Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse educatie gemeente Het Hogeland 2026

Geldend van 25-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse educatie gemeente Het Hogeland 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Het Hogeland;

  • Overwegende dat in 2016 bestuurlijke afspraken zijn gemaakt tussen de Minister van SZW en de VNG om ervoor te zorgen dat het aanbod voor deelname aan peuteropvang toegankelijk gemaakt wordt door de gemeente voor alle ouders van peuters die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag

  • gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Het Hogeland 2019 (verder: ASV);

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Het Hogeland 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Uitleg van sommige woorden

  • 1.

    In deze regeling bedoelen wij met het woord:

  • a.

    Geregistreerd kindercentrum;

  • b.

    Houder;

  • c.

    Kinderopvang;

  • d.

    Kinderopvangtoeslag;

  • e.

    Ouder;

  • f.

    Voorschoolse educatie (VE)

dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang.

  • 2.

    College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Het Hogeland;

  • 3.

    Kindplaats: een plaats op de groep van een geregistreerd kindercentrum waar een kind gelijktijdig met andere kinderen kan worden opgevangen;

  • 4.

    Peuter: een kind in de leeftijd van 2 jaar tot de basisschoolleeftijd en dat is ingeschreven in gemeente Het Hogeland;

  • 5.

    Peuteropvang: aanbod van kinderopvang voor peuters waarin met een peuterprogramma de ontwikkeling gestimuleerd wordt. De opvang moet minstens 40 weken per jaar en 8 uur per week zijn;

  • 6.

    Peuterplaats: kindplaats voor een peuter, waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

  • 7.

    Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): educatie in de voor- en vroegschoolse periode in de vorm van een geïndiceerd peuterprogramma. De peuter krijgt met het peuterprogramma extra begeleiding in de ontwikkeling van taal, rekenen, motorische of de sociaal-emotionele ontwikkeling;

  • 8.

    COA VVE locaties: De in overeenstemming met de gemeente aangewezen locaties, waar de kinderen woonachtig op de COA-opvanglocatie(s) voor asielzoekers in Het Hogeland een VVE programma volgen.

  • 9.

    VVE-indicatie: indicatie door de GGD, waarin wordt aangegeven dat de peuter recht heeft op VVE;

  • 10.

    Doelgroeppeuter: peuters die extra hulp nodig hebben in hun ontwikkeling, krijgen van de Jeugdgezondheidszorg een speciale indicatie. Hierdoor kunnen ze vier dagdelen per week naar een peuteropvang met een VVE-aanbod, in plaats van twee keer;

  • 11.

    VE-plaats: een plek voor voorschoolse educatie (VE) is voor peuters vanaf 2,5 jaar met een speciale VVE-indicatie. Ze moeten ingeschreven zijn in gemeente Het Hogeland. De opvang moet minstens 40 weken per jaar en 8 uur per week zijn. De subsidie voor de VE-plek is extra bovenop de gewone peuteropvang van 8 uur per week, waardoor elke doelgroeppeuter minimaal 16 uur per week naar de opvang kan gaan;

  • 12.

    Kwaliteitskader VVE: het kwaliteitskader VVE, zoals vastgesteld door het college en bijgevoegd als bijlage bij deze regeling;

  • 13.

    HBO-coach: een hbo-gediplomeerde medewerker met kennis en ervaring in de ontwikkeling van jonge kinderen, die de pedagogische medewerker helpt en begeleidt om goede voorschoolse educatie te geven;

  • 14.

    VNG-tabel: adviestabel ouderbijdrage peuteropvang die jaarlijks wordt vastgesteld door de VNG;

  • 15.

    Zware groep: een groep van maximaal 16 peuters met meer dan 50% doelgroeppeuters.

Artikel 2. Waarom deze regeling?

Door het bevorderen van goede, veilige en toegankelijke peuteropvang en voorschoolse educatie, willen wij bereiken dat peuters een goede start maken en wij eventuele achterstanden voorkomen.

Artikel 3. Voor wie?

Wij geven alleen subsidie aan een geregistreerd kindercentrum.

Hoofdstuk 2 Peuteropvang

Artikel 4. Omvang subsidie Peuteropvang

  • 1.

    De subsidie voor peuteropvang is het aantal uren dat je gebruikt per bezette peuterplaats vermenigvuldigd met het maximum uurtarief voor dagopvang die door het rijk is vastgesteld (bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het besluit kinderopvangtoeslag). Deze subsidie geldt alleen voor de kosten die overblijven nadat de ouderbijdrage volgens de VNG-tabel is afgetrokken. De subsidie bedraagt maximaal 40 weken per jaar en 8 uur per week;

  • 2.

    De subsidie verlenen wij voor het tijdvak van één kalenderjaar.

Hoofdstuk 3 Voorschoolse Educatie (VE)

Artikel 5 Subsidie voor VE

  • 1.

    De subsidie voor voorschoolse educatie is extra bovenop de gewone peuteropvang. Vanaf 2026 geldt het maximum uurtarief voor dagopvang die door het rijk is vastgesteld (bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het besluit kinderopvangtoeslag). De subsidie bedraagt maximaal 40 weken per jaar en 8 uur per week;

  • 2.

    Voor extra activiteiten om het kwaliteitskader VVE uit te voeren, is er een vast bedrag dat elk jaar door het college wordt vastgesteld:

  • a.

    per locatie van een geregistreerd kindercentrum in Het Hogeland; en

  • b.

    per bezette VE-plaats.

  • 3.

    Voor de hbo-coach is er een vergoeding van 10 uur per bezette VE-plek, vermenigvuldigd met het uurtarief van de hbo-coach volgens de CAO kinderopvang, schaal 9, laatste trede per 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd. Het uurtarief wordt berekend door het bruto maandbedrag te delen door 156 uren en dan verhoogd met 4% eindejaarsuitkering en 8% vakantiegeld. Dit totaal wordt vervolgens verhoogd met 33% werkgeverslasten. Het uurloon wordt afgerond naar hele getallen.

  • 4.

    De subsidie verlenen wij voor het tijdvak van één kalenderjaar.

Hoofdstuk 4 Maatwerk peuteropvang en VVE

Artikel 6. Maatwerksubsidie peuteropvang en VVE

  • 1.

    Met de maatwerksubsidie willen we bereiken dat peuteropvang en VVE voor alle peuters goed bereikbaar en van hoge kwaliteit is. Kinderopvangorganisaties kunnen flexibele oplossingen bieden die aansluiten bij de specifieke behoeften van de peuters. De volgende activiteiten kunnen voor deze subsidie in aanmerking komen:

  • a.

    Ondersteuning voor zware groepen

Kinderopvangorganisaties kunnen een extra pedagogisch professional inzetten voor maximaal 8 uur per week, 40 weken per jaar. De pedagogisch medewerker kan flexibel worden ingezet om de kwaliteit van de begeleiding en ontwikkeling van de peuters te verbeteren.

  • b.

    Zomeraanbod

Kinderopvangorganisaties kunnen een educatief zomeraanbod voor doelgroeppeuters organiseren. Dit om te voorkomen dat de ontwikkeling van doelgroeppeuters tijdens de zomervakantie stagneert of achter blijft. Een zomeraanbod vindt plaats gedurende drie weken in de zomervakantie voor 8 uur per week.

  • c.

    Experimenteerruimte ouderbetrokkenheid

Kinderopvangorganisaties kunnen experimenteren om ouders actiever te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind. De betrokkenheid van ouders speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van hun kinderen. De betrokkenheid kan zowel betrekking hebben op thuis als op de opvang.

  • 2.

    Om voor de maatwerksubsidie in aanmerking te komen, moet de kinderopvangorganisatie voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    Ondersteuning zware groepen

  • Op de groep zijn gemiddeld meer dan 50% doelgroeppeuters, gedurende 3 maanden achter elkaar;

  • Uit de aanvraag blijkt dat het hoge aantal doelgroeppeuters leidt tot onevenredige (gedrags)problematiek.

  • b.

    Zomeraanbod

  • Het aanbod is specifiek voor peuters met een VVE-indicatie;

  • Het aanbod richt zich op het aanbieden van een taalrijke omgeving gedurende de vakantieperiode;

  • Het aanbod inspireert ouders om met hun peuter taalactiviteiten thuis te doen.

  • c.

    Experimenteerruimte ouderbetrokkenheid

  • De kinderopvangorganisatie heeft een visie op ouderbetrokkenheid;

  • Het experiment richt zich op ouders en hoe zij hun peuter thuis zo goed mogelijk kunnen ondersteunen in hun (taal)ontwikkeling;

  • Het experiment moet herkenbaar vernieuwend zijn.

  • 3.

    Welke kosten komen voor deze subsidie in aanmerking?

  • a.

    Ondersteuning zware groepen

Voor het inzetten van een extra pedagogisch professional is de maximale subsidie 8 uur per week voor het benodigde aantal weken (max. 40 weken per jaar). Dit bedrag wordt berekend door het aantal uren te vermenigvuldigen met het uurtarief van de pedagogisch professional volgens de Cao kinderopvang, schaal 6, laatste trede per 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het uurtarief wordt berekend door het bruto maandbedrag te delen door 156 uren en dan verhoogd met 4% eindejaarsuitkering en 8% vakantiegeld. Dit totaal wordt vervolgens verhoogd met 33% werkgeverslasten. Het uurloon wordt afgerond naar hele getallen.

  • b.

    Zomeraanbod

De maximale subsidie bedraagt per doelgroeppeuter 8 uur per week gedurende maximaal 3 weken, vermenigvuldigd met de maximum uurprijs voor dagopvang zoals vastgesteld door het rijk;

  • c.

    Experimenteerruimte ouderbetrokkenheid

De subsidie bedraagt maximaal € 1.000,00 per locatie per jaar.

Hoofdstuk 5 Groepssubsidie COA VVE locaties

Artikel 7 Groepssubsidie COA VVE locaties

  • 1.

    De in overeenstemming met de gemeente aangewezen COA VVE locaties kunnen deze subsidie aanvragen. De huidige COA VVE locatie Uithuizen sluit per 1-8-2026 en ontvangt na deze datum geen subsidie meer.

  • 2.

    We financieren De COA VVE groepen op basis van een groepssubsidie. De groepssubsidie is gebaseerd op een groepsgrootte van maximaal 12 kinderen. En de inzet van 2 pedagogisch professionals per groep. Wanneer er structureel (langer dan 2 kwartalen), 3 of minder kinderen per groep zijn, dan passen we de financiën aan en wordt er 1 pedagogisch professional per groep ingezet.

  • 3.

    We subsidiëren 19,5 uur personele inzet per pedagogisch professional. Het salaris is op basis van de CAO kinderopvang. We berekenen de uren als volgt:

  • a.

    Personele inzet locatie Winsum

  • b.

    In Winsum is er een VVE aanbod van 16,5 uur per week verdeeld over 3 dagen gedurende 40 weken per jaar. Per dag/dagdeel krijgt de groep 15 minuten extra personele inzet voor aanvang van het programma en na afloop van het programma (0,5 uur x 3 dagen = 1,5 uur per week). Daarbovenop rekenen we per pedagogische professionals 1,5 uur niet-groepsgebonden uren per week. In totaal is dit 39 uur personele inzet (19,5 uur x 2 pedagogische professionals).

  • c.

    Personele inzet locatie Uithuizen tot 01-08-2026

  • d.

    In Uithuizen is er een aanbod van 16 uur per week verdeeld over 4 dagdelen gedurende 26 weken per jaar (tot 1 augustus 2026). Per dag/dagdeel krijgt de groep 15 minuten extra personele inzet voor aanvang van het programma en na afloop van het programma (0,5 uur x 4 dagen = 2 uur per week). Daarbovenop rekenen we per pedagogische professionals 1,5 uur niet-groepsgebonden uren per week. In totaal is dit 39 uur personele inzet (19,5 uur x 2 pedagogische professionals).

  • 4.

    Voor de hbo-coach is er een vergoeding van 10 uur x 12 kinderen per jaar op basis van de urennorm voor VVE. Daarnaast is er een vergoeding voor 10 uur reguliere coaching per groep. Voor Uithuizen berekenen we de coaching uren naar rato van het aantal weken dat de locatie geopend is. Het salaris van de hbo-coach is op basis van de CAO kinderopvang.

Hoofdstuk 6 Procedurele bepalingen

Artikel 8. Subsidieplafond en verdeling

  • 1.

    Voor de maatwerksubsidie peuteropvang en VVE geldt jaarlijks een subsidieplafond van € 100.000,00.

  • 2.

    Subsidieverdeling

  • a.

    De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen;

  • b.

    Als je volgens artikel 4:5 van de Awb de kans hebt gehad om je aanvraag aan te vullen, dan wordt de datum van ontvangst van je aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen;

  • c.

    Indien het maximum bedrag voor deze regeling bijna wordt overschreden of al wordt overschreden door het aantal aanvragen dat op dezelfde dag binnenkomt, worden de aanvragen van die dag door middel van loting op volgorde gezet.

Artikel 9. Hoe kun je subsidie aanvragen?

  • 1.

    De houder van het geregistreerd kindercentrum vraagt de subsidie aan;

  • 2.

    Volgens artikel 7, vierde lid, van de ASV moet de subsidieaanvraag uiterlijk worden ingediend voordat de aanvrager begint met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3.

    Voor de aanvraag van subsidie moet je het formulier gebruiken dat door het college is vastgesteld, en je moet de gevraagde bijlagen toevoegen;

  • 4.

    Het college kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de aanvrager om nadere informatie verzoeken.

  • 5.

    Voor de groepssubsidie COA VVE locaties moet je een begroting als bijlage toevoegen aan de subsidieaanvraag. Deze begroting is als volgt opgebouwd: 73% personele inzet, 27% overige kosten, zoals huur, schoonmaak, boodschappen, materiaal en inventaris, 10% overheadkosten, 5% verzuim, 2 % scholing en 5% onvoorzien.

Artikel 10. Beslistermijn

Volgens artikel 8, derde lid, van de ASV beslist het college binnen acht weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.

Artikel 11. Aanvullende verplichtingen

  • 1.

    Het geregistreerd kindercentrum waar de kindplaats waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij hoort:

  • a.

    voldoet aan de kwaliteitseisen voor kindercentra, genoemd in de artikelen 2 tot en met 10 van het Besluit kwaliteit kinderopvang;

  • b.

    sluit aan bij lokale overleggen;

  • c.

    zorgt voor een goede overdracht naar het basisonderwijs volgens gemeente brede afspraken middels een overdrachtsformulier;

  • d.

    stelt het college onverwijld in kennis van klachten van ouders over de (nadere uitvoering van de) subsidieregeling.

  • 2.

    Het geregistreerd kindercentrum waar de kindplaats waarvoor subsidie VE wordt aangevraagd bij hoort voldoet aan de kwaliteitseisen zoals benoemd in het VVE kwaliteitskader, of kan toelichten hoe dit op korte termijn wordt gerealiseerd:

  • a.

    de voorschoolse educatie kent minimaal vijf ontwikkelingsgebieden: taal, ontluikend rekenen, sociaal-emotionele vaardigheden, motoriek en creatieve vaardigheden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een methodische aanpak, die past bij de kinderen. Op voorschoolse voorzieningen met veel doelgroepkinderen VVE wordt gewerkt met een door het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) erkende (VVE-) methode;

  • b.

    de ontwikkeling van alle kinderen wordt gevolgd door middel van een genormeerd kindvolgsysteem;

  • c.

    Het geregistreerd kindercentrum neemt deel aan relevante overleggen over peuters met een VVE-indicatie;

  • d.

    Het geregistreerd kindercentrum werkt mee aan het resultaatafspraken-traject;

  • e.

    Het geregistreerd kindercentrum beschikt over een geactualiseerd beleidsplan VVE;

  • f.

    Het geregistreerd kindercentrum maakt gebruik van een methodiek om ouders te betrekken bij de voorschoolse educatie;

  • g.

    Het geregistreerd kindercentrum hanteert een kwaliteitszorgsysteem;

  • h.

    Het geregistreerd kindercentrum werkt mee aan de VVE-monitor;

  • i.

    Het geregistreerd kindercentrum maakt minimaal gebruik van één hbo-coach of pedagogisch medewerker die ook coacht.

Artikel 12. Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1.

    De subsidie stellen wij vast voor het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden;

  • 2.

    Een aanvraag tot vaststelling dien je in vóór 1 april van het jaar volgend op dat waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden.

  • 3.

    Voor de aanvraag tot vaststelling van subsidie maak je gebruik van het daartoe door het college vastgestelde aanvraagformulier, voorzien van de gevraagde bijlagen.

  • 4.

    Wij kunnen steekproefsgewijs de juistheid van de aangeleverde gegevens voor subsidieverlening en –vaststelling controleren in de administratie van de houder van het kindercentrum. De houder is gehouden hieraan volledige medewerking te verlenen.

Artikel 13. Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Op verzoek kunnen wij aan het eind van ieder kwartaal een voorschot verstrekken op basis van een door het geregistreerd kindercentrum overlegd kwartaaloverzicht;

  • 2.

    Voor het verzoek om een voorschot maak je gebruik van het daartoe door het college vastgestelde kwartaaloverzicht-formulier.

  • 3.

    Wij betalen de subsidie aan het geregistreerd kindercentrum waar de kindplaats waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij hoort.

  • 4.

    Voor de subsidie voor COA VVE locaties geldt dat wij het voorschot op de subsidie jaarlijks in één keer uitbetalen.

Artikel 14. Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieregeling Gemeente Het Hogeland Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie 2025 wordt per 1 januari 2026 ingetrokken. Na deze datum blijft de regeling van kracht voor subsidies die daarop zijn gegeven;

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026;

  • 3.

    Deze subsidieregeling noemen wij: Subsidieregeling Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie 2026 gemeente Het Hogeland.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland op 10 maart 2026

J.C.F. Broekhuizen, burgemeester

P.P.M. van Vilsteren, secretaris