Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759500
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759500/1
Mandaatregeling organisatie Omgevingsdienst Utrecht
Geldend van 27-03-2026 t/m heden
Intitulé
Mandaatregeling organisatie Omgevingsdienst Utrechthet dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Utrecht en de voorzitter, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;
overwegende dat:
- -
het uit het oogpunt van doelmatig bestuur en een betere en snellere dienstverlening door middel van vergroting van de effectiviteit wenselijk is de daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden van het dagelijks bestuur of de voorzitter door medewerkers van de Omgevingsdienst Utrecht, ondergeschikt aan de genoemde bestuursorganen, of – in een enkel geval – door anderen kunnen worden uitgeoefend;
- -
voorgaande met behoud van voldoende bewaking van financiële, juridische en bestuurlijk-maatschappelijke risico’s en de mogelijkheid tot sturing van besluitvorming;
- -
het wenselijk is te komen tot een eenvoudige en begrijpelijke mandaatregeling die zowel voor de organisatie als voor de burger duidelijk is;
- -
de volgende uitgangspunten voor de mandaatverlening worden gehanteerd:
- a.
de nieuwe mandaatregeling gaat uit van vertrouwen, waarbij de juridische- en financiële mandaten passen bij de taken en verantwoordelijkheden die de functionarissen hebben;
- b.
mandaten moeten zo laag als mogelijk binnen de organisatie worden belegd;
- c.
de mandaatregeling gaat uit van een alles-tenzij mandaatverlening, waarmee wordt bedoeld dat alle bevoegdheden zijn gemandateerd, tenzij bepaalde taken en verantwoordelijkheden expliciet zijn uitgesloten van mandaatverlening;
- a.
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluiten vast te stellen:
Mandaatregeling organisatie Omgevingsdienst Utrecht
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
- a.
ambtelijke organisatie alle ambtenaren werkzaam bij de Omgevingsdienst waaronder eveneens begrepen tijdelijk ingehuurde externe personen;
- b.
directeur de algemeen directeur van de Omgevingsdienst;
- c.
directeur Bedrijfsvoering de directeur Bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst;
- d.
machtiging de bevoegdheid om namens de voorzitter of het dagelijks bestuur feitelijke handelingen te verrichten die niet een besluit zijn en ook niet zijn gericht op een rechtsgevolg;
- e.
manager een strategisch manager als bedoeld in het Organisatiebesluit Omgevingsdienst Utrecht;
- f.
mandaat de bevoegdheid om namens de voorzitter of het dagelijks bestuur besluiten te nemen;
- g.
medewerker een in dienst van de Omgevingsdienst werkzame persoon, dan wel door externe inhuur bij de Omgevingsdienst werkzame persoon;
- h.
Omgevingsdienst de Omgevingsdienst Utrecht;
- i.
teamleider een teamleider als bedoeld in het Organisatiebesluit Omgevingsdienst Utrecht en
- j.
volmacht de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2 Gelijkstelling machtiging en volmacht
Waar in deze regeling gesproken wordt over mandaat moet, tenzij anders in deze regeling is bepaald, daaronder eveneens worden begrepen machtiging en volmacht.
Artikel 3 Bereik
Deze regeling betreft de verlening van algemeen mandaat door het dagelijks bestuur en de voorzitter aan de directeur. Dit besluit betreft bovendien de bevoegdheid van de directeur om algemeen ondermandaat te verlenen aan medewerkers.
Hoofdstuk 2 Mandaat voor de ambtelijke organisatie
Artikel 4 Inhoud mandaat
-
1. De bevoegdheid om op grond van mandaat besluiten te nemen omvat eveneens de bevoegdheid tot het stellen van voorschriften en beperkingen en het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen.
-
2. De bevoegdheid om op grond van mandaat besluiten te nemen omvat eveneens de bevoegdheid tot het ondertekenen van de betreffende besluiten.
Artikel 5 Algemeen mandaat voor de directeur
-
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht en met de in Bijlage 1 vermelde beperkingen wordt aan de directeur mandaat verleend om voor de vervulling van zijn functie alle wettelijke bevoegdheden van het dagelijks bestuur en de voorzitter uit te oefenen.
-
2. De uitoefening van mandaat wordt beperkt door de grenzen van het geformuleerde beleid, richtlijnen en instructies.
Artikel 6 De verlening van ondermandaat door de directeur
-
1. Met de in artikel 1 van Bijlage 2 bij deze regeling vermelde beperkingen verleent de directeur ondermandaat aan de directeur Bedrijfsvoering om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van diens taken en bevoegdheden in de uitvoering van diens functie voor het verrichten van regulier werk of diens werkzaamheden binnen een projectteam benodigd zijn, waaronder begrepen de personele en financiële bevoegdheden.
-
2. Met de in artikel 2 van Bijlage 2 bij deze regeling vermelde beperkingen verleent de directeur ondermandaat aan managers om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van diens taken en bevoegdheden in de uitvoering van diens functie voor het verrichten van regulier werk of diens werkzaamheden binnen een projectteam benodigd zijn, waaronder begrepen de personele en financiële bevoegdheden.
-
3. Met de in artikel 3 van Bijlage 2 bij deze regeling vermelde beperkingen verleent de directeur ondermandaat aan teamleiders om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van diens taken en bevoegdheden in de uitvoering van diens functie voor het verrichten van regulier werk of diens werkzaamheden binnen een projectteam benodigd zijn, waaronder begrepen de personele en financiële bevoegdheden.
-
4. Met de in artikel 4 van Bijlage 2 bij deze regeling vermelde beperkingen verleent de directeur ondermandaat aan medewerkers om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van diens taken en bevoegdheden in de uitvoering van diens functie voor het verrichten van regulier werk of diens werkzaamheden binnen een projectteam benodigd zijn.
-
5. Het gestelde in het eerste tot en met het vierde lid geldt uitsluitend wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.
Artikel 7 Voorwaarden en uitzonderingen ondermandaatverlening
-
1. Het in artikel 6 bedoelde ondermandaat komt de ondergemandateerde slechts toe, voor zover de uitoefening van de bevoegdheid overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden van de afdeling of indien van toepassing, het team waarbinnen de ondergemandateerde werkzaam is.
-
2. De ondergemandateerde is niet bevoegd om in mandaat te besluiten als:
- a.
Het besluit een afwijking inhoudt van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften;
- b.
Het voorgenomen besluit een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft dan wel een groot financieel risico met zich mee brengt;
- c.
Het voorgenomen besluit belangrijke gevolgen heeft voor de rechtspositie van meerdere medewerkers;
- d.
Het een voordracht voor of benoeming van personen op grond van een wettelijke voorschrift betreft;
- e.
Het een besluit betreft waarmee algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of beleid wordt vastgesteld dan wel anderszins bevoegdheden betreft waarvoor in de Algemene wet bestuursrecht of in enig ander wettelijk voorschrift is bepaald dat mandaat niet kan worden verleend;
- f.
Indien er persoonlijke betrokkenheid is van de ondergemandateerde bij het nemen van het besluit.
- a.
-
3. Ondermandaat voor het nemen van besluiten die geldelijke verplichtingen met zich mee brengen wordt verleend tot aan de in de budgethoudersregeling genoemde grenzen.
-
4. Ondermandaat houdt niet de bevoegdheid in om verder ondermandaat te verlenen.
Artikel 8 Vervanging
-
1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur wordt zijn ambt waargenomen door de daartoe aangewezen plaatsvervangend directeur.
-
2. Een manager wordt bij afwezigheid vervangen door een andere manager.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 9 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als “Mandaatregeling organisatie Omgevingsdienst Utrecht”.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur en de voorzitter op 28 november 2026
de voorzitter, G.J. Spelt
de secretaris, H. Jungen
Bijlage 1 - Beperking algemeen mandaat
De volgende bevoegdheden zijn uitgezonderd van algemeen mandaat ingevolge artikel 5 van de Mandaatregeling organisatie Omgevingsdienst Utrecht. Tenzij in deze bijlage anders is vermeld betreft de beperking geen voorbereidings- of uitvoeringshandelingen:
- 1.
Besluiten tot voordracht of benoeming van de directeur van de Omgevingsdienst;
- 2.
Besluiten tot vaststelling van besluiten van algemene strekking, waaronder algemeen verbindende voorschriften;
- 3.
Besluiten tot vaststelling van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht of van andere beleidsstukken, inclusief de beleidsregels over het personeel van de Omgevingsdienst;
- 4.
Besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures;
- 5.
Besluiten die aan de goedkeuring of instemming van een ander bestuursorgaan zijn onderworpen;
- 6.
Besluiten waarbij wordt afgeweken van geformuleerd beleid of beleidsregels;
- 7.
Besluiten die financiële verplichtingen voor de Omgevingsdienst tot gevolg hebben, waarbij die verplichtingen uitgaan boven de toegekende budgetten, daarvan uitgezonderd besluiten tot inhuur van medewerkers ten behoeve van de uitvoering van aanvullende opdrachten, als bedoeld in de Bijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht;
- 8.
Privaatrechtelijke rechtshandelingen, die financiële verplichtingen voor de Omgevingsdienst tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen uitgaan boven €200.000.
Bijlage 2 - Beperking verlening ondermandaat
De volgende beperkingen zijn van toepassing op de verlening van algemeen ondermandaat ingevolge artikel 6 van de Mandaatregeling organisatie Omgevingsdienst Utrecht:
Artikel 1 Ondermandaat aan directeur Bedrijfsvoering
- 1.
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt geen ondermandaat verleend voor het beslissen op het bezwaar tegen een door deze namens de voorzitter of het dagelijks bestuur genomen besluit.
- 2.
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt geen ondermandaat verleend voor het beheer van budgetten of het doen van uitgaven die niet behoren tot regulier werk, daarvan uitgezonderd besluiten tot inhuur van medewerkers ten behoeve van de uitvoering van aanvullende opdrachten, als bedoeld in de Bijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht.
- 3.
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt geen ondermandaat verleend voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die financiële verplichtingen voor de Omgevingsdienst tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen uitgaan boven €100.000.
Artikel 2 Ondermandaat aan managers
- 1.
Aan een manager wordt geen ondermandaat verleend voor het gebruik van de in artikel 1 van deze bijlage genoemde bevoegdheden.
- 2.
Aan een manager wordt geen ondermandaat verleend voor het beslissen op het bezwaar tegen een door deze namens de voorzitter of het dagelijks bestuur genomen besluit.
- 3.
Aan een manager wordt geen ondermandaat verleend voor het beheer van budgetten of het doen van uitgaven die niet behoren tot regulier werk.
- 4.
Aan een manager wordt geen ondermandaat verleend voor het inhuren van, het aannemen of het ontslaan van medewerkers voor een periode van langer dan één jaar.
- 5.
Aan een manager wordt geen ondermandaat verleend voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die financiële verplichtingen voor de Omgevingsdienst tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen uitgaan boven €25.000. Voor inhuur van een medewerker geldt een maximum van € 100.000, met inachtneming van een jaarlijks door de algemeen directeur vastgesteld maximum uurtarief.
Artikel 3 Ondermandaat aan teamleiders
- 1.
Aan een teamleider wordt geen ondermandaat verleend voor het gebruik van de in artikel 1en 2 van deze bijlage genoemde bevoegdheden.
- 2.
Aan een teamleider wordt geen ondermandaat verleend voor het beslissen op het bezwaar tegen een door deze namens de voorzitter of het dagelijks bestuur genomen besluit.
- 3.
Aan een teamleider wordt geen ondermandaat verleend voor het beheer van budgetten of het doen van uitgaven die niet behoren tot regulier werk.
- 4.
Aan een teamleider wordt geen ondermandaat verleend voor het inhuren van, het aannemen of het ontslaan van medewerkers.
- 5.
Aan een teamleider wordt geen ondermandaat verleend voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die financiële verplichtingen voor de Omgevingsdienst tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen uitgaan boven €25.000.
Artikel 4 Ondermandaat aan medewerkers
- 1.
Aan een medewerker wordt geen ondermandaat verleend voor het gebruik van de in artikel 1, 2 en 3 van deze bijlage genoemde bevoegdheden.
- 2.
Aan een medewerker wordt geen ondermandaat verleend voor het beslissen op het bezwaar tegen een door deze namens de voorzitter of het dagelijks bestuur genomen besluit.
- 3.
Aan een medewerker wordt geen ondermandaat verleend voor het inhuren van, het aannemen of het ontslaan van medewerkers.
- 4.
Aan een medewerker wordt geen ondermandaat verleend voor het beheer van budgetten of het doen van uitgaven anders dan voor de vervulling van de functie benodigd is binnen de afdeling, of indien van toepassing, het team waarbinnen de medewerker zijn functie verricht. Aan niet-budgethouders wordt geen ondermandaat verleend voor het aangaan van verplichtingen en het doen van betalingen zonder toestemming van de budgethouder.
- 5.
Aan een medewerker wordt geen ondermandaat verleend voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die financiële verplichtingen voor de Omgevingsdienst tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen uitgaan boven €1.000.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl