Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759495
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759495/1
Regeling vermindering van afname van taken Omgevingsdienst Utrecht
Geldend van 27-03-2026 t/m heden
Intitulé
Regeling vermindering van afname van taken Omgevingsdienst UtrechtHet algemeen bestuur van Omgevingsdienst Utrecht,
gelet op:
Artikel 6 lid 7 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht;
vast te stellen de navolgende Regeling vermindering van afname van taken Omgevingsdienst Utrecht
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:
- a.
algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 7, lid 2 van de regeling;
- b.
dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 17, lid 1 van de regeling;
- c.
regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht;
- d.
totale takenpakket: het totaal van basistaken en plustaken dat door de omgevingsdienst wordt uitgevoerd voor een college;
- e.
uurtarief: het geldende vaste of variabele uurtarief voor uitvoering van taken door de Omgevingsdienst in een bepaald jaar,
- f.
variabele bijdrage: de variabele bijdrage bedoeld in artikel XXX van de Bijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht, en
- g.
vaste bijdrage: de vaste bijdrage bedoeld in artikel XXX van de Bijdrageverordening Omgevingsdienst Utrecht
Artikel 2 Vermindering van de afname van één of meer taken
Colleges kunnen, overeenkomstig artikel 6, lid 1 van de regeling en met inachtneming van hetgeen hierover is bepaald in het dienstverleningshandvest, besluiten tot het verminderen van afname van één of meer taken, als bedoeld in artikel 4, lid 1 van de regeling en artikel 5, lid 2 van de regeling.
Artikel 3 Meer of minder dan 5% vermindering takenpakket deelnemer
-
1. Indien een college, anders dan vanwege uittreding uit de regeling, besluit tot vermindering van afname van één of meer taken, als bedoeld in artikel 4, lid 1 van de regeling en artikel 5, lid 2 van de regeling, en deze vermindering gelijk is aan of meer bedraagt dan 5% van het in de laatstelijk gesloten dienstverleningsovereenkomst vastgelegde totale urenaantal van het totale takenpakket van het betreffende college, dan is artikel 4 van toepassing.
-
2. In het geval een college, anders dan vanwege uittreding uit de regeling, besluit tot vermindering van afname van één of meer taken, als bedoeld in artikel 4, lid 1 van de regeling en artikel 5, lid 2 van de regeling, terwijl geen sprake is van een vermindering van 5% of meer van het in de laatstelijk gesloten dienstverleningsovereenkomst vastgelegde totale urenaantal van het totale takenpakket van het betreffende college, is artikel 5 van toepassing.
Artikel 4 Vergoeding bij vermindering het takenpakket van 5% of meer
-
1. Indien een college besluit tot vermindering van één of meer taken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is het betreffende college gehouden tot vergoeding van de frictiekosten en desintegratiekosten ten gevolge van het besluit tot vermindering van taken.
-
2. De vergoeding van de frictiekosten en desintegratiekosten, bedoeld in het eerste lid, bestaat in ieder geval uit het bedrag dat gelijk staat aan het percentage van de vermindering van het takenpakket maal het bedrag dat gelijk is aan 3 maal het jaarlijkse bedrag aan vaste bijdrage vermeerderd met 2 maal het jaarlijkse bedrag aan variabele bijdrage van het betreffende college. Een en ander berekend aan de hand van de laatst vastgestelde begroting.
-
3. Indien uit een berekening van een onafhankelijke externe deskundige blijkt dat daadwerkelijke frictiekosten en desintegratiekosten het minimale bedrag van de te betalen vergoeding, dat overeenkomstig het tweede lid berekend is, overstijgt, is het betreffende college gehouden eveneens het meerdere te vergoeden.
-
4. Bij de berekening door een onafhankelijke externe deskundige, bedoeld in het derde lid, wordt een risico-opslag op de totaal te betalen vergoeding van 10% toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan het onderhavige besluit tot vermindering van taken te ondervangen. In het geval van de minimale vergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt de 10% opslag geacht te zijn opgenomen in de minimale vergoeding.
-
5. De te betalen vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in januari voorafgaande aan het jaar waarop de vermindering in werking treedt, ineens vastgesteld en gefactureerd aan het desbetreffende college.
Artikel 5 Vergoeding bij minder dan 5% vermindering takenpakket
-
1. Indien een college besluit tot vermindering van één of meer taken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, geldt, tenzij het dagelijks bestuur artikel 6 van toepassing verklaart, het volgende voor de bepaling van de hoogte van de door het betreffende college te betalen vergoeding:
- a.
indien in het jaar waarin de vermindering van taken in moet gaan de totale vermindering van urenafname van de Omgevingsdienst door alle deelnemende colleges gezamenlijk kleiner is of gelijk is aan 6.500 uren, is een college niet gehouden tot vergoeding van de ontstane frictiekosten en desintegratiekosten ten gevolge van het besluit tot vermindering van één of meer taken door het betreffende college;
- b.
indien in het jaar waarin de vermindering van taken in moet gaan de totale vermindering van urenafname van de Omgevingsdienst door alle deelnemende colleges gezamenlijk gelegen is tussen 6.500 en 10.000 uren, is een college gehouden om gedurende het eerste jaar na de berekening 50% van de door het eigen besluit tot vermindering van de afname van taken ontstane urenvermindering te vergoeden tegen het dan geldende uurtarief;
- c.
indien in het jaar waarin de vermindering van taken in moet gaan de totale vermindering van urenafname van de Omgevingsdienst door alle deelnemende colleges gezamenlijk gelegen is tussen 10.000 en 13.500 uren, is het betreffende college gehouden om de door het eigen besluit tot vermindering van de afname van taken ontstane urenvermindering gedurende het eerste jaar na de berekening 50% van de urenvermindering te vergoeden tegen het dan geldende uurtarief en gedurende het tweede jaar 25% van de urenvermindering te vergoeden tegen het dan uurtarief, en
- d.
indien in het jaar waarin de vermindering van taken in moet gaan de totale afname van uren van de Omgevingsdienst gelegen is boven 13.500 uren van het vastgelegde totale urenaantal van het totale takenpakket van de Omgevingsdienst, is het betreffende college gehouden om gedurende het eerste jaar na de berekening 75% van de urenvermindering te vergoeden tegen het dan geldende uurtarief en gedurende het tweede jaar na de berekening 50% van de urenvermindering te vergoeden tegen het dan geldende uurtarief.
- a.
-
2. De omgevingsdienst maakt jaarlijks uiterlijk in januari bekend of door één of meer colleges gewenste vermindering van één of meer taken als bedoeld in artikel 4, lid 1 van de regeling en artikel 5, lid 2 van de regeling leidt tot een verplichting tot betaling van een vergoeding door één of meer colleges als bedoeld in artikel 3, lid 1 of artikel 4, lid 1.
-
3. De te betalen vergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt uiterlijk in januari van het jaar waarop de vermindering in werking treedt, ineens vastgesteld en in de eerste maand van het jaar waarin het besluit van het betreffende college tot vermindering van de urenafname in werking treedt, gefactureerd aan het desbetreffende college.
Artikel 6 Specialistisch personeel en specialistisch materieel
-
1. In het geval sprake is van een vermindering van urenafname, bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, kan het dagelijks bestuur besluiten dat een college alsnog gehouden is tot vergoeding van kosten ten gevolge van het besluit tot vermindering van urenafname van het betreffende college.
-
2. De vergoeding van kosten, bedoeld in het eerste lid, kan enkel zien op de noodzaak tot het afstoten van specialistisch personeel in vaste betrekking van de Omgevingsdienst en de noodzaak tot het afstoten van specialistisch materieel in eigendom of gebruik van de Omgevingsdienst.
-
3. De noodzaak tot het afstoten van specialistisch personeel en specialistisch materieel, bedoeld in het tweede lid, bestaat alleen indien het besluit tot vermindering van urenafname door het betreffende college rechtstreeks ziet op vermindering van de taken waaraan het betreffende specialistisch personeel en specialistisch materieel zijn verbonden.
-
4. Het dagelijks bestuur neemt een besluit als bedoeld in het eerste lid, slechts schriftelijk en gemotiveerd.
Artikel 7 Bestemmingsreserve
De Omgevingsdienst verplicht zich er toe de door een college betaalde vergoeding op grond van artikel 4, eerste lid, artikel 5 eerste lid of artikel 6 eerste lid slechts aan te wenden ter dekking van ontstane kosten door de vermindering van urenafname of toe te voegen aan de daarvoor bestemde bestemmingsreserve.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt.
Artikel 9 Duur
Deze regeling is geldig voor onbepaalde tijd.
Artikel 10 Evaluatie
Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat deze regeling tenminste eenmaal per vier jaar wordt geëvalueerd.
Artikel 11 Citeerwijze
Deze regeling wordt aangehaald als Regeling vermindering van afname van taken Omgevingsdienst Utrecht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst op 10 november 2025
De voorzitter,
Gerrit Spelt
De secretaris,
Hugo Jungen
Toelichting
algemeen
Deze regeling vermindering van taken beschrijft de wijze waarop het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst omgaat met vermindering van taken door haar deelnemers. In bepaalde gevallen moeten deelnemende colleges altijd een vergoeding betalen voor een besluit tot vermindering van afname van taken, in sommige gevallen hoeft een deelnemend college geen vergoeding te betalen voor een besluit tot vermindering van de afname van taken.
In artikel 6 lid 6 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (hierna: GR) is bepaald dat een vermindering van meer dan 5% altijd verplicht tot vergoeding van de daardoor ontstane frictiekosten en desintegratiekosten van de Omgevingsdienst.
De GR bepaalt in artikel 6, lid 7 dat het algemeen bestuur een regeling vaststelt voor de gevallen waarin een college besluit tot vermindering van taken, en deze vermindering kleiner is dan een vermindering van 5% van de hoeveelheid uren van het betreffende college. De door het algemeen bestuur opgestelde regeling bepaalt in dat geval of, en zo ja in hoeverre, frictiekosten en desintegratiekosten moeten worden betaald vanwege het besluit tot vermindering van de taakafname door het college.
Het algemeen bestuur voldoet met de onderhavige regeling aan de verplichting tot het opstellen van een regeling voor besluiten tot vermindering van afname van taken met minder van 5% ingevolge artikel 6 lid 7 van de GR.
Daarnaast geeft het algemeen bestuur op eigen initiatief invulling aan de wijze waarop bepaald wordt welke vergoeding aan frictiekosten en desintegratiekosten betaald moet worden vanwege een vermindering van taakafname met meer dan 5% (artikel 6 lid 6 GR). De regeling is in zoverre een nadere invulling van de kaders die in de GR zijn gesteld.
Artikel 1:
De begrippen van artikel 1 van de GR zijn van overeenkomstige toepassing, daarnaast worden belangrijke begrippen die in deze regeling voorkomen gedefinieerd.
Artikel 2:
In dit artikel wordt de in de GR gecreëerde mogelijkheid herhaald dat colleges, onder voorwaarden, kunnen besluiten tot vermindering van de afname van taken van de Omgevingsdienst. De precieze voorwaarden waaronder daartoe besloten kan worden, worden in het dienstverleningshandvest uitgewerkt.
Artikel 3:
De onderhavige regeling geeft invulling aan twee verschillende mogelijkheden:
- a.
Een vermindering bedraagt 5% of meer van de laatst afgesproken hoeveelheid taken van het betreffende college;
- b.
Een vermindering bedraag minder dan 5% van de laatst afgesproken hoeveelheid taken van het betreffende college.
Voor het geval genoemd onder a. geldt dat een college altijd frictiekosten en desintegratiekosten moet betalen vanwege het besluit tot vermindering van taken. In dat geval is artikel 4 van deze regeling van toepassing, zo bepaalt artikel 3, lid 1.
Voor de situatie genoemd onder b. geldt dat een college slechts in bepaalde gevallen frictiekosten en desintegratiekosten hoeft te betalen vanwege het besluit tot vermindering van taken. In dat geval is artikel 5 van toepassing, zo bepaalt artikel 3 lid 2 van deze regeling..
Artikel 4:
Artikel 4 beschrijft hoe wordt bepaald welke vergoeding aan frictiekosten en desintegratiekosten moet worden betaald.
Lid 2 beschrijft wat de minimale vergoeding aan frictiekosten en desintegratiekosten is. Deze is gelijk aan een bedrag dat gelijk staat aan het percentage van de vermindering van het takenpakket maal het bedrag dat gelijk is aan 3x het jaarlijkse bedrag aan vaste bijdrage vermeerderd met 2x het jaarlijkse bedrag aan variabele bijdrage van het betreffende college. Een en ander berekend aan de hand van de laatst vastgestelde begroting. Er is voor gekozen om de berekening op basis van de laatst vastgestelde begroting te verrichten omdat in de laatst vastgestelde begroting een actuele weergave is opgenomen van de taakafname per deelnemend college. Door op deze manier te werken is altijd op voorhand bekend wat het minimale bedrag is waartegen een deelnemer zijn taken met meer dan 5% kan verminderen, inclusief een opslag voor toekomstige onzekerheden.
Als uit een berekening van een onafhankelijke externe deskundige echter blijkt dat de daadwerkelijke frictiekosten en desintegratiekosten hoger zijn dan de berekening op grond van het tweede lid, dan moet het daadwerkelijke bedrag worden betaald. Oftewel, een college betaalt nooit minder dan de berekening bedoeld in lid twee. In het geval een externe deskundige berekent dat de frictiekosten en desintegratiekosten meer bedragen dan de minimale vergoeding, dan dient het betreffende college het door de onafhankelijke externe deskundige berekende hogere bedrag te vergoeden.
Lid 4 gaat over het toepassen van een risico-opslag. Het minimaal te betalen bedrag omvat een risico-opslag, zoals ook in deze toelichting op het tweede lid als is aangegeven. Er wordt in dat geval dus geen extra risico-opslag berekend. Uitgangspunt is dat de minimaal te betalen vergoeding de Omgevingsdienst in staat stelt de bedrijfsvoering op de juiste wijze aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden.
Dit is anders in het geval de onafhankelijke externe deskundige een berekening maakt van de daadwerkelijke frictiekosten en desintegratiekosten en dit bedrag hoger uitvalt dan de minimaal te betalen vergoeding. De onafhankelijke externe deskundige berekent immers de daadwerkelijke frictiekosten en desintegratiekosten zodat het door de externe deskundige berekende bedrag na berekening nog verhoogd met een risico-opslag van 10%.
Artikel 5:
Als een college besluit tot vermindering van taken dan hoeft het college in bepaalde gevallen geen vergoeding voor frictiekosten en desintegratiekosten te betalen. In artikel 5 bepaalt het algemeen bestuur in welke gevallen niet, en in welke gevallen wel een vergoeding dient te worden betaald. Ook bepaalt artikel 5 hoe hoog de te betalen vergoeding is in het geval wel een vergoeding voor frictiekosten en desintegratiekosten moet worden betaald. De vraag of een college wel of geen vergoeding hoeft te betalen, hangt niet alleen af van de eigen beslissing tot vermindering van afname van taken, maar ook van de beslissingen van alle overige deelnemende colleges. Als de af te nemen uren van de Omgevingsdienst van alle colleges bij elkaar daalt met een bepaalde hoeveelheid uren, dan wordt aan de hand van die daling bepaalt wat het te betalen bedrag is dat een college (dat besluit tot urenvermindering) moet voldoen. Uiteraard is het zo dat een toename van taken voor het ene college een dempend effect heeft op de vermindering van taken voor het andere college.
In lid 1 van artikel 5 zijn de verschillende categorieën beschreven:
- a.
de besluiten van de colleges gezamenlijk leiden tot een totale urenvermindering bij de Omgevingsdienst die kleiner is dan 6.500 uren;
- b.
de besluiten van de colleges gezamenlijk leiden tot een totale urenvermindering bij de Omgevingsdienst die minder is dan 10.000 uren maar gelijk is aan of meer dan 6.500 uren;
- c.
de besluiten van de colleges gezamenlijk leiden tot een totale urenvermindering bij de Omgevingsdienst die minder is dan 13.500 uren maar gelijk is aan of meer dan 10.000 uren;
- d.
de besluiten van de colleges gezamenlijk leiden tot een totale urenvermindering bij de Omgevingsdienst die minder is dan 5% van het totale aantal uren van de Omgevingsdienst maar gelijk is aan of meer dan 13.500 uren.
In het geval van categorie a hoeft een college in beginsel geen vergoeding te betalen.
In het geval van categorie b betaalt een college in het jaar van de vermindering een vergoeding die gelijk is aan 50% van de urenvermindering (van het eigen besluit tot vermindering) vermenigvuldigd met het dan geldende tarief.
In het geval van categorie c betaalt een college in het eerste jaar van de vermindering een bedrag gelijk aan 50% van de urenvermindering (van het eigen besluit tot vermindering) vermenigvuldigd met het dan geldende tarief en in het tweede jaar 25% van de urenvermindering (van het eigen besluit tot vermindering) vermenigvuldigd met het dan geldende tarief.
In het geval van categorie d betaalt een college in het eerste jaar van de vermindering een bedrag gelijk aan 75% van de urenvermindering (van het eigen besluit tot vermindering) vermenigvuldigd met het dan geldende tarief en in het tweede jaar 50% van de urenvermindering (van het eigen besluit tot vermindering) vermenigvuldigd met het dan geldende tarief. Hieronder is dit in een tabel uitgewerkt:
|
|
Afname totaal aantal afgenomen uren van de Omgevingsdienst |
Uitredingskosten voor iedere deelnemer die minder dan 5% van de eigen afname vermindert: |
|
a. |
< 6.500 uur |
Uittreden zonder frictiekosten kan gebeuren |
|
b. |
6.500-10.000 uur |
Doorbetaling van 50% van de urenafname gedurende 1 extra jaar |
|
c. |
10.000-13.500 uur |
Doorbetaling van 50% van de urenafname gedurende 1 extra jaar en 25% van de urenafname in jaar 2 |
|
d. |
Meer dan 13.500 van het totaal van de uren |
Doorbetaling van 75% van de urenafname gedurende 1 extra jaar en 50% van de urenafname in jaar 2 |
Indien college A dus zelf besluit tot een taakvermindering van bijvoorbeeld 50 uur (dit zal voor elk college een vermindering van minder dan 5% van het in de DVO opgenomen aantal uren zijn) dan wordt altijd de staffel van artikel 5 toegepast. Als college B in datzelfde jaar besluit tot een urenvermindering van 20.000 uren (en de overige colleges wijzigen de afname van uren niet), dan wordt voor college A gerekend met optie d uit de staffel van artikel 5.
In de leden twee en drie wordt de procedure uiteengezet.
Artikel 6:
Als sprake is van de situatie beschreven in artikel 5, lid 1 onder a – te weten dat colleges hun taakafname van de Omgevingsdienst met minder dan 5% verminderen, en de totale vermindering van afname van taken van alle colleges gezamenlijk onder de 6.500 uren blijft – hoeft een college in beginsel geen frictiekosten en desintegratiekosten te betalen. Artikel 6 creëert een uitzondering op deze situatie. Als desondanks een reorganisatie noodzakelijk is en de Omgevingsdienst gedwongen is specialistisch personeel of specialistisch materieel af te moeten stoten, kan het dagelijks bestuur alsnog besluiten om schriftelijk en gemotiveerd af te wijken van het uitgangspunt dat geen frictiekosten of desintegratiekosten verschuldigd zijn door het college dat taken vermindert. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bouwtaken, welke slechts door een (zeer) klein aantal van de deelnemers worden afgenomen. Het is goed voorstelbaar dat bepaalde functionarissen (maar niet per definitie allemaal) niet zomaar op een andere plek in de organisatie kunnen worden ingezet vanwege hun specialistische kennis of vaardigheden. Een vermindering van die betreffende taak zou dan wellicht binnen de staffel kunnen vallen dat in beginsel geen frictie- en desintegratieskosten betaald hoeven te worden, echter kan alsnog een reorganisatie noodzakelijk zijn omdat afscheid genomen moet worden van specialistisch personeel of materieel omdat deze niet op een andere plek in de organisatie kunnen worden ingezet voor de taakuitvoering van alle deelnemers. De precieze procedure staat beschreven in artikel 6, lid 1 tot en met 4.
Artikel 7:
Een vergoeding die door een college wordt betaald vanwege vermindering van taken wordt door de Omgevingsdienst verplicht gebruikt ter dekking van de door de vermindering ontstane frictiekosten en desintegratiekosten of wordt toegevoegd aan de daarvoor bestemde bestemmingsreserve.
Artikel 8 en 9:
Deze regeling treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt en geldt voor onbepaalde tijd.
Artikel 10:
Het algemeen bestuur zorgt ervoor dat deze regeling in elk geval eens in de vier jaar wordt geëvalueerd, zodat de regeling actueel blijft.
Artikel 11:
De officiële citeertitel van deze regeling is Regeling vermindering van afname van taken Omgevingsdienst Utrecht.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl