Reglement van orde gemeenteraad Nissewaard 2026

Geldend van 03-04-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2026

Intitulé

Reglement van orde gemeenteraad Nissewaard 2026

De raad van de gemeente Nissewaard;

gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;

gelet op het raadsvoorstel van de griffie van 14 januari 2026;

gelet op het advies van de commissie Bestuur van 6 januari 2026;

vast te stellen het:

Reglement van orde gemeenteraad Nissewaard 2026

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    portefeuillehouder: het lid van het college van burgemeester en wethouders tot wiens taak en verantwoordelijkheid een onderdeel van het bestuur van de gemeente behoort;

  • d.

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

  • e.

    motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • f.

    amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om direct daarin te worden opgenomen;

  • g.

    subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement naar de vorm geschikt om direct daarin te worden opgenomen;

  • h.

    initiatiefvoorstel: een voorstel van één of meer raadsleden tot vaststelling van een verordening of ander voorstel;

Artikel 2. De Voorzitter

De voorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering;

  • b.

    het handhaven van de orde;

  • c.

    het doen naleven van het Reglement van orde;

  • d.

    hetgeen de Gemeentewet of dit Reglement hem verder opdraagt.

Artikel 3. De griffier

  • 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.

  • 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een daartoe door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier.

  • 3. De griffier kan, daartoe uitgenodigd door de voorzitter, aan de beraadslagingen deelnemen.

Artikel 4. De secretaris

De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen.

Artikel 5. Het presidium en zijn taken

  • 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter van de raad, de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de voorzitters van de commissies Bestuur, Leefomgeving en Sociaal Domein.

  • 2. De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van het presidium.

  • 3. De griffier is in elke vergadering aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een daartoe door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier.

  • 4. Indien een commissievoorzitter tijdens een commissievergadering is vervangen door een plaatsvervanger neemt deze plaatsvervanger – zo mogelijk – eveneens deel aan de eerstvolgende vergadering van het presidium.

  • 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

  • 6. Het presidium heeft de volgende taken:

    • a.

      het doen van aanbevelingen aan de raad betreffende de organisatie en het functioneren van de raad;

    • b.

      het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies;

    • c.

      het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor de raadsvergaderingen;

    • d.

      het voorbereiden van de wijze van afdoening van de ingekomen stukken van de raad.

  • 7. Het presidium vergadert conform het door het presidium vastgestelde vergaderschema, wanneer de voorzitter het nodig acht of als ten minste twee leden van het presidium daarom verzoeken.

  • 8. De voorzitter kan voorstellen een lid of leden van het college en/of de gemeentesecretaris uit te nodigen voor de vergadering van het presidium.

  • 9. Ieder van de in lid 1 van dit artikel genoemde leden heeft één stem binnen het presidium. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

  • 10. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.

Artikel 6. Seniorenconvent

  • 1. Er is een seniorenconvent dat bestaat uit de voorzitter van de raad en die fractievoorzitters van de groeperingen die hebben deelgenomen aan de laatst gehouden verkiezingen voor de leden van de raad en als zodanig zijn geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet.

  • 2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het seniorenconvent.

  • 3. De griffier is in elke vergadering aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een daartoe door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier.

  • 4. De voorzitter kan voorstellen de plaatsvervangend voorzitter van de raad, de voorzitter van fracties die niet in het seniorenconvent zijn vertegenwoordigd, de voorzitter van raadscommissies en derden uit te nodigen voor de vergadering van het seniorenconvent.

  • 5. Bij ontsteltenis van een lid van het seniorenconvent wijst dit lid – zo mogelijk – een raadslid als vervanger aan.

  • 6. Elke fractievoorzitter zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft één stem in het seniorenconvent.

  • 7. Het seniorenconvent behandelt bestuurlijke aangelegenheden die niet behoren tot het reguliere takenpakket van de raad, het presidium en de overige raadscommissies, alsmede politiek overstijgende, ethische en integriteitskwesties.

  • 8. De voorzitter roept het seniorenconvent bijeen indien hem dit wenselijk voorkomt of indien ten minste twee fractievoorzitters hierom verzoeken.

  • 9. De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar.

Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden; benoeming wethouders

  • 1. Voor de gehele zittingsperiode van de raad stelt de raad een onderzoekscommissie in, bestaande uit een voorzitter en twee leden, evenals hun plaatsvervangers.

  • 2. Aan het begin van de vergadering onderzoekt de onderzoekscommissie de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuwbenoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuwbenoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Tot de geloofsbrieven behoren in ieder geval:

    • -

      een curriculum vitae;

    • -

      een verklaring omtrent de benoembaarheidsvereisten als bedoeld in de Gemeentewet;

    • -

      een verklaring inhoudende een overzicht van de nevenfuncties.

  • 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

  • 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuwbenoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 6. Alvorens benoemd te kunnen worden als wethouder wordt er een integriteitonderzoek verricht, bestaande uit het overleggen van een recente Verklaring Omtrent Gedrag en een integriteit risicoanalyse, te verrichten door een door de voorzitter aan te wijzen derde. Hierbij wordt tevens voldaan aan de vereisten, genoemd in lid 2. De conclusies hiervan worden door de voorzitter voor de benoeming gedeeld met de raad, de onderliggende informatie niet.

  • 7. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de onderzoekscommissie of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

Artikel 8. Fracties

  • 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dat lid als afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

  • 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  • 4. Bij verschil van mening tussen fracties over de naamvoering van één of meer fracties besluit de voorzitter, gehoord de griffier, voor zover hierin niet is voorzien door het Centraal Stembureau van de gemeente.

  • 5. Aan de voorzitter wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan indien:

    • a.

      één of meer leden van een bestaande fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

    • b.

      de meerderheid van de leden van een bestaande fractie heeft besloten dat één of meer leden van de fractie als zelfstandige fractie gaan optreden. Een zodanige mededeling dient ondertekend te zijn door alle resterende leden van de oorspronkelijke fractie;

    • c.

      twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

    • d.

      één of meer leden zich aansluiten bij een andere fractie.

    De voorzitter doet hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de raad. De nieuwe situatie krijgt feitelijk effect per de eerstvolgende raadsvergadering.

  • 6. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de vereisten van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Een fractie als bedoeld in het vijfde lid, sub a en b, van dit artikel wordt aangeduid met de naam van degene die de fractie vormt dan wel de namen van degenen die de fractie vormen voorafgegaan door de aanduiding “Lijst”, een en ander te besluiten door de voorzitter.

Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereiding

Artikel 9. Vergadering

  • 1. De raad vergadert volgens het door het presidium vastgestelde vergaderschema.

  • 2. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op woensdag, vangen aan om 19:30 uur en worden gehouden in de raadzaal van het Stadhuis.

  • 3. De vergaderingen van de raad eindigen in de regel uiterlijk om 23:30 uur, tenzij de voorzitter, gehoord de vergadering, anders besluit.

  • 4. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangstijdstip bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie, voorafgaand overleg in het presidium.

Artikel 10. Oproep en voorlopige agenda

  • 1. De voorzitter zendt minimaal zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Deze aanvullende agenda wordt met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden.

  • 3. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken - in afwijking van het eerste lid - niet in openbaarheid verzonden en niet in openbaarheid ter inzage gebracht.

  • 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken en openbare kennisgeving

  • 1. De voorlopige agenda en stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep ter inzage gelegd door deze via het raadsinformatiesysteem op de website van de gemeente te plaatsen. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep nog stukken ter inzage worden gebracht, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de commissies.

  • 2. Voor zover het stukken zijn die niet digitaal beschikbaar kunnen worden gesteld, liggen deze ter inzage via de griffie.

  • 3. Vergaderingen van de gemeenteraad worden ter openbare kennisgeving gebracht op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Paragraaf 2. Ter vergadering

Artikel 12. Presentielijst

  • 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst van de raadsvergadering.

  • 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen de raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt de lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 13. Spreekrecht burgers

  • 1. Na de opening van de vergadering kunnen burgers gezamenlijk maximaal 30 minuten het woord voeren over al dan niet op de agenda van deze vergadering vermelde onderwerpen.

  • 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 17:00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.

  • 3. De voorzitter geeft bij het tweede punt het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 4. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  • 5. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de raadsleden toestaan een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een spreker en deelnemers aan de vergadering. De voorzitter kan op eigen initiatief of op verzoek van een van de leden hierna het college van burgemeester en wethouders gelegenheid geven een korte reactie te geven op hetgeen door de inspreker is ingebracht.

  • 6. De voorzitter of een raadslid doet – indien aan de orde - een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

  • 7. Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

  • 8. De voorzitter roept de spreker tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, dan wel anderszins de orde verstoort. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden.

Artikel 14. Besluitenlijst

  • 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst en de audiovisuele- of geluidsopname van de raadsvergadering.

  • 2. De besluitenlijst bevat in ieder geval:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, evenals van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

    • c.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • d.

      een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

    • e.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

    • f.

      de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

    • g.

      bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 10 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

  • 3. De concept - besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden gepubliceerd.

  • 4. De vastgestelde besluitenlijst wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Artikel 15. Ingekomen stukken

  • 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden ter beschikking wordt gesteld.

  • 2. Na vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van het presidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 16. Rondvraag

  • 1. De rondvraag betreft een korte vraag die aandacht vraagt voor een actuele ontwikkeling of een urgente kwestie die zich voordoet of voorgedaan heeft na de meest recente raadsvergadering.

  • 2. De plaats van de rondvraag op de conceptagenda wordt bepaald door het Presidium.

  • 3. Alle leden van de vergadering kunnen gebruik maken van de rondvraag.

  • 4. Vragen die een lange inleiding vergen en bestaan uit subvragen worden beschouwd als technische vragen. De voorzitter kan bepalen dat deze schriftelijk worden ingediend.

  • 5. De te stellen rondvraag wordt uiterlijk 15:00 uur op de dag van de vergadering via de griffie kenbaar gemaakt, tenzij de actualiteit dit belemmert. De tijdig ingediende rondvraag wordt tijdens de betreffende vergadering beantwoord.

  • 6. De voorzitter maakt bij de vaststelling van de agenda bekend welke leden gebruik willen maken van de rondvraag bij aanvang van de vergadering.

Artikel 17. Aantal spreektermijnen

  • 1. een lid van de raad, een portefeuillehouder en de secretaris voeren pas het woord, na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt op hoofdlijnen en in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 3. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

  • 4. Een raadslid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 5. Het vierde lid is niet van toepassing op:

    • a.

      De rapporteur van een commissie;

    • b.

      Het lid dat een (sub-)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat onderwerp;

    • c.

      Interrupties.

  • 6. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 7. Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hierover terstond.

Artikel 17a. Spreektijden

  • 1. Er geldt een door het seniorenconvent vastgestelde spreektijdenregeling.

  • 2. Zodra de spreektijd is verstreken, nodigt de voorzitter de spreker uit zijn rede te beëindigen. Deze is gehouden hieraan gevolg te geven.

  • 3. Voldoet de spreker niet aan de het in het tweede lid bedoelde uitnodiging, dan ontneemt de voorzitter hem het woord.

Artikel 18. Deelname aan de beraadslaging door anderen

De raad kan op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 19. Handhaving van de orde

  • 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering.

  • 2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig acht om hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert;

    • c.

      de voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 3. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

  • 4. Hij kan de raad voorstellen aan een raadslid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raadslid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het raadslid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

  • 5. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

Paragraaf 3. Stemming

Artikel 20. Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen de raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 21. Beslissing

  • 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld, tenzij de raad anders beslist.

  • 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 22. Stemming; procedure hoofdelijke stemming

  • 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

  • 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

  • 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

  • 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor door de griffier bij loting getrokken raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde.

  • 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deelnemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

  • 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 23. Volgorde stemming over amendementen en moties

  • 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

  • 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

  • 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

  • 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

Artikel 24. Stemming over personen

  • 1. Voor de gehele zittingsperiode van de raad benoemt de voorzitter uit de leden van de raad een voorzitter en twee leden van de Commissie van Stemopneming, evenals hun plaatsvervangers.

  • 2. De Commissie van Stemopneming wordt bijgestaan door de griffier.

  • 3. Aan de leden van de raad worden identieke stembriefjes ter beschikking gesteld waarop de namen van de aanbevolen of voorgedragen personen vermeld staan.

    • a.

      Bij een aanbeveling hebben de leden van de raad de vrijheid op een persoon te stemmen die niet op het stembriefje voorkomt. In dat geval vermelden zij de naam van die persoon op het stembriefje.

    • b.

      Bij een voordracht bestaat die mogelijkheid niet. De leden van de raad hebben dan de mogelijkheid om tegen een voorgedragen persoon te stemmen.

  • 4. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door de Commissie van Stemopneming verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deelnemen.

  • 5. De Commissie van Stemopneming onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge dit artikel verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 6. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de Commissie van Stemopneming.

  • 8. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

    • a.

      een blanco stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

    • e.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 9. Onmiddellijk na vaststelling van de uitslag zorgt de griffier voor vernietiging van de stembriefjes.

Paragraaf 4. Besloten raadsvergaderingen

Artikel 25. Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 26. Besluitenlijst besloten vergadering en geluidsopname

  • 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst en de audiovisuele- of geluidsopname van de besloten raadsvergadering.

  • 2. Concept – besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden onder geheimhouding op de gebruikelijke wijze verspreid.

  • 3. Deze concept - besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst.

  • 4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 27. Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89 van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Paragraaf 5. Toehoorders en pers

Artikel 28. Toehoorders en pers

  • 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2. Het blijk geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hun verboden.

Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan voorafgaand aan de vergadering mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Artikel 30. Verbod gebruik mobiele telefoons

Op de publieke tribune is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.

Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden

Artikel 31. Amendementen en subamendementen

  • 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen vóór het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Zij maken deze schriftelijk bekend aan de voorzitter via de griffie, bij voorkeur vóór 12:00 uur op de vrijdag voor de vergadering. De voorzitter kan eventueel – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - besluiten dat mondelinge indiening volstaat.

  • 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

  • 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 32. Moties

  • 1. Raadsleden dienen moties vóór het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Zij maken deze schriftelijk bekend aan de voorzitter via de griffie, bij voorkeur vóór 12:00 uur op de vrijdag voor de vergadering.

  • 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

  • 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

  • 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 33. Initiatiefvoorstel

  • 1. Raadsleden dienen een initiatiefvoorstel schriftelijk in bij de voorzitter.

  • 2. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

  • 3. Het college geeft, in de raadsvergadering waarin het in kennis is gesteld van een voorstel, aan of en zo ja, wanneer, binnen een termijn van 6 weken, wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad worden gebracht.

  • 4. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Artikel 34. Collegevoorstel

  • 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 35. Interpellatie

  • 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

  • 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

  • 3. Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen gebeurt dit tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

  • 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders voeren niet vaker dan eenmaal het woord, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 36. Schriftelijke vragen

  • 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen onder vermelding van artikel 36 van het Reglement van orde aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

  • 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en commissieleden en het college of de burgemeester.

  • 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig kalenderdagen nadat de vragen zijn ingediend.

  • 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden en commissieleden toegezonden.

  • 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 37. Inlichtingen

  • 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.

  • 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester, tenzij het betrokken raadslid anders wenst.

  • 3. Nadat het verzoek is ingediend worden de verlangde inlichtingen zo spoedig mogelijk mondeling of schriftelijk aan de raad verschaft, maar in ieder geval binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om inlichtingen.

  • 4. In geval dat de gevraagde inlichtingen niet binnen dertig kalenderdagen ontvangst van het verzoek verstrekt kunnen worden, wordt deze termijn met redenen omkleed schriftelijk verdaagd, waarbij de termijn vermeld wordt waarbinnen de gevraagde inlichtingen wel zullen worden verschaft.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 38. Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 39. Intrekken oud reglement

Het Reglement van orde gemeenteraad Nissewaard 2022 wordt hierbij ingetrokken per 1 april 2026.

Artikel 40. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit reglement treedt in werking op met terugwerkende kracht tot 1 april 2026, nadat het op de juiste wijze bekend is gemaakt.

  • 2. Dit reglement wordt aangehaald als: ‘Reglement van orde gemeenteraad Nissewaard 2026’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Nissewaard van 25 februari 2026,

de griffier,

de voorzitter,