Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Leiden,

gelet op artikel 2 lid 1 sub e en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden,

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: houder van een kinderopvanglocatie in Leiden;

  • b.

    ASV: de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2026 en daaropvolgende wijzigingen;

  • c.

    BSN: het Burgerservicenummer; een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt bij inschrijving in de Basis Registratie Personen (BRP);

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden;

  • e.

    doelgroeppeuter: een peuter in de leeftijd van 2,5 jaar tot de start van het basisonderwijs die op indicatie van de Jeugd Gezondheidszorg (JGZ), vanwege (het risico op) een onderwijsachterstand, in aanmerking komt voor VE;

  • f.

    format aanvraag: een door houder ingevuld Excelbestand met daarin de prognose van het aantal te plaatsen peuters;

  • g.

    GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst;

  • h.

    hele dagopvang: kinderopvang voor kinderen 0-4 jaar voor hele dagen (veelal 11 uur per dag) gedurende 50 tot 52 weken per jaar;

  • i.

    houder: organisatie die kinderopvang aanbiedt op een of meer locaties die zijn geregistreerd in het LRK;

  • j.

    inkomensverklaring: een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouders in een bepaald belastingjaar;

  • k.

    kinderopvangtoeslag: tegemoetkoming voor ouders in de kosten van kinderopvang, uitbetaald via de belastingdienst;

  • l.

    koptarief: subsidie per uur die via de houders wordt toegekend aan ouders om het verschil tussen het door de houder per uur benodigde tarief voor peuteropvang (kostprijs) en het landelijk maximum uurtarief te overbruggen;

  • m.

    landelijk maximum uurtarief: maximum uurtarief dat het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) hanteert voor de kinderopvangtoeslag voor de hele dagopvang;

  • n.

    LRK: landelijk Register Kinderopvang, het register waarin kinderopvanglocaties zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;

  • o.

    monitor: een periodieke gegevensaanlevering door de houder, met hierin de realisatiecijfers, waaronder cijfers over plaatsingen en ouderbijdragen. Dit wordt via een door de gemeente aangewezen format of systeem gedaan. De gegevens worden aan de Gemeente beschikbaar gesteld;

  • p.

    ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder/verzorger/voogd van de (doelgroep)peuter;

  • q.

    ouderbijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen aan de houder;

  • r.

    peuter: een kind in de leeftijd van 2 jaar tot de start van het basisonderwijs;

  • s.

    peuteropvang: kinderopvang voor kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de start van het basisonderwijs met een aanbod van 4 uur per dag gedurende 40 weken per jaar;

  • t.

    reguliere peuter: peuter die in aanmerking komt voor een reguliere plaats in de peuteropvang; dat wil zeggen een plaats voor twee dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar (dit is een niet-doelgroeppeuter vanaf 2 jaar of een doelgroeppeuter tussen 2 en 2,5 jaar);

  • u.

    VE-peuterplaats: plaats voor een doelgroeppeuter, aangeboden in peuteropvang met VE of hele dagopvang met VE. Het aantal uren per jaar is gebaseerd op landelijke richtlijnen;

  • v.

    VE-programma: een voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal-emotionele ontwikkeling;

  • w.

    voorschoolse educatie: aanbod van een VE-programma met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen;

Artikel 2 Doel

Deze subsidieregeling heeft als doel het verstrekken van subsidies door het college voor activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en verkleinen van risico’s op onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, voorafgaand aan de instroom in het basisonderwijs. Dit sluit aan bij de wettelijke verplichting voor de gemeente om een lokaal aanbod voor voorschoolse educatie in te richten (Wet op het Primair Onderwijs en Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie).

Artikel 3 Reikwijdte

  • 1. Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de ASV van toepassing.

  • 2. Subsidie is uitsluitend bedoeld voor houders van kinderopvanglocaties in de gemeente Leiden:

    • met peuteropvang; of

    • met peuteropvang en VE-aanbod; of

    • hele dagopvang met VE-aanbod.

Artikel 4 Voorwaarden subsidieaanvraag

De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De aanvraag wordt schriftelijk en bij voorkeur digitaal via eHerkenning ingediend bij het college, via het betreffende aanvraagformulier via de website van de gemeente www.leiden.nl/subsidies. De houder maakt daarnaast gebruik van het Format Aanvraag dat jaarlijks door de gemeente beschikbaar wordt gesteld.

  • 2.

    Bij de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      een projectplan waarin het volgende staat omschreven:

      • een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

      • waar en wanneer de activiteit plaatsvindt;

    • b.

      een sluitende begroting

      • met inkomsten en uitgaven voor deze activiteiten;

      • met een opgave van aangevraagde of al toegekende subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

      • als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, inzicht in het vermogen op het moment van de aanvraag;

    • c.

      de betreffende locatie(s) met bijbehorend(e) LRK-nummer(s). Deze locatie bevindt zich in een wijk waar volgens de prognoses van het CBS voldoende aanbod van VE-peuters te verwachten is;

    • d.

      een prognose van het gemiddeld aantal peuters per week (met het Format Aanvraag), onderverdeeld naar

      • het aantal reguliere peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;

      • het aantal reguliere peuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag;

      • het aantal doelgroeppeuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;

      • het aantal doelgroeppeuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag;

    • e.

      een prognose van de te factureren ouderbijdragen.

Artikel 5 Indieningstermijn

Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 6 Beslistermijn

Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

TITEL II. SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel 7 Doelgroep

De houder van kinderopvang die in gemeente Leiden peuteropvang wil realiseren, met of zonder VE aanbod, en de houder van kinderopvang die hele dagopvang wil realiseren met VE aanbod.

Artikel 8 Subsidiabele activiteiten

  • 1. De subsidie kan worden aangevraagd voor:

    • a.

      peuteropvang, voor kinderen die niet onder de KOT vallen;

    • b.

      aanbod VE voor doelgroeppeuters in de peuteropvang;

    • c.

      aanbod VE voor doelgroeppeuters in de hele dagopvang.

  • 2. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:

    • a.

      kosten van aanbod VE-programma aan niet-doelgroeppeuters;

    • b.

      hele dagopvang voor kinderen zonder VE indicatie.

Artikel 9 Beoordelingscriteria

Een aanvraag, als bedoeld in artikel 4, wordt beoordeeld aan de hand van de hiernavolgende criteria:

  • a.

    het Format Aanvraag is ingevuld en toegevoegd aan het digitale aanvraagformulier;

  • b.

    de betreffende locatie(s) in de gemeente Leiden staan geregistreerd in het LRK.

Artikel 10 Hoogte subsidie en verdeelregels

  • 1. Volledige subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • 2. Als het maximaal beschikbare subsidiebudget onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt een rangorde vastgesteld op basis van de hieronder genoemde criteria:

    • a.

      aanvragen van houders die in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van de aanvraag gemeentelijke subsidie hebben ontvangen voor peuteropvang en/of hele dagopvang, hebben voorrang boven houders die voor het eerst subsidie aanvragen;

    • b.

      als de aanvragen van de al subsidie ontvangende houders het budget overschrijden, wordt het aantal peuters in de aanvraag vergeleken met het gemiddeld aantal peuters in oktober van het voorgaande jaar; als met de gemiddelde aantallen van oktober het budget niet wordt overschreden, dan wordt het bedrag van de overschrijding naar rato gekort over de houders die meer hebben aangevraagd dan op basis van oktober van toepassing was; een en ander wordt afgerond op hele peuteraantallen;

    • c.

      aanvragen van houders die eerder nog geen subsidie hebben ontvangen, worden onderling geprioriteerd op de bijdrage die de nieuwe locatie levert aan een goede spreiding van voorzieningen over de stad. Een nieuwe locatie met de grootste afstand tot vergelijkbaar gesubsidieerd (peuteropvang of hele dagopvang) aanbod krijgt daarbij de hoogste prioriteit. Bij gelijke afstand wordt binnen het maximaal beschikbare budget de resterende subsidie naar rato van de aangevraagde bedragen over de aanbieders verdeeld

  • 3. De subsidietarieven worden jaarlijks geïndexeerd, op basis van de index die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt gebruikt voor het landelijk maximum uurtarief, tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken.

  • 4. De hoogte van de subsidie is berekend op het aantal (doelgroep)peuters en het aantal uren dat deze peuters gebruik maken van de peuteropvang of de hele dagopvang.

  • 5. De subsidie wordt verdeeld op basis van de volgende berekeningen:

    • a.

      per reguliere peuter in de peuteropvang van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: maximaal 320 uur per jaar (bijvoorbeeld 8 uur per week x 40 weken) maal het vastgestelde lokale uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over deze uren;

    • b.

      per doelgroeppeuter in de peuteropvang van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 640 uur per jaar (bijvoorbeeld 16 uren per week x 40 weken) maal het vastgestelde lokale uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage. De ouderbijdrage wordt over 320 uur per jaar in rekening gebracht;

    • c.

      per doelgroeppeuter in de peuteropvang van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 320 uur per jaar maal het vastgestelde lokale uurtarief. Ouders nemen aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen;

    • d.

      per doelgroeppeuter in de hele dagopvang van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 320 uur per jaar maal het landelijk maximum uurtarief (voor hele dagopvang op deze locatie). Ouders nemen aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen;

    • e.

      een koptarief per uur over alle uren van (doelgroep)peuters in de peuteropvang;

    • f.

      per doelgroeppeuter die op 1 januari van het betreffende jaar gebruik maakt van de peuteropvang of hele dagopvang, voor de bekostiging van de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE;

    • g.

      per groep met VE voor de bekostiging van de meerkosten van het VE-aanbod.

  • 6. Als een peuter een deel van het jaar is geplaatst, dan wordt de subsidie zoals opgenomen in lid 3 onder sub a tot en met e, naar rato van de plaatsingsperiode berekend. Hetzelfde geldt voor de subsidie voor VE-locaties zoals opgenomen in lid 3 onder sub g, als deze een deel van het jaar zijn geopend.

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De houder dient te voldoen aan de volgende verplichtingen:

  • a.

    de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij plaatsing;

  • b.

    de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Leiden voorrang bij plaatsing;

  • c.

    voor de hoogte van de ouderbijdrage voor de peuteropvang hanteert de houder de VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang vanuit besluitvorming van het betreffende jaar;

  • d.

    voor de hoogte van de ouderbijdrage voor doelgroeppeuters in de hele dagopvang hanteert de houder een tarief dat niet hoger is dan het door de college vastgestelde maximum uurtarief voor hele dagopvang met VE; langlang

  • e.

    de houder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers;

  • f.

    voor het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage worden de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, en indien sprake is van een éénoudergezin, van één ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing;

  • g.

    indien de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op peuteropvang subsidie zodra het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders zijn verplicht aan de houder per ommegaande te melden dat zij in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

  • h.

    voor doelgroeppeuters biedt de houder een warme overdracht naar het primair onderwijs;

  • i.

    de houder neemt deel aan het aanbod preventieve logopedie;

  • j.

    de houder werkt samen met jeugdgezondheidszorg en andere partners om preventie en zorg te bieden aan de peuters die dat nodig hebben;

  • k.

    de houder werkt actief mee aan de implementatie en evaluatie van de op dat moment geldende beleidsuitgangspunten en -doelen;

  • l.

    de houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen instanties;

  • m.

    de houder stelt voor half april, half juli, half oktober en half januari van het jaar waarvoor de subsidie is afgegeven het Format Monitoring en Verantwoording ter beschikking aan de gemeente, ten behoeve van de voortgangsgesprekken tussen subsidieontvanger en gemeente;

  • n.

    de houder beschikt over onderliggende gegevens van de peuters waarvoor subsidie wordt ontvangen en kan deze indien gewenst binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:

    • door de ouders ondertekend contract;

    • naam, geboortedatum en BSN van de peuter;

    • een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • indien het gaat om een doelgroeppeuter: een bewijs van indicatiestelling voor VE van het consultatiebureau.

Artikel 12 Weigeringsgronden

Een subsidie op grond van deze regeling wordt, behalve volgens het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht of de ASV, geweigerd indien niet voldaan is aan de voorwaarden en criteria genoemd in deze regeling:

  • a.

    de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van een naar aanleiding van de aanvraag toe te kennen subsidie, onvoldoende worden geacht om de te subsidiëren activiteit(en) te verrichten;

  • b.

    de kinderopvanglocatie is niet geregistreerd in het LRK;

  • c.

    de kinderopvanglocatie of de houder is niet met ‘voldoende’ gewaardeerd bij de wettelijk verplichte inspectie door de GGD;

  • d.

    de kinderopvanglocatie bevindt zich in een wijk waar al voldoende VE-aanbod is, dit wordt berekend door middel van de CBS prognoses.

TITEL III. BEVOORSCHOTTING, VERANTWOORDING EN VASTSTELLING

Artikel 13 Bevoorschotting subsidie

  • 1. Het college bevoorschot de subsidie in zijn geheel. De uitbetaling vindt plaats op het moment van de verlening van de subsidie.

  • 2. Het subsidiebedrag wordt definitief vastgesteld na verantwoording.

Artikel 14 Verantwoording subsidies van meer dan € 5.000 tot € 200.000

  • 1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 tot € 200.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar.

  • 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in lid 1.

  • 3. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b.

      een financieel verslag, waaruit de aan de verrichte activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven blijken. De subsidie van gemeente is in het financieel verslag duidelijk weergegeven.

  • 4. Bij subsidies van meer dan € 100.000 tot € 200.000 kan het college het verantwoordingsprotocol toepassen en een accountantscontrole vereisen.

Artikel 15 Verantwoording subsidies van meer dan € 200.000

  • 1. Bij subsidies van meer dan € 200.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar.

  • 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in lid 1.

  • 3. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht;

    • b.

      een financiële verantwoording van de subsidiegelden. Dit kan zijn in de vorm van een integrale verantwoording in de jaarrekening of een separate financiële verantwoording. Uit de verantwoording blijken de baten en lasten van de verleende subsidie. De subsidie van gemeente is in het financieel verslag duidelijk weergegeven.

    • c.

      een balans op de slotdatum van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      een verklaring van een accountant die voldoet aan het verantwoordings- en controleprotocol zoals door de gemeente is opgesteld.

  • 4. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder, dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

TITEL IV. INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL

Artikel 16 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. De Subsidieregeling Peuterspeelopvang en Voorschoolse Educatie, Leiden 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 17 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026.

Ondertekening

Toelichting bij subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden

Specifiek artikel 10

Tarieven Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden

De subsidietarieven in het kader van de Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden worden elk jaar opnieuw vastgesteld. De subsidie bestaat uit de volgende aspecten:

  • a.

    een koptarief per peuter voor peuteropvang met VE;

  • b.

    een jaarlijks vastgesteld bedrag per doelgroeppeuter voor zowel hele dagopvang met VE, als peuteropvang met VE;

  • c.

    een tarief per doelgroeppeuter per jaar t.b.v. de pedagogisch beleidsmedewerker VE;

  • d.

    een tarief per VE-groep t.b.v. de dekking van de infrastructuur voor VE.

Toelichtingsdiagram subsidieregeling

In onderstaand diagram is weergegeven hoe de financiering en bepaling van de subsidieregeling is opgebouwd.

afbeelding binnen de regeling

Financieringstabel

Per type peuter ziet de financiering per uur voor de peuteropvang er als volgt uit:

Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag = peuteropvang (POV)

Ouders met recht op kinderopvangtoeslag = kinderopvang (KOT)

halve dag opvang

Ouders met recht op kinderopvangtoeslag = kinderopvang (KOT)

hele dag opvang

Reguliere peuter

(niet-doelgroep)

  • 320 uur per jaar

voorbeeld:

(8 uur per week x 40 weken) x landelijk maximum uurtarief - de in rekening gebrachte ouderbijdragen

  • Ouders ontvangen een koptarief omdat de halve dagopvang een relatief hoge kostprijs per uur heeft

  • Ouders krijgen kinderopvangtoeslag van het rijk. Daarom geen bijdrage van de gemeente

Doelgroep peuter

(met VE)

  • 640 uur per jaar

voorbeeld:

(16 uur per week x 40 weken) x het vastgestelde lokale uurtarief – de in rekening gebrachte ouderbijdragen

  • Ouderbijdrage wordt in rekening gebracht over 320 uur per jaar

  • 320 uur per jaar x het vastgestelde lokale uurtarief

  • Ouders nemen nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover zij KOT kunnen aanvragen

  • 320 uur per jaar x het landelijk maximum uurtarief (voor hele dagopvang op deze locatie)

  • Ouder nemen nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover zij KOT kunnen aanvragen

Toelichting

Naast bovenstaande ouderbijdrage en subsidie per uur betaalt de gemeente voor peuteropvang ook een koptarief per uur over alle bezette uren. Dit koptarief is bedoeld om het verschil tussen de werkelijke kostprijs en het landelijk maximum uurtarief te overbruggen. De peuteropvang kent met het aanbod van 4 uur per dag gedurende 40 weken per jaar een relatief hoge kostprijs per uur, omdat de vaste kosten over veel minder uren kunnen worden terugverdiend dan in de hele dagopvang. De hele dagopvang werkt met hele dagen van veelal 11 uur gedurende 52 weken per jaar.