Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759300
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759300/1
Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Zevenaar 2026
Geldend van 25-03-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Zevenaar 2026Hoofdstuk 1 algemene bepalingen
Artikel 1 begripsbepalingen
-
1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
BBZ: Bijstandsbesluit zelfstandigen
- b.
College: het college van burgemeester en wethouders
- c.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
- d.
IOAZ: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
- e.
Jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Wet
- f.
Probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden
- g.
Schuldregeling: een schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen
- h.
Wet: de Participatiewet
- i.
WMO 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
- a.
-
2. De inhoud van de overige in deze beleidsregel gebruikte begrippen is gelijkluidend aan die in de wet tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken.
-
3. Als de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze beleidsregel niet eenduidig blijkt te zijn bepalen burgemeester en wethouders de nadere invulling c.q. interpretatie van dit begrip.
Hoofdstuk 2 Beleidskeuzes
Artikel 2 Giften
-
1. Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel m en n, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
- a.
Giften die worden gebruikt voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verleend had kunnen worden;
- b.
Giften die ingezet worden voor medisch noodzakelijke kosten;
- c.
Giften die gebruikt worden om probleemschulden af te lossen die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de bijstandsverlening;
- d.
Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank, kerken en soortgelijke charitatieve instellingen worden niet als middel beschouwd;
- e.
Vrij besteedbare giften en of giften in natura en of kostenbesparende bijdrages met een waarde tot maximaal €1200,- per kalenderjaar
- a.
-
2. Lid 1 is overeenkomstig van toepassing op de belanghebbende die een uitkering ontvangt in het kader van de BBZ, mits de gift uitsluitend en overduidelijk voor privégebruik is.
Artikel 3 Zoektermijn jongeren
-
1. Het college ziet af van het opleggen van de 4-weken zoektermijn voor jongeren conform artikel 41 lid 11 van de wet indien:
- a.
De jongere verblijft in een inrichting of recht heeft op opvang (WMO 2015);
- b.
De jongere verbleef het afgelopen jaar in een inrichting, opvang (WMO 2015), pleeggezin of gezinshuis (Jeugdwet)
- c.
De jongere viel onder een kinderbeschermingsmaatregel in de afgelopen 12 maanden
- d.
De jongere een zorgbehoefte heeft die het vinden van werk in de zoektermijn in de weg staat.
- e.
De jongere is niet ingeschreven als ingezetene in de BRP of met een briefadres;
- f.
De jongere ontving het afgelopen jaar bijstand
- g.
De jongere heeft probleemschulden of hier kans op als de vierweken zoektermijn wordt toegepast
- h.
De jongere is gestopt met zijn studie in verband met problematische omstandigheden
- a.
-
2. Ondanks de omstandigheden genoemd in lid 1, kan het college besluiten om de vierweken zoektermijn toch te handhaven of de aanvraag niet eerder te behandelen, indien:
- a.
de jongere beschikt over een startkwalificatie;
- b.
de jongere zich naar het oordeel van het college onvoldoende heeft ingespannen om werk of scholing te vinden gedurende de periode voorafgaand aan de aanvraag;
- c.
de jongere beschikt over vermogen van € 2.500,- of meer.
- a.
Artikel 4 verkorte aanvraag
-
1. Het college past de vereenvoudigde aanvraagprocedure toe op een nieuwe aanvraag om algemene bijstand indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
- a.
De nieuwe aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na het eindigen van de eerdere bijstandsverlening; en
- b.
De eerdere bijstandsverlening is beëindigd op grond van een van de volgende redenen:
- •
Werkaanvaarding
- •
Een uitsluitingsgrond zoals genoemd in artikel 13 van de wet
- •
Verblijf buiten de gemeente
- •
- a.
-
2. Voordat de vereenvoudigde aanvraagprocedure wordt gestart, verifieert het college de actualiteit en juistheid van de reeds bekende gegevens. De verificatie richt zich in ieder geval op mogelijke wijzigingen in:
- a.
het hoofdverblijf;
- b.
de gezinssituatie (samenstelling huishouden);
- c.
het inkomen en vermogen
- a.
Artikel 5 Bijstand met terugwerkende kracht
-
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet, kan het college bijstand toekennen over een periode van maximaal 3 maanden vóór de datum waarop de melding heeft plaatsgevonden, indien de belanghebbende aantoont dat hij zich niet eerder bij de gemeente heeft kunnen melden.
-
2. Van de in lid 1 genoemde omstandigheid is in ieder geval sprake indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat:
- a.
Belanghebbende niet in staat was om bijstand aan te vragen of niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot bijstand;
- b.
een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen, waarna direct een aanvraag op grond van de Participatiewet is ingediend;
- c.
een eerdere bijstandsaanvraag buiten behandeling is gesteld of afgewezen omdat niet tijdig alle gegevens konden worden aangeleverd;
- d.
Belanghebbende onvoldoende inzicht had in inkomsten en/of vermogen door oorzaken zoals flexibel werk, een echtscheiding, detentie, een erfenis;
- e.
Belanghebbende met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning heeft verkregen.
- a.
-
3. Het college kent tevens bijstand met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht toe indien het niet toekennen van bijstand over de periode vóór de melding zou leiden tot ernstige sociale of financiële gevolgen, zoals:
- a.
de aanwezigheid van aantoonbare probleemschulden en/of betalingsachterstanden;
- b.
na de melding executoriaal beslag is gelegd op de middelen van belanghebbende of belanghebbende failliet is verklaard
- c.
na de melding de huur van de woonruimte is opgezegd, de zorgverzekering is geroyeerd, of de levering van gas, licht of water is afgesloten.
- a.
-
4. Indien het college over gaat tot bijstandsverstrekking met terugwerkende kracht, dan kent het college de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal drie maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld.
-
5. Dit artikel is overeenkomstig van toepassing op aanvragen die worden gedaan in het kader van de IOAW, IOAZ en BBZ.
Artikel 6 Jongerennorm
-
1. De algemene bijstandsnorm voor personen van 18 t/m 20 jaar (artikel 20 Participatiewet) en de wettelijke onderhoudsplicht van de ouders wordt toereikend geacht om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
-
2. Indien belanghebbende zelfstandig woont kan de norm worden afgestemd op basis van artikel 18 lid 1 van de wet in combinatie met artikel 20 lid 4 van de wet. Afstemming vindt plaats wanneer de ophoging uit artikel 20 lid 3 van de wet aantoonbaar onvoldoende is. Het college gaat hierbij uit van de geldende Nibud normen.
-
3. Lid 1 en 2 van dit artikel zijn overeenkomstig van toepassing op de belanghebbende die een uitkering ontvangt in het kader van de BBZ.
Artikel 7 Tijdelijk verblijf
-
1. De gehuwdennorm als beschreven in artikel 3, tweede lid, onderdeel a van de wet en de kostendelersnorm als beschreven in artikel 22a van de wet kan buiten beschouwing worden gelaten indien de belanghebbende die voor het leveren / ontvangen van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruikmaakt van een hoofdverblijf elders. Van een intensieve zorgbehoefte is sprake indien:
- a.
de belanghebbende die voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruikmaakt van een hoofdverblijf elders.
- b.
duurzaam is aangewezen op dagelijkse hulp bij alle of de meeste algemene dagelijkse levensverrichtingen; of
- c.
duurzaam is aangewezen op constant toezicht om mogelijk gevaar voor zichzelf of anderen te voorkomen.
- a.
-
2. De gehuwdennorm en de kostendelersnorm kan voor een periode van 3 maanden buiten beschouwing worden gelaten indien belanghebbende tijdelijk onderdak verleent aan een persoon die in een crisissituatie verkeerd, dakloos is of dakloos dreigt te geraken.
-
3. De periode van drie maanden zoals in lid 2 beschreven kan telkens met 3 maanden worden verlengd indien de persoon aan wie tijdelijk onderdak wordt verleend:
- a.
Op een wachtlijst staat voor zorg in een instelling of opvang en daar naar verwachting binnen drie maanden terecht kan;
- b.
Uit concrete feiten en omstandigheden blijkt dat het tijdelijk verblijf binnen drie maanden zal eindigen, door bijvoorbeeld het betrekken van eigen woonruimte
- a.
-
4. De uitzondering om de gehuwdennorm en kostendelersnorm niet toe te passen geldt alleen indien de in lid 1 genoemde situaties de oorzaak zijn voor het (tijdelijk) verblijf.
-
5. Dit artikel is overeenkomstig van toepassing op de belanghebbende die een uitkering ontvangt in het kader van de IOAW, IOAZ of BBZ.
Hoofdstuk 3 slotbepalingen
Artikel 8 afwijkingsbevoegdheid
Het college kan ten gunste van de belanghebbende op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht afwijken van de bepalingen van deze beleidsregel, als de toepassing hiervan tot bijzonder onredelijke gevolgen leidt.
Artikel 9 inwerkingtreding en overgangsrecht
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking
-
2. Besluiten die zijn genomen voor de datum waarop deze beleidsregel in werking is getreden, blijven in stand totdat daarover opnieuw wordt beslist.
Artikel 10 citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Participatiewet in balans gemeente Zevenaar 2026.
Ondertekening
Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders op 3 maart 2026.
de secretaris,
D. Janssen
de burgemeester,
L.J.E.M. van Riswijk
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl