Beleidsnotitie Kleine Windmolens 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 09-04-2026

Intitulé

Beleidsnotitie Kleine Windmolens 2026

1. Inleiding

Aanleiding

De afgelopen jaren is er op meerdere momenten aandacht gevraagd voor de mogelijkheid voor het plaatsen van kleine windmolens binnen de gemeente Waalwijk. Zowel vanuit de gemeenteraad[ 1 ], als vanuit initiatiefnemers bestaat de behoefte aan een duidelijk beleidskader.

De Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie is op 7 maart 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze visie bevat beleid voor grootschalige windturbines en zonnevelden. Op 1 januari 2025 heeft de provincie Noord-Brabant in hun omgevingsverordening opnieuw vastgelegd dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor windturbines met een ashoogte tot 25 meter.

Als vervolg daarop vullen we het gemeentelijke energiebeleid nu aan met een specifiek beleid voor kleine windmolens tot maximaal 25 meter ashoogte en een maximale tiphoogte van 33 meter. Dit is ongeveer zo hoog als een volgroeide boom.

Hoewel kleine windmolens in beperkte mate bijdragen aan de algehele energietransitie, kunnen zij lokaal wel waarde toevoegen. Ze helpen individuele (agrarische) bedrijven in het opwekken van hun eigen energie en verminderen hun afhankelijkheid van externe energiebronnen. Daarmee sluiten ze aan bij een van de opgaven uit het Koersdocument Omgevingsvisie gemeente Waalwijk met betrekking tot de agrarische sector.

Kleine windmolens passen momenteel meestal niet in het omgevingsplan vanwege de hoogte. Dit betekent dat een ruimtelijke procedure nodig is om een kleine windmolen toe te staan. Hier wil de gemeente aan meewerken, onder een aantal voorwaarden.

Doel

Het doel van deze beleidsnotitie is het vastleggen van beleid voor kleine windmolens, zodat aanvragen voor een omgevingsvergunning voor plaatsing van kleine windmolens snel en effectief kunnen worden behandeld en beoordeeld.

Kader

Als kader voor de uitwerking van dit beleid gebruiken we de landelijke wet- en regelgeving (Besluit activiteit leefomgeving en Besluit kwaliteit leefomgeving, de provinciale omgevingsverordening), het omgevingsplan gemeente Waalwijk (in het bijzonder paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.18) en de volgende bestaande gemeentelijke kaders:

  • -

    Koersdocument Omgevingsvisie gemeente Waalwijk 2

    • -

      We moeten ons meer richten op duurzame energie. Dit moeten we opwekken, opslaan en transporteren. Dat vraagt om een andere inrichting van onze onder- en bovengrond, aanpassing aan onze gebouwen en bewuster omgaan met energie (p. 19);

    • -

      We gaan voor het verbeteren van groen, zowel kwantitatief als kwalitatief (p. 27);

    • -

      We willen landschapswaarden behouden en versterken (p. 30);

    • -

      We zien de grote opgaven, zoals de omslag naar een duurzame manier van landbouw, verbreding van functies (stoppende boeren), klimaatadaptatie en energie(p. 32);

    • -

      We vinden het belangrijk om ons waardevol erfgoed te behouden en door te kunnen geven aan de volgende generaties (p. 33).

Evaluatie

Evaluatie van dit beleid vindt plaats aan de hand van de beleidscyclus van de omgevingswet.

2. Hoofdlijn van beleid

Algemeen

De gemeente Waalwijk stimuleert het gebruik van duurzame energie. Kleine windmolens kunnen lokaal bijdragen aan de energietransitie, met name door bedrijven in het landelijk gebied te ondersteunen in hun energievoorziening. Kleine windmolens hebben daarbij het voordeel dat ze een stabiele energieopbrengst over dag/nacht en seizoenen hebben, in tegenstelling tot zonnepanelen. Tegelijk willen we zorgvuldig omgaan met de ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving. Een windmolen heeft namelijk impact op de omgeving, ook al is deze relatief klein van omvang met een ashoogte van 25 meter. De impact komt vooral door de hoogte en het bewegende karakter van een (kleine) windmolen. Daarom worden kleine windmolens slechts onder voorwaarden en voor een bepaalde tijd toegestaan.

Landelijk gebied - toegestaan onder voorwaarden

De kleine windmolen moet zich bevinden in een relatief open landschap om voldoende elektriciteit op te wekken. Daarbij streven we naar een efficiënte inzet van de netaansluiting: de opgewekte elektriciteit moet zoveel mogelijk direct worden gebruikt. Kleine windmolens zijn daarom alleen toegestaan bij een bedrijf in het landelijk gebied, waarbij het meestal zal gaan om een agrarisch bedrijf. De impact op het landschap en de leefomgeving wegen we daarbij zorgvuldig af tegen het verduurzamen van de energievoorziening. Daarom stellen we voorwaarden aan het soort windmolen, de functie, de locatie, de impact op de omgeving en de procedure. Zie de voorwaarden in het volgende hoofdstuk.

Stedelijk gebied – niet toegestaan

In stedelijk gebied sluiten we kleine windmolens uit. In een dichtbebouwde omgeving is de meerwaarde van kleine windmolens voor de opwek van elektriciteit zeer beperkt. Dit gaat onevenredig ten koste van de ruimtelijke kwaliteit en rust van de stedelijke leefomgeving. Daarbij wegen we mee dat er voor het opwekken van duurzame energie op kavelniveau op dit moment al alternatieve vormen zijn die daarin kunnen voorzien zonder het negatieve effect op de ruimtelijke kwaliteit: zonnepanelen op daken. 

Ja, mits…

Het omgevingsplan van de gemeente Waalwijk laat de plaatsing van kleine windmolens meestal niet toe. Om medewerking te kunnen verlenen aan aanvragen kan er van het omgevingsplan worden afgeweken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa-vergunning). De wet schrijft voor dat daarbij sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Om aan dit vereiste te voldoen is in het voorstel beleidsregels kleine windmolens een aantal voorwaarden opgenomen waaraan een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in ieder geval moet voldoen.

3. Voorwaarden

Op basis van de beleidslijn uit de Beleidsnotitie kleine windmolens wordt de plaatsing van een kleine windmolen als een wenselijke ontwikkeling beschouwd, als er wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Onder deze voorwaarden wil de gemeente meewerken aan het afwijken van het Omgevingsplan. Deze voorwaarden worden hieronder opgesomd en zijn aanvullend op de wettelijke bepalingen die al reeds gelden. De termen die zijn onderstreept zijn terug te vinden in de begrippenlijst (bijlage 1).

Soort

  • a.

    De kleine windmolen heeft een horizontale as en drie rotorbladen; 

Windmolens met een horizontale as zijn in de praktijk efficiënter in het opwekken van energie dan andere varianten van windmolens. Daarnaast is deze vorm van windmolens vaker in het landschap te vinden, zijn ze herkenbaar en ogen ze rustiger door het smalle profiel van de rotorbladen dan varianten zoals een windmolen met verticale as (windwokkel).

  • b.

    De kleine windmolen heeft een vermogen van 10 kW tot 100 kW en is grondgebonden.

Windmolens met minder vermogen leveren vaak niet voldoende energie op om de investering en de verandering in de ruimtelijke kwaliteit te verantwoorden. Om voldoende energie op te kunnen wekken is een plaatsing in een open terrein en los van een ander bouwwerk nodig.

  • c.

    De kleine windmolen is net-gekoppeld, minimaal op een ‘Kleinverbruikersaansluiting’ (max 3*80A).

Omdat een kleine windmolen een behoorlijk elektrisch vermogen heeft (gelijk aan een zonnepaneleninstallatie op een bedrijfsdak) is een kleine windmolen wenselijk wanneer deze net-gekoppeld is. Dit zorgt ervoor dat de stroom bij piekmomenten terug kan worden geleverd naar het net. Hiermee wordt niet uitgesloten dat er in het netwerk gebruik kan worden gemaakt van energieopslag.

LET OP: Bij een grootverbuikersaansluiting is een contract voor teruglevering bij de netbeheerder nodig voor het aansluiten van de windmolen.

  • d.

    De kleine windmolen voldoet aan alle relevante regelgeving omtrent omgevingsveiligheid.

Hiervoor wordt paragraaf 4.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gebruikt.

  • e.

    De kleine windmolen heeft een maximale ashoogte van 25 meter en maximale tiphoogte van 33 meter, een minimale rotordiameter van 2 meter en een maximale rotordiameter van 16 meter.

We zoeken naar een balans tussen voldoende opwek en de invloed die de windmolen op de omgeving heeft. Daarom stellen we eisen aan de ashoogte, tiphoogte en rotordiameter. De provincie Noord-Brabant geeft aan dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het opstellen van regels voor windmolens tot maximaal 25 meter ashoogte. Zie bijlage 2 voor een visualisatie van deze begrippen.

Functie

  • f.

    De energieopbrengst van de kleine windmolen is bedoeld voor het verbruik van de elektriciteit op de locatie zelf en ten behoeve van de activiteiten van het bedrijf ter plaatse. 

De functie van de kleine windmolens is het verduurzamen van het energieverbruik van het bedrijf op de locatie zelf. De initiatiefnemer moet dit kunnen aantonen met een energieplan. Het hoofddoel is niet om elektriciteit op te wekken om vervolgens te verkopen aan de markt.

Locatie

  • g.

    Het bouwvlak waar de kleine windmolen in of bij wordt geplaatst heeft in het omgevingsplan een hoofdfunctie als bedrijf.

De locatie waarvoor de aanvraag wordt gedaan heeft een hoofdfunctie als bedrijf in het omgevingsplan. Een ondergeschikte bedrijfsfunctie bij een woonfunctie, zoals bij een beroep/bedrijf aan huis, is niet voldoende. In het kader van dit beleid zal het meestal gaan om een agrarisch bedrijf.

  • h.

    Het bedrijf is gelegen in het landelijk gebied (bijlage 3) zoals aangegeven in de provinciale omgevingsverordening.

Kleine windmolens zijn binnen bestaand stedelijk gebied niet wenselijk omdat dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit en rust van de leefomgeving.

  • i.

    De kleine windmolen wordt niet geplaatst in gebieden die in de provinciale omgevingsverordening aangemerkt zijn als:

    - “Natuurnetwerk Brabant”

    - “Groenblauwe waarden”

    - “Stiltegebied” en “Attentiezone stiltegebied”

    - “Cultuurhistorische waarden”

Kleine windmolens hebben door hun hoogte, het bewegende karakter en het continue geluid als zij draaien impact op deze waarden en kenmerken. Hierdoor zijn kleine windmolens volgens de gemeente geen gewenste ontwikkeling in gebieden die door de provincie als zodanig zijn aangemerkt. Dit geldt in ieder geval in- en rondom Natura 2000-gebieden en de Baardwijkse Overlaat (zie bijlage 3). 

  • j.

    De kleine windmolen staat in het bouwvlak van het bedrijf en minimaal 10 meter achter (het verlengde van) de gevellijn van het voorste gebouw aan de straatzijde. Dit is vaak de bedrijfswoning.

    Alleen als er aantoonbaar geen (geschikte) plaats is binnen het bouwvlak is het plaatsen buiten het bouwvlak mogelijk onder de volgende aanvullende voorwaarde:

    - Tot een afstand van maximaal de tiphoogte tussen de kleine windmolen en de grens van het bouwvlak.

Om de impact op de ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving te minimaliseren, willen we dat een kleine windmolen aansluit op de bestaande ruimtelijk bebouwde eenheid. In bijlage 4 is weergegeven wanneer een windmolen wel of geen deel uitmaakt van een bestaande ruimtelijk bebouwde eenheid.

  • k.

    De kleine windmolen heeft voldoende afstand ten opzichte van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur.

Hiervoor worden de voorschriften en normen uit de Handreiking Risicozonering Windturbines gebruikt.

  • l.

    Het aantal is beperkt tot maximaal één kleine windmolen per bedrijf. Een maximum van twee kleine windmolens is alleen bespreekbaar als dit aantoonbaar nodig is voor de energieverbruik van het bedrijf en een alternatief zoals zonnepanelen al aanwezig is of niet haalbaar is.

Over het algemeen is één kleine windmolen voldoende om te voorzien in de lokale energiebehoefte van één bedrijf.

  • m.

    De kleine windmolen kan worden geplaatst in de “belemmering aanvliegroute” zoals opgenomen in de Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie mits de windmolen een tiphoogte heeft van maximaal 25 meter. Afstemming met Defensie is nodig als er sprake is van:

    - Een afwijkende tiphoogte tot 33 meter in de “belemmering aanvliegroute”;

    - Plaatsing in een vastgesteld laagvlieggebied.

Defensie voert vanuit vliegbasis Gilze-Rijen oefeningen uit met laagvliegende helikopters. Dit gebeurt onder andere boven de gemeente Waalwijk, waar zich ook zogenoemde laagvliegcorridors bevinden die als aanvliegroute dienen. In verband met de veiligheid is het niet wenselijk om kleine windmolens hoger dan 25 meter tiphoogte te plaatsen in deze laagvliegcorridors. Bepaalde delen van de gemeente zijn vastgesteld als laagvlieggebied door defensie. Wanneer er een plan voor een windmolen zich in dit gebied bevindt, moet er overleg plaatsvinden met defensie over de plaatsing van de windmolen in relatie tot de belangen van laagvliegoefeningen. Dit overleg zal de gemeente voeren wanneer er een (concept)aanvraag is ingediend. De laagvliegcorridors en het laagvlieggebied zijn terug te vinden in bijlage 4 van de Beleidsvisie GODE. In het laagvlieggebied van defensie dient de afstand tussen de bouwvlakken gelijk te blijven en niet kleiner te worden. Met dit beleid wijzigen we geen bouwvlakken maar de plaatsing van een kleine windmolen kan wel effect hebben op het laagvlieggebied.

Omgeving

  • n.

    De kleine windmolen heeft voldoende afstand tot andere objecten, namelijk:

    - Minimaal 4 keer de tiphoogte tot woningen en andere gevoelige objecten van derden;

    - Minimaal 6 keer de tiphoogte tot bestaand stedelijk gebied als aangegeven in de provinciale omgevingsverordening en bebouwingsconcentraties in het landelijk gebied op basis van het Omgevingsplan;

    - Minimaal 4 keer de tiphoogte tot rijksmonument of gemeentelijk monument;

    - Woningen op het erf van de initiatiefnemer gelden de aangegeven minimale afstanden niet.

Het hanteren van een minimale afstand tot derden zorgt ervoor dat we voldoende rekening houden met het woon- en leefklimaat in de omgeving en de belevings- en cultuurhistorische waarde. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Deze voorwaarden gelden niet voor de bedrijfswoning waar de kleine windmolen bij hoort.

  • o.

    De kleine windmolen zorgt niet voor situaties waarbij slagschaduw in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw van derden kan plaatsvinden.

Bovenop de minimale afstanden die gehanteerd dienen te worden, moet er bij de plaatsing rekening worden gehouden met eventuele slagschaduw in verblijfsruimten van derden. Zoals in het gemeentelijk beleid voor grote windmolens is opgenomen mag er geen slagschaduw optreden. In lijn met het Bal geldt dit voor alle gevoelige objecten binnen een afstand van 12x de rotordiameter, mits er een de gevel voorzien is van minimaal 1 lichtdoorlatend vlak. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving.

  • p.

    De kleine windmolen zorgt niet voor situaties waarbij een geluidsbelasting van maximaal 45 dB Lden en 39 dB ’s Lnight op een geluidgevoelig gebouw wordt overschreden.

Dit is op basis van de waardes die zijn opgenomen in het gemeentelijk beleid voor grote windmolens. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving.

  • q.

    De locatie van de kleine windmolen mag geen belemmering geven voor structurele vliegbewegingen van vogels of vleermuizen.

Het plaatsen van kleine windmolens mag geen negatieve effecten op vogels en vleermuizen hebben. Daarom moet de windmolen niet binnen, op -of tussen routes van en naar belangrijke landschappelijke elementen staan, die voor vogels of vleermuizen onderdeel zijn van vaste foerageer- en rustgebieden. Het is daarom verplicht om een ecologische QuickScan uit te laten voeren.

  • r.

    De kleine windmolen wordt zodanig gesitueerd dat bestaande landschapselementen worden behouden.

Landschapselementen, waaronder bomen, zijn van belang voor verschillende beschermde diersoorten. Daarom moeten bestaande landschapselementen in een plan voor de plaatsing van een kleine windmolen worden behouden.

Er zijn werkafspraken gemaakt over welke ontwikkelingen een kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen en op welke manier dit moet gebeuren. Op basis hiervan beschouwen wij kleine windmolens als tijdelijke, gebiedseigen voorzieningen, waarvoor alleen landschappelijke inpassing nodig is in de vorm van een zorgvuldige plaatsing van de windmolen.

Procesvoorwaarden

  • s.

    Er geldt een opruimplicht na maximaal 25 jaar vanaf de datum van de onherroepelijke vergunning. Daarom wordt er een anterieure overeenkomst opgesteld waarin ten minste over de opruimplicht afspraken zijn opgenomen;

Het voldoen aan de opruimplicht is voor de initiatiefnemer. Afspraken hierover worden in een anterieure overeenkomst vastgelegd. De opruimplicht kan 2 keer met 5 jaar worden verlengd, mits aantoonbaar gemaakt kan worden dat structureel goed onderhoud is uitgevoerd.

  • t.

    De kleine windmolen wordt bij voorkeur via een BOPA-vergunning aangevraagd.

Omdat kleine windmolens een behoorlijke hoogte hebben, zullen deze meestal niet in het omgevingsplan passen. Dit betekent dat een ruimtelijke procedure nodig is om een kleine windmolen, onder de voorwaarden die in deze beleidsnotitie zijn omschreven, toe te staan. De ruimtelijke procedure is bij voorkeur een buitenplanse omgevingsplanactiviteit-vergunning (BOPA) procedure. Niet in alle gevallen kan een gebiedsontwikkeling echter planologisch mogelijk worden gemaakt via een BOPA. Als een BOPA geen optie is, moet worden teruggevallen op het wijzigen van het omgevingsplan. Meer informatie over ruimtelijke procedures is te vinden in het stappenplan op de gemeentelijke website. Daarnaast is het verstandig om eerst een idee te verkennen, zie hiervoor de gemeentelijke website.

  • u.

    Voor het onderbouwen van de BOPA-vergunning wordt een Goede Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo) ingediend.

Voor het opstellen van een GoFlo is een format beschikbaar. Uit de Goflo moet in ieder geval blijken dat naast de in deze beleidsnotitie gestelde voorwaarden wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op overige onderdelen, zoals de wettelijke instructieregels.

  • v.

    De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het zorgvuldig betrekken van de omgeving middels een participatieproces.

Voor een goed verloop van de participatieproces adviseren wij het volgende:

- De Handreiking Participatie gebruiken voor de vormgeving van het participatieproces met een schriftelijk verslag als resultaat.

- De omgeving binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van de kleine windmolen betrekken bij dit participatieproces. Als het grondgebied van een buurgemeente ook binnen deze staal ligt, is het nodig om ook de buurgemeente te betrekken.

4. Overzicht aan te leveren stukken bij de aanvraag

In ieder geval worden de volgende onderdelen bij de GoFlo verwacht om de aanvraag te beoordelen:

  • -

    Energieplan;

  • -

    Technische gegevens van de windmolen met in het bijzonder: de ashoogte, tiphoogte, piekvermogen, werpafstand nominaal toerental en werpafstand maximaal toerental;

  • -

    Quickscan ecologie;

  • -

    Doorsnedetekening van de bestaande en nieuwe toestand met maatvoering;

  • -

    Situatietekening op een topografische ondergrond met maatvoering (inclusief erfindeling, bebouwing en landschapselementen); 

  • -

    Akoestisch onderzoek;

  • -

    Slagschaduwonderzoek;

  • -

    Schriftelijk verslag van de participatie.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026.

Namens deze,

De raad van de gemeente Waalwijk,

De griffier, de voorzitter,

Jeroen Deneer, Sacha C.A.M. Ausems

Bijlage 1 Begrippenlijst

Anterieure overeenkomst: een overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer, die in dit geval voor het verlenen van de vergunningen voor de kleine windmolen wordt gesloten. In deze overeenkomst is het verhalen van kosten ten behoeve van het initiatief verzekerd, zoals de plankosten, de kosten voor aanleg van de openbare voorzieningen en ambtelijke kosten.

Ashoogte: de hoogte tot de rotoras van de windmolen, gemeten vanaf het gemiddelde maaiveld van het bouwvlak. (zie visualisatie bijlage 2)

Bopa(-vergunning): Buitenplanse omgevingsplanactiviteit(-vergunning).

Energieplan: een toelichting waaruit blijkt dat de windmolen noodzakelijk is om te voorzien in de eigen energiebehoefte (zoals het verbruik van voorgaande jaren en de verwachte energieopbrengst windmolen)

Goflo: Dit is het format dat gebruikt kan worden wanneer je een buitenplanse omgevingsplanactiviteitvergunning wilt aanvragen. GoFlo staat voor “Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving”.

Grondgebonden windmolen: een windmolen die direct met de grond is verbonden, dus niet indirect via een ander bouwwerk, behoudens een benodigde fundering, of (het dak van) een gebouw.

Horizontale-as turbine: de klassieke molens die vaker in het landschap te vinden zijn. Deze windmolens hebben een as die parallel loopt aan de grond. Voor horizontale-as windmolens is het onderscheid tussen tiphoogte en ashoogte van belang

Kleinverbruikersaansluiting: een elektriciteitsaansluiting met van maximaal 3 * 80 Ampere.

Landschappelijke elementen: landschappelijke elementen die voor fauna onderdeel zijn van vaste foerageer-, en rustgebieden of onderdeel uitmaken van de landschapskarakteristiek. Denk hierbij aan dicht struweel, bomenrijen, bos, poelen en (grote) watergangen.

Netcongestie: overbelasting van het elektriciteitsnet.

Net-gekoppeld systeem: Een systeem waarin de windmolen in principe direct stroom levert aan het elektriciteitsnet. De opgewekte energie kan worden terug geleverd aan het net wanneer er een overschot is.

Rotordiameter: de maximale afstand van de doorsnede van de rotor. (zie visualisatie bijlage 2)

Tiphoogte: de ashoogte inclusief een wieklengte, gemeten vanaf het gemiddelde maaiveld van het bouwvlak. (zie visualisatie bijlage 2)

Windmolen: bouwwerk bestaande uit een mast met bijbehorende fundering en de rotor, bedoeld voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie.

Bijlage 2 Schematische weergave van een windmolen

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 3 Overzichtskaart landelijk gebied

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 4 Windmolen ten opzichte van de ruimtelijk bebouwde eenheid 

afbeelding binnen de regeling


Noot
1

[1] Toezegging 62643, zie Reactienota conceptvisie Duurzaam Waalwijk

Noot
2

[2] De concept-omgevingsvisie komt naar verwachting in de loop van 2025 ter inzage