidt tot spreiding van de lasten over de toekomstige jaren.
-
c.
de afschrijving per jaar kan gaan met de annuïteitenmethode of met lineaire afschrijving.
-
d.
een kenmerk van lenen is dat rente wordt betaald. Bij 5% rente en lineaire afschrijving over 40 jaar wordt bijvoorbeeld in totaal ongeveer evenveel betaald aan rente als aan afschrijving.
-
e.
Afschrijven heeft als voordeel dat het geld niet vooraf in een spaarvoorziening beschikbaar hoeft te zijn.
-
f.
De kerngedachte van activeren is dat de lasten worden gedragen door de generatie die profijt heeft van de gerealiseerde werken. Elk rioolwerk wordt daarbij gezien als een investering met economisch nut omdat het bijdraagt aan het genereren van middelen met de rioolheffing.
-
g.
Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn kijk je naar de verwachte economische levensduur ofwel de toekomstige gebruiksduur. De afschrijvingstermijn is dikwijls korter dan de verwachte technische levensduur. Soms verouderd een riool sneller of wordt een riool voortijdig vervangen vanwege hydraulische capaciteit of aanpak van de openbare ruimte.
-
h.
Meerjarig afschrijven voor een werk legt een soort hypotheek op de volgende generatie. Het is een maatschappelijke afweging of je het systeem met schulden wilt overdragen aan de volgende generatie.
-
i.
Afschrijven veronderstelt dat de maatschappij over tientallen jaren nog in staat is de lasten op te brengen.
Ten tweede is het mogelijk te sparen:
-
a.
Sparen kan door vorming van een voorziening, dat is een beschermde spaarpot ten behoeve van een specifiek omschreven doel. Een kanttekening bij de keuze voor een voorziening is dat je vooraf moet aangeven waarvoor de voorziening bedoeld is. De geraamde uitgaven in het WRP lijken een voldoende goede basis voor het opbouwen van een voorziening.
-
b.
Aan het saldo in de voorziening mag rente worden toegekend, mits bij de berekening van benodigde middelen is gerekend met de contante waarde methode, dus met rente en inflatie gedurende de periode dat voor een werk wordt gespaard.
-
c.
De kerngedachte van sparen is dat je zorgt eerst het geld te hebben en het dan pas uit te geven.
-
d.
Sparen heeft als nadeel dat nu al betaald moet worden voor een vervangingspiek die pas later gaat optreden en bovendien onzeker is.
-
e.
Je laat de huidige generatie betalen voor het profijt van de volgende generatie.
Ten derde is het mogelijk te werken met het ideaalcomplex of versneld afboeken:
-
a.
Bij het ideaalcomplex wordt gestreefd naar balans tussen de inkomsten en de uitgaven in elk jaar, waarbij investeringen direct worden afgeboekt.
-
b.
Begrotingstechnisch is een voorziening vereist als tussenstap van de investering naar de exploitatie. Deze voorziening wordt tevens gebruikt om de kleine schommelingen tussen de jaren uit te dempen.
-
c.
Het streven is om enerzijds geen rente te betalen en anderzijds niet teveel te sparen.
-
d.
Deze vorm is goed bruikbaar voor activiteiten met een repeterend karakter, zoals veelal het geval is bij het vervangen of renoveren van riolen, gemalen en dergelijke. Het verschilt per gemeente hoe vlak of grillig de investeringslijn in de tijd verloopt.
-
e.
De kerngedachte bij het ideaalcomplex is dat elke generatie het systeem netjes in stand houdt door op te draaien voor het vervangen van versleten onderdelen. Je bekijkt daarbij het gehele rioolstelsel als een samenhangend systeem en niet elk riool als een afzonderlijk werk.
-
f.
Versneld afboeken geeft dezelfde kenmerken als het ideaalcomplex, maar is flexibeler, met name als de investeringen enigszins wisselen in de loop der jaren.
Het verwachte verloop van de rioolvoorziening
Onderstaande grafiek toont het verwachte verloop van de hoogte van de rioolvoorziening. Het is één van de uitkomsten van de uitgevoerde berekeningen voor dit WRP, zie §6.5. De grafiek toont iets meer dan de looptijd van het WRP. Te zien is dat de rioolvoorziening per 1‑1‑2024 vrij hoog stond. Door financiële afsluiting van diverse lopende projecten is dit medio 2024 gedaald door afboekingen. De jaren 2031 en 2032 worden getoond om te laten zien dat er geen verwachtingen zijn voor dramatische veranderingen aan het einde van de looptijd van dit WRP 2025 - 2030.

6.4 Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing
Gemeenten hebben vanuit de Gemeentewet – artikel 2.28 de mogelijkheid tot een heffing om de kosten voor de gemeentelijke watertaken te bestrijden.
Bijgaand kader schetst enkele wetenswaardigheden rondom de rioolheffing en mogelijke varianten. In het volgende kader staat een overzicht van de belangrijkste kenmerken van deverordening rioolheffing in onze gemeente. Tijdens de voorbereiding van dit WRP kwam de gedachte naar voren om de rioolheffing anders te gaan vormgeven. Dit wordt voorzien als onderzoek tijdens de looptijd van het WRP. Het is extra relevant geworden door een nieuwe modelverordening van de VNG.
Achtergrondinformatie bij het tariefsysteem van de rioolheffing
De rioolheffing kan gericht zijn op de eigenaar of de gebruiker van een perceel. Beide worden veel toegepast in Nederland. Sommige heffingsmaatstaven passen beter bij eigenaar, andere juist bij gebruiker.
De wet geeft de mogelijkheid voor een gesplitste heffing, dat is een aparte heffing voor alleen het afvalwater en daarnaast een heffing voor hemel- en grondwater. De gedachte is dat de heffing dan klaar is voor een waterketenbedrijf dat zich alleen richt op afvalwater. In de praktijk is het lastig omdat oude rioolstelsels veelal van het gemengde stelseltype zijn. Daarnaast moeten bij een gesplitste heffing ook de kapitaalslasten van oude investeringen alsnog worden opgesplitst. Het idee van een waterketenbedrijf is niet meer zo actueel.
De rioolheffing mag niet worden gebaseerd op inkomen, winst of vermogen. Wel op het profijtbeginsel of het kostenveroorzakingsbeginsel. Verder mag de heffing worden gebruikt ter ondersteuning van beleidsdoelen, mits er geen sprake is van willekeur of onredelijkheid.
Redelijke heffingsmaatstaven zijn: een vast bedrag per perceel, bedrag naar waterverbruik, bedrag naar huishoudgrootte, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, bedrag naar WOZ-waarde van het eigendom:
-
Een vast bedrag per perceel is de eenvoudigste heffingsmaatstaf. Het past zowel bij heffing van eigenaren als gebruikers;
-
Een bedrag naar waterverbruik sluit aan bij het profijtbeginsel, want wie veel gebruikt betaalt extra. Het komt ook sympathiek en eerlijk over. Het sluit echter niet aan bij de kostenveroorzaking omdat de kosten voor de riolering nauwelijks worden beïnvloed door de mate van afvalwater. Perceptiekosten zijn hoger doordat informatie van het drinkwaterbedrijf benodigd is. Het past alleen bij een gebruikersheffing;
-
Een bedrag naar huishoudgrootte lijkt impliciet op waterverbruik. Daarnaast doet het recht aan het profijtbeginsel omdat iedereen persoonlijk belang heeft bij de bescherming van de volksgezondheid. perceptiekosten zijn laag doordat het bevolkingsregister goed op orde is en bij de gemeente. Het past alleen bij een gebruikersheffing;
-
Een bedrag naar perceelgrootte sluit aan bij kostenveroorzaking. Grote percelen leiden tot extra riolering en dus tot extra kosten. Het is eenvoudig en leidt tot weinig perceptiekosten. Het past bij een eigenarenheffing;
-
Een bedrag naar verhard oppervlak. Dit sluit aan bij het kostenveroorzakingsbeginsel. De kosten van de dimensionering van de riolering worden grotendeels bepaald door de hoeveelheid hemelwater en dus door het aangesloten verhard oppervlak. Perceptiekosten hoger doordat extra gegevens benodigd zijn, bijvoorbeeld op basis van luchtfoto’s. Het past vooral bij een eigenarenheffing;
-
Een bedrag naar de WOZ-waarde. Dit sluit aan indirect bij zowel profijt- als kostenveroorzakingsbeginsel. De eerste gedachte is dat een kostbaar perceel meer waardevermeerdering heeft door de aansluiting op de riolering. De tweede gedachte is dat hogere kosten vooral worden veroorzaakt door uitgestrekt wonen vanwege extra meters riolering in de weg en door groot wonen vanwege meer verhard oppervlak. Indirect horen uitgestrekt en groot wonen meestal bij een hoge WOZ-waarde. Het past vooral bij eigenarenheffing, maar komt ook voor bij gebruikersheffing. Perceptiekosten zijn laag;
-
Combinaties van genoemde heffingsmaatstaven zijn ook toegestaan, zoals deels van eigenaren en deels van gebruikers, maar het wordt al gauw ingewikkeld en leidt dan tot hogere perceptiekosten;
-
Bij alle heffingsmaatstaven anders dan een vast bedrag is het verstandig een minimum en een maximum te definiëren om disproportionaliteit te voorkomen.
Kwijtscheldingsbeleid richt zich op degenen die niet in staat zijn hun rioolheffing te betalen. Dit kan worden bekostigd vanuit een sociale geldstroom bij de gemeente of vanuit de rioolheffing. Het laatste impliceert dat de anderen dan meer moeten betalen. Boekhoudkundig kan het worden genoteerd als kostenpost of als vermindering van de inkomsten. Kwijtschelding komt meer voor bij gebruikers dan bij eigenaren.
Vrijstelling van de heffing wordt soms verleend voor garageboxen, ventwagens en religieuze instellingen vanuit praktische of levensbeschouwelijke overwegingen.
Kenmerken van de verordening rioolheffing 2024 gemeente Haaksbergen
-
Het betreft een gecombineerde rioolheffing voor zowel afvalwater alsook hemelwater en grondwater.
-
De heffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel.
-
Het gaat niet alleen om onroerende maar ook om roerende zaken.
-
De heffing is zowel van toepassing op directe als indirecte afvoer.
-
De heffingsmaatstaf is in principe de geloosde hoeveelheid afvalwater en deze wordt als volgt nader gespecificeerd:
-
Woningen:
-
Niet woningen:
-
De afgevoerde hoeveelheid water wordt gelijkgesteld aan de aangevoerde hoeveelheid water, plus eventuele opgepompte hoeveelheid water, minus eventueel niet afgevoerde hoeveelheid water (bijvoorbeeld dat in een product wordt verwerkt);
-
Er wordt gebruik gemaakt van de drinkwatergegevens van Vitens;
-
Hemelwater wordt buiten beschouwing gelaten;
-
Bij afvoer tussen 1m3 en 500m3 bedraagt het tarief € 379,32;
-
Voor elke 500m3 extra of gedeelte daarvan geldt € 215,04 extra.
-
-
Er geldt vrijstelling voor gemeentelijke gebouwen, voor religieuze instellingen en voor losse garageboxen en dergelijke.
6.5 Berekening van de benodigde rioolheffing
Deze paragraaf geeft de doorrekening naar de benodigde rioolheffing om voldoende geld te hebben voor het beheer en de geplande projecten. De gegevens en de keuzes van de voorgaande delen uit het WRP komen hier bij elkaar en leiden tot de benodigde rioolheffing. In bijgaand kader staan de uitgangspunten bij de berekening van de benodigde rioolheffing beknopt weergegeven.
De rioolheffing is voor de planperiode 2025-2030 berekend. De resultaten staan in onderstaande tabel. De rioolheffing voor het jaar 2025 dient met 4,7% te stijgen ten opzichte van 2024, van €379 tot €397 voor de meest voorkomende tariefklasse. Ook voor de jaren erna wordt een verhoging voorzien. Afgelopen jaren is de rioolheffing nauwelijks gestegen doordat de rente en inflatie zeer laag waren en doordat diverse projecten vertraging hadden opgelopen. Nu komt er een soort correctie ten gevolge van de forse inflatie die is opgetreden en door de programmering van noodzakelijke projecten. In de tabel is al rekening gehouden met 2% verwachte inflatie.
-
In de tabel staat de berekende rioolheffing voor de meest voorkomende tariefklasse in gemeente Haaksbergen. Voor kleine lozers en voor bedrijfsmatige lozingen kan het tarief naar rato worden bepaald.
-
Bij de berekende waarden zit 2% verwachte inflatie verrekend, dit kan van jaar tot jaar variëren.
-
Aan de berekende waarden kunnen geen rechten worden ontleend. Jaarlijks wordt de hoogte van de rioolheffing vastgesteld door de gemeenteraad in de verordening rioolheffing.
Uitgangspunten bij de berekening van de benodigde rioolheffing
Het berekenen van de benodigde rioolheffing komt neer op het vinden van balans tussen inkomsten en uitgaven, waarbij een dempende rol wordt gespeeld door de methode van vermogensbeheer. De berekening geschiedt met behulp van een speciaal daartoe opgestelde spreadsheet. Onderstaande uitgangspunten zijn gehanteerd:
-
Rioolheffing 100% kostendekkend;
-
Boekwaarde oude investeringen per 1‑1‑2025 M€ 7,1;
-
Stand van voorziening(en) en/of reserve totaal per 1‑1‑2025 M€0,9;
-
Kosten voor beheer conform §4.1;
-
Uitgaven voor vernieuwingsprojecten conform §5.4;
-
Kwijtscheldingen komen niet ten laste van de rioolheffing;
-
De inflatie wordt gesteld op 2%, omdat de Europese Centrale bank hiernaar streeft, waarbij wordt aangetekend dat de hoogte van de rioolheffing hier ieder jaar op dient te worden aangepast, uitgaande van de werkelijk opgetreden inflatie;
-
Investeringen worden zo mogelijk direct afgeboekt vanuit de voorziening riolering. Als investeringen in de riolering toch moeten worden geactiveerd, dan op basis van lineaire afschrijving over 60 jaar tegen een rekenrente van 3%. In de jaren daarna wordt er alsnog naar gestreefd de boekwaarde zo spoedig mogelijk terug te dringen door versnelde afboeking;
-
Overschotten en tekorten op de exploitatie worden jaarlijks verrekend met de reserve;
-
Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing conform §6.4 met 10939 gewogen eenheden;
-
De berekening vindt niet alleen plaats voor de planperiode maar ook met een indicatief doorkijkje naar een periode van 70 jaar.
Bijlage III Weergave in interviews in aanloop naar het WRP
1 Interviews
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
De riolering in Haaksbergen werkt goed voor de inzameling van afvalwater. |
Ja, met name de bladzijde met concreet beleid met eisen bij nieuwbouw werkt in de praktijk goed. Projectontwikkelaars accepteren zo’n bladzijde en houden er rekening mee, mits je daarop blijft toezien. |
Bij ruimtelijke procedures wordt de watertoets doorlopen en dat gaat meestal goed. |
In het atelier ruimtelijke ordening wordt elke ruimtelijke ontwikkeling besproken en afgestemd. |
Graag aandacht voor communicatie richting inwoners over het afkoppelen van hemelwater in hun directe leefomgeving. Wat kun je zelf bijdragen aan beter waterbeheer? |
|
Bij zware buien zie je op sommige plekken water op straat staan. |
|
Bij Groenrijk ontstond gedoe doordat het waterschap te weinig was betrokken. |
Vanuit R.O. weet men de collega’s van riolering en water goed te vinden. |
In het nieuwe WRP graag weer een bladzijde met concrete eisen bij nieuwbouw die je kunt meegeven aan een projectontwikkelaar. |
|
|
|
|
‘t Kempke is een voorbeeld van een integraal plan met sloop, nieuwbouw, riolering, etc. |
|
|
|
|
|
Zwarteland is een toekomstige opgave waar dergelijke afstemming gewenst is. |
|
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
Het rioleringsbeheer in gemeente Haaksbergen is overwegend goed op orde. |
Een GRP of RWP is nuttig als basis voor beleid, programmering en tarief. |
De samenwerking met het waterschap verloopt steeds beter, men weet elkaar te vinden. |
Het lukt in deze organisatie om projecten integraal te benaderen en buiten werk met werk te maken. |
Doe een evaluatie van het vorige plan, zodat je de doorgaande lijn in beeld brengt. |
|
De tarieven van de rioolheffing zijn al jarenlang stabiel en dat is goed. |
|
Het Twents Waternet is een goede plek om beleid af te stemmen en nieuwe ontwikkelingen van elkaar te horen. |
|
Zorg voor toelichting bij het wettelijke kader, inclusief actuele ontwikkelingen zoals de Omgevingswet. |
|
Het hele buitengebied is netjes aangesloten op drukriolering, dus geen gedoe met IBA’s. |
|
|
|
Geef aan hoe de staat van het stelsel is, zodat je verder kunt met het risico-gestuurde beheer. |
|
Afgelopen jaren enkele sinkholes geweest, zoals in de Wiedenbroeksingel en de Kortenaerstraat. |
|
|
|
Probeer projecten integraal voor te bereiden en zorg dat je in de buitenruimte werk met werk maakt. |
|
De financiële positie van de gemeente is verbeterd na een slechte periode, maar nu ligt inflatie op de loer. |
|
|
|
Wadi’s zijn een mooie maatregel en kunnen meerdere doelen dienen zoals waterberging, speelterrein e.d. |
|
|
|
|
|
Zorg in de programmering voor balans tussen de ambities enerzijds en de handjes voor voorbereiding en uitvoering anderzijds. |
|
|
|
|
|
Zorg voor bewustwording bij inwoners zodat zeweten wat er speelt en hoe ze iets kunnen bijdragen, bijv. hoe ze beter kunnen omgaan met droge perioden. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
Het vorige GRP was buiten zijn looptijd geraakt, dan ben je in feite formeel stuurloos. |
Nee, tussentijds betrokken geraakt bij dit vakgebied. |
|
|
Zorg dat het nieuwe WRP relevant blijft door tussentijdse actualisatie, vooral van investeringsprojecten. |
|
Investeringsprojecten duren langer dan gepland met langdurig openstaande kredieten tot gevolg. |
|
|
|
Zorg voor een eenvoudige weergave van de mate van kostendekkendheid. Dit is relevant bij bewaarschriften tegen de hoogte van de rioolheffing. |
|
|
|
|
|
Zorg dat de achterstanden in openstaande kredieten worden weggewerkt. Bijvoorbeeld door minstens een jaar af te zien van nieuwe investeringsprojecten. Of door bij te schakelen in uitvoeringscapaciteit. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
|
|
Waterschappen zijn vaak moeilijk benaderbare instanties. |
Collega’s weten elkaar te vinden en hebben de goede houding met bereidheid tot samenwerken. |
Stimuleer het gebruik van hemelwater voor toiletspoeling en wasmachine. Maak duidelijk beleid. Als de woningen eenmaal gebouwd zijn is alternatief gebruik moeilijk(er) en kostbaar(der). Te vaak komen we tot de conclusie dat we ontwikkelingen niet kunnen toetsen. |
|
|
|
|
Projectmatig werken kan beter: rollen goed definiëren en verwachtingen managen. |
Stimuleer de particulier tot infiltratie van hemelwater op eigen perceel, inclusief een oplossing voor het doorbreken van een eventuele oerlaag. |
|
|
|
|
|
Denk na over positieve prikkels maar ook voorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals punten voor circulariteit bij woningbouw, zoals bij de Tuinen van Zandweert in Deventer. |
|
|
|
|
|
Welke prikkels gaan helpen om particulieren en bedrijven te stimuleren tot duurzame keuzes? |
|
|
|
|
|
Sluit aan bij sterinduurzaamheid.nl voor communicatie en inspiratie over dit thema. |
|
|
|
|
|
Leg het concept WRP breed weg in de organisatie om tips op te halen en om de boodschap te verspreiden. |
|
|
|
|
|
[...] heeft op het gebied van landbouw oog voor droogte en duurzaamheid; kunnen we daar iets mee om dit thema breder te trekken? |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
Er komen weinig meldingen/klachten binnen over de riolering, dus het lijkt behoorlijk te functioneren in de praktijk. |
Ja, globaal bekend met het GRP, niet in detail. |
|
De afstemming is voor verbetering vatbaar, met name onderwerpen als wegen, groen, water en riolering vroeger betrekken bij elke ruimtelijke ontwikkeling. |
Het afstemmen tussen vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie benoemen als punt van aandacht. |
|
|
|
|
De sfeer in de organisatie is goed. De houding is om goed samen te werken. |
Maak een beknopte publieksversie van het WRP (1 of 2 sheets) zodat het onderwerp riolering en water breder onder de aandacht komt. |
|
|
|
|
Iedereen kijkt met een klein venster naar de werkelijkheid. Er is behoefte om het grote plaatje te zien. |
|
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
De riolering functioneert goed, het doet wat het moet doen. |
Nee, maar weet wel de weg te vinden naar de man van het plan. Dus geen probleem. |
Bij de waterschappen lijkt het alsof de beleidsmensen een andere taal spreken dan de uitvoerders. Bij het beleid is er ruimte voor biodiversiteit, maar een uitvoerder wil bomen rooien, enkel omdat ze formeel verkeerd staan, dus streng op handhaving van de regels in plaats van te kijken naar de doelen. |
Afstemming tussen riool en bomen gaat goed. |
Uitdaging: Hoe kun je bestaande groenvakken door verlaging een functie geven voor berging bij extreme buien en eventueel ook voor infiltratie in droge perioden. Let op plantkeuze, strooizout en afstemming met wegen. |
|
|
|
Bij de vijvers van de Hassinkbrink en de Trompstraat leidt teveel riet tot ratten en andere problemen. Het waterschap zou het riet iets meer moeten beperken. |
Afstemming tussen water en groen gaat goed. |
Wadi’s vragen veel ruimte in nieuwe plannen. Dat is op zichzelf geen probleem, maar wel als daardoor geen ruimte overblijft voor ander groen dan gras. Uitdaging: wadi’s combineren met waardevol groen. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
De laatste jaren zie je meer verzakkingen en sinkholes, dus wellicht achterstand in renovatie van de riolering? |
Nee |
Afstemming met waterschap Vechtstromen verloopt goed, men weet elkaar te vinden, ook bij calamiteiten. |
Bij projecten wordt getracht werk met werk te maken. |
Zorg voor betere structuur in de samenwerking met Twente Milieu, onder andere meer toezicht en betere communicatie. |
|
Bij Twente Milieu liep lang niet alles goed, maar inmiddels is verbetering ingezet. |
|
|
Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen kan de afstemming beter; de werkdruk bij riolering en wegen lijkt te hoog om alle ballen in de lucht te houden. |
Let op de onderhoudstoestand van de steeds ouder wordende riolering. |
|
Revisie loopt achter |
|
|
|
Probeer bij de voorbereiding van projecten werk met werk te maken. |
|
|
|
|
|
Zorg dat alle data van het rioleringsbeheer up-to-date blijven. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
De riolering in gemeente Haaksbergen functioneert overwegend goed en wordt goed beheerd. |
Ja, bekend met het GRP. |
Het betreft met name waterschap Vechtstromen. Goede afstemming bij ruimtelijke projecten. |
Riolering en wegen stemmen onderling goed af bij nieuwe projecten. |
Gegevensbeheer verbeteren zodat het volledig, actueel en toegankelijk is en blijft. |
|
Gegevensbeheer kan beter, want onvoldoende volledig, actueel en toegankelijk |
De bergingseis bij nieuwbouw is een nuttig onderdeel van het beleid. |
|
Afstemming met wegonderhoud kan beter. |
Bij projecten vooraf de eisen communiceren en achteraf de revisie overdragen; er goed bovenop zitten. |
|
Meldingen over problemen met de riolering blijven soms hangen in de organisatie. |
|
|
Afstemming met groen kan beter; bijv. snippergroen beter niet verkopen als er riolering ligt. |
Afstemming tussen riolering en wegen en groen versterken. |
|
|
|
|
Afstemming bij ruimtelijke ontwikkeling moet scherp blijven, anders krijg je bijv. wel een wadi, maar die is veel te klein. |
Meldingen over het functioneren van de riolering zorgvuldig afhandelen, zowel inhoudelijk als procesmatig. |
|
|
|
|
|
Bergingseisen bij nieuwbouw en herinrichting duidelijk formuleren, incl. afstemming met de waterschappen. |
|
|
|
|
|
Beleid voor afkoppelen hemelwater bij herinrichting duidelijk formuleren. |
|
|
|
|
|
Programmering van projecten eerste paar jaar concreet opnemen en daarna meer globaal. |
|
|
|
|
|
Creëer begrip bij burgers en bedrijven voor overlast tijdens werkzaamheden door in het WRP uit te leggen waarom maatregelen noodzakelijk zijn. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
Het rioolstelsel functioneert overwegend goed. |
Ja, het GRP is nuttig als basis voor maatregelen en financiën. |
Met waterschap Vechtstromen gaat de afstemming op de werkvloer goed. |
Groene percelen worden soms verkocht terwijl die geschikt zouden zijn voor waterberging. |
H2S problematiek drukriolering beschouwen met o.a. Nutriox, tussengemalen en inprikpunten. |
|
De inprikpunten van de drukriolering zijn kwetsbaar voor stank en aantasting door H2S. |
|
Het regulier ambtelijk en bestuurlijk overleg lijkt een beetje weggezakt sinds corona. |
|
Opnieuw aandacht voor de stank en dode vis bij riooloverstorten. |
|
Riooloverstorten leiden bij zware neerslag tot stank en dode vis in het oppervlaktewater. |
|
Met waterschap Rijn en IJssel is minder samenwerking. De overdracht van gemaal Buurse speelt al jaren zonder merkbare voortgang. |
|
Procedure rondom rioolaansluiting verbeteren: aanvraag, toezicht, revisie en facturatie. |
|
Bij nieuwbouw van woningen dikwijls geen aanvraag voor rioolaansluiting en geen controle en geen factuur. |
|
Bij nieuwbouw van woningen dikwijls geen aanvraag voor rioolaansluiting en geen controle en geen factuur. |
|
Verplichte winkelnering bij Twente Milieu aankleden met betere afspraken en meer toezicht. |
|
De ervaringen met de kwaliteit van werken door Twente Milieu zijn wisselend. |
|
|
|
Onderhoud watergangen heroverwegen in het licht van Natura-2000. |
|
|
|
|
|
Meetpunten in de meetnetten moderniseren. |
|
|
|
|
|
BRO implementeren bij werken in de ondergrond. |
|
|
|
|
|
Assetmanagement vormgeven met Map-Kit. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
De inzamelen van afvalwater gaat best goed. |
Ja, het GRP wordt altijd meegegeven aan projectontwikkelaars, om rekening mee te houden. |
|
De afstemming tussen vakdisciplines verloopt goed in gemeente Haaksbergen. De organisatie is klein genoeg om elkaar makkelijk te vinden en vlot te kunnen afstemmen. |
Hou rekening met de Omgevingswet. Zorg dat het nieuwe WRP past tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan. |
|
Er zijn gebieden met te vaak en teveel water op straat bij zware buien. Inwoners hebben hierover wel zorgen. |
|
|
|
|
|
Bijvoorbeeld bij de herinrichting van de Molenstraat wordt nu rekening gehouden met water en hitte. |
|
|
|
|
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
Het lijkt erop dat gemeente Haaksbergen door personeelstekort in de afgelopen jaren “op de winkel heeft gepast” en te weinig is toegekomen aan realisering van de eigen ambities. |
|
De samenwerking tussen waterschap Vechtstromen en gemeente Haaksbergen verloopt goed, zowel ambtelijk als bestuurlijk. |
|
Aandacht voor het optimaliseren van het gehele systeem van riolering, RWZI en watersysteem, inclusief het waterkwaliteitsspoor en opstellen SSW. |
|
|
|
Binnen het Twents Waternet weet men elkaar te vinden met een open houding en met de intentie om steeds weer van elkaar te leren. |
|
Benut het concept water-agenda om op bestuurlijk niveau thema’s te benoemen en te vertalen tot projecten. |
|
|
|
De afgelopen jaren heeft DPRA en de impulsgeldregeling veel accent gehad en was er minder oog voor het waterkwaliteitsspoor en voor optimalisatie van het gehele systeem van riolering, RWZI en watersysteem. |
|
Hanteer de Global Goals van de VN om doelen voor het WRP te onderbouwen, zoals volksgezondheid en bewoonbaarheid van de leefomgeving. |
|
|
|
|
|
Maak in het WRP concreet wat de burger wel en niet kan verwachten van de gemeente op het gebied van riolering en stedelijk water en geef aan wat de burger zelf kan doen. |
|
|
|
|
|
Maak ambities zo concreet mogelijk |
|
|
|
|
|
Geef in het WRP eisen voor nieuwbouw en splits dit uit in uitbreiding en inbreiding. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
Afgelopen jaren heeft gemeente Haaksbergen onder financieel toezicht gestaan, wat zichtbaar is geworden in minimale inzet op verbeteringsmaatregelen voor riolering en waterbeheer. |
Ja, bekend met het GRP, vooral met de uitgangspunten voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals berging, afkoppelen en vrijverval. |
De samenwerking tussen waterschap Vechtstromen en gemeente Haaksbergen verloopt goed, zowel ambtelijk als bestuurlijk, op basis van wederzijds respect en vertrouwen. |
|
Bergingseisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen actualiseren. Dus de 40mm uit het GRP aanpassen tot 55 à 91mm conform de Klimaatnota en het hydrologenhandboek van het waterschap. |
|
Beperkte personele capaciteit heeft ertoe geleid dat alleen noodzakelijk werk is gedaan. |
|
In bijvoorbeeld Groenrijk waren er strubbelingen met de projectontwikkelaar en zijn waterschap en gemeente gezamenlijk tot een goede oplossing gekomen. |
|
Ruimte zoeken voor bergingsgebieden rondom bebouwd gebied omdat de klimaatontwikkeling vraagt om meer ruimte voor water als je droge voeten wilt houden. |
|
|
|
Sinds 2008 doet het waterschap het beheer van stedelijke waterlopen. Er is behoefte aan meer structurele afstemmingsmomenten tussen waterschap en gemeente. |
|
De plekken met wateroverlast vanuit de stresstest svp vertalen tot concrete maatregelen. |
|
|
|
|
|
Het regenwaterstructuurplan svp actualiseren en voortzetten. |
|
|
|
|
|
BRP Buurse en BRP St. Isidorushoeve opstellen. |
|
1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen? |
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders? |
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap? |
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente? |
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? |
|
De riolering leidt niet tot veel klachten en functioneert behoorlijk in de praktijk. |
|
Aanvragen voor het ‘uitvoeren van werk of werkzaamheden’ worden met het waterschap gedeeld (watervergunning of projectbesluiten opvragen). |
Helaas loopt er nog wel eens wat langs elkaar heen in de organisatie, de afstemming kan beter. |
Geef richting projectontwikkelaars vooraf duidelijk aan welke regels er gelden op gebied van water. |
|
Zware buien leiden tot wateroverlast bij de Brink en Blankenburg. |
|
|
Communicatie intern moet beter en elkaar aanspreken op werkafspraken. |
Is de eis van 40mm berging nog voldoende nu het klimaat leidt tot extremere buien? |
|
|
|
|
|
Overweeg om in- en uitritten met kruising van een sloot vergunningplichtig te maken zodat je eisen kunt stellen aan de diameter van de duiker en aan compensatie van het bergingsverlies. |
|
|
|
|
|
Overweeg een prikkel in het tariefsysteem van de rioolheffing die mensen stimuleert om hemelwater op de eigen kavel te infiltreren zodat het rioolstelsel minder wordt belast. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl