Uitvoeringsprogramma 2026

Geldend van 26-03-2026 t/m heden

Intitulé

Uitvoeringsprogramma 2026

Vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies, projecten en programma’s

1 Inleiding

De regiogemeenten en de provincie hebben de gezamenlijke ambitie uitgesproken om te werken aan een gezonde, veilige, duurzame en groene leefomgeving. Deze afspraken zijn vastgelegd in de gezamenlijke Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie), die (na instemming door het Algemeen Bestuur van ODVeluwe op 11 september 2025) door alle colleges is of wordt vastgesteld. De strategie vormt het kader, dit uitvoeringsprogramma vertaalt dat kader naar concrete inzet en activiteiten in 2026.

Voor u ligt het uitvoeringsprogramma 2026 van de Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe). Hierin staat welke werkzaamheden en producten de dienst in 2026 uitvoert. ODVeluwe vervult haar wettelijke milieutaken en draagt zo bij aan een veilige, gezonde, natuurinclusieve en duurzame leefomgeving.

Het uitvoeringsprogramma is onderdeel van de regionale beleidscyclus en vormt de schakel tussen de strategische koers en de dagelijkse uitvoering, dat wil zeggen de werkvoorbereiding. Conform artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit legt het programma het volgende vast: welke activiteiten worden uitgevoerd, wat die activiteiten bijdragen aan de doelstellingen uit de U&H-strategie, welke prioriteiten (in 2026) worden gesteld, wat de daarvoor in te zetten middelen zijn en waarop wordt samengewerkt.

afbeelding binnen de regeling

De uitvoeringsstrategie van ODVeluwe is risicogericht en opgavegericht is. Dat betekent dat de inzet van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering plaatsvindt waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn én dat de uitvoering zichtbaar bijdraagt aan regionale en lokale opgaven zoals woningbouw, landbouwtransitie en herstel van biodiversiteit. Binnen die koers zijn vier inhoudelijke speerpunten benoemd: omgevingsveiligheid, gezonde leefomgeving, natuur en biodiversiteit en verduurzaming. Daarnaast levert de omgevingsdienst met haar werkzaamheden een directe bijdrage aan bredere maatschappelijke opgaven zoals de woningbouw, de landbouwtransitie, ontwikkeling van recreatie en toerisme en een vitaal ondernemersklimaat. Om te kunnen volgen of de uitvoering en het beoogde resultaat op koers liggen, wordt de uitvoering gemonitord. Daarvoor is betrouwbare data nodig; omdat die nog niet overal beschikbaar is, werkt ODVeluwe aan verdere versterking van databeheer en outcome-gerichte verantwoording (zie ook bijlagen 2 en 3).

Het programma is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de taken die ODVeluwe onder mandaat van twaalf Veluwse gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Voorst) en de provincie Gelderland uitvoert. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 zijn de prioriteiten van de vier speerpunten uit de U&H-strategie vertaald naar de concrete doelstellingen voor 2026: wat willen we in 2026 bereiken? Daarbij wordt ook een doorkijk gemaakt naar de jaren erna. Het programma sluit in hoofdstuk 7 af met de (financiële) randvoorwaarden en organisatie waarbinnen en waarmee het programma wordt gerealiseerd. Daarnaast geeft hoofdstuk 7 aan wat belangrijke aandachtspunten zijn in de ontwikkeling van de organisatie.

2 Takenpakket van ODVeluwe

ODVeluwe voert een breed pakket aan taken uit voor gemeenten en provincie. Deze taken vormen de kern van onze organisatie en zijn stevig verankerd in wet- en regelgeving. Het gaat enerzijds om de wettelijke basistaken die iedere omgevingsdienst in Nederland uitvoert, en anderzijds om de facultatieve plus-taken die wij in overleg met onze opdrachtgevers oppakken.

Door basistaken en plus-taken in samenhang te benaderen, laten we zien dat onze bijdrage niet alleen bestaat uit het naleven en handhaven van regels, maar ook uit het ondersteunen van bredere maatschappelijke opgaven van onze gemeenten en provincie. Vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies leveren zo niet alleen een bijdrage aan een veilige en gezonde leefomgeving, maar ook aan woningbouw, landbouwtransitie, recreatie, een vitaal ondernemersklimaat en de aanpak van ondermijning.

afbeelding binnen de regeling

De volgende paragrafen werken dit uit:

  • Basistaken – vergunningverlening, toezicht en handhaving;

  • Plus-taken – advisering, projecten en programma’s.

De resultaten van deze inzet zijn niet alleen zichtbaar in de uitgevoerde aantallen, maar dragen ook concreet bij aan de speerpunten en doelstellingen uit de gezamenlijke U&H-strategie. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de samenwerkingsovereenkomsten (SWO’s) die voor 2026 zijn afgesloten (zie ook bijlage 1) 1 . De verbinding tussen enerzijds de basistaken en plustaken en anderzijds de speerpunten wordt in de hoofdstukken 3 tot en met 6 verder uitgewerkt.

2.1 Basistaken

Vergunningverlening en behandeling meldingen

Vergunningverlening is één van de kerntaken van de omgevingsdienst. Wij behandelen verzoeken om omgevingsververgunningen voor milieubelastende activiteiten en meldingen van bedrijven, voeren vooroverleggen, toetsen vergunningverzoeken aan wet- en regelgeving en formuleren maatwerkvoorschriften. De nadruk ligt op het voorkomen of beperken van emissies naar lucht, bodem en water, het borgen van veiligheid en het bevorderen van duurzame bedrijfsvoering. De inzet bij vergunningverlening is tweeledig:

  • Bedrijven de ruimte bieden om binnen de kaders van de wet verantwoord te ondernemen;

  • Zorgdragen voor een veilige en gezonde leefomgeving voor inwoners.

Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om milieuwinst te combineren met economische ontwikkeling op basis van de uitgangspunten van de Omgevingswet.

Prioriteiten 2026

  • Branchegerichte actualisatie van vergunningen op basis van de meest recente wet- en regelgeving (onder meer BBT, stikstof en energie);

  • Vermindering van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en betere borging van emissiearme technieken;

  • Vergunningverlening rond afval, circulaire processen en indirecte lozingen;

  • Actualisatie van het vergunningenbestand voor veehouderijen;

  • Afhandeling van meldingen op het vlak van sloop, bodem en bedrijfsmatige activiteiten binnen vastgestelde termijnen volgens de regionale samenwerkingsafspraken Omgevingswet Veluwe.

De vergunningverlening is enerzijds vraag gestuurd. Dat betekent dat vooraf niet precies is te voorspellen hoeveel en welke (qua inhoud) vergunningprocedures moeten worden doorlopen of meldingen moeten worden behandeld.

Anderzijds beoordeelt de omgevingsdienst bij het toezicht ook of vergunningen nog wel actueel zijn. Is dat niet het geval kan de omgevingsdienst zelf (ambtshalve) tot actualisering van een vergunning overgaan. In 2024 is gestart met een actualiseringsprogramma. De prioriteit ligt daarbij onder andere bij de meest complexe bedrijven en specifieke thema’s als LPG-tankstations (in relatie tot de veiligheid in de woonomgeving), afval, stikstof en ZZS en verouderde vergunningen.

De prognose voor de werkvoorraad in 2026 en de beschikbare uren in 2026 zijn als volgt:

Programma vergunningverlening

Raming aantal in 2026

Beschikbare uren

Vooroverleg

65

1.040

Melding MBA – sloop

2.830

5.660

Melding MBA – bodem

350

1.750

Melding MBA – bedrijven

455

4.550

Vergunning MBA - regulier

212

4.664

Vergunning MBA - uitgebreid (inclusief actualisatie)

157

10.205

Informatieplicht

1.245

4.980

Advies compact

730

2.920

Totaal

6.044

35.769

Toezicht en handhaving

Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk van een goed functionerende uitvoeringsketen. ODVeluwe ziet erop toe dat bedrijven de milieuvoorschriften naleven en dat overtredingen tijdig en proportioneel worden aangepakt. Er wordt gewerkt met drie toezichtvormen:

  • Risicogestuurd – planmatig op basis van een risicoanalyse;

  • Branchegericht – afgestemd op specifieke bedrijfstakken zoals afvalverwerking, automotive, diervoeders en voedingsmiddelen;

  • Gebiedsgericht – afgestemd op lokale vraagstukken en bestuurlijke prioriteiten.

Het toezicht wordt jaarlijks geprogrammeerd op basis van een risicoanalyse. Daarmee worden bedrijven en activiteiten ingedeeld naar risico en naleefgedrag. Op die manier richten we de beschikbare capaciteit daar waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn.

Prioriteiten 2026

  • Cyclisch toezicht bij risicovolle en complexe bedrijven, inclusief beoordeling milieujaarverslagen;

  • Branchegerichte controles in de afval- en metaalverwerkende sector, steenfabrieken, asfaltcentrales en slachterijen;

  • Toezicht op energiebesparings- en onderzoeksplicht (Wet milieubeheer)2 ;

  • Aspectcontroles gericht op circulariteit;

  • Toezicht op asbestverwijdering en opsporen van illegale sloop;

  • Ketentoezicht op grondstromen, mest, e-waste en co-vergisting;

  • Toezicht op signalen van ondermijning en milieucriminaliteit.

Bij overtredingen treedt de omgevingsdienst op volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Iedere overtreding krijgt een passende reactie: van waarschuwing en hersteltermijn tot last onder dwangsom of bestuursdwang. Het team Juridische Zaken ondersteunt deze uitvoering met:

  • Het opstellen van handhavingsbesluiten;

  • Behandeling van handhavingsverzoeken van burgers en bedrijven;

  • Opstellen ambtelijke waarschuwingsbrieven;

  • Bezwaar- en beroepsprocedures;

  • Juridische advisering in het kader van de vergunningverlening en het toezicht.

De prognose voor de werkvoorraad in 2026 en de in 2026 beschikbare uren zijn als volg:

Programma toezicht en handhaving

Raming aantal in 2026

Beschikbare uren

Geplande integrale controle - normaal

1.409

18.317

Geplande integrale controle - groot

362

11.584

Geplande aspectcontrole - normaal

718

5.744

Geplande aspectcontrole - groot

21

336

Niet geplande aspectcontrole - compact

741

3.705

Niet geplande aspectcontrole - normaal

1.360

10.880

Niet geplande aspectcontrole - groot

27

432

Incidentmelding

405

1.620

Handhavingsbesluit

195

6.825

Juridisch advies verstrekken

146

3.650

Handhavingsverzoek

23

805

Diensten (verantwoording in uren)

 

 

Bereikbaarheidsregeling (piket)

-

325

BOA inzet (grijs)

-

2.640

Kennisontwikkeling expertises en thema's

-

2.400

Totaal

5.407

69.263

2.2 Plustaken

Naast de wettelijke basistaken voert ODVeluwe plustaken uit die voortkomen uit lokale en regionale beleidsopgaven. Hiermee ondersteunen we gemeenten en provincie bij de uitvoering van hun duurzaamheids- en ontwikkelagenda’s.

Advisering

ODVeluwe beschikt over specialistische kennis op het gebied van bodem, lucht, geluid, geur, veiligheid, ecologie, energie, circulariteit en juridische milieuwetgeving. Deze deskundigheid wordt ingezet bij de advisering over vergunningverlening, ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling. Door de inzet van multidisciplinaire teams en nauwe samenwerking met partners in het Gelders Stelsel en de regio wordt een hoog kwaliteitsniveau geborgd. Zo kunnen gemeenten en provincie rekenen op onderbouwde, actuele en uitvoerbare milieukundige adviezen. Dit gebeurt in de vorm van:

  • Enkelvoudige adviezen: Gericht op één thema of aspect, bijvoorbeeld geluid, geur, bodem of externe veiligheid.

  • Integrale adviezen: Samengevoegde beoordeling van meerdere aspecten, bijvoorbeeld bij woningbouw, bedrijventerreinen of gebiedsontwikkelingen.

  • Strategische advisering: Ondersteuning van gemeenten en provincie bij beleidsontwikkeling (omgevingsplannen, omgevingsvisies, RES, beleid ter bevordering van de circulaire economie, etc.).

De belangrijkste kenmerken van de advisering zijn:

  • Vraaggestuurd werken: initiatieven, vergunningverzoeken en meldingen leiden tot adviesverzoeken;

  • Onderwerpen zijn o.a. geluid, trillingen, luchtkwaliteit, bodem, omgevingsveiligheid, ecologie, stikstof, geur, bestrijdingsmiddelen en elektromagnetische straling;

  • Binnen de dienstverlening zijn afspraken gemaakt over doorlooptijden en termijnen; deze zijn vastgelegd in de regionale samenwerkingsafspraken.

De prognose voor de advisering in 2026 is als volgt:

Programma advies

Raming aantal in 2026

Beschikbare uren

Advies enkelvoudig

1.290

12.900

Advies meervoudig

702

14.040

Diensten (verantwoording in uren)

 

Informatieverstrekking

-

3.630

Productontwikkeling, programma’s VTHA en PDC

-

660

Accountmanagement partners

-

660

Kennisontwikkeling expertises en thema's

-

660

Totaal

1.992

32.550

Projecten en programma’s

Naast vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies voert ODVeluwe ook projecten en programma’s uit. Deze zijn vaak gericht op bredere beleids- of ontwikkelopgaven bij gemeenten en provincie, waar milieu en duurzaamheid een integraal onderdeel van vormen. Projecten en programma’s hebben de volgende kenmerken:

  • Ze zijn meestal vraaggestuurd en ontstaan uit gemeentelijke, regionale of provinciale plannen en visies.

  • De thema’s sluiten aan bij de speerpunten uit de U&H-strategie: geluid, luchtkwaliteit, bodem & ondergrond, omgevingsveiligheid, ecologie, stikstof, geur, klimaat, energie en duurzaamheid.

  • Voor ieder project of programma worden vooraf afspraken gemaakt over inzet, doorlooptijd en resultaten.

Door deelname aan projecten en programma’s levert ODVeluwe een zichtbare bijdrage aan de brede maatschappelijke opgaven van gemeenten en provincie. De opgedane kennis en ervaring wordt ook gebruikt voor zelfreflectie op de uitvoering, waardoor een lerende en samenhangende werkwijze ontstaat.

Een deel van de projecten en programma’s zijn gekoppeld aan de samenwerkingsopgave omgevingsrecht (SWO). Daarnaast zijn er projecten die buiten de SWO worden uitgevoerd en waarvoor aparte raamovereenkomsten worden afgesloten en reguliere VTH- en adviestaken die projectmatig worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld in de vorm van een pilotproject in het kader van het toezicht. De prognose voor de inzet bij programma’s en projecten in het kader van de SWO in 2026 is als volgt:

Programma projecten en programma’s

Raming aantal in 2026

Beschikbare uren

Projecten

-

6.995

Totaal

-

6.995

De inzet voor een projectmatige uitvoering van reguliere taken valt binnen de beschikbare uren voor basis- en plustaken binnen de SWO.

2.3 Van taakuitvoering naar bijdrage aan de bredere opgaven

Met dit uitvoeringsprogramma geven we voor de eerste keer invulling aan de prioriteiten en ambities uit de in 2025 vastgestelde U&H-strategie. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 worden die vertaald in concrete thema’s, doelstellingen en activiteiten in 2026. Dat wil zeggen:

Hoofdstuk 3: Samenwerken aan een veilige leefomgeving;

Hoofdstuk 4: Samenwerken aan een gezonde leefomgeving;

Hoofdstuk 5: Samenwerken aan natuurbehoud en biodiversiteit;

Hoofdstuk 6: Samenwerken aan verduurzaming.

Voor elk van prioriteiten en ambities wordt benoemd wat de relevantie is voor de kwaliteit van de leefomgeving en wat de relatie is met de bredere maatschappelijke opgaven in de regio: de woningbouw, de transitie van de landbouw, de ontwikkeling van recreatie en toerisme en een vitaal ondernemersklimaat. Elke prioriteit wordt nader uitgewerkt in een aantal milieuthema’s waar de uitvoering in 2026 zich specifiek op richt. Per thema wordt een antwoord gegeven op de volgende vragen:

  • Doelstelling: wat op het thema concreet bereiken of realiseren in 2026?

  • Activiteiten: wat gaat ODVeluwe in 2026 doen?

  • Doorkijk: wat zijn de verwachtingen voor na 2026?

  • Monitoring: hoe de uitvoering volgen en zichtbaar maken wat wordt bereikt?

Het monitoren gebeurt volgens een groeimodel. In het uitvoeringsprogramma zelf staan enkele basisindicatoren. Lopende het jaar zal de monitor – waar nodig ook in samenspraak met de deelnemers – worden verfijnd. Vooral ook waar het gaat om de realisatie van de doelstellingen (zie ook bijlage 3).

3 Samen werken aan een veilige leefomgeving

Een veilige leefomgeving is de basis voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van de Veluwe. Gemeenten, provincie en ODVeluwe werken samen om risico’s voor mens en milieu te voorkomen, te beperken en waar nodig te beheersen. De uitvoering in 2026 richt zich op drie samenhangende thema’s: externe veiligheid, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) waaronder specifiek asbest. Deze thema’s raken direct aan de kwaliteit van de leefomgeving én aan de maatschappelijke opgaven voor woningbouw, energietransitie, landbouw en een vitaal ondernemersklimaat.

Externe veiligheid richt zich op het beperken van risico’s rond bedrijven en activiteiten waarbij gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, gebruikt of vervoerd. ODVeluwe adviseert over veilige ruimtelijke inpassing van nieuwe risicobronnen, actualiseert vergunningen en voert toezicht uit bij risicovolle activiteiten. Daarmee wordt voorkomen dat woningbouw, bedrijvigheid of energie-initiatieven leiden tot onaanvaardbare risico’s voor inwoners.

Het terugdringen van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is belangrijk om de veiligheid van mens, natuur en water te waarborgen. Door vergunningen te actualiseren, minimalisatieplannen te toetsen en samen met bedrijven te zoeken naar veilige alternatieven, draagt ODVeluwe bij aan de beperking van de verspreiding van schadelijke stoffen. Dit draagt bij aan een schone en circulaire economie en maakt duurzame gebiedsontwikkeling mogelijk.

Asbest blijft een belangrijk aandachtspunt, vooral bij sloop, herontwikkeling en agrarische bebouwing. Door toezicht op veilige sanering en handhaving bij overtredingen zorgt ODVeluwe ervoor dat verontreiniging en blootstelling worden beperkt. Zo kan de dienst bijdragen aan een veilige leefomgeving bij sloop, de ontwikkeling nieuwe woonlocaties en de herontwikkeling van stedelijke en agrarische bebouwing.

Asbest en ZZS zijn onder de prioriteit ‘veilige leefomgeving’ geplaatst omdat de uitvoering zich richt op het voorkomen en beheersen van risico’s en emissies aan de bron, waarbij veiligheid het handelingskader vormt en gezondheid het uiteindelijke doel

Bij elk thema worden kort de relevantie voor de kwaliteit van de leefomgeving, de rol van VTHA en wat de strategische doelstellingen uit de U&H-strategie samengevat. Die doelstellingen geconcretiseerd naar een inzet en beoogd resultaat in 2026. Gevolgd door de indicatoren waarop wordt gemonitord. In 2026 gaat we in eerste instantie uit van indicatoren die kunnen worden gemeten op basis van bestaande informatie. Deze zullen de komende jaren worden verfijnd (zie ook bijlage 3).

3.1 Externe veiligheid

De bescherming van inwoners tegen risico’s van gebruik, transport en opslag van gevaarlijke stoffen vormt de kern van een veilige leefomgeving. ODVeluwe toetst en adviseert over externe veiligheid bij vergunningverlening, ruimtelijke plannen en nieuwe ontwikkelingen, zoals bedrijventerreinen, energieopslag of waterstofprojecten. Ook wordt toezicht gehouden op bedrijven met risicovolle activiteiten en worden gegevens actueel gehouden in het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). In de regio komen stedelijke groei, bedrijvigheid en energietransitie samen: nieuwe woningen, batterijopslag, biogasinstallaties en transportcorridors brengen kansen maar ook veiligheidsuitdagingen. Door vroegtijdig te adviseren over ruimtelijke keuzes en veiligheidsafstanden draagt ODVeluwe bij aan verantwoorde woningbouw, een veilig ondernemersklimaat en duurzame energie-initiatieven die passen binnen de leefomgeving. Samenwerking met de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en gemeenten is daarbij cruciaal om risico’s integraal te beoordelen en goed te communiceren met inwoners.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor externe veiligheid

Nummer

Doelstelling

4.1.1.

Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling.

4.1.2.

Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten.

4.1.3.

Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van externe veiligheid is als volgt:

  • 1.

    Voorkomen van nieuwe veiligheidsrisico’s bij ruimtelijke en technologische ontwikkelingen. Bij vergunningverlening en planvorming worden risico’s van gebruik, opslag en transport van gevaarlijke stoffen structureel meegewogen, zodat nieuwe initiatieven niet leiden tot onaanvaardbare risico’s voor inwoners of milieu. Nieuwe risico’s van de energietransitie – zoals batterijopslag, biogas, waterstof en ammoniak – zijn in beeld gebracht en tijdig betrokken bij toezicht en vergunningverlening.

  • 2.

    Volledig en actueel inzicht in risicobronnen. Het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) is in 2030 volledig geactualiseerd en vormt een betrouwbaar informatie-instrument voor gemeenten, provincie en de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) bij ruimtelijke afwegingen en bestuurlijke besluitvorming.

  • 3.

    Hoge naleving van veiligheidsvoorschriften bij bedrijven. Bedrijven met risicovolle activiteiten voldoen de actuele veiligheidsvoorschriften en beschikken over up-to-date vergunningen en noodvoorzieningen. De naleving stijgt op termijn naar minimaal 85%, mede door gericht toezicht en handhaving conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Toetsing van vergunningverzoeken bij risicovolle bedrijven (zoals chemie, opslag gevaarlijke stoffen, biogas- en waterstofinstallaties).

  • Actualisatie van vergunningen om te voldoen aan de actuele veiligheidsvoorschriften uit het Bal en het Bkl.

  • Integrale beoordeling van nieuwe initiatieven op cumulatie van veiligheidsrisico’s en nabijheid van kwetsbare functies.

  • Borgen van noodvoorzieningen, veiligheidsafstanden en risicocommunicatie in vergunningen.

  • Bedrijven met risicovolle activiteiten beschikken over actuele vergunningen die voldoen aan de laatste veiligheidseisen.

  • Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot onaanvaardbare risico’s voor inwoners of milieu.

  • Vergunningverlening draagt bij aan een voorspelbare, veilige en transparante bedrijfsvoering.

Toezicht en Handhaving

  • Cyclisch toezicht op risicovolle bedrijven in samenwerking met veiligheidsregio en waterschap.

  • Aspectcontroles gericht op gebruik, opslag en transport van gevaarlijke stoffen, brandveiligheid en noodvoorzieningen.

  • Handhaving bij overtredingen van veiligheidsvoorschriften conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).

  • Beoordelen en opvolgen van incidentmeldingen binnen 24 uur.

  • Veiligheidsrisico’s zijn beter beheerst; naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %.

  • Incidenten worden sneller opgespoord en adequaat opgevolgd.

  • Betere afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving.

Advies

  • Adviseren van gemeenten over externe veiligheid bij omgevingsplannen, woningbouw, bedrijventerreinen en energieprojecten.

  • Beoordeling van veiligheidscontouren en aandachtsgebieden (zoals bij spoor, wegen, pijpleidingen en andere risicovolle activiteiten).

  • Inbrengen van expertise over ruimtelijke inpassing bij beleidsontwikkeling.

  • Gemeenten beschikken over goed onderbouwde adviezen voor veilige ruimtelijke keuzes.

  • Nieuwe risico’s worden tijdig herkend en betrokken bij planvorming.

  • Veiligheidsafstanden en risicocontouren zijn structureel meegenomen in planvorming.

  • Integrale afweging tussen veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en energietransitie.

Projecten en Programma’s

  • Beheer en actualisatie van het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV).

  • Kennisdeling en kennisontwikkeling met Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), andere Gelderse OD’s, gemeenten en provincie.

  • Er is een volgende stap gezet in de actualisering van het REV; gemeenten en provincie beschikken eind 2026 over meer betrouwbare veiligheidsinformatie.

  • Verbeterde samenwerking in de veiligheidsketen en beter risicobewustzijn binnen de regio.

Monitor

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • het percentage risicovolle bedrijven met actuele vergunning en REV-registratie;

  • het aantal nieuwe ruimtelijke plannen waarbij externe veiligheid is meegewogen;

  • het aantal interne adviezen over externe veiligheid.

Doorkijk 2027-2028

De komende jaren zal de aandacht voor externe veiligheid verder toenemen, mede door de opkomst van nieuwe energiedragers (waterstof, batterijen, ammoniak) en de groei van energiehubs en logistieke knooppunten in de regio. Tegelijk wordt gewerkt aan actualisatie van landelijke normen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor ODVeluwe betekent dit dat kennis over nieuwe risico’s wordt verdiept en de samenwerking met VNOG, provincie en gemeenten verder wordt uitgebouwd. Ook wordt gewerkt aan het verbeteren van gegevenskwaliteit in het REV, zodat veiligheidsinformatie sneller beschikbaar is voor planvorming en toezicht. De nadruk verschuift naar integraal veiligheidsmanagement, waarin ruimtelijke ontwikkeling, energietransitie en omgevingsveiligheid hand in hand gaan.

3.2 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Binnen het werkgebied van ODVeluwe bevinden zich verschillende industriële bedrijven die met chemische grondstoffen werken, waaronder de voedingsmiddelen-, metaal- en papierverwerkende industrie. Bij deze bedrijven kunnen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) vrijkomen die risico’s opleveren voor mens, milieu en waterkwaliteit. Dat wil zeggen via de lucht, afvalwater en afvalstromen. ZZS kan ook aanwezig zijn in sloopafval, waarvan de bekendste ZZS. Dat betekent dat op hun beurt ook afvalverwerkende bedrijven met ZZS te maken krijgen en dat ZZS kan voorkomen in secundaire grondstoffen. Het streven is dat ZZS zoveel mogelijk uit de leefomgeving worden geweerd. ODVeluwe zet in op het terugdringen van deze emissies door actualisering van vergunningen, bedrijven houden aan de informatieplicht, het beoordelen van vermijdings- en reductieplannen en door gerichte toezichtprojecten. Door ZZS te beperken ontstaat ruimte voor verantwoord hergebruik van materialen en circulair bouwen zonder schadelijke stoffen, een verantwoorde herontwikkeling van bedrijfsterreinen en woningbouwlocaties en wordt bijgedragen aan een vitaal ondernemersklimaat, waarin innovatie en veiligheid hand in hand gaan.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor de aanpak van ZZS

Nummer

Doelstelling

4.1.1.

Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling.

4.1.2.

Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten.

4.1.3.

Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van ZZS is als volgt:

  • 1.

    Beter inzicht in ZZS-emissies binnen de regio. Eind 2026 beschikt ODVeluwe over een eerste meer systematisch beeld van de mogelijke emissies van ZZS bij producenten en afvalverwerkende bedrijven. In het bijzonder op locaties waar deze in de nabijheid van woningen of gevoelige functies voorkomen. Hiervoor wordt samengewerkt met de GGD en andere omgevingsdiensten. Dit inzicht vormt de basis voor verdere prioritering in toezicht en vergunningverlening.

  • 2.

    Uitvoering van een pilot gericht op ZZS-emissies en naleefgedrag. In 2026 wordt een eerste toezichtproject uitgevoerd waarin emissies bij geselecteerde bedrijven worden geïnventariseerd en beoordeeld. De pilot levert kennis op over de feitelijke emissies, de handhaafbaarheid van de minimalisatieplicht en de wijze waarop toezicht op ZZS-emissies kan worden versterkt.

  • 3.

    Toetsing van informatieplicht en minimalisatieplannen. In de reguliere uitvoering toetst ODVeluwe of bedrijven voldoen aan hun vijfjaarlijkse informatieplicht en of vermijdings- en reductieplannen voldoen aan de minimalisatieplicht.

  • 4.

    Verbetering van handhaafbaarheid en kennisdeling. In samenwerking met andere omgevingsdiensten en landelijke partners wordt gewerkt aan verbetering van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het ZZS-beleid. Bevindingen uit de praktijk worden gedeeld en verwerkt in landelijke kennisprogramma’s.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Verwerken van bevindingen uit rapportages en vermijdings- en reductieplannen in vergunningen.

  • Nadrukkelijk aandacht voor ZZS-emissies en de minimalisatieplicht bij het actualiseren van vergunningen.

  • Beoordelen van emissiearme technieken en opnemen van passende voorschriften.

  • Het in ODNL-verband verkennen van de noodzaak en mogelijkheden van de inzet van het instrument financiële zekerheidstelling3.

  • Vergunningen bevatten actuele voorschriften waarmee emissies van ZZS worden beperkt tot het laagst haalbare niveau.

  • Bedrijven voldoen aan de informatieplicht en de minimalisatieplicht.

  • Nieuwe initiatieven dragen bij aan een circulaire en schone economie zonder ZZS-uitstoot.

  • Voorkomen van hoge kosten voor gemeenten als een afvalverwe nog afvalstoffen met een negatieve restwaarde resteren op het terrein.

Toezicht en Handhaving

  • Inventariseren van bedrijven die onder artikelen 5.23 en 5.24 van het Bal vallen.

  • Opvragen en beoordelen van vijfjaarlijkse rapportages over ZZS-emissies.

  • Toetsen van vermijdings- en reductieplannen en beoordelen van naleving van de minimalisatieplicht.

  • Uitvoeren van aspectcontroles bij bedrijven waar ZZS-emissies worden verwacht.

  • Handhavend optreden bij overtredingen of onvoldoende naleving van de informatieplicht.

  • Inzicht in aard en omvang van ZZS-emissies binnen het werkgebied.

  • Bedrijven passen de minimalisatieplicht aantoonbaar toe en reduceren emissies.

  • Nieuwe ZZS-lozingen worden waar mogelijk voorkomen, in geval beperkt en bestaande emissies verlaagd.

  • Betere registratie van toezicht- en handhavingsresultaten, voor inzicht in naleefgedrag en risicogestuurd toezicht.

Advies

  • Adviseren van gemeenten en provincie over trends, risico’s en emissiebronnen van ZZS.

  • Ondersteunen bij beleidsontwikkeling rond circulaire economie en chemische veiligheid.

  • Inbrengen van ZZS-kennis bij omgevingsplannen, gebiedsontwikkeling en vergunningverlening.

  • Kennisdeling met andere omgevingsdiensten en GGD over gezondheidseffecten van ZZS.

  • Gemeenten en provincie beschikken over actueel inzicht in ZZS-risico’s en kunnen beleid hierop afstemmen.

  • Kennis en ervaring binnen de regio worden gedeeld, wat leidt tot uniforme aanpak.

  • Beleidsmatige borging van de ZZS-aanpak binnen regionale programma’s.

Projecten en Programma’s

  • Uitvoeren van een pilotproject voor toezicht op ZZS-emissies in samenwerking met andere omgevingsdiensten.

  • Opstellen van een regionale risicoanalyse op basis van verzamelde data uit toezicht en vergunningverlening.

  • Kennisontwikkeling over handhaafbaarheid en monitoring van ZZS.

  • Rapporteren van trends en resultaten richting gemeenten, provincie en landelijke programma’s.

  • ODVeluwe beschikt over een eerste aanzet voor risicokaart van bedrijven met ZZS-emissies.

  • Verbeterde samenwerking en kennisdeling binnen het Gelders Stelsel en landelijk netwerk.

  • Steviger basis voor structurele reductie van ZZS-emissies in de regio Veluwe.

Monitor

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieplicht valt.

  • Aantal ingediende en beoordeelde vermijdings- en reductieplannen.

  • Aantal vergunningen waarin ZZS-voorschriften zijn opgenomen.

Doorkijk 2027-2028

De komende jaren wordt verdere aanscherping van de regelgeving rond Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) verwacht, in lijn met het Europese Chemicals Strategy for Sustainability en de nationale aanpak ZZS. Nieuwe stoffen zullen aan de lijst worden toegevoegd en de eisen voor registratie, monitoring en minimalisatie worden uitgebreid. Ook neemt de aandacht toe voor ZZS in bouwmaterialen en circulaire ketens, om veilig hergebruik van grondstoffen mogelijk te maken. Voor ODVeluwe betekent dit meer nadruk op actualisatie van vergunningen, toetsing van minimalisatieplannen en samenwerking met bedrijven en gemeenten om vervanging door veilige alternatieven te stimuleren. En mogelijk een adviesrol waar het gaat om het circulair bouwen en het vermijden van ZZS in secundaire bouwmaterialen.

3.3 Asbest

Asbest vormt nog altijd een risico voor de volksgezondheid, vooral bij sloop en herontwikkeling van gebouwen en terreinen. ODVeluwe ziet toe op zorgvuldige sanering en handhaaft bij overtredingen om blootstelling te beperken. Het toezicht op en de handhaving van asbestverwijdering draagt bij aan een veilige milieu en een gezonde werk- en leefomgeving.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot asbest.

Nummer

Doelstelling

4.1.1.

Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling.

4.1.2.

Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten.

4.1.3.

Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van asbest is als volgt:

  • 1.

    Beperken van gezondheidsrisico’s door blootstelling aan asbestvezels. ODVeluwe ziet in 2026 toe op zorgvuldige sanering en veilige verwijdering van asbest, met nadruk op sloop en herontwikkeling van agrarische en stedelijke bebouwing. Blootstelling aan asbest in woon- en werkomgeving wordt daarmee zoveel mogelijk voorkomen.

  • 2.

    Snelle opsporing van illegale saneringen. Via risicogestuurd toezicht, veldcontroles en projecten zoals het containerproject en inspecties bij tussenopslaglocaties worden illegale sloopactiviteiten en niet-gemelde saneringen eerder opgespoord en beëindigd.

  • 3.

    Behoud goede naleving van regelgeving door gecertificeerde bedrijven. Saneringsbedrijven en uitvoerders voldoen aan de geldende veiligheids- en certificeringsnormen. Het streven is om uiteindelijk tot een naleefgedrag van minimaal 85 % te komen door gerichte controles en handhaving.

  • 4.

    Verbeteren van naleefgedrag van regelgeving bij particulieren en aannemersbedrijven. De meeste handhavingszaken zijn gericht op sloopactiviteiten door particulieren en aannemings- en klusbedrijven. Door voorlichting, toezicht en handhaving wordt het naleefgedrag verbeterd. Doelstelling om ook bij hen op termijn op een naleefgedrag van 85% te komen.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • n.v.t.

  • n.v.t.

Toezicht en Handhaving

  • Beoordelen van alle sloopmeldingen waarin asbestinventarisaties zijn opgenomen.

  • Opnemen van voorschriften over veilige asbestsanering bij vergunningverlening.

  • Integreren van asbestaspecten in ruimtelijke plannen en herontwikkelingslocaties (woningbouw, bedrijventerreinen).

  • Risicogestuurd toezicht op sloop en asbestsaneringen.

  • Controle op naleving bij gecertificeerde saneringsbedrijven, aannemers en particulieren.

  • Opsporen en handhaven bij illegale sloop en niet-gemelde asbestverwijderingen.

  • Toezicht op tussenopslag en afvoer van asbesthoudend materiaal (o.a. containerproject, veldcontroles).

  • Meldingen zijn zorgvuldig beoordeeld op asbestrisico’s en sloopveiligheid.

  • Veilig slopen en saneren van asbest wordt geborgd door zorgvuldig toetsen van meldingen.

  • Blootstelling aan asbestvezels in de leefomgeving wordt beperkt.

  • Illegale sloop en asbestverwijdering worden tijdig opgespoord en beëindigd.

  • Naleving van regels voor veilige sanering is op termijn minimaal 85 %.

  • Betere registratie van toezicht- en handhavingsresultaten, voor inzicht in naleefgedrag en risicogestuurd toezicht. Ook ten behoeve van een goede evaluatie.

Advies

  • Adviseren van gemeenten over omgang met asbest bij herontwikkeling en gebiedsvernieuwing.

  • Ondersteunen bij het actualiseren van beleid en procedures voor veilige sanering.

  • Kennisdeling over nieuwe Europese regelgeving en meetmethoden.

  • Stimuleren en initiëren van actieve communicatie en voorlichting naar burgers en bedrijven over asbestverwijdering.

  • Samenwerking met provincie, waterschappen en politie bij de aanpak van overtredingen in het buitengebied.

  • Gemeenten beschikken over actuele kennis en adviezen voor veilige omgang met asbest.

  • Asbestbeleid is afgestemd op nieuwe wet- en regelgeving.

  • Betere publieksvoorlichting en minder onbewuste overtredingen.

Projecten en Programma’s

  • Evalueren van toezichtresultaten om prioriteiten te stellen voor 2027–2028.

  • Asbestdakenproject om particulieren te stimuleren hun golfplaten asbestdak te verwijderen

  • Voorlichtingscampagne in samenwerking met gemeenten om kennis over sloop en asbestregels te vergroten.

  • ODVeluwe beschikt over actueel inzicht in risicolocaties en trends in illegale saneringen.

  • Verbeterde samenwerking en gegevensuitwisseling met ketenpartners.

  • Vermindering van incidenten en toename van meldingsbereidheid bij bedrijven en burgers.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal afgedane sloopmeldingen en beoordeelde inventarisatierapporten.

  • Aantal uitgevoerde controles en verhouding met geconstateerde overtredingen.

  • Aantal opgespoorde en beëindigde illegale saneringen.

Doorkijk 2027-2028

In 2027–2028 wordt een ingrijpende wijziging van de asbestregelgeving verwacht door implementatie van de nieuwe Europese richtlijn. De nationale wetgeving zal strengere blootstellingsnormen, uitgebreidere certificerings- en vergunningseisen en verbeterde meetmethoden voorschrijven. ODVeluwe is vertegenwoordigd bij ODNL via Tactische Kamer en Werkkamer Asbest, denkt en spreekt via dit kanaal mee over de invoering van deze wetgeving en koppeling naar toezicht en handhaving.

3.4 Ondermijning en milieucriminaliteit

Milieucriminaliteit en ondermijning tasten de leefbaarheid, veiligheid en rechtvaardigheid in de regio aan. Illegale afvalstromen, mestfraude of lozingen veroorzaken milieuschade en oneerlijke concurrentie. ODVeluwe werkt samen met gemeenten, politie, OM en waterschappen om signalen vroeg te herkennen en effectief op te treden. Daarmee bevordert de dienst een veilig en betrouwbaar ondernemersklimaat, beschermt zij de kwaliteit van natuur- en recreatiegebieden tegen illegale activiteiten en draagt ze bij aan de integriteit van de landbouwsector. Een weerbare regio, vrij van ondermijning, vormt bovendien de basis voor duurzame investeringen in wonen, werken en recreatie.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor de aanpak van ondermijning en milieucriminaliteit

Nummer

Doelstelling

4.1.4a

Vroegsignalering van mogelijk ondermijnende activiteiten

4.1.4b

Een effectieve samenwerking tussen de bestuurlijke en strafrechtelijke partners bij de aanpak van milieucriminaliteit

4.1.4c

Een weerbare regio zijn tegen ondermijning; het niet onbedoeld faciliteren van criminelen door het hen verlenen van vergunningen.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van milieucriminaliteit en ondermijning is als volgt:

  • 1.

    Versterking van de informatiepositie en vroegsignalering van milieucriminaliteit. ODVeluwe ontwikkelt in 2026 haar “oor- en oogfunctie” verder door signalen van illegale activiteiten (zoals afvalstromen, mestfraude, illegale lozingen en sloop) beter te registreren, te duiden en te delen. De informatiepositie binnen de organisatie en met ketenpartners (politie, OM, RIEC, ILT, andere OD’s) wordt structureel verbeterd. Hierdoor kunnen signalen eerder worden opgepakt door partners (gemeente, politie, etc.).

  • 2.

    Vergroten van de weerbaarheid en voorkomen van het onbedoeld faciliteren van criminelen. Medewerkers worden getraind om signalen van ondermijning te herkennen en veilig te melden. Stimuleren van de inzet van Bibob bij vergunningverzoeken door bedrijven en sectoren die gevoelig zijn voor ondermijning, zoals afvalverwerking, transport en grondstoffenhandel.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • ODVeluwe informeert gemeenten als er sprake is van een vergunningverzoek dat valt binnen een categorie in het door de gemeente vastgesteld Bibob-beleid.

  • Voorkomen dat criminelen onbedoeld worden gefaciliteerd door het hen verstrekken van een vergunning.

Toezicht en Handhaving

  • Prioritering in de risicoanalyse mede op basis van het risicoprofiel van branches en locaties waar het gaat om milieucriminaliteit (onderdeel risicoanalyse).

  • Signaleren en doorgeven van mogelijke ondermijningsactiviteiten aan politie, OM en gemeenten.

  • Vroegtijdige herkenning van ondermijnende en criminele activiteiten.

  • Verbeterd regionaal informatiebeeld en vroegsignalering van criminele patronen.

Advies

  • Stimuleren van de harmonisatie en waar nodig actualisatie (m.b.t. voor ondermijning gevoelige branches met MNA’s, waaronder afvalverwerkende bedrijven) van het Bibob-beleid en het gebruik van het instrument binnen de regio.

  • Delen van kennis en signalen in bestuurlijke overleggen en veiligheidsoverleggen.

  • Vergroten regionale bestuurlijke weerbaarheid tegen criminele beïnvloeding.

Projecten en Programma’s

  • Op basis van lokale of provinciale behoefte en maatwerkafspraken uitvoering van thematische integrale controles op bedrijventerreinen. Vanuit het provinciale programma Samen sterk in Gelderland (SSiG) is het regiocoördinatorschap voor de Gelderse regio’s belegd bij ODVeluwe en vanuit die rol worden integrale controles geïnitieerd die gericht zijn op het buitengebied en natuurgebieden.

  • Sterkere ketensamenwerking in de aanpak van milieucriminaliteit.

  • Vergrote effectiviteit van gezamenlijke controles en interventies.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal keren dat een gemeente is geïnformeerd over een vergunningaanvraag door een bedrijf uit een voor ondermijning gevoelige branche;

  • Aantal naar aanleiding daarvan uitgevoerde Bibob-onderzoeken door gemeenten;

  • Aantal signalen van ondermijning dat is doorgegeven aan gemeenten en ketenpartners.

  • Aantal integrale controles en samenwerkingsacties waar ODVeluwe aan deelneemt.

Doorkijk 2027-2028

De aanpak van milieucriminaliteit en ondermijning blijft de komende jaren een groeiend aandachtspunt, vooral in het buitengebied en op bedrijventerreinen. Landelijk wordt gewerkt aan een versterking van de integrale toezicht- en handhavingsketen, met betere informatie-uitwisseling tussen omgevingsdiensten, politie, ILT en het Openbaar Ministerie. Voor ODVeluwe betekent dit een nadrukkelijkere rol in signalering en gegevensdeling. Extra aandacht gaat uit naar illegale afvalstromen, mestfraude en misbruik van leegstaande panden, die ook invloed hebben op natuur, landbouw en het ondernemersklimaat.

4 Samen werken aan een gezonde leefomgeving

Een gezonde leefomgeving is een basisvoorwaarde voor het welzijn van inwoners, de vitaliteit van bedrijven en de aantrekkelijkheid van de Veluwe als woon- en recreatieregio. De kwaliteit van lucht, bodem, water en geluid bepaalt in hoge mate hoe prettig en veilig mensen wonen, werken en recreëren. ODVeluwe levert hieraan een directe bijdrage via vergunningverlening, toezicht en advisering, met bijzondere aandacht voor bodem- en grondwaterbescherming, geluid, en luchtkwaliteit en geurhinder.

De aandacht voor bodem- en grondwaterbescherming is van belang omdat een schone bodem en goed grondwater essentieel zijn voor drinkwaterwinning, landbouw en natuur. Door verontreiniging te voorkomen bij bedrijven, tankstations en agrarische activiteiten, werkt ODVeluwe aan een duurzame basis voor landbouwtransitie en klimaatbestendig waterbeheer.

Geluid is een van de meest ervaren vormen van milieuhinder. Een goede balans tussen bedrijvigheid en leefkwaliteit is daarom cruciaal. ODVeluwe ondersteunt gemeenten bij het beheersen van geluidsbelasting, onder meer bij woningbouw, bedrijventerreinen en evenementen. Zo draagt de dienst bij aan gezonde en aantrekkelijke woon- en recreatiegebieden.

Een derde aandachtsveld is luchtkwaliteit en geurhinder, die rechtstreeks invloed hebben op de gezondheid van inwoners. Door emissies van verkeer, industrie en landbouw te beperken en structureel samen te werken met GGD, waterschappen en gemeenten, levert ODVeluwe een bijdrage aan gezondere woonomgevingen, duurzame mobiliteit en een schoon ondernemersklimaat.

4.1 Bodem- en grondwaterbescherming

Een schone bodem en gezond grondwater zijn essentieel voor een veilige en duurzame leefomgeving. Verontreinigingen hebben vaak een langdurige impact op drinkwater, natuur en gezondheid. Steeds nadrukkelijker geldt daarbij het principe dat water en bodem richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Een veerkrachtige bodem en goed functionerend watersysteem vormen de basis voor een klimaatbestendige regio.

OD Veluwe ondersteunt gemeenten bij het vertalen van deze uitgangspunten naar hun omgevingsvisies en plannen, en richt zich op het voorkomen van nieuwe verontreinigingen door toezicht bij risicovolle activiteiten en het actualiseren van vergunningen. Deze inzet beschermt de drinkwaterbronnen, ondersteunt de landbouwtransitie en maakt duurzame woningbouw en gebiedsontwikkeling mogelijk. Een schone bodem vormt zo de basis voor gezonde natuur en recreatie op de Veluwe.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot bodem- en grondwaterbescherming

Nummer

Doelstelling

4.2.1

Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte.

4.2.2.

Voldoende inzicht hebben in de druk op de gezondheid in de leefomgeving.

4.2.3.

Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water.

4.2.4

De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van bodem- en grondwaterbescherming is als volgt:

  • 1.

    Beter inzicht in de bodem- en grondwatersituatie binnen het werkgebied van ODVeluwe, met een inventarisatie van de belangrijkste risicolocaties en bodembedreigende activiteiten. Dit vormt de basis voor een meer risicogestuurde inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

  • 2.

    Structurele borging van bodem- en grondwaterbescherming in beleid en uitvoering door actualisatie van vergunningen met bodembeschermende voorschriften en samenwerking met waterschappen, provincie en drinkwaterbedrijven in grondwaterbeschermingsgebieden.

  • 3.

    Goed naleefgedrag bij bedrijven met bodembedreigende activiteiten; op termijn voldoet minimaal 85 % aan de voorschriften uit vergunningen en het Bal. Daarmee worden nieuwe bodemverontreinigingen grotendeels voorkomen en bestaande risico’s beheerst.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Nadrukkelijk aandacht voor bodembedreigende activitieten bij het actualiseren van vergunningen (o.a. tankstations, metaal- en agrarische bedrijven).

  • Opnemen van bodembeschermende maatregelen en voorschriften conform BBT en het Bal.

  • Toetsen van nieuwe initiatieven op risico’s voor bodem en grondwater, met bijzondere aandacht voor locaties nabij grondwaterbeschermingsgebieden.

  • Vergunningen bevatten actuele voorschriften die bodemverontreiniging voorkomen.

  • Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot extra risico’s voor bodem of grondwater.

  • Bodem- en grondwaterbescherming is structureel geborgd in de vergunningverlening.

Toezicht en Handhaving

  • Risicogestuurd toezicht bij bedrijven met opslag, overslag of gebruik van vloeistoffen en chemicaliën.

  • Gerichte controles bij tankstations, metaalbedrijven en agrarische bedrijven op naleving van bodembeschermende voorschriften.

  • Handhaving bij overtredingen die risico’s opleveren voor bodem of grondwater.

  • Samenwerking met provincie, waterschap en drinkwaterbedrijven bij signalering van incidenten.

  • Nieuwe bodemverontreinigingen worden voorkomen.

  • Naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %.

  • Betere bescherming van kwetsbare grondwatergebieden en drinkwaterbronnen.

Advies

  • Adviseren van gemeenten bij omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en omgevingsvergunningen over bodem en grondwater.

  • Ondersteuning bij beleidsontwikkeling over grondwaterbeschermingsgebieden en bodemsanering.

  • Inbrengen van kennis over bodemkwaliteit bij woningbouwlocaties, herontwikkelingen en agrarische initiatieven.

  • Bodem- en grondwaterthema’s worden structureel meegenomen in planvorming.

  • Gemeenten beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen voor duurzaam bodembeheer.

  • Betere koppeling tussen beleid, vergunningverlening en uitvoering.

Projecten en Programma’s

  • Uitvoeren van toezichtprojecten gericht op verbetering van naleefgedrag bij bodembedreigende bedrijven.

  • Opzetten van een regionale inventarisatie van risico’s in grondwaterbeschermingsgebieden (in samenwerking met waterschappen en provincie).

  • Ontwikkelen van kennis- en opleidingsprogramma’s voor toezichthouders over bodembescherming.

  • Integratie van bodem- en grondwaterthema’s in gebiedsgerichte projecten rond landbouwtransitie en klimaatadaptatie.

  • Verbeterd inzicht in bodembedreigende activiteiten en risico’s in de regio.

  • Betere samenwerking tussen ODVeluwe, gemeenten, waterschappen en provincie.

  • Bodem- en grondwaterbescherming stevig verankerd in regionale programma’s en beleid.

Monitor

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal uitgevoerde bodemcontroles en geconstateerde overtredingen.

  • Aantal vergunningen en maatwerkvoorschriften waarin bodem- en grondwaterbescherming is opgenomen.

  • Aantal meldingen en incidenten uit grondwaterbeschermingsgebieden.

Doorkijk 2027-2028

De komende jaren krijgt bodem- en grondwaterbescherming een steviger plaats binnen de uitvoering van de Omgevingswet en de Europese Kaderrichtlijn Water. Provincies en waterschappen scherpen hun normen aan voor grondwaterbeschermingsgebieden en bodembedreigende activiteiten. Voor ODVeluwe betekent dit meer nadruk op samenwerking met deze partners en het verder ontwikkelen van risicogestuurd toezicht bij bedrijven die met vloeistoffen of chemicaliën werken. Ook de toename van klimaatadaptieve maatregelen, zoals infiltratie en hergebruik van hemelwater, vraagt om aandacht voor bodemkwaliteit. Zo groeit het thema uit tot een belangrijke schakel tussen gezondheid, waterkwaliteit en duurzame gebiedsontwikkeling. Daarnaast zal ook de nieuwe Richtlijn Bodemmonitoring een rol gaan spelen bij het verbeteren van de veerkracht van de bodem en zorgen voor een beter beheer van verontreinigde locaties. Die zal ook zijn doorwerking (moeten) hebben in de omgevingsplannen.

4.2 Geluidoverlast

Geluidsoverlast is een van de meest ervaren vormen van milieuhinder en heeft directe invloed op de gezondheid en leefkwaliteit van inwoners. ODVeluwe zet in op het beperken van geluidsoverschrijdingen door bedrijven en bij evenementen, en adviseert gemeenten bij ruimtelijke plannen over een goede balans tussen bedrijvigheid en woonkwaliteit. De uitvoering van het Basisgeluidemissieproject (BGE) helpt gemeenten om gebiedsgericht inzicht te krijgen in cumulatie van geluidbronnen. Door geluid beter te beheersen wordt een gezonde leefomgeving bevorderd, komt er ruimte voor woningbouw op verantwoorde locaties, en wordt bijgedragen aan een aantrekkelijke en stille recreatieve regio waar inwoners en bezoekers prettig kunnen verblijven.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot geluidhinder

Nummer

Doelstelling

4.2.1

Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte.

4.2.2.

Voldoende inzicht hebben van de druk op de gezondheid in de leefomgeving.

4.2.3.

Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water.

4.2.4

De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van geluidoverlast is als volgt:

  • 1.

    Actueel en gebiedsdekkend inzicht in geluidbelasting. Met de uitvoering van het Basisgeluidemissieproject (BGE) en de actualisatie van verkeers- en bedrijvengeluidkaarten beschikken alle deelnemende gemeenten eind 2026 over een betrouwbaar overzicht van geluidbronnen en cumulatie. Dat vormt de basis voor nieuw geluidbeleid en gebiedsgerichte actieplannen.

  • 2.

    Structurele borging van geluid in ruimtelijke plannen en vergunningen. Geluid wordt in 2026 standaard meegenomen in de beoordeling van nieuwe woningbouw- en herontwikkelingslocaties, bedrijventerreinen en evenementen. Daarmee ontstaat een evenwicht tussen economische ontwikkeling en gezondheid.

  • 3.

    Beperking van geluidsoverschrijdingen en hinder in woon- en recreatiegebieden. ODVeluwe richt toezicht en vergunningverlening risicogericht in en pakt geluidsknelpunten aan bij bedrijven en evenementen. Hierdoor neemt de ervaren geluidhinder af en verbetert de leefkwaliteit in stedelijke en recreatieve kernen.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Beoordelen van geluidaspecten bij omgevingsvergunningen, meldingen en transformatielocaties.

  • Opstellen en actualiseren van maatwerkvoorschriften volgens Bal en BBT.

  • Integreren van cumulatieve geluidbelasting bij woningbouw en bedrijventerreinen.

  • Vergunningen zijn actueel en bevatten duidelijke, handhaafbare geluidvoorschriften.

  • Nieuwe initiatieven leiden niet tot extra hinder of gezondheidsrisico’s.

  • Bedrijven weten beter welke geluidsnormen gelden en hoe die worden toegepast.

Toezicht en Handhaving

  • Uitvoeren van geluidmetingen en aspectcontroles bij bedrijven.

  • Toezicht in horecagebieden en op locaties met structurele klachten (‘hotspots’).

  • Handhaving bij overschrijdingen van geluidnormen conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).

  • Analyse en opvolging van geluidklachten en meldingen.

  • Geluidsovertredingen en herhaalde klachten nemen af.

  • Naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %.

  • Geluidsoverlast door milieubelastende activiteiten in woon- en recreatiegebieden wordt verminderd.

Advies

  • Adviseren van gemeenten over geluid in omgevingsplannen, omgevingsvergunningen, woningbouwlocaties en evenementenbeleid.

  • Ondersteunen bij planologische afwegingen over zonering en cumulatie van geluidbronnen.

  • Inbrengen van gezondheidsaspecten bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen.

  • Geluid wordt structureel en vroegtijdig meegewogen in ruimtelijke plannen.

  • Gemeenten beschikken over goed onderbouwde adviezen voor beleid en besluitvorming.

  • Betere balans tussen bedrijvigheid en leefkwaliteit.

Projecten en Programma’s

  • Uitvoering van het Basisgeluidemissieproject (BGE) voor alle deelnemende gemeenten.

  • Opstellen van gezamenlijke verkeersmilieukaarten (inclusief cumulatie van bronnen).

  • Projectmatige aanpak van geluid in horecagebieden en stedelijke zones.

  • Analyse van gebiedsgegevens als basis voor toekomstige actieplannen in het kader van de Omgevingslawaairichtlijn.

  • Gemeenten beschikken eind 2026 over een volledig en actueel inzicht in geluidbronnen en cumulatie.

  • Basis gelegd voor gebiedsgerichte geluidactieplannen (2027–2028).

  • Beleids- en uitvoeringslijnen tussen gemeenten en ODVeluwe zijn beter op elkaar afgestemd.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal/patronen geluidklachten, aantal uitgevoerde controles naar aanleiding daarvan, uitgevoerde geluidmetingen, aantal/percentage overtredingen geluidnormen;

  • Aantal vergunningen en plannen waarin geluidvoorschriften of -adviezen zijn opgenomen.

  • Kwalitatieve terugkoppeling van trends en knelpunten (evaluatierapportage) richting gemeenten.

Doorkijk 2027-2028

Vanaf 2027 treedt de Europese Omgevingslawaairichtlijn in een nieuwe uitvoeringsfase, waardoor gemeenten en omgevingsdiensten meer verantwoordelijk worden voor gebiedsgerichte geluidskaarten en actieplannen. ODVeluwe bereidt zich hierop voor door de resultaten van het Basisgeluidemissieproject (BGE) verder te gebruiken bij vergunningverlening en toezicht. Daarnaast krijgt het thema trillingen meer aandacht, onder meer bij spoor- en industriële activiteiten. De nadruk verschuift van enkel normtoetsing naar integrale gebiedsgerichte afwegingen tussen geluid, gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling. Daarmee ondersteunt ODVeluwe gemeenten bij verantwoorde woningbouw en stille recreatiegebieden met behoud van leefkwaliteit.

4.3 Luchtkwaliteit en geurhinder

Schone lucht is een basisvoorwaarde voor gezondheid. In de regio Veluwe komen bronnen van luchtverontreiniging samen: verkeer, industrie, landbouw en houtstook. ODVeluwe werkt aan het verminderen van uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden en geurhinder via vergunningverlening, toezicht en advisering. Daarbij wordt samengewerkt met GGD, gemeenten en provincie om hotspots in kaart te brengen en structurele verbeteringen te realiseren. Een betere luchtkwaliteit draagt direct bij aan de gezondheid van inwoners, aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving en aan het imago van de Veluwe als schone en gezonde regio. Ook ondersteunt dit de verduurzaming van bedrijvigheid en mobiliteit, en versterkt het de recreatieve aantrekkingskracht van de regio.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot luchtkwaliteit en geurhinder

Nummer

Doelstelling

4.2.1

Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte.

4.2.2.

Voldoende inzicht hebben van de druk op de gezondheid in de leefomgeving.

4.2.3.

Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water.

4.2.4

De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van luchtkwaliteit en geurhinder is als volgt:

  • 1.

    Inzicht in bronnen en trends. In 2026 komt voor het werkgebied een actueel beeld beschikbaar van de belangrijkste emissiebronnen en geurknelpunten. Deze gegevens worden gebruikt voor prioritering van toezicht, advisering bij ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling door gemeenten en provincie.

  • 2.

    Actuele vergunningen. Bedrijven beschikken over vergunningen die voldoen aan de nieuwste eisen uit het Bal en de Beste Beschikbare Technieken (BBT).

  • 3.

    Strikt toezicht en strikte handhaving. Focus op de hotspots met veel geurklachten.

  • 4.

    Structurele borging van luchtkwaliteit en geur in de planvorming. Gemeenten betrekken luchtkwaliteit en geur bij de beoordeling van woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en mobiliteitsprojecten. ODVeluwe ondersteunt met deskundig advies, waardoor nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot verslechtering van de leefomgeving.

  • 5.

    Vermindering van geuroverlast in de regio. ODVeluwe richt vergunningverlening en toezicht risicogericht in op bedrijven met relevante luchtemissies of geurklachten. Hierdoor wordt de uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden en geurbronnen aantoonbaar teruggedrongen.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Toetsen van luchtemissies en geurbronnen bij vergunningverzoeken en meldingen.

  • Opnemen van voorschriften over emissiebeperkende maatregelen (BBT) en luchtwassers.

  • Nadrukkelijk aandacht voor relevante luchtemissies zoals fijnstof, NOx en geur bij het actualiseren van vergunningen.

  • Toetsen van ruimtelijke plannen aan luchtkwaliteitsnormen en opnemen van adviezen in omgevingsplannen.

  • Vergunningen bevatten actuele voorschriften die emissies beperken.

  • Bedrijven voldoen aan de normen voor luchtkwaliteit en geur.

  • Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit in woongebieden.

Toezicht en Handhaving

  • Aspectcontroles bij bedrijven met relevante luchtemissies of geurklachten.

  • Controle op werking van emissiebeperkende technieken (zoals luchtwassers en filters).

  • Handhaving bij overschrijding van emissiegrenswaarden of geuroverlast.

  • Opvolging van klachten over geur of luchtkwaliteit en terugkoppeling aan gemeenten.

  • Overtredingen worden tijdig hersteld; naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %.

  • Vermindering van overlast door geur en stof bij prioritaire bedrijven.

  • Betere naleving van emissievoorschriften draagt bij aan schonere lucht.

Advies

  • Adviseren van gemeenten bij omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en BOPA’s over luchtkwaliteit en geur.

  • Ondersteuning bij beleid voor houtstook, verkeer en agrarische emissies.

  • Inbrengen van kennis over gezondheidseffecten en cumulatie van emissies bij ruimtelijke keuzes.

  • Adviseren over lokaal geurbeleid en de implementatie daarvan.

  • Luchtkwaliteit en geur worden structureel meegewogen in gemeentelijke plannen.

  • Gemeenten beschikken over actuele en onderbouwde adviezen voor beleid en vergunningverlening.

  • Verbeterde afstemming tussen ruimtelijke ontwikkeling en milieukwaliteit.

Projecten en Programma’s

  • Ontwikkelen van een regionaal geurbeleid in samenwerking met gemeenten en provincie.

  • Uitvoeren van gezamenlijke projecten gericht op reductie van fijnstof en emissies in kwetsbare gebieden.

  • Rapportage van trends en hotspots voor luchtkwaliteit en geurhinder.

  • Gemeenten beschikken over een gezamenlijk kader voor geurbeleid en handhaving.

  • Betere onderbouwing van ruimtelijke en gezondheidsbeslissingen.

  • Structureel inzicht in luchtkwaliteit en geurhinder in de regio Veluwe.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal vergunningen en meldingen waarin luchtemissies zijn beoordeeld.

  • Aantal uitgevoerde aspectcontroles en bevindingen.

  • Ontwikkeling van klachten en meldingen over geur en luchtkwaliteit.

  • Indicatoren over naleving en reductie van emissies bij prioritaire bedrijven.

Doorkijk 2027-2028

De nationale en Europese beleidskaders voor luchtkwaliteit worden in 2027–2028 verder aangescherpt, onder andere door het Europese Zero Pollution Action Plan en de herziening van de EU-luchtkwaliteitsrichtlijn. De grenswaarden voor fijnstof en stikstofoxiden worden fors verlaagd. Ook de aanpak van geurhinder bij agrarische bedrijven en industrie wordt herzien, met meer ruimte voor gebiedsgericht beleid en innovatieve emissiereductietechnieken. Voor ODVeluwe betekent dit een toename van monitoring, dataverzameling en advisering bij ruimtelijke plannen. De dienst zal nadrukkelijker bijdragen aan gezonde woningbouwlocaties, duurzame mobiliteit, en de verduurzaming van bedrijvigheid binnen de regio

5 Samen werken aan natuurbehoud en biodiversiteit

De Veluwe is van groot ecologisch, landschappelijk en maatschappelijk belang. Het behoud en herstel van natuurwaarden vraagt om een samenhangende aanpak van waterkwaliteit, stikstofbelasting en ecologische samenhang. ODVeluwe levert hieraan een directe bijdrage via vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. In 2026 ligt de nadruk op twee thema’s: indirecte lozingen en stikstof en ecologie. Beide zijn bepalend voor de kwaliteit van bodem, water en lucht – en daarmee voor de gezondheid van natuur, landbouw en inwoners.

De aandacht voor indirecte lozingen is belangrijk omdat deze emissies via het riool of oppervlaktewater de ecologische waterkwaliteit kunnen aantasten en het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water in gevaar brengen. Samen met de waterschappen en provincie werkt ODVeluwe aan een gezamenlijke aanpak om risico’s in kaart te brengen en lozingen te verminderen.

Het thema stikstof en ecologie richt zich op het behouden van natuurwaarden in en rond de Natura 2000-gebieden van de Veluwe. Door het actualiseren van vergunningen, toezicht op emissies en ecologische advisering ondersteunt ODVeluwe de provincie en gemeenten bij de uitvoering van het stikstof- en natuurbeleid. Deze inzet draagt bij aan herstel van biodiversiteit, verantwoorde woningbouw en een duurzame landbouwtransitie.

5.1 Indirecte lozingen

De kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater is van groot belang voor natuur, landbouw en volksgezondheid. Bedrijven kunnen via het riool stoffen lozen die de werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties of de ecologische kwaliteit van het water beïnvloeden. De inzet van ODVeluwe is gericht op het realiseren van de KRW-doelen voor een goede chemische en ecologische waterkwaliteit. Door indirecte lozingen te beperken en emissies te verminderen, wordt bijgedragen aan het herstel van schoon oppervlakte- en grondwater en daarmee aan een gezonde leefomgeving en biodiversiteit. ODVeluwe werkt daarom samen met waterschap en provincie aan het in beeld brengen en verminderen van deze indirecte lozingen. De aanpak richt zich op risicovolle sectoren, het actualiseren van vergunningen en gezamenlijke controles met het waterschap. Zo draagt dit thema bij aan schone water- en bodemsystemen, die cruciaal zijn voor de landbouwtransitie, natuurherstel en klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling. Een goede waterkwaliteit is bovendien een voorwaarde voor een aantrekkelijke recreatieve omgeving op en rond de Veluwe.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor de aanpak van indirecte lozingen

Nummer

Doelstelling

4.3.1.

Behouden en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit.

4.3.3.

Zorgdragen voor een goede waterkwaliteit in het gebied, ook met het oog op de biodiversiteit.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van indirecte lozingen is als volgt:

  • 1.

    Start van een systematische inventarisatie van indirecte lozingen in het werkgebied. In 2026 wordt begonnen met het in kaart brengen van bedrijven en locaties die via het riool lozen op de rioolwaterzuivering. Deze inventarisatie vormt de basis voor inzicht in aard, omvang en samenstelling van de lozingen, met bijzondere aandacht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en andere stoffen die risico’s vormen voor de ecologische en chemische waterkwaliteit.

  • 2.

    Risicoanalyse als basis voor prioritering en vervolgaanpak. De uitvoering start met een risicoanalyse om vast te stellen welke sectoren, bedrijven en gebieden de grootste druk op de waterkwaliteit veroorzaken. Op basis hiervan worden prioriteiten gesteld voor toezicht, vergunningverlening en gezamenlijke handhaving.

  • 3.

    Pilot voor gezamenlijke aanpak met ketenpartners. De inventarisatie in 2026 heeft ook het karakter van een pilot, waarin ODVeluwe samenwerkt met gemeenten, provincie, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Doel is een gezamenlijke werkwijze te ontwikkelen voor het verzamelen, beoordelen en delen van gegevens over indirecte lozingen en hun effecten op de waterkwaliteit.

  • 4.

    Verbetering van informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling. Door gegevens te koppelen tussen partijen ontstaat een beter beeld van de lozingsstromen en de milieueffecten daarvan. Dit leidt tot meer kennisontwikkeling in de regio en vormt de basis voor een structurele, integrale aanpak vanaf 2027.

  • 5.

    Borging in de reguliere uitvoering. Naast de pilot worden vergunningen waar nodig geactualiseerd met lozingsvoorschriften conform het Bal en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Bedrijven worden gecontroleerd op naleving en bij overtredingen wordt handhavend opgetreden. Zo wordt gewerkt aan een duurzame verbetering van de waterkwaliteit en aan bescherming van natuur en biodiversiteit.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Actualiseren van vergunningen van bedrijven die via het riool lozen op de rioolwaterzuivering (indirecte lozingen).

  • Beoordelen van lozingsvoorschriften op basis van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Bal.

  • Opnemen van emissiegrenswaarden en controlevoorschriften in vergunningen.

  • Afstemmen met waterschappen en provincie over lozingsrisico’s en vergunningvoorwaarden.

  • Vergunningen voldoen aan de KRW-doelstellingen en landelijke emissienormen.

  • Bedrijven beschikken over duidelijke voorschriften om verontreiniging van water te voorkomen.

  • Betere afstemming tussen ODVeluwe, waterschappen en provincie in lozingsbeleid.

Toezicht en Handhaving

  • Uitvoeren van een pilot voor toezicht op indirecte lozingen in samenwerking met waterschappen.

  • Toezicht op naleving van lozingsvoorschriften en herkomst van afvalwaterstromen.

  • Handhaving bij overtredingen die risico’s vormen voor de werking van rioolwaterzuiveringen of de ecologische waterkwaliteit.

  • Registreren en analyseren van toezichtbevindingen voor verdere prioritering.

  • Beter inzicht in aard, omvang en samenstelling van indirecte lozingen in de regio.

  • Verbetering van naleefgedrag bij lozingsplichtige bedrijven.

  • Vermindering van schadelijke stoffen in afvalwater en oppervlaktewater.

Advies

  • Adviseren van gemeenten over indirecte lozingen bij bedrijventerreinen en nieuwe initiatieven.

  • Ondersteunen van waterschappen bij de beoordeling van lozingsvergunningen en saneringsplannen.

  • Inbrengen van kennis over waterkwaliteit en emissiereductie in ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling.

  • Adviseren over ketenaanpak voor stoffen die de rioolwaterzuivering verstoren (ZZS, medicijnresten, microplastics).

  • Gemeenten en waterschappen beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen over lozingen.

  • Indirecte lozingen worden structureel meegenomen in ruimtelijke en milieubeleidsafwegingen.

  • Verbeterde samenwerking en kennisuitwisseling in de waterketen.

Projecten en Programma’s

  • Starten van een gezamenlijke inventarisatie van indirecte lozingen in het werkgebied (pilot 2026).

  • Uitvoeren van gezamenlijke controles met waterschappen en provincie.

  • Ontwikkelen van een structurele aanpak en gegevensuitwisseling voor indirecte lozingen.

  • Rapporteren van bevindingen aan gemeenten, waterschappen en provincie als basis voor vervolgacties.

  • ODVeluwe beschikt eind 2026 over een systematisch inzicht in indirecte lozingen in de regio.

  • Basis gelegd voor structurele aanpak en regionale samenwerking in waterkwaliteit.

  • Informatiepositie en kennisniveau over lozingen substantieel verbeterd.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Voortgang in het opstellen en uitvoeren van gezamenlijke aanpak.

  • Aantal (gezamenlijke) controles (in het kader van de pilot) met de waterschappen en de inhoudelijke bevindingen daaruit.

  • Het aantal vergunningen dat is geactualiseerd

Doorkijk na 2026

De komende jaren wordt de aanpak van indirecte lozingen versterkt door uitvoering van het Landelijk programma aanpak opkomende stoffen en medicijnresten en de actualisatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Verwacht wordt dat de emissiegrenswaarden voor industriële lozingen worden aangescherpt en dat er meer nadruk komt op ketensamenwerking tussen bedrijven, omgevingsdiensten en waterschappen. ODVeluwe zal haar toezichtmethodiek daarop aanpassen en gebruikmaken van nieuwe data-instrumenten om lozingen beter te monitoren.

5.2 Natuur

De Veluwe is het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland en van groot ecologisch én maatschappelijk belang. Daarbij gaat het om natuurbescherming in de breedste zin van het woord: soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van landschap, groen en houtopstanden. De hoge stikstofdepositie vormt nog steeds een bedreiging voor de instandhouding van kwetsbare natuurtypen. Maar ook de druk op de ruimte door alle opgaven vormt een risico voor de achteruitgang van natuur en biodiversiteit. De provincie is het bevoegd gezag waar het gaat natuurbescherming. ODVeluwe ondersteunt gemeenten en provincie bij vergunningverlening, toezicht en ecologisch advies, en zorgt voor een actueel overzicht van emissiegegevens en vergunningen van agrarische bedrijven. Daarmee wordt gewerkt aan een evenwicht tussen natuurbehoud, landbouwtransitie en ruimtelijke ontwikkeling. De kennis en gegevens die ODVeluwe verzamelt dragen bij aan gebiedsgerichte maatregelen voor herstel van biodiversiteit, het mogelijk maken van verantwoorde woningbouw en het bevorderen van duurzame economische ontwikkeling binnen de randzones van de Veluwe.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor het behoud van de natuur:

Nummer

Doelstelling

4.3.1.

Behouden en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit.

4.3.2.

Beperken van de stikstofbelasting in kwetsbare natuurgebieden.

4.3.4.

Het beheersen van de recreatiedruk en het beschermen van rustgebieden.

4.3.5.

Voorbereid zijn op de effecten van klimaatverandering op natuur (droogte).

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van natuur is als volgt:

  • 1.

    Beter zicht op regionale natuurdruk en verlies van biodiversiteit. Door het uitvoeren van een groene risicoanalyse een beter regionaal inzicht in de factoren die leiden tot verlies van natuurwaarden — zoals stikstofdepositie, recreatiedruk, houtkap en verstedelijking. Dit inzicht vormt de basis voor het stellen van regionale prioriteiten in toezicht en vergunningverlening.

  • 2.

    Structurele koppeling tussen natuur, landbouw en ruimtelijke ontwikkeling. De uitvoering draagt bij aan een meer integrale aanpak waarin natuurbehoud, landbouwtransitie en verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling in balans worden gebracht, in samenwerking met provincie, gemeenten en ketenpartners.

  • 3.

    Verkenning van de rol van toezicht en handhaving in natuurbehoud. Samen met gemeenten en provincie onderzoekt ODVeluwe in 2026 de (mogelijke) rol die toezicht en handhaving, waaronder de inzet van Groene BOA’s, kunnen spelen bij het tegengaan van natuurverlies. Het toezicht Recreatiezonering (op maatregelen in het kader van Natura2000) voor de gehele Veluwe wordt georganiseerd door ODVeluwe. Ook kan op basis lokale behoefte en maatwerkafspraken met groene handhaving worden bijgedragen aan gemeentelijke natuurbelangen, zoals het behoud van houtwallen, het naleven van erfinrichtingsplannen en het beperken van verstoring door recreatie. Vanaf 2026 wordt het regiocoördinatorschap vanuit het provinciale programma Samen sterk in Gelderland (SSiG) voor alle Gelderse regio’s belegd bij ODVeluwe. Met deze inzet wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid, veiligheid en flora & fauna in het buitengebied en natuurgebieden (bijvoorbeeld gericht op illegale activiteiten zoals stroperij, afvaldumping en illegale evenementen;

  • 4.

    Bescherming en herstel van biodiversiteit. De inzet van Groene BOA’s in het kader van recreatiezonering wordt benut om de druk op kwetsbare natuurgebieden te verminderen en bij te dragen aan herstel van biodiversiteit, waaronder de toename van zogeheten ‘rode lijstsoorten’.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Actualiseren van vergunningen van agrarische en industriële bedrijven met mogelijke effecten op natuur en stikstofdepositie.

  • Beoordelen van vergunningverzoeken op naleving van natuurwetgeving en soortenbescherming.

  • Intrekken van verouderde of niet-benutte vergunningen om emissieruimte te beperken.

  • Integreren van natuur- en stikstofaspecten in gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke plannen.

  • Vergunningen zijn actueel en afgestemd op de doelen voor natuurbehoud en stikstofreductie.

  • Onnodige emissieruimte wordt verminderd door intrekking van verouderde vergunningen.

  • Bedrijven en projecten voldoen aan de vereisten van de Wet natuurbescherming en Omgevingswet.

Toezicht en Handhaving

  • Toezicht op emissies bij agrarische en industriële bedrijven met invloed op natuur en Natura 2000-gebieden.

  • Toezicht en handhaving op naleving van soortenbescherming bij sloop, bouw en recreatie.

  • Toezicht door groene BOA’s in het buitengebied op overtredingen van natuurregels en recreatiedruk.

  • Uitvoeren van toezichtprojecten gericht op stikstofreductie en bescherming van rustgebieden.

  • Betere naleving van natuurwetgeving en vermindering van overtredingen in natuurgebieden.

  • Bescherming van kwetsbare soorten en habitats is versterkt.

    Verbeterd naleefgedrag in de agrarische en recreatieve sector.

Advies

  • Adviseren van gemeenten en provincie over natuur en ecologie bij ruimtelijke plannen en vergunningen.

  • Inbrengen van ecologische kennis bij herontwikkeling, woningbouw en landbouwtransitie.

  • Adviseren over recreatiezonering, groenstructuren en biodiversiteitsherstel.

  • Ondersteunen van beleidsontwikkeling rond natuurbescherming en stikstof.

  • Gemeenten beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen bij ruimtelijke en ecologische afwegingen.

  • Ecologische waarden worden structureel meegenomen in planvorming.

  • Verbeterde integratie van natuur- en ruimtelijk beleid op regionaal niveau.

Projecten en Programma’s

  • Uitvoeren van een groene risicoanalyse in samenwerking met provincie en gemeenten (drukfactoren natuur, recreatie, woningbouw, defensie).

  • Projecten gericht op toezicht en handhaving door groene BOA’s bij natuur- en recreatiegebieden.

  • Uitvoeren van projecten in samenwerking met NVWA, provincie en waterschappen gericht op stikstofreductie.

  • Monitoring van biodiversiteit en trends in rode-lijstsoorten.

  • Betere prioritering in toezicht en handhaving op basis van natuurdruk en risico’s.

  • Meer samenhang in regionale inzet op natuurbehoud, landbouwtransitie en recreatie.

    Bijdrage aan herstel van biodiversiteit en toename van beschermde soorten.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Het aantal geactualiseerde en ingetrokken vergunningen met betrekking tot voor de natuur schadelijke emissies;

  • Aantal uitgevoerde bedrijfsbezoeken, inclusief bevindingen;

  • Resultaten van toezichtprojecten en ecologische advisering.

  • Aantal juridische zaken aangespannen vanuit ‘Samen sterk in Gelderland’

  • Toe- of afname van soorten (‘rode lijst soorten’ en nationaal beschermde soorten)

  • Aantal klachten over natuurverstoring.

Doorkijk 2027-2028

Het landelijke stikstof- en natuurbeleid bevindt zich in een overgangsfase: wetgeving wordt heroverwogen en de uitvoering van het Programma Landelijk Gebied kent nog onzekerheden. In afwachting van definitieve keuzes blijft ODVeluwe werken aan de basis: het actueel houden van vergunningen en emissiegegevens, het uitvoeren van gericht toezicht bij agrarische en industriële bedrijven, en het delen van ecologische kennis met gemeenten en provincie. Zo blijft de regio voorbereid op verschillende landelijke beleidskeuzes. Ongeacht de uitkomst blijft de inzet gericht op het versterken van biodiversiteit en het verbinden van natuur, landbouw en ruimtelijke ontwikkeling op de Veluwe — pragmatisch, datagedreven en in nauwe samenwerking met de gebiedspartners. ODVeluwe is op basis van de reeds aanwezige kennis op het gebied van ecologie, bodem/water en groene handhaving een volwaardige provinciale VTH-partner voor deze thema’s.

6 Samen werken aan verduurzaming

De verduurzaming van de regio Veluwe vraagt om een integrale benadering waarin energie, klimaat, economie en leefomgeving met elkaar in balans worden gebracht. De gemeenten en de provincie streven gezamenlijk naar een klimaatneutrale en circulaire regio in 2050. ODVeluwe draagt daaraan bij door haar uitvoeringskracht te richten op twee samenhangende thema’s: energietransitie en klimaatadaptatie en circulaire economie.

De energietransitie vraagt om versnelling van energiebesparing, veilige toepassing van nieuwe energiedragers en een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving. In 2026 ondersteunt ODVeluwe de gemeenten en bedrijven bij de uitvoering van de energiebesparingsplicht, het toezicht op duurzame installaties en het adviseren over klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling. Daarmee wordt niet alleen bijgedragen aan de landelijke en regionale klimaatdoelen, maar ook aan gezonde woningbouwlocaties, duurzame bedrijventerreinen en weerbare infrastructuur.

De circulaire economie is een tweede pijler van verduurzaming. Hergebruik van materialen, afvalpreventie en emissiebeperking bij productieprocessen verminderen de druk op het milieu en maken grondstofketens veiliger. In 2026 richt ODVeluwe zich op toezicht bij recycling- en verwerkingsbedrijven, het voorkomen van risico’s door Zeer Zorgwekkende Stoffen en het stimuleren van circulaire bouwinitiatieven. Daarmee draagt de dienst bij aan een vitaal ondernemersklimaat, duurzame woningbouw en de kwaliteitsverbetering van de recreatieve en economische functies in de regio.

6.1 Energietransitie en klimaatadaptie

De Veluwe en de IJsselvallei zijn niet alleen een waardevol natuurgebied, maar ook een regio waar klimaatverandering en duurzaamheid steeds nadrukkelijker invloed hebben op de leefomgeving. De gemeenten in het Veluwegebied en de provincie Gelderland zetten allemaal in op verduurzaming. Bedrijven moeten energie besparen, overstappen op duurzame bronnen en omgaan met nieuwe risico’s, zoals de opslag van batterijen en waterstof. Tegelijk vraagt klimaatverandering om een klimaatbestendige inrichting van steden, dorpen en het buitengebied — met aandacht voor waterberging, droogte en hittestress. ODVeluwe levert hieraan een bijdrage via vergunningverlening, toezicht en advies: door toezicht te houden op de naleving van de energiebesparingsplicht en te adviseren over duurzame en ook veilige gebiedsontwikkeling en het verduurzamen van erfgoed. Daarmee ondersteunt de dienst de woningbouwopgave (door energiezuinige bouw en veilige netaansluitingen), de verduurzaming van agrarische bedrijven, en de ontwikkeling van een schoon en toekomstbestendig ondernemersklimaat in de regio.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie met betrekking tot de energietransitie en klimaatadaptie:

Nummer

Doelstelling

4.4.1.

Een duurzame en klimaat-adaptieve gebiedsontwikkeling.

4.4.2.

Het in 2050 CO2-neutraal zijn en het daartoe versnellen van de energietransitie en verduurzaming bij bedrijven.

4.4.4.

Ondersteunen van de uitvoering van het Klimaatakkoord en het Regionale programma energievoorziening.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptie is als volgt:

  • 1.

    Hoog naleefgedrag bij bedrijven op het gebied van energiebesparing. Bedrijven voldoen aantoonbaar beter aan hun verplichtingen op grond van de onderzoeksplicht (energiebesparende maatregelen), de informatieplicht, het uitvoeren van energieonderzoeken (EED), de rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit (voor bedrijven met meer dan 250 werknemers) en de energielabelplicht voor kantoren. Het naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %.

  • 2.

    Structurele borging van energiebesparing in het toezicht. Toezicht en handhaving worden risicogestuurd ingezet, gericht op bedrijven met de grootste potentiële besparingswinst.

  • 3.

    Integrale advisering over duurzame gebiedsontwikkeling. ODVeluwe adviseert gemeenten structureel over energie, klimaat en duurzaamheid bij ruimtelijke plannen, omgevingsvisies en gebiedsontwikkelingen. Hierdoor worden duurzame energievoorzieningen, klimaatadaptieve inrichting en natuurinclusief bouwen vroegtijdig meegenomen. De aandacht voor veiligheid is daar integraal onderdeel van.

  • 4.

    Verkenning van effectmeting energiebesparing. In 2026 wordt onderzocht hoe meer inzicht kan worden verkregen in de vraag wat energiebesparende maatregelen, mede door de inzet van VTH-instrumenten, daadwerkelijk opleveren in termen van energiebesparing. Deze kennis vormt de basis voor effectgerichte monitoring vanaf 2027/2028.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Toetsen van energie- en duurzaamheidsaspecten bij vergunningverzoeken.

  • Opnemen van voorschriften over energiebesparing, duurzame installaties en klimaatadaptieve maatregelen.

  • Ruimte bieden aan veilige innovaties.

  • Actualiseren van vergunningen zodat energiebesparings- en onderzoeksplichten (EED, informatieplicht) zijn geborgd.

  • Beoordelen van opslaginstallaties voor waterstof en batterijen op veiligheid en milieueffecten.

  • Vergunningen ondersteunen verduurzaming van bedrijven en voldoen aan actuele energieregelgeving.

  • Nieuwe initiatieven dragen bij aan CO₂-reductie en veilige toepassing van nieuwe energiedragers.

  • Klimaatadaptieve maatregelen zijn geïntegreerd in de vergunningverlening.

Toezicht en Handhaving

  • Toezicht op naleving van energiebesparingsplicht, informatieplicht en onderzoeksplicht.

  • Controles op uitvoering van energieonderzoeken (EED) en rapportage werkgebonden personenmobiliteit.

  • Gerichte handhaving bij bedrijven die onvoldoende maatregelen treffen of rapportages indienen.

  • Aspectcontroles op veiligheid en milieu bij nieuwe energiedragers (waterstof, batterijen).

  • Naleving van de informatieplicht en de energiebesparings- en onderzoeksplicht stijgt op termijn naar minimaal 85 %.

  • CO₂-reductie door uitgevoerde energiemaatregelen.

  • Veiligheid bij opslag en toepassing van nieuwe energiedragers is geborgd.

Advies

  • Adviseren van gemeenten over energie, duurzaamheid en klimaatadaptatie in omgevingsplannen en gebiedsontwikkelingen.

  • Inbrengen van kennis over duurzame bouw, energie-efficiëntie, waterberging en hittestress.

  • Ondersteunen van gemeenten bij het opstellen van Soortenmanagementplannen (SMP’s) ter bevordering van natuurinclusieve isolatie.

  • Advies over verduurzaming van erfgoed, rekening houdend met het behoud van de monumentwaarde.

  • Strategische advisering over verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en bedrijventerreinen.

  • Gemeenten beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen over energie en klimaat.

  • Klimaatadaptatie wordt standaard meegenomen in ruimtelijke plannen.

  • Soortenmanagementplannen ondersteunen biodiversiteit en versnellen de na-isolatieopgave.

Projecten en Programma’s

  • Uitvoeren van toezichtprojecten met SPUK THE-middelen gericht op energiebesparing bij bedrijven.

  • Ontwikkelen van regionaal plan van aanpak voor toezicht op werkgebonden personenmobiliteit.

  • Meewerken aan gemeentelijke en regionale programma’s voor klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling.

  • Data-analyse en monitoring van effecten van energiemaatregelen.

  • Verbeterd inzicht in energiebesparing en mobiliteitsgedrag bij bedrijven.

  • Betere samenwerking tussen gemeenten, provincie en ODVeluwe bij uitvoering klimaatdoelen.

  • Structurele koppeling tussen vergunningverlening, toezicht en monitoring van verduurzaming.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal bedrijven waarbij via de vergunningverlening of advisering ruimte is geboden voor duurzame innovaties;

  • Het aantal uitgevoerde controles op energiemaatregelen en het daarbij geconstateerde naleefgedrag;

  • Aantal soortenmanagementplannen (SMP’s) dat door gemeenten is vastgesteld.

Doorkijk 2027-2028

De komende jaren blijft het beleidskader voor de energietransitie in beweging, onder meer door aanpassingen in de Energiebesparingsplicht en de verdere uitrol van de Regionale Energiestrategieën (RES’en). ODVeluwe verwacht een groeiende vraag naar ondersteuning bij de uitvoering, monitoring en vergunningverlening rond duurzame energieopwekking, elektrificatie en opslag. Tegelijk krijgt klimaatadaptatie meer gewicht in ruimtelijke plannen, mede door het toenemende belang van waterbeheer en hittestress.

6.2 Circulaire economie

De overgang naar een circulaire economie vraagt om een andere omgang met grondstoffen, afval en productieprocessen. ODVeluwe speelt hierin een sleutelrol door bij vergunningverlening, toezicht en advisering te letten op hergebruik, afvalscheiding en emissies van schadelijke stoffen. Ook worden gemeenten ondersteund bij circulaire gebiedsontwikkeling, aanbestedingen en bouwinitiatieven. Het stimuleren van circulaire bedrijfsvoering draagt direct bij aan een vitaal ondernemersklimaat, vermindert milieubelasting en voorkomt nieuwe risico’s door Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daarnaast sluit circulair bouwen aan bij de woningbouwopgave en het hergebruik van bestaande gebouwen, en biedt het kansen voor duurzame recreatieve ontwikkelingen in de regio.

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie met betrekking tot de circulaire economie:

Nummer

Doelstelling

4.4.3.

Bijdragen aan een circulaire economie (landelijke doelstelling 100% circulair in 2050) en een reductie van afvalstromen.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026

De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van de circulaire economie is als volgt:

  • 1.

    Verantwoorde verwerking van afvalstoffen en hoog naleefgedrag. Op termijn voldoet minimaal 85 % van de bedrijven aan de wet- en regelgeving voor afvalverwerking, hergebruik en scheiding van materiaalstromen. Toezicht en vergunningverlening worden ingezet om risico’s op milieuvervuiling of illegale afvalstromen te beperken.

  • 2.

    Ruimte voor circulaire innovatie. ODVeluwe biedt, onder strikte voorwaarden, bedrijven de mogelijkheid om in een proefperiode secundaire (circulaire) toepassingen van afvalstoffen toe te passen. Deze ruimte stimuleert innovatie en kennisontwikkeling in de regio, terwijl milieuhygiënische veiligheid en naleving zijn gewaarborgd.

  • 3.

    Sluiten van de beleids- en uitvoeringscyclus. In 2026 wordt nadrukkelijk gewerkt aan het koppelen van beleid, uitvoering en monitoring. Inhoudelijke bevindingen uit toezicht en vergunningverlening worden geëvalueerd, regionaal gedeeld en benut voor verdere beleidsontwikkeling.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

  • Benutten van vergunningen en maatwerkvoorschriften om circulaire initiatieven mogelijk te maken.

  • Toetsen van circulaire toepassingen op milieuhygiënische veiligheid en het beperken van ZZS-emissies.

  • Nadrukkelijk aandacht voor grondstofgebruik bij bekende ‘groot-verbruik-sectoren (bouw, maakindustrie, afvalverwerking).

  • Verlenen van tijdelijke vergunningen of proefontheffingen voor innovatieve circulaire processen.

  • Bedrijven kunnen veilig experimenteren met circulaire toepassingen binnen duidelijke kaders.

  • Vergunningen stimuleren hergebruik en afvalreductie.

  • Risico’s door ZZS of emissies bij circulaire processen worden beperkt.

Toezicht en Handhaving

  • Toezichtprojecten in sectoren met hoge grondstofstromen (bouw, maakindustrie, afvalverwerking).

  • Controle op naleving van voorschriften bij hergebruik, afvalscheiding en verwerking van secundaire materialen.

  • Handhaving bij overtredingen die leiden tot milieuvervuiling of misbruik van circulaire vrijstellingen.

  • Analyse van toezichtdata om trends en knelpunten in circulaire bedrijfsvoering te signaleren.

  • Het naleefgedrag bij afvalverwerking en inzet secundaire materialen is op termijn minimaal 85%.

    Vermindering van afvalstromen en milieu-impact van productieprocessen.

  • Betere risicobeheersing bij gebruik van secundaire grondstoffen.

Advies

  • Adviseren van gemeenten over circulaire gebiedsontwikkeling en duurzame aanbestedingen.

  • Ondersteunen bij beleid voor hergebruik, materiaalstromen en afvalpreventie.

    Inbrengen van kennis over ZZS, emissies en milieueffecten van circulaire toepassingen.

  • Strategisch advies over koppeling tussen circulaire economie, energietransitie en duurzaamheid.

  • Gemeenten beschikken over actuele adviezen om circulaire principes te verankeren in beleid en uitvoering.

  • Betere afstemming tussen economische ontwikkeling en milieubescherming.

  • Circulaire economie wordt structureel onderdeel van omgevingsbeleid.

Projecten en Programma’s

  • Deelname aan het project ‘Circulariteit in de Maakindustrie’ met andere Gelderse omgevingsdiensten.

  • Uitvoeren van regionale projecten gericht op afvalpreventie en veilig hergebruik van materialen.

  • Ontwikkelen van opleidings- en kennisprogramma’s voor medewerkers over circulaire bedrijfsvoering.

  • Monitoren en rapporteren van effecten van circulaire initiatieven in de regio.

  • ODVeluwe draagt bij aan de realisatie van de landelijke doelstelling: 100 % circulair in 2050.

  • Verbeterde kennis en samenwerking in de regio over circulaire bedrijfsvoering.

  • Inzicht in milieueffecten en succesfactoren van circulaire initiatieven.

Monitoring

De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

  • Aantal vergunningen en adviezen waarin circulaire maatregelen of voorwaarden zijn opgenomen.

  • Aantal uitgevoerde controles bij bedrijven met circulaire processen.

  • Resultaten van het gezamenlijke project met Gelderse OD’s (bereik, naleefgedrag, effecten).

  • Inzicht in trends en knelpunten, opgenomen in de jaarlijkse evaluatie.

Doorkijk 2027-2028

Het landelijke uitvoeringsprogramma Nederland Circulair 2050 krijgt in 2027–2028 een volgende fase, met nadruk op het reduceren van primaire grondstoffen en het veilig hergebruik van materialen. De komst van een nieuwe Circulaire Materialenstrategie (CMP) en de verdere integratie van circulariteit in de Omgevingswet vragen om meer afstemming tussen beleid en uitvoering. Voor ODVeluwe betekent dit dat toezicht en advisering zich sterker gaan richten op veilige recycling, circulair bouwen en emissiebeperking van ZZS in materiaalstromen. Ook zal naar verwachting de samenwerking met gemeenten rond circulaire aanbesteding en gebiedsontwikkeling worden versterkt.

7 Organisatie en ontwikkeling

Een sterke uitvoering vraagt om een stevige organisatie. ODVeluwe werkt aan de verdere ontwikkeling van haar organisatie, mensen en middelen. De dienst groeit toe naar een datagedreven, lerende en wendbare organisatie die haar inzet baseert op inzicht in risico’s, naleefgedrag en effecten. Daarbij staan kwaliteit, samenwerking en transparantie centraal.

7.1 Capaciteit en middelen

Omgevingsdienst Veluwe heeft circa 150 medewerkers in dienst en is als volgt georganiseerd.

afbeelding binnen de regeling

De financiële middelen voor de uitvoering zijn geborgd in de meerjarenbegroting. Voor de periode 2026-2029 is de begroting als volgt. Deze begroting wordt jaarlijks opgesteld en aangepast.

2026

2027

2028

2029

Personele lasten primair proces

€ 12.035.900

€ 12.517.400

€ 13.018.100

€ 13.538.900

Materiële lasten primair proces

€ 850.300

€ 868.800

€ 887.900

€ 907.400

Materiële lasten specifieke deelnemer

€ 112.900

€ 117.400

€ 122.100

€ 127.000

Samenwerking omgevingsdiensten

€ 175.300

€ 182.300

€ 189.600

€ 197.100

Personele lasten overhead

€ 2.219.000

€ 2.082.500

€ 2.165.800

€ 2.252.500

Materiële lasten overhead

€ 1.943.200

€ 2.003.700

€ 2.069.500

€ 2.137.500

Overige lasten

€ 227.300

€ 233.700

€ 242.500

€ 251.700

Totaal

€ 17.563.900

€ 18.005.800

€ 18.695.500

€ 19.412.100

In de begroting is conform de financiële robuustheidscriteria 3% van de loonsom opgenomen voor vorming en opleiding. De dienst voldoet ook aan de robuustheidseis dat de begroting van een omgevingsdienst voor de uitvoering van de VTH-milieu minimaal € 15 mln bedraagt. In de gemeenschappelijke regeling is afgesproken dat de deelnemers er te allen tijde zorg voor dragen dat Omgevingsdienst Veluwe over voldoende middelen beschikt om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

7.2 Kwaliteitsborging

Algemene uitgangspunten

De organisatie is zodanig ingericht dat de uitvoering van het VTHA-beleid gewaarborgd is. Voor een goede uitvoering zijn kwaliteit, deskundigheid, dienstverlening en ketengericht werken essentieel. Daarmee dragen we bij aan een leefbare, veilige en aantrekkelijke regio. Dit doen we door:

  • Dienstverlening van hoge kwaliteit: vergunningen en besluiten voldoen aan wettelijke eisen, zijn begrijpelijk geschreven en worden tijdig afgehandeld. Bedrijven en inwoners hebben één aanspreekpunt en krijgen maatwerk waar dat kan.

  • Meer toezicht, minder handhaving: toezichthouders zijn zichtbaar, leggen regels uit en zoeken samen naar oplossingen. Waar dat niet lukt treedt ODVeluwe proportioneel en conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) op.

Voldoen aan de kwaliteitscriteria

De Omgevingswet vraagt een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Landelijk zijn hiervoor kwaliteitscriteria ontwikkeld. ODVeluwe voldoet aan de Kwaliteitscriteria 3.0 voor de kritieke massa (deskundigheid en ervaring) op de basistaken. Door de uitbreiding van het werkgebied en de komst van meer complexe taken (per 1 januari 2024) voldoet ODVeluwe ook op dit punt. Door de implementatie van de regionale beleidscyclus voldoet ODVeluwe ook aan de procescriteria zoals die in het Omgevingsbesluit zijn vastgelegd.

Monitoren en bijsturen op kwaliteit

Naast de inhoudelijke monitoring per thema is het belangrijk om ook de kwaliteit van de organisatie zelf zichtbaar te maken. Gemeenten en provincie moeten kunnen vertrouwen op een omgevingsdienst die tijdig en zorgvuldig levert wat is afgesproken, en die voldoet aan de landelijke kwaliteitscriteria.

ODVeluwe werkt daarom met een set van algemene KPI’s die antwoord geven op de vraag: levert de organisatie de producten die aan het begin van het jaar zijn afgesproken? Voorbeelden hiervan zijn:

  • het percentage tijdig afgehandelde vergunningverzoeken en meldingen,

  • het aandeel uitgevoerde controles ten opzichte van de planning,

  • klanttevredenheid bij inwoners en bedrijven,

  • interne doorlooptijden en efficiency.

Daarnaast wordt in 2026 gebruikgemaakt van MyForms, een instrument dat inzicht geeft in de mate waarin ODVeluwe voldoet aan de kwaliteitscriteria VTH 3.0. Deze criteria hebben betrekking op de inrichting van processen, de deskundigheid van medewerkers en de borging van kritische massa. Het gebruik van MyForms maakt het mogelijk om periodiek te rapporteren welk percentage van de organisatie aan de kwaliteitscriteria voldoet.

De resultaten hiervan geven niet alleen inzicht in de kwaliteit en robuustheid van de organisatie, maar vormen ook input voor de inzet van het opleidingsbudget (3% van de begroting, conform robuustheidscriteria) en professionaliseringsprogramma’s. Op die manier draagt monitoring van de organisatiekwaliteit direct bij aan het versterken van kennis, kunde en dienstverlening.

Communicatie

Communicatie is een belangrijk instrument om verbinding te maken met inwoners en bedrijven. Naast algemene informatievoorziening via klantcontactcentra, de website en folders, richt ODVeluwe zich nadrukkelijk op proactieve communicatie. Ook die draagt bij aan de kwaliteit van de uitvoering:

  • Benaderbaar zijn en overleg stimuleren voorafgaand aan initiatieven.

  • Inwoners en bedrijven tijdig en goed informeren over vereisten, zodat vergunningverzoeken en meldingen completer zijn en doorlooptijden korter worden.

  • Tijdens procedures actief informatie delen over voortgang, overwegingen en uitkomsten, zodat niemand verrast wordt door besluiten.

  • Na vergunningverlening persoonlijk toelichten welke voorwaarden gelden en waarom die van toepassing zijn.

7.3 Organisatieontwikkeling

Risico module

ODVeluwe ontwikkelt zich stap voor stap tot een organisatie die haar inzet baseert op inzicht in risico’s, effecten en naleefgedrag. Omdat de beschikbare middelen beperkt zijn, is het essentieel om toezicht en handhaving daar in te zetten waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn. De risicomodule vormt daarbij het fundament. In 2026 wordt dit instrument vernieuwd en verfijnd, zodat het niet alleen inzicht geeft op branche- of themaniveau, maar ook voor ieder individueel bedrijf een actueel risicoprofiel kan opleveren.

Deze ontwikkeling maakt het mogelijk om de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving meer datagedreven en programmatisch te sturen. In plaats van algemene prioritering wordt steeds vaker gewerkt met concrete risicoprofielen die rekening houden met factoren als milieubelasting, aanwezigheid van ZZS, toezichtshistorie en naleefgedrag. Dit vergroot de effectiviteit van de uitvoering en maakt het mogelijk om resultaten beter te monitoren en bestuurlijk te verantwoorden.

De vernieuwing van de risicomodule vraagt voorafgaand ook om organisatieontwikkeling: het op orde brengen van gegevensbestanden, het koppelen van systemen, en het trainen van medewerkers in het gebruik en duiden van risicodata. Actuele en complete data (MBA-gebaseerd) zijn de essentiële en voorwaardelijke basis voor een vernieuwde risicomodule. Door kennis en ervaring van medewerkers te combineren met actuele data groeit ODVeluwe toe naar een lerende en wendbare organisatie, die haar inzet voortdurend kan afstemmen op maatschappelijke ontwikkelingen en bestuurlijke prioriteiten. Zo wordt risicogestuurd werken niet alleen een hulpmiddel, maar een vast onderdeel van de cultuur en werkwijze van de organisatie (zie ook bijlage 2)

Outcome-gerichte monitoring

De ontwikkeling van risicogestuurd werken sluit direct aan op de bredere beweging naar outcome-gerichte monitoring. Waar ODVeluwe nu vooral rapporteert over aantallen vergunningen, controles en handhavingsacties, komt de nadruk steeds meer te liggen op de effecten van die inzet: welke risico’s zijn verminderd, waar is milieuwinst geboekt en hoe draagt dat bij aan de regionale doelstellingen voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid? Door risicoprofielen te koppelen aan meetbare resultaten ontstaat inzicht in zowel de doeltreffendheid als de doelmatigheid van het werk. Dat maakt het mogelijk om beleid en uitvoering jaarlijks beter op elkaar af te stemmen en om deelnemers transparant te informeren over de maatschappelijke waarde van de gezamenlijke VTH-inzet. In bijlage 3 is nader uitgewerkt hoe ODVeluwe de ontwikkeling van monitoring inzet.

7.4 Samenwerking

Samenspel tussen gemeenten, provincie en omgevingsdienst

De kracht van ODVeluwe ligt in de gezamenlijke uitvoering van VTHA-taken namens de twaalf regiogemeenten en de provincie Gelderland. In de komende jaren ontwikkelt die samenwerking zich verder binnen de regionale beleidscyclus, waarin strategie, uitvoering en monitoring steeds beter op elkaar worden afgestemd. De strategie is vastgesteld. Die krijgt jaarlijks een concrete vertaling in het uitvoeringsprogramma. Monitoring en evaluatie maken in toenemende mate niet alleen inzichtelijk wat de prestaties van ODVeluwe zijn, maar ook wat die voor de leefomgeving en de bredere opgaven opleveren.

ODVeluwe is op basis van de reeds aanwezige kennis op het gebied van ecologie, bodem/water en groene handhaving een volwaardige provinciale VTH-partner voor deze thema’s.

Samenspel met de ketenpartners

Naast de samenwerking met de deelnemers wordt ook het netwerk met ketenpartners verder versterkt. Belangrijke partners zijn onder meer de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), de Waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel, de GGD Noord- en Oost-Gelderland, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de ILT, de politie en het Openbaar Ministerie, en de andere Gelderse omgevingsdiensten binnen het Gelders Stelsel. Met deze partners werkt ODVeluwe aan een integrale benadering van veiligheid, gezondheid, natuur en duurzaamheid. De ontwikkeling gaat richting een regionaal samenwerkingsmodel waarin gegevens, expertise en uitvoeringskracht worden gedeeld, zodat het geheel meer oplevert dan de som der delen.

Naar een nog robuustere dienst?

De ODVeluwe is een robuuste omgevingsdienst en heeft de potentie om nog verder te groeien. In 2025 is gestart met een verkenning naar een mogelijke samenvoeging van de Omgevingsdienst Veluwe en de Omgevingsdienst Achterhoek. Een fusie kan kansen bieden voor bundeling van expertise, efficiëntere bedrijfsvoering en een steviger positie in de regio. Tegelijk vraagt dit om aandacht voor behoud van regionale nabijheid, bestuurlijke betrokkenheid en een herkenbare dienstverlening aan gemeenten, inwoners en bedrijven. De verkenning wordt in 2026 verder uitgewerkt in nauwe samenspraak met de deelnemende gemeenten en provincie. Uitgangspunt blijft een organisatie die inhoudelijk sterk, wendbaar en regionaal verankerd is, en die vanuit samenwerking effectief bijdraagt aan de gezamenlijke ambities voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.

Ondertekening

Bijlage 1 aantal producten per gemeente

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 2: Ontwikkeling risicomodule

Inleiding

De middelen van ODVeluwe zijn beperkt. Daarom is het belangrijk om toezicht en handhaving in te zetten waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn. De risicomodule vormt daarbij het fundament: dit instrument helpt bepalen welke bedrijven of activiteiten prioriteit krijgen. Tot nu toe gebeurde dit op branche- en themaniveau.

Doelstelling

De U&H-strategie stelt dat de risicoanalyse de komende jaren verfijnd moet worden, zodat:

  • voor ieder individueel bedrijf een risicoprofiel kan worden opgesteld;

  • de inzet verschuift van algemene prioritering naar gerichte inzet op bedrijfsniveau.

Activiteiten

In 2026 werkt ODVeluwe aan de volgende stappen:

  • 1.

    Inventariseren van risicomodellen die andere omgevingsdiensten gebruiken en bepalen wat aansluit bij onze praktijk.

  • 2.

    In kaart brengen van het bedrijvenbestand, met indicatoren zoals aanwezigheid van ZZS, MBA’s, naleefgedrag en toezichtshistorie (cross-reference met de Kamer van Koophandel).

  • 3.

    Ophalen van input bij gemeenten en interne teams: welke risico’s vragen om prioriteit?

  • 4.

    Keuze en aanschaf van een passend model, en eerste toepassing op het bedrijvenbestand.

  • 5.

    Koppeling van praktijkdata aan de module, zodat actualisatie automatisch kan plaatsvinden.

  • 6.

    Opstellen van een handleiding voor medewerkers.

  • 7.

    Implementatie in het systeem Open Wave en bredere toepassing in de organisatie.

Monitor

De voortgang wordt bewaakt aan de hand van de realisatie van de bovenstaande stappen.

Concrete indicatoren zijn:

  • -

    Beschikbaarheid van een operationele risicomodule per eind 2026.

  • -

    Aantal bedrijven waarvoor een actueel risicoprofiel is opgesteld.

  • -

    Gebruik van risicoprofielen bij de programmering van toezicht en handhaving.

  • -

    Aantal trainingen of handleidingen die medewerkers hebben gevolgd of toegepast.

  • -

    Aan de hand van het nieuwe risicomodel zal ook concreet worden gerapporteerd over de inzet om risico’s te beperken. [kan dat met het systeem]

Bijlage 3: Ontwikkeling monitoring

Inleiding

Met dit uitvoeringsprogramma geven we voor het eerst invulling aan de doelstellingen uit de regionale U&H-strategie. Een belangrijk onderdeel daarvan is het zichtbaar maken van de bijdrage van ODVeluwe via monitoring.

Op dit moment is het echter nog niet in alle gevallen mogelijk om volledig aan te sluiten bij de indicatoren uit de strategie. Voor veel thema’s beschikken we al over data (zoals aantallen vergunningen, meldingen en controles), maar ontbreekt nog informatie om de effecten op milieu en leefomgeving concreet te meten. Daarom kiezen we voor een groeipad: we laten zien wat we nu al kunnen monitoren, welke vervolgstappen we zetten en waar we uiteindelijk naartoe werken.

Dit groeipad bestaat uit drie niveaus:

  • 1.

    Huidige rapportage (2026) – wat kunnen we met de huidige data betrouwbaar laten zien?

  • 2.

    Vervolgstap (2027-2028) – hoe breiden we dit uit in de komende jaren?

  • 3.

    Einddoel (2030 of later) – hoe ziet een volwaardige monitor eruit die aansluit bij de doelstellingen uit de U&H-strategie?

Door dit groeipad per thema uit te werken, ontstaat een realistisch en transparant beeld: we rapporteren nu al over wat mogelijk is, én we laten zien hoe we toewerken naar een volwaardige monitor die daadwerkelijk de milieuwinst en maatschappelijke effecten zichtbaar maakt.

Voorbeeld: Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Huidige rapportage (2026)

  • Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieplicht valt.

  • Aantal ingediende en beoordeelde vermijdings- en reductieplannen.

  • Aantal vergunningen waarin ZZS-voorschriften zijn opgenomen.

Vervolgstap (2027-2028)

  • Inzicht in naleefgedrag: hoeveel reductieplannen daadwerkelijk leiden tot maatregelen.

  • Vergelijking van sectoren/branches (chemie, metaal, zorginstellingen) om prioriteit te bepalen.

  • Opstellen van trends en analyses: welke stoffen en processen leveren de grootste risico’s.

  • Betere koppeling van toezichtdata aan landelijke en provinciale ZZS-programma’s.

Einddoel (2030 of later)

  • Rapportage over feitelijke reductie van ZZS-emissies (kg of % per sector).

  • Integrale monitoring van de bijdrage van ODVeluwe aan de KRW-doelen en landelijke ZZS-aanpak.

  • Effecten zichtbaar maken in milieukwaliteit (water, bodem, lucht).

  • Transparante rapportage over regionale voortgang richting een ZZS-vrije leefomgeving.

Bijlage 4: Gebruikte afkortingen en begrippen

Gebruikte afkortingen

AB – Algemeen Bestuur

BBT – Beste Beschikbare Technieken

Bbk – Besluit bodemkwaliteit

Bkl – Besluit kwaliteit leefomgeving

Bal – Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl – Besluit bouwwerken leefomgeving

BOA – Buitengewoon Opsporingsambtenaar

B&W – Burgemeester en Wethouders

GGD – Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GS – Gedeputeerde Staten

IBP VTH – Interbestuurlijk Programma Versterking Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

IPPC – Integrated Pollution Prevention and Control (Europese richtlijn industriële emissies)

LHSO – Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

MBA – Milieubelastende Activiteit

MKB – Midden- en Kleinbedrijf

MNA – Milieuneutrale Activiteit

ODVeluwe – Omgevingsdienst Veluwe

ODNL – Omgevingsdiensten Nederland

OM – Openbaar Ministerie

REV – Register Externe Veiligheidsrisico’s

RIEC – Regionaal Informatie- en Expertise Centrum

RGT – Risicogericht Toezicht

RIS – Risicoanalyse Inrichtingen Systeem

SPUK THE – Specifieke Uitkering Toezicht, Handhaving en Evaluatie (rijksmiddelen voor energiebesparingstoezicht)

SWO – Samenwerkingsovereenkomst Omgevingsrecht

TUG – Tijdelijke Uitzondering Gebruiksvergunning (luchtvaart)

U&H-strategie – Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

VTH – Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

VTHA – Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Advisering

VNOG – Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Wbb – Wet bodembescherming

ZZS – Zeer Zorgwekkende Stoffen

Gebruikte begrippen

Activiteit – Een handeling of proces die invloed heeft op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen, slopen, lozen of het exploiteren van een bedrijf.

Basistaken – De wettelijk verplichte VTH-taken die gemeenten en provincies via de omgevingsdienst laten uitvoeren (zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieubelastende activiteiten).

Bevoegd gezag – Het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het toepassen van handhaving.

Best Beschikbare Technieken (BBT) – De meest effectieve en geavanceerde technieken om emissies en milieuschade te voorkomen of te beperken, gelet op haalbaarheid en kosten.

Big-8 cyclus – De beleidscyclus binnen het VTH-stelsel, bestaande uit acht stappen van beleid, strategie, programma, uitvoering, monitoring en evaluatie.

Branchegericht toezicht – Een vorm van toezicht waarbij bedrijven worden ingedeeld naar sector (branche) en controles worden afgestemd op branchespecifieke risico’s.

Cyclisch toezicht – Planmatig toezicht met vaste tussenpozen, gericht op het periodiek beoordelen van naleving bij bedrijven met vergelijkbare risico’s.

Datagestuurd werken – Werkwijze waarbij informatie en data over vergunningen, toezicht en handhaving systematisch worden verzameld, geanalyseerd en gebruikt voor sturing en prioritering.

Gedoogstrategie – De manier waarop het bevoegd gezag omgaat met situaties waarin (tijdelijk) wordt afgezien van handhavend optreden, onder voorwaarden en met motivering.

Handhaving – Het optreden van de overheid om naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. Kan zowel bestuursrechtelijk (dwangsom, bestuursdwang) als strafrechtelijk plaatsvinden.

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – Uniform landelijk kader voor het bepalen van de passende bestuurlijke reactie bij overtredingen van de Omgevingswet.

Maatwerkvoorschriften – Voorschriften die het bevoegd gezag kan opnemen in een vergunning of besluit, waarmee wordt afgeweken van algemene regels als de situatie dat vereist.

Naleefgedrag – De mate waarin bedrijven en burgers zich houden aan de geldende wet- en regelgeving.

Omgevingsbesluit – Uitvoeringsbesluit bij de Omgevingswet waarin regels zijn opgenomen over de VTH-organisatie, kwaliteitscriteria en de verplichting tot een uniforme U&H-strategie.

Omgevingsplan – Het gemeentelijk plan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen; vervangt bestemmingsplannen en milieuregels op lokaal niveau.

Omgevingsverordening – Het provinciale regelinstrument onder de Omgevingswet waarin provinciale belangen en regels voor de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd.

Opgavegericht werken – Een werkwijze waarin VTH-inzet niet alleen is gericht op naleving, maar ook op bijdragen aan maatschappelijke opgaven (zoals energietransitie, woningbouw, natuurherstel).

Preventiestrategie – De aanpak die gericht is op het voorkomen van overtredingen door voorlichting, gedragsbeïnvloeding en vroegtijdige advisering.

Programma (uitvoeringsprogramma) – Het document waarin jaarlijks wordt vastgelegd welke werkzaamheden en projecten de omgevingsdienst uitvoert om de strategische doelen te realiseren.

Risicogericht toezicht (RGT) – Een aanpak waarbij toezichtinzet wordt bepaald op basis van een risicoanalyse: de kans op en het effect van overtredingen.

Sanctiestrategie – De wijze waarop het bevoegd gezag bestuurlijke sancties inzet bij overtredingen, afgestemd op ernst en gedrag van de overtreder.

Toezicht – Het controleren of activiteiten voldoen aan wettelijke regels, vergunningvoorschriften of beleidskaders.

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) – Het strategisch beleidsdocument waarin gemeenten en provincie gezamenlijk vastleggen hoe zij de VTH-taken laten uitvoeren door de omgevingsdienst.

Vergunningverlening – Het beoordelen van aanvragen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, met als doel te bepalen of en onder welke voorwaarden activiteiten zijn toegestaan.

Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht – Het besluit van gemeenteraden en Provinciale Staten waarin de kwaliteitseisen en beleidsmatige kaders voor VTH zijn vastgelegd.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) – Chemische stoffen die een hoog risico vormen voor mens en milieu, zoals kankerverwekkende of hormoonverstorende stoffen.


Noot
1

De cijfers in dit hoofdstuk zijn overgenomen uit de vastgestelde begroting 2026 en bieden de basis voor de Samenwerkingsovereenkomsten (SWO’s) vanuit ODVeluwe richting de deelnemende gemeenten. Het proces voor de begroting 2026 is eind 2024 / begin 2025 al opgestart en inmiddels zijn (in het najaar van 2025) meer ervaringscijfers bekend. De vastgestelde getallen zijn ongewijzigd overgenomen in dit uitvoeringsprogramma, maar ODVeluwe verwacht uiterlijk begin 2026 een addendum op te stellen met een concretisering van deze getallen te komen, zodat deze ook de bijgestelde basis kunnen bieden voor een realistische monitoring en rapportage.

Noot
2

Dit gebeurt onder ander met extra middelen van rijk, dat wil zeggen een specifieke uitkering (SPUK) voor toezicht en handhaving op energie.

Noot
3

Financiële zekerheidstelling is de bevoegdheid om bij bepaalde categorieën van bedrijven in de vergunning op te nemen dat een bedrijf een financiële zekerheid moet stellen die buiten een eventuele faillissementsboedel moet blijven. Bedoeld om eventuele kosten die door het bevoegd gezag moeten worden gemaakt om afvalstoffen met een negatieve restwaarde die zijn achtergebleven af te voeren en te verwerken.