Regeling vervalt per 01-01-2029

Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 -2028

Geldend van 01-04-2026 t/m 31-12-2028

Intitulé

Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 -2028

College van Gedeputeerde Staten

Overwegende dat:

  • -

    wij streven naar kunst en cultuur voor iedereen, een bruisend en vernieuwend aanbod van cultuur in Stad en Ommeland stimuleren en inzetten op ontwikkeling, behoud en versterking van het erfgoed, landschap en leefomgeving;

  • -

    we deze ambities willen bereiken via vier strategieën: Een sterke basis en vernieuwing, Samenleven met cultuur, Overal cultuur en Thuis in Groningen;

  • -

    we met de inzet van deze Subsidieregeling en het bijbehorende budget initiatieven willen ondersteunen die op originele wijze bijdragen aan één of meerdere van de strategieën en zich richten op het stimuleren van actieve cultuurparticipatie, deelname aan amateurkunst en participatie ten aanzien van erfgoed en archeologie.

Gelet op:

  • -

    Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    Artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • -

    De Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • -

    Het Strategisch Beleidskader Cultuur 2021-2028 en het Uitvoeringsprogramma cultuur 2025-2028.

Besluiten:

  • I.

    Vast te stellen de:

Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 -2028

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    actieve cultuurbeoefening: het zelf actief meedoen aan kunst en cultuur, waarbij de deelnemer invloed heeft op het creatieve proces en/of het eindresultaat;

  • b.

    amateurkunst: is het beoefenen van creatieve activiteiten in de vrije tijd, waarbij plezier en ontwikkeling centraal staat. Het kan hierbij gaan om een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende kunst of audiovisuele kunst of literatuur, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert.

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    culturele organisatie: culturele stichting of vereniging zonder winstoogmerk;

  • e.

    erfgoed, bestaande uit:

    • -

      Immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen, streektaal, tradities en gewoonten;

    • -

      Materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen;

  • f.

    erfgoedorganisatie: een organisatie zonder winstoogmerk die zich bezighoudt met collectievorming, presentatie en educatie van erfgoed.

  • g.

    erfgoedparticipatie: actieve deelname van een erfgoedgemeenschap zoals het publiek, inwoners en/of vrijwilligers aan een activiteit gericht op erfgoed of archeologie.

  • h.

    Kaderverordening: Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • i.

    Kunstraad Groningen: een zelfstandig adviesorgaan opgericht door de provincie en gemeente Groningen met onder andere de opdracht een deskundig oordeel te geven over subsidieaanvragen kunst en cultuur;

  • j.

    Procedureregeling: Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • k.

    professioneel kunstenaar/artiest: een persoon die door middel van het kunstenaar/artiest zijn in het levensonderhoud voorziet;

  • l.

    provincie: provincie Groningen;

  • m.

    welzijnsinstelling: instelling die zich bezighoudt met welzijnswerk zonder winstoogmerk;

  • n.

    zorginstelling: een organisatie die zich richt op zorgverlening zonder winstoogmerk.

  • o.

    zzp-er: een zelfstandige culturele maker zonder rechtspersoon die geen personeel in dienst heeft.

Artikel 2 Doel

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van vernieuwende activiteiten die gericht zijn op:

  • a.

    actieve beoefening van amateurkunst en/of;

  • b.

    het vergroten van de actieve cultuurbeoefening van inwoners die nu niet of nauwelijks deelnemen aan kunst en cultuur en/of;

  • c.

    erfgoed en archeologie gericht op actieve participatie. De actieve betrokkenheid van de gemeenschap kan zowel in de ontwikkelingsfase als de uitvoeringsfase van een project plaatsvinden.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    culturele, erfgoed en zorg- en welzijnsorganisaties zonder winstoogmerk;

  • b.

    zelfstandige makers (zzp-ers) werkzaam in de cultuur- en/of erfgoedsector.

Artikel 4 De aanvraag

Op grond van en in aanvulling op artikel 2.1 van de Procedureregeling bevat een aanvraag de volgende onderdelen:

  • a.

    Een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, inclusief start- en einddatum (activiteitenplan);

  • b.

    Een beschrijving van de doelstellingen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten aan de provinciale beleidsdoelstellingen bijdragen;

  • c.

    Een begroting van de kosten en bijbehorend dekkingsplan, voorzien van een toelichting en waarbij een opgave wordt gedaan van de eigen inkomsten alsook de bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

  • d.

    Wanneer de activiteiten in meerdere provincies worden uitgevoerd dan dient in de begroting een duidelijk onderscheid te zijn aangebracht in de beschrijving van de activiteiten en kosten gerelateerd aan de Provincie Groningen.

Artikel 5 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 6 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:

  • a.

    actieve cultuurbeoefening, waarbij het gaat om activiteiten geïnitieerd vanuit instellingen met inhoudelijke invulling vanuit artisticiteit en/of positieve gezondheid die de toegang tot cultuur voor (groepen) inwoners die nu niet of nauwelijks actief participeren, aantoonbaar vergroot;

  • b.

    amateurkunst, waarbij het gaat om activiteiten gericht op het stimuleren van actieve deelname en ontwikkeling van amateurkunstenaars;

  • c.

    activiteiten die gericht zijn op participatie en de kennis, beleving en waardering van het Groningse erfgoed / archeologie vergroten.

Artikel 7 Weigeringsgronden

  • 1. Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      de activiteit niet subsidiabel is op grond van artikel 6;

    • b.

      voor dezelfde activiteiten als waarvoor de aanvraag wordt gedaan reeds een andere provinciale subsidie is verstrekt;

    • c.

      de aanvraag niet een voldoende scoort (minimaal 3 punten) op de criteria zoals bedoeld in artikel 15 van deze regeling;

    • d.

      de aanvrager een organisatie betreft die reeds een structurele subsidie ontvangt van de provincie Groningen voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor ook op grond van deze subsidieregeling een aanvraag wordt gedaan;

    • e.

      uit de subsidieaanvraag blijkt dat subsidie voor de uitvoering van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd niet nodig is;

    • f.

      de hoogte van de subsidie lager is dan € 2.500,- voor activiteiten inzake amateurkunst cultuurbeoefening en erfgoed;

    • g.

      de hoogte van de subsidie lager is dan € 500,- voor activiteiten inzake archeologie;

    • h.

      de activiteiten buiten de provincie Groningen plaatsvinden;

    • i.

      de aanvrager in het betreffende kalenderjaar reeds een gehonoreerde aanvraag op basis van deze regeling heeft gedaan.

Artikel 8 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de activiteit overstijgt de lokale belangen;

  • b.

    de activiteit richt zich op doelgroepen die voor een substantieel deel uit de provincie Groningen komen;

  • c.

    de activiteiten van de aanvrager zullen in overwegende mate gericht zijn op de provincie Groningen, ten goede komen aan ingezetenen van de provincie of op andere wijze het belang van de provincie dienen;

  • d.

    voor provincie-overstijgende activiteiten dient een andere overheidsorganisatie (provincie en/of gemeente) uit betreffende provincie(s) ook een financiële bijdrage te leveren.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten die worden gemaakt voor activiteiten zoals genoemd in artikel 6 voor subsidie in aanmerking.

Artikel 10 Niet subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 van de Procedureregeling komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking. Kosten voor:

  • a.

    de reguliere activiteiten en exploitatie(s) van een structureel gesubsidieerde organisatie;

  • b.

    activiteiten die plaatsvinden in het kader van het regulier onderwijs en opleiding, inclusief wetenschappelijk onderzoek;

  • c.

    activiteiten op het terrein van cultuuronderwijs;

  • d.

    activiteiten die betrekking hebben op het programmeren van podia;

  • e.

    cursusaanbod, bijvoorbeeld van uitvoerende amateurkunstinstellingen, kunstencentra, zzp'ers en andere lesaanbieders;

  • f.

    investeringen in goederen of huisvesting;

  • g.

    kosten voor het opbouwen van reserve/eigen vermogen;

  • h.

    publicaties, cd's, dvd's en equivalenten;

  • i.

    activiteiten op het terrein van de professionele uitvoerende kunsten.

Artikel 11 Indieningsvereisten

  • 1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag:

    • a.

      een plan waaruit blijkt dat de activiteit realistisch is;

    • b.

      een plan waaruit blijkt dat de activiteit financieel en organisatorisch haalbaar is;

    • c.

      een communicatie- en/of participatieplan waaruit blijkt dat sprake is van een realistische publieksbenadering of op welke wijze deelnemers worden betrokken;

    • d.

      in het geval van een organisatie onafhankelijke informatie, zoals statuten of ANBI-status, waaruit blijkt dat de aanvrager geen winstoogmerk heeft;

    • e.

      In het geval van een zzp-er een uittreksel uit de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat de aanvrager werkzaam is in de cultuur/erfgoedsector.

Artikel 12 Subsidieplafond

  • 1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 500.000,- per kalenderjaar voor de periode 2026-2028.

  • 2. Het in artikel 1 bepaalde subsidieplafond wordt gelijkelijk verdeeld over de twee rondes per jaar dus een deelplafond van € 250.000 per ronde zoals bedoeld in artikel 15 lid 2.

Artikel 13 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 1/3 van de subsidiabele kosten met een maximum van € 40.000.

Artikel 14 Openstelling

  • 1. Gedeputeerde staten kunnen één of meerdere openstellingsbesluiten vaststellen.

  • 2. Een openstellingsbesluit bevat de aanvraagperiode.

Artikel 15 Advisering, criteria en verdeelsystematiek

  • 1. Gedeputeerde Staten stellen de Kunstraad Groningen in als adviescommissie die als taak heeft te adviseren over de beoordeling van de aanvragen, waarna Gedeputeerde Staten besluiten.

  • 2. Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheid om gemotiveerd van het advies van de Kunstraad af te wijken.

  • 3. Subsidie wordt verdeeld op basis van rangschikking van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen en worden gelijktijdig beoordeeld.

  • 4. De beschikbare gelden worden verdeeld over de aanvragen die kwalitatief het meest voldoen aan de gestelde criteria zoals genoemd in artikel 15 lid 8, 9 en 10.

  • 5. Indien aanvragen op een gelijk aantal punten zijn gerangschikt en niet allemaal kunnen worden gehonoreerd omdat dan het subsidieplafond wordt overschreden vindt er loting plaats door een onafhankelijke notaris.

  • 6. De voor subsidieverlening in aanmerking komende aanvragen worden door de Kunstraad getoetst aan de hand van de volgende criteria, die in de toelichting bij deze regeling nader zijn beschreven:

    • a.

      actieve deelname: de mate van betrokkenheid van deelnemers bij de activiteiten;

    • b.

      kwaliteit;

    • c.

      haalbaarheid: de mate waarin de activiteiten realistisch zijn.

  • 7. De Kunstraad kent een aantal hele punten toe en motiveert hoe tot die beoordeling is gekomen. Totaal kunnen maximaal 18 punten worden toegekend, met de volgende maxima:

    • a.

      6 punten voor actieve deelname;

    • b.

      6 punten voor kwaliteit;

    • c.

      6 punten voor haalbaarheid.

  • 8. De mate van actieve deelname wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren:

    • -

      de maatschappelijke betekenis - de bijdrage aan de strategieën van het Uitvoeringsprogramma Cultuur 2025-2028 provincie Groningen;

    • -

      de doelgroep - mensen die normaal niet of nauwelijks in aanraking komen met cultuur/erfgoed.

  • 9. De mate van kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren:

    • -

      de aanpak – de mate van begeleiding van de participanten/amateurkunstenaars, hoe worden die aangezet tot deelname; ontwikkeling en hoe wordt het welzijn positief beïnvloed;

    • -

      de mate van actieve betrokkenheid;

    • -

      de mate van ontwikkeling van de deelnemers.

  • 10. De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld aan de hand van de indicatoren:

    • -

      de mate van een realistische begroting en dekkingsplan;

    • -

      de mate van een realistische inzet personeel en/of vrijwilligers en/of deelnemers en/of samenwerkingspartners.

  • 11. Alle drie criteria zoals benoemd in lid 8, 9 en 10 worden gewaardeerd op een schaal van 1 tot en met 6 punten, waarbij een 3 als voldoende geldt.

  • 12. Voor alle criteria geldt dat de score van een voldoende (minimaal 3 punten) een vereiste is om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 16 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Aan de subsidieontvanger in aanvulling op paragraaf 2.3 van de Procedureregeling de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening en de ingediende aanvraag.

  • b.

    inhoudelijke en/ of financiële wijzigingen gedurende de looptijd van de projectuitvoering, die het detailniveau overstijgen, worden schriftelijk en onverwijld voorgelegd aan Gedeputeerde Staten.

  • c.

    de activiteiten of de producten die voortkomen uit deze regeling zijn publiekelijk toegankelijk.

Artikel 17 Intrekking en overgangsrecht

  • 1. De Subsidieregeling amateurkunst, cultuurparticipatie en erfgoed provincie Groningen 2025-2028 wordt ingetrokken.

  • 2. De Subsidieregeling amateurkunst, cultuurparticipatie en erfgoed 2025-2028 provincie Groningen blijft van toepassing op alle aanvragen en besluiten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend of genomen, waaronder begrepen besluiten tot subsidieverlening, weigering, intrekking en vaststelling, alsmede op daarop betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze regeling wordt bekendgemaakt in het Provinciaal Blad en treedt in werking de dag na publicatie en eindigt van rechtswege met ingang van 1 januari 2029.

Artikel 19 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 - 2028.

Ondertekening

Groningen, 24 maart 2026

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen,

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 - 2028.

Algemeen

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (Kaderverordening) en de Procedureregeling subsidies Groningen (Procedureregeling). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Kaderverordening en Procedureregeling. In de Procedureregeling staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.

Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Kaderverordening en Procedureregeling noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Artikelsgewijs

Artikel 2 Doel

Artikel 2a en 2b: zowel bij cultuurbeoefening als amateurkunst gaat het erom dat de deelnemer actief meedoet aan een kunstdiscipline; danst, toneel speelt, muziek maakt, beeldend bezig is, filmt of in een film acteert of meedoet in een podcast. Het gaat nadrukkelijk niet om het passief beleven van kunstuitingen, zoals kijken naar een film, toneelstuk of dansuitvoering of alleen het bezoeken van een tentoonstelling of het beluisteren van een concert of podcast. De nadruk ligt op actief meedoen.

Artikel 2c en 5c: Bij de doelstelling erfgoed en archeologie is de participatie van belang. We willen hiermee bereiken dat erfgoedgemeenschappen, bestaande uit bijvoorbeeld publiek, inwoners, en/of vrijwilligers betrokken worden bij het erfgoed om de kennis, waardering en beleving van het Gronings erfgoed te vergroten. De actieve betrokkenheid van de gemeenschap kan zowel in de ontwikkelingsfase als de uitvoeringsfase van een project plaatsvinden.

Artikel 6 Subsidiabele activiteiten

De activiteit heeft betrekking op amateurkunst en/ of cultuurbeoefening en/ of erfgoed. Activiteiten van uitvoerende professionele kunstenaars kunnen worden ingediend bij de Kunstraad en zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling.

Artikel 6a: Het gaat om groepen inwoners die niet of nauwelijks met cultuur in aanraking komen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om jongeren, ouderen, inwoners met een beperking etc. Het gaat nadrukkelijk om culturele activiteiten vanuit culturele, erfgoed en/of welzijnsorganisaties, waarbij zij de verbinding (kunnen) maken met andere domeinen met het oog op onder andere positieve gezondheid.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Lid 1 onder a en d: Reguliere activiteiten van structureel gesubsidieerde organisaties. Hiermee wordt bedoeld dat er geen subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die behoren tot de reguliere werkzaamheden van de aanvrager. Zo behoren bijvoorbeeld exposities tot de reguliere activiteiten van een museum en het programmeren van podia tot de reguliere activiteiten van een festival. Voor dergelijke activiteiten kan voor de volgende beleidsperiode een structurele meerjarige subsidie bij de provincie Groningen worden aangevraagd. Daarnaast subsidiëren we door middel van deze regeling geen activiteiten waarvoor reeds een structurele subsidie wordt ontvangen.

Artikel 8 Subsidievereisten

Lid b: De activiteit overstijgt de lokale belangen. Daarmee bedoelen we dat de activiteit een duidelijke regionale, provinciale uitstraling heeft. Dat betekent dat bijvoorbeeld de deelnemers uit meerdere gemeenten afkomstig zijn en/of de activiteit een breed publiek trekt uit een groot deel van de provincie of daarbuiten, of op regionaal of provinciaal niveau georganiseerd is.

Artikel 10 Niet subsidiabele kosten

Sub d: activiteiten gericht op cultuuronderwijs zijn uitgesloten van deze Regeling. Deze activiteiten ondersteunt de provincie via het project "Cultuureducatie met Kwaliteit". Hiervoor kunt u contact opnemen met CMK Groningen van de stichting Kunst & Cultuur (K&C).

Sub i: kosten van uitvoerende professionele kunstenaars/artiesten die bijvoorbeeld meedoen in de amateurvoorstelling zijn niet subsidiabel. Activiteiten op het terrein van de professionele uitvoerende kunsten kunnen worden ingediend bij de Kunstraad en zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling.

Kosten van professionals die ondersteunend zijn aan de amateurs, zoals regisseurs, dirigenten en ook direct gerelateerd kunnen worden aan de amateuractiviteiten zijn wel subsidiabel. Het betrekken van professional is niet verplicht, maar wordt wel aanbevolen omwille van de kwaliteit van de activiteiten.

Artikel 15 Criteria

Het beschikbare budget binnen een ronde wordt bij overvraging verdeeld via een tendersysteem. De Kunstraad Groningen beoordeelt de aanvragen integraal en in relatie tot elkaar en komt tot een afgewogen oordeel op basis van de beoordelingscriteria genoemd in artikel 15.

De mate van actieve deelname. Bij de mate van actieve deelname gaat het niet zo zeer om het aantal maar om de kwalitatieve waarde van actieve deelname. Het gaat daarbij om de betrokkenheid van deelnemers bij de activiteiten. Dit wordt beoordeeld op basis van de indicatoren maatschappelijke betekenis en doelgroep.

De maatschappelijke betekenis wordt gemeten aan de hand van de bijdrage aan de strategieën van het Uitvoeringsprogramma Cultuur 2025-2028 van de provincie Groningen. Bij de indicator doelgroep is het een pluspunt is wanneer dit het gaat om inwoners van de provincie Groningen die anders niet of nauwelijks met cultuur in aanraking komen.

De mate van kwaliteit wordt beoordeeld op basis van de mate waarop participanten dan wel amateurkunstenaars worden begeleid. Hierbij is het van belang op welke wijze er wordt aangezet tot deelname dan wel ontwikkeling en hoe dit het welzijn positief beïnvloed. Daarnaast is het van belang op welke manier participanten en/of amateurkunstenaars deelnemen aan de activiteit(en) en welke mogelijkheid tot ontwikkeling zijn daardoor hebben.

De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld op basis van de financiële en organisatorische onderbouwing. Onder financieel wordt verstaan de mate van een realistische begroting en dekkingsplan. Organisatorisch wordt beoordeeld op de mate van een realistische inzet van personeel, deelnemers, vrijwilligers en/of samenwerkingspartners. Uit de aanvraag moet op overtuigende wijze blijken dat de activiteiten reëel zijn.

Bij de criteria wordt gewerkt met een waarderingsschaal van 1 t/m 6 punten. Dit vertaalt zich in woorden naar:

Schaal: 1 t/m 6

1 = niet overtuigend

2 = weinig overtuigend

3 = voldoende overtuigend

4 = ruimschoots overtuigend

5 = zeer overtuigend

6 = uitzonderlijk overtuigend

De activiteit kan plaatsvinden onder professionele begeleiding die bijdragen aan de (brede) talentontwikkeling van de deelnemers. Tijdens het project is er een wisselwerking mogelijk tussen amateurs en professionals ook interdisciplinair. De activiteit kan bijdragen aan een versterking van de samenwerking met meerdere organisaties op het gebied van kunst en cultuur en/of andere maatschappelijke organisaties. De activiteit is gericht op actieve cultuurparticipatie en vernieuwing van het publieksbereik.