Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759612
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759612/1
Beleidsregels terugvordering, invordering en kwijtschelding bijstand voor zelfstandigen 2026
Geldend van 28-03-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels terugvordering, invordering en kwijtschelding bijstand voor zelfstandigen 2026Inleiding
Werkzaak Rivierenland voert de Participatiewet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) uit. Volgens deze wetten moet bijstand in de vorm van een lening volledig worden afgelost, teveel verstrekte bijstand worden teruggevorderd en moeten debiteuren de teruggevorderde bijstand volledig terugbetalen.
De wetten geven ons ook beleidsruimte om te regelen wanneer we kunnen afzien van (volledige) terugvordering of een vordering kunnen kwijtschelden. In deze beleidsregels geven we invulling aan die beleidsruimte en bepalen we hoe we onze bevoegdheden willen gebruiken. Daarbij is het uitgangspunt dat wij onze debiteuren uitzicht geven op een schuldenvrije toekomst, zodat deze kan (blijven) meedoen in de samenleving.
Deze beleidsregels gaan alleen over de bijstand voor levensonderhoud en bijstand als bedrijfskapitaal vanuit de Bbz. Ze zijn niet van toepassing op bijstand voor levensonderhoud en voor bedrijfskapitaal op basis van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).
Wettelijk kader
Artikel 17 lid 1 Pw;
Artikel 58 lid 2 onder a en onder b Pw;
Artikel 58 lid 8 Pw;
Artikel 58 tot en met 60c Pw;
Artikel 12 lid 2 onder c Bbz 2004;
Artikel 41 Bbz 2004.
Artikel 1: Begripsbepalingen
In deze beleidsregels verstaan we onder:
- a.
Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
- b.
bedrijfskapitaal: bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal als bedoeld in paragraaf 5 van het Bbz 2004;
- c.
algemene bijstand: bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in paragraaf 4 van het Bbz 2004;
- d.
looptijd: de periode gelegen tussen de datum van verstrekking van bedrijfskapitaal in de vorm van een lening en de laatste aflossingstermijn, te weten 10 jaar;
- e.
debiteur: degene die leenbijstand moet aflossen en degene van wie bijstand is of wordt teruggevorderd;
- f.
we: het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland;
- g.
wet: Participatiewet.
Hoofdstuk 1: Algemene bijstand voor levensonderhoud
Artikel 2: Terugvordering bijstand bij definitieve vaststelling netto inkomen (artikel 12 Bbz)
-
1. Bij de definitieve vaststelling van de algemene bijstand als bedoeld in artikel 12 lid 2 onder c Bbz nemen wij meteen ook een besluit over de terugvordering van het meerdere boven de jaarnorm. Wij maken gebruik van de bevoegdheid om het meerdere boven de jaarnorm volledig terug te vorderen.
-
2. Als bij de toepassing van lid 1 blijkt dat er een bedrag van € 250,- of minder bijstand teveel is betaald, dan vorderen wij dat bedrag niet terug.
-
3. Als de debiteur de vordering niet in zijn geheel binnen zes weken na vaststelling van de vordering kan voldoen, dan verlenen wij uitstel van betaling en treffen een betalingsregeling.
Uitgangspunt van de betalingsregeling is dat de debiteur maandelijks een aflossingsbedrag van ten minste 5% van zijn netto inkomen inclusief vakantietoeslag gebruikt om de vordering af te lossen. Op gemotiveerd verzoek van debiteur berekenen wij het voor beslag vatbare bedrag conform artikel 475 van het Wetboek van Rechtsvordering en stellen we het aflossingsbedrag eventueel lager vast.
In afwijking van lid 4 kan op verzoek van de debiteur een flexibele betalingsregeling worden getroffen als de vordering daarmee binnen een periode van 36 maanden vanaf het moment van vaststelling van de vordering in zijn geheel wordt afgelost. Denk aan afspraken over een andere ingangsdatum, een lager aflossingsbedrag, variabele aflosbedragen en aflossen door spaargeld in te zetten.
-
4. In afwijking van lid 3 wordt in beginsel uitstel van betaling verleend zonder het opleggen van een betalingsregeling met aflosverplichting, zolang de debiteur bezig is om leenbijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal af te lossen. Wij kunnen ervoor kiezen dit uitstel niet te verlenen als er sprake is van een verwijtbare terugvordering van de bijstand voor levensonderhoud.
Artikel 3: Terugvordering renteloze lening bijstand levensonderhoud (artikel 13 Bbz)
-
1. Als de debiteur niet (meer) kan voldoen aan de aflosverplichting van artikel 13 Bbz, dan vorderen wij de (resterende) leenbijstand terug.
-
2. Als bij de toepassing van lid 1 blijkt dat er een bedrag van € 250,- of minder leenbijstand openstaat, dan vorderen wij dat bedrag niet terug.
-
3. Als de debiteur de vordering niet in zijn geheel binnen zes weken na vaststelling van de vordering kan voldoen, dan verlenen wij uitstel van betaling en treffen een betalingsregeling.
-
4. Uitgangspunt van de betalingsregeling is dat de debiteur maandelijks een aflossingsbedrag van ten minste 5% van zijn netto inkomen inclusief vakantietoeslag gebruikt om de vordering af te lossen. Op gemotiveerd verzoek van debiteur berekenen wij het voor beslag vatbare bedrag conform artikel 475 van het Wetboek van Rechtsvordering en stellen we het aflossingsbedrag eventueel lager vast.
-
5. In afwijking van lid 4 kan op verzoek van de debiteur een flexibele betalingsregeling worden getroffen als de vordering daarmee binnen een periode van 36 maanden vanaf het moment van vaststelling van de vordering in zijn geheel wordt afgelost. Denk aan afspraken over een andere ingangsdatum, een lager aflossingsbedrag, variabele aflosbedragen en aflossen door spaargeld in te zetten.
-
6. In afwijking van lid 3 wordt in beginsel uitstel van betaling verleend zonder het opleggen van een betalingsregeling met aflosverplichting, zolang de debiteur bezig is om leenbijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal af te lossen. Wij kunnen ervoor kiezen dit uitstel niet te verlenen als er sprake is van een verwijtbare terugvordering van de bijstand voor levensonderhoud.
Hoofdstuk 2: Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
Artikel 4: Verplichtingen bij geldlening voor bedrijfskapitaal
-
1. Wij kunnen aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening voor bedrijfskapitaal verplichtingen verbinden die meer zekerheid geven over de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
-
2. De kosten van taxatie en het vestigen van pand of hypotheek zijn voor rekening van de debiteur. Deze kosten kunnen onderdeel zijn van de geldlening voor bedrijfskapitaal en worden dan meegenomen in de hypotheek. Als er sprake is van het vestigen van een hypotheek op een woonhuis, dan kan de meest actuele WOZ-waarde als uitgangspunt worden genomen.
Artikel 5: Terugvordering geldlening voor bedrijfskapitaal
-
1. Als de debiteur duurzaam niet kan voldoen aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de lening voor bedrijfskapitaal, waaronder de rente- en aflosverplichtingen, en er is geen mogelijkheid meer om uitstel van betaling te verlenen, dan vorderen wij de (resterende) lening en eventuele achterstallige rente terug.
-
2. Als bij de toepassing van dit artikel blijkt dat de debiteur 95% van de leenbijstand exclusief rente heeft afgelost, dan vorderen wij de rest van de leenbijstand niet terug.
-
3. Als de debiteur de vordering niet in zijn geheel binnen zes weken na vaststelling van de vordering kan voldoen, dan verlenen wij uitstel van betaling en treffen een betalingsregeling.
-
4. Uitgangspunt van de betalingsregeling is dat de debiteur maandelijks een aflossingsbedrag van 5% van zijn netto inkomen inclusief vakantietoeslag gebruikt om de vordering af te lossen. Op gemotiveerd verzoek van debiteur berekenen wij het voor beslag vatbare bedrag conform artikel 475 van het Wetboek van Rechtsvordering en stellen we het aflossingsbedrag eventueel lager vast.
-
5. In afwijking van lid 4 kan op verzoek van de debiteur een flexibele betalingsregeling worden getroffen als de vordering daarmee binnen een periode van 36 maanden vanaf het moment van vaststelling van de vordering in zijn geheel wordt afgelost. Denk aan afspraken over een andere ingangsdatum, een lager aflossingsbedrag, variabele aflosbedragen en aflossen door spaargeld in te zetten.
Hoofdstuk 3: Afzien van terugvordering, meewerken aan minnelijke schuldregeling en kwijtschelding
Artikel 6: Dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien
Als bij het nemen van een besluit tot terugvordering blijkt dat de terugvordering wegens bijzondere omstandigheden ernstige gevolgen heeft voor de debiteur en/of het gezin, dan kunnen wij ervoor kiezen om gedeeltelijk of niet geheel terug te vorderen. Het moet dan gaan om ernstige gevolgen:
- a)
voor het psychisch functioneren en/of;
- b)
voor het toekomstperspectief van de debiteur op het gebied van de arbeidsinschakeling, re-integratie of maatschappelijke participatie en/of;
- c)
voor de financiële situatie als sprake is van forse schulden en/of;
- d)
voor een hulpverleningstraject van een ketenpartner in verband met multi-problematiek.
Artikel 7: Meewerken aan minnelijke schuldregeling bij teruggevorderde bijstand
-
1. Wij werken mee aan een minnelijke schuldregeling als:
- a)
redelijkerwijs te voorzien is dat de debiteur niet kan doorgaan met het betalen van zijn schulden; en
- b)
redelijkerwijs is te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder onze medewerking niet tot stand komt; en
- c)
de vordering ten minste wordt voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; en
- d)
het verzoek tot medewerking wordt ingediend door een bij de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet aangesloten schuldbemiddelingsorganisatie.
- a)
-
2. Wij werken niet mee aan een minnelijke schuldregeling als de vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld schenden van de inlichtingenplicht en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd of aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
-
3. Wij werken niet mee aan een minnelijke schuldregeling als de vordering is gedekt door een zakelijk recht als pand of hypotheek of als de vordering het gevolg is van een eerder verstrekte geldlening vanwege vermogen in eigen woning als bedoeld in artikel 50 Pw.
-
4. Wij trekken het besluit om medewerking te verlenen aan een minnelijke schuldregeling in als:
- a)
niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekend gemaakt een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen als neergelegd in het eerste lid;
- b)
de debiteur de aan de schuldregeling verbonden verplichtingen ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; of
- c)
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegeven tot een ander besluit zou hebben geleid.
- a)
-
5. Nadat de opgave schuldpositie is verstrekt schorten wij de invordering van de vordering op voor de duur van maximaal 6 maanden, totdat alle schuldeisers de voorgestelde schuldregeling hebben geaccepteerd.
Artikel 8: Kwijtschelding terugvordering levensonderhoud zonder verwijtbaarheid
-
1. Als een terugvordering van bijstand voor levensonderhoud is ontstaan zonder verwijtbaarheid aan de kant van de debiteur, dan verlenen wij ambtshalve kwijtschelding van (het restant van de) vordering in de volgende situaties:
- a)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering 36 maanden aan of ten behoeve van ons afgelost conform de aflosverplichting; of
- b)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet 36 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost conform de aflosverplichting, maar heeft het achterstallige bedrag over die periode alsnog volledig voldaan; of
- c)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet 36 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost conform de aflosverplichting en het is niet aannemelijk dat hij op enig moment alsnog aan de aflosverplichting zal gaan voldoen.
- a)
-
2. Debiteur voldoet aan zijn aflossingsverplichting, zoals bedoeld in lid 1, als de vordering wordt afgelost volgens artikel 2 of 3. Dit geldt ook als vastgesteld is dat er geen draagkracht aanwezig is.
-
3. Wij kunnen op verzoek kwijtschelding verlenen van (het restant van de) vordering, als de debiteur een bedrag gelijk aan ten minste 50% van de (restant)vordering in een keer heeft afgelost. Bij de toepassing van het bepaalde in lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens aflossing op externe schulden, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn.
-
4. Bij de toepassing van lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is.
-
5. Wij verlenen geen kwijtschelding als de debiteur nog vermogen heeft boven de toepasselijke vrijlatingsgrens van de wet, waarmee hij de vordering geheel of gedeeltelijk kan aflossen.
-
6. Wij verlenen geen kwijtschelding ten aanzien van een vordering die door pand of hypotheek op een of meer goederen is gedekt, behalve als zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.
Artikel 9: Kwijtschelding terugvordering levensonderhoud bij verwijtbaarheid
-
1. Als een terugvordering van bijstand voor levensonderhoud is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht van artikel 17 lid 1 van de wet, dan schelden wij in de volgende situaties ambtshalve de resterende vordering van kwijt:
- a)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering 120 maanden aan of ten behoeve van ons afgelost volgens de aflosverplichting; of
- b)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet 120 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost volgens de aflosverplichting, maar heeft het achterstallige bedrag over die periode alsnog volledig voldaan; of
- c)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet 120 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost volgens de aflosverplichting en het is niet aannemelijk dat hij op enig moment alsnog aan de aflosverplichting zal gaan voldoen.
- a)
-
2. Als een terugvordering van bijstand voor levensonderhoud is ontstaan door verwijtbare schending van andere aan de bijstand verbonden verplichtingen dan de inlichtingenplicht van artikel 17 lid 1 van de wet, dan is het bepaalde in lid 1 van toepassing.
-
3. Debiteur voldoet aan zijn aflossingsverplichting, zoals bedoeld in lid 1, als de vordering wordt afgelost volgens artikel 2 of 3. Dit geldt ook als vastgesteld is dat er geen draagkracht aanwezig is.
-
4. Wij kunnen op verzoek kwijtschelding verlenen van (het restant van de) vordering, als de debiteur een bedrag gelijk aan ten minste 50% van de (restant)vordering in een keer heeft afgelost.
-
5. Bij de toepassing van het bepaalde in lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens aflossing op externe schulden, niet meegeteld bij het bepalen van de 120-maandentermijn.
-
6. Bij de toepassing van lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 120-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is.
-
7. In afwijking van lid 1, lid 2 en lid 3 verlenen wij geen kwijtschelding in de volgende situaties:
- a)
als de debiteur nog vermogen heeft boven de toepasselijke vrijlatingsgrens van de wet, waarmee hij de vordering geheel of gedeeltelijk kan aflossen;
- b)
als de vordering door pand of hypotheek op een of meer goederen is gedekt, behalve als zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.
- a)
Artikel 10. Kwijtschelding terugvordering bijstand voor bedrijfskapitaal
-
1. Wij schelden de terugvordering van bijstand voor bedrijfskapitaal ambtshalve kwijt in de volgende situaties:
- a)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering 120 maanden aan of ten behoeve van ons afgelost volgens de aflosverplichting; of
- b)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet 120 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost volgens de aflosverplichting, maar heeft het achterstallige bedrag over die periode alsnog volledig voldaan; of
- c)
de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet 120 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost volgens de aflosverplichting en het is niet aannemelijk dat hij op enig moment alsnog aan de aflosverplichting zal gaan voldoen.
- a)
-
2. Bij de toepassing van lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 120-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is.
-
3. In afwijking van lid 1en lid 2 verlenen wij geen kwijtschelding in de volgende situaties:
- a)
als de debiteur nog vermogen heeft boven de toepasselijke vrijlatingsgrens van de wet, waarmee hij de vordering geheel of gedeeltelijk kan aflossen;
- b)
als de vordering door pand of hypotheek op een of meer goederen is gedekt, behalve als zij niet op die goederen verhaald kunnen worden;
- c)
als de vordering is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht van artikel 17 lid 1 van de wet of door een verwijtbare schending van andere aan de bijstand verbonden verplichtingen.
- a)
Hoofdstuk 4: Slotbepalingen
Artikel 11. Maatwerkbepaling
Indien toepassing van deze beleidsregels in een individueel geval leidt tot onredelijke gevolgen kunnen wij ten gunste van de debiteur afwijken van de beleidsregels.
Artikel 12. Inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking ervan.
-
2. Deze beleidsregels hebben geen terugwerkende kracht. Als een debiteur op grond van deze beleidsregels in aanmerking komt voor kwijtschelding, dan betalen wij tot dan toe afgeloste bedragen niet terug.
-
3. De beleidsregels terug- en invordering Bbz 2020 trekken wij in.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur op 12 maart 2026.
De secretaris,
De heer C.H. van de Wetering
De voorzitter,
mevrouw drs. J.H.A. Sørensen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl