Verordening auditcommissie gemeente Moerdijk

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening auditcommissie gemeente Moerdijk

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 12 maart 2026,

gelezen het voorstel van de auditcommissie d.d. 10 december 2025,

gelet op de artikelen 84, 108 lid 1, 147 lid 1 en 149 van de Gemeentewet,

BESLUIT

vast te stellen de:

VERORDENING AUDITCOMMISSIE GEMEENTE MOERDIJK

Hoofdstuk 1 Begripsbepaling

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a)

    Lid: lid van de auditcommissie;

  • b)

    Burgerlid: lid van de raadscommissie dat geen lid van de gemeenteraad is, zoals geregeld in de verordening op de raadscommissie gemeente Moerdijk;

  • c)

    Voorzitter: voorzitter van de auditcommissie of diens vervanger;

  • d)

    Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

  • e)

    Vergadering: vergadering van de auditcommissie.

Hoofdstuk 2 Taken, lidmaatschap, voorzitterschap en ondersteuning

Artikel 2 Taken

  • 1. De Auditcommissie adviseert de raad over:

    • a.

      De opdrachtverlening voor de accountantscontrole, zoals bedoeld in artikel 2 van de controleverordening, inclusief de aanwijzing van speerpunten voor de controle;

    • b.

      De rapportages van de accountant, zoals bedoeld in artikel 7 van de controleverordening;

    • c.

      Het voorbereiden van de periodieke aanbesteding van de accountantsfunctie overeenkomstig het gestelde in de controleverordening gemeente Moerdijk.

    • d.

      De benoeming, het ontslag en het op non-actief stellen van de leden van de rekenkamer zoals bedoeld in artikel 5 van de verordening gemeentelijke Rekenkamer Moerdijk;

    • e.

      Het onderzoeksplan en verzoeken om onderzoek te doen, zoals bedoeld in artikel 9 van de verordening gemeentelijke rekenkamer Moerdijk;

    • f.

      Het proces rond de uit te voeren rekenkameronderzoeken, waaronder de voortgang van het onderzoek, het overleg met vertegenwoordigers uit de gemeenteraad, etc.;

    • g.

      De opvolging van door de raad aangenomen aanbevelingen voortvloeiend uit rekenkameronderzoek.

  • 2. De auditcommissie adviseert de raad en voert overleg met het college over:

    • a.

      Het oordeel over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de in de ontwerp jaarrekening en het ontwerpjaarverslag door het college afgelegde verantwoording over het gevoerde financieel beheer en beleid;

    • b.

      De kadernota, de begroting en meerjarenbegroting en de tussentijdse bestuursrapportages;

    • c.

      De aanpassingen van de verordeningen ex artikel 212, 213 en 213a van de Gemeentewet;

    • d.

      Het risicomanagement en het risicomanagementinstrumentarium;

    • e.

      De financiële richtlijnen en de documenten uit de P&C-cyclus van verbonden partijen;

    • f.

      Interne en externe rapportages en verantwoordingen omtrent (geautomatiseerde) gegevensverwerking, gegevensuitwisseling, IT-beveiliging en IT-continuïteit, zoals ENSIA en WPG-audit;

    • g.

      Rapportages in het kader van het interbestuurlijk toezicht.

  • 3. De auditcommissie fungeert voor de accountant en de rekenkamer als vertegenwoordiger van de gemeenteraad en is tevens klankbord van de accountant en de rekenkamer.

  • 4. De auditcommissie kan voor de voorbereiding of de uitvoering van bijzondere taken of opdrachten uit haar midden een subcommissie aanwijzen. De subcommissie rapporteert aan de auditcommissie.

  • 5. De auditcommissie laat zich informeren door het college, ambtenaren, inwoners, instellingen, bedrijven of anderszins deskundigen over voorstellen en onderwerpen inzake de gemeentefinanciën.

Artikel 3 Samenstelling

  • 1. De auditcommissie bestaat uit hoogstens één lid namens elke raadsfractie.

  • 2. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op bindende voordracht van de raadsfracties benoemd.

  • 3. Bij afwezigheid van een commissielid kan op zijn verzoek een raads- of burgerlid namens de fractie als toehoorder tot de vergadering worden toegelaten.

Artikel 4 Voorzitter

  • 1. De raad benoemt uit zijn midden de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de auditcommissie.

  • 2. Indien zowel de voorzitter als een plaatsvervanger verhinderd zijn, wordt het voorzitterschap waargenomen door het langstzittende lid van de raad in de vergadering. Indien meer leden in de vergadering even lang raadslid zijn, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen.

  • 3. De voorzitter is belast met:

    • a.

      Het voorbereiden en afhandelen van de vergadering;

    • b.

      Het leiden van de vergadering;

    • c.

      Het handhaven van de orde in de vergadering;

    • d.

      De communicatie die van de commissie uitgaat;

    • e.

      Hetgeen hem door deze verordening verder wordt opgedragen;

    • f.

      Het doen naleven van deze verordening.

Artikel 5 Zittingsduur en vacatures

  • 1. De zittingsperiode van een lid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Op voorstel van de raadsfractie op wiens voordracht het lid is benoemd, besluit de raad tot het ontslag van het betreffende lid.

  • 3. De auditcommissie kan de raad verzoeken de voorzitter of zijn plaatsvervanger uit zijn functie te ontslaan.

  • 4. Een lid kan altijd ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.

  • 5. Indien een raadsfractie blijkend uit een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die raadsfractie is benoemd, van rechtswege.

Artikel 6 Ondersteuning

  • 1. De griffier dan wel een door hem aangewezen medewerker op de griffie adviseert de auditcommissie over werkwijze, te behandelen onderwerpen en uit te brengen adviezen en ondersteunt de vergaderingen van de commissie.

  • 2. De griffier of een door hem aangewezen medewerker op de griffie is in iedere vergadering aanwezig.

  • 3. De concerncontroller is aangewezen als adviseur om de auditcommissie te ondersteunen bij zijn werkzaamheden.

  • 4. In zijn hoedanigheid van adviseur van de auditcommissie treedt de concerncontroller onafhankelijk op en is hij geen verantwoording schuldig aan het college van burgemeester en wethouders of de gemeentesecretaris.

  • 5. De controlerend accountant of diens plaatsvervanger treedt op als adviseur van de auditcommissie.

Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester, gemeentesecretaris en overige ambtenaren

Artikel 7 Burgemeester, wethouders en gemeentesecretaris

  • 1. De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de gemeentesecretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.

  • 2. Indien de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris in een vergadering, waarvoor zij niet zijn uitgenodigd, willen deelnemen aan de beraadslagingen, doen zij hiertoe, via de griffie, een verzoek aan de voorzitter. De auditcommissie beslist op dit verzoek.

  • 3. De burgemeester en de wethouders kunnen zich ambtelijk laten ondersteunen.

Hoofdstuk 4 Vergaderingen

Artikel 8 Vergaderfrequentie en openbaarheid

  • 1. De auditcommissie vergadert volgens een jaarlijks vergaderschema.

  • 2. De auditcommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee leden schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover overleg met de griffier.

  • 4. De vergaderingen van de auditcommissie zijn niet openbaar. Leden van de auditcommissie moeten hetgeen besproken is in de vergaderingen wel delen met raads- en burgerleden van de fractie(s) die zij vertegenwoordigen.

Artikel 9 Oproep

  • 1. De voorzitter zendt ten minste vijf werkdagen vóór een vergadering aan de leden via e-mail een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

  • 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden uiterlijk vijf werkdagen voor een vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst.

  • 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur vóór aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 10 De agenda

  • 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast.

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur vóór de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de auditcommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de auditcommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

Artikel 11 Opening vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de vergadering indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden aanwezig is.

  • 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.

Artikel 12 Verslaglegging en verantwoording

  • 1. Onder zorg van de griffier wordt van hetgeen in de vergaderingen is besproken en besloten een beknopt verslag opgesteld.

  • 2. Het verslag bevat:

    • a)

      De namen van de aanwezige leden en van andere aanwezige personen, en in welke hoedanigheid zij aan de vergadering deelnemen;

    • b)

      De namen van de afwezige leden;

    • c)

      De vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • d)

      Een zakelijke samenvatting van het besprokene;

    • e)

      De conclusie van de beraadslagingen.

  • 3. Een afschrift van het concept-verslag wordt aan de leden van de auditcommissie ter beschikking gesteld.

  • 4. Het verslag van de vergaderingen is niet openbaar. Overige aanwezigen ontvangen desgevraagd dat deel van het verslag dat betrekking heeft op het deel van de vergadering waarbij zij aanwezig waren.

  • 5. De auditcommissie stelt jaarlijks in het derde kwartaal een werkplan op voor het volgende jaar en legt dit plan voor aan de gemeenteraad.

  • 6. De auditcommissie legt jaarlijks in een verslag over zijn werkzaamheden verantwoording af aan de gemeenteraad.

Artikel 13 Inlichtingen en advies

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de in artikel 2 genoemde stukken, voor zover deze onder verantwoordelijkheid van het college worden opgesteld uiterlijk 5 werkdagen voorafgaand aan de vergadering, via de griffie, ter kennis aan de leden van de auditcommissie worden gebracht.

  • 2. De auditcommissie is bevoegd tot het opvragen en inzien van alle informatie die zij voor haar taken nodig acht.

  • 3. De auditcommissie heeft in het kader van haar taak zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening de bevoegdheid tot het raadplegen van leden van het college, de accountant, gemeentelijke ambtenaren en derden, wanneer zij dat wenselijk acht. Deze personen kunnen worden uitgenodigd om tijdens de vergadering inlichtingen te verstrekken.

  • 4. De auditcommissie kan advies vragen aan de leden van het college, de accountant, gemeentelijke ambtenaren en derden, wanneer zij dat wenselijk acht.

Artikel 14 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3. Over een voorstel van orde beslist de auditcommissie terstond.

Artikel 15 Handhaving orde; schorsing

  • 1. De voorzitter roept een spreker tot de orde, indien deze:

    • a)

      Zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft;

    • b)

      Afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp;

    • c)

      Een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert;

    • d)

      Dan wel anderszins de orde verstoort.

  • 2. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

  • 4. De voorzitter kan de auditcommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

  • 5. Over een voorval als bedoeld in het vierde lid, doet de voorzitter binnen 24 uur mededeling aan de fractie die door het betreffende lid wordt vertegenwoordigd, de gemeenteraad en de voorzitter van de gemeenteraad.

Artikel 16 Beraadslaging

  • 1. De auditcommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de auditcommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen ten einde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 17 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1. De auditcommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 18 Conclusie van de beraadslaging

  • 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of een voorstel voldoende is behandeld, sluit hij de beraadslaging, tenzij de auditcommissie anders beslist.

  • 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de auditcommissie op voorstel van de voorzitter over de inhoud van de conclusie.

  • 3. De conclusie bevat beknopt de standpunten van de aanwezige commissieleden.

  • 4. Als de conclusie een advies aan de raad betreft om een voorstel in een raadsvergadering, of commissie te behandelen, vermeldt de conclusie ook de standpunten van de aanwezige commissieleden, over de behandelwijze in de raad of commissie.

Artikel 19 Uitleg verordening

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de auditcommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 20 Slotbepalingen

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

  • 2. De verordening Audit-commissie gemeente Moerdijk, vastgesteld op 10 maart 2022, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als: verordening auditcommissie gemeente Moerdijk.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 12 maart 2026.

De griffier,

H.M. Vonk-Schenkel

De voorzitter,

A.J. Moerkerke

Bijlage 1 Memorie van toelichting op verordening auditcommissie gemeente Moerdijk

Inleiding

De Auditcommissie houdt zich naast het financieel toezicht op de administratie bezig met zaken zoals de financiële aspecten in de kadernota, de begroting en de bestuursrapportages. Daarnaast is de Auditcommissie belast met de advisering aan de gemeenteraad over de stand van het interbestuurlijk toezicht, waarvan het de ontvangen rapportages bespreekt. Verder adviseert de Auditcommissie over de aanstelling van de accountant, de samenstelling van de Rekenkamer(commissie), het risicomanagement, het onderzoeksprogramma van het college zoals genoemd in artikel 213a van de Gemeentewet en de financiële richtlijnen voor Verbonden partijen.

Bijzondere aandacht is er voor de relatie tussen de auditcommissie en de rekenkamer. Hierin vervult de auditcommissie een vooraanstaande rol. Allereerst al omdat de auditcommissie de gemeenteraad adviseert over de samenstelling van de rekenkamer. Verder wordt de auditcommissie een voorname rol toegewezen waar het betreft het onderzoeksprogramma, het proces van uit te voeren onderzoeken en de opvolging van aanbevelingen die door de gemeenteraad zijn overgenomen. Om invulling te geven aan de opdracht van de auditcommissie is het wenselijk dat er tenminste twee keer per jaar overleg tussen de auditcommissie en de rekenkamer plaatsvindt.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 Taken

De voornaamste taak van de auditcommissie is de gemeenteraad te adviseren op de genoemde onderwerpen. Deze zijn vastgelegd in het eerste lid van dit artikel. In het tweede lid zijn de onderwerpen opgesomd waarbij voor het opstellen van het advies overleg met het college nodig is.

Verder is in dit artikel vastgelegd dat de auditcommissie gesprekspartner namens de raad is voor de accountant en de rekenkamer (zie ook hetgeen in de inleiding is verwoord).

Tenslotte is bepaald dat de commissie voor haar werkzaamheden subcommissies kan instellen en anderen kan raadplegen over zaken die aan haar worden voorgelegd.

Artikel 3Samenstelling

Dit artikel bepaalt hoe de samenstelling tot stand komt. Iedere fractie kan een lid van de auditcommissie voordragen. Dit betekent niet automatisch dat iedere fractie ook een lid moet aanwijzen. Dit geeft ruimte voor fracties om gezamenlijk een lid aan te wijzen, dat meerdere fracties vertegenwoordigt. De voordracht van fracties is bindend. Dit houdt in dat de gemeenteraad geen andere kandidaat kan benoemen dan degenen die worden voorgedragen. De kandidatuur moet wel door een meerderheid van de gemeenteraad worden gesteund.

Het kan voorkomen dat een lid van de commissie een vergadering niet kan bijwonen. In het 2e lid van dit artikel is bepaald dat hij in deze situatie een raads- of burgerlid namens de fractie als toehoorder bij de vergadering aanwezig kan laten zijn. Deze waarnemer is toehoorder, wat inhoudt dat hij het woord niet mag voeren en geen stemrecht heeft.

Om de leden van de auditcommissie voldoende bagage mee te geven voor hun werkzaamheden zal in een training worden voorzien.

Artikel 4Voorzitter

Het is de gemeenteraad die bepaalt welk raadslid het voorzitterschap, dan wel het plaatsvervangend voorzitterschap bekleedt. Hiermee is verzekerd dat het voorzitterschap altijd bij een raadslid berust. Tevens is bepaald op welke wijze bij afwezigheid van de voorzitter en diens plaatsvervanger in het voorzitterschap van een vergadering wordt voorzien.

In het derde lid zijn de taken van de voorzitter opgesomd.

Artikel 5Zittingsduur en vacatures

In dit artikel is bepaald dat de zittingsduur van de leden van de auditcommissie is verbonden aan de zittingsduur van de gemeenteraad. Bovendien is bepaald dat het lidmaatschap van de commissie moet worden gesteund door een voordracht van een fractie. Een commissielid dat deze steun verliest, wordt door de raad ontslagen.

Indien de auditcommissie het vertrouwen in zijn voorzitter of diens plaatsvervanger verliest kan de commissie de gemeenteraad verzoeken hem uit zijn functie te ontheven.

In het laatste lid is vastgelegd dat indien een fractie niet langer deel uitmaakt van de gemeenteraad, het lidmaatschap van de auditcommissie automatisch komt te vervallen.

Artikel 6Ondersteuning

In dit artikel wordt geregeld dat de griffie belast is met de advisering en ondersteuning van de auditcommissie. De griffier, of een door hem aangewezen medewerker is dan ook bij iedere vergadering aanwezig. Tenslotte is bepaald dat de concerncontroller, naast de griffier, als adviseur van de commissie optreedt. Ten aanzien van de concerncontroller is nadrukkelijk vastgelegd dat deze voor zijn adviezen aan de commissie geen verantwoording verschuldigd is aan het college van burgemeester en wethouders. Evenmin is hij voor zijn adviezen aan de commissie verantwoording verschuldigd aan de gemeentesecretaris.

Artikel 7Burgemeester, wethouders en gemeentesecretaris

Het is geen automatisme dat het college, dan wel een van haar leden, of de gemeentesecretaris bij een vergadering van de Auditcommissie aanwezig is. Het is de voorzitter, die bepaalt of de aanwezigheid van een lid van het college, dan wel van de gemeentesecretaris gewenst is. Als het college meent dat de aanwezigheid van een van haar leden gewenst is kan een verzoek daartoe via de griffie aan de voorzitter worden voorgelegd. Deze legt het verzoek aan de rest van de commissie voor. Deze beslist daar uiteindelijk over. Eenzelfde werkwijze geldt in het geval de gemeentesecretaris meent dat zijn aanwezigheid gewenst is.

Als het college vertegenwoordigd wordt, kan zij zich ambtelijk laten bijstaan. Gezien de rol en de positie van de concerncontroller binnen de auditcommissie, is het niet wenselijk dat deze het college in de vergadering bijstaat. Daarom is hier bepaald dat het college een andere medewerker aanwijst om bijstand te verlenen.

Artikel 8 Vergaderfrequentie en openbaarheid

Tijdig voorafgaand aan het nieuwe jaar stelt de auditcommissie het vergaderschema voor het volgende jaar vast. De griffier doet hiervoor een voorstel, daarbij rekening houdend met de termijnen die gelden voor de behandeling van de verschillende documenten, zoals de jaarrekening, de kadenota, de begroting, de jaarstukken van verbonden partijen, etc.

Gelet op de inhoud van de te bespreken stukken is openbaarheid van de vergaderingen van de auditcommissie niet wenselijk. In een besloten vergadering is het mogelijk om wat dieper op de materie in te gaan.

Wel wordt van de leden van de auditcommissie verwacht dat zij hetgeen besproken is tijdens de vergadering delen met raads- en burgerleden van de fractie(s) die zij vertegenwoordigen om een goede doorwerking vanuit de auditcommissie te verzekeren. Dit informeren van de raads- en burgerleden – met inbegrip van het delen van de vastgestelde verslagen - gebeurt wel op basis van geheimhouding, hetgeen mogelijk is omdat raads- en burgerleden mede-geheimhouders zijn.

Artikel 12Verslaglegging en verantwoording

De griffier is verantwoordelijk voor de verslaglegging, die aan de in dit artikel geformuleerde vereisten moet voldoen. Aangezien de vergadering besloten is, is ook het verslag niet openbaar. Om de gemeenteraad inzicht te geven in de voorgenomen werkzaamheden van de auditcommissie is vastgelegd dat de commissie jaarlijks in het derde kwartaal een werkplan voor het volgende jaar aan de gemeenteraad aanbiedt. In dat werkplan is ruimte voor het leggen van accenten. Tevens is vastgelegd dat de commissie door middel van een jaarverslag aan de gemeenteraad verantwoording over de werkzaamheden aflegt. Het werkplan en het jaarverslag zijn wel openbaar, zodat ook buitenstaanders kennis kunnen nemen van de werkzaamheden van deze commissie.

Artikel 13Inlichtingen en advies

In dit artikel is vastgelegd dat het college verantwoordelijk is voor een tijdige aanlevering van de in artikel 2, lid 2 genoemde documenten, d.w.z. uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering.

Verder is in dit artikel vastgelegd dat de auditcommissie uitgebreide bevoegdheden heeft om de voor hen noodzakelijk informatie te verkrijgen.

Artikel 15Handhaving orde; schorsing

De voorzitter van de auditcommissie heeft op grond van deze bepaling alle nodige instrumenten in handen om de orde in de vergadering te handhaven. Tevens is bepaald dat de voorzitter de fractie van een lid dat hen vertegenwoordigd en van wie de commissie heeft geoordeeld hij zich zodanig heeft gedragen dat zijn aanwezigheid niet langer op prijs wordt gesteld, daarover informeert. Tevens is bepaald dat in dat geval de voorzitter ook de gemeenteraad en de voorzitter van de gemeenteraad informeert

Artikel 16, 17 en 18 

In de artikelen 16, 17 en 18 wordt nader ingegaan op de wijze waarop de commissie tot zijn conclusies komt. Daarbij kunnen onderwerpen gesplitst worden en kunnen anderen dan alleen de leden aan de vergadering en de beraadslagingen deelnemen. Verder is vastgesteld dat de voorzitter kan constateren dat een onderwerp voldoende is besproken en formuleert hij een conclusie, welke door de auditcommissie wordt goedgekeurd. Bij het formuleren van een conclusie wordt ook vastgesteld welk standpunt de verschillende commissieleden innemen. Tevens kan de auditcommissie advies uitbrengen over de wijze waarop een onderwerp in de raad of een commissie wordt besproken.