Notitie algemene criteria inzake bomen / beplanting in de openbare ruimte

Geldend van 30-04-1999 t/m heden

Intitulé

Notitie algemene criteria inzake bomen / beplanting in de openbare ruimte

1. Inleiding

Deze notitie is opgesteld naar aanleiding van een geval van overlast van bomen aan de Jerden en het besluit van b. en w. van 23 september 1998 daarop. In het besluit is vermeld dat alvorens een definitief besluit wordt genomen er meer aandacht aan algemene criteria inzake (bomen in het) openbaar groen moet worden geschonken.

Bomen en beplanting worden in het algemeen gewaardeerd om de positieve invloed die zij kunnen hebben op het leefklimaat, woongenot en het straatbeeld. Echter in sommige gevallen leiden bomen / beplanting tot overlast voor bewoners uit de gemeente. Indien een klacht bij de gemeente gedeponeerd wordt, moet zij beslissen of de klacht gegrond is en of er maatregelen genomen moeten worden. Indien besloten wordt tot het nemen van maatregelen moet zij ook beslissen uit welke acties de maatregel bestaat.

Het doel van deze notitie is om een beleid te ontwikkelen voor de beoordeling van klachten ten aanzien van overlast door beplanting / bomen en het bepalen van de aard van eventueel te nemen maatregelen.

Opgemerkt moet worden dat het niet mogelijk is om een algemeen geldend beleid voor dit onderwerp op te stellen, omdat elke situatie anders en uniek kan zijn. Dit geldt zowel voor de soort van overlast als ook de omvang. Deze notitie geldt als een algemene richtlijn welke dienst kan doen als ‘rode draad’ bij het inventariseren, verwerken en oplossen van klachten welke bomen / beplanting kunnen veroorzaken. Tezamen met praktijkkennis en persoonlijk inzicht van gespecialiseerde medewerkers kan aan de hand van de opgestelde richtlijnen een goed beleid gevoerd worden.

2. Functies van bomen / beplanting

2.1 Milieutechnische / ecologische functies

Bomen / beplanting zorgen voor windbreking en hebben tevens een matigende werking op regen, sneeuw en hagelbuien. Daarnaast hebben zij een gunstige invloed op de luchtkwaliteit in een bebouwde omgeving. Bomen zorgen ook voor voedsel en beschutting voor andere organismen zoals vogels en insecten.

2.2 Stedebouwkundige / architectonische functies

Bomen / beplanting kunnen gebruikt worden als bouwstenen van een stedebouwkundig ontwerp. Zij kunnen zorgen voor accentuering van stadsstructuren en voor ordening in het stadsbeeld. Ook op het verkeerskundige vlak kunnen bomen / beplanting een belangrijke functie vervullen. In de eerste plaats zorgen zij ervoor dat automobilisten de snelheid van medeweggebruikers beter in kunnen schatten. Daarnaast leidt hun aanwezigheid tot een afwisselend verkeersbeeld waardoor de automobilist alert blijft. Tot slot kan gesteld worden dat bomen verblinding in het verkeer tegen kunnen gaan.

2.3 Esthetische / psychologische functies

De verscheidenheid aan kleur, vorm en grootte van bomen / beplanting leidt tot een prettig aangezicht van de stad. Doordat bomen per seizoen veranderen vervullen zij ook de functie van een natuurlijke klok.

Vooral in een omgeving waar veel grote gebouwen voor komen zorgen bomen voor een menselijke schaal. Dit leidt tot een aangenamer gevoel in een dergelijke omgeving dan wanneer bomen hier zouden ontbreken

2.4 Educatieve / recreatieve functies

De aanwezigheid van natuur in de vorm van bomen en beplanting in woongebieden maakt de mensen bewuster van het belang van de natuur. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.

Ook als speelobject zijn bomen erg belangrijk voor kinderen. Een boom kan immers dienst doen als doelpaal of als klimobject.

3. Op welke bomen / beplanting heeft deze notitie betrekking?

Het gaat in deze notie om die bomen en beplanting die deel uitmaken van de bij de gemeente in eigendom, beheer en onderhoud zijnde beplantingen. Het kan hierbij gaan om bomen en beplanting die behoren tot bosplantsoenen, parken, randbeplanting van sportvelden trottoirs of bermen langs straten en wegen, etc.

Bomen / beplanting die aanwezig zijn op particulier terrein wordt buiten beschouwing gelaten omdat deze in mindere mate een algemeen belang dienen. Echter bij het beoordelen van kapvergunningen kunnen de in deze notie aangegeven criteria, wel als leidraad dienen.

4. Inventarisatie overlast

4.1 Soorten overlast

Bomen en beplanting kunnen vele uiteenlopende soorten van hinder veroorzaken. Na inventarisatie van binnenkomende klachten bij de gemeente Smallingerland kan een overzicht van de meest voorkomende vormen van hinder en overlast opgesteld worden. De volgende vormen kunnen worden onderscheiden:

  • 1.

    Stormschadekans. Indien gevreesd wordt dat nabij de woning staande bomen bij storm, hetzij door omvallen, hetzij door het verliezen van forse takken, schade aan de woning of bijgebouwen zullen veroorzaken. Het gaat hierbij om zogenaamde risicobomen.

  • 2.

    Schade door wortels. Boomwortels kunnen schade veroorzaken aan funderingen en muren van woningen. Ook kunnen zij schade veroorzaken aan rioleringen. Daarnaast kunnen wortels ook schade aan (particuliere) verhardingen toebrengen.

  • 3.

    Beworteling van particuliere tuinen. Indien de wortels van ‘gemeentebomen’ doordringen tot in particuliere tuinen, kunnen zij voedsel en vocht uit deze tuinen onttrekken. Als gevolg hiervan nemen de groeimogelijkheden van de beplanting in particuliere tuinen af.

  • 4.

    Schaduwwerking. Door de aanwezigheid van bomen en beplanting nabij woningen, kan de licht- en zon hoeveelheid in de woning of tuin sterk teruggebracht worden. Hierdoor kan het gebeuren dat de woning donkerder, vochtiger en / of kouder wordt. Ook is het mogelijk dat het rendement van een eventueel aanwezige zonnecollector gereduceerd wordt. Als gevolg hiervan moeten de lichten langer branden en de kachel hoger gezet worden. Deze aspecten leiden naast minder woongenot ook tot hogere energiekosten voor de bewoners.

  • 5.

    Boomafwerpselen. Van de ‘gemeentelíjke bomen’ afkomstige bladeren, bessen, bloesem, zaden etc. kunnen in particuliere tuinen en dakgoten terechtkomen. Zij kunnen leiden tot gladheid van het pad en verstopping van de goot.

    In enkele gevallen komt het ook voor dat bepaalde type bomen als gevolg van aantasting door luis een plakkerige afscheiding produceren. Deze afscheiding kan als zeer hinderlijk worden ervaren. Een voorbeeld van dergelijke bomen is de ‘Koningslinde’.

    Een vorm van overlast die indirect onder de noemer ‘boomafwerpselen’ kan worden geplaatst, is die van vogelpoep. In bomen, welke aanwezig zijn nabij woningen of op parkeerterreinen, kunnen vogels aanwezig zij die hun uitwerpselen op de tuinverharding of op geparkeerde auto’s deponeren. Dit wordt soms als erg hinderlijk of zelfs schadelijk ervaren, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van aantasting van de autolak.

  • 6.

    Uitzichtbelemmering. Bomen en beplanting kunnen het uitzicht van bewoners belemmeren.

  • 7.

    Allergie. Bewoners kunnen allergische klachten ondervinden als gevolg van stuifmeel, pluisvlokken (populier) e.d.

4.2 Seizoensgebonden overlast

Een aantal vormen van overlast zijn sterk seizoensgebonden. Zo zal de overlast, die boomafwerpselen met zich mee brengen, voornamelijk in de herfst optreden wanneer de bomen hun bladeren verliezen. Klachten met betrekking tot schaduwwerking treden voornamelijk in de maanden september en oktober op, wanneer de zon vrij laag staat en de bladeren nog aan de bomen zitten. Allergieoverlast als gevolg van stuifmeel, vlokken e.d. vindt voornamelijk plaats in het voorjaar tijdens het ontluiken van de knoppen en in de bloeiperiode. De overige vormen van overlast zijn op het hele jaar van toepassing.

5. Weging van soorten overlast

Om klachten als gevolg van overlast te kunnen beoordelen moet vastgesteld worden hoe erg de optredende overlast is. Het bepalen van de mate van overlast is moeilijk concreet en objectief aan te geven. Emotionele gevoelens zullen vaak een grote rol spelen bij het ervaren van de overlast.

In dit hoofdstuk zal getracht worden om de zich voordoende vormen van overlast zo objectief mogelijk te wegen zodat een richtlijn kan worden opgesteld voor maatregelen die getroffen kunnen worden indien de genoemde vormen van overlast zich voordoen.

Bij de beoordeling van klachten en verzoeken wordt het steeds belangrijker om rekening te houden met de aansprakelijkheid van de gemeente indien er schade of letsel optreedt. Deze aansprakelijkheid volgt uit de wet ‘Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad’. Gelet op het voorgaande is het dus belangrijk dat de kans op schade en / of letsel tot een minimum beperkt moet blijven. Dit kan bewerkstelligd worden door regelmatige inspectie en goed onderhoud van ‘gemeentelijke’ bomen. In het kader van de wet ‘Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad’ is het tevens belangrijk dat de inspectie en het onderhoud van de bomen schriftelijk wordt geregistreerd zodat deze bewijsbaar aangetoond kan worden.

1. Stormschadekans

Stormschade kan grote materiële schade aanrichten en ernstig lichamelijk letsel toebrengen. Met betrekking tot dit risico moet deze kans op schade zeer serieus worden genomen en een zware weging worden toegekend.

Het risico van stormschade moet boven het belang van landschappelijke en / of ecologische waarden gesteld worden, zeker waar het gaat om zogenaamde risicobomen.

Gezien de omvang van de mogelijk optredende schade is het van belang dat dit risico vermeden wordt. Alles zal dus in het werk moeten worden gesteld om deze schadekans te vermijden. Dit kan inhouden dat een boom sterk gesnoeid of zelfs verwijderd moet worden.

Een regelmatige controle van het bomenbestand en een daarop afgestemd onderhoudsbeleid zal preventief werken zodat stormschadekans weinig voorkomt.

2. Schade door wortels

Wortels kunnen grote schade aan bebouwing, bestrating en riolering aanbrengen. Daarnaast is het ook mogelijk dat er indirect lichamelijk letsel optreedt als gevolg van bijvoorbeeld een slecht voetpad. In toenemende mate kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor optredende schade of letsel als direct of indirect gevolg van schade door wortels. Gezien de mogelijke omvang van de schade en de aansprakelijkheid van de gemeente in deze, is het noodzakelijk dat aan deze schadevorm een zware weging wordt toegekend.

Maatregelen die genomen kunnen worden indien deze schadekans zich voordoet kunnen variëren van het deels verwijderen van de wortels tot het geheel verwijderen van de boom of beplanting.

3. Beworteling van particuliere tuinen

Indien de groeimogelijkheden van gewassen in een particuliere tuin erg worden belemmerd door een ‘gemeentelijke boom’ dan kan dit voor de betreffende bewoner erg vervelend zijn. De omvang van dit probleem kan niet zozeer in materiële waarde worden uitgedrukt. Bij deze vorm van schade spelen veel meer subjectieve emotionele gevoelens mee. Met deze gevoelens zal voorzichtig omgegaan moeten worden. Zij zullen daarom bij de besluitvorming over de te nemen maatregelen een rol moeten spelen. Een objectieve weging is aan deze schadevorm nauwelijks te geven. De te nemen maatregelen zullen per geval opnieuw moeten worden bepaald. Bij de beoordeling van klachten en verzoeken die betrekking hebben op beworteling van particuliere tuinen dient rekening gehouden te worden met de grootte van de particuliere tuin en de breedte van de straat. Immers indien er sprake is van een kleine tuin in een smalle straat, waardoor bomen dicht bij de tuin gesitueerd zijn, zal de optredende overlast relatief groter zijn dan wanneer er sprake is van een grote tuin.

Voorts dient bij deze soort van overlast te worden opgemerkt dat boomwortels uiteraard geen grenzen kennen.

4. Schaduwwerking / bezonning

Deze vorm van overlast is de meest voorkomende. Als gevolg van de aanwezigheid van bomen nabij een woning kan de woning veel (zon) licht worden ontnomen. De nadelige aspecten die hierdoor op kunnen treden zijn een vochtigere en koudere woning. Daarnaast is het in enkele gevallen ook mogelijk dat het rendement van een aanwezige zonnecollector gereduceerd wordt. Al deze optredende aspecten kunnen in de eerste plaats het woongenot van de bewoner negatief beïnvloeden Daarnaast zal de bewoner ook te maken krijgen met hogere energiekosten. De opgesomde nadelige effecten kunnen door de bewoner als erg bezwaarlijk worden ervaren. Deze klachten moeten in eerste instantie dan ook geen geringe weging toegekend worden.

Echter met het oog op de te nemen maatregelen is het absoluut noodzakelijk dat elke situatie apart bekeken en beoordeeld wordt omdat deze sterk kan verschillen. Immers de omvang van de overlast is van tal van aspecten afhankelijk zoals de positie, hoogte en dichtheid van de bomen. Zo zal een boom ‘op het zuiden’ eerder voor bezonningsoverlast zorgen dan een boom die aan de noordzijde van een woning gesitueerd is. Daarentegen zal een boom die aan de noordzijde van een woning aanwezig is deze, door het ontbreken van zonlicht toch al vrij donkere zijde, nog meer licht ontnemen waardoor een zeer onprettige situatie voor de bewoner(s) kan ontstaan.

De te nemen maatregelen kunnen variëren van niets doen, snoeien of zelfs verwijderen van één of meerdere bomen. Echter, nogmaals kan opgemerkt worden dat de te nemen maatregelen afhankelijk zijn van de (afzonderlijke) situatie en zullen hieraan aangepast moeten worden.

5. Boomafwerpselen

De aanwezigheid van een boom nabij een woning kan er voor zorgen dat er bladeren, bloesem, bessen, etc. in de tuin en / of dakgoot van de woning terechtkomt. Aangezien deze overlast seizoensgebonden en dus slechts enige tijd per jaar speelt en tevens vrij gemakkelijk te verhelpen is door de neerslag, afkomstig, van de boom, te verwijderen, hoeft deze overlast niet zwaar gewogen te worden. De te nemen maatregelen hoeven, indien er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, geen betrekking te hebben op de boom (verwijderen).

Van het voorgaande uitgangspunt kan afgeweken worden wanneer er sprake is van boomafwerpselen in de vorm van kleverige afscheiding. Deze afscheiding kan leiden tot erg vervelende overlast. Een voorbeeld hiervan kan zijn dat een boom, welke een grote hoeveelheid kleverige afscheiding produceert, op een drukke parkeerplaats gesitueerd is. Hierdoor kunnen de auto’s besmeurd raken met de kleverige substantie.

6. Uitzichtbelemmering

Uitzichtbelemmering wordt door ieder persoon anders ervaren en daardoor is het moeilijk een objectieve weging aan deze vorm van overlast toe te kennen. De omvang van de overlast voor de bewoners zal per situatie beoordeeld moeten worden omdat situaties onderling sterk van elkaar kunnen verschillen. Hieruit volgt dat ook de te nemen maatregelen per geval bekeken moeten worden. De maatregelen kunnen veelal volstaan met snoeien c.q. uitlichten van de kroon. Is de situatie dusdanig ernstig, dan kan worden overwogen één of meerdere bomen te verwijderen.

7. Allergie

Allergische klachten als gevolg van aanwezige bomen of beplanting nabij een woning komt af en toe voor. Soms blijken deze klachten wetenschappelijk aantoonbaar te zijn maar meestal is er geen (wetenschappelijke) reden om aan te nemen dat de betreffende bomen enige vorm van allergie met zich mee brengen. In deze gevallen zou er sprake kunnen zijn van psychische allergiegevoelens. Dit wil echter niet zeggen dat deze klachten niet serieus genomen moeten worden. Psychische klachten kunnen immers ook een grote impact op het menselijke welzijn hebben. Raadzaam is het om als overheid, zo nodig, betrouwbare informatie in te winnen zodat bepaald kan worden of de klachten gegrond zijn of niet. Wanneer dit niet het geval is kan worden overgegaan tot een gesprek met de betreffende personen waarin de (wetenschappelijke) bewijzen voorgelegd kunnen worden. Op deze manier is het misschien mogelijk om de klachten van de mensen te laten verdwijnen zonder dat er maatregelen met betrekking tot de boom plaats hoeven te vinden.

Indien de beplanting / bomen wel aanwijsbare allergieklachten veroorzaken, dan verdient het de aanbeveling om maatregelen te nemen.

Bij de weging van de voorkomende soorten overlast moet ook met de omvang van de klachten rekening gehouden worden. Indien er sprake is van collectieve overlast in een straat, buurt of wijk, welke veroorzaakt wordt door bomen / beplanting, kan dit als een duidelijk signaal geïnterpreteerd worden. In een dergelijke situatie zal een klacht met nog meer aandacht behandeld moeten worden dan wanneer er sprake is van individuele overlast. Wanneer het gaat om individuele overlast kan er sprake zijn van een erg subjectieve persoonlijke beleving welke niet overeenstemt met de objectieve werkelijkheid. Bij collectieve overlast is er sprake van een meer ‘gemiddelde’ beleving van de overlast. Indien hiervan sprake is kan, in het algemeen, aangenomen worden dat de vorm(en) van overlast inderdaad aanwezig zijn.

Indien een gehele straat, buurt of wijk duidelijk aangetoonde overlast ondervindt als gevolg van de aanwezigheid van bomen / beplanting, dan kan het nemen van maatregelen (bijvoorbeeld het verwijderen van bomen / beplanting en herinrichting) een dergelijke woonomgeving aanmerkelijk aantrekkelijker maken en dus leiden tot kwaliteitsverbetering. Indien hiervan sprake is, kan dit als een sterk argument gelden om inderdaad maatregelen te nemen.

Opgemerkt moet worden dat, indien er sprake is van collectieve overlast, dit niet automatisch hoeft te leiden tot het nemen van maatregelen. Ook in deze gevallen zal de situatie per geval geanalyseerd moeten worden om tot een juiste en passende oplossing te komen.

6. Richtlijnen voor maatregelen

Uit het voorgaande is gebleken dat de mate van overlast, als gevolg van de aanwezigheid van bomen en beplanting, voor bewoners, vaak moeilijk in te schatten is omdat er veel emotionele factoren een rol spelen. Het is daarom dan ook niet mogelijk om een standaard schema op te stellen waaruit de te nemen maatregel(en) bij een bepaalde vorm van overlast rechtstreeks herleid kan worden. Echter om enigszins een beleid te kunnen voeren op dit onderwerp is het wel noodzakelijk dat er een aantal criteria opgesteld worden die als richtlijn kunnen dienen bij de beoordeling van vormen van overlast en bij de keuze van de uiteindelijk te nemen maatregelen.

Voor de te nemen maatregelen in het geval van overlast kan in eerste instantie de volgende onderverdeling worden gemaakt:

  • 1.

    Altijd maatregelen nemen.

  • 2.

    Afhankelijk van de situatie maatregelen nemen.

  • 3.

    Geen maatregelen nemen.

  • 1.

    Maatregelen moeten altijd genomen worden indien er een reële kans op stormschade aanwezig is. Dit geldt ook wanneer er wortelschade optreedt in de vorm van aantasting van funderingen, gebouwen, verharding, kabels en leiding, etc.

  • 2.

    Voor de overlastgevallen beworteling van particuliere tuinen, schaduwwerking, uitzichtbelemmering, allergie en boomafwerpselen (bij afscheiding van kleverige substantie) moet per geval de ernst van de situatie beoordeeld worden om vervolgens ook per situatie tot een besluit van de te nemen maatregel(en) te komen.

  • 3.

    Indien de overlast betrekking heeft op het overlastgeval boomafwerpselen (in de vorm van bladeren, bessen, bloesem, zaden etc. en vogelpoep), hoeven er geen maatregen in overweging genomen te worden. Deze vorm van overlast is inherent aan de aanwezigheid van bomen / beplanting in een woonomgeving.

Onder (2) wordt vermeld dat de aangegeven gevallen van overlast per geval bekeken moeten worden. Een aspect dat grote invloed moet hebben bij het bepalen van de te nemen maatregelen bij de genoemde vormen van overlast is de aard of functie van de betreffende boom / beplanting. Hierbij kan het volgende onderscheid gemaakt worden:

  • 1.

    Monumentale beplanting / bomen.

  • 2.

    Oorspronkelijke beplanting / bomen die door handhaving in het stedenbouwkundig ontwerp onderdeel van de betreffende wijk / buurt en dergelijke zijn geworden.

  • 3.

    Beplanting / bomen die behoren tot de parken en parkachtige voorzieningen.

  • 4.

    Beplanting / bomen die mede bepalend zijn voor de hoofdstructuur van dorp en wijk.

  • 5.

    Overige.

ad. 1. Monumentale beplanting / bomen hebben een dusdanige maatschappelijke en financiële waarde dat deze in het algemeen niet in aanmerking komen voor verwijdering. Dit gaat echter niet op indien er sprake is van een reële kans op stormschade of wanneer de boom ernstige wortelschade aanricht. In het algemeen geldt dat een dergelijke boom zoveel mogelijk behouden moet blijven.

ad. 2. Oorspronkelijke beplanting / bomen die in het stedenbouwkundig ontwerp zijn gehandhaafd met als doel een meerwaarde aan het ontwerp te geven, waren er al voordat de woningen gebouwd werden. Met deze wetenschap kan gesteld worden dat de bewoners niet aan onvoorziene overlast worden blootgesteld maar dat zij reeds bij de aanschaf van de woning al van de aanwezige bomen / beplanting op de hoogte waren. Daarom kan in dit geval gesteld worden dat in eerste instantie het verwijderen van dergelijke bomen geen optie kan zijn mits er sprake is van reële kans op stormschade en / of wortelschade. Overige maatregelen als snoeien moeten per geval beoordeeld worden.

ad. 3. Voor parken en parkachtig aangelegde groenvoorzieningen is het vanzelfsprekend dat er bomen aanwezig zijn. Indien mensen een woning betrekken nabij een dergelijke groenvoorziening dan kiezen zij daar bewust voor (meestal omdat zij een dergelijke voorziening als erg prettig ervaren). Indien de bewoners na verloop van tijd nadelen ondervinden van de groenvoorziening dan kan dit, indien er geen sprake is van reële stormschade of wortelschade, geen reden zijn om bomen / beplanting te verwijderen.

ad. 4. Beplantingen / bomen die mede bepalend zijn voor hoofdstructuur van dorp en wijk. Ook de genoemde beplanting / bomen genoemd onder ad. 1 t/m ad. 3 kunnen onder deze noemer vallen. De beplanting / bomen waar het hier om gaat zijn onder andere de volgende:

  • Verkeersbegeleidend groen zoals dat voorkomt langs hoofdwegen.

  • Beplanting / bomen langs wijkontsluitingswegen en wandelpaden.

Beplanting en bomen horen in deze gevallen bij het karakter van de voorziening en geeft deze een meerwaarde. Deze aspecten wegen zwaarder dan het individuele belang. Mits er sprake is van reële stormschade of wortelschade is het bij dergelijke beplanting / bomen niet voor de hand liggend om deze te verwijderen.

ad. 5. Overige.

Hiertoe behoren nog een groot aantal bomen. Het gaat hierbij veelal om ‘straatbomen’ en bomen in groenstrookjes en dergelijke welke gelegen zijn in de directe woonomgeving.

Voor deze categorie geldt dat per geval moet worden bekeken welke maatregelen genomen moeten worden ten aanzien van de gemelde overlast. Hierbij moeten de opgestelde richtlijnen zoals die in deze paragraaf zijn vermeld als leidraad dienen.

De opgestelde richtlijnen voor de te nemen maatregelen voor de verschillende soorten overlast ziet er schematisch als volgt uit:

Monumentale bomen

Oorspronkelijke beplanting

Stads- en wijk parken e.d.

Structuurbepalend

Overige

1. Stormschadekans

O

O

O

O

O

2. Wortelschade

O

O

O

O

O

3. Beworteling part. Tuinen

-

X

X

X

X

4. Schaduwwerking

-

-

-

-

X

5a. Boomafwerpselen (bladeren, vruchten etc.)

-

-

-

-

-

5b. Boomafwerpselen (afscheiding kleverige substantie)

-

-

-

-

X

6. Uitzichtbelemmering

-

-

-

-

X

7. Allergie

-

-

-

-

X

O : Noodzaak tot nemen van maatregelen is uitgangspunt

X : Het nemen van maatregelen wordt in overweging genomen

- : Het nemen van maatregelen wordt niet in overweging genomen

7. Conclusie

  • 1.

    Deze notitie kan als leidraad fungeren voor de afhandeling van klachten en verzoeken.

  • 2.

    Klachten en verzoeken met betrekking tot bomen / beplanting zijn zo divers van aard dat het niet mogelijk is om voorschriften op te stellen die standaard, bij elke situatie toegepast kunnen worden. Deze diversiteit heeft niet alleen betrekking op de soort van de overlast maar ook op de omvang (individuele overlast of collectieve overlast in straat, buurt of wijk). Voor elke afzonderlijke situatie zal opnieuw vastgesteld moeten worden wat de te nemen maatregelen kunnen zijn om overlast terug te dringen of een verzoek in te willigen. Hierbij is het belangrijk dat, bij de afhandeling van klachten en verzoeken, een eenduidig beleid gevoerd wordt. Dit kan bereikt worden door de richtlijnen, zoals die in deze notitie zijn opgesteld, te volgen.

  • 3.

    Indien het nemen van maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van verwijdering van bomen / beplanting en vervolgens een herinrichting, een kwaliteitsverbetering van de woonomgeving tot gevolg kan hebben, moet dit als een belangrijk argument worden meegewogen bij de beoordeling van klachten en verzoeken.

  • 4.

    De overlastaspecten schaduwwerking / bezonning, wortelschade en boomafwerpselen (kleverige afscheiding) verdienen, gelet op de aard van de klachten van de afgelopen jaren, in mate van behandeling en te nemen maatregelen meer aandacht. Een belangrijk aspect hierbij is dat, met betrekking tot wortelschade, de gemeente steeds vaker aansprakelijk kan worden gesteld indien er, als direct of indirect gevolg van wortelschade, schade of letsel bij de burger optreedt.

  • 5.

    Bij het ontwerpen en uitvoeren van (nieuwe) groenvoorzieningen moet rekening worden gehouden met klachten en verzoeken die, als gevolg van reeds bestaande groenvoorzieningen, bij de gemeente zijn binnengekomen. Op deze manier kan voorkomen worden dat bij nieuwe voorzieningen dezelfde problemen optreden. Voorbeelden hiervan zijn dat bomen niet te dicht bij woningen geplaatst moeten worden. De positie van de bomen moet erg zorgvuldig bepaald worden. Het type boom moet in overeenstemming zijn met de bestemming. Zo is het bijvoorbeeld niet aan te bevelen om bomen die een kleverige afscheiding produceren op een parkeerplaats te situeren.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders

in de vergadering van 22 april 1999,

secretaris,

L. Maarleveld

burgemeester,

P. van der Zaag