Verordening op de raadscommissies gemeente Moerdijk

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op de raadscommissies gemeente Moerdijk

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 12 maart 2026;

gelezen het voorstel van de voorzitter van het presidium,

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;

BESLUIT

vast te stellen de volgende regeling:

VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES GEMEENTE MOERDIJK

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Beeldvormende raadsbijeenkomst: bijeenkomst voor raads- en burgerleden en andere belangstellenden, waarin over geagendeerde onderwerpen wederzijdse gedachtewisseling plaatsvindt;

  • b.

    Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • c.

    Commissievergadering: bijeenkomst voor de leden van de betreffende commissie, waarin over de voor een raadsvergadering te agenderen onderwerpen in het algemeen argumenten worden uitgewisseld en meningen worden gevormd;

  • d.

    Commissievoorzittersoverleg: overleg tussen de voorzitters van de raadscommissies (met uitzondering van informatieve en beeldvormende bijeenkomsten) en de griffier over de vaststelling van de conceptagenda’s voor de commissievergaderingen;

  • e.

    Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

  • f.

    Hoorzitting: een openbare bijeenkomst waar indieners van zienswijzen voor kunnen worden uitgenodigd om hun zienswijzen mondeling aan de commissie toe te lichten.

  • g.

    Informatieve raadsbijeenkomst: bijeenkomst voor raads- en burgerleden en andere belangstellenden, waarin zij over geagendeerde onderwerpen worden geïnformeerd;

  • h.

    Lid: raadsleden en commissieleden, niet zijnde raadsleden, verder te noemen burgerlid, die door de fractie zijn voorgedragen;

  • i.

    Presidium: zoals omschreven in artikel 4 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad;

  • j.

    Voorzitter: voorzitter van de raadscommissie of diens vervanger.

Artikel 2 Instelling raadscommissies

  • 1. Voorafgaand aan de raadsvergadering vinden commissievergaderingen plaats, in principe op donderdag;

  • 2. Onderwerpen worden behandeld in drie domeinen: fysiek domein, sociaal domein en bestuurlijk domein.

Artikel 3 Taken

  • 1. Een beeldvormende raadsbijeenkomst behandelt onderwerpen door middel van wederzijdse gedachtewisseling. Het presidium besluit of over een onderwerp een beeldvormende raadsbijeenkomst wordt belegd. Bij een beeldvormende bijeenkomst vervult het verantwoordelijk lid van het college of diens plaatsvervanger de voorzittersrol.

  • 2. Een informatieve raadsbijeenkomst behandelt onderwerpen in het algemeen op informerende wijze. Deze bijeenkomst richt zich op het vergaren van informatie. Het presidium besluit of over een onderwerp een informatieve raadsbijeenkomst wordt belegd. Bij een informatieve bijeenkomst vervult het verantwoordelijk lid van het college of diens plaatsvervanger de voorzittersrol.

  • 3. De raadscommissie brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben. De behandeling in de commissievergadering richt zich op het verkrijgen van een goed inzicht in de meningen, ideeën, voor- en nadelen of argumenten pro en contra van een onderwerp of voorstel, zodat bij de raadsvergadering tot een gewogen oordeel gekomen kan worden. Het presidium kan bepalen dat behandeling in de meningsvormende vergadering niet noodzakelijk is.

  • 4. De raadscommissie kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld in het derde lid.

  • 5. De meningsvormende raadscommissie voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld in het derde lid.

Artikel 4 Samenstelling commissie, benoeming commissievoorzitters

  • 1. Een raadscommissie bestaat uit tenminste één en maximaal drie leden van elke raadsfractie.

  • 2. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, kunnen leden zitting nemen in iedere commissie.

  • 3. Iedere fractie kan maximaal 3 burgerleden laten benoemen, waarvan per vergadering maximaal 2 aan een commissievergadering mogen deelnemen.

  • 4. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, worden burgerleden door de raad op bindende voordracht van de fractie benoemd. Voorafgaand aan deze benoeming worden de geloofsbrieven door de raad onderzocht. Na de benoeming in de raadsvergadering leggen burgerleden de eed of verklaring en belofte af zoals vastgelegd in artikel 14 van de Gemeentewet.

  • 5. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden.

  • 6. Een burgerlid aanvaardt zijn benoeming schriftelijk en verklaart zich te houden aan de bepalingen zoals genoemd in deze verordening.

  • 7. Een burgerlid verklaart zich te zullen houden aan de gedragscode die voor de raad is vastgesteld, ten gevolge van artikel 15 lid 3 van de Gemeentewet.

  • 8. De raad benoemt uit zijn midden tenminste drie commissievoorzitters. De plaatsvervanging van de voorzitter vindt als regel plaats bij wijze van onderlinge vervanging door de voorzitters. Als onderlinge vervanging niet mogelijk is, wijst de commissie op ad hoc basis een voorzitter uit zijn midden aan.

  • 9. De commissievoorzitter is geen lid van de raadscommissie.

Artikel 5 Zittingsduur en vacatures

  • 1. De zittingsperiode van een burgerlid en commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Een burgerlid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, vijfde lid, gestelde eisen.

  • 3. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.

  • 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.

  • 5. Een burgerlid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

  • 7. Het lidmaatschap van burgerleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 6 De commissiegriffier

  • 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.

  • 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.

  • 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.

  • 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2 Vergaderingen

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 7 Informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten

  • 1. Het doel van informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten is dat raads- en burgerleden alle informatie verkrijgen die nodig is voor een goede meningsvorming en om het uiteindelijke besluit in de raadsvergadering te kunnen nemen.

  • 2. Bij beeldvormende raadsbijeenkomsten krijgen betrokken partijen een podium om over een geagendeerd onderwerp hun mening te geven. Vanuit die expertise kunnen raads- en burgerleden, maar ook ambtenaren en het college, informatie vergaren die gebruikt kan worden bij de verdere uitwerking van het onderwerp.

  • 3. Tijdens beeldvormende raadsbijeenkomsten vergaren de raads- en burgerleden informatie door in gesprek te gaan met alle deelnemers en onthouden zij zich van het geven van een oordeel over het onderhavige onderwerp.

  • 4. Bij informatieve raadsbijeenkomsten worden raads- en burgerleden geïnformeerd via een presentatie en kunnen zij vragen stellen over het onderwerp. Andere vormen van informatie-uitwisseling, zoals werkbezoeken, zijn eveneens mogelijk na afstemming met het presidium.

  • 5. Informatie betreffende het aan de orde zijnde onderwerp kan worden gegeven door de deelnemers aan een informatieve raadsbijeenkomst, zoals het college en andere aanwezigen.

  • 6. Deelnemers aan informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten onderwerpen zich aan de vergaderorde.

Artikel 8 Commissievergaderingen

  • 1. Commissievergaderingen hebben als doel het beraadslagen door de raads- en burgerleden over mogelijke standpunten ten aanzien van aan de orde zijnde onderwerpen. Tijdens deze debatten worden geen technische vragen meer gesteld.

  • 2. In beginsel nemen het college en de burgemeester geen deel aan de in het eerste lid bedoelde beraadslagingen. Wel kunnen zij de gelegenheid krijgen om een korte reactie te geven als de discussie daartoe aanleiding geeft.

  • 3. Burgers en belanghebbenden hebben in commissievergaderingen in beginsel geen spreekrecht, tenzij de voorzitter hen het spreekrecht overeenkomstig artikel 23 verleent.

  • 4. Agendapunten in commissievergaderingen worden door de voorzitter afgesloten met een formulering van een advies aan de raad. Het advies van de commissie over de verschillende onderwerpen wordt opgenomen in de besluitenlijst van de commissievergadering.

Artikel 9 Vergaderfrequentie

  • 1. De informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten vinden plaats volgens een door het presidium vastgesteld vergaderschema. Deze vergaderingen beginnen om 19.30 uur en vinden plaats in het gemeentehuis of op locatie.

  • 2. De commissievergaderingen vinden in de regel eenmaal per vijf weken plaats volgens een door het presidium vastgesteld vergaderschema. Deze vergaderingen beginnen om 19.30 uur en worden in principe gehouden in het gemeentehuis.

  • 3. Als er een tweede bijeenkomst van dezelfde vergadering wordt gehouden wijst de voorzitter na overleg met de leden voorafgaand aan de sluiting van de eerste bijeenkomst, een dag en aanvangsuur voor de tweede bijeenkomst aan.

  • 4. Een raadscommissie vergadert voorts als de voorzitter het nodig oordeelt of twee fracties schriftelijk met opgaaf van reden daarom verzoeken.

  • 5. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier.

Paragraaf 2 Voorbereidingen

Artikel 10 Commissievoorzittersoverleg

Het commissievoorzittersoverleg heeft tot taak het vaststellen van de concept-agenda’s van de raadscommissies en het zorgdragen voor een goede onderlinge afstemming tussen de commissies.

Artikel 11 Oproep en voorlopige agenda

  • 1. De commissievoorzitter stelt ten minste zeven werkdagen voor een vergadering de commissieleden digitaal een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken beschikbaar.

  • 2. Op de stukken, bedoeld in het eerste lid, is artikel 13, derde lid, van toepassing.

  • 3. Voorafgaande aan een informatieve of beeldvormende raadsbijeenkomst zal de griffier in overleg met de voorzitter van deze raadsbijeenkomst nagaan welke overige belanghebbenden worden uitgenodigd.

Artikel 12 Aanvullende agenda, vaststellen agenda

  • 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het beschikbaar stellen van de oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt, uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering.

  • 2. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier.

  • 3. Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.

  • 4. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de besluitvorming in de raadsvergadering voorbereid acht, bepaalt het presidium in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken

  • 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het digitaal beschikbaar stellen op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het digitaal beschikbaar stellen van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

  • 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.

  • 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.

Artikel 14 Openbare kennisgeving

Commissievergaderingen worden bekend gemaakt door aankondiging in de Moerdijkse Bode en op de gemeentelijke website.

Paragraaf 3 Ter vergadering

Artikel 15 Presentielijst

  • 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.

  • 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 16 Opening vergadering en quorum

  • 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsfracties aanwezig is.

  • 2. Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering met een tussenperiode van tenminste twee werkdagen.

  • 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties tegenwoordig is.

Artikel 17 Besluitenlijst

  • 1. De commissiegriffier draagt zorg voor besluitenlijsten van meningsvormende commissievergaderingen.

  • 2. Van informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten wordt geen besluitenlijst gemaakt.

  • 3. Een besluitenlijst bevat in ieder geval:

    • a.

      De namen van de commissievoorzitter, de griffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      De naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 20 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

    • c.

      Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • d.

      De door de portefeuillehouder(s) gedane toezeggingen;

    • e.

      Een samenvatting van het advies aan de raad.

  • 4. De leden, de voorzitter en de overige deelnemers aan de beraadslagingen hebben het recht een voorstel tot wijziging aan de raadscommissie te doen, indien de concept-besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot wijziging dient uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de commissievergadering schriftelijk bij de griffie te worden ingediend.

  • 5. Een besluitenlijst wordt gelijktijdig met de beschikbaarstelling aan de commissieleden, beschikbaar gesteld aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop deze betrekking heeft.

  • 6. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de commissievoorzitter en de commissiegriffier.

  • 7. Als besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente geplaatst.

Artikel 18 Advies; geen stemmingen

  • 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.

  • 2. De verschillende adviezen zijn:

    • -

      A-stuk: het voorstel is voldoende besproken en zal zonder verdere discussie of stemverklaring worden aangenomen;

    • -

      B-stuk: het voorstel is voldoende besproken maar één of meerdere fracties willen hierover nog een stemverklaring uitspreken. Het voorstel zal verder zonder discussie worden aangenomen;

    • -

      C-stuk: het voorstel is nog niet voldoende besproken, hierover zal nog discussie worden gevoerd;

    • -

      Het voorstel is nog niet rijp voor raadsbehandeling.

  • 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van die over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

Artikel 19 Aantal spreektermijnen

  • 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

  • 2. Elke fractie heeft één woordvoerder per agendapunt, tenzij de voorzitter anders beslist.

  • 3. In de eerste termijn krijgen de fractiewoordvoerders maximaal 3,5 minuut en de wethouders maximaal 5 minuten spreektijd, tenzij de voorzitter anders beslist.

  • 4. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

  • 5. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 6. Een commissielid mag bij voorkeur niet geïnterrumpeerd worden tijdens zijn betoog in eerste termijn, tenzij het een korte, verduidelijkende vraag of een kort statement betreft.

  • 7. Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 20 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 21 Handhaving orde en schorsing

  • 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

  • 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

  • 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 22 Voorstellen van orde

Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

Artikel 23 Spreekrecht burgers bij commissievergaderingen

  • 1. Burgers kunnen in een vergadering gezamenlijk maximaal dertig minuten het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn.

  • 2. Elke spreker kan maximaal vijf minuten het woord voeren per onderwerp. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van deze maximale lengte van de spreektijd.

  • 3. Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      Een besluit dan wel voorgenomen besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan, tenzij er sprake is van ruimtelijke plannen waarbij geen hoorzitting wordt gehouden;

    • b.

      In die gevallen waarin een hoorzitting wordt gehouden;

    • c.

      Benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • d.

      Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

  • 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.

  • 5. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 6. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 7. De inspreker krijgt, nadat de beraadslaging in eerste termijn heeft plaatsgevonden, nog twee minuten de gelegenheid hierop te reageren. Het vijfde lid is hierop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 24 Vragen van inlichtingen

  • 1. Aan het begin van elke meningsvormende commissievergadering is er een vragenhalfuur voor het stellen van vragen aan leden van het college van burgemeester en wethouders. Dit vragenhalfuur vervalt als er bij de griffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de voorzitter in overleg met de raadscommissie bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden.

  • 2. Het commissielid dat gebruik wil maken van het vragenhalfuur meldt dit uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering onder aanduiding van het onderwerp en de naam van de portefeuillehouder aan de griffier.

  • 3. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht of als het onderwerp in de commissievergadering van die dag aan de orde komt.

Paragraaf 4 Besloten vergaderingen

Artikel 25 Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 26 Besluitenlijst besloten vergadering

  • 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten vergaderingen worden alleen aan de leden en overige deelnemers van de betreffende vergadering beschikbaar gesteld.

  • 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op deze besluitenlijst.

  • 3. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 27 Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Paragraaf 4 Toehoorders en pers

Artikel 28 Toehoorders en pers

  • 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 29 Geluid- en beeldregistraties

  • 1. Elke commissievergadering wordt in beginsel rechtstreeks via het internet uitgezonden in beeld en geluid. Deze opname blijft na de commissievergadering via internet voor een periode van tenminste vier jaar beschikbaar.

  • 2. Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 30 Uitleg verordening

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 31 Intrekken oude verordening

De ‘Verordening voor de raadscommissie van de gemeente Moerdijk’, zoals vastgesteld bij raadsbesluit op 29 augustus 2019, wordt ingetrokken.

Artikel 32 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening op de raadscommissies gemeente Moerdijk’.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 12 maart 2026,

De griffier,

H.M. Vonk-Schenkel

De voorzitter,

A.J. Moerkerke

Toelichting (artikelsgewijs)

Artikel 1 Begripsbepalingen

Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in het reglement herhaald moet worden, zijn in deze bepaling begrippen eenmalig gedefinieerd.

Artikel 2 Instelling raadscommissies

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. In Moerdijk worden de onderwerpen behandeld in drie domeinen: het fysiek domein, het sociaal domein en het bestuurlijk domein. In de commissievergaderingen worden de voorstellen onderverdeeld in deze drie domeinen.

Artikel 3 Taken

In Moerdijk wordt onderscheid gemaakt in de beeld- en meningsvorming, wat tot uitdrukking komt in de verschillende soorten bijeenkomsten voorafgaand aan de besluitvorming in de raad. De beeldvormende en informatieve raadsbijeenkomsten bereiden de meningsvorming voor en de commissievergadering bereidt de besluitvorming in de raad voor. De taak om de besluitvorming in de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen aan de raad over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigen beweging advies uitbrengen vaan de raad. Ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raadsvergadering. De taken van de commissie zijn in essentie hetzelfde als die van de raad, namelijk die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.

Niet alle onderwerpen zullen alle drie de fasen van besluitvorming doorlopen. Een technische aanpassing van een verordening kan bijvoorbeeld in de raadsvergadering behandeld worden zonder voorafgaande commissiebehandeling. Hierover besluit het presidium als agendacommissie.

Artikel 4 Samenstelling, benoeming commissievoorzitters

De raad bepaalt de samenstelling van de commissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor evenwichtige vertegenwoordiging van in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat een raadscommissie bestaat uit tenminste één lid per fractie. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. Om de omvang van de commissie beperkt te houden is geregeld dat fracties maximaal drie leden, waarvan desgewenst twee burgerleden, aan commissievergaderingen kunnen laten deelnemen. Om het aantal burgerleden beheersbaar te houden is bepaald dat elke fractie maximaal drie burgerleden kan laten benoemen. Raads- en burgerleden worden niet in een commissie benoemd, zij kunnen in alle commissies zitting nemen. De leden van een raadscommissie hoeven geen raadslid te zijn. Op grond van het vierde lid moeten raads- en burgerleden voldoen aan hetgeen is bepaald in artikel 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen uit de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek te laten uitvoeren door de commissie die het op basis van artikel V4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek voor de burgerleden gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de burgerleden benoemd worden. Ook ligt in dit artikel vast dat een burgerlid, net als raadsleden, zich houdt aan de vastgestelde gedragscode.

Artikel 5 Zittingsduur en vacatures

De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt dan derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege als een lid niet meer voldoet aan de in artikel vier, vierde lid, gestelde eisen (tweede lid) en als een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).

De raad kan een burgerlid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het burgerlid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel vier, derde lid, recht op eigen burgerleden.

De raad kan een voorzitter van een raadscommissie ook zonder voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld als deze voorzitter niet langer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het zesde lid voorziet in de situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden.

Artikel 6 De commissiegriffier

Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Deze is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen. Wel heeft de raadscommissie op grond van artikel 20 van deze verordening altijd de mogelijkheid om hem aan de beraadslagingen deel te laten nemen.

Artikel 7 Informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten

Informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten maken deel uit van de eerste fase van de besluitvormingscyclus: de beeldvormende fase. De gemeenteraad wil in een vroeg stadium worden betrokken bij de voorbereiding van de besluitvorming; daarom kan al ruimschoots voordat een onderwerp in een commissievergadering wordt geagendeerd, het onderwerp in een informatieve of beeldvormende raadsbijeenkomst worden besproken. Zowel informatieve als beeldvormende raadsbijeenkomsten hebben een informeel karakter. Bij beeldvormende raadsbijeenkomsten is meepraten het adagium. Vanuit de expertise van betrokkenen kunnen raads- en burgerleden, ambtenaren en het college informatie vergaren die gebruikt kan worden bij de verdere uitwerking van het betreffende onderwerp. Bij informatieve raadsbijeenkomsten wordt informatie gegeven via een presentatie en is het niet de bedoeling met elkaar in discussie te gaan.

Artikel 8 Commissievergaderingen

Het doel van commissievergaderingen is dat de fracties zich een mening vormen over het onderwerp en dit met de andere fracties uitwisselen om op basis van argumenten te proberen elkaars mening te beïnvloeden of consensus te bereiken. Wanneer voorafgaand aan de meningsvorming de beeldvormende fase over een onderwerp goed is doorlopen, zouden de fracties over alle relevante informatie moeten beschikken. Daarom worden tijdens deze vergaderingen ook geen informatieve vragen meer gesteld. De inbreng van het college is beperkt: het college kan toelichting geven, bijvoorbeeld om eventuele misverstanden uit de wereld te helpen of om te reageren op tegenstanders van een voorstel. De fracties overleggen voornamelijk met elkaar.

Voor zover er geen beeldvorming over een onderwerp heeft plaatsgevonden, verdient het de voorkeur om nadere informatie zoveel mogelijk van tevoren op te vragen, zodat die informatie bij de meningsvorming over het betreffende onderwerp kan worden betrokken.

Inspraak van burgers kan alleen plaatsvinden na toestemming van de voorzitter en wordt geregeld in artikel 23. In bijzondere gevallen kunnen burgers en belanghebbenden na toestemming van de raadscommissie deelnemen aan de discussie (zie artikel 20).

De meningsvormende vergadering kan verschillende adviezen uitbrengen aan de raad. Deze adviezen zijn opgenomen in artikel 18 van deze verordening. De commissievoorzitter formuleert als afsluiting van de beraadslagingen over een agendapunt het advies van de commissie.

Artikel 9 Vergaderfrequentie

De vergaderingen van een raadscommissie zullen veelal plaatsvinden op een vaste dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Ook informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten zullen worden gehouden op vastgestelde data. Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter dat nodig oordeelt of als tenminste twee fracties hierom vragen.

Artikel 10 Commissievoorzittersoverleg

Het commissievoorzittersoverleg stelt de agenda’s voor de commissievergaderingen voorlopig vast. Daarnaast wordt overleg gevoerd over andere agenda-gerelateerde zaken zoals gezamenlijke vergaderingen, de vraag op welke commissie-agenda welk onderwerp moet komen en afstemming over wie het voorzitterschap van de verschillende informatieve en beeldvormende raadsbijeenkomsten op zich neemt.

Artikel 11 Oproep en voorlopige agenda

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie digitaal een oproep beschikbaar stelt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het eerste en tweede lid stellen verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in hoofdstuk Va van de Gemeentewet bedoelde stukken. Dit zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hiervan wordt melding gemaakt op de stukken. Deze stukken kunnen worden ingezien bij de griffier (artikel 13, derde lid).

Artikel 12 Aanvullende agenda, vaststellen agenda

In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het beschikbaar stellen van de digitale oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken laten uitgaan. Hierbij geldt eveneens dat als het stukken betreft waarop geheimhouding is opgelegd, deze alleen bij de griffier kunnen worden ingezien.

Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van de raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde en vierde lid. Dit betekent bijvoorbeeld dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende is voorbereid en daarmee niet rijp voor behandeling in de raadsvergadering. Het presidium bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw wordt geagendeerd. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college en de secretaris.

Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken

Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het digitaal beschikbaar stellen ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging op het gemeentehuis worden de stukken ook aangeboden via de website van de gemeente.

De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden de stukken die geheim moeten blijven en die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de commissieleden kan de griffier hen inzage verlenen.

Artikel 14 Openbare kennisgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de aankondiging van de vergadering van de raad wordt geplaatst.

Artikel 15 Presentielijst

De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de burgerleden te kunnen vaststellen.

Artikel 16 Opening vergadering en quorum

Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de gemeentewet. Dit artikel voorziet hierin. Als meer dan de helft van het aantal vertegenwoordigde raadsfracties aanwezig is, kan worden vergaderd.

Het tweede en derde lid voorzien in een regeling voor een nieuwe vergadering als het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en welk tijdstip de nieuwe vergadering wordt gehouden, nog niet vast op welk moment de oproep hiervoor digitaal beschikbaar zal worden gesteld. Omdat is vastgelegd dat tussen de twee vergaderingen een tussenperiode van tenminste twee werkdagen moet zijn gelegen, mag ervan uit worden gegaan dat het mogelijk is om één werkdag van tevoren de oproep digitaal beschikbaar te stellen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.

Artikel 17 Besluitenlijst

Van de commissievergaderingen wordt onder zorg van de commissiegriffier een besluitenlijst gemaakt. De voorzitter, de leden en de overige deelnemers aan de beraadslagingen hebben het recht om een voorstel tot wijziging te doen. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of de voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de besluitenlijst vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk verzoek is niet vatbaar voor beroep, aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State. De griffier is verantwoordelijk voor de besluitenlijst. Na vaststelling van de besluitenlijst ondertekenen de voorzitter en de griffier deze. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt via de gemeentelijke website.

Artikel 18 Advies; geen stemmingen

Het gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie wekken dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten genomen kunnen worden. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad.

In dit artikel zijn de verschillende adviezen opgenomen die de commissie aan de raad kan uitbrengen.

Bij onderwerpen waar geen raadsuitspraak nodig is, kan de commissie als advies geven dat het aan de orde zijnde onderwerp voldoende is besproken en dat het college verdere stappen kan zetten met de input uit de vergadering

Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden in het advies de standpunten van de fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat als een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van te maken in het advies aan de raad.

Artikel 19 Aantal spreektermijnen

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. In dit artikel liggen de spreektijden in de eerste termijn vast, voor de tweede termijn gelden geen spreektijden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een verzoek van een commissielid om na afloop van de tweede termijn nog een korte reactie te geven, hoeft de voorzitter niet te honoreren. Als de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). In het vijfde lid ligt de afspraak dat in de eerste termijn (bij voorkeur) niet geïnterrumpeerd mag worden vast.

Artikel 20 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen.

Artikel 21 Handhaving orde en schorsing

Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Als een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 28 van deze verordening.

Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.

Artikel 22 Voorstellen van orde

Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.

Artikel 23 Spreekrecht burgers bij commissievergaderingen

Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Het spreekrecht geldt, in tegenstelling tot het spreekrecht bij de raadsvergadering, alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie staan. Met het burgerinitiatief is geregeld dat burgers wel een instrument hebben om ook andere onderwerpen die zij belangrijk vinden bij de raad te agenderen.

De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten per spreker met een maximum van in totaal 30 minuten per commissievergadering. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan hiervan worden afgeweken. Verder is bepaald dat een inspreker na afloop van de behandeling van het onderwerp, nog de gelegenheid krijgt te reageren. Hiervoor krijgt hij twee minuten de gelegenheid.

Conform de gegroeide praktijk worden agendapunten waarvoor zich insprekers hebben gemeld als eerste behandeld. In het derde lid zijn de onderwerpen opgenomen, waarover het woord niet gevoerd kan worden. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. In gevallen waarin een hoorzitting wordt gehouden is inspraak niet mogelijk. Toelichting van een zienswijze vindt dan immers tijdens de hoorzitting plaats. Omdat inspraak over benoemingen, keuzes voordrachten of aanbevelingen van personen (de belangen van) kandidaten in de uitoefening van hun functie kunnen schaden, kunnen burgers hierover ook geen uitlatingen doen. Tenslotte kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen waarover zij op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht een klacht kunnen indienen. Dit artikel uit de Awb gaat voor het spreekrecht van burgers.

De burgers die wensen in te spreken moeten zich uiterlijk voor 12 uur op de dag van de commissievergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de persoon naar de juiste commissievergadering verwijzen. In het vijfde lid is ervoor gekozen om een burger slechts eenmaal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Op basis van artikel 17, vijfde lid, wordt de besluitenlijst toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.

Artikel 24 Vragen van inlichtingen

Dit artikel vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Er is bewust gekozen voor een algemene regeling van het vragenhalfuur. Het tweede lid bepaalt dat het onderwerp en de portefeuillehouder moeten worden aangegeven door de vragensteller, zodat de portefeuillehouder zich kan voorbereiden op beantwoording tijdens de commissievergadering. Door het vragenuur als vast agendapunt op te nemen, wordt de drempel om vragen te stellen verlaagd en kan de media-aandacht voor de lokale politiek worden vergroot. In het vragenhalfuur krijgen de commissieleden de mogelijkheid om over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen.

De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het (lid van) het college te stellen en een toelichting daarop te geven. De vragen worden tijdens de commissievergadering door het (lid van) het college aan wie de vragen zijn gesteld, mondeling beantwoord. Na deze beantwoording krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan de andere commissieleden het woord geven om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur zijn interrupties niet toegestaan.

Artikel 25 Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in hoofdstuk Va van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.

Artikel 26 Besluitenlijst besloten vergadering

Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. Het eerste lid bepaalt dat de besluitenlijst van een besloten vergadering alleen ter beschikking wordt gesteld aan de aanwezigen bij de vergadering.

Artikel 27 Opheffing geheimhouding

Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid van de Gemeentewet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

Artikel 28 Toehoorders en pers

Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang kan ontzeggen.

Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde en vierde lid van dit artikel voorzien hierin.

Artikel 29 Geluid- en beeldregistraties

Commissievergaderingen worden via het internet uitgezonden in beeld en geluid. De opname van deze uitzending blijft gedurende de in de verordening opgenomen periode via internet te beluisteren en bekijken.

Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.

Artikel 30 Uitleg verordening

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 31 Intrekken oude verordening

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 32 Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Moerdijk d.d. 12 maart 2026,

De raadsgriffier,

H.M. Vonk-Schenkel