Subsidieregeling onderhoud karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten provincie Groningen 2026

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling onderhoud karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten provincie Groningen 2026

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

Overwegende dat:

  • -

    er voor karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten sprake is van een opgave onderhoud, versterking en schadeherstel;

  • -

    de taak behoort bij de verantwoordelijkheid die het ministerie van OCW, de Nationaal Coördinator Groningen, de aardbevingsgemeenten en de provincie Groningen in het Erfgoedprogramma voor het aardbevingsgebied zijn overeengekomen om budget beschikbaar te stellen voor onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten die liggen in de gemeenten die getroffen zijn door de gevolgen van de gaswinning. Dit vanuit de gedachte dat goed onderhoud de eerste stap in de versterking is;

  • -

    het algemeen bestuur van Nationaal Programma Groningen (NPG) heeft ingestemd met het geactualiseerde Erfgoedprogramma 2026 - 2028;

  • -

    de provinciale opgave Erfgoed, Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap (ERL) is vastgesteld als samenhangende beleidsopgave waarin erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap gezamenlijk worden benaderd en waarin het onderdeel karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten is verbreed naar de gehele provincie Groningen;

  • -

    karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten worden aangewezen in het belang van de gebiedsidentiteit van de provincie Groningen en de kosten van het onderhoud hoger kunnen zijn dan de kosten voor onderhoud aan niet-monumentale gebouwen, vanwege de hogere eisen aan architectonische uitwerking, materiaalgebruik en detaillering.

Gelet op:

  • -

    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • -

    de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • -

    de Erfgoedwet;

  • -

    gemeentelijke erfgoedverordeningen;

  • -

    besluit ruimtelijke ordening;

  • -

    de Omgevingsverordening provincie Groningen;

  • -

    Groningen Erfgoedprogramma 2020-2028;

  • -

    Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV);

  • -

    Landbouwvrijstellingsverordening (LVV);

  • -

    uitvoeringsprogramma Cultuur Provincie Groningen 2025-2028.

Besluiten:

  • I.

    Vast te stellen de:

Subsidieregeling onderhoud karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten provincie Groningen 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    AGVV: Verordening EU Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, laatstelijk gewijzigd op 23 juni 2023 middels Verordening EU Nr. 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    biobased materiaal: bouwmateriaal dat (gedeeltelijk of volledig) is gemaakt van hernieuwbare grondstoffen;

  • d.

    boerderij: gebouw dat staat omschreven als agrarisch erfgoed, of oorspronkelijk gebouwd als hoofdgebouw met een agrarische functie;

  • e.

    coaten: het aanbrengen van een beschermende zichtbare laag op een oppervlak bedoeld om waterdicht te maken. Anders dan impregneren is coaten verwijderbaar van een oppervlak;

  • f.

    comfortverbetering of verfraaiing: werkzaamheden met betrekking tot het wooncomfort, decoratie en de leefbaarheid zoals het binnenklimaat of het verbeteren van functionaliteit;

  • g.

    deskundige: architect, aannemer, schilder, uitvoerder of vergelijkbare deskundige met aantoonbare kennis en expertise van sober en doelmatig onderhoud van karakteristieke panden of gemeentelijke monumenten;

  • h.

    eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het eigendomsrecht heeft op het karakteristiek pand of gemeentelijke monument;

  • i.

    gemeentelijk monument: een object dat door cultuurhistorische waarde en schoonheid van lokaal belang is en als beschermd monument is opgenomen in het gemeentelijke monumentenregister, waarbij ook een gemeentelijk monument-light onder deze begripsbepaling valt;

  • j.

    gespecificeerde offerte/factuur: een kostenraming of nota opgemaakt door een deskundige waarbij de kosten per werkzaamheid zijn gesplitst in uren én materialen;

  • k.

    impregneren: het met een chemische stof doordrenken van een oppervlakte om deze waterdicht en onbrandbaar te maken. Het gaat hierbij om een niet-verwijderbare, onomkeerbare handeling;

  • l.

    instandhouding: het sober en doelmatig behouden of herstellen van het object, waarmee verval kan worden voorkomen;

  • m.

    Kaderverordening: Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • n.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • o.

    karakteristiek pand: een object die vanwege de lokale cultuurhistorische waarde van de buitenzijde van het pand als karakteristiek pand is opgenomen in een vastgesteld omgevingsplan. Het gaat hierbij om het hoofdgebouw inclusief aan- en uitbouwen ten dienste van de woning. De panden dragen op grond van hun karakteristieke hoofdvorm, typologie, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, gaafheid of zeldzaamheid bij aan de identiteit van de omgeving;

  • p.

    LVV: Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022, laatstelijk gewijzigd op 22 november 2023 middels Verordening EU Nr. 2023/2607, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • q.

    object: een karakteristiek pand of een gemeentelijk monument;

  • r.

    onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;

  • s.

    Procedureregeling: Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • t.

    provincie: provincie Groningen;

  • u.

    reconstructie: werkzaamheden die worden uitgevoerd om elementen of onderdelen in zijn oorspronkelijke dan wel vroegere vorm te herstellen of opnieuw te (laten) maken;

  • v.

    sober en doelmatig: wanneer de werkzaamheden zijn gericht op maximaal behoud van monumentale waarden, dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade worden voorkomen;

  • w.

    technisch noodzakelijk: noodzaak tot het plegen van onderhoud aan onderdelen van het object omdat de onderdelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd in matige of slechte staat verkeren;

  • x.

    traditioneel: in overeenstemming met architectuurhistorische techniek en materiaal uit de oorspronkelijke bouwperiode van het object;

  • y.

    zelfstandige wooneenheid: een woning in een object met een eigen toegang, keuken, douche en toilet die afzonderlijk wordt gebruikt particuliere eigenaar, navolgend aangeduid als 'wooneenheid'.

Artikel 2 Doel

Het doel van deze regeling is om eigenaren van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten in de provincie Groningen te stimuleren onderhoud te plegen aan hun object.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd voor een karakteristiek pand of gemeentelijk monument door:

  • a.

    eigenaren van het object, met uitzondering van overheden en woningbouwcorporaties;

  • b.

    de betreffende Vereniging van Eigenaren (VvE);

  • c.

    eigenaren van een appartementsrecht, uitsluitend voor zover in de splitsingsakte is bepaald dat zij:

    • -

      verantwoordelijk zijn voor het onderhoud aan het onderdeel waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en

    • -

      het onderhoud waarvoor subsidie wordt aangevraagd ziet op de buitenzijde van het object;

  • d.

    gezamenlijk door alle eigenaren van het pand.

Artikel 4 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende werkzaamheden aan onderdelen aan de buitenzijde van het object:

    • a.

      schilderwerkzaamheden;

    • b.

      herstel van het voegwerk waarbij het herstelde voegwerk in lijn is met het bestaande type voeg;

    • c.

      het onderhoud en herstel van goten en hemelwaterafvoer tot een meter buiten het pand;

    • d.

      waterdicht maken van oppervlakten door middel van coaten;

    • e.

      herstel of vervanging van dakbedekking gericht op het wind- en waterdicht maken of houden;

    • f.

      als er een technische noodzaak is om het dak te vervangen, het verwijderen van asbesthoudende dakbedekking;

    • g.

      het herstellen van delen die zijn aangetast door houtrot;

    • h.

      wanneer herstel niet meer mogelijk is, het vervangen van het betreffende onderdeel zoals het kozijn, de deur of het uilenbord;

    • i.

      wind- en waterdicht maken van het pand;

  • 2. Subsidie kan voor gemeentelijke monumenten ook verstrekt worden voor onderdelen aan de binnenzijde, voor zover deze als beschermd zijn opgenomen door de gemeente in het aanwijzingsdocument (de redengevende omschrijving).

Artikel 6 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.5, eerste lid, onder a tot en met d, tweede lid, en artikel 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de werkzaamheden niet vallen onder het doel zoals omschreven in artikel 2;

  • b.

    de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 3;

  • c.

    de werkzaamheden niet voldoen aan artikel 5;

  • d.

    er in het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend al een subsidie op grond van deze regeling is ingediend en vervolgens in hetzelfde kalenderjaar is verstrekt;

  • e.

    de aanvrager binnen één kalenderjaar op grond van deze subsidieregeling al drie keer subsidie heeft ontvangen;

  • f.

    voor de subsidiabele kosten van het project, waarop de aanvraag betrekking heeft, al een andere subsidie is verstrekt door het Rijk of de provincie Groningen voor de instandhouding van het pand;

  • g.

    de werkzaamheden niet technisch noodzakelijk zijn;

  • h.

    het karakteristieke pand is herbouwd;

  • i.

    de subsidiabele kosten lager zijn dan € 1.000;

  • j.

    niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals bepaald in deze regeling;

  • k.

    de subsidieverstrekking naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet verenigbaar is met de artikelen 107 en 108 van het VWEU;

  • l.

    de aanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, lid 18, van de AGVV;

  • m.

    de aanvrager een onderneming is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV en LVV;

  • n.

    de aanvrager een natuurlijk persoon is die een appartementsrecht heeft in een pand, maar waarbij de Vereniging van Eigenaren verantwoordelijk is voor de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 7 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het karakteristieke pand moet zijn opgenomen in een vastgesteld omgevingsplan of op een lijst karakteristieke panden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders;

  • b.

    het gemeentelijke monument moet opgenomen zijn in het gemeentelijke monumentenregister;

  • c.

    de werkzaamheden dienen tot instandhouding van het object;

  • d.

    daar waar onderdelen worden vervangen door nieuwe onderdelen dienen deze in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking en kwaliteit overeen te komen met de afkomende, originele, te vervangen onderdelen. Als de afkomende onderdelen niet-traditioneel zijn, dienen deze vervangen te worden door traditionele materialen of indien vergund door de gemeente biobased bouwmateriaal.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

De volgende kosten zijn subsidiabel:

  • 1.

    Kosten zoals genoemd in artikel 5 als de werkzaamheden sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn.

  • 2.

    Kosten voor het uurloon van de inhuur van een deskundige.

  • 3.

    In afwijking van artikel 1.5, eerste lid, onder a, van de Procedureregeling zijn kosten met een factuurdatum tussen 25 januari 2024 en moment van indiening subsidiabel.

  • 4.

    Kosten voor het verwijderen van asbesthoudende dakbedekking. De subsidie voor het verwijderen van asbesthoudende dakbedekking bedraagt € 6 per m2 exclusief btw.

  • 5.

    Alleen de niet-terugvorderbare btw is subsidiabel tot de hoogte van het wettelijk vastgestelde percentage, te berekenen over de subsidiabele kosten.

Artikel 9 Niet subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.5 van de Procedureregeling komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten van doe-het-zelf-werk of kosten die door niet-deskundigen worden gemaakt;

  • b.

    kosten voor werkzaamheden gericht op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de Gedeputeerde Staten ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn;

  • c.

    kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering, of verfraaiing;

  • d.

    kosten voor het uitvoeren van herstelwerkzaamheden als gevolg van schade veroorzaakt door een derde of de eigenaar van het karakteristiek pand of gemeentelijke monument;

  • e.

    kosten voor vervanging van kozijnen, deuren, gevelbekleding of andere bekleding van het pand door (houtimitatie) kunststof exemplaren. Ook de kosten voor het gebruik van andere materialen die lijken op het origineel (imitatie) zijn niet subsidiabel;

  • f.

    kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op energiebesparing, verduurzaming (waaronder impregneren) of kosten gemaakt als gevolg daarvan met uitzondering van schilderwerk na vervanging van kozijnen;

  • g.

    kosten voor werkzaamheden aan de fundering of riolering;

  • h.

    bouwplaatskosten, transportkosten, reis- en parkeerkosten met uitzondering van rijplaten;

  • i.

    als de werkzaamheden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet technisch noodzakelijk zijn;

  • j.

    kosten voor werkzaamheden aan de binnenzijde van een karakteristiek pand;

  • k.

    kosten voor verzekeringen, inkoopkosten, legeskosten, onvoorziene kosten, advieskosten, winst/risico;

  • l.

    kosten voor het aanbrengen van dampopenfolie;

Artikel 10 Indieningsvereisten

  • 1. Aanvragen kunnen digitaal en per post worden ingediend bij Gedeputeerde Staten door middel van een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Onverminderd artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Procedureregeling bevat een aanvraag:

    • a.

      een korte beschrijving van de werkzaamheden;

    • b.

      indien de werkzaamheden al zijn uitgevoerd: foto’s waarop zichtbaar is dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

    • c.

      foto’s van de situatie waar de werkzaamheden uitgevoerd zullen worden, waaruit de technische noodzaak van de werkzaamheden blijkt;

    • d.

      een door een deskundige opgestelde gespecificeerde offerte. Indien de werkzaamheden al zijn uitgevoerd is een gespecificeerde factuur vereist;

    • e.

      bij een aanvraag van een Vereniging van Eigenaren, een splitsingsakte;

    • f.

      bij een gezamenlijke aanvraag van meerdere eigenaren, een splitsingsakte;

    • g.

      in geval van een onderneming: een verklaring dat de aanvrager geen onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, lid 18, van de AGVV en een verklaring dat de aanvrager geen onderneming is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV en LVV;

  • 3. Gedeputeerde Staten kunnen nader onderzoek doen naar de aanvraag. Gedeputeerde Staten kunnen bijvoorbeeld bij de aanvrager aanvullende documenten opvragen ter nadere ondersteuning van zijn aanvraag.

Artikel 11 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen één of meerdere subsidieplafonds voor deze regeling vast welke wordt/worden gepubliceerd in het Provinciaal Blad.

Artikel 12 Subsidiehoogte

  • 1. De subsidie voor het onderhoud bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.

  • 2. De subsidie voor het onderhoud van een boerderij bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000.

  • 3. Indien aan de te subsidiëren activiteiten al door een ander bestuursorgaan of door de Europese Commissie steun is verstrekt, wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan 80% van het totaal van de voor subsidie in aanmerking komende kosten met een maximum van € 1.000.000.

  • 4. Het uurloon van een deskundige (excl. btw) wordt ongeacht de werkelijke hoogte gesubsidieerd met een uurtarief van € 51. Indien toepassing wordt gegeven aan de AGVV of LVV wordt uitgegaan van de werkelijke kosten met een maximum van € 51,- per uur.

  • 5. het verwijderen van asbesthoudende dakbedekking bedraagt € 6 per m2 dak (excl. btw).

Artikel 13 Staatssteun

  • 1. Indien de subsidie voor het onderhoud staatssteun vormt als omschreven in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarden van de AGVV. In dat geval wordt toepassing gegeven aan artikel 53 van de AGVV.

  • 2. Indien de subsidie voor het onderhoud staatssteun vormt als omschreven in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de subsidieontvanger een bedrijf in de sector van primaire landbouwproductie betreft, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarden van de LVV. In dat geval wordt toepassing gegeven aan artikel 36 van de LVV.

Artikel 14 Verdeelcriteria

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 15 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd overeenkomstig het ingediende projectplan en overeenkomstig het bepaalde in de subsidiebeschikking;

  • b.

    het project wordt binnen anderhalf jaar na verlening afgerond. Indien afronding van het project binnen die termijn door onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is, kan schriftelijk om uitstel van maximaal één jaar worden gevraagd;

  • c.

    onvoorziene wijzigingen in het project of projectplan die het detailniveau overstijgen worden direct schriftelijk ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten voorgelegd;

  • d.

    er wordt door de subsidieontvanger desgevraagd medewerking verleend aan een steekproefsgewijze controle.

  • e.

    als er in de aanvraag werkzaamheden zijn opgenomen waarvoor een Omgevingsvergunning vereist is, dienen de werkzaamheden te zijn vergund;

Artikel 16 Subsidievaststelling

  • 1. Subsidies die niet zijn verstrekt met toepassing van de AGVV en LVV als bedoeld in artikel 13 worden direct vastgesteld.

  • 2. Een aanvraag tot subsidievaststelling van subsidies die zijn verstrekt met toepassing van de AGVV en LVV als bedoeld in artikel 13, wordt ingediend uiterlijk 13 weken na voltooiing van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3. Bij de aanvraag tot vaststelling van subsidies die zijn verstrekt met toepassing van de AGVV en LVV als bedoeld in artikel 13 is een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten vereist. Indien er sprake is van het gecombineerd uitvoeren van onderhoud en aardbevingsschade herstel wordt bij een aanvraag tot vaststelling een document bijgevoegd waaruit blijkt welke schade erkend is als bevingsschade.

Artikel 17 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking, bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing naar hun oordeel leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen.

Artikel 18 Overgangsrecht

De SOK provincie Groningen 2024 is ingetrokken met dien verstande dat de SOK provincie Groningen 2024 van toepassing blijft op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevraagd of verleend op basis van de SOK provincie Groningen 2024, en op daarop betrekking hebbende bezwaar- of beroepschriften.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2026 om 9.00u.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: SOK provincie Groningen 2026.

Ondertekening

Groningen, 17 maart 2026

Gedeputeerde Staten van Groningen:

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris