Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759376
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759376/1
Besluit van het college van Peel en Maas tot vaststelling van de beleidsregel Aanvraag bijstand en beoordeling van middelen gemeente Peel en Maas
Geldend van 27-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Besluit van het college van Peel en Maas tot vaststelling van de beleidsregel Aanvraag bijstand en beoordeling van middelen gemeente Peel en MaasBurgemeester en wethouders van Peel en Maas;
Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 eerste lid, Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op het bepaalde in de artikelen 31, tweede lid, onderdeel s, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en de artikelen 15a, eerste lid, en 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
Overwegende dat het wenselijk is nieuwe beleidsregels vast te stellen op basis van de 'Participatiewet in Balans' (fase 1). Deze regels gaan over de afhandeling van aanvragen, de berekening van het vermogen en het vrijlaten van giften.
BESLUITEN:
Vast te stellen de volgende beleidsregel:
Aanvraag bijstand en beoordeling van middelen gemeente Peel en Maas
Artikel 1 Begripsomschrijving
In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
Belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is;
- b.
Bijstandsnorm : de norm zoals bedoeld in de artikelen 20 tot en met 30 van de Wet;
- c.
College : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas;
- d.
De Wet : Participatiewet;
- e.
Inrichting : een inrichting zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Wet;
- f.
IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
- g.
Jongere : de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Wet;
- h.
Gift : elke verkrijging uit vrijgevigheid van personen of organisaties – of die nu via een bankoverboeking, contant geld of in natura wordt gegeven – die leidt tot een besparing op kosten en waarvoor geen enkele tegenprestatie wordt geleverd;
- i.
Middelen : de vermogens- en inkomensbestanddelen zoals bedoeld in artikel 31 van de Wet;
- j.
Zoektermijn : de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de Wet.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Deze beleidsregels gelden voor de vaststelling van het recht op algemene bijstand.
Artikel 3 Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
-
1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken, wanneer:
- a.
dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag;
- b.
de nieuwe aanvraag is ingediend binnen twee maanden na het eindigen van de algemene bijstand.
- a.
-
2. Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens:
- a.
het hoofdverblijf;
- b.
de gezinssituatie; en
- c.
het inkomen en het vermogen.
- a.
-
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de IOAW.
Artikel 4 Verschijningsplicht
-
1. De aanvrager van een bijstandsuitkering moet persoonlijk verschijnen op een plaats en tijd die het college bepaalt. Dit is nodig om te kunnen beoordelen of de aanvrager recht heeft op bijstand.
-
2. Het persoonlijk verschijnen is bedoeld voor:
- a.
controle van de identiteit; én
- b.
het bekijken of de gegevens juist en compleet zijn; én
- c.
het krijgen van een goed beeld van de leefsituatie van de aanvrager.
- a.
-
3. Als de aanvrager zonder geldige reden niet verschijnt, kan het college:
- a.
de aanvraag niet verder behandelen, óf
- b.
geen recht op bijstand vaststellen, omdat belangrijke informatie ontbreekt.
- a.
-
4. Kan de aanvrager niet komen door een geldige reden, dan moet hij dit voorafgaand aan de afspraak melden. Het college maakt dan een nieuwe afspraak.
-
5. Als de persoonlijke situatie van de aanvrager het moeilijk maakt om naar de gemeente te komen, kan het college maatwerk bieden. Dit kan bijvoorbeeld een huisbezoek, een videogesprek of een andere passende manier van verschijnen zijn.
Artikel 5 Niet toepassen 4 weken-zoektermijn voor jongeren
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand in behandeling te nemen zonder toepassing van de 4 weken-zoektermijn, als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer de jongere verblijft in een inrichting. Daarnaast kan het college altijd maatwerk bieden op grond van individuele persoonlijke omstandigheden.
Artikel 6 Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
-
1. Het college is in ieder geval van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe noodzaken bijstand toe te kennen vanaf een dag gelegen voor de dag waarop een belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de Wet.
-
2. Het college kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal drie maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld.
-
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering, bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de IOAW.
Artikel 7 Vaststelling vermogen bij co-ouderschap
-
1. De vermogensgrens van een co-ouder is het gemiddelde van de vermogensgrens voor een alleenstaande ouder en de vermogensgrens voor een alleenstaande.
-
2. Eventueel inkomen en vermogen van het ten laste komende kind worden voor x/7 toegerekend aan de betreffende co-ouder. Hierbij staat x voor het gemiddelde aantal dagen per week dat de co-ouder het kind verzorgt.
Artikel 8 Vaststelling vermogen bij verhuizing uit andere gemeente
-
1. Bij verhuizing van een belanghebbende uit een andere gemeente wordt het vermogen opnieuw vastgesteld.
-
2. Vermogen dat aantoonbaar tijdens een direct voorafgaande bijstandsperiode, zonder onderbreking die langer heeft geduurd dan 30 dagen, is gespaard blijft buiten beschouwing.
Artikel 9 Vrijlating van giften
-
1. Een incidentele financiële gift voor een specifieke bestemming wordt vrijgelaten als deze dient voor kosten waarvoor de belanghebbende, zonder de gift, op een vergoeding via de bijzondere bijstand om niet of en Wmo-voorziening zou zijn aangewezen.
-
2. Van het ontvangen van een gift als bedoeld in het eerste lid moet de belanghebbende onverwijld melding maken door middel van een wijzigingsformulier.
-
3. Andere giften dan genoemd in het eerste lid en/of bijdragen in natura die leiden tot een besparing worden vrijgelaten tot het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 31 tweede lid onder m van de Wet.
-
4. Zolang de gift en/of de bijdrage als bedoeld in het derde lid niet overschrijdt hoeft hier door de belanghebbende geen melding van te worden gemaakt.
-
5. Zodra de gift(en) en/of de bijdrage(n) als bedoeld in het derde lid meer bedragen/bedraagt, dan moet de belanghebbende onverwijld melding maken door middel van een wijzigingsformulier en wordt het meerdere aangemerkt als middel, als bedoeld in artikel 31 van de Wet.
-
6. Verstrekkingen in de vorm van een voedselpakket van de Voedselbank Peel en Maas en ondersteuning voor onderwijs, sport en cultuur door Stichting Leergeld Peel en Maas, Jeugdfonds Sport en Cultuur en het Volwassenenfonds worden in ieder geval vrijgelaten.
Artikel 10 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Aanvraag bijstand en beoordeling van middelen gemeente Peel en Maas’.
-
2. De beleidsregel treedt in werking op in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
-
3. Besluiten die zijn genomen voor de datum waarop deze beleidsregel in werking is getreden, blijven in stand totdat daarover opnieuw wordt beslist.
Ondertekening
Panningen, 17 maart 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas,
de gemeentesecretaris/directeur,
K.H. Werps-Aerts
de burgemeester,
B.C.M. Vostermans
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl