Regeling vervalt per 31-10-2026

Nadere regel subsidie Joods historisch erfgoed en cultuur gemeente Utrecht

Geldend van 25-03-2026 t/m 30-10-2026

Intitulé

Nadere regel subsidie Joods historisch erfgoed en cultuur gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • Gelet op artikel 156 Gemeentewet;

  • Gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Overwegende dat:

  • De raad op 21 januari 2021 (kenmerk 7992207) besloot diepe spijt te betuigen aan de Joodse gemeenschap in Utrecht voor de uiterst zakelijke houding die de gemeente destijds heeft ingenomen ten opzichte van terugkerende Joodse inwoners;

  • De raad besloot om een bedrag van €300.000 beschikbaar te stellen aan de Joodse gemeenschap als gebaar voor het leed dat hen in de naoorlogse periode door de gemeente Utrecht is aangedaan;

  • Met de joodse gemeenschap overlegd is over de besteding van dit bedrag.

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie Joods historisch erfgoed en cultuur gemeente Utrecht.

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • a.

    Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht.

  • d.

    Samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van uitvoering van activiteiten;

  • e.

    Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die als gemachtigde van het samenwerkingsverband optreedt;

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel heeft als doel te komen tot een evenwichtige verdeling van de door de raad beschikbaar gestelde middelen naar doelen en partijen binnen de Joodse gemeenschap.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;

  • b.

    Een natuurlijk persoon;

  • c.

    Een natuurlijk persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven;

  • d.

    Een samenwerkingsverband.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidieplafonds vast door middel van de subsidiestaat.

  • 2. Het beschikbare bedrag wordt verstrekt aan de activiteiten genoemd in artikel 5 met de volgende subsidieplafonds:

    • a.

      Behoud Joods erfgoed en Joodse cultuur: €218.750;

    • b.

      Joods onderwijs en verbinding tussen Joodse groepen in Utrecht (waaronder studenten, vrouwen en ouderen): €60.875;

    • c.

      Maatschappelijk urgente thema’s: €94.500;

  • 3. Als het subsidieplafond voor een bepaalde subsidiabele activiteit niet wordt bereikt, worden de resterende middelen verleend aan de hoogst scorende aanvra(a)gen van de andere subsidiabele activiteiten binnen de andere subsidieplafonds die geen subsidie verleend hebben gekregen.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    Activiteiten gericht op het behoud van historisch Joods erfgoed en de Joodse cultuur, zowel materieel erfgoed in eigendom (gebouwen, begraafplaatsen) als immaterieel erfgoed (rituelen en gebruiken) in Utrecht;

  • b.

    Activiteiten gericht op Joods Onderwijs in Utrecht (lessen en informatie over Joodse feestdagen, Joodse liturgie) en activiteiten gericht op de verbinding tussen en binnen Joodse groepen in Utrecht, zoals het Joods studentenleven, Joodse vrouwenkring en Joodse ouderen;

  • c.

    Activiteiten ten aanzien van maatschappelijk urgente thema’s gericht op publiekseducatie, antisemitisme en interreligieuze dialoog in Utrecht.

Bij de uitvoering van activiteiten dienen gezondheidskansen, zoals gezonde leefgewoonten, zoveel mogelijk te worden benut, in het bijzonder voor jeugd, ouderen en/of kwetsbare inwoners.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met DigiD en/of e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidiejoodserfgoedencultuur

  • 2. Een rechtspersoon of een natuurlijk persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven dient de aanvraag in met e-Herkenning. Een natuurlijk persoon dient de aanvraag in met DigID.

  • 3. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      Een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen van die activiteiten.

    • b.

      Een financiële onderbouwing van de aanvraag aansluitend op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit welke personele en materiele middelen nodig zijn voor de activiteiten. Ook is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij – indien van toepassing – een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten;

    • c.

      Als de subsidie door een penvoerder wordt aangevraagd namens een samenwerkingsverband: een machtiging aan de penvoerder door alle aanvragers;

  • 4. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:

    • a.

      Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;

    • b.

      Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • c.

      De statuten of akte van oprichting, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

De subsidieaanvraag moet uiterlijk twee maanden na openstelling zijn ingediend.

Artikel 8 Maximale subsidie

Per aanvrager wordt maximaal €172.500,- subsidie verleend, waarbij maximaal de volgende bedragen per subsidieplafond per subdoel gelden:

  • a.

    Behoud Joods erfgoed en Joodse cultuur: max €52.500 per aanvraag;

  • b.

    Joods onderwijs en verbinding tussen Joodse groepen in Utrecht (waaronder studenten en vrouwen): €12.500 max per aanvrager;

  • c.

    Maatschappelijk urgente thema’s: €27.500 max per aanvrager.

Artikel 9 Verdeling subsidie

  • 1. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders de subsidieplafonds over de aanvragen die volledig en tijdig zijn ontvangen op volgorde van het hoogste aantal punten.

  • 2. Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen worden per subsidieplafond zoals genoemd in artikel 4 punten toegekend aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      De mate waarin de aanvraag zorgt voor continuïteit voor een duurzaam bloeiend Joods leven en erfgoed nu en in de toekomst in de gemeente Utrecht (40 punten);

    • b.

      De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan het versterken van interne verbindingen binnen de Joodse gemeenschap in Utrecht en de verbinding tussen de Joodse gemeenschap en de overige Utrechtse bevolking (40 punten);

    • c.

      De mate waarin er aantoonbaar draagvlak is voor het organiseren van dit project bij Joodse organisaties in Utrecht (15 punten);

    • d.

      De mate waarin er een actieve betrokkenheid is bij de joodse gemeenschap in Utrecht (5 punten).

  • 3. De beoordeling van aanvragen vindt plaats door middel van een ambtelijke beoordelingscommissie.

  • 4. Voor het toekennen van een score aan de criteria in lid 2 en de bijbehorende punten wordt de volgende puntenschaal gehanteerd:

Score 

Omschrijving 

Percentage van maximale score

Uitstekend

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen.  

De beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd.  

De beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.  

100% 

Goed 

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is bijna volledig bevonden.  

De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten concreet en specifiek beschreven. De beschrijving/aanpak is over het algemeen duidelijk en zij sluit op de meeste aspecten aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.  

De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten realistisch en voor de gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. 

75% 

Voldoende

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden.  

De beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.  

De beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden. 

50% 

Onvoldoende 

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden.  

De beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.  

De beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.  

25% 

Slecht  

Geeft geen invulling aan het gunningcriterium of de beschrijving/aanpak ontbreekt.   

0% 

Artikel 10 Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken na de deadlinedatum over de aanvraag.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze nadere regel geldt van de dag na bekendmaking tot en met 31 oktober 2026 en blijft van toepassing op subsidiebesluiten die onder de werking van deze nadere regel zijn genomen.

Artikel 12 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie Joods historisch erfgoed en cultuur gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 17 maart 2026.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Toelichting

Staatssteuntoets:

De subsidie bevat geen staatssteun.

Van staatssteun is sprake wanneer voldaan is aan alle criteria uit artikel 107 van het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Wanneer er sprake is van staatssteun, moet deze in beginsel ter goedkeuring gemeld worden bij de Europese Commissie.

De criteria uit artikel 107 van het VWEU zijn:

  • a.

    Is er sprake van een onderneming die een economische activiteit uitvoert?

  • b.

    Is de steun met staatsmiddelen bekostigd?

  • c.

    Verschaft de steun een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg verkregen zou zijn?

  • d.

    Is de maatregel selectief: geldt deze voor één onderneming of een specifiek sector of regio?

  • e.

    Kan de steun de mededinging vervalsen of leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU?

In geval van toepassing van de De-minimisverordening:

Voor de subsidies op grond van deze nadere regel kan niet worden uitgesloten dat aan al deze vijf criteria wordt voldaan. Toch is er bij deze subsidie geen sprake van ongeoorloofde staatssteun, omdat subsidie op grond van deze regeling alleen wordt verleend indien aan de voorwaarden van Verordening (EU) van de Europese Commissie met nr. 2023/2831 van 13 december 2023 over de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (de de-minimisverordening) wordt voldaan. De subsidie kan dan het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen of dreigen te vervalsen omdat het om een beperkt bedrag gaat (maximaal € 300.000 in een periode van drie jaar).

Bij subsidies op grond van deze regeling wordt aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldaan, omdat er geen subsidies worden verstrekt boven de €300.000 en de aanvrager voor verlening een de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening, moet indienen.

In geval de subsidie zuiver lokaal is:

De subsidie uit de onderhavige regeling voldoet niet aan het hierboven genoemde laatste criterium onder e. De Europese Commissie en het Hof van Justitie van de Europese Unie geven een zeer ruime uitleg aan het begrip ongunstige invloed op de handel in de EU. Ook als het gaat om kleine bedragen of kleine ondernemingen kan er nog steeds sprake zijn van vervalsing van de mededinging en een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer. Dat is slechts anders als de steun alleen een zuiver lokaal effect heeft. In dat geval is er niet aan dit vijfde criterium voldaan.

De Europese Commissie neemt daarvoor drie aspecten in acht:

  • De begunstigde levert goederen of diensten aan een beperkt gebied in een lidstaat;

  • Er is weinig kans dat de begunstigde klanten uit andere lidstaten zal aantrekken;

  • Niet valt te voorzien dat de maatregel meer dan een marginaal effect zal hebben op de voorwaarden voor grensoverschrijdende investeringen of grensoverschrijdende vestiging.

Argumentatie waarom aan deze voorwaarden is voldaan:

Naar verwachting is er geen sprake is van staatssteun omdat de subsidie niet ziet op economische activiteiten. Mocht dit tijdens de aanvraag toch het geval blijken te zijn, bijvoorbeeld omdat de subsidie aan een museum wordt verleend, dan kan er wel sprake zijn van staatssteun. Deze kan dan staatssteunproof worden verleend als de-minimissteun. Wanneer de subsidie als de-minimissteun wordt verleend is er wel een zogenaamde de-minimisverklaring nodig van de aanvrager, om te controleren of aan de voorwaarden voor het verlenen van de-minimissteun wordt voldaan.