Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759419
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759419/1
Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagenaffaire gemeente Hilversum 2026
Geldend van 25-03-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagenaffaire gemeente Hilversum 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;
gelet op artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen, de artikelen 1:3 en 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangproblematiek 2021;
besluit vast te stellen:
Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagenaffaire gemeente Hilversum 2026
Artikel 1 Begrippen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a) brede ondersteuning: ondersteuning die ziet op het kunnen maken van een nieuwe start op de leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg;
b) college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;
c) consulent KOT Affaire: medewerker van de gemeente Hilversum die samen met een gedupeerde een plan van aanpak opstelt en de brede ondersteuning begeleidt;
d) OCO: onafhankelijke clientondersteuning die gedupeerde kan aanvragen. Deze ondersteuner kan helpen met informatie, advies en denkt mee over welke zorg, ondersteuning of begeleiding voor de gedupeerde nodig is;
e) Gedupeerde: gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, ex-partner van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en kinderen van gedupeerde aanvrager kinderopvang zoals omschreven in artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen. Alsmede gedupeerden die zich gemeld hebben bij de Belastingdienst en nog in afwachting zijn, worden gelijkgesteld aan gedupeerden, totdat negatief is beslist door de Belastingdienst;
f) gedupeerde ouder, ex-partner van een gedupeerde ouder en kinderen van een gedupeerde ouder: personen die door de Belastingdienst zijn aangemerkt als daadwerkelijk gedupeerd;
g) gezin als bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet: Per rechthebbende zal moeten worden beoordeeld welke personen tot het gezin kunnen worden gerekend van degene die aanspraak maakt op brede ondersteuning;
h) Inwoner: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van gemeente Hilversum ingeschreven is;
i) materiële voorziening: een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van een gedupeerde bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken;
j) immateriële voorziening: is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de gedupeerde voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak;
k) noodzakelijk: onmisbaar om een concrete en vastgestelde hulpvraag te verhelpen, passend binnen de doelen van het plan van aanpak;
l) plan van aanpak: Het college verleent de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet toe op het kunnen maken van een nieuwe start en die is opgesteld in samenspraak met de gedupeerde die in aanmerking komt voor brede ondersteuning. Plan dat de consulent KOTA maakt samen met gedupeerde om tot een nieuwe start te komen, waarbij een brede ondersteuning wordt geboden. Het plan van aanpak is een beschikking volgens de Awb. Tegen het plan van aanpak kan bezwaar worden gemaakt bij het college;
m) proportionaliteit: de mate waarin de omvang van de ondersteuning in balans is met het doel waarvoor deze wordt verstrekt;
n) redelijk: proportioneel en in verhouding tot de situatie van de gedupeerde, zoals beoordeeld door de Consulent KOT Affaire;
o) UHT: Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagenaffaire dit is een apart onderdeel van Toeslagen van de Belastingdienst, opgericht om gedupeerde ouders te begeleiden naar herstel.
Artikel 2 Doelgroep brede ondersteuning
De brede ondersteuning is beschikbaar voor gedupeerden die inwoner zijn van de gemeente Hilversum.
Artikel 3 Doelstellingen en uitgangspunten brede ondersteuning
1. De brede ondersteuning zoals omschreven in het plan van aanpak is gericht op het faciliteren van het kunnen maken van een nieuwe start (voor zover mogelijk) of de juiste richting hiertoe te vinden op de vijf leefgebieden genoemd onder a tot en met e van dit artikel. De daarbij omschreven doelstellingen op de leefgebieden bieden een beschrijving van de situatie die de gedupeerde naar het oordeel van het college in staat stelt om een nieuwe start te kunnen maken. De doelstellingen hebben betrekking op de volgende leefgebieden;
a) financiën: de doelstelling ten aanzien van financiën is om in staat te kunnen zijn een financiële gezond huishouden te kunnen voeren;
b) gezin: de doelstelling ten aanzien van gezin betreft het kunnen samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen;
c) werk: de doelstelling ten aanzien van werk is het duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces met minimaal de beschikking over een startkwalificatie;
d) wonen: de doelstelling ten aanzien van wonen betreft een veilige en betaalbare plek om te wonen;
e) zorg: de doelstelling ten aanzien van zorg is het welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.
2. Uitgangspunten van de brede ondersteuning is voor het college:
a) Het ondersteunen van de gedupeerde bij het maken van een nieuwe start en herstel te bevorderen;
b) het vertrouwen in de overheid te herstellen door middel van zorgvuldige en maatwerkgerichte uitvoering.
Artikel 4 Aanvraag brede ondersteuning
1. De inwoner kan een aanvraag voor toegang tot brede ondersteuning digitaal bij toeslagenaffaire@hilversum.nl en via de website van Hilversum.nl een webformulier indienen;
2. De Consulent KOT affaire checkt bij het UHT of de inwoner erkend is door het UHT en/of de brede ondersteuning uitgevoerd mag worden door gemeente Hilversum;
3. Het UHT kan een aanvraag indienen, op het moment dat een gedupeerde heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, door via het gegevensportaal van het UHT de contactgegevens van de gedupeerde met het college te delen;
4. De Consulent KOT affaire nodigt de gedupeerde uit voor het eerste gesprek. De gedupeerde wordt bij de uitnodiging voor gesprek de mogelijkheid aangeboden om een OCO aan te vragen;
5. In één of meerdere gesprekken wordt de hulpvraag geïnventariseerd en vastgesteld. Dit geldt als hulpvraag voor brede ondersteuning;
6. Samen met de gedupeerde wordt een individueel plan van aanpak opgesteld aan de hand van de doelstellingen, bedoeld in artikel 1, lid 1. De situatie van de gedupeerde wordt op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en in gezamenlijkheid wordt bepaald wat de hulpvraag is;
7. Binnen acht weken vanaf de datum van het eerste gesprek wordt het (hoofdlijnen) plan van aanpak met beschikking vastgesteld of wordt er een gemotiveerde weigering van de toegang tot brede ondersteuning gegeven.
Artikel 5 Het opstellen van het Plan van Aanpak
1. De consulent KOT affaire stelt samen met de gedupeerde het plan van aanpak op, dat voor akkoord ondertekend dient te worden door de gedupeerde. Daarbij vormt dit het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt.
2. In het plan van aanpak wordt vastgelegd:
a. hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de gedupeerde op leefgebieden wordt toegewerkt, en;
b. welke voorzieningen worden toegekend om de gedupeerde op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.
Artikel 6 Toekennen en verstrekken van voorzieningen
1. Het college houdt bij een eventuele toekenning van materiele en immateriële voorzieningen rekening met de vaardigheden, financiële draagkracht, omvang en samenstelling van het huishouden, duurzame karakter van de voorziening en wijze waarop de voorziening de gedupeerde in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.
2. Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
3. Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
4. Om de noodzaak van maatwerk te kunnen beoordelen kan het college inzicht vragen in de financiële situatie van de inwoner. Dit is met name bedoeld om te kunnen achterhalen of de geboden maatwerkvoorziening een duurzame oplossing is.
5. Het college verleent geen compensatie voor gevolgschaden aan gedupeerden omdat deze taak belegd is bij de landelijke Commissie Werkelijke Schade, tenzij het een acute (nood)situatie (de acute noodsituatie wordt op maat beoordeeld door de gemeente) betreft en een oordeel van de Commissie Werkelijke Schade niet kan worden afgewacht. Er dient een directe relatie te zijn met de benadeling door de wijze van uitvoering van de Kinderopvangtoeslag.
6. Eventuele periodieke kosten komen in beginsel de eerste 12 maanden na de aanvraag is toegekend voor vergoeding in aanmerking.
7. Waar nodig en mogelijk worden voorliggende voorzieningen ingezet binnen de gebruikelijke regelgeving en werkwijzen.
8. Het college hanteert bij de vergoeding van materiële zaken de richtlijnen van het NIBUD.
9. Als een door de gedupeerde gewenste oplossing niet (meteen) haalbaar is, bijvoorbeeld vanwege wachtlijsten, wordt besproken welke alternatieven wel haalbaar zijn.
Artikel 7. Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren
1. Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de ”Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021”, als de gedupeerde:
a) achttien jaar of ouder is;
b) in aanmerking komt voor de UHT kindregeling (van erkend gedupeerde ouders);
c) naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit;
d) diens aanvraag heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021.
Artikel 8 Wijziging of herziening plan van aanpak
1. Er geldt een periode van twee jaar na het eerste gesprek van het plan van aanpak, om dit uit te werken en te bepalen welke hulpverlening nodig is om de gestelde doelen te bereiken.
2. Terugkerende aanvragen voor voorzieningen of materiële zaken worden getoetst aan de eerder vastgestelde doelstellingen in het plan van aanpak.
3. Het plan van aanpak kan tussentijds worden aangepast indien dit in lijn is met de eerder vastgestelde doelstellingen op de vijf leefgebieden zoals omschreven in artikel 3 lid 1.
4. De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en/of omstandigheden voordoen die de wijziging noodzakelijk maken.
5. De hulpverlening zelf kan langer doorlopen dan de twee jaar, en na twee jaar van start gaan, mits de beslissing over wat nodig is aan hulp wel daarvoor genomen is.
6. Wijzigingen in het plan van aanpak worden eveneens vastgelegd in een aanvullend of gewijzigd plan van aanpak, waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
Artikel 9. Voorzieningen
1. Het college verstrekt aan de gedupeerde de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend.
2. Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met:
a) de vaardigheden van de gedupeerde;
b) de draagkracht en financiële armslag van de gedupeerde;
c) de omvang en de samenstelling van het huishouden van de gedupeerde;
d) het duurzame karakter van de voorziening; en
e) de wijze waarop de voorziening de gedupeerde in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.
Artikel 10 Uitsluitingen voor voorzieningen
Het college weigert het toekennen van een voorziening als:
a) de gevraagde voorziening al vòòr het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag sprake was van een dreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was;
b) de voorziening niet aan artikel 9, lid 2 voldoet;
c) de gedupeerde niet de medewerking, bedoeld in artikel 12 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of die beoogde voorziening voldoet;
d) (Verkeers)boetes;
e) Advocaatkosten vanuit de juridische bijstand in het financieel herstelproces;
f) Cosmetische ingrepen;
g) Auto- en motorvoertuigen;
h) Energiekosten;
i) Vakanties;
j) Schulden;
k) Kosten die gemaakt zijn en die niet in het plan van aanpak zijn opgenomen;
l) Kosten die al vergoed zijn vanuit de gemeente;
m) Kosten waarvoor een andere voorliggende voorziening beschikbaar is.
Artikel 11 Beëindiging ondersteuning
1. De ondersteuning wordt beëindigd binnen 2 jaar na het formeel vaststellen van het plan van aanpak of indien naar het oordeel van het college;
a) de uitvoering van het plan van aanpak en de nazorg met de ouder(s) succesvol is afgerond;
b) de gedupeerde niet binnen een redelijke termijn van de brede ondersteuning gebruik heeft gemaakt en niet reageert op een oproep van het college om hier alsnog gebruik van te maken;
c) op eigen verzoek van de gedupeerde;
d) de hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de gedupeerde, niet (langer) passend is;
e) de ondersteuning door het college niet (langer) noodzakelijk wordt geacht;
f) de gedupeerde verhuist naar een andere gemeente; in overleg met de andere gemeente en het college kan de gedupeerde besluiten hiervan af te wijken.
2. Waar nodig wordt een verwijzing en warme overdracht gedaan naar de reguliere gemeentelijke hulpverlening.
Artikel 12. Medewerking gedupeerde
De gedupeerde is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om te bepalen of een beoogde materiële en/of immateriële voorziening voldoet.
Artikel 13 Hardheidclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de gedupeerde afwijken van de bepalingen in de beleidsregels, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden.
Artikel 14 Inwerkintreding en citeertitel
Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de bekendmaking.
Artikel 15 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire gemeente Hilversum 2026”.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl