Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759336
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759336/1
Participatieverordening Goeree-Overflakkee 2026
Geldend van 25-03-2026 t/m heden
Intitulé
Participatieverordening Goeree-Overflakkee 2026De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 februari 2026;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
overwegende dat hij:
- •
participatie belangrijk vindt, participatie mogelijk wil maken en daarvoor kaders mee wil geven;
- •
daarbij uitgaat van de democratische kernwaarden inclusiviteit, dialoog, transparantie, tegenkracht en zeggenschap;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Participatieverordening Goeree-Overflakkee 2026.
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
- •
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- •
bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- •
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree- Overflakkee;
- •
inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- •
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- •
inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- •
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen, ondernemingen zonder winstoogmerk, ondernemingen die geen winst uitkeren en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- •
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
- •
overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;
- •
participatie: het bieden van de mogelijkheid aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om invloed uit te oefenen op beleid en de uitvoering daarvan, belangen worden in kaart gebracht en tegen elkaar afgewogen;
- •
uitdaagrecht: het recht van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 Kaders en uitgangspunten
Artikel 2 Doelstelling
Het doel van deze verordening is:
- a.
duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;
- b.
de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;
- c.
de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; en
- d.
de samenleving binnen de gemeente te versterken.
Artikel 3 Reikwijdte
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast.
-
2. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
-
3. Er vindt geen participatie plaats als:
- a.
het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;
- b.
participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;
- c.
de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- d.
de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;
- e.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- f.
het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat;
- g.
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.
- a.
Artikel 4 Zorgplicht bestuursorgaan
Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:
- a.
inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en als alle opties nog open staan;
- b.
inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;
- c.
de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;
- d.
tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;
- e.
het proces van participatie zorgvuldig verloopt;
- f.
duidelijk is waar inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie;
- g.
na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.
Artikel 5 Participatieparagraaf en participatiejaarverslag
-
1. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.
-
2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van het beleid en de uitvoering van deze verordening.
-
3. In de paragraaf in het jaarverslag gaat het college in op:
- a.
de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd;
- b.
de rolinvulling door de gemeenteraad en het college;
- c.
de belangrijkste ervaringen en de aanbevelingen die hieruit voortvloeien.
- a.
Hoofdstuk 3 Inwonersparticipatie
Artikel 6 Plan voor participatie
-
1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van de door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsnota Maatschappelijke Participatie 2.0, een plan met het proces en de planning van de participatie op en maakt dit openbaar.
-
2. Het plan bevat in elk geval:
- a.
een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;
- b.
het oogmerk van het proces waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:
- 1°.
kwaliteit of effectiviteit van het beleid verbeteren;
- 2°.
draagvlak voor het beleid vergroten;
- 3°.
zorgen voor betere besluiten, vaardigheden of financiële voordelen;
- 4°.
democratische rechten en actief burgerschap bevorderen;
- 5°.
zeggenschap en medeverantwoordelijkheid creëren;
- 6°.
democratisch ideaal, legitimiteit of overbrugging van de politieke kloof nastreven; of
- 7°.
een combinatie van deze oogmerken.
- 1°.
- c.
het niveau van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:
- -
meepraten: betrokkenen kunnen hun mening geven en aandachtspunten delen;
- -
meedenken: betrokkenen denken actief mee over mogelijke oplossingen of keuzes;
- -
meedoen: betrokkenen helpen bij de uitvoering of voorbereiding van het plan; of
- -
meebeslissen: betrokkenen beslissen samen met de initiatiefnemer over (delen van) het plan.
- -
- d.
informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.
- a.
-
3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Artikel 7 Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de participatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 8 Ondersteuning participatie
-
1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend.
-
2. Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.
Artikel 9 Eindverslag inwonersparticipatie
-
1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit binnen een maand na vaststelling openbaar.
-
2. Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een beschrijving van het proces dat is gevolgd;
- b.
de uitkomsten van het proces;
- c.
een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en
- d.
een evaluatie van het proces dat is gevolgd.
- a.
-
3. Als het college op grond van artikel 6, derde lid het plan heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Hoofdstuk 4 Overheidsparticipatie
Artikel 10 Verzoek om overheidsparticipatie
-
1. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen.
-
2. Het verzoek bevat:
- a.
een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;
- b.
de reden dat de indiener het verzoek indient; en
- c.
het resultaat dat de indiener beoogt.
- a.
-
3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:
- a.
wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;
- b.
welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn; en
- c.
bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen.
- a.
-
4. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 11 Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie
-
1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.
-
2. Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.
Artikel 12 Beoordeling verzoek overheidsparticipatie
-
1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
-
3. Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
- a.
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;
- b.
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
- c.
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 12, derde lid gestelde eisen;
- d.
het initiatief voornamelijk een commercieel doel of belang dient;
- e.
het initiatief geen collectief belang dient; of
- f.
er voor het initiatief geen maatschappelijk draagvlak is.
- a.
-
4. Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als:
- a.
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
- b.
de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;
- c.
het initiatief niet bijdraagt aan een maatschappelijke opdracht;
- d.
de initiatiefnemer(s) niet zelf verantwoordelijk blijven voor het initiatief;
- e.
het initiatief niet aansluit bij de visie of het beleid of bij een project van de gemeente;
- f.
het initiatief een duidelijk plan mist;
- g.
het initiatief op termijn niet zelfstandig kan worden voortgezet; of
- h.
er geen (start)budget is voor het initiatief.
- a.
-
5. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.
-
6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen vier weken na vaststelling openbaar.
Artikel 13 Uitvoering overheidsparticipatie
Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;
- b.
het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en
- e.
de evaluatie van de overheidsparticipatie.
Hoofdstuk 5 Omgevingsvergunningen
Artikel 14 Participatieplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Als gevallen van activiteiten als bedoeld in artikel 16.55, zevende lid, van de Omgevingswet worden aangewezen aanvragen om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die zien op:
- a.
het realiseren van een nieuw hoofdgebouw of nieuwe hoofdgebouwen;
- b.
het gebruiken van een of meer locaties op zodanige wijze dat de hoofdfunctie daarvan verandert, waarbij als hoofdfunctie wordt aangemerkt het gebruik conform de primaire functie die in het omgevingsplan aan de locatie is toebedeeld;
- c.
het uitbreiden of toevoegen van bebouwing waardoor het aantal bouwwerken, het oppervlak of het volume van de bebouwing met meer dan 100% toeneemt; of
- d.
het wijzigen van het bestaande gebruik op zodanige wijze, dat een in het omgevingsplan gegeven maximumaantal, -maat, -grootheid of -hoeveelheid met meer dan 50% wordt overschreden.
Artikel 15 Toetsingscriteria participatie omgevingsvergunning
-
1. Om te voldoen aan de verplichting tot het overleggen van participatiegegevens, overlegt de initiatiefnemer een volledig uitgewerkt participatieverslag opgesteld vanuit het participatietraject. Dit participatieverslag bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a.
welk niveau van participatie is gekozen en waarom;
- b.
welke vorm(en) van participatie is/zijn gekozen en waarom;
- c.
waar en wanneer deze participatie heeft plaatsgevonden;
- d.
welke (groepen) belanghebbenden door de initiatiefnemer zijn uitgenodigd of anderszins in de gelegenheid zijn gesteld hun inbreng te geven;
- e.
hoeveel en welke belanghebbenden gebruik hebben gemaakt van de uitnodiging of aanwezig waren;
- f.
hoeveel en welke belanghebbenden zich hebben afgemeld;
- g.
een samenvatting van wat de initiatiefnemer heeft ingebracht aan informatie en wat er door de genodigden is ingebracht;
- h.
een onderbouwing van wat wel en niet met de inbreng is gedaan;
- i.
op welke wijze de initiatiefnemer aan de belanghebbenden heeft teruggekoppeld welke afwegingen zijn gemaakt over de inbreng die gegeven is en welke aanpassingen zijn gedaan zijn in het plan.
- a.
-
2. Bij voorkeur past de initiatiefnemer participatie toe ook als het niet wettelijk verplicht is. Het bestuursorgaan toetst in dat geval aan de criteria van het eerste lid.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 16 Nadere regels college
Het college kan over participatie nadere regels stellen.
Artikel 17 Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Artikel 18 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
- 1.
De Inspraakverordening Goeree-Overflakkee wordt ingetrokken.
- 2.
Het Besluit participatieplicht omgevingsvergunningen Goeree-Overflakkee wordt ingetrokken.
- 3.
De Inspraakverordening Goeree-Overflakkee en het Besluit participatieplicht omgevingsvergunningen Goeree-Overflakkee blijven van toepassing op beleid, projecten en aanvragen voor omgevingsvergunningen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening respectievelijk reeds golden, gestart waren of ingediend waren.
Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Goeree-Overflakkee 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad
van de gemeente Goeree-Overflakkee op 3 februari 2026
mr. A. Grootenboer-Dubbelman, voorzitter
drs. G. Brand, griffier
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl