Beleidsregel ligplaatsen provinciale vaarwegen Noord-Holland 2026

Geldend van 25-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel ligplaatsen provinciale vaarwegen Noord-Holland 2026

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7 van de Scheepvaartverkeerswet;

gelet op onze besluiten van 1 juli 1993 besluitnr. 93900647 (Provinciaal Blad 1993,48) en 24 oktober 1995 besluitnummer 95-901256 (Provinciaal Blad 1995,66) waarin een algemeen ligplaatsenverbod voor provinciale vaarwegen is ingesteld;

Overwegende

dat wij op 11 december 2018 de Beleidsnota ligplaatsenbeleid 1 hebben vastgesteld;

dat in de Beleidsnota ligplaatsenbeleid een afwegingskader is opgenomen voor de beoordeling van aanvragen om ontheffing van het algemeen ligplaatsenverbod;

dat het wenselijk is om dit afwegingskader in de vorm van een beleidsregel vast te stellen en bekend te maken;

Besluiten vast te stellen:

Beleidsregel ligplaatsen provinciale vaarwegen Noord-Holland 2026

Artikel 1 Begrippen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    algemeen ligplaatsenverbod: het verbod zoals door Gedeputeerde Staten is ingesteld om met een schip, drijvend voorwerp of een drijvende inrichting, zoals bedoeld in artikel 1.01 van het Binnenvaartpolitiereglement, ligplaats in te nemen (ankeren en meren) op vaarwegen in beheer bij de provincie Noord-Holland;

  • b.

    openbare ligplaatsen: ligplaatsen die voor algemeen gebruik zijn bestemd;

  • c.

    niet-openbare ligplaatsen: ligplaatsen waarvoor een ontheffing is verleend;

  • d.

    ontheffing: een besluit als bedoeld in artikel 7 van de Scheepvaartverkeerswet voor niet-openbare ligplaatsen, dat toestaat af te wijken van het algemeen ligplaatsenverbod;

  • e.

    ligplaatsvak: een locatie in openbaar water die geschikt wordt geacht voor het innemen van een ligplaats, gelet op de nautische veiligheid, het vaarwegbeheer en andere relevante belangen;

  • f.

    praktische vaarstrook (PVS): de breedte van de vaarweg die door Gedeputeerde Staten wordt bepaald aan de hand van de theoretische vaarstrook en die ruimte die praktisch nodig is voor een veilige en vlotte doorvaart, inclusief verbredingen bij bochten, zwaaikommen en kruisingen;

  • g.

    theoretische vaarstrook (TVS): de theoretisch benodigde doorvaartruimte voor schepen, gebaseerd op maximale scheepsafmetingen en vaarwegprofielen, zoals opgenomen in het besluit tot vaststelling van de scheepsafmetingen en de vaarwegprofielen;

  • h.

    veiligheidszone: een gebied rondom kunstwerken zoals bruggen, sluizen, loswallen, waterstaatkundige constructies en kruispunten waar extra ruimte nodig is voor de veiligheid van het scheepvaartverkeer, dat minimaal 25 meter bedraagt voor vaarwegen onder CEMT-klasse III en minimaal 50 meter voor hogere klassen;

  • i.

    veiligheidsstrook: een bufferzone tussen varende schepen en stilliggende objecten, bedoeld om de nautische veiligheid te bevorderen;

  • j.

    remming- en geleidewerken: werken die ten doel hebben, door mechanische en visuele geleiding, schade aan brug en schip te voorkomen of tenminste te beperken.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen om ontheffing van het algemeen ligplaatsenverbod op provinciale vaarwegen binnen de provincie Noord-Holland.

Artikel 3 Beoordelingskader ontheffing

  • 1. Ontheffing wordt geweigerd indien sprake is van één of meerdere van de volgende situaties:

    • a.

      het verlenen van de ontheffing leidt tot gevaar voor het scheepvaartverkeer;

    • b.

      de aangevraagde ligplaats is niet gelegen binnen een ligplaatsvak, waarbij geldt dat als de aangevraagde ligplaats gedeeltelijk is gelegen binnen een ligplaatsvak een integrale belangenafweging plaatsvindt;

    • c.

      de aangevraagde ligplaats is geheel of gedeeltelijk gelegen binnen de praktische vaarstrook;

    • d.

      de aangevraagde ligplaats is geheel of gedeeltelijk gelegen binnen een veiligheidszone, tenzij de aangevraagde ligplaats is gelegen achter een remming- of geleidewerk, in welk geval een integrale belangenafweging plaatsvindt;

    • e.

      de aangevraagde ligplaats is geheel of gedeeltelijk gelegen binnen een veiligheidsstrook;

    • f.

      de aangevraagde ligplaats belemmert de doorvaart, manoeuvreerruimte en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer.

  • 2. Ontheffing kan worden geweigerd indien sprake is van één of meerdere van de volgende situaties:

    • a.

      de aangevraagde ligplaats doet afbreuk aan landschappelijke, cultuurhistorische of natuurwaarden, waarbij in ieder geval de impact op natuurvriendelijke oevers, Natura 2000-gebieden, weidevogelleefgebieden en stiltegebieden wordt afgewogen;

    • b.

      de aangevraagde ligplaats kan schade veroorzaken aan oevers, waterkeringen en waterkwaliteit;

    • c.

      de aangevraagde ligplaats past niet binnen de provinciale ambities of beleidsdoelen voor waterrecreatie.

  • 3. Aan een ontheffing kunnen Gedeputeerde Staten voorschriften verbinden.

Artikel 4 Persoonsgebonden overgangsrecht

  • 1. Het gebruik van een ligplaats dat feitelijk bestond op de peildatum 1 januari 2018 en sindsdien ongewijzigd is gebleven, mag door de eigenaar van het schip, drijvend voorwerp of de drijvende inrichting worden voortgezet, mits dit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten geen gevaar oplevert voor het scheepvaartverkeer.

  • 2. Het overgangsrecht vervalt bij wijziging, uitbreiding of overdracht van het gebruik aan een ander persoon.

Artikel 5

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ligplaatsen provinciale vaarwegen Noord-Holland 2026.

Ondertekening

Haarlem, 10 maart 2026

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

A.T.H. van Dijk, voorzitter

M.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris

Toelichting Beleidsregel ligplaatsen provinciale vaarwegen Noord-Holland 2026

Algemeen

Op de provinciale vaarwegen in Noord-Holland geldt sinds de jaren negentig een algemeen ligplaatsenverbod. Dit verbod is ingesteld ter bescherming van de nautische veiligheid, een vlotte en veilige doorvaart en een doelmatig vaarwegbeheer.

Sinds de vaststelling van de Beleidsnota Ligplaatsenbeleid in 2018 hanteren Gedeputeerde Staten een bestendige uitvoeringspraktijk bij de beoordeling van aanvragen om ontheffing. Deze beleidsregel legt deze bestaande praktijk vast en maakt deze transparant en kenbaar voor derden. De beleidsregel bevat geen inhoudelijk nieuwe beleidskeuzes, maar codificeren de wijze waarop Gedeputeerde Staten hun beoordelings- en afwegingsruimte invullen.

Het doel van deze beleidsregel is het bevorderen van rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en voorspelbaarheid van besluiten, met behoud van de noodzakelijke bestuurlijke beoordelingsruimte.

Met deze beleidsregel geven Gedeputeerde Staten inzicht in de wijze waarop aanvragen om ligplaatsen op provinciale vaarwegen worden beoordeeld. De beleidsregel draagt bij aan een transparante, consistente en zorgvuldige uitvoering van het ligplaatsenbeleid.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begrippen

Dit artikel bevat definities die noodzakelijk zijn voor een eenduidige uitleg en toepassing van de beleidsregels.

Het onderscheid tussen openbare en niet‑openbare ligplaatsen is van belang omdat openbare ligplaatsen, zoals wachtplaatsen, overnachtingsplaatsen en passantenplaatsen, onderdeel uitmaken van de vaarweginrichting en vrij toegankelijk zijn voor het scheepvaartverkeer, terwijl niet‑openbare ligplaatsen, zoals ligplaatsen voor woonboten, pleziervaartuigen en bedrijfsactiviteiten, uitsluitend zijn toegestaan na verlening van een ontheffing.

Een ligplaatsvak is geen formeel bij besluit aangewezen gebied, maar een door of namens Gedeputeerde Staten bestuurlijk beoordeelde locatie die geschikt wordt geacht voor het innemen van een ligplaats. Deze beoordeling vindt plaats op basis van nautische veiligheid, vaarwegbeheer en overige belangen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan landschappelijke, cultuurhistorische en natuurbelangen. Hierbij wordt ook het gemeentelijk omgevingsplan betrokken.

Ligplaatsvakken zijn vastgelegd in een interne digitale viewer die wordt gebruikt als hulpmiddel bij de besluitvorming.

Met de begrippen praktische vaarstrook, theoretische vaarstrook, veiligheidszone en veiligheidsstrook wordt inzichtelijk gemaakt welke ruimtelijke onderdelen van de vaarweg noodzakelijk zijn voor een veilige en vlotte doorvaart. Deze zones vormen harde of zwaarwegende aandachtspunten bij de beoordeling van aanvragen.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Dit artikel bepaalt dat de beleidsregels van toepassing zijn op aanvragen om ontheffing van het algemeen ligplaatsenverbod op provinciale vaarwegen. De beleidsregels zijn daarmee uitsluitend gericht op de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten tot het verlenen van een ontheffing ten behoeve van niet-openbare ligplaatsen.

Artikel 3 Beoordelingskader ontheffing

Dit artikel bevat het beoordelingskader dat Gedeputeerde Staten hanteren bij aanvragen om ontheffing.

Het eerste lid bevat dwingende weigeringsgronden die direct samenhangen met de kernverantwoordelijkheid van de provincie voor de nautische veiligheid en het vaarwegbeheer. Indien een aangevraagde ligplaats leidt tot gevaar voor het scheepvaartverkeer of gelegen is binnen zones die noodzakelijk zijn voor veilig en vlot varen, wordt de ontheffing geweigerd. Waar een ligplaats slechts gedeeltelijk binnen een ligplaatsvak of achter beschermende werken is gelegen, vindt een integrale belangenafweging plaats.

Het tweede lid bevat belangen die kunnen leiden tot een weigering, maar waarvoor ruimte bestaat voor maatwerk. Hierbij gaat het onder meer om landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden, de bescherming van oevers en waterkwaliteit en de samenhang met provinciale ambities op het gebied van waterrecreatie. Deze belangen worden in onderlinge samenhang afgewogen.

Door onderscheid te maken tussen dwingende en discretionaire weigeringsgronden wordt zowel rechtszekerheid geboden, als ruimte voor een zorgvuldige belangenafweging.

Artikel 4 Persoonsgebonden overgangsrecht

Dit artikel regelt het overgangsrecht voor ligplaatsen die reeds vóór 1 januari 2018 bestonden en die sindsdien ongewijzigd in gebruik zijn gebleven. Om onevenredige gevolgen voor bestaande gebruikers te voorkomen, kan dit gebruik worden voortgezet, mits het gebruik geen gevaar oplevert voor het scheepvaartverkeer.

Het overgangsrecht is persoonsgebonden en beperkt. Uitbreiding, wijziging of overdracht van het gebruik aan een andere natuurlijk of rechtspersoon is niet toegestaan, zodat wordt voorkomen dat het overgangsrecht leidt tot een vergroting of bestendiging van ongewenste situaties. Normaal onderhoud aan het object leidt niet tot het vervallen van het overgangsrecht.


Noot
1

www.noord-holland.nl/Producten_op_alfabet/Ligplaatsontheffing_provinciale_vaarwegen