Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar 2026

Geldend van 31-03-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar,

Gelet op artikel 6, lid 9 van de Huisvestingsverordening Zevenaar 2024

BESLUIT:

  • 1.

    Vast te stellen: Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar 2026

Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze toewijzingsregels verstaan onder:

  • a.

    Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen dan wel hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur, wat onder meer kan worden vastgesteld doordat de inschrijver middels adresgegevens van hemzelf, diens ouders of grootouders aantoont dat de standplaatszoekende zelf, diens ouders of grootouders op een woonwagenlocatie wonen of hebben gewoond.

  • b.

    Bloedverwantschap: relatie tussen twee personen van wie de één van de ander afstamt of tussen twee personen die niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke voorouder hebben. Voor een onderscheid in eerstegraads, tweedegraads en derdegraads wordt de definitie van de Rijksoverheid gehanteerd zie Externe link:https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/curatele-bewind-en-mentorschap/vraag-en-antwoord/bloedverwantschap

  • c.

    Hoofdbewoner: de persoon aan wie de standplaats toegewezen wordt.

  • d.

    Sociale huurwoning: woning met een kale huurprijs tot en met de sociale huurgrens (932,93 euro per maand, prijspeil 2026).

  • e.

    Spijtoptanten: voormalige woonwagenbewoners die eerder op een woonwagenlocatie in Zevenaar hebben gewoond, momenteel in een (stenen) permanente of semipermanente woning wonen en de behoefte hebben in een woonwagen terug te keren.

  • f.

    Standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente zijn of kunnen worden aangesloten.

  • g.

    Standplaatszoekende: huishouden dat in het toewijzingssysteem (wachtlijst) is ingeschreven en in aanmerking wenst te komen voor inneming van een standplaats (en eventuele woonwagen) op een woonwagenlocatie.

  • h.

    Woonduur in Zevenaar: het totale aantal jaren dat een persoon gedurende zijn of haar leven in de gemeente Zevenaar woonachtig is geweest, gemeten aan de hand van een uittreksel Basisregistratie Personen (BRP) met adreshistorie.

  • i.

    Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

  • j.

    Woonwagenbewoners: mensen die zich van generatie op generatie als woonwagenbewoner hebben gemanifesteerd, of zij op dit moment daadwerkelijk in een woonwagen wonen is niet van belang. Hieronder vallen Roma, Sinti, ‘’reizigers’’, en rondreizende kermisexploitanten en circusartiesten.

  • k.

    Woonwagenlocatie: clustering van kavels die gekenmerkt zijn als standplaats ten behoeve van het plaatsen van een woonwagen.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het toepassingsbereik geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Zevenaar.

Artikel 3 Inschrijving

  • 1. Standplaats- en woonwagenzoekenden die aan de inschrijfvoorwaarden voldoen, kunnen zich inschrijven bij de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders houden een wachtlijst bij. De inschrijver dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

    • a.

      De inschrijver is minstens 18 jaar, heeft een rechtmatig verblijf in Nederland en toont een geldig identiteitsbewijs;

    • b.

      De inschrijver levert een uittreksel BRP met adreshistorie;

    • c.

      De inschrijver toont aan dat er sprake is van bloedverwantschap in relatie tot bewoners van een woonwagenlocatie, tot maximaal de derde graad. Als hier sprake van is dient de inschrijver aan te geven welke locatie het betreft en van welk type bloedverwantschap sprake is.

  • 2. De inschrijver geeft op het inschrijfformulier informatie over:

    • a.

      Met welke personen hij of zij zich gezamenlijk inschrijft voor één standplaats (beschrijving van zijn of haar huishouden;

    • b.

      Voor welke woonwagenlocatie hij of zij een voorkeur heeft;

    • c.

      Of hij of zij voorkeur heeft voor de huur van een standplaats met huurwoonwagen of een voorkeur heeft voor een standplaats in koop dan wel erfpacht.

Artikel 4 Aanbieding

Als een standplaats of woonwagen beschikbaar is zal de standplaats en/of woonwagenzoekende die volgens deze nadere toewijzingsregels als eerste in aanmerking komt op de hoogte gesteld worden door burgemeester en wethouders en als eerste de gelegenheid krijgen op de aanbieding in te gaan. Bij afwijzing van de aanbieding door een standplaatszoekende bekijken burgemeester en wethouders welke standplaatszoekende de volgende is volgens deze toewijzingsregels.

Artikel 5 Volgorde bij toewijzing van een standplaats op een bestaande locatie

Toewijzing van een vrijkomende standplaats op een bestaande woonwagenlocatie vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde:

  • a.

    Eerste- of tweede verwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie die sinds hun geboorte als kind altijd op deze locatie hebben gewoond.

  • b.

    Eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie, die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats en/of woonwagen al tenminste drie jaar op de betreffende woonwagenlocatie als inwonende verblijven en daar tenminste drie jaar ingeschreven staan in de gemeentelijke basisregistratie.

  • c.

    Eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de huidige bewoners op de betreffende locatie, die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats en/of woonwagen niet meer op de betreffende woonwagenlocatie verblijven, echter daar in het verleden wel gewoond hebben.

  • d.

    Eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de huidige bewoners op de betreffende woonwagenlocatie, die op dit moment op een andere woonwagenlocatie in de gemeente woonachtig zijn.

  • e.

    Overige eerste-, tweede-, en derdegraads bloed verwanten van de bewoners op de betreffende woonwagenlocatie;

  • f.

    Alle standplaatszoekenden die aan de inschrijfvoorwaarden voldoen.

  • g.

    Voor al bovenstaande bepalingen geldt als blijkt dat er sprake is van gelijke geschiktheid, de standplaatszoekende met de hoogste positie op de wachtlijst voorrang zal krijgen. Als er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er loting plaatsvinden.

  • h.

    Bij het ontwikkelen van nieuwe woonwagenlocaties geschiedt de eerste toewijzing op basis van het genoemde artikel 6.

  • i.

    Als er meerdere standplaatsen met woonwagens op één locatie tegelijkertijd beschikbaar zijn, zal de zoekende die als eerste in aanmerking komt als eerste de gelegenheid krijgen om te kiezen. Bij gelijke geschiktheid zal de positie op de wachtlijst doorslaggevend zijn. Als er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er loting plaatsvinden.

  • j.

    Voordat definitief tot een toewijzing van een standplaats of woonwagen overgegaan wordt, zal altijd in overleg getreden worden met de huidige bewoners van de betreffende woonwagenlocatie. De sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de betreffende woonwagenlocatie kunnen aanleiding zijn om af te wijken van de in dit artikel beschreven volgorde.

  • k.

    Het college van burgemeester en wethouders besluit aan de hand van de plaats op de wachtlijst én het overleg aan wie een standplaats wordt aangeboden.

Artikel 6 Toewijzing van een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie

  • a.

    Op het moment dat een standplaats beschikbaar komt op een nieuwe woonwagenlocatie, wordt de vrijkomende standplaats aangeboden aan de standplaatszoekenden op die op de wachtlijst staan ingeschreven.

  • b.

    De aanbieding vindt altijd plaats op basis van opgebouwde punten. De standplaatszoekende met de meeste opgebouwde punten, krijgt de standplaats als eerste aangeboden, daarna de volgende de betreffende categorie, enzovoorts. De op te bouwen punten wordt in artikel 7 nader omschreven.

Artikel 7 Startpunten en puntenopbouw

  • a.

    Standplaatszoekenden krijgen bij inschrijving start- en opbouwpunten. Voor iedere maand dat de standplaatszoekende op de wachtlijst ingeschreven staat, bouwt hij of zij 1 punt op. Een inschrijvingspunt geldt per maand. Betaling op enige dag in een maand leidt tot toekenning van 1 volledige punt voor die maand.

  • b.

    De standplaatszoekende die bij inschrijving sedert geboorte bij diens ouders op een woonwagenlocatie in Zevenaar woont, of bij inschrijving minimaal 3 jaar bij diens ouders op een woonwagenlocatie woont, krijgt 100 startpunten.

  • c.

    Alle standplaatszoekende inschrijvers die bij inschrijving niet aan lid b voldoen en eerste of tweede graads- bloedverwanten op een woonwagenlocatie in Zevenaar hebben wonen, krijgen 50 startpunten.

  • d.

    Alle overige standplaatszoekende inschrijvers die niet aan lid a of b voldoen, krijgen 1 startpunt.

Artikel 8 Afzien van toewijzing

Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van deze beleidsregel in verband met sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de desbetreffende woonwagenlocatie, besluiten om de vrijgekomen standplaats niet of afwijkend toe te wijzen.

Artikel 9 Inwerkingtreding en intrekking

  • a.

    De ‘Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar’ worden ingetrokken op de dag na datum van bekendmaking.

  • b.

    Deze nadere regels treden in werking de dag na datum van bekendmaking.

Artikel 10 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels toewijzing woonwagens en standplaatsen gemeente Zevenaar 2026”.

Ondertekening